Azië

Artikelindex

India: Orissa

18 februari t/m 13 maart 2009

De staat Orissa ligt aan de noordoostelijke kust van India aan de Golf van Bengalen onder Calcutta. Attracties zijn de tempels in de hoofdstad Bhubaneswar, het heilige Puri met zijn lang zandstrand en de reusachtige Zonnetempel in Konark. Ook het bergachtige stammengebied in zuidwest Orissa is een trekker.
De staat Orissa heeft een oppervlakte van 155.707 km². Er wonen ca. 40 miljoen mensen. De meeste mensen zijn hindoe.

Buddha Kondh, Orissa

RouteIndiaOrissa

Woensdag/donderdag 18/19 februariNaar Chennai - Jaypur

Via Dimsum hebben we een privéreis naar Orissa geboekt, samen met Petra, die we vorig jaar in Gujarat hebben leren kennen. De baas van het lokale reisbureau heeft ons toen hiervoor lekker gemaakt. Hij woont zelf in Orissa en heeft daar zijn reisbureau. We zullen hem waarschijnlijk daar ontmoeten. We hebben ervoor gekozen om in Düsseldorf te vertrekken. De treinreis is slechts € 20 duurder dan naar Schiphol. De vlucht naar Chennai en de volgende binnenlandse vlucht zijn ongeveer € 300 goedkoper. Die keus is dus niet moeilijk. We treffen Petra op station Utrecht en zijn op tijd voor de trein. Het is koud. Het vriest licht. Een mooie trein, ruime plaatsen en alles gaat voorspoedig. In Duisburg stappen we over en op de luchthaven van Düsseldorf gaan we met een hangtreintje van het station naar het vliegveld. Alles is erg ruim, schoon en rustig. We geven de bagage af, we waren al ingecheckt, drinken koffie en eten een broodje. Na zes uur vliegen maken we een tussenlanding in Dubai. Nog grootser en protsiger, drie uur tijdsverschil. Dan 3,5 uur vliegen naar Chennai, nog 1,5 uur tijdsverschil. Voor de douaneloketten staan allemaal enorme rijen, alleen de laatste is net open en heeft een erg korte rij. We sluiten hier maar aan en zo gaat het erg snel. De koffers zijn er al. We pinnen en wisselen geld. Het is ouderwets druk bij de uitgang. Veel afhalers en we voelen ons meteen weer thuis. We lopen naar de lokale kant, omdat we een binnenlandse vlucht naar Vishakhapatnam hebben. Bij de toegangsdeur moeten we tickets en paspoort laten zien, tien meter verderop weer. Als de bagage wordt gecontroleerd weer. Bij het inchecken nog een keer, evenals bij het controleren van de handbagage. De vlucht vertrekt een uur te laat, maar tegen twaalven bereiken we dan toch Vizag, zoals ze de plaats ook wel noemen. Alles gaat hier supersnel en voor we het weten staan we buiten waar we opgewacht worden door Jitu, onze gids en Kisu, onze chauffeur. We hebben een mooie AC-auto, waar alle spullen voor het kamperen al in liggen. We krijgen ieder een routebeschrijving en een landkaart. We zien dat er nog allerlei extra's in het programma zijn opgenomen. Een boottocht hier, een sightseeing daar, een paar dansen, een diner. Ze zijn aardig vrolijk, spreken goed verstaanbaar Engels en dat is in India wel eens anders.
Het is nog zes uur rijden naar Jaypur. Het eerste stuk over de grote weg is druk. Het verkeer wriemelt langs en door elkaar heen en we moeten weer wennen aan de vele bijna botsingen. We lunchen onderweg, hoewel: alleen Martijn eet, de anderen drinken alleen thee en nemen yoghurt. Onderweg kopen we wat banaantjes. Jitu koopt ze, want we denken dat hij bang is dat we teveel zullen betalen. In de auto hebben ze voor een grote voorraad water gezorgd. Wel makkelijk, kunnen we zo pakken. Aan de andere kant kun je voor kleine roepiebriefjes zorgen, door water te kopen met groot geld. Kleine briefjes zijn nodig op alle plekken waar ze een fooi verwachten en dat is bijna overal.
We stoppen in een dorpje dat gebouwd is met de typische huizen die in deze streek voorkomen. De daken zijn van palmblad en komen zowat tot de grond. De mensen zijn erg nieuwsgierig en komen ons uitgebreid bekijken. Het is leuk om zo'n dorpje te bezoeken.
En dan komen we in de provincie Orissa aan. De goede weg is meteen over en we trekken de bergen in. Je ziet het ook aan de vrouwen die hier grote zilveren ringen om de enkels hebben.
We zijn blij als we om 18:00 uur in het hotel zijn, we zijn op. We eten in het hotel, waar Jitu nog even langs komt. Hij wil niet mee eten, maar neemt uiteindelijk toch overal een hapje van. Hij zingt een lied voor ons. Dat zal niet de laatste keer zijn.

Vrijdag 20 februariNaar Kunduli-markt - Bontolbir

Paraja, OrissaWe hebben als een blok geslapen. Om 8:30 uur vertrekken we naar de Jagannath-tempel in Koraput. Het is eenzelfde tempel als in Puri, maar daar mogen niet-hindoes niet in. Hier dus wel en je mag zelfs fotograferen. Dan gaan we naar de Kunduli-markt, de grootste in Orissa. Hier mogen we onbeperkt fotograferen. De mensen zijn erg aardig en vriendelijk. Het zijn voornamelijk mensen van de Paraja-stam, een afsplitsing van de Desia Kondh. De meeste vrouwen dragen drie ronde neusringen.In het begin is er een beestenmarkt, waar veel mannen en dieren zijn. Verderop de huiden en daarna de groente- en fruitmarkt. Veel bloemkolen, andere groenten en fruit. Niemand heeft problemen met fotograferen. De mannen zijn gekleed zoals overal in India. De vrouwen hebben veel sieraden. Mooi om te zien.
We lunchen onderweg in een tuin. Daar staan huisjes met aan alle kanten raamopeningen met gordijnen ervoor. Binnen een zespersoonstafel, waar je ongestoord kunt eten. Nadeel is dat je ook niet bij de anderen naar binnen kunt kijken. Daarna gaan we naar een jaintempel. Hij is heel oud en wordt door de plaatselijke bevolking vereerd en bewaard.
Veel kinderen, OrissaWe bezoeken Paraja- en een Rana-dorpje(een andere afsplitsing van de Desia Kondh). Eerst wordt toestemming gevraagd aan de hoogste baas en dan wandelen we het dorpje in. Wij zijn een bezienswaardigheid en al snel hebben we het hele dorp achter ons aan. Jitu heeft een pak mariakoekjes voor de kinderen gekocht en er wordt uitgedeeld. Niemand vraagt er om en als ze een koekje gehad hebben, gaan ze een stukje achteruit en maken plaats voor anderen. Over en weer worden liedjes gezongen en staren we elkaar aan. De mensen zijn erg aardig, maar ook verlegen.
We rijden door naar Bontolbiri, een dorpje van de Gadhara-stam waar de vrouwen neusknopjes dragen ipv ringetjes. Op een veldje naast de school zetten we onze tenten op. Er zijn matjes, kussens en dekens. Met behulp van een hele hoop kinderen worden de tenten opgezet. Daarna gaan we een stukje schrijven en rondkijken, terwijl Jitu en Kisu ons eten koken. Alle kinderen kijken vol belangstelling toe. We laten ons mapje met foto's van Nederland aan de kinderen zien. Als we soep krijgen, doen ze allemaal een paar passen achteruit om ons de kans te geven rustig te eten. Ze zijn zeer goed opgevoed. Alles in het dorp is onverhard, er is geen elektriciteit, maar er zijn wel een paar waterpompen. Wij zitten op de veranda van de school en zodra het donker wordt, brengen ze ons olielampen. Ze hebben twee (erg vuile) stoelen in het dorp, die ze op de veranda zetten. De mensen in het dorp zijn erg blij met ons en maken er gelijk een klein festival van.
Eco-borden, OrissaEr gebeurt hier niet zoveel, dus iedere afwisseling is welkom. De mannen beginnen op instrumenten te spelen. Daarmee roepen ze de vrouwen om te komen dansen. Even later zijn die er dan ook. Ze dansen in een lange rij met simpele passen. De kleine meisjes vormen een eigen rij, de grootste voorop, de kleinste achteraan. Ze imiteren de vrouwen en doen dat erg goed. De kleine jongens maken een soort disco voor zichzelf. Jitu en Kisu hebben een uitgebreid diner voor ons gemaakt, dat we opgediend krijgen op borden die van bladeren zijn gemaakt. Dat is milieuvriendelijk! Het is fris geworden en we trekken T-shirts met lange mouwen aan. Dat is voldoende. De dorpelingen hebben kleden die ze omslaan.
Kisu regelt een biertje voor ons.

