China: Sichuan - Guizhou - Guangxi

24 maart t/m 24 april 2010

West-Guizhou en Guangxi zijn weinig bezochte gebieden, waar de kleurrijke Miao, Dong, Buyi, Shui, Zhuang en Yao volkeren al eeuwenlang hun akkers verbouwen. Er zijn tal van kleine dorpjes waar de mensen nog in hun eigen klederdracht lopen en leven volgens eeuwenoude tradities.
We bezoeken twee keer het Tiao Hua (Bloesemdans) Festival, één van de meest uitbundige festivals van het (Witte) Miao volk.
Het Yi-volk in Zuid-Sichuan was vroeger een machtig volk met koningen wiens invloed tot ver reikte. Het Yi-volk werd vroeger door westerse missiewerkers Lolo's genoemd. De adel onder dit volk, de Blauwe Lolo's, hadden Han-Chinezen tot slaven! Er zijn veel verschillende soorten Yi, herkenbaar aan hun onderscheidende klederdracht. De meest in het oogvallende zijn de Zwarte Kappen Yi.
We reizen door de meest afgelegen en arme gebieden van China, die nog niet overal goed zijn ingesteld op toerisme. Op bepaalde trajecten zijn de wegen slecht, voorzieningen beperkt en de accommodatie in de dorpen is vaak eenvoudig. Maar overal waar het comfort even wat minder is, wordt dat zeker gecompenseerd door de vriendelijke en gastvrije volkeren.

Long Horn Miao

RouteChina

Woensdag 24 maartVertrek naar Chengdu

We gaan weer naar China: dit keer naar Tiao Hua festivals in Guizhou, georganiseerd door Dimsum-reizen. We vliegen rechtstreeks naar Chengdu in plaats van naar Beijing, zoals de groep doet. We vliegen met KLM die een aanbieding heeft naar Chengdu, maar niet voor iedere dag. Daarom vertrekken we woensdag uit Amsterdam, vliegen zondag naar Guiyang in Guizhou, waar de groep aankomt. We verlaten de groep in Guilin en vliegen terug naar Chengdu en we gaan vervolgens samen een dag of tien naar de Yi-volkeren in Zuid-Sichuan.
We vertrekken een half uurtje te laat.

Donderdag 25 maartAankomst Chengdu (Sichuan)

We komen zowaar een half uur te vroeg aan, zodat we er geen tien maar negen uur over gedaan hebben. Er is zeven uur tijdsverschil. We worden opgewacht door Tina en gaan eerst geld pinnen. 100 yuan = € 10. Dat rekent lekker makkelijk.
Het is een uur rijden naar het hotel. Hoewel rijden. Het is meer stil staan door de vele, vele auto's. Het is tien jaar geleden, dat we hier waren en toen barstte het nog van de fietsers. Die zijn er nu veel minder. Het gaat goed met China.
Het Wen Jun Hotel is helemaal ingepakt in groen gaas en niet alleen het hotel, maar de hele straat. De overheid heeft besloten om die in een keer op te knappen. De straat is helemaal in oude stijl gebouwd en zou erg mooi moeten zijn. Maar daar zien we nu dus niets van. Ter compensatie krijgen we morgenochtend een gratis ontbijt van het hotel. De kamer zelf is mooi, met een zithoekje met computer. En dat is toch het belangrijkste.
We gaan de stad in richting Wuhou-tempel.Wuhou-tempel Als we buiten komen, regent het. De temperatuur is ook al niet zo lekker, een graad of 15. We halen onze paraplu's op en gaan lopen. Gelukkig wordt het na een uurtje droog. Een klein stukje van de straat is niet ingepakt en we krijgen een beeld van hoe het er uit zou kunnen zien. Er zitten eigenlijk alleen hotels, restaurants, de opera en luxe juweliers in de straat. We lopen door het Baihuatan Park. Een mooi park met bloeiende bomen, bloemen en het ligt langs de (stinkende) rivier. We zien typisch Chinese waterpartijen, theedrinkende en kaartende mannen, vooral kleine mensen, openbare wc's, en grootouders met kinderen. De Wuhou-tempel is moeilijk te vinden. We zijn in de buurt, maar onze kaart is niet gedetailleerd genoeg. We lopen een paar keer verkeerd, maar komen uiteindelijk toch waar we wezen willen. De tempel ligt in een groot park, waarvoor je voor het binnenste deel een kaartje moet kopen. Voor vandaag zijn we daar te laat voor. We wandelen daarom door de straatjes er om heen en komen in de snackstraat. Allerlei kleine winkels verkopen snacks en buiten staan tafels met stoelen waar je alles op kunt eten. We komen hier wel een keer terug.
We lopen verder en slenteren door de Tibetaanse wijk, vol met monniken, Tibetanen en Tibetaanse spullen. Allemaal duidelijk herkenbaar.
We storten ons meteen in het eetavontuur en stappen een restaurant binnen vol met Chinezen die aan het hotpotten zijn. Het ziet er erg gezellig uit, zo met z'n allen aan een tafel om een hete dampende pot. We krijgen van een paar giebelende meisjes een vel papier met een pen en het is de bedoeling dat je daarop aantekent wat je wilt eten. Maar het is alleen in het Chinees en dat lukt ons niet. Na een poosje zoeken vinden ze een collega die een paar woorden Engels spreekt en een kaart met wat Engelse woorden. We bestellen wat eten samen met een biertje (dat kunnen we wel in het Chinees), waar we hele kleine glaasjes bij krijgen. We bestellen de 'bawei' variant, oftewel de stoofpot voor watjes. De Sichuan pot is zo heet, dat de Chinezen het vaak zelf te heet vinden. Wel staat in het midden een kleine pot met daarin hete bouillon. We scheppen er een paar lepels van bij het watjesdeel. Smaakt prima zo. We gooien van alles in de pan en kunnen niet alles terugvinden door de vele groenten, mosselen en garnalen die er al in zitten. We genieten. We zijn de enige buitenlanders en onze buren kijken regelmatig of het ons wel lukt. Op onze beurt kijken wij natuurlijk naar hen. Er loopt heel veel personeel rond. Vooral als een tafel leeg komt, komt er een man of tien aanzetten om de troep op te ruimen. Want troep maken kunnen ze. Ze flikkeren alle afval op tafel of op de grond. We horen slechts een enkele rochel, gelukkig. We zijn samen 112 yuan kwijt.
We lopen terug naar het hotel en kijken onderweg uit naar andere eettentjes en barretjes voor de komende dagen. In het park wordt druk gedanst. Bij het hotel drinken we een biertje voor maar liefst 5 yuan de halve liter. Licht bier van 3,5%, maar toch.

Vrijdag 26 maartChengdu

Vandaag een klein zonnetje 's ochtends, 's middags bewolkt, maar wat warmer dan gisteren, een graad of 17,18 zonder wind en regen. Heerlijk weer om door een stad te slenteren.
We lopen weer door het parkje en zien veel meer mensen dan gisteren. Vooral oudere met jonge, kleine, bolle kinderen, vrouwen die taichi oefen, thee drinkende mannen, kletsende mensen. Ook veel mensen, vooral mannen, lopen met theepotjes. We zien geen vogelkooitjes meer. Zijn die helemaal verdwenen? Een Tibetaanse monnik knoopt een praatje met ons aan, maar we kunnen elkaar niet verstaan en dan is het snel afgelopen.
We gaan terug naar de Wuhou-tempel, die nu open is. We komen langs een Starbucks-café, maar buiten staat alleen reclame voor allerlei theesoorten. Ze zullen ook wel koffie hebben, maar dat proberen we niet uit. De toegang voor de tempel en het park is 60 yuan. Voor toeristen even duur als voor de Chinezen zelf. Bij de tempel wordt veel wierook verkocht en aangestoken. Er zijn veel toeristen, maar alleen Chinese. De tempel en het museum zijn mooi, voor de rest is het vooral veel poppenkast, waar de Chinezen dol op zijn. In veel winkeltjes vinden vooral de grootste prullen gretig aftrek.
De tuinen zien er echt Chinees uit met veel waterplanten en bloemen. De bloesem in de bomen loopt op z'n eind. Verder zijn er veel theetuinen, lampions, eetstalletjes, druk pratende Chinezen en veegsters. Er staan overal prullenbakken, maar veel mensen flikkeren alles gewoon op straat. De veegsters vegen het meteen op, zodat alles er schoon uit ziet.
We lunchen in de snackstraat met een bakje Chinese sushi's, erg pittig met saus en nootjes. Kost wel 9 yuan per bakje. Er zitten nu veel mensen te eten, veel hete soep, grote satés, stukken kip, kleine vogeltjes, platgeslagen en op een stokje geregen en verder een hoop ondefinieerbaar spul. We wandelen wat rond en verbazen ons over de troep die men (ver)koopt.Meisje We lopen langzaam richting Tianfu Square waar een groot beeld van Mao staat. In de provincie wordt die nog steeds vereerd (maar daar loopt men met alles jaren en jaren achter). Onderweg zien we dat alle brommers en ook veel fietsen elektrisch zijn. Wat een rust op straat en geen stinkende uitlaten. Wij weten ook wel een paar plaatsen waar dit een uitkomst zou zijn... Regelmatig zien we ze aan de stekker liggen.
Er zijn stoplichten voor fietsers waarvan de wielen van de fiets gaan draaien als het groen wordt. Grappig. Als het voetgangerslicht op groen springt, mag je oversteken. Niet dat het dan veilig is, want er komen altijd wel ergens auto's en brommers vandaan. Je moet gewoon 'doorduwen' en voor de auto's gaan lopen en blijven lopen, anders kom je nergens. De auto's en brommers duwen ook door, maar ze rijden geen voetgangers overhoop (dat geloven we tenminste).
We zien veel 'blote-billen-broekjes' bij de hele kleintjes. Scheelt een hoop luiers. Ze dragen wel allemaal een mutsje.
We lopen door naar de Wenshu-tempel, entree 5 yuan. Het is er niet druk. We zien vijf paviljoens en veel beelden, veel wierook en biddende mensen. En er is natuurlijk een theetuin. Wat is een Chinees zonder thee?
Via het People's Park wandelen we terug naar het hotel. We zijn moe en lopen er snel door heen. We komen wel een keer terug.
Na een kleine rustpauze op de hotelkamer gaan we naar een nabij gelegen café. Deze is nog niet open, maar bij de buren mogen we naar binnen. We zijn de enige. De Chinezen kennen het borrelen niet, zoals bij ons. Zij drinken alleen bij het eten of 's avonds. Ook hier kun je niet terecht met Engels. 'Pijiu' begrijpen ze wel, maar ze hebben meerdere soorten en Martijn loopt naar de keuken om wat uit te zoeken. We gaan voor de tsingtao en krijgen er ook hier hele kleine glaasjes bij. Een goeie slok en het glas is leeg. We krijgen er nootjes bij en, hoe kan het anders, hele hete zoutjes.
We gaan eten bij de Tibetaan. Om 19:30 uur zijn we de laatsten die binnenkomen. Het is er bijna vol en wij krijgen het laatste tafeltje. Het is dat we dit adres (tegenover de Wuhou-tempel) ergens vandaan hebben, anders loop je hier niet zomaar binnen. Beneden is alleen een trap die naar de tweede verdieping leidt, waar we verwelkomd worden met 'tashidele'. Waren we net gewend aan het 'nihao’.... Ze hebben een plaatjesmenu gelukkig, want ze verstaan geen woord Engels. Het bier halen we zelf maar uit de koelkast, want zelfs 'pijiu' begrijpen ze niet. Om 20:30 uur zijn we de enige die er nog zitten.

Zaterdag 27 maartChengdu - Luodai en Longquan Fruit Hill

We gaan een dagje 'uit' naar Luodai en de fruitbomen in de heuvels. Tina en de chauffeur halen ons op en we rijden oostwaarts. We blijven ons verbazen over het verkeer. Iedereen slingert over de weg, haalt links en rechts in, voegt in in piepkleine gaatjes, niks richtingaanwijzer gebruiken. Links voorsorteren en rechtsaf slaan, tegen het verkeer in rijden, door rood, over doorgetrokken strepen. Het maakt ze allemaal niet uit. Met drie auto op twee rijbanen? Waarom niet. Het past toch? Iemand doorgang verlenen die daar geen recht op heeft, komt niet in hun hoofd op.
Hakka-huizen in Luodai Eerst gaan we naar Luodai, een oude Hakka-plaats, waar oude huizen staan. Die vind je echter bijna niet terug tussen de drommen mensen. Het is zaterdag en drukker dan anders. Voor de mensen uit Chengdu is het een prettig uitje, dat zeer regelmatig gemaakt wordt. Overal staan winkeltjes en eettentjes, afgewisseld met schiettenten en spookhuizen. Men koopt en verkoopt de grootst mogelijke troep. Vooral speelgoed dat beweegt is populair. Men is erg dol op verkleedpartijen en gaat met die kleren op de foto. We hadden gedacht de huizen te bekijken, maar dat kan niet. Wat zijn die Chinezen toch dol op de hele drukke kermisachtige poppenkast.
We rijden verder naar de Longquan Fruit Hill waar de perzik- en abrikozenbomen in bloei staan. We zijn mooi een week te laat, want veel bomen zijn al uitgebloeid. Sommige zijn versierd met nepbloesem om de schijn nog even op te houden en het seizoen wat langer te maken. Auto´s worden naar de kant gewuifd om de mensen naar hun boomgaard te lokken. Auto´s worden helemaal ingeparkeerd. Het is heerlijk zonnig vandaag, ruim 20º, geen wind. Tussen de bomen staan tafels met parasols die druk bezet zijn. Er wordt volop gekaart, gemahjongd, gebreid en thee gedronken. LongquanWij drinken ook thee en kopen er wat nootjes bij. In de verte horen we regelmatig vuurwerk afsteken. Op het platteland mag dat nog - in de steden is het verboden. We zitten daar heerlijk met uitzicht op de vallei. We wandelen een stukje en zien enkele restjes bloesem hangen.
We eten in de stad, omdat het hier veel te duur is. Hier moet het goedkoopste gerecht 70 yuan p.p. kosten. In de stad eten we voor 11 yuan met z´n drieën.
Terug in Chengdu gaan we naar het People´s Park, niet zover van het hotel verwijderd. Heerlijk zo met een graad of 23. Er is een groot kinderdeel met een complete kermis. De kinderen kunnen zich uitleven in kliederen op stukken papier of beeldjes verven, muziek maken, of in de mallemolen of botsautootjes. De ouderen vermaken zich met kletsen, kletsen, dansen, vliegeren, kletsen, muziek spelen en daarbij afgrijselijk zingen, bootje varen (altijd erg populair), vissen voeren met een zuigfles met speen en ons op de foto zetten.
Het is tijd voor een biertje, maar ja, geen café voorhanden. We besluiten om naar dezelfde Tibetaan van gisteren te gaan. Het is er nu nog rustig (18:00 uur) en met enige moeite krijgen we uitgelegd, dat we eerst wat bier willen drinken en pas later eten. Dat mag, maar dan wel met thee erbij... Vooruit dan maar. De thee komt in een enorm groot glas, gelukkig geen jakthee, en bij het bier krijgen we hele kleine glaasjes. Had dat niet andersom gemoeten? We drinken vandaag Lhasa-bier en dat smaakt beter dan alle andere bieren die we tot nu toe gehad hebben. We bestellen verschillende schotels en eten weer overheerlijk. Ondertussen loopt het helemaal vol en de bediening loopt zich uit de naad. Ze zijn wel zeer goed georganiseerd. We kijken nieuwsgierig wat andere gasten eten en die vinden dat erg grappig. Ook hier zijn we de enige westerlingen. Als we terug lopen naar het hotel, zien we veel goed geklede jongelui die waarschijnlijk uit gaan. De ouderen flaneren langs de rivier. De restaurants onderweg zijn vrij vol.
Bij het hotel drinken we een duurdere versie van het tsingtao-bier, maar we proeven geen verschil met het goedkopere. Het scheelt wel de helft van de prijs.