Zaterdag 21 februariNaar Duduma-waterval – Baligaon-markt - Siribedha

15º Is het 's morgens. We hebben goed geslapen. We kijken eerst, onder begeleiding van de 'burgemeester', in het dorpje rond. Ze hebben in de omgeving grote lappen grond. Hierna krijgen we ontbijt met toast, boter, jam en bananencerials met warme melk.
Om bij de waterval in Duduma te komen heb je een speciale permit nodig vanwege de in de buurt levende stammen. Eerst zien we een hele brede stroming. We klauteren over een heel stel rotsen heen en zien dan het water 150 meter naar beneden storten.
We rijden verder, de weg is erg slecht. Mooi landschap, bergen, gewassen, rijst. We gaan op bezoek bij een Mali-stam, nog een afsplitsing van de Desia Kondh, en nemen een pakje koekjes mee. De koekjes worden steeds uitgedeeld aan de kinderen in een dorp. We krijgen bloemen achter onze oren en rijst op ons voorhoofd. We kijken even rond, maar er is niet zoveel te zien. We picknicken onderweg met eten dat Kisu 's morgens al heeft klaargemaakt. We zitten op grote bananenbladeren. Vervolgens rijden we door naar de Baligaon-markt met vooral mensen van de Dhuruba-stam. We zien een aantal vrouwen met grote zilveren enkelbanden en twee neusknopjes met eenzelfde neusring met een roze steentje. Ze hebben al generaties lang allemaal strak naar achter gekamd haar met rechts een knotje. Ze verkopen van alles. Veel wordt op de fiets vervoerd. Veel groenten, fruit, koeien, buffels, ossen, manden en lappen. Er is ook een kapper. We zien een lange rij mensen en we gaan nieuwsgierig kijken. Blijkt dat ze in de rij staan voor een drankverkoop. Het wordt uit een grote ton geschept en ziet er erg blauw uit. We denken eerst dat het alcohol is, maar later blijkt het sharbat: lemon, water en een blauwe kleurstof.
Dan gaan we naar Siribedha, een vrij groot dorp van de Dhuruba-stam. Er is veel vee in het dorp. Er staan daarom, in tegenstelling tot de eerdere dorpen, hekken rond de huizen. We kijken er rond. De vrouwen hebben tatoeages op de enkels. Veel vrouwen zijn aan het malen. De een met een steen, de ander met een voettrap. Via een hefboom wordt het graan of de rijst in een kuil in de grond gestampt. We slapen in een schooltje, waar ze binnen de tenten willen opzetten. Van ons hoeft dat niet en we hangen alleen onze muskietennetten op. Onder de pomp spoelen we ons af en gaan daarna lekker buiten zitten. Ze hebben een tafel en stoelen voor ons neergezet. Er is hier elektriciteit, hoewel die nog wel eens uitvalt. De schoolmeester heeft samen met zijn vrouw 120 leerlingen, verdeeld over 6 klassen. Hij is tevens sociaalwerker en beheert ook de kleine medicijnvoorraad die hij van zijn salaris koopt.

Zondag 22 februariNaar Mundiguda-markt - Rayagada

Als we net op weg zijn komen we allemaal mannen tegen die helemaal oranje gekleed zijn. Ze zijn op weg naar een festival ter ere van Shiva. Ze moeten minimaal één maal in hun leven een bedevaart houden. Het houdt in dat ze 80 kilometer op blote voeten naar het festival moeten lopen. Het maakt niet uit hoeveel dagen ze er over doen, en ze mogen 's nachts niet in een hotel slapen. Dat moet in de buitenlucht. Het zijn voornamelijk jonge mannen van een jaar of 20. Sommigen hebben het erg zwaar en strompelen voort. We zijn op weg naar Rayagada en bezoeken onderweg de Mundiguda-markt. Wij gaan hier naartoe vanwege de Bonda-stam die hier hun waren probeert te verkopen. Bonda, OrissaDe vrouwen lopen rond in slechts een smalle lendenlap en kilo’s kleurige kettingen die hun borsten en hun kaal geschoren hoofd bedekken. Het is opvallend dat de getrouwde vrouw bijna altijd ouder is dan haar man. Zo denkt de vrouw verzekerd te zijn van een verzorgde oude dag. De mannen vinden dit minder leuk en gaan vaak liaisons aan met de vrouw van een jongere broer. De Bonda kunnen zeer agressief zijn. Onderlinge ruzies willen nog wel eens uilopen op zware verwondingen en moorden. Ook deinzen ze er niet voor terug om een dorp van een ander volk of een markt te plunderen. Dit wordt gedaan vanwege angst voor geesten, honger of ‘gewoon’ donkenschap.
We gaan dan ook ’s ochtends naar hun markt, omdat ze al vroeg op de dag beginnen met stevig drinken, ook de vrouwen. We mogen ze alleen fotograferen vanaf een afstandje en Jitu blijft dit keer bij ons. Verder zijn er geen toeristen. Op de andere markten hebben we er een paar gezien. We gaan hierna verder naar Rayagada. Onderweg stoppen we bij een Buddha Kondh-dorpje. Net als in de andere Kondh-dorpjes die we bezocht hebben, zijn de huizen geschilderd in zwart, rood en wit en hebben ze een lage ingang, zodat iedereen die binnenkomt moet bukken. Daarmee wordt een eerbewijs aan het huis en de familie gegeven. Het hele dorp loopt uit en er zijn net als overal heel veel kinderen. De vrouwen dragen andere neusringen en sommigen zijn getatoeëerd. Ook hebben ze veel kettingen met munten om. Er worden trommels tevoorschijn gehaald en terwijl de mannen trommelen, dansen de vrouwen en meisjes. Netjes op grootte, de kleintjes helemaal achteraan en die kunnen het net zo goed als de groten. Men is erg vriendelijk, maar de kinderen vinden ons wel eng. Er durft er niet één een handje te geven. Hele kleintjes beginnen te huilen. Er zijn sigaren rokende mannen en vrouwen. Het vreemde is dat de sigaren omgekeerd in de mond gestopt worden, dus met het brandende stuk naar binnen.
Onderweg is het erg heuvelachtig, veel meer dan we vooraf gedacht hadden. Ook is er veel bos.
's Avonds slapen we in een groot hotel in Rayagada, zodat we weer kunnen douchen. Toch wel lekker. Altijd en overal staat de airco aan. Wij vinden het prettiger zonder. Ongezellig hotel met een grote groep Italianen. Er is een bar in het hotel, maar in het restaurant mogen we niet drinken. Dat komt hier in Orissa vaker voor, het is dan een familierestaurant en vanwege de kinderen mag er dan geen alcohol op tafel staan. Na afloop even naar de bar. Een ongezellige ruimte, maar het bier is lekker en koud.


Maandag 23 februariNaar Saura-dorp - Kachapai

We rijden naar het oosten, naar een Lanjia Saura-dorp in de buurt van Gunupur. De wegen blijven slecht. Ze zijn meestal zo smal, dat er maar één auto op kan rijden. Als er een tegenligger komt, moet er eentje, of alle twee, half de berm in. De weg is van overgebleven asfalt en de berm ligt wat lager. De tuktuks, brommers en fietsen rijden het liefst in het midden. Ook de koeien en de buffels hebben daar een voorkeur voor, om over de op de weg liggende honden en geiten maar niet te spreken. Als je wilt inhalen, moet je toeteren, anders gaat niemand aan de kant. Men rijdt en loopt zo de weg op zonder op af om te kijken. Ze wijken op het laatste moment uit en er gebeuren veel bijna-ongelukken.
Saura, OrissaBij de Saura gaan we een stukje wandelen naar een dorpje. Normaal worden er geen toeristen toegelaten bij deze Saura's, maar omdat onze gids uit de streek komt, zijn we welkom. In de buurt van het dorpje vertellen ze dat er een klein stukje verderop het jaarlijkse offerfeest gehouden wordt. We zijn blij dat de buffel al geslacht is. Zijn huid ligt te drogen in de zon. De vrouwen koken in grote potten de stukken vlees. In de bomen hangen de ingewanden. Die zijn voor de natuur. Het vlees is voor de mensen. De vrouwen dragen ronde houten blokjes (schijfjes) in de oren van ca 3 cm doorsnee. In het bovenste deel van het oor zitten een heleboel ringetjes. De gezichten zijn op verschillende plaatsen getatoeëerd. Opzij zit een priesteres, die mensen geneest. Ze geloven hier niet in moderne medicijnen. Men geneest door natuurlijke, plantaardige middelen zoals kruiden. Prachtig mooi zijn de vrouwen, vooral de oudere. Zo oud worden ze hier trouwens niet, gemiddeld 55 jaar. Weer terug in het dorp verschijnt de burgemeester met zijn vrouw in vol ornaat, compleet met traditionele bijl. Hij draagt een lendenlap en hoofdtooi. Zij mooie sieraden, blokjes in de oren, een sari met soort bloesje.
De Saura hebben talloze goden, sommigen kwaadaardig. Ze geloven dat hun overleden voorouders steeds meekijken met wat ze doen. Als de voorouders iets niet bevalt, zal het dorp geplaagd worden door ziekte of een andere ramp. Priesters onderhouden het contact tussen de levenden aan de ene kant en de doden en goden aan de andere kant. Als er onheil in het dorp is, of als het gezin iets overkomt, wordt een priester gehaald die in hun huis slaapt. Als deze wakker wordt, schildert hij op de muur wat hij gedroomd heeft. Zolang het goed gaat. blijft die droomtekening. Anders komt de priester opnieuw en wordt de tekening overgeschilderd. Het gaat hier al drie jaar goed.
We gaan op bezoek bij de ouders van Jitu in Gunupur. We krijgen hier ook een lunch. Zelfs hier krijgen we borden die gemaakt zijn van aan elkaar genaaide bladeren. De vrouwen hebben rode verf op het onderste deel van de voeten, net boven het loopvlak dus. De ouders wonen hier vaak samen met hun kinderen en diens kinderen. Dit geldt voor de zonen, de dochters gaan na het trouwen naar het huis van hun man. Ze horen dan niet meer tot de familie. De oudste zoon mag de vrouwen van de jongere zonen niet meer zien zodra ze getrouwd zijn. Hij mag er wel mee praten, achter een deur. Hij mag ze ook op de foto zien, maar nooit live. Als de oudste zoon thuis is, trekken die vrouwen zich terug en laten zich niet meer zien. De vrouw van de oudste zoon mag iedereen zien en door iedereen gezien worden, zij is de baas in huis. We zijn blij voor de vrouw van de broer van Jitu, dat Jitu in een andere stad woont. We kennen nu ook het geheim van die vreemde wc's met alleen een klein roostertje in een hoek. Dat is een plaswc, tevens badkamer. Maar als je daar als vrouw plast, spat alles vanaf het beton tegen je voeten. Niet zo fris. Er is een aparte poepwc met een hurkbril.
We slapen in Kachapai, een Desia Kondh-dorp. Wederom bij een schooltje. Het schoolplein wordt aangeveegd en daar zetten we de tenten op. Al snel hebben we een hele horde kinderen achter ons aan. Het is een vrij groot dorp met veel vee in de straten. Een luidspreker met jengel muziek is in het hele dorp te horen. Ze krijgen hier ook koekjes, maar ze dringen en proberen er twee te krijgen. Kisu heeft bier voor ons geregeld en we maken het ons gemakkelijk op de veranda van de school. Het is hier niet echt koud, we hoeven geen extra shirt aan. Vanmiddag hebben we cola gekocht die wordt met een flinke scheut whiskey gedronken. Na het eten komen er steeds meer mensen bij ons zitten, maar ze spreken geen Engels. Over en weer zingen we liedjes. We hebben moeite er genoeg te verzinnen. Vooral onze canons hebben succes. Kisu hangt de clown uit en heeft daar veel succes mee. Hij is zijn roeping als acteur duidelijk misgelopen.

Dinsdag 24 februariNaar Desia Kondh-markt – Bissam Cuttack

Vanwege het Shiva-festival is er tot 3:30 uur 's nachts keiharde muziek gedraaid. Zelfs oordopjes hielpen daar niet tegen. Om 5:30 uur wordt de afwas gedaan bij de pomp vlakbij onze tenten. We zijn dus niet uitgeslapen.
We rijden richting Bissam Cuttack, naar een sieraden dorpje. Veel koopwaar is van brons gemaakt. We kopen een paar enkelbanden met belletjes, van de Kutia Kondh, zoals die op festivals gedragen worden en twee olifantjes voor resp . 600 en 300 rupi. Ze worden hier ter plaatse gemaakt.
Daarna gaan we naar een Desia Kondh-markt waar de vrouwen weer andere neusringen dragen. Veel tomaten, uien, schoenen, houtskool, bananen en gedroogde vis. We zitten een tijdje op een muurtje naar de mensen te kijken. We kunnen, zoals bijna overal (alleen bij de Bonda's niet), gewoon fotograferen. Het is nog steeds zonnig en warm, ca 30 graden. We bekijken een pottenbakkerij, waar de draaischijf met de hand wordt rondgedraaid. De potten worden volgens een eeuwenoude traditie in een berg met klei en stro gebakken. We lunchen langs de kant van de weg. Jitu en Kisu maken ter plekke noedels klaar, lekker. Na een half uurtje siësta gaan we verder naar Bissam Cuttack. Vlak bij dit plaatsje is een festival. Dunguria Kondh, OrissaDit is het gebied van de Dunguria Kondh. Zij behoren, vinden we, naast de Bonda en de Saura, tot nu toe tot de hoogtepunten wat uiterlijk betreft. Op het programma staat een wandeling naar een Dunguria Kondh-dorpje. Al na een paar honderd meter komen we wat Dungria's tegen, die zeggen dat het dorp uitgestorven is en dat iedereen op het festivalterrein is. We draaien om en gaan daar naar toe. Hier lopen volop Kondh-mensen rond.
Foto's maken kan vanaf een afstand, net als bij de Bonda. Ze zijn niet echt blij met foto's, maar maken ook geen grote bezwaren, als je op afstand blijft. Zelf zijn we ook weer een bezienswaardigheid. Vooral de huwbare vrouwen en mannen hebben zich opgedoft met speldjes, schuifjes kettingen en oorbellen. De vrouwen, maar ook veel mannen, dragen tientallen schuifjes in hun lange haar. We zien daarin ook kammetjes en bloemen. Veel vrouwen dragen wit met gele sari’s. De jeugd tast elkaar openlijk op het festivalterrein af. Als de twee elkaar aanstaan, dan trekken ze zich terug in het bos en als het dan nog goed gaat, worden ze man en vrouw. De vrouw is wel de belangrijkste in deze beslissing en heeft het laatste woord. Als ze de sjaal over de linkerschouder van de man legt, is het definitief 'nee'. We moeten eregast zijn bij een vuurpoetja. Dan ontdekken we opeens Bubu tussen de mensen. Bubu is de baas van Heritage Tours en onze begeleider vorig jaar in Gujarat. Hij is hier samen met twee Amerikanen. Na een hartelijke ontmoeting wordt besloten dat de twee groepjes voor de nacht samengevoegd worden. Het kamp wordt opgeslagen in een mangoboomgaard, waarbij de bomen overwoekerd zijn met zwarte peper planten. Er wordt weer voor een overvloedige avondmaaltijd (6 tot 8 hapjes) gezorgd. De Amerikanen gaan met de gidsen en chauffeurs naar het festival terug. Wij gaan vroeg naar bed, omdat we gisteren zo slecht geslapen hebben. Achteraf blijkt dit een slechte keus, omdat het festival 's avonds bijzonder is. Hoewel, de anderen zijn vrij snel weer terug.

Woensdag 25 februariNaar Dungria-markt - Taptapani

De hele nacht heeft de muziek op het festival gespeeld, maar dat is gelukkig zo ver weg, dat we er niet wakker van liggen. Voor ons ontbijt maken we een wandelingetje naar de waterval. Daarna gaan we naar de markt in Bissam Cuttack. We steken met gevaar voor eigen leven het spoor over. Gewoon over de rails en we begrijpen nu waarom we de treinen zo lang horen toeteren. Iedereen krijgt zo de tijd om het spoor te verlaten. Ook hier lopen de Dungria-mannen en -vrouwen weer om elkaar heen te draaien. Er zit wel een oudere vrouw bij om de meisjes eventueel advies te geven in de keuze van de man. Ook andere Kondh-mensen lopen op de markt rond. We zien nog wat mooie neusclips, maar we worden ook al een beetje blasé. 'Very common' roepen we al. Er zijn hier ook wat meer toeristen, relatief dan. Tot nu toe waren we de enige op de markt of was er een klein groepje andere toeristen. Nu zijn er wat meer. We kijken vandaag vooral, zonder foto's te maken. We hebben er al zoveel. We lunchen in een restaurantje: een thali met schapenvlees. Erg pittig dit keer. Lekker koud water erbij. Het is vandaag erg warm. Op de markt kopen we cola (Thumps up), die net even gekoeld is. Lekker, ijskoud hoeft van ons zeker niet. En met die colaatjes krijgen we tenminste wat klein geld binnen, nodig voor de fooi voor de kofferdragers in de hotels. Die moet je laten sjouwen en wat roepies geven, want dat is hun werk.
Als we doorrijden naar Taptapani stuiten we op een volgend feest. Man op festival, OrissaWij de auto uit en kijken. Er staat een groot podium en daaromheen honderden mensen. Iedereen zit ons aan te staren, we zijn de enige niet Indiërs. Even later wordt er discodansen gedemonstreerd. Daarna volgt een vertolking van de Ramayana, het grote epos over Prins Rama, zijn broer Lakshamana en zijn vrouw Sita. Het is duizenden jaren oud en een van de meest beroemde werken aller tijden. De dichter en wijze Valmiki heeft het epos lang geleden in metrum gezet om het gemakkelijker te kunnen onthouden. De hoofdlijn van het verhaal betreft de ontvoering van Sita door de demon Ravana, ze wordt meegenomen naar Lanka (de stad met de gouden muren). Uiteindelijk wordt Ravana, met de hulp van Hanuman, door Rama wordt gedood. De speler dragen prachtige kostuums. Na afloop is het niet gebruikelijk dat er geklapt wordt. Jitu neemt de microfoon en vertelt dat wij er zijn samen met een chauffeur die zijn roeping gemist heeft en zegt dat die wel wil optreden. Via de microfoon wordt Kisu opgeroepen te verschijnen. Hij geeft vervolgens een mooi optreden en krijgt zelfs applaus. Hij vertelt later dat hij nog nooit voor zoveel mensen heeft opgetreden.
We rijden door naar Taptapani en ons hotel is een grote verrassing. We krijgen in een gebouw de twee suites die het hotel rijk is. Een enorm grote kamer met zitje, een wc met zowel een gewone wc-bril als een hurkbril, zodat ook Indiërs hem weten te gebruiken. De grootste verrassing: allebei een inpandig zwembadje! Tapta betekent warm en pani is water. Tapatpani is dus Warmwater en de vulling van ons zwembad komt rechtstreeks van de warmwaterbron. Terwijl ons bad zich vult, douchen we, want je wordt toch wel vies. Ook onze kleren worden gespoeld en je wilt niet weten hoe smerig het water in de emmer is geworden. Je ruikt overigens onder de douche de zwavel. Daarna poedelen we lekker in het grote bad. Genoeg ruimte voor ons tweetjes. Wat een luxe na een paar dagen kamperen. We blijven in het water tot we helemaal week zijn en ons weer schoon voelen. Op onze enorme veranda staat een zitje en we halen de whiskey tevoorschijn.....
Jitu geeft ons inzicht hoe het toegaat bij het huwelijk in Orissa. Hij is daar heel open over. De man ziet de bruid voor het eerst als er getrouwd wordt. Pas na het jawoord gaat de sluier omhoog. Geen seks voor het huwelijk. Je bent totale vreemden voor elkaar.