Zondag 28 maartNaar Guiyang (Guizhou)

RouteGuizhou

´s Morgens wandelen we door het park bij de Groene Ram Tempel. Hetzelfde tafereel als in People´s Park.
Om 12:00 uur worden we opgehaald en naar het vliegveld gebracht voor de vlucht naar Guiyang in de provincie Guizhou. Hier in China heb je zelfs geen e-ticket meer nodig; je hoeft alleen maar je paspoort te laten zien. Het wordt steeds makkelijker. Het vliegtuig zit vol en er zit zowaar nog een Westers stel in. Het is een uur vliegen en dat gaat ongeveer op tijd. We worden verwacht en met een taxi gaan we naar het Tongla Hotel in de stad, dicht bij het treinstation. Shirley, onze reisleidster, vertelt ons het een en ander en geeft ons een plattegrond, een flesje water en een ontbijtbon voor morgenochtend.
We lopen de stad in tot aan de rivier, maar dat is niet veel. Veel straatverkopers, kleine winkels, veel verkeer. We kopen een fles water en wat nootjes als noodrantsoen. Het weer valt ons hier mee. De zon schijnt en het is gewoon lekker.
´s Avonds eten we met Shirley, gids Jason, Ronald en Coby (die ook eerder als de groep gearriveerd zijn) in een nabijgelegen restaurantje. Heerlijk met allerlei verschillende gerechten in het midden van de tafel. Gezellig. Daarna slenteren we wat rond over de avondmarkt. Bij terugkomst op de hotelkamer vinden we een briefje van Shirley, dat we de telefoon er uit moeten trekken, omdat je anders telefonische aanbiedingen voor massages krijgt.

Maandag 29 maartNaar Shuicheng via Anshun

Na het ontbijt eten we (zoete) taart, omdat Paul gisteren jarig was.
Daarna gaan we op weg naar Shuicheng. Het is bewolkt, maar redelijk van temperatuur. We rijden over een goede snelweg, waar we verschillende mensen de vangrail af zien stoffen. Over zinloos werk gesproken.... Het is een mooie weg, met karstgebergte en bloeiende bomen.
Hanmannen in Tianlong, Guizhou In Tianlong (Shenfung Tunpu) stoppen om het dorp te bekijken. Het is een oud stenen dorp waar de oudere mensen in klederdracht lopen. De jongere lopen in moderne kleding en trekken naar de stad. De mannen zitten te roken uit stenen pijpjes. De vrouwen dragen zwarte hoofdbanden als ze de oudste vrouw in hun familie zijn; anders dragen ze witte. Het haar is kunstig bijeengebonden met wat spelden. We wandelen uitgebreid het dorp door en iedereen laat zich gewillig fotograferen. Vooral de oudere mannen en vrouwen zien er mooi uit met hun gerimpelde gezichten en de mannen met hun sikjes van een paar haren en vaak een pijpje. De kinderen zijn altijd leuk. We hebben het idee dat er wel veel toeristen komen, maar voornamelijk Chinezen. Wij worden uitgebreid aangestaard. Er wordt een kleine dans opgevoerd met mensen met maskers. Ondertussen is de zon gaan schijnen en is het, zeker voor deze streek, heerlijk weer.
We lunchen in Anshun met allerlei verschillende gerechten. Heerlijk. Dat is het grote voordeel als je met meerdere bent; dan kun je meer gerechten bestellen. Het is de gewoonte om zoveel gerechten te bestellen als het aantal personen plus één.
We bezoeken een kleine batikfabriek, waar de vrouwen delen van kleden met de hand in de was zetten. Ze hebben mooie doeken hangen.
We rijden door naar Shuicheng, over een goede maar zeer bochtige weg. Prachtig gezicht op het karstgebergte met daarvoor terrassen waar van alles op wordt verbouwd. We passeren allerlei plaatsen met onuitspreekbare namen. Soms dalen we 500 meter af en later wordt het wat heiig.
In Shuicheng hebben we een goed hotel. Wel groot, maar mooie schone kamers. Bij onze sleutelkaart van het hotel zit een mapje, waarop bovenaan vermeld staat 'for your information' en de rest is in het Chinees. Hebben wij daar wat aan?
We gaan eerst naar de supermarkt om de lunch voor morgen te kopen. We zijn dan op een festival waar waarschijnlijk niet veel te koop is. Onderweg worden we van alle kanten aangestaard en vooral Martijn is met z'n 1.96 meter een bezienswaardigheid. Verschillende mensen wijzen en roepen anderen om te komen kijken. Ze zijn hier heel duidelijk geen Westerse toeristen gewend. Heel erg grappig. Daarna gaan we met een aantal ergens eten. Jason weet een of ander achteraf restaurantje, waar we net met z'n allen in een kamer kunnen. Het bier wordt meteen koud gezet en Shirley en Jason bestellen verschillende gerechtjes. Heerlijk. Vaak weten we niet eens wat we precies eten, maar dat maakt niet uit. Er blijft een fles bier over, die al wel betaald is en die nemen wij mee en drinken die op op onze hotelkamer.

Dinsdag 30 maartShuicheng - Tiao Hua Festival

Vandaag gaan we naar het Tiao Hua Festival, 50 kilometer verder. We rijden daar twee uur over. Het spettert een beetje. Komt de regel die ze hier hebben toch uit: nooit drie dagen zon achter elkaar. Het blijft gelukkig bij een beetje regen, pas als we terug komen bij hotel regent het wat harder. Big Flower Miao, GuizhouDe rest van de dag is prima weer. De weg voert door de bergen, we draaien, stijgen en dalen alleen maar. Het laatste stuk moeten we een smalle weg in, waar net twee auto's elkaar kunnen passeren. Maar iedereen gaat dezelfde kant op, dus het gaat vlot.
Het festival is ergens in het veld, niet in een dorpje. In het midden staat een podium, een soort dansvloer, de rest is zandgrond. Beneden staan veel eettentjes, het veld loopt geleidelijk de berg op, zodat iedereen goed zicht heeft op het podium. Beneden is een soort kermis met spelletjes als ballen gooien, ballonnen schieten, ringen gooien. De eetstalletjes worden druk bezocht. Ze verkopen van alles, noedels, soep, koeken, fruit, suikerriet. Ook de sterke drank ontbreekt niet, die uit grote jerrycans verkocht wordt. Alles wat niet Han-Chinees is, wordt minderheid genoemd. Hier zijn vooral Witte Miao en Miao met rode haardossen. Ze zijn erg kleurrijk. Aan de kleding kun je zien bij welke stam ze horen. Rokken worden over broeken gedragen met daarop geborduurde jasjes. Ze dragen weinig sieraden. De vrouwen dragen hun haar in een gedraaid knotje op het hoofd. Vaak is het haar met nephaar vermengd. Sommige vrouwen dragen enorme tulbanden. De rode hebben grote rode gedraaide tulbanden op hun hoofden. Dat rood knalt er uit. De mannen hebben soms een sikje en vaak een pijp. Allerlei soorten, van hele grote tot hele kleine. We kunnen iedereen makkelijk fotograferen, omdat de Chinezen dat zelf ook doen. Er zijn maar weinig Westerse toeristen (nog één andere bus) en die hebben alle bekijks en worden voortdurend aangestaard. Vooral Martijn krijgt veel aandacht. We worden zowat net zo vaak gefotografeerd als de Miao's. Vooral door de vrouwen en jonge meisjes wordt heel wat afgegiebeld. De kleine kindjes zijn zo schattig. Prachtig uitgedost met een kostuum, kunnen ze amper lopen, maar wel eten met stokjes. Een kleintje in een draagzak krijgt bier te drinken. We kijken even goed of er echt bier in de fles zit, maar daar lijkt het wel op. Het schuimt genoeg.
Op het podium zijn een paar optredens met mensen in verschillende kostuums. Zo zijn er mannen met grote veren op hun hoofd, vrouwen met zilveren hoofddeksels en discozangers.
De smalle terugweg geeft wat meer problemen. Om 15:30 uur is het zo'n beetje afgelopen voor vandaag (het festival duurt drie dagen), en er staan wat auto's en bussen zo geparkeerd dat onze bus er niet door kan. Dat zegt tenminste de politie, maar de chauffeur gaat kijken en volgens hem kan het wel. Hij krijgt gelijk al scheelt het niet veel.
We gaan vroeg eten, want dat doen ze hier. Om 20:00 uur zijn vaak de restaurants al dicht. We krijgen lekker veel verschillende schotels, weer allemaal andere dan we tot nu toe gegeten hebben, o.a. met garnalen en een grote vis. Kosten € 6 p.p. Een halve liter bier kost € 0,40; een halve liter cola € 0,50.

Woensdag 31 maartNaar Liuzhi via Miao-dorpen

Trouwerij Small Flower Miao, GuizhouWe ontbijten in het hotel met een overheerlijk noedelsoepje. Zo lekker, dat we een tweede portie halen.
Vandaag nemen we binnendoor wegen naar Liuzhi en bezoeken onderweg een paar Miao-dorpjes. De dorpjes stellen niet zoveel voor en men gooit veel afval en troep gewoon op de (zand)wegen. We rijden nog steeds door karstgebergte met terrassen en het zonnetje probeert er door te komen. Het uitzicht is heiig, net als de afgelopen dagen.
In het eerste dorp wonen Small Flower Miao en we vallen met onze neus in de boter: er is net een trouwerij bezig. De bruid is nog binnen, maar buiten staan prachtig aangeklede dames met grote trossen haar op hun hoofd. Schitterende kleren dragen ze. Ze vinden het heel grappig, dat wij daar toevallig zijn en beginnen als een gek foto's en video van ons te maken. Wij laten ons niet kennen natuurlijk en fotograferen hen. De bruid komt naar buiten en is herkenbaar aan een spiegel die ze draagt. Ze huilt, want vandaag neemt ze afscheid van haar familie en haar dorp en gaat ze bij de familie van de man wonen. Een hele stoet zet zich in beweging naar de trouwauto's boven aan de weg. Voorop de mannen, dan de bruid met haar vrouwelijke familie en vrienden, dan de rest van het dorp. Boven aan de weg staat de stoet auto's al klaar. De voorste is mooi versierd, de rest allemaal met een teken op de voorruit. De bruidsschat is al op een vrachtwagentje geladen en maakt deel uit van de stoet. Bij de auto staat de bruidegom de bruid op te wachten met bloemen en een roos. Veel vrouwen uit het dorp dragen een draagzak met daarin een kind. Sommige van die zakken zijn erg mooi.
We lunchen in Liuzhi met wederom veel verschillende schotels. We mogen wel uitkijken dat we geen kilo's aankomen.
We bezoeken een dorp met Four Seal Miao. Wat kinderen worden in hun kostuums gehesen, die wel erg mooi zijn. Wat oudere mannetjes, met pijp, kleine kindjes en oude vrouwen zijn altijd leuk. Ze proberen wel te communiceren, maar dat is hopeloos. Ondertussen is de zon gaan schijnen en is het meteen flink warm.
's Avonds gaan we hotpotten. We zijn, samen met Shirley, Jason en mr. Jang, de enige van de groep. De rest wil 'gewoon' eten, want ze kennen het niet. We zitten in een grote tent die helemaal vol is. We willen net beginnen als er een klant vreselijk agressief wordt. Hij slaat met een harde klap een bierfles kapot en wil iemand te lijf gaan. De glassplinters vliegen in de rondte. Het personeel springt er zomaar tussen en ook zijn maten proberen hem tegen te houden en uiteindelijk lukt het hen om hen naar buiten te krijgen voordat hij iets aanricht.
We krijgen een grote pan waar al een eend in zwemt en we bestellen er groente, momo's, aardappelen en paddenstoelen bij. Heerlijk. Lekker peuren met de stokjes in de pot. Lekker, erg lekker. Wij zijn goedkoper uit dan de anderen met het gewone eten: € 5 p.p. Het bier kost hier € 1,20. Personeel van restaurant, GuizhouDie prijs is telkens een verrassing, terwijl het eten elke keer ongeveer hetzelfde kost.Tegen het eind wordt het wat rustiger in de zaak en krijgt het personeel tijd om ons te fotograferen. Alle giebelende meisjes hebben een telefoontje met daarin een camera en maken allerlei foto's terwijl wij zitten te eten. Ook moeten wij samen met hen op de foto. Dan staat Martijn op en schrikken ze. Slechts één meisje durft met hem op de foto. Ze komt ongeveer tot z'n middel. Dan halen ze een stoel en moet Martijn zitten en gaan de meisjes er om heen staan. Ze zijn dan even groot. Een meisje klimt op de stoel en is dan even groot als Martijn. Er staan wel een stuk of tien meisjes te giebelen en te fotograferen.