Donderdag 26 februariNaar Rambha - Chilika-meer

Chilika-meer, OrissaNet als gisteren is het erg warm vandaag. We zijn de heuvels uit en rijden richting zee, naar Rambha aan het Chilika-meer. We hebben het stammengebied verlaten en zien meteen meer dorpjes. Er is ook veel meer verkeer en het is een gekrioel vanjewelste op de weg. Waarom wil iedereen toch midden op de weg rijden? Er gebeuren zo veel bijna ongelukken en we hebben regelmatig een hartverzakking. We lunchen in een truckerrestaurant. Het ziet er niet uit, maar het eten is er erg lekker. We hebben besloten om minder te gaan eten, anders worden we moddervet. Het eten is heerlijk.
In Rambha hebben we huisjes met een grote veranda. Om 15:30 uur gaan we een boottocht maken op het Chilika-meer, de grootste brakwaterlagune van Azië. Het is vooral bekend om zijn > 1 miljoen migrerende vogels die hier uit o.a. Siberië en Iran bijeenkomen. De vogels zijn in januari al vertrokken en dus is er weinig te zien. Wat aalscholvers, reigers, eenden en een grote wouw. In het meer op een rots staat een gebouwtje dat 'breakfast island' wordt genoemd. We wachten daar op de zonsondergang, maar die is al snel verdwenen achter stof. Geen bier in het hotel, maar Kisu zorgt er echter toch voor evenals een grote fles cola. Wij zorgen voor de whiskey. Het bier wordt in het restaurant wel in de koeling gezet, zodat hij lekker koud is. Het is ondertussen zo warm, dat we 's nachts geen deken meer nodig hebben. Wat wel opvalt, is dat er in de hotels vaak alleen een onderlaken wordt verstrekt. Het is dan ook handig dat we een lakenzak voor in onze slaapzak bij ons hebben. Die gebruiken we dan in het hotel.


Vrijdag 27 februariNaar Bhubaneswar

Eerst rijden we naar Olasingh, een textieldorpje. Een klein haveloos dorpje waar prachtige zijden en katoenen sari's gemaakt worden. Wij kopen een changeant zijden sari waar drie maanden aan gewerkt is. Kost 2000 rupi (€ 32). De lap is zes meter lang en van heel dunne mogga-zijde.
Het is erg warm. We rijden vandaag over een vierbaanssnelweg. Op de weg staan stippellijnen om de banen aan te geven. Toch rijdt iedereen in het midden. Soms rijdt men tegen het verkeer in. Iedereen reageert daar heel relaxed op. Onbegrijpelijk dat er niet meer ongelukken gebeuren.
Vervolgens bekijken we de Khandagiri grotten bij Bhubaneswar.
We bezoeken het stammenmuseum en herkennen de verschillende volkeren met hun kettingen en sieraden. Halverwege valt de stroom uit, waardoor we niet veel meer zien en het zonder ventilatoren erg warm wordt. Ons hotel in Bhubaneswar staat een flink eind uit het centrum. In de buurt zijn geen restaurantjes, wel een stalletje waar we een tweeliterfles cola kopen voor 55 rupi. We gaan even zwemmen op het dakterras van het hotel en worden, uiteraard, aangegaapt door het personeel dat bezig is met een buffet voor een trouwerij klaar te zetten. We willen niet in het hotel eten, dat is te luxe, en besluiten naar de stad te gaan. We nemen een tuktuk voor 60 rupi naar de markt. Overal op straat zijn handeltjes. Het is een enorm uitgebreid gebied. Er zijn zo verschrikkelijk veel kraampjes met allemaal dezelfde waar, dat we ons afvragen hoe ze kunnen overleven. We gaan naar de Park-Inn pub, wat een donker barretje zou moeten zijn. Als we het adres niet hadden gehad, zouden we niet naar binnen gegaan zijn. Het ziet er van buiten gesloten uit, maar dat is niet zo. Het is binnen zo donker dat we onze zaklampen gebruiken om de kaart te lezen. We drinken bier voordat we gaan eten. We bestellen verschillende onbekende dingen. Al de keren dat we dat hebben gedaan, hebben we één keer iets gehad dat niet lekker was. Hier is het ook weer een succes. Petra bestelt een glas wijn en ze krijgt een bodempje, zoals bij cognac. Hij smaakt niet geweldig, maar we hadden ook niet veel anders verwacht. In de tuktuk terug zien we een heleboel trouwerijen. Feestelijk versierde auto's met bloemen en lampen. Een stuk of tien mensen lopen achter de auto en dragen grote verlichte hoofddeksels. Alle trouwerijen zijn hetzelfde. Het zal vandaag wel een bijzondere dag zijn, want we zien er heel veel. De datum en tijd van een trouwerij wordt door een soort huwelijksmakelaar bepaald.

Zaterdag 28 februariBhubaneswar

Een hele dag tempelbezoeken. Eerst een ontbijtbuffet, lekker uitgebreid. We wachten buiten, terwijl Kisu wordt opgeroepen om de auto voor te rijden. We zien hem aan de overkant van de weg staan. En hij rijdt vervolgens de auto voor. Er is standsverschil in India. Officieel is er geen kastenstelsel meer, maar in de praktijk... Kisu is in onze groep de minste en dus onderdanig. In de restaurants is de bediening echter weer minder als hij en blaft hij de mensen commando's toe. Daar is men overigens erg goed in, een mindere afblaffen. Iedereen kent zijn plek. We gaan vandaag allerlei tempels af in en rond Bhubaneswar en Jitu weet er vreselijk veel over te vertellen.
De Raja Rani heeft de mooiste beeldhouwwerken. De 64-Yogini-tempel op de oever van de heilige Bhargavi rivier in Hirapur is erg apart en afwijkend van alles wat we gezien hebben. Mukteswar, OrissaBij de derde tempel, de Mukteswar-tempel, worden Petra's schoenen gestolen. Je moet je schoenen altijd buiten de tempel achterlaten en die doe je weer aan bij het verlaten van de tempel. Bij elke tempel liggen dan ook een hele stapel schoenen. Hoe vaak hebben we dat al niet gedaan. Het is hier niet druk, maar bij terugkomst zijn Petra's schoenen verdwenen. Lia heeft echte vrouwelijke schoenen en maat 39, te groot voor de vrouwen hier, maar die maat 37 van Petra’s teva’s kunnen ook de mannen aan. De schuiten van Martijn passen niemand en zijn dus veilig. Stelen van schoenen en dat bij een tempel... Jitu heeft dat ook nog nooit meegemaakt. Een vergissing is ook niet waarschijnlijk, want onze schoenen wijken te veel af van die de Indiërs dragen. Bij een enkele tempel wordt een donatie gevraagd. Men laat een schrift zien met de gegeven donaties, vaak 100 of 200 rupi. 10 Rupi is echter voldoende en wordt ook meestal gegeven. In het schrift wordt vervolgens een '0' achter de gift gezet, zodat het lijkt of er veel meer gegeven is. De Lingaraj-tempel is niet toegankelijk voor niet-hindoes. Je kunt echter op een platform een blik op het terrein werpen. Ook hier verschijnt iemand met een donatieboek. Dit gaat ons toch iets te ver, je mag de tempel niet in, maar je mag wel doneren. Jitu geeft ons later gelijk, het geld wordt waarschijnlijk alleen maar besteed aan alcohol. Petra koopt bij de plaatselijke Bata nieuwe schoenen voor 250 rupi. Het zijn wel herenschoenen, maar ze lopen lekker. We kopen een horlogebandje voor 120 rupi en een riem voor 60 rupi. Het kost allemaal niets.
Terug in het hotel gaan we in de bar wat drinken. Tot 19:00 uur is het 30 % korting op de drankjes, staat er buiten op een bord. We drinken wat bier en cocktails. Bij het afrekenen blijkt de korting alleen op het bier van toepassing te zijn en hebben ze een dure cocktail gerekend in plaats van een goedkope die we besteld hadden. De rekening gaat terug. De manager moet geraadpleegd worden om de rekening aangepast te krijgen. Uiteindelijk is hij wel een stuk goedkoper, maar nog niet volledig naar onze zin. Gelukkig hebben we de fooi achter de hand om onze onvrede te uiten. De fooi krijgen ze dus niet. We besluiten in het restaurant van het hotel te gaan eten, heel chique met verwarmde borden. De prijs valt mee en het eten is heerlijk.