Donderdag 1 aprilNaar Zhijin via Long Horn Miao-dorp en markt

Samen met Shirley gaan we noedelsoep eten in een nabij gelegen restaurantje. Het hotel heeft geen ontbijtvoorziening en de rest haalt brood bij een supermarkt. Een klein druk tentje waar we wel drie keer moeten wijzen op de miesoep voordat ze doorhebben dat wij die willen. Ze weten eigenlijk niet wat ze met ons aan moeten. Het kost wel 5 yuan per persoon. Lekker.
Dan gaan we op weg naar Zhijin via een Long Horn Miao-dorpje. Eenmaal in de bus vertelt Jason, dat het niet doorgaat, omdat de regering deze mensen verhuisd heeft in verband met de droogte. Ze zijn wel honderd kilometer verderop verplaatst. Het blijkt een 1-april-grap. Lachen.
De Long Horn Miao binden een houten kam in de vorm van een hoorn in hun haar. Dat omwikkelen ze met twee meter lange strengen wol en daarom heen wordt wit kant gebonden. Ze moeten elkaar helpen om het in orde te maken. Er zijn slechts twaalf dorpen waar deze stam woont; in totaal een man of 5000. Long Horn Miao, GuizhouEen paar jonge vrouwen laten ons zien hoe dat in z'n werk gaat en poseren dan voor ons. We maken een wandeling door het dorpje dat er leuk uit ziet en we komen verschillende vrouwen tegen met de grote haardossen op hun hoofd. Ook een klein kindje draagt het. We kopen een hoedje voor 100 yuan voor onze verzameling. Het dorp ligt in mooie natuur, veel groen en er komen steeds meer bomen. Twee vrouwen gaan bij een man achterop de brommer naar de markt in een naburige plaats, waar wij ook naar toe gaan. Een drukke markt en dwars daar door heen loopt de hoofdweg die druk is met grote vrachtauto’s die luid waarschuwend toeteren. Die moeten daar wel door heen, want er is geen andere weg. Een mooie markt met veel groente en fruit. Mooie mannen met nog mooiere pijpen, sommige een halve meter lang. We zien alle delen van een rund, een dode hond, eetstalletjes, sterke drank en huishoudelijke spullen. We worden van alle kanten aangestaard en nagewezen. Kleine jochies lopen met ons op. We kopen een mooie draagzak voor slechts 100 yuan. Het is hier gewoon een gebruiksvoorwerp en geen toeristische verkoopspul. Er komen hier nooit toeristen.
Het is een beetje fris en het mottert af en toe.
De weg naar de druipsteengrotten bij Zhijin is afgesloten wegens werkzaamheden en daarom rijden we meteen naar het hotel in Zhijin, waar we tegen vieren aan zullen komen. De weg is echter veel slechter dan verwacht en de aankomsttijd wordt verschoven naar half zes/zes uur.  We rijden de bergen in en na een uur kunnen we niet verder. Even verder heeft gisteren een landverschuiving plaatsgevonden en de hele weg is geblokkeerd. We kunnen er niet door. Waarschijnlijk weten ze dat in het dorp beneden nog niet, want de lokale bus staat ook boven. Wij rijden terug naar het dorp, waar we een andere, langere, slechtere weg kunnen nemen naar Zhijin. Het hotel wordt gebeld en men verzekert ons dat als we tegen achten aankomen, er genoeg restaurantjes open zullen zijn. Er wordt geprobeerd een andere overnachtingplaats te vinden, maar men weet hier niet eens wat een toerist is, laat staan dat er een hotel met bedden of iets dergelijks is. We zullen echt naar Zhijin moeten.
Eenmaal terug in het dorp staat het verkeer in de hoofdstraat vast. Iedereen moet daar door heen; een andere weg is er niet. Even verderop staat een vrachtwagen met een lekke band en twee andere wagens staan tegenover elkaar, zodat de hele weg geblokkeerd is. Men heeft er hier een handje van, om bij een stilstaande file de rij gewoon op de linkerweghelft voorbij te rijden, met het idee dat zij er wel langs kunnen. Dat kan vaak niet en dan loopt alles vast. Wij zullen het regelmatig meemaken. Wij denken dan nog, dat dat snel is opgelost, maar de Chinezen weigeren achteruit te gaan of voor elkaar opzij te gaan. We besluiten om dan maar alvast in het volgende dorp te gaan eten, zodat we tenminste een warme maaltijd hebben. Ondertussen is de hele plaats uitgelopen om naar ons te komen kijken. Er komen steeds meer mensen en vooral kinderen. Niemand spreekt Engels. De kinderen zijn eerst verlegen, maar worden al snel brutaler en schreeuwen tegen elkaar op. Een behoorlijke herrie. Het duurt echter, en het duurt. We staan helemaal stil. We gaan toch maar hier op zoek naar wat te eten. Het is ondertussen 19:00 uur. We vinden een stelletje met verse noedels en eten noedelsoep. De kinderen zijn ons gevolgd tot in het restaurant. We proberen ze buiten te houden, maar dat valt niet mee. Ze hebben allemaal ergens papier vandaan gehaald en willen allemaal een handtekening. Wij willen ze echter niet in het restaurant, want dan wordt het een complete chaos. Ze staan buiten (de voorkant is helemaal open) te schreeuwen en proberen telkens een meter dichterbij te komen. Het zijn echte handtekeningenjagers.
Wij gaan terug naar de bus en zowaar, het tegemoetkomende verkeer rijdt. Als die allemaal gepasseerd zijn, kunnen wij. We hebben twee uur stil gestaan, maar eindelijk zijn we dan weer op weg. Het is ondertussen 20:00 uur. De eerste vijfentwintig kilometer moeten we over een slechte weg en dan nog een stuk asfalt, waarvan niemand de staat kent. Geschatte aankomsttijd 23:00 uur, als het niet tegen zit. Over dat slechte stuk doen we bijna twee uur. Het asfalt is verder goed, maar na een uur staat het opnieuw stil. En ook hier denken een paar kleinere vrachtauto's, dat zij er wel langs kunnen, waardoor alles nog vaster komt te staan. Niemand zal een stukje achteruit rijden. Na een minuut of dertig komt er toch schot in en komt er verkeer van de andere kant. Als laatste komt een politiewagen met zwaailicht. Ze draaien om en wijzen dat wij achter ze aan moeten rijden, langs de lange rij wachtende vrachtwagens. Het blijkt dat er verderop een weegbrug is voor het vrachtverkeer en wij hoeven daar niet op. De politie blijft met zwaailicht een heel stuk voor ons uitrijden, en dan kan wel ineens iedereen aan de kant of achteruit. In een gehucht gaat de politiewagen een andere kant op en wij halen de laatste langzame vrachtwagens in. Kunnen we eindelijk doorrijden. Op datzelfde moment komt echter dichte mist opzetten, zodat het nog langzaam gaat. Tegen 23:45 uur komen we eindelijk in Zhijin aan, maar de chauffeur vindt het hotel niet. Hij zoekt niet lang en belt het hotel. Iemand komt naar ons toe en wijst de weg, die inderdaad niet zo eenvoudig is. Net voor middernacht zijn we in het hotel.


Vrijdag 2 aprilNaar Longchang - Tiao Hua Festival

We ontbijten weer met noedelsoep en gaan op zoek naar een supermarkt. Daar is echter niet zoveel vers spul, zodat we bij de bakker een paar broodjes kopen. Broodjes die er gewoon uit zien, zijn altijd gevuld met iets. Wát, dat is altijd een verrassing.
Omdat we gisteren zo laat waren, vertrekken we vandaag pas om 10:00 uur naar Longchang. Het is wat regenachtig en fris. We zien hier veel vrachtwagens met kolen, die uit een van de vele mijnen gehaald worden die we onderweg gezien hebben.
We rijden naar Longchang en zien onderweg de laatste sporen van de koolzaadvelden, die zowat uitgebloeid zijn. In Longchang rijden we naar het enige guesthouse in de wijde omgeving. Ze hebben er alleen vierpersoonskamers, geen douches en geen stromend water. Wel vier wc's, twee aan twee in dezelfde ruimte en bij de vrouwen is geen deur. Als we uitstappen, loopt het hele dorp uit. Iedereen laat zijn werk in de steek en gaat naar ons staan staren. Ze zijn erg nieuwsgierig en geef ze eens ongelijk. Nu gebeurt er tenminste wat waar ze weken over kunnen praten. Veel mensen dragen extra onderarmmouwtjes over hun kleren.
Small Flower Miao, GuizhouSmall Flower Miao, GuizhouTegen enen gaan we naar Tiao Hua festival, vijf kilometer hier vandaan. In het dorp gaat het alweer mis. Er staat een brommerwagentje geparkeerd en een andere wagen staat er naast spullen uit te laden. Nee, hij is nog niet klaar met uitladen en de chauffeur van het andere wagentje is nergens te bekennen. Nee, aan dat wagentje mag je niet komen. Iemand zet hem echter in z'n vrij en een paar man van ons duwen het aan de kant.
De chauffeur weet niet precies de weg; het is de eerste keer dat zijn organisatie hier komt. Als hij de weg vraagt, wijst men alle kanten op. We doen bijna een uur over die vijf kilometer.
Het festival is een stuk kleiner dan het vorige en er zijn nog minder toeristen. Er lopen vooral mooie vrouwen van de Small Flower Miao, de Zwarte Miao deze keer. Ze dragen erg mooie kleding met wijd gesteven geplooide rokken en mooie jakjes er boven. De randen zijn afgezet met kant, kralen of munten. De oudere vrouwen een grote zwarte band in het haar als een soort haardos. Sommige oude vrouwen hebben een band van haar of wol; anderen zijn van stof. De jonge vrouwen dragen om hun haarknotjes mooie kettingen. Veel hele kleine meisjes zijn dotjes. Verschillende dragen een hoedje met kraaltjes er aan. Zo schattig. We zien veel mooie draagzakken die regelmatig door mannen gedragen worden. We zien een paar verkleedpartijen met mooie zilveren hoofdtooien. Er worden hier spelletjes gedaan, gegeten, gegokt door de mannen, gedanst door mannen die regelmatig een slok uit de fles nemen. Als het festival vordert, wordt er steeds meer gedronken. Ook door de vrouwen, die allemaal een plastic flesje bij zich hebben. Er worden veel pitten gegeten en suikerriet gekauwd. Er worden een paar dansoptredens verzorgd; eentje met vrouwen in klederdracht; de anderen in een soort trainingspak.
Het is gelukkig de hele middag droog gebleven. Pas als we de bus weer in stappen, begint het wat te miezeren.
Weer terug In Longchang wandelen we het dorpje nogmaals rond, net als vanmiddag. Er zijn slechts een paar kleine groentekraampjes en een paar gewone winkeltjes. Niet echt boeiend. We gaan maar wat lezen op de kamer; het weer nodigt niet uit voor een wandeling. Tegen zessen gaan we in de 'eetstraat' kijken, waar buiten (in de miezelregen) allemaal tafeltjes staan die allemaal bezet zijn. Er staan een heleboel mensen te wachten. Elke tafel krijgt hetzelfde te eten, wat in een razend tempo op grote tableaus wordt aangesleept. Men eet snel en vertrekt daarna meteen. Natafelen kennen ze niet in China. We zijn omringd door kinderen die een gesprek proberen aan te knopen. Maar wij kennen slechts vier woorden Chinees, dus dat schiet niet op, want een enkeling kent maar één woord Engels (hello).
Shirley brengt wat kaarsen die we aansteken, omdat zij denkt dat het daardoor wat warmer zal worden. Want dat is het niet echt. Er liggen hele dikke dekens op het bed, dus we zijn benieuwd vannacht. Men brengt ons een thermoskan heet water en we maken koffie en thee.
Het eten is vooraf bij een restaurant besteld. De mensen zijn erg trots, dat wij hen uitgekozen hebben. Ze hebben hun best gedaan en zelfs ergens genoeg tafels tevoorschijn gehaald (die er 's middags niet waren). Het bier en de cola worden aangesleept en de vele schotels worden op tafel gezet. Er is speciaal iemand voor het opscheppen van de rijst. Maar wij willen niet zoveel rijst, de rest is veel lekkerder. Telkens moeten we ´nee´ zeggen als ze langs komt. Als iemand even een flesje bier van de grond pakt, wordt er snel een schepje in haar bakje gegooid. Om ons heen staan een stuk of vijftien mensen naar ons te kijken en ons te fotograferen. We laten onze foto´s van Nederland zien, maar het zegt ze niet zoveel. Ze spreken te weinig Engels om alles uit te leggen. Zelf komen ze even later ook met foto´s aan: uit het leger, van vrouw en kind. Een foto van het kind hebben ze dubbel en die krijgen wij.
Het is ´s nachts frisjes, maar door de dikke dekens blijven we lekker warm.