Zondag 1 maartNaar Bhitarkanika

We rijden vandaag naar het noorden, naar het natuurpark Bhitarkanika. In de buurt daarvan ligt het plaatsje Auli, waar de mensen voornamelijk van rijstbouw leven. Veel lemen huizen zijn versierd met tekeningen van rijstwater. Het ziet er grappig uit. Er lopen verschillende mannen rond met een kaal hoofd. Dit betekent dat er kortgeleden iemand in hun familie is overleden. In andere dorpen zien we een soort zandbanken voor de huizen. Daarin ligt de voorraad rijst. Hoe groter de heuvel, hoe meer rijst, hoe groter de welvaart. Een soort bank voor de deur, waaraan de potentiële huwelijkskandidaten een rijke familie kunnen uitzoeken.
In Chandabali lunchen we. Het eten wordt op tafel gekwakt en de prijs-kwaliteit verhouding valt erg negatief uit. We vinden het te duur en de bediening onverschillig. De ober zegt bij het afrekenen geen wisselgeld te hebben. Als we daarop ons geld achterhouden, heeft hij ineens wel wisselgeld. Volgens ons was hij uit op een grotere tip dan normaal. Nu krijgt hij helemaal niets.Zwartkop-ijsvogel, Orissa Om 14:00 uur stappen we op de boot om in drie uur naar het natuurpark te varen. We nemen alleen een klein rugzakje mee met het hoognodige. Via een brede rivier met wat reigers, kieviten, vliegende vissen, gaan we naar het park. Jitu moet onderweg onze permits regelen en dat kost wat tijd. De boot ziet er krakkemikkig uit, maar doet het goed. Hij maakt alleen een boel lawaai. In het park zitten prachtige ijsvogels.Eco-kamp, Orissa Er zitten acht verschillende soorten hier en we zien er zeven! Alleen Martijn ziet de bek van een krokodil boven het water uitkomen; de rest kijkt net een andere kant op. We leggen aan bij een uitkijktoren en kijken mooi over de bomen heen. Ook nu geen mooie zonsondergang. Het is misschien de verkeerde tijd van het jaar. Het ECO-kamp ligt verderop en we komen in het donker aan. We moeten vanaf de boot een kilometer lopen door een donker bos en zijn blij dat we onze zaklampen bij ons hebben. We zitten in een tentenkamp met vaste tenten net buiten het park, waar iedere tent een eigen badkamertje met douche en wc heeft. Er staan drie bedden in, elektrisch licht en ligstoelen voor de deur. Buiten staat een olielamp. Gezellig. Het eten is inclusief. Wederom krab, rijst, dal, groente en brood. Vroeg naar bed, want we moeten morgen vroeg op.

Maandag 2 maartNaar Chandabali

Na een haastig ontbijt gaan we om goed 5:00 uur op pad. We gaan het park in. ‘Geen rode shirts’ zei Jitu gisteren toen we al in de boot zaten. Laten we die nu toevallig allemaal aan hebben. We moesten op het laatste moment een klein tasje samenstellen en hebben er snel wat spullen in gegooid. Alleen Martijn heeft toevallig ook een gele bij zich. Petra krijgt het witte shirt van Jitu en Lia heeft nog een blauwe omslagdoek bij zich. We steken met de boot de rivier over en gaan daarna wandelen.Ochtendmist, Orissa Het is alleen, zeker in het begin, een beetje mistig, waardoor we niet zo veel zien. Een paar spotted deers, jungle hens (boskippen), een wild zwijn, een paar apen en een stel maraboes. Boven op een platform zien we een specht die door een loerie-achtige uit zijn boom wordt gejaagd. We zien prachtige spinnenwebben met dauwdruppels erin. We zijn via een pad een eiland overgestoken en aan de andere kant ligt de boot weer op ons te wachten. We gaan op het dak zitten en varen dicht langs de kant. We zien heel veel ijsvogels. De een wat kleiner, de andere wat groter, maar allemaal mooi gekleurd. Ook veel reigers, zandlopers, lelielopers, kwikstaartjes en een ibis. Een kleine krokodil schiet voor de boot het water in. Even verder ligt een grote in het water met z'n kop net zichtbaar. Ondertussen is de zon gaan schijnen en wordt het weer behoorlijk warm. Terug op het land zien we een man op z'n blote voeten een kokospalm inklimmen. Een touw slaat hij om de stam en trekt zich dan omhoog. Veel vruchtvlees zit er niet in de noten. We zien een watermonitor, een soort varaan, die door vogels verjaagd wordt. Ze houden in het bezoekerscentrum van het park een paar krokodillen, waaronder een zeldzame witte, die er niet wit uitziet. De verzorger heeft een emmertje met krabben, waar de krokodillen op af komen. Zo kunnen we zien hoe de krokodillen eten.Watermonitor, Orissa Eerst pakken ze de krab, spoelen hem schoon en onder veel gekraak wordt hij verorberd. We zien nog meer vogels, eekhoorns, herten en grote vlinders. We drinken in het restaurant een colaatje (vier flesjes voor 60 rupi). We douchen, maar dat heeft amper zin. Binnen tien minuten zweten we weer net zo hard. We liggen nog even voor onze tent in de schaduw uiteraard, want daar is het het lekkerst door het beetje wind dat er staat. Om 13:00 uur gaan we weer terug naar Chandabali. Op de terugweg zien we geen bijzondere dingen meer.
We zitten in het enige hotel van de plaats. Het is oud maar schoon. Als er wc-papier en een tweede handdoek wordt gebracht, wordt er weer gedraald voor een fooi. Ze moeten gewoon zorgen dat alles in orde is en krijgen niets! Dat fooien geven zijn we ondertussen wel goed zat. Vaak hebben we geen idee wat we moeten geven. Niet te weinig, maar ook niet te veel. Van Jitu worden we ook niets wijzer. Die zegt alleen maar 'what you wish'. We willen in het hotel buiten voor de deur op het gangpad gaan zitten, maar moeten van de manager naar het dakterras. Veel oude troep staat daar, maar we hebben wel uitzicht op de rivier. We bestellen thee en bier. De thee komt snel, maar het bier niet. Omdat het donker wordt, gaan we toch voor onze kamers zitten, waar buiten licht brandt. Het bier komt en de ober vraagt of we ook fingerchips willen. Het duurt zeker drie kwartier voordat die komen, maar ze zijn wel lekker.


Dinsdag 3 maartNaar Udaygiri en Ratnagiri - Dhenkanal – Joranda

Om 7:30 uur zijn we al weer op weg. Einddoel voor vandaag is Dhenkanal. Eerst stoppen we bij de boeddhistische ruïnes van Udayagiri en Ratnagiri. Udayagiri is het grootste boeddhistische complex in Orissa. Er is een klooster opgegraven met de naam Madhavapura Mahavihara. Het complex ligt aan de voet van een heuvel. Men is nog druk bezig het complex op te graven en restaureren. Indrukwekkend is de trapbron die nog steeds gebruikt wordt. Naast de kloosters is er een stoepa te zien. De bloeitijd van het klooster was van de 7e tot de 12e eeuw. Een mannetje loopt met ons mee en opent een hek voor ons. Aan het eind willen we hem een fooi geven. Hij ziet één briefje van 10 rupi, maar de andere ingevouwen briefjes ziet hij niet. Hij zegt dat het niet genoeg is (only ten?). Jammer voor hem, want we stoppen het geld weer in onze portemonnee.
Over het verkeer blijven we ons verbazen. Zonder claxon ben je hier nergens. Op de snelweg, het enige verschil is dat er meerdere banen zijn, houdt niemand zijn baan. Alles krioelt door elkaar. Hoewel er een middenberm is zien we regelmatig spookrijders. Het lijkt wel of iedereen dood wil.Toegangspoort Ratnagiri, OrissaIn Ratnagiri staan twee grote kloosters en een stoepa. Er zijn hier veel mooie beeldhouwwerken en een schitterende toegangspoort te zien.
In Dhenkanal overnachten we in het gastenverblijf van het paleis van de koning. Hij komt hier zelf ook nog regelmatig, maar hij heeft meerdere huizen. Het paleis is groot, luxe en staat vol met porselein en boeken. We krijgen als welkomstdrankje kokosnoten en daarna thee. Er hangt een grote opgezette olifantenkop op een prominente plaats aan de muur. Onze kamers zijn enorm ruim, met een kleedruimte die bijna net zo groot is als de slaapruimte en een enorme badkamer.
We vertrekken na de thee naar Joranda, de zetel van de Mahatma cultuur. Oprichter was Mukunda Das alias 'Mahima Swami'. De religie heet 'Satya Mahima Dharma' wat betekent 'Het ware pad van onbeschrijfelijke genade'. In de Sunya-tempel wonen saddhu's. De primary’s (hoogste rang) dragen alleen een schaamlap van boomschors.Saddhu's, Orissa Een echte saddhu zal nooit om iets vragen. Er lopen een paar kleine saddhu's rond van een jaar of acht, die hier al twee jaar zijn. Ze komen altijd op eigen initiatief. Deze jongetjes willen wel erg graag op de foto, hoewel ze het niet vragen. Ze vragen dan of het toestel aan staat. De deur van de tempel gaat één uur per dag open. De tempel wordt dan gezegend. We zijn nu op dat moment hier, tegen het eind van de middag. Eerst wordt de grote klok geluid en daarna komen de saddhu's met trommeltjes aangelopen, waar ze op slaan. Het is een enorm lawaai. Ze bidden, al knielend en languit op de grond liggend, terwijl de primary’s met grote kwasten rondlopen en gewijd water rondstrooien. De priesters hebben heel lang haar, zowat tot de kuiten, dat ze in een grote wrong om hun hoofd winden. Als de deur van de tempel weer dichtgaat, maken ze nog een aantal rondjes met z'n allen rond de tempel, begeleid door de trommels.
's Avonds eten we in de 'dining hall' van het paleis, waar we een koningsmaal krijgen. Zoals overal gaat alles weer in een rap tempo. Binnen het uur zijn we klaar met het driegangenmenu. Er wordt uitgeserveerd en telkens wordt gevraagd of je nog meer wilt. Heerlijk gegeten en erg leuk voor een keer.

Woensdag 4 maartNaar Satakosia N.P.

Ontbijt in tuin van paleis, OrissaHeerlijk ontbijt in de grote tuin van het paleis. Het is nu nog een heerlijke temperatuur, maar later wordt het erg heet. Na het ontbijt krijgen we een rondleiding door het paleis, met uitzondering van de privévertrekken. Er zijn plannen om de overnachtingsmogelijkheden uit te breiden en een zwembad aan te leggen.
We rijden naar Tikarpada bij de Satkosia kloof, een groot natuurpark aan de Mahanadi rivier. Kamperen is maar een paar maanden mogelijk, omdat tijdens de moesson de hele kloof volloopt en het water meters stijgt. Er staat een 'tentenkamp' op een zandbank in de rivier. Tien tenten op een rijtje met daarachter tien kleine wc/badtentjes. Het laatste stuk naar het tentenkamp is erg hobbelig. Er staat wel veel wind, maar het is een warme wind. Dus voelt dat alleen maar warmer aan. Wij zijn zo'n beetje de laatste groep die hier kampeert. Het kamp wordt na deze week afgebroken en komt nooit meer terug. Ook de dorpen die binnen het park staan, worden ontruimd en afgebroken. Dit alles om de tijgers die hier zitten vrij spel te geven. Zo hopen ze die te redden. 's Middags maken we een rondrit door het park in de hoop wild te zien. Naast de tijgers zijn hier ook olifanten. Behalve een gids, gaan er ook twee mannen op een brommertje mee. Bij een uitkijkplatform praten ze veel en lopen ze maar heen en weer. Vinden ze het gek dat we geen beesten zien. Wij kijken het met verbazing aan. Zij stellen voor dat we dieper het park in gaan naar een ander platform. Wij stellen voor dat de brommer weggaat en dat de rest z'n mond houdt. De brommer gaat inderdaad weg, maar het platform blijkt twee uur hobbelen verder te zijn. Een erg slechte weg. Af en toe zien we wat mensen in huizen, een paar apen, een grote vogel, een reuzeneekhoorn en een sambar, die de weg oversteekt. Dat is de hele, wat magere, oogst. Bij het platform aan een plas zien we niets en al snel is het donker. We hobbelen terug en zijn helemaal gaar als we bij de tenten terug zijn. Vanmiddag heeft Kisu in een dorpje twee biertjes voor ons gekocht. We hebben ze voor we vertrokken 'koud' gezet door ze in een natte sok te stoppen en ze uit de zon en in de wind te zetten. Ze zijn prima te drinken. We krijgen thee met gebakken garnalen als snack. Later eten we lekker buiten. Het is na zonsondergang een heerlijk temperatuurtje geworden. Het eten is elke dag anders. Wel elke dag dezelfde basis: rijst, chapati en dal, maar altijd met verschillende andere gerechtjes.

Donderdag 5 maartNaar Sonepur

We worden tegen zessen wakker van het licht en de fluitende vogels. Het is lekker fris buiten, we kunnen net in een T-shirt zitten. Het is wat heiig en het waait nog niet. We gaan twee uur varen met een boot op de rivier, maar men vindt vandaag één uur het maximum. Waarom wordt niet echt duidelijk gemaakt, maar het schijnt dat de natuur niet meer als een uur geluidsoverlast kan verdragen. De boot maakt heel veel herrie. We stoppen vijf minuten bij een reuzeneekhoorn, maar de ijsvogels varen we op grote afstand voorbij. We zien een sambar en een krokodil. Ze krijgen geen fooi.Ontbijt, OrissaAls ontbijt krijgen we roti, koude aardappel in de schil, rauwe ui, hete rode saus en bananen. Een beetje vreemd, maar wel lekker. Onderweg op een markt kopen we de traditionele trouwhoeden en ketting voor 200 rupi. We vertrekken naar Sonepur waar we om 15:00 uur aankomen. Om 13:30 uur hebben we een lunch, weer een rib uit ons lijf: € 0,45 per persoon voor rijst, dal, vier soorten groente en vis.
We wandelen door het dorp, een klein stoffig plaatsje. We zitten in het beste hotel uit de buurt, maar is niet veel bijzonders. We kijken bij wat pottenbakkers en bij een tempel aan de rivier. We hebben zowaar een mooie zonsondergang. Je hebt hier een mooi overzicht over de rivier. We gaan met z'n allen eten in een restaurant een paar honderd meter verderop. Wij bestellen allerlei verschillende gerechtjes. Zij (gidsen, chauffeur) alleen rijst met schapencurry. Wij zijn tevreden, zij niet. Ze hadden alleen botjes met heel weinig vlees en een hele hete saus. En als Indiërs zeggen dat het heet is...... Jitu wil bier voor ons regelen, maar dat mag eigenlijk niet. Je mag het niet in het openbaar schenken als er kans bestaat dat er kinderen binnenkomen. Die mogen dat niet zien. Zo vertelt Jitu, dat hij weet dat zijn vader wel eens alcohol drinkt, maar dat hij hem nog nooit heeft zien drinken. Uiteindelijk schenkt Jitu in de keuken onze glazen vol en doet er een servetje omheen voordat hij ze op tafel zet.

Vrijdag 6 maartSonepur

Om 7:00 uur vertrekken we met een bootje naar een eiland in de rivier. Het is een stille boot, omdat we voortgeduwd en gepeddeld worden. Heerlijk rustig en ontspannen. We krijgen op het eiland het ontbijt opgediend. We leren eerst van een krant bakjes vouwen. Hier kan de gepofte rijst in. We pellen pinda's, die we bij de rijst gooien. Samen met een ei, banaan en druiven is dat een traditioneel Indiaas ontbijt. We bezoeken de Lankesvari-tempel, die op een rots midden in de rivier staat. Tijdens de moesson stijgt het water zo ver dat alleen het bovenstuk boven water uit komt. Nu moeten we alle trappen op.Lankesvari-tempel, OrissaWe lunchen in hetzelfde restaurant als gisteravond. Goed en goedkoop eten. Alleen hebben ze metalen deuren die over de marmeren vloer krassen. En de deuren gaan vaak open en dicht. Niet om aan te horen. Om 16:00 uur gaan we naar het textieldorp Vaidyanathpur. Hier gebruiken ze de klosjestechniek bij het weven. Prachtige zijden sari's maken ze, maar we hebben er al één en weten niet wat we er mee moeten doen. We vinden het dan ook zonde dat ze de sari's toch aan ons gaan tonen. In principe heel goedkoop, maar we hoeven er geen. Wat omzichtig geven we aan dat we niet hoeven en kunnen dan de demonstratie verlaten.
We hebben ondertussen al een week geen andere toerist meer gezien. De laatste was een groepje in Bhubaneswar. We worden hier in het dorp enorm aangestaard. Het dorp loopt helemaal uit. De hele kleintjes zijn bang voor ons. Er is een enkeling die een paar woorden Engels spreekt. Als verrassing heeft Jitu voor 's avonds een cultureel iets georganiseerd. Het blijkt een groepje te zijn dat muziek maakt. Ze treden op in de hele regio en schijnen erg bekend te zijn. Achter in een winkeltje is een kamertje en daar is het optreden. Ze hebben er duidelijk veel plezier in. Wij ook, want ze zijn erg goed. Ganesh speelt tabla, Satya en Kaibalya zingen. Satya speelt tijdens het zingen op een soort liggende accordeon (Tanzen und flute staat erop).
Na de voorstelling eten we een stuk buiten de stad. Gelukkig eten hier meer mensen, zodat we niet alleen zitten. Er is niet veel keus, zelfs de rijst is op, maar wat er is, is heel erg lekker: roti met dikke dal en kurma paneer. Het bier zit dit keer in aluminium bekers en mag daarom geschonken worden (je kunt niet door de bekers kijken). Het is de enige koude drank, dus dat is mooi meegenomen. Hier is ook geen bestek voor ons, dus eten we met de handen (alleen rechterhand), net als de Indiërs. Als je ziet hoe de borden en glazen worden afgewassen en gedroogd, dan verbaast het ons dat we nog niet ziek zijn geworden (zullen we de hele reis niet worden ook). We eten voor een record laagtebedrag: het eten kost slechts 80 rupi (€ 1,20) voor drie personen.