Zaterdag 3 aprilNaar Guiyang via Buyi stenen dorp

De (oude) mevrouw van het guesthouse heeft een hele ketel water warm gemaakt, waar we allemaal een klein teiltje van krijgen, zodat we ons kunnen wassen. Tegenover het hotel worden varkens gebracht. Ze zijn al dood, maar verder nog helemaal heel. Ze worden in stukken gehakt en de damp komt er van af. Verser kun je ze niet krijgen. Het zijn mooie grote varkens met een dikke speklaag.
Daarna gaan we op zoek naar een ontbijtrestaurant met noedelsoep, maar er is helemaal niets open. Dan maar wat broodjes van de bakker, die erg zwaar zijn en helemaal gevuld met het een of ander. Ze smaken goed. Het is wel uitkijken in de straatjes, want die zijn behoorlijk modderig. Het miezert wat, maar echt nat word je er niet van.
We gaan vandaag terug naar Guiyang via een stenen dorpje. Na twee uur rijden houden we (alweer) een plaspauze. Vaak zijn dit ´natuurstops´, omdat dat een stuk schoner is dan de wc´s hier (mannen aan de ene kant van de bus, de vrouwen aan de andere kant). Bij deze stop staan een paar huizen en een eettentje. Shirley regelt een thermoskan heet water en met haar vooruitziende blik had ze al een paar dagen geleden bekers en koffie gekocht. Iemand heeft een rol koekjes, een ander zoetjes, wij wat suiker. Met stokjes wordt alles gemengd en zo is het feest compleet.
We passeren een stuwmeer waarvan het water erg laag staat. Het blijkt dat dit jaar het droogste is van de afgelopen honderd jaar. We maken fotostops bij prachtige terrassen. Ze zijn erg mooi ondanks het heiige weer.
In Zhenshan (oftewel Shitou Zhai) stoppen we. Af en toe begrijpen we niets van de plaatsnamen. Ze hebben soms heel verschillende namen. Dat geldt trouwens ook voor der verschillende minderheden. Vaak hebben ze een gezamenlijke naam als bijvoorbeeld de Small Flower Miao. Daaronder zijn diverse subgroepen als de Black Miao, Short Horn Miao, maar die zijn niet allemaal even duidelijk van elkaar te onderscheiden. Eigenlijk is dat niet gek, want de namen zijn toegekend door de Han-Chinezen en zelf gebruiken ze die amper.
We lunchen in het dorp met wel tien verschillende schotels en een grote pot soep. Het kan niet op. Het kost slechts 30 yuan p.p. Daarna wandelen we dit Buyi-dorp door, dat deels is gebouwd in de oude stijl. De huizen zijn opgebouwd uit leisteen en de paadjes zijn geplaveid met grote stenen. Het is leuk om door het dorpje te dwalen. Ook hier willen de kinderen met ons op de foto en ze spreken zowaar wat zinnetjes Engels.
In Guiyang zitten we in hetzelfde hotel als eerst, maar nu hebben we een iets kleinere kamer, maar die is wel luxer. Het raam kan open en het getoeter van buiten dringt hard door. We kijken uit op het station en de (drukke) weg ligt wat verder bij ons vandaan. We zien veel mensen voor de bus wachten: niet op de Chinese manier (met z’n allen dringend om maar als eerste de bus in te kunnen), maar op de Engelse. Verbazingwekkend. We lopen even een rondje om het hotel, zodat we door een straat komen vol met restaurantjes, winkeltjes die allemaal hetzelfde verkopen en kopen een paar flessen bier voor € 0,25 voor 0,518 liter.
We dineren in de snackstraat achter het hotel. Niet op straat maar in een klein restaurantje. We bestellen zes verschillende gerechten met o.a. sweet-and-sour-pork. Weer eens wat anders. Het kost slechts 15 yuan p.p.

Zondag 4 aprilNaar Kaili

We rijden in drie uur over de snelweg naar Kaili en komen in zuidwest Guizhou waar men meer toeristen gewend is. Hoewel dat in Kaili niet blijkt.
We bekijken eerst het museum waar allerlei verschillende klederdrachten en zilverwerk van de minderheden tentoongesteld is.
Kaartende mannen, Guizhou's Middags gaan we naar de markt. De meeste mensen lopen in gewone kleding, maar veel vrouwen dragen veel vreemde spelden en bloemen in het haar. We zien veel doekjes om mutsen heen gebonden, allemaal voor voren dichtgeknoopt. Een paar vrouwen dragen mooie jakjes en wat zilveren kammen in het haar. Oudere vrouwen dragen soms grote zilveren oorschijfjes. Erg mooi. Bij de toren is een groot plein waar veel mannen verzameld zijn. Ze zitten met elkaar te kletsen, roken een pijpje, kaarten (fanatiek) of dammen. Verschillende hebben mooie witte sikjes of dikke brillen. Wij hebben weer veel bekijks. Kaili is een aangename stad, is schoon en ziet er een stuk welvarender uit dan Guiyang.
We zien een vrouw met verschillende zilveren spelden in het haar en als wij een foto van haar nemen, spreekt ze ons aan in het Engels. Goed Engels zelfs. Ze zegt, dat als wij in klederdracht geïnteresseerd zijn, we met haar mee moeten gaan. In een hotel zijn veel meer hoedjes met spelden, zegt ze. De hele groep gaat mee en ze heeft gelijk. Er is een grote zaal afgehuurd, in het midden staan grote tafels met eten en daarom heen veel prachtig uitgedoste vrouwen. De mannen hebben het hotel al dronken verlaten. Het blijkt dat iemand een huis heeft gebouwd, en dat hier met familie en vrienden viert. De vrouwen tuigen zich verder op met prachtige jakjes, waar ze heel zuinig op zijn en die uit vloeipapier worden gehaald. Feest ter ere van een nieuw huis, GuizhouZe zijn zwaar en erg stijf en schitterend geborduurd. Om hun nek dragen ze grote zware zilveren kettingen en mooie armbanden om hun polsen. Dan komen de hoofdtooien te voorschijn. Zilver filigrein werk die van alles uitbeelden. Het zijn grote gevallen, maar wel licht. Daarna wordt er gedanst. Langzaam natuurlijk, want met de zware jakjes en die zilveren hoofdgevallen kan dat niet anders. Geweldig!
's Avonds eten we in een sjiek restaurant met plaatselijke gerechten, waaronder zoetzure vis. Die blijkt in een grote hotpot te zitten, waar ook allerlei groenten en aardappelen in gaan. Er staan allerlei vreemde gerechtjes naast. De een wat lekkerder dan de ander. Wij genieten, maar de meeste van de groep niet. Mister Yang, onze chauffeur, wil graag de kop van de vis hebben en peuzelt die helemaal op.

Maandag 5 aprilKaili - markt en omgeving

We lopen naar een plein waar altijd veel taichi wordt beoefend. Maar niet nu, want het is vandaag een soort voorouderverering en dan gaan veel mensen naar het graf van hun voorouders en leggen daar bloemen en speciale blaadjes. In het park zitten wel verschillende mannetjes die hun vogeltjes uitlaten. Wat een hobby! Hier zijn ze dus nog wel, terwijl we ze in Chengdu niet meer zien.
We ontbijten overheerlijk met wontonsoep. De wontons worden gemaakt waar we bij zitten. Ook hier maar twee andere leden van de groep. De rest eet zoete broodjes.
Vandaag bezoeken we wat dorpjes op het platteland. Het is heerlijk weer en het zonnetje komt door.
Eerst gaan we naar de markt in Zhouxi waar veel vrouwen een heel speciale haardracht hebben. Het moet goed geolied worden om dat op die manier te laten zitten. We zien een paar vrouwen in klederdracht, heel anders dan we tot nu toe gezien hebben. Veel groente, (minderheden)kleding, vlees (hele varkens). De mensen lopen met ganzen en kippen aan hengsels en varkens zitten in rieten manden die aan een juk hangen. Met zo'n varken mag men de bus niet in.
We rijden door een prachtig landschap met veel terrassen naar Shiqiao. De terrassen zijn groen, geel wit of paars gekleurd door bloemen. Miao in Shiqiao, GuizhouIn Shiqiao wordt papier gemaakt. Het hele dorp verdient daarmee hun onderhoud. We laten ons het proces uitleggen en ze vertellen vol trots dat ze het steeds drukker krijgen met allerlei opdrachten (ook van de regering). Vanwege het festival vandaag trekken alle meisjes in dit dorp hun mooiste klederdrachten aan. Alleen de meisjes, want de jongens hebben geen speciaal kostuum. De meisjes dragen schitterende zilveren hoofddeksels, zilveren kettingen en zilveren borduursels op hun kleding. Met spiegeltjes maken ze zich op met oogschaduw, wit poeder en lippenstift. Daarna gaan ze allemaal naar school in die kleren. Verderop in de heuvels wordt regelmatig vuurwerk afgestoken bij de graven van de voorouders. In elke grafheuvel wordt een stok met witte lappen of wit papier gestoken.
In Qingman is de school daarom vandaag gesloten. Wel worden we opgewacht door zes dames in klederdracht en met rijstwijn. Long Skirt Miao in Qingman, GuizhouOpnieuw andere kleding en vooral heel andere hoofddeksels. Het zijn allemaal Miao-mensen, maar elke dorp is anders. Het dorp loopt een beetje de heuvel op en bovenaan hebben we mooi zicht op de traditionele daken met daarachter de bergen met terrassen.
Terug in Kaili kopen we een extra videokaart, want Martijn neemt erg veel op. Er is ook zoveel te zien. De kaart kost € 18 omgerekend voor 8 GB.
De mevrouw die ons gisteren naar het hotel had gebracht voor het dansfeest is 's avonds in het hotel. Tientallen mutsjes, nieuwe en oude, heeft ze bij zich en wat kleding en zilverwerk. Onze groep is een beetje koopziek en spendeert overal een hoop. Ook nu laten ze zich niet onbetuigd. Wij hebben twee bij elkaar passende mutsjes gevonden, een voor een jongen en een voor een meisje. Pas als de anderen hun inkopen hebben gedaan, gaan wij bieden. Zo heeft de mevrouw haar geld al binnen en kunnen wij het waarschijnlijk goedkoper krijgen. Ze vraagt voor die twee 350 yuan per stuk en wij kopen ze voor 300 yuan samen. Samen met de draagzak en het andere mutsje hebben we wel genoeg. Alleen als we wat heel moois tegenkomen, kopen we nog wat.
's Avonds eten we wat meer op de Europese manier, wat wil zeggen, dat het eten pas na een half uur op tafel komt. Wij vinden dat wel prettig en kunnen zo rustig ons biertje drinken. We tafelen na, wat de Chinezen nooit doen; die staan na de laatste hap altijd meteen op. Zij eten alleen om te eten, terwijl wij dat ook voor de gezelligheid doen.


Dinsdag 6 aprilNaar Xijiang

Buiten het hotel staat het personeel van het restaurant voor een peptalk of zoiets. Dat gebeurt ook bij veel winkel- en hotelpersoneel. Ze zingen liedjes en moeten rondjes lopen. Het drankpersoneel loopt met een dienblad in de ene hand en de andere hand op de rug.
Als we gaan ontbijten, staan de verkopers ons buiten bij de poort van het hotel weer op te wachten, maar we kopen niets meer. We eten dezelfde lekkere wontonsoep als gisteren.
Om 10:00 uur vertrekken we naar Xijiang. Vorige maand duurde dat nog zes uur, maar met de nieuwe weg zijn we er binnen een uur. Als we uitstappen regent het. In het dorpje mogen geen auto's rijden, wel zijn er elektrische karretjes voor de bagage. Het houten hotel is alleen lopend bereikbaar over een stuk vlakke weg en vervolgens zeventig traptreden. Het karretje is voor de bagage, maar voor we er iets in kunnen laden, zitten er al vijf mensen in die niet willen lopen. Dat lopen blijkt slechts een paar honderd meter te zijn. Men laat de bagage naar boven brengen, want dat kunnen ze zelf niet. We laten de lunch door het hotel verzorgen en we krijgen maar liefst tien verschillende gerechten. Smaakt, zoals altijd, prima. Daarna lopen we het dorp door. Xijiang is het grootste Miao-dorp en is een toeristische attractie voor Chinezen. Westerlingen zijn vrij onbekend.
We gaan het dorpje verkennen en gelukkig is het ondertussen droog. Wel frisjes. We komen al snel op het centrale plein aan de rivier waar een optreden gaande is. Het blijkt bijna afgelopen en we zien alleen de Korte-Rokken-Miao optreden. We wandelen aan de overkant van de rivier omhoog over smalle trappen die vlak langs de huizen lopen. Verdwalen kan haast niet en we komen inderdaad boven aan. Mooi uitzicht over het dorp met zijn traditionele daken. Os, GuizhouAlle nieuwe huizen die gebouwd worden, gaan in dezelfde stijl. Een echt oud houten huis is gemaakt zonder spijkers.
We wandelen terug over een smal pad dat door de velden loopt en zien de mensen het land bewerken. We zien twee traditionele Miao-vrouwen lopen en volgen ze. Ze gaan naar de toegangspoort van het dorp waar een grote groep Chinezen welkom wordt geheten. Vijf mannen blazen op de suona (een soort hobo) en een stuk of vijftien vrouwen in traditioneel kostuum bieden drank en geverfde eieren in een netje aan een koord aan. Wij krijgen die ook. Als we wat verder ronddwalen, geven we ze aan een vrouw met een klein kindje. Die zijn er erg blij mee en wij zijn blij dat we er vanaf zijn.
Er is een uitgebreider optreden, speciaal voor de groep Chinezen, die een Vipbehandeling krijgen. Er wordt gezongen en gedanst in verschillende klederdrachten. Men haalt alles uit de kast en eindigt met schitterende trouwkleding van zowel man als vrouw.
Zowel de lunch als het diner krijgen we aan hele lage tafels met super kleine krukjes. Elke dag is het eten een verrassing en elke dag is het anders. Wij smullen hiervan.
Ieder bed heeft een elektrische deken, een heel dik dekbed en een extra deken. Maar zo koud is het hier nu ook weer niet. Niet op dit moment. Wij hebben drie bedden in onze kamer en leggen die extra dekbedden en dekens onder onze lakens. Want de bedden zijn wel hard. Nou zijn ze overal hard in China, daar zijn we zo langzamerhand wel aan gewend, maar hier is het nog een graadje erger. Het is erg gehorig in zo'n totaal houten gebouw. Wij slapen beneden en het lijkt wel of er een kudde olifanten boven ons loopt.