Zaterdag 7 maartNaar Kantilo

We ontbijten op de kamer van Jitu en Kisu, omdat het hotel geen ontbijtgelegenheid heeft. Ze hebben van alles geregeld en het is prima. Ze hebben zelfs ergens op straat thee geregeld! Dan gaan we op weg naar Kantilo. In Bauda (ook wel Boudh) bezoeken we de stervormige Ramanath-tempel, gewijd aan Siva uit de 9e eeuw.
Onderweg zien we een optocht van vrouwen met potjes op hun hoofd en daar weer een kokosnoot op. Wat mannen bespelen een trommel. Wat verderop zit een groepje vrouwen op de grond om Saturnus (voor zaterdag) te eren. Een priester zit in het midden kokosnoten, fruit en bloemetjes te offeren. De vrouwen 'schellen' af en toe. Een mooi gezicht en gehoor.Kamp langs de weg, OrissaWe lunchen weer eens met kip, meestal eten we vegetarisch of met vis. Dit is wel weer lekker. In Kantilo is een overnachtingsplek, waar ambtenaren gebruik van kunnen maken. Doen ze dat niet, dan kunnen bijvoorbeeld toeristen daar blijven slapen. Omdat het morgen een feestdag is, zou er wel eens een ambtenaar kunnen komen. We mogen de tenten in de tuin opzetten. We kiezen er echter voor om helemaal in de natuur te kamperen. Er zit langs de weg een groep Indiërs een enorme pot te koken en onze begeleiders willen daar pal naast gaan staan. Gelukkig krijgen we ze zover dat we 100 meter doorrijden. We zetten de tenten op in de schaduw van de bomen. Het blijft echter warm. Kantilo blijkt één groot koperslagersdorp te zijn. Iedereen doet een bepaald element van de bewerking. Ze maken naast de gewone potten en pannen prachtige beelden. Alleen zijn ze veel te zwaar om mee te nemen. Op de markt doen we boodschappen voor het avondeten. Lia en Petra kopen cola, Martijn en Jitu regelen bier en whiskey, brood, aardappelen en nog wat zaken. Bij de campingplaats zijn al een pompoen en tomaten gekocht. Kisu maakt er op zijn ene pitje een heerlijke maaltijd van. Daarna treedt hij weer op en blijven we nog gezellig napraten.


Zondag 8 maartNaar Satapada

Het lijkt 's morgens of het regent, maar het is de dauw die uit de bomen druppelt. Het is wel erg mistig en het voelt erg klammig. De tent is nog nat als we hem inpakken. 's Nachts om 4:30 uur hoorden we al weer muziek. Zijn wij even blij dat we niet bij die ambtenaren staan, dat terrein ligt midden in het dorp. We rijden naar Satapada aan het Chilika-meer. Eerder zijn we aan de zuidkant van het meer geweest, nu aan de noordkant, bij de uitgang naar zee.
In Bhubaneswar bezoeken we een steenhouwerij en bij Dhauli een rots. In 261 voor Christus heeft hier de Kalinga-oorlog een omslagpunt in de Indiase historie betekend, vooral hoe de mensen dachten. De aankondigingen van Dhauli zijn een levende getuigenis van koning Ashoka bij de invoering van de leer van Dharma Vijay. De Dhauli-aankondigingen zijn geschreven in de taal Prakrit met behulp van het Brahmi schrift. De uitgehakte olifant boven de inscripties is het eerste boeddhistische beeldhouwwerk in Orissa. Hier vertelt Jitu dat hij vanavond afscheid van ons neemt, op verzoek van Bubu. De boottocht van morgenochtend is verplaatst naar vanmiddag, zodat hij na het eten weg kan. In het hotel in Satapada zitten overal padden. Ook voor onze kamerdeur. Het is voor het eerst deze vakantie zowaar bewolkt en het is erg vochtig.Chilika-meer, Orissa We varen met een boot het meer op, op zoek naar dolfijnen. Die laten zich al snel vinden. Op enige afstand komen ze af en toe boven water. Hierna zetten we koers naar de doorgang van het meer naar de zee. We worden daar vlakbij op de kant gezet en lopen het laatste stuk door een bos en de duinen naar de opening. Vanaf een duintop zien we de opening naar zee. Het laatste stuk is enorm vies. Overal ligt troep, achtergelaten door picknickende (Indiase) toeristen. Er zijn geen afvalbakken en dus ligt alles gewoon op de grond. Op de borden staat overal niets achter te laten en niet hard te praten om de dieren niet te laten schrikken. Niemand lijkt zich hieraan te storen. Daarnaast, de boten maken zoveel herrie, waarom zou je niet hard mogen praten? We zien één ijsvogeltje en op de weg terug nog meer dolfijnen.
In het restaurant eten we met z'n vijven. Hoewel, wij eten en zij smikkelen af en toe een beetje mee. Zij gaan vanavond naar huis in Puri en moeten daar nog eten. Van de garnalen bestellen we een extra portie, ze zijn heerlijk. Alles is trouwens erg lekker. Na het eten nemen we afscheid van Jitu en Kisu. Kisu blijft ons nog wel een tijdje vervoeren. We hebben een brief voor Jitu gemaakt met alle 'complains' van de reis. Deze klachten zijn wel erg 'gezocht'. Er staan zaken in als 'meer dan één verrassing per dag', 'tempels in Bhubaneswar niet op chronologische volgorde afgewerkt' en ‘slechts zes gerechtjes bij een diner'. Op de andere kant zijn positieve eigenschappen. Kisu krijgt een brief, waarbij één kant leeg blijft, we hebben geen klachten. Op de andere kant staan zijn positieve zaken. O.a. het redden van een aantal levens tijdens de tocht door Orissa. En natuurlijk een enveloppe!

Maandag 9 maartNaar Pur

Als we om 8:45 uur klaar zijn met het ontbijt, staat Kisu ons al op te wachten. Vandaag gaan we naar Puri om de laatste dagen te relaxen. Onderweg zien we tientallen ijsvogels op de draden langs de weg. In hotel Mayfair staat Bubu ons al op te wachten met bloemen voor de dames. Hij heeft bij de ingang zijn reisbureau. Het 4* hotel is lekker luxe. Prachtige kamer, mooie badkamer, badjas, slippers, zeepjes, shampoo, bodylotion, gratis drankjes uit de koelkast evenals de zakjes met nootjes en chips. We hebben een kamer met een terras, dat overgaat in een groot gemeenschappelijk grasveld. Prachtig zwembad erbij. Hier houden we het wel een paar dagen vol.
We gaan eerst het plaatsje in. In het deel dicht bij zee is een straat met wat winkels, hotels en restaurants. Terwijl de vrouwen souvenirs gaan kopen (in elke winkel moeten de schoenen uit), gaat Martijn internetten (10 rupi per 0,5 uur). We eten bij Honey Bee Backery. Hier hebben ze soda met 'echte' limoen. Lekker. Ook echt brood en pizza's. We kopen een fles lemon bij een stalletje en vragen waar ze bier verkopen. Tot nu toe waren bierstalletjes herkenbaar aan een raam met tralies ervoor. Maar die kunnen we niet zo snel vinden. We worden verwezen naar de buren, een bar. Deze is erg donker met overal aparte hokjes waarvan de gordijnen dicht kunnen. Alle bars zien er in Orissa maar donker uit. We kijken nog even aan het strand. Na de verhalen over hoe vuil het strand hier zou zijn, valt het ons mee. Er is waarschijnlijk een schoonmaakactie geweest.Zwembad Mayfair hotel Puri, Orissa Bij het hotel duiken we het zwembad in. Een jongen komt meteen aangesneld met handdoeken voor de ligstoelen. Er is nog één man in het zwembad, verder niemand. Heel even schijnt de zon en na vijf minuten is het alweer te warm. We hoeven niet onder een parasol, want de zon verdwijnt achter de wolken. Hebben we drie weken stralend weer gehad, zitten we aan zee, is het bewolkt. Dat hebben wij weer.
We eten 's avonds in Wildgrass, het restaurant van Bubu. We zitten in een mooie tuin, waar allemaal aparte hoekjes zijn ingericht. Erg leuk en lekker.