Woensdag 7 aprilNaar Rongjiang via markt Taojiang

Iedereen is ondertussen min of meer verkouden, zit te snotteren of te hoesten.
Vandaag rijden we via een aantal dorpen naar Rongjiang. Eerst bezoeken we Taoyao, een dorp van de Big Flower Miao. Peixa, GuizhouWe worden boven aan de weg afgezet en dalen via een stenen pad af naar het dorpje. We zien mooie terrassen liggen. Lekker om even te lopen.
Meteen na Leshan, een vrij grote plaats, ligt Peixa, waar we zo’n drie kwartier rond wandelen en bij een meneer in huis kijken die bamboe blaasinstrumenten maakt. Verschillende families hier leven daar van. Ze maken ze van heel klein (zakformaat) tot wel acht meter. Die passen echter niet hier in huis.
In Datang bezoeken we de Korte-Rokken-Miao, die echter geen korte rokken meer dragen, maar lange broeken. We kunnen ze geen ongelijk geven met het weer hier. Ook deze dames zien er schitterend uit met zilveren hoofdtooien, oorbellen, en allerlei belletjes en andere rinkelende dingetjes aan hun kleding Het is een leuk dorpje, waar de voorraadhuizen op palen staan die op hun beurt op grote stenen staan die in het water liggen. Goed tegen het ongedierte.
In Taoyang is het markt waar veel vrouwen in klederdracht lopen. Geolied haar, GuizhouZe dragen soms prachtige draagmanden met kinderen met schitterende hoedjes met allerlei glimmende en rinkelende onderdelen. De haren van veel vrouwen zijn geolied en zeer kunstig opgemaakt. Aan de achterkant steekt er altijd een kam in en verschillende spelden, al dan niet van zilver. Vaak dragen ze (plastic) bloemen in het haar.
Wij lunchen met een zelf meegebracht bakje instantnoedels. In een restaurant krijgen we heet water en mogen het daar op eten. De rest van de groep leeft 's ochtends en vaak ook 's middags van cakejes, koekjes, (zoete) broodjes, chips, snoepjes. Hele zakken vol dragen ze aan.
Het landschap is na Kaili aan het veranderen. Het is veel meer bebost; hiervoor was meer landbouw.
In Rongjiang zitten we in het één na beste hotel van de stad. Geen vijf sterren of zo, maar wel prima. We hebben een verwarmde mahjongtafel op de kamer. Het beste hotel is niet betrouwbaar met reserveringen, vandaar dat we hier zitten. Rongjiang is niet veel; een wat stoffige stad met kleine winkeltjes. We geven onze roze eieren, die we gisterenavond (alweer) hebben gekregen, weg aan een paar kleine kinderen, die er blij mee lijken te zijn.
We gaan eten in dat dure hotel. Lekkere banken, heerlijk eten, duur bier (voor hier).
In onze badkamer zien we onze eerste (en enige, blijkt later) kakkerlak. In de badkamer zit in het midden een putje voor de waterafvoer. In de hoek is een nieuwe moderne douchecabine neergezet. De afvoer heeft men echter niet verlegd, zodat al het water van onder de douche naar het midden van de badkamer stroomt en zo nog alles nat wordt.

Donderdag 8 aprilNaar Liping - wandelen Dong-dorpen – Dimen

's Nachts horen we het regenen en donderen, maar 's morgens schijnt de zon en die zal de hele dag blijven. Het is meteen lekker warm. Daar zijn we wel aan toe.
Zoals elke dagen eten we, samen met Shirley, noedelsoep in een klein tentje. Voor 5 yuan heb je een prima ontbijt.
Vandaag rijden we naar Liping en komen we in Dong-gebied, een andere minderhedenstam. Veel vrouwen dragen indigoblauwe kleding, soms met een rode gloed, als de kleurstof is gemengd met bloed...
In Sanpao staat een nieuwe drumtoren. Zo'n toren waarschuwt in geval van nood het hele (houten) dorp. Dat kan voor brand zijn, overvallen of wilde dieren. Ook worden er dorpsraden gehouden.
Op de markt in Zhaima zit een enorme groep mensen (een paar honderd) op lage tafels en stoelen met lege eetbakjes voor zich. Veel zitten er op de wind-en-regen-brug, maar door het frisse windje verhuizen ze naar de gewone straat. Even later zien we enorme schalen rijst aan komen en verderop worden in hele grote wokken allerlei gerechten klaar gemaakt. Iedereen zit lekker te smullen. De kip komt later, want die zit nog in de pan: een grote pan met een stuk of tien hele kippen. Men is erg vriendelijk en we worden verschillende keren uitgenodigd om mee te eten. Men zou hier meer bekend zijn met toeristen, maar daar is helemaal niets van te merken. We worden van alle kanten aangestaard en soms uitgelachen. Kinderen lopen soms gillend weg. Veel vrouwen dragen hier een soort geborduurde schortjes en we zien veel kleding in indigoblauw. Een leuke plaats.
We sjouwen Dimen door, een plaatsje dat leeft van het papier maken. Ook hier een drumtoren en een wind-en-regen-brug. In het dorp zijn op dit tijdstip alleen kleine kinderen en oude mensen die op die kleintjes passen. Klokkentoren in Gaojin, GuizhouVerschillende oudere vrouwen dragen een korte-rokken-kostuum. Het is een mooi traditioneel dorp en we kijken een poosje rond. In Gaojin zien we weer een klokkentoren, maar het dorp ziet er verder hetzelfde uit als Dimen en we geloven het verder wel.
Tegen vijven komen we in Liping aan. We zetten onze spullen op de kamer en gaan naar de supermarkt om water te kopen. Hier hebben ze weer anderhalf liter flessen, tegenover halve liters de afgelopen dagen. Het voordeel van het niet zo warme weer, is dat we weinig water drinken en dat onze kleding niet bezweet raakt. Elk nadeel heb ze voordeel....
We kopen een biertje, want ook hier geen terrassen en dus drinken we er maar een op onze kamer.
We eten in een luxe hotel waar we één grote ronde tafel krijgen. Heel leuk, maar wel lastig om de ronde plaat door te draaien. Er is altijd wel iemand iets van een schaal aan het pikken met z'n stokjes. De rijstwijn vindt men hier lekker, maar wij houden het bij bier.

Vrijdag 9 aprilNaar Zhaoxing

We maken 's morgens een wandeling in Liping door een oude straat. Die ziet er heel leuk uit, veel mooier dan de rest van de stad, die vrij modern en stoffig is. We bezoeken het museum, dat een oud en een nieuw deel heeft. In het nieuwe staat voornamelijk propagandamateriaal.
Het is zonnig vandaag. We rijden in twee uur naar Zhaoxing. De bergen worden steeds minder hoog en er zijn dus minder terrassen. Een heel andere natuur.
Zhaoxing is het grootste Dong-dorp en hier zien we zowaar vier toeristen. Het is een mooi traditioneel dorp met allemaal houten huizen. Ook ons hotel is helemaal van hout, maar wat minder gehorig dan dat vorige houten. Er zijn kamers op de tweede en derde verdieping en wij reageren snel voor de derde. Horen we al die olifanten boven ons niet lopen.
We lopen wat rond over een smal paadje langs de rivier en gaan omhoog voor een mooi uitzicht over de plaats en zien de vijf trommeltorens liggen. Ze hebben hier zelfs internet, niet zo snel, maar het werkt en we sturen iedereen thuis een mailtje. Voor 4 yuan mogen we een uur internetten.
Daarna gaan we met een biertje op de bank voor het hotel zitten en kijken naar alles en iedereen die langs komt of gewoon ergens zit. We kopen een stenen pijpje voor € 3.
Het water dat in de wasbak van onze badkamer stroomt, komt er aan de onderkant net zo hard uit en stroomt zo in de (Chinese) wc. Het wc-papier hangt buiten de wc in de kamer en het lichtknopje van de kamer zit buiten op de gang.
We eten weer met z'n allen, omdat iedereen het lekker vindt om allerlei verschillende gerechten op tafel te hebben, waar je lekker van kunt pikken.

Zaterdag 10 aprilZhaoxing

Om 6:00 uur wordt het licht en het dagelijks leven begint. We worden wakker van kakelende kippen, kraaiende hanen, blaffende honden, vuurwerk, een startende auto, kloppende vrouwen en twee door merg en been krijsende varkens die vlak voor het hotel geslacht worden.
Het ontbijt bestaat uit pannenkoeken, gebakken eieren en koffie. Is eens wat anders.
De kloppende vrouwen kloppen met grote hamers op geverfde lappen die verschillende keren met indigo geverfd zijn en door het kloppen aan de achterkant een glans krijgen. Daar maken ze kleren van. Door het verven hebben veel vrouwen paarse vingers, want alles gebeurt hier nog met de hand. Overal hangen lappen te drogen. Van licht blauw tot zowat zwart.
De hele ochtend dwalen we door het dorpje en zien overal kleine bedrijfjes. Er wordt gezaagd, geslepen, geverfd, gehandwerkt, sandalen worden gehaakt, op het land gewerkt, of gewoon ergens een pijpje gerookt. Overal lopen kippen, honden en een enkele kat. Op de markt liggen de varkens die vanochtend zijn geslacht, naast de groente en het fruit. Een man is zijn eigen doodskist aan het maken. Dat gebeurt wel vaker, want het hout wordt steeds duurder en de mensen die het kunnen betalen, kopen of maken die nu zo vast, zodat ze later verzekerd zijn van een goede begrafenis. We kopen een batterij voor Lia's horloge, dat we speciaal hebben meegenomen. Thuis stond het al stil, maar het hele horloge heeft maar € 10 gekost en dan is thuis zo'n batterij te duur. Kun je beter een nieuw horloge kopen. Nu kost hij € 1 en met een nieuw bandje kan het horloge weer drie jaar mee.
Bij een van de bruggen over de rivier zien we allerlei vrouwen aankomen met grote manden en potten gevuld met rauwe rijst. Die worden in grote balen leeg gekieperd; soms wordt geld betaald en sigaretten gegeven. Alles wat iedereen brengt, wordt genoteerd. Sommige mannen steken vuurwerk af.
Rijstvelden bij Tang'an, Guizhou Een hels kabaal is dat, zo onder een brug. Het blijkt dat er iemand is overleden en vrienden en bekenden brengen dat dan voor de achtergebleven familie. Als je zelf een begrafenis in de familie hebt, krijg je dat terug, afhankelijk van hoeveel je nu gegeven hebt.
Langzaam arriveert iedereen van de groep bij het hotel. Allemaal met tasjes en zakjes. Ze kopen alles wat los en vast zit. Wij zijn de uitzondering op de regel. Het hele dorp kan maanden teren op wat ze allemaal hebben uitgegeven.'s Middags rijden we naar Tang'an, wat op 875 meter hoogte ligt en we lopen terug naar het hotel dwars door de rijstvelden, ongeveer 400 meter lager. Zelden zo'n mooie wandeling door de rijstterrassen gemaakt. Veel verschillende kleuren groen en rood. Het is droog en bewolkt. De wolken hangen over de hoogste toppen en komen snel dichterbij. We passeren het dorpje Jilun, niet meer dan een paar huizen. We lopen ongeveer twee uur. Terug in Zhaoxing gaan we met z'n allen naar een zaak waar ze souvenirs verkopen en wat andere dingen en waar zowaar plaats is om stoelen rond een tafel te schuiven en wat te drinken. Het is het eerste soort van terrasje wat we hier tegen komen in China.
Na het diner hebben we alle tijd en tafelen lekker lang na. Tot laat in de avond horen we kloppende vrouwen.


Zondag 11 aprilNaar Chengyang (Guangxi) via Diping

We rijden naar de grens met de provincie Guangxi. Daar ligt een brug over de rivier, waar de bus niet over heen mag. Waarom weet niemand, maar de regering heeft dat zo bepaald en dan gaat het zo. We nemen daarom afscheid van Mr. Yang en Jason en stappen over in een kleinere bus. Daar zitten echter al een paar mensen in en die worden er door Shirley uitgezet, want wij hebben deze bus helemaal afgehuurd. Daar gaat de extra bijverdienste van de chauffeur en de bijrijdster. Er kan de hele weg geen lachje meer van af.
De bus is van buiten zo vies, dat je niet door de raampjes kunt kijken. We zetten daarom de raampjes open, zodat we van het landschap naast de brede rivier kunnen genieten, maar daar houdt niet iedereen van. Jammer dan. We moeten wel wat frisse lucht binnen krijgen.
Buiten voelt het vandaag tropisch warm en vooral tropisch vochtig. De bus wurmt zich dwars over de markten in kleine dorpjes en we staan af en toe vast door de asociaal rijdende Chinezen. Ze rijden alles vast en weigeren vervolgens aan de kant te gaan. Iemand voorrang verlenen is er al helemaal niet bij. Volgens ons weten ze niet eens wat dat is.
We rijden naar Diping waar een mooie wind-en-regen-brug staat. Het is een nieuwe brug, nadat de vorige een paar jaar geleden door het water is verwoest.

RouteGuangxi

Het is een kleine twee uur rijden naar Chengyang, waar ons hotel dicht bij een wind-en-regen-brug staat. We eten snel wat onder het genot van een biertje en gaan naar het 'centrum' voor een optreden bij de drumtoren, dat ontaart in een poppenkast met meedansende toeristen. Er zijn vrij veel toeristen in de plaats, vinden wij.
Wij wandelen een stukje door langs de rivier tot we buiten het dorp zijn. In elke volgende bocht van de rivier ligt een ander dorpje (een stuk of wat huizen) en een brug over de rivier. Ook overal een plattegrond, zodat we niet kunnen verdwalen. We lopen door Yan Zhai, Da Zhai, Dong Zhai, Ping Zhai en Ma'an. Zodra we een honderd meter van de drumtoren in Chengyan zijn, zien we geen toeristen meer en zijn we in oude, traditionele straatjes met allemaal houten huizen. We komen over een paar wind-en-regen-bruggen, waar men een vrijwillige bijdrage vraagt. Je naam wordt dan in hout of steen (afhankelijk van het bedrag) gekerfd. We hebben echter al 60 yuan p.p. voor de entree van het dorp moeten betalen (waar je dus niets voor krijgt), en dat vinden we meer dan genoeg. Het is lekker wandelen en aangenaam weer.
De grote wind-en-regen-brug staat op de Wereld Erfgoedlijst. Het is de langste brug en helemaal gerestaureerd. Er valt alleen niet meer gezellig met elkaar te zitten en te keuvelen, want de hele brug is één commercieel geheel van toeristenwinkeltjes. Erg jammer.
Bij het hotel schuiven we tafels en stoelen van buiten naar binnen, want we vinden het te koud om buiten te eten. Binnen staat een koelkast waar je zelf je drankjes uit mag halen, die je dan op een lijst moet noteren. We zijn ondertussen zo gewend dat de Chinezen de letter ´r´ niet kunnen zeggen, dat wij het ook voortdurend over ´lijst´ en ´lijstwijn´ hebben. Als er tijdens het eten iemand om de ´lijst´ vraagt, krijgt hij dan ook de pot met rijst aangereikt. Hij wil echter de lijst van de drankjes hebben...
Heerlijk rustig dat er 's nachts geen toeterende auto's voorbij rijden.

 

Maandag 12 aprilNaar Ping´an

Vandaag eten we ´fried noodles´ met een gebakken ei als ontbijt. De rest gaan voor brood en pannenkoeken. Sommige hebben zelfs jam en chocopasta bij zich. We moeten er niet aan denken, zeker niet in combinatie met het zoete brood dat ze hier hebben. 's Lands wijs, 's lands eer, denken wij altijd.
Op 400 meter hoogte stappen we onderaan bij Ping'an over in een kleiner busje. De grote moeten beneden parkeren en met die kleine wordt iedereen 335 meter hoger en zes kilometer verderop naar Ping'an gebracht. Het is daarna twintig minuten trappen lopen om bij ons hotel te komen, 140 meter hoger. Dit nieuwe hotel ziet er erg goed uit, klassiek Chinees en alle kamers kijken uit over de rijstterrassen, waar deze streek beroemd om is. Het zijn oude terrassen uit de Ming-periode (15e-16e eeuw) en beslaan een gebied van 72 km². Wij zien echter alleen maar mist, mist en nog eens mist.
Na de lunch gaan we toch maar wandelen en we nemen de trappen naar het eerste uitzichtpunt. Een paar dames laat ons zien hoe hun lange haar vermengd wordt met nephaar en gedraaid wordt tot een knot op het voorhoofd. Dames met lang haarDe mist trekt af en toe op en dan maken we snel wat foto's, want voor we het weten is de mist terug. Het is heel vreemd: de meeste tijd komt de wind uit het dal, waar ook de mist hangt die dan onze kant op komt; soms waait de wind vanuit de andere hoek en dan verdwijnt de mist eventjes. Dat gaat zo met de regelmaat van de klok. We wandelen wel lekker en lopen door de rijstterrassen naar het tweede uitzichtpunt. Meestal geen uitzicht, soms wel. In het dorpje Ping'an drinken we een biertje met uitzicht op de onzichtbare terrassen, want die zullen we niet meer zien. 's Avonds zit het zelfs helemaal dicht en zie je geen hand voor de ogen.

Dinsdag 13 aprilNaar Yangshuo

We horen het ´s nachts waaien en hebben goede hoop dat de wind de mist wegblaast. Inderdaad is het ´s morgens vrij helder, wel veel wolken. Om 6:30 uur staan we op en lopen naar boven naar het eerste uitzichtpunt, waar we mooi zicht hebben op de terrassen. We lopen een stukje door voor een wat weidser uitzicht en zijn om 7:30 uur bij het hotel terug voor het ontbijt. Het begint te onweren en te regenen en het trekt weer dicht. Als we naar beneden lopen naar de busjes, giet het. Iedereen is ingepakt in regenjassen, paraplu´s of stukken plastic. Beneden bij de parkeerplaats staan al veel mensen te wachten op de busjes die hen naar beneden naar de grotere bussen zullen brengen. Het eerste busje is echter voor ons, want wij hebben dat gereserveerd. Een Chinese mevrouw maakt daar ook aanspraak op met een hoop kabaal, maar de chauffeur zegt, dat wij mee mogen en dan druipt ze af. De grote bus staat al op ons te wachten en die brengt ons in drie uur naar Yangshuo.
Onderweg regent het, vaak harde regen. Het karstlandschap in de buurt van Yangshuo is erg mooi, ondanks de mist die er om de hoge delen ligt en de regen.
Het hotel is erg luxe en wij krijgen de mooiste kamer: het penthouse met uitzicht vanaf het bed op het karstgebergte. Het is een hele ruime kamer met twee grote bedden, een zitbank met tafeltje en een grote badkamer. Naast de plastic sandalen voor de douche liggen er warme sloffen voor op de wat koude tegels, die zelfs Martijn passen. Het moet niet gekker worden. Voor de kamer ligt een mooi terras. Nou nog wat beter weer...
We lunchen in het bijbehorende restaurant met een broodje hamburger met alles er op en er aan, een bak yoghurt met fruit en een baguette met tonijnsalade. We hebben goed gegokt, dat ze hier lekker brood hebben. Inderdaad, een lekker knapperig, niet zoet, broodje.
Met z´n tweeën worden we opgehaald voor een (privé) kookcursus. De rest gaat met een riviercruise met aalscholvervissers en een diner mee. Nou hebben we dat tien jaar geleden al gezien, en zeker qua weer, lijkt ons dit veel leuker. Nu maakt het ons niet uit dat het de hele middag regent. Eerst gaan we naar de lokale markt waar heel veel groente en fruit verhandeld wordt. Niet alles is ons bekend. Er zijn levende kippen, ganzen, konijnen, eenden en honden die je kunt kopen en die ter plekke worden geslacht. Van een bepaalde vis is de kop veel duurder dan de rest van de vis. Hier vinden ze dat een lekkernij. Net als de varkenspenissen die in overvloed te koop zijn. We maken vijf gerechten. Erg kunstig (en lekker) vinden we zelf de eierdumplings. De rest smaakt hetzelfde zoals je het hier in de restaurants krijgt. Allemaal zijn ze eigenlijk heel eenvoudig te bereiden en er gaan verrassend weinig kruiden in. Wij zijn nogal bedreven in het snijden en wokken en zijn daarom wat eerder klaar dan gepland. In hun eigen keuken helpen we daarom mee met het maken van dumplings. Zelf ronde lapjes maken, vullen en kunstig opvouwen. Heel erg leuk. Het kost 110 yuan p.p.
Terug in het hotel kopen we een biertje dat we op onze kamer op drinken. We laten de gordijnen van het grote raam open, zodat we naar het karstgebergte kunnen kijken. We hebben wifi op onze kamer, zodat we optimaal gebruik kunnen maken van onze laptop. Erg handig.

Woensdag 14 aprilYangshuo

Martijn is jarig en, verrassend genoeg, ook Debby, een ander groepslid. Grappig. Shirley heeft ballonnen aan onze hotelkamers en beneden in het restaurant geplakt.
We besluiten om te gaan wandelen, ondanks het weer. Het regent af en toe; soms hard. We lopen eerst naar het centrum van Yangshuo, maar daar vinden we helemaal niets aan. Toeristenwinkeltje, naast toeristenwinkeltje en overal mensen om de klanten naar binnen te lokken. Karstgebergte bij YangshuoWe hebben het snel gezien en lopen naar het volgende dorp langs de grote weg. Niet echt leuk wandelen, maar het blijft wel zo goed als droog. Een paar buffels worden aan een touw uitgelaten. We komen bij de Dragon Bridge, die midden in een prachtig karstlandschap ligt. We kijken er een tijdje rond, zien een kleumend bruidspaar op een bamboevlot en lopen terug naar Yangshuo langs de rivier over soms hele smalle modderpaadjes, soms wat bredere, drogere wegen. Het uitzicht is, ondanks dat het niet helder is, geweldig. Om een uur of vier begint het gestaag te regenen, niet erg hard, maar toch. We lopen dan op een saaie asfaltweg zonder uitzicht. We springen achterop de eerste beste brommer die ons dat aanbiedt en voor 10 yuan laten we ons vijf kilometer verderop naar Yangshuo brengen. Het laatste stuk naar het hotel lopen we weer.
Daar nemen we een warme douche, wassen onze broeken uit en spoelen de schoenen schoon en leggen alles te drogen. We schatten dat we 30-35 kilometer gelopen hebben.
Als er 's avonds groepsleden terugkomen van de sound-and-light-show bouwen we in het restaurant een feestje voor de jarigen. Shirley heeft voor twee taarten gezorgd en iedereen in het restaurant, inclusief de bediening krijgt een stuk. Wim en Marianne hebben flessen rijstwijn; waar mee geproost wordt. Daarna krijgt iedereen op kosten van Martijn en Debby een paar drankjes: cocktails, bier, cola. Lekker.

Donderdag 15 aprilNaar Guilin - Chengdu

RouteSichuan

Onze vlucht van Guilin naar Chengdu is verplaatst van 18:00 uur naar 19:30 uur. En wij vonden het al laat. Het is echter de enige rechtstreekse vlucht per dag, dus het is niet anders. We worden om 16:00 uur opgehaald, en gelukkig mogen we de kamer aanhouden.
Het weer is vandaag nog slechter dan gisteren. Meer regen, hardere regen, onweer. We relaxen de hele dag. Beetje lezen, beetje internetten, beetje eten. Om 15:00 uur zwaaien we de groep uit, die vandaag met de trein naar Kanton gaan en morgen naar huis (denken ze dan nog). Wij vliegen vandaag naar Chengdu en gaan een week met een gids en chauffeur naar Zuid-Sichuan naar de Yi-bevolking.
Even later zijn we onderweg naar Guilin, en verdomd als het niet waar is, de zon komt even een beetje door. Had die dat niet een paar uur eerder kunnen doen?
In het vliegtuig zitten nog zes westerlingen, die erg opvallen. Alle Chinezen hebben zwart steil haar; alle westerlingen juist niet.
Het vliegtuig gaat op tijd en we worden verwacht. Shirley had aan hen doorgegeven, dat we anderhalf uur later zouden komen. Het hotel is, in tegenstelling wat men gezegd had, nog niet klaar aan de buitenkant. Het schijnt een maand uitgesteld te zijn.

Vrijdag 16 aprilNaar Leshan - Luocheng - Mabian

In het hotel is een ontbijtbuffet; er zijn meer gasten. Het seizoen begint langzaam op gang te komen.
In de straat en in heel Chengdu trouwens is het 's morgens spitsuur en erg druk. Het duurt een half uur om de stad uit te komen, en dan gaan wij de goede richting op. Het meeste verkeer komt de stad in en vrachtwagens mogen er pas na 10:00 uur in. Het is een gekkenhuis, zeker met de Chinese manier van rijden. Wij raken daar maar niet aan gewend.
We rijden naar Leshan over een goede zesbaanssnelweg, 160 kilometer in 2,5 uur (inclusief het half uur in de stad).
De zon komt een beetje door en de temperatuur is aangenaam, een graad of 20.
Bij theeplantages stoppen we en kijken naar alle Chinese toeristen die alleen thee kopen en niet naar de plantages gaan.
Zittende Boeddha in Leshan In Leshan varen we met een bootje naar het grote Boeddhabeeld. Hij is uit de rotsen gehakt en zit erg indrukwekkend met zijn rug tegen de rotswand en is de grootste zittende Boeddha (71 meter hoog) van de wereld. Als je er wat verder vanaf staat, lijken de bergen net een liggende Boeddha met een tempeltje dat als een erectie op de juiste plaats oprijst.
De weg naar Luocheng is in uitvoering en is afgesloten. Niks omleidingsbordjes. Je zoekt het maar uit. Luocheng krijgen wij niet op z'n Chinees uitgesproken en pas als Tina, onze gids, het een paar keer zegt, hebben wij door wat ze bedoelt. Een straat in het dorp is in de Tang-dynastie gebouwd als een schip: aan beide uiteinde smal, in het midden breder. De daken van de huizen hangen heel erg over, zodat je daar onder altijd droog kunt zitten. Aan de ene, verhoogde kant, staan allemaal eetstalletjes, aan de andere kant een heleboel houten tafels en stoelen en die zijn allemaal bezet met vooral oude mannen die zitten te kaarten om geld met langwerpige kaarten met vreemde tekens erop. Theepotten en kopjes op tafel, pijp in de mond. Een paar tafels zijn bezet door vrouwen die zitten te mahjongen. Een enkele vrouw breit. Iedereen staart ons aan; het is hier erger dan in Guizhou, en overal gonst het van 'luowai, luowai', wat vreemdeling betekent. LuochengDe gids en chauffeur gaan met ons mee, want die zijn hier ook nooit geweest. Ze hadden er wel van gehoord en waren erg verbaasd, dat men dit in het buitenland kent. We zien geen Chinese toeristen. Die komen hier niet, want die houden hier niet van. Ze zouden zich dood vervelen.
Er is een eenmanssigarenfabriekje, waar een mevrouw op een keukenstoel sigaren rolt. Niet de allerbeste kwaliteit, zo te zien.
We rijden naar Mabian en zien onderweg enorme rijen voor diesel tankstations staan. Veel auto's zijn illegaal omgebouwd, omdat diesel goedkoper is. Maar daardoor is er een groot gebrek met als gevolg lange wachtrijen.
Hadden ze in Guizhou slecht wegen, hier is het nog erger. We rijden op een gegeven moment langzamer dan stapvoets. Grote zwaar beladen vrachtwagens, bussen, het schiet voor geen meter op. Gelukkig 'rijden' we nog wel; de tegemoetkomende kant staat helemaal stil. Af en toe wordt onze kant tegengehouden als een karretje van het werkverkeer wat moet doen. Dan gaat het een paar kilometer aardig, wel vol gaten, kuilen en hobbels, dan staat het opnieuw stil. Zo komen we er nooit. Er wordt aan de weg gewerkt over een lengte van veertig kilometer. Overal is men druk men het volstorten van een soort vangrails. Kunnen ze niet beter eerst wat aan de weg zelf doen? Alles gebeurt met de hand. Als dat zo doorgaat, kan dat jaren gaan duren. We hebben ook niet het idee, dat er efficiënt gewerkt wordt. Hier en daar gebeurt er wat. Waarom maken ze die weg niet stukje bij beetje klaar, en dan een volgend stukje. Nu lijkt het alsof ze maar wat doen en waarschijnlijk is dat ook zo. Het is de slechtste weg die we ooit hebben gehad. We passeren op de Chinese manier een hoop vrachtwagens, want zolang het rijdt, kun je je ergens wel tussen frummelen. Als we op de goede weg komen, staat de andere kant helemaal stil. Kilometers lang. En wij weten wat er achter ons zit en zij moeten daar op wachten. We hebben mazzel dat we in de rijdende rij zitten en vragen ons af of de andere kant vanavond thuis komt. We rijden weer, maar bij elk dorpje lijkt de weg opgebroken en is er één rijstrook beschikbaar. En altijd zijn er mensen die denken dat zij er wel door kunnen. Sommige moeten opzij en staan overdwars tussen vrachtauto's geparkeerd. En zijn het geen twee tegenover elkaar staande auto's, dan zijn het wel een paar dronken kerels, die alles tegenhouden.
Elke keer als we een stukje hele slecht weg hebben gehad, moeten we tol betalen. Ons lijkt het, dat dat juist andersom zou moeten: leg eerst maar een fatsoenlijke weg aan, dan betalen we daar voor. Van al die mensen in de rij hoor je geen onvertogen woord. Nergens wordt gevloekt of gekankerd. Maar er is ook niemand die zich met de verkeerssituatie bemoeid: zo van: jij wat naar achteren, dan kan die er door en dan rijdt alles weer. Zij zijn daar niet van en dus bemoeien ze zich daar niet mee. In Nederland is zo'n situatie ondenkbaar. Die dronken kerels hadden er vast niet lang gestaan...
Totaal hebben we een oponthoud van drie uur en komen tegen tien in het hotel. De kamernummers zijn voor de verandering eens logisch genummerd.


Zaterdag 17 aprilNaar Dafengding (Panda) Reserve - Meigu

We ontbijten op straat en als we aan komen lopen, zien we alle hoofden onze richting op draaien. De mensen waar we gaan eten, voelen zich zeer vereerd. Ze zijn wel buitenlanders gewend, want wij krijgen de noedelsoep voor onze neus en ze komen apart aanzetten met een teiltje pepersaus. We zien verschillende Yi-vrouwen mooie zwarte geborduurde kapjes dragen. Sommige met zilverwerk op de achterkant.
Het Dafengding Reserve is helaas gesloten. Er zijn daar momenteel geen panda's, zeggen ze en onze auto zou daar niet naar toe kunnen. Tina belt om informatie en belt daarna het Reserve, waar ze geen gehoor krijgt. Jammer, we hadden graag wat panda's in het wild gezien (of een nevelpanter). We hadden ons daarop verheugd.
De weg is het eerste half uur naar Meigu goed, daarna begint de ellende. De weg wordt slecht, erg slecht. We stuiten op een dichte slagboom, waar al een auto, een bus en een paar vrachtauto's staan. We stappen uit en de Chinezen beginnen met elkaar te praten. Als wij vragen wat er aan de hand is, moeten ze dat even navragen. Daar hebben ze het nog niet over gehad, terwijl wij dat juist als eerste willen weten. Het blijkt dat ze boven aan de berg bezig zijn en bang zijn voor vallend puin. Het duurt niet lang en we kunnen weer verder. Onze chauffeur heeft met die van de andere personenwagen afgesproken om samen op te gaan rijden, omdat de weg zo slecht is. Soms zitten we midden in een bamboebos, dan rijden we door een dorpje. De kippen, zwarte en witte varkens met hun biggetjes (de zwarte zijn lekkerder, zeggen ze), de ganzen, de paarden, alles loopt los op het midden van de weg. We zien hele mooie mensen met prachtige kappen en mooie jakjes. Veel kinderen dragen mutsjes met veren, kwasten, pompoenen, belletjes. De kappen zijn zwart (we vragen ons af hoe die op hun hoofd blijven zitten) met borduur- en/of zilverwerk. Hun lange zwarte vlechten (al dan niet nep) zijn daarin verwerkt. Veel vrouwen dragen zwierige rokken in zwart, geel, rood en groen. Dat zijn de kleuren van de Yi. Soms staan er veel bomen in bloei. We rijden langs de rivier en het is niet zo warm. We vragen regelmatig of we nog goed zitten, want de GPS wijst ons telkens terug en kent deze weg niet eens. Iedereen stuurt ons echter vooruit en als we vragen hoe ver het is, is het antwoord altijd 100 kilometer. Het is het equivalent van 'heel ver'. De weg wordt steeds slechter en we komen haast niet meer vooruit. Op het hoogste punt van de bergen, 2600 meter, verandert het weer. Het wordt helder, zonnig en warm.
Om 15:00 uur bereiken we eindelijk het asfalt en er rijden amper auto's. Dat is erg uitkijken want alles en iedereen loopt zo de weg op. Ook de mensen. Blote jongetjes, die net gezwommen hebben, liggen op het asfalt om warm te worden. Ziet er niet uit.
Muts in MeiguIn Meigu, dat op 2000 meter hoogte ligt, wandelen we het centrum door. Het is niet groot, maar wel gezellig druk. Veel vrouwen en sommige mannen dragen klederdracht. Vrouwen lange rokken, kleurige jakjes en vreemde zwarte hoeden, meer grote mutsen eigenlijk, al dan niet geborduurd en grote oorbellen. Het zijn heel andere hoeden dan de kapjes die we onderweg zagen. Mannen dragen gekleurde jakjes en vaak een jas met franjes. Overal worden we aangekeken, nagestaard, nagewezen en uitgelachen.
Bij een entree van een gebouw staat een grote groep in mooie klederdracht: mannen, vrouwen en kinderen. Klederdracht in MeiguNetjes geklede mensen gaan naar binnen (om iets te vieren, maar we weten niet wat). Van de mannen krijgen ze een klein glaasje rijstwijn, de vrouwen dragen dienbladen met sigaretten en nootjes waar ze uit mogen kiezen. Wij krijgen daar ook van, maar gaan niet naar binnen.
Een biertje kost hier 3 yuan en die drinken we op onze kamer op. 's Avonds gaan we met Tina en de chauffeur uit eten. Allerlei verschillende gerechten met o.a. varkenskluifjes met een dikke laag spek die heerlijk smaken. We zijn maar 15 yuan p.p. kwijt.
We lezen op internet van de problemen om de Europese vliegvelden in verband met de uitbarsting van een vulkaan op IJsland. Wilma zou vandaag naar Mexico gaan en Herman maandag naar Madrid. Die kunnen het wel vergeten. En hoe zit het met de groep? Zijn die in Kanton, Beijing of ergens anders gestrand? Later blijkt, dat Wilma ’s woensdags vertrekt, Herman niet naar Madrid gaat en de groep tot donderdag in Kanton zal blijven.

Zondag 18 aprilNaar Zhaojue - Butu

We ontbijten in een klein restaurantje, terwijl we naar de mensen op straat kijken. Veel mensen dragen vreemde jassen zonder mouwen. Het is een soort deken, aan de bovenkant loopt een bandje langs de hals, zodat die daar samengebonden wordt. De jas blijft zo om de schouders liggen als een soort cape. Van voren kunnen ze hem dicht houden met de handen. Veel hebben er franjes aan hangen.
Tina vraagt zich af hoe wij aan eten komen terwijl we geen enkel woord Chinees spreken. We leggen het uit (wijzen op ingrediënten, wijzen bij andere mensen, lopen de keuken in) en ze begrijpt het wel, want zij zal zich in dit gebied ook zo moeten redden, want de meesten spreken geen Mandarijn.
We gaan op weg naar Zhaojue. We rijden langs de rivier en zien veel bebouwing. RijstveldenSoms wat hele groene rijstvelden, die later uitgezet zullen worden in de andere. We zien veel lopende mensen die op weg blijken te zijn naar een markt, die een beetje armoedig er uit ziet. Wel mooie mensen, vooral de oude en de kleintjes. Regelmatig wordt Martijn aangesproken over zijn lengte. Ze kijken hun ogen uit. 500 meter verderop is nog een markt, wat groter en met meer gebruiksartikelen en eenden- en ganzenkuikens in allerlei soorten en maten.
In Zhaojue is een markt die er beter uit ziet. Veel aardappelen en groente. Het fruit is hier duur, omdat dat hier niet groeit. Een enkel kind durf 'hallo' te zeggen, en lacht zich samen met vriendjes en vriendinnetjes te barsten als wij 'nihao' terug zeggen. Er zitten vrouwen met dubbele strengen vlechten op het hoofd waar een mooi kapje op staat. Ziet er weer anders uit. Tot nu toe zijn er in elke plaats andere hoofddeksels te zien. De vrouwen zitten achter de kraampjes, doen de boodschappen en passen op de kinderen. De mannen zitten te kaarten, te roken en te drinken. Veel mensen zitten op stoeprandjes of gewoon op straat. De stoep zelf is minder populair. Verschillende beginnen een babbeltje en wij praten in het Nederlands terug.
De weg naar Butuo is vrij goed, maar het blijft opletten op plotselinge gaten in de weg, vreemde manoeuvres van voertuigen of overstekende dieren en mensen. We zitten rond de 2000-2300 meter.
Het landschap is niet spectaculair, je moet het hier echt van de mensen hebben.
We stoppen bij een huisje waar een 78-jarige mevrouw woont samen met een varken, wat kippen en een aardige voorraad rijst e.d. Ze heeft één ruimte waar alles in gebeurt; de slaapkamer wordt als rommelhok gebruikt. Een buurman moet voor Tina vertalen, want ze verstaan elkaar niet. Voor onze gids is het de eerste keer dat ze zo'n huis binnen komt. Ze is wel vaker in deze streek geweest, maar meestal alleen in Xichang, de hoofdstad van de regio. We geven de mevrouw 20 yuan, waar ze heel erg blij mee is.
Langs de kant van de weg zit iedereen op de grond in groepjes bij elkaar. Soms wordt er gekletst, maar er wordt ook gewerkt. Zoals met de handweefgetouwen. De een zit te spinnen, de ander te weven. Kinderen passen op elkaar.
In Butuo willen we de stad in gaan, maar het begint te regenen. Dus wachten we maar. Na een uurtje klaart het op en gaan we slenteren. De mensen dragen hier Mao-hoeden en een zak. Zo noemen wij het. Man in ButuoHet is een rechte wollen jas of doek, met openingen bij de schouders, maar die zijn te klein voor armen. Misschien voor een juk? Het ziet er erg stijf uit en zijn zo lang, dat als ze op hun hurken zitten, de zak precies tot op de grond reikt. De jassen leken ons soepeler; de zakken blijven rechtop staan als je ze uittrekt. Wij noemen de mensen bij die namen: een zak, een (franje)jas, een vlecht, een muts, een oorbel. Overal om ons heen zijn alle ogen op ons gericht. Alle hoofden draaien onze kant op, men stoot elkaar aan, men wijst, men lacht, men kijkt hun ogen uit.
Tina, onze gids, zei dat hier geen restaurants zijn waar je kunt gaan eten en dat we maar instant noedels op de kamer moeten maken. Maar dat willen we niet en overal in China hebben we goed gegeten en we zijn nog nooit ergens ziek van geworden. Dus dat moet hier ook lukken. We zoeken een restaurantje waar het er schoon uitziet en nemen ons woordenboekje en verschillende menulijsten mee. Oeps, we hebben er niet aan gedacht, dat men hier zelfs het Mandarijn niet kan lezen. Daarom wijzen we op een bezette tafel de paksoi aan, doen een kip na (tok tok tok) en lopen vervolgens gedecideerd door naar de keuken. En jawel, daar haalt men een kip uit de koelkast; we begrijpen elkaar wel! Een kok is een omelet aan het bakken en die willen we ook. We gaan aan een tafeltje zitten en wijzen vervolgens op servetjes en bier waar we kleine borrelglaasjes bij krijgen. Alles komt goed. De kippenschotel is werkelijk overheerlijk. Het is niet 'goedkoop' (88 yuan met z'n tweeën inclusief bier), maar we kunnen het Tina van harte aanbevelen.

Maandag 19 aprilNaar Xichang

Tegen achten zien we honderden kinderen in de straat van ons hotel ontbijten. Allemaal kopen ze iets, sommige een broodje al dan niet met room, cake, bakjes noedels, grote koeken, enz. Er staan veel afvalbakken, maar de meeste gooien hun troep op de grond. Als een politieagent hiervan wat zegt tegen een jongetje, raapt hij het op en gooit het weer op de grond als de agent zich omdraait. Om 8:00 uur zijn ze verdwenen als de school begint.
We gaan vandaag naar Xichang en hebben pas vijfhonderd meter gereden als we al bijna drie aanrijdingen hebben gehad: met een vrachtwagen, een hond en twee kinderen.
Onderweg stoppen we bij een markt. Aan de straat wordt het vee verhandeld en we horen krijsende biggetjes. Die blijken ook in de uit zichzelf bewegende zakken te zitten. Even verderop is de rest van de markt. Een mooi markt die pas net op gang komt. De mensen dragen kleurige jaks en veel sieraden. Prachtige jakjes hebben ze te koop voor 500 yuan. Een hele mooie markt. We zitten op 2750 meter en het is mooi weer. De zon schijnt en het is een graad of 22. We rijden door over een 3180 meter hoge pas. Mooie uitzichten over bergen vol met paarse bloemen, groene weiden en wat dorpjes in de verte.
Dicht bij Xichang gaan we in een visdorp aan het meer eten. Het hele dorp is een soort kermis met allemaal eetkraampjes. Vanaf Xichang kun je hier met een bootje naar toe. Een populaire locatie voor de Chinezen. We eten o.a. hele kleine garnaaltjes en kleine visjes die je beide met huid en haar op eet. Ze vragen of wij levende zeevruchten willen eten, maar dat doen we maar niet.
Het hotel in Xichang ligt helemaal buiten de stad aan het meer. Het is ondertussen 26-27 graden in de schaduw geworden. Heerlijk.
De chauffeur en Tina brengen ons naar het Torch Square, een must voor iedere Chinese toerist. Het culturele kunst- en filmcentrum is het meest moderne gebouw in de wijde omtrek. Er staan 56 pilaren voor elke etnische minderheidsgroep in China en negen tijgers als symbool voor sterkte en kracht.
Het Yi-Minerity Slave Museum ligt hoger op de berg en is om onduidelijke redenen gesloten. Iets verder de berg op ligt het Guangfu-klooster. Alleen Martijn gaat naar binnen (3 yuan), want Lia heef een shirt zonder mouwen aan en Tina zit net in haar periode. Martijn vindt het geweldig en wil a.s. donderdag terugkomen als we weer in Xichang zitten. Prachtig uitzicht over de stad en het meer. De auto rijdt terug en wij lopen via de trappen naar beneden en wandelen de buurt door. We zien zowaar allerlei terrasjes met uitzicht op het meer. Het blijken restaurantjes te zijn en willen daar een biertje drinken. We kiezen er een waar een gezin zich zit voor te bereiden op de avonddrukte. Geen woord Chinees en ook het woord 'bijou' wordt hier anders uitgesproken. We zitten daar heerlijk te zitten en kijken naar de lampionnetjes en vogelkooitjes. Het is zo Chinees.
We gaan eten in de 'snackstraat' zoals wij het straatje noemen. Aan de ene kant staan winkeltjes en aan de andere kant allemaal barbecues, tafels en stoeltjes. We kiezen een paar vissen uit die op stokjes op de bbq worden gelegd. Ondertussen halen we aan de overkant koud bier. Het doet ons erg aan Bangkok denken... Ze verkopen grote schelpen, een soort oesters, maar dan vijf keer zo groot. Windvlagen doen de mensen aan de overkappingen gaan hangen. Sommige ruimen die al op, maar die van ons wacht tot we weg zijn. Een vis kost 6 yuan per stuk en het bier 4 yuan. Arm word je hier niet van. We worden steeds meer bedreven in het slurpen, smakken, spugen op tafel van botjes, graatjes en alles wat je niet lekker vindt. Servetjes gooi je op de grond.
Op een plein worden druk oefeningen gedaan en wij gaan op een randje zitten kijken. We krijgen, uiteraard, een uitnodiging om mee te doen, maar dat doen we niet. Een paar kleine kinderen, die net kunnen lopen, proberen de ouderen na doen en zijn zo vreselijk grappig. De temperatuur is zo lekker, dat we in T-shirt rond kunnen lopen.
We slapen net als een groot vuurwerk losbarst en alle autoalarmen spontaan afgaan.

Dinsdag 20 aprilNaar Luoji Shan - Puge

Als we om 8:00 uur gaan ontbijten is het zonnig, blauw en warm.
Vandaag gaan we naar Luoji Shan, een bijna 4400 meter hoge berg.
Onderweg zien we een hoop mensen lopen en jawel, even verderop is een markt. De mensen dragen veel traditionele kleding: mooie jakjes, sommige hebben tulbanden op het hoofd, grote, lange oorbellen, maar geen bijzondere hoofddeksels. Een mevrouw zit in trance op een trom te slaan en voorspelt de toekomst.
Boven bij de Luoji Shan zijn warmwaterbronnen, watervallen en gletsjermeren. Het is een populaire plek voor lokaal toerisme en wij hebben gelezen, dat maart-april de beste tijd is om deze te bezoeken om te wandelen. Ondanks dat is de kabelbaan gesloten. We kunnen een uur of vier omhoog lopen, maar daar hebben we geen zin is en het is daar trouwens te laat voor. We krijgen het advies om naar een andere waterval te gaan. Het plaatje dat ze laten zien, is mooi, maar de mensen die we de weg vragen, vinden er niets aan. We lopen drie kilometer tot een bron met warm water. Niet heel heet, maar lekker genoeg om in te poedelen. Bij de waterval zijn echte Chinese steigers geplaatst. Heel lelijk, die het zicht op de waterval grotendeels wegneemt. Even verderop is een zwembad gemaakt, waar twee mensen in zitten. Het is niet veel, maar we lopen lekker en de omgeving is mooi. We zien een aap, die midden op het pad gaat zitten. Een mooi gekleurd kevertje ontdekken we tussen de bloemen.
LandschapDe weg naar Puge is mooi door de bergen met mooie vergezichten. We zijn daar vroeg omdat Luoji Shan gesloten is en we zitten in het enige hotel van de plaats. De kamer is prima, maar als we het dorp willen gaan verkennen, blijkt die niet op slot te kunnen. We krijgen een andere kamer. Het dorp is niet meer dan een grote lange straat met 'moderne' winkels. Ergens achteraf ontdekken we een markt met kleding van de minderheden en we zien zowaar twee vrouwen met kappen op lopen. Niet zo groot als we destijds in Lijang hebben gezien, maar groter dan degenen die we tot nu toe deze reis hebben ontdekt.
Het bier dat we kopen is van een onbekend merk, er staan alleen Chinese tekens op, en het is zo koud, dat het ijs in het bier in de fles slaat als we die openen.
's Avonds gaan we hotpotten in een restaurant dat we ´s middags ontdekt hebben. We begrijpen helemaal niets van het personeel en zij niet van ons. Ze kunnen geen Mandarijn lezen. We hebben allemaal de grootste lol. Ze hebben een kaart, waar ze iets van 88 yuan aanwijzen. Dat doen we! Ze komen met pepertjes aanlopen en wij willen daar een beetje van. We gaan naar een klein kamertje en wachten af. Er worden verschillende schaaltjes neergezet en even later volgt de hotpot. Het is een grote pot helemaal vol met verschillende stukken vlees (we willen niet weten wélke), paddenstoelen, groente en weet ik veel wat nog meer. Het is een echte 'hot'pot en wij denken er te laat aan om de vele pepertjes er uit te scheppen. Hij wordt dus steeds heter en wij gaan steeds meer zweten. We genieten. De rekening schrijven ze niet in getallen, maar voluit en dat kunnen we niet lezen. Zij hebben moeite met getallen, maar we komen er, zoals altijd, uit.
Het is erg druk op straat. Iedereen is aan het flaneren en overal horen we 'luowai'.

Woensdag 21 aprilNaar Huili Old Town

We ontbijten met gestoomde noedels en wontonsoep.
Om 10:00 uur is er in het hele land een minuut stilte om de slachtoffers van de aardbeving te herdenken. Ook is er een grote inzamelingsactie geweest.
We rijden over een asfaltweg naar Huili, een weg dwars door de bergen en die alleen maar kronkelt. Daarnaast is de weg erg hobbelig en slingeren we heen en weer om de vele gaten te ontwijken. Een mooie weg met vaak prachtig uitzicht. Overal is men bezig om huizen te stukadoren, te witten en dakpannen te vernieuwen. Men heeft het rustig met de landbouw: de groente staat te groeien en voor de rijst is het te vroeg. Nog steeds warm vandaag.
We komen bij een tolpoort waarvan de rechter slagboom niet meer open wil en iedereen dus door de linker moet. Gelukkig is het er niet zo druk.
Huili heeft een stukje oude stad, dat dicht bij ons hotel ligt. Ons kamernummer is 508 en ligt op de derde verdieping. De begane grond noemen ze de eerste verdieping en een vierde is er bijna nooit. Dat is n.l. het ongeluksgetal, zoals bij ons dertien. Acht is het geluksgetal, waar je wel voor moet betalen als je bijvoorbeeld een telefoonnummer of autonummerbord met achten wilt. De letter ‘t’ is ook niet gunstig.
Oude klokkentorens, erg oude huizen, maar daarin wel heel moderne winkels. We kopen er een horlogebandje voor slechts 4 yuan. Samen met dat batterijtje voor 10 yuan, totaal € 1,40, kan het horloge weer jaren mee. In Huili wonen veel Han-Chinezen, omdat hier ijzererts wordt gewonnen. Men dropt op zo’n plaats een hoop Han-Chinezen en bouwt er vervolgens een stad. We lopen naar de tempel van het Witte Paard, een vrij nieuwe tempel, die gesloten lijkt, maar even later toch geopend wordt. We kijken er even rond en doen een donatie.
Samen met Tina gaan we ergens eten en ze bestelt opnieuw heel andere gerechten dan we tot nu toe gegeten hebben. Wel met bekende ingrediënten, maar telkens anders klaar gemaakt. Ook hier horen we overal 'luowai'. De hele week zien we geen andere westerlingen.

Donderdag 22 aprilNaar Xichang

Het ontbijt is inclusief en we hebben daar een bonnetje voor gekregen. We gaan naar de achterkant van het hotel, dat grenst aan de straat. Het lijkt of ze het ontbijt hebben uitbesteed. Er staat een soortement buffet en men vraagt ons van alles. Wij geven overal antwoord op, maar weten niet waarop. Men wijst ons wat we kunnen pakken en goed te combineren is. Er wordt een apart kamertje voor ons geopend en twee Chinezen durven zowaar bij ons te komen zitten. De rijstepap wordt ons nagebracht. Want die eet iedereen. Alleen wij niet. Nou ja, Martijn wel wat, maar Lia niet.
We zijn nu op de terugreis: vandaag naar Xichang, morgen vliegen we naar Chengdu en overmorgen naar huis. Volgens internet vliegt men in bijna heel West-Europa weer en 'onze' vlucht’, die iedere dag naar Chengdu gaat, is vandaag vertrokken. We lezen dat de KLM ook op schema vliegt. We hebben dus goede hoop, dat we zaterdag gewoon volgens schema kunnen vliegen. De groep zit nog steeds in Kanton en weet dat er vanaf vandaag gevlogen wordt. Maar ze hebben geen idee wanneer zij mee kunnen. Misschien zijn wij wel eerder thuis dan zij. Niet te hopen voor hen.
In Xichang gaan we terug naar het Guangfu-klooster. Nu met een jas, want het regent af en toe. We zijn het hotel nog niet uit, of er stopt een bus langs de kant waar een 'kap' uitkomt. Bij een entree van een gebouw staat een grote groep in mooie klederdracht: mannen, vrouwen en kinderen. KapEen prachtige kap zelfs met grote, felgekleurde klossen aan de voorkant. We lopen alle trappen omhoog en komen bij het klooster. Van de week scheen de zon, wat toen prachtige kleuren gaf. Ook zonder zon is het de moeite waard. Het is een groot complex en we lopen het helemaal rond. We hebben wat leesbrillen meegenomen, die we afgeven in de bibliotheek.
Het begint opnieuw iets te regenen en buiten het klooster steken we de paraplu's op. Als we op de hotelkamer zitten, gaat het gestaag regenen en houdt het niet meer op.
We eten samen met de chauffeur en de gids als afscheid met gerechten die we nog niet gehad hebben. Er zit een gerecht bij met hele kleine zielige vogeltjes. We worden er wat triest van.

Vrijdag 23 aprilNaar Chengdu

De vliegtijden van de binnenlandse vluchten zijn niet te vertrouwen. Eerst werd onze vlucht van Chengdu naar Guiyang verplaatst van ´s morgens naar ´s middags. De vlucht van Guilin naar Chengdu vertrok anderhalf uur later dan was opgegeven en nu is de vlucht van vandaag naar Chengdu geannuleerd en vertrekken we om 14:00 uur in plaats van om 9:15 uur. Gisterenmorgen heeft Tina gebeld en toen werd verteld, dat de vlucht op tijd zou gaan en ´s middags blijkt deze ineens geannuleerd. Zo kun je toch geen plannen maken? Stel dat je een aansluitende vlucht geboekt hebt; het Pandareservaat kunnen we ook wel vergeten. Omdat het Dafengding Reservaat gesloten was, wilden we alsnog hier naar toe en hadden dat Tina al laten boeken.
Als we gaan ontbijten, zien we wat sneeuw op de bergen liggen, dat er gisteren niet lag.
De rest van de ochtend zitten we op de hotelkamer kamer wat te lezen en te internetten. Er is hier verder niet veel te beleven.
Totaal hebben we 1350 kilometer gereden in Zuid-Sichuan.
Als we inchecken zien we iedereen, maar dan ook iedereen (behalve wij dan), met een of meerdere manden met fruit lopen en grote dozen thee. Die producten zijn in het zuiden veel goedkoper dan in de buurt van Chengdu. Wij krijgen van Tina een pakje, waarvan je de blaadjes, nadat er thee van gezet is, kunt eten. Ze zijn van de weetplant. Als we een uur later landen in Chengdu verschijnen er op de bagageband veel meer dozen fruit. Kersen die er uitzien als morellen en gele vruchten die op abrikozen lijken, maar sappiger zijn en anders smaken, zijn populair.
We worden opgewacht door een chauffeur en een medewerker van het plaatselijke reisbureau die van ons wil horen hoe we deze week gevonden hebben.
Verrassing: de straat van het hotel is uitgepakt! Alle groene gaas is verdwenen en nu kunnen we zien hoe het er echt uitziet en wat er achter het gaas zit. Het hotel zit er meteen een stuk gezelliger uit met tafels en stoelen op de binnenplaats. Bovendien krijgen we een grote luxe kamer. Er zit een grote groep Amerikanen en we denken dat die in de standaardkamers zitten. We hebben twee slaapkamers, een kleedkamer waar een computer met internetaansluiting staat en een grote badkamer met een tweepersoonsbubbelbad.
We vertrekken meteen naar de Tibetaanse wijk om te eten en lopen door het Baihuatan Park. Het is mooi weer, warmer dan in Xichang en gelukkig droog. We nemen een Lhasa-biertje vooraf en krijgen er dit keer geen thee bij. We bestellen een grote Tibetaanse pot met jakvlees, aardappelen en Tibetaans brood. Daarnaast bestellen we een soort sushi’s met groente en een schotel met gesneden groente. En nog meer bier natuurlijk. Bij het hotel nemen we een laatste afzakkertje buiten op het terras.
Op de hotelkamer proberen we samen het grote bad uit. De bubbels doen het niet, maar verder is het wel grappig.

Zaterdag 24 aprilNaar huis

We vertrekken om 7:30 uur naar het vliegveld en geven de bagage af. Gisteren hadden we al via internet ingecheckt. Er is verder niemand en we lopen wat rond omdat de beveiligingsbalie nog niet open is. Als we tien minuten later terugkomen, staat er een grote rij om in te checken. We gaan door allerlei controles en maken ons laatste geld op aan een fles whiskey en twee kleine pandabeertjes.
We vertrekken om 10:30 uur volgens plan en komen elf uur later in Amsterdam aan. Zes uur tijdsverschil. Het zicht is erg helder en we kunnen de bollenvelden mooi zien liggen. De trein naar huis gaat voorspoedig en de OV-chipkaart in de bus werkt weer eens niet en dus komen we goedkoop thuis.

Dit was een DimSum reis.