Dinsdag 10 maartPuri

Het is bewolkt. We gaan naar Bubu's reisbureau voor het programma van vandaag. Kisu is ook aanwezig. Om 11:00 uur gaan we naar de Jagannath-tempel, enorm groot, en gesloten voor niet-hindoes. De laatste jaren mogen mensen van de laagste kaste er ook binnen. Dat mocht eerst niet. Vanaf het dak van de bibliotheek heb je een mooi uitzicht op het complex. Het is een drukte van belang, ook op de Grand Road met pelgrims. De gitzwarte godheid is heel erg populair in India. Deze Jagannath wordt niet als een echte godheid geëerd, maar meer als 'één van ons'. Elke dag wordt hij gewassen, krijgt eten en gaat elke twaalfjaar dood. Dan wordt een nieuw beeld gemaakt. Overal staan stalletjes met allerlei prullaria. Ook veel bedelaars, die, naar de gids zegt, erg rijk zijn. Veel Indiërs geven hen geld als zijnde de goede daad die ze elke dag moeten verrichten. Mensen uit allerlei streken, armoedig, vaak op blote voeten. Geschat wordt dat 20.000 mensen - verdeeld in 36 orden en 97 klassen - afhankelijk zijn van Jagannath voor hun levensonderhoud. Deze is gebouwd in zijn huidige vorm in 1198. Het gebouw is omringd door twee muren. De kegeltoren van de tempel is 58m hoog en op de top staan de vlag en het wiel van Vishnu.
Puri Grand Road, Orissa's Middags rijden we naar het dorpje Banguruba met Kisu, waar een festival is. Midden in de bush ligt dit landbouwdorpje. Het ziet er idyllisch uit met veel nieuwe daken, en zoals altijd en overal, veel kinderen. Bij het festival raken een paar mannen in trance. Ze krijgen bloemenslingers omgehangen. Ander mannen spelen op de trom en slaan op metalen ronde schijven. Een lawaai vanjewelste. De mannen in trance eten vuur. Aan het eind gooien ze wat bloemen in het publiek. Wie er een vangt, gaat naar voren. Hun problemen worden benoemd en opgelost. Het kan zowel om geluk, werk, liefde of ziekte gaan. Natuurlijk moeten ook twee van de vijf aanwezige toeristen naar voren komen. Uiteraard wordt ook een donatie verwacht. Het geheel is wel indrukwekkend, mooi om te zien.
Terug op ons terras maken we thee en koffie, drinken cola, sprite en lemon en eten chips en vieze koekjes. De vogels maken vlak voor zonsondergang een hels kabaal. Daarna wordt het stil. We eten bij Peace. Als we daar om 20:00 uur binnenkomen, is er nog net een tafel vrij. Vrij snel daarna is het helemaal leeg, maar als we vertrekken is het weer aardig vol. Heerlijke vis dopiaza, champignons met knoflook, spinazie met kaas en gebakken rijst met groenten. Het smaakt prima. Bier staat niet op de kaart, maar als we de flessen op de grond willen zetten, kunnen we wel een biertje krijgen.
We gaan terug naar het hotel met de fietsriksja voor 20 rupi. Lia en Petra samen in één, Martijn regelt er een voor zichzelf. Het is wiebelig, het is donker en de riksja's zijn niet verlicht. Ze maken er een wedstrijd van wie het eerst bij het hotel is.

Woensdag 11 maartPuri

De zon schijnt. Van 9 tot 12 uur liggen we aan het zwembad. Lia zit een kwartiertje in de zon, Martijn alleen in de schaduw. 's Avonds zijn we allebei rood en lichtjes aangebrand. We lunchen in het restaurant van het hotel, want we hebben geen zin om naar de eettentjes te gaan. Er is ook een restaurant, hartstikke koud door de airco, en we worden naar de zaal gewuifd waar we ook ontbeten hebben. Geen airco, wel met fan, veel gezelliger. Wel 'duur' voor een lunch: 500 rupi (€ 8) voor 3 personen. Als we met Kisu naar het vissersdorpje Changdrahaga en Konark willen vertrekken, horen we van Bubu dat hij iets heel doms heeft gedaan. Hij had met z'n vrouw afgesproken ons uit te nodigen voor de lunch. Die had gebeld waar we bleven, maar hij was vergeten ons uit te nodigen. Foutje!
Het vissersdorpje, vlak bij Konark, heeft strooien hutjes en uiteraard weer veel kinderen. Overal zitten de mannen de netten te boeten. Er wordt veel gezeurd om pennen. Kleine bootjes brengen vis aan land.Zonnetempel in Konark, Orissa De Zonnetempel in Konark staat op de Unesco-lijst en is prachtig. De toegang is wel de prijzigste van heel Orissa (250 rupi pp). Lokalen betalen slechts 10 rupi. De grote tempel werd geconstrueerd in de 13e eeuw, maar er is weinig bekend over zijn vroege geschiedenis. Men denkt dat hij door de Orissan koning Narashimhadev I moet zijn gebouwd om zijn militaire overwinning op de Moslims te vieren. Het viel waarschijnlijk in ongebruik in de vroege 17de eeuw nadat deze door één van Keizer Jehangir’s afgezanten is ontheiligd. De volledige tempel moet de blokkenwagen voor de zongod Surya voorstellen. Rond de basis van de tempel zijn vierentwintig gigantische gesneden stenen wielen. Zeven machtige stenen paarden trekken aan de tempel en de immense structuur is overdekt met gravures, beeldhouwwerken, figuren en basreliëfs. De tempel is volledig volgestort met puin, omdat hij anders instort. In verband met Holi (het kleurfeest morgen) is het aardig druk met veel Indiase toeristen.
Wiel Zonnetempel, OrissaTerug bij de auto blijkt Kisu niet lekker. Hij heeft last van suikerziekte. Na wat wachten denkt hij ons wel veilig terug te kunnen brengen naar Puri. Hij belooft ons te stoppen als het niet gaat. Zo komen we heelhuids weer terug.
Om 19:00 uur gaan we naar Raghurajpur, 20 km ten zuiden van Puri. Hier is een dansfeest. Er staat een podium en rijen stoelen ervoor. Eerst worden wat mensen gehuldigd, vreselijk saai en dan begint het dansen. Vijf vrouwen en een man. Allemaal erg mooi aangekleed en prachtig opgemaakt. De handen en voeten zijn rood versierd. Ze dansen heel sierlijk, met hun handen en voeten. Erg goed! Er zitten een paar honderd mensen te kijken. Wij zijn de enige westerse toeristen. De muziek valt ook mee, geen echte jengelmuziek. Bubu en zijn vrouw arriveren later ook en ze rijden met ons terug naar Puri. Na het mislukken van de lunch vanmiddag gaan we nu dineren bij Wildgrass, Bubu's restaurant. Als we diverse dingen hebben besteld komt Bubu vertellen dat hij de hele bestelling heeft veranderd en iets anders heeft geregeld. We krijgen soep vooraf en diverse gerechtjes. Zelf heeft hij geen tijd om mee te eten. Zijn vrouw is gestopt daar over te klagen, vertelt ze. Zij houdt ons gezelschap en verklapt ons het recept van de tomatenkatha. Dat gaan we thuis proberen.

Donderdag 12 maartNaar Calcutta

De reis is bijna afgelopen. Totaal komen we uit op ca. 3000 km met de auto en straks nog 490 km met de trein naar Calcutta. We proppen alles in onze rugzakken. Check-out time is hier 8:00 uur. Een vreemd tijdstip, maar we mogen één kamer houden. De gasten voor de ene kamer zijn er al. De check-in tijd is ook 8:00 uur. Komt waarschijnlijk door de aankomst-/vertrektijden van de trein.
Vandaag is het kleurenfestival, Holi. Alle winkels zijn vanochtend dicht. Overal staan kinderen met waterpistolen gevuld met gekleurd water. Ook staan er schalen gevuld met gekleurd poeder. Veel mensen, vooral mannen, staan er al gekleurd op. Sommige hebben een roze huid, anderen een hardgroene. Sommige gezichten zijn helemaal gekleurd. We gaan in de lobby van het hotel zitten wachten op het vertrek naar Bhubaneswar. Zo blijven we nog een beetje netjes, toeristen zijn een geliefd doelwit. We worden opgehaald en stoppen bij Wildgrass.Bubu tijdens Holi, Orissa We ontkomen er niet aan door Bubu en zijn makkers gekleurd te worden. Zij zijn allemaal helemaal gekleurd en houden zakjes met kleurstof gereed om iedereen te versieren. Het zijn net kleine kinderen en lol dat ze hebben. Het zijn geen verfbommetjes zoals vorig jaar in Gujarat, maar droog poeder, dat je makkelijk af kunt wassen. Hier loopt iedereen er gekleurd bij. De meeste vrouwen zijn wijselijk binnen gebleven. Overal zie je mannen op brommertjes met zakjes poeder aan het stuur.
De trein vertrekt om 13:15 uur uit Bhubaneswar naar Calcutta, 490 km. Iemand van Heritage Tours begeleidt ons dit deel van de reis. Hij koopt voor ons vlak bij het station een lunchpakket. Rijst met groeten en kip. En water uiteraard. De trein zit vol, maar gewoon vol, niet zo afgeladen zoals je wel eens op TV ziet. We zitten 1e klas, met airco. Het lijkt wel netjes, maar alles valt uit elkaar. We hebben gereserveerde plaatsen. De stoelen blijven niet rechtop staan en de plateautjes vallen steeds naar beneden. De vloer wordt bij vertrek schoongemaakt, maar daar wil je niet van eten. De lunch smaakt uitstekend. Je hoeft echt niet te verhongeren hier. Regelmatig komen er mannen langs met thee, eten, frisdrank en snacks. Halverwege moeten we van plaats wisselen en een rij naar achteren schuiven. Er komen Indiërs op onze vorige plaatsen zitten, die een enorme stampij beginnen te maken dat ze hun koffers niet boven hun stoelen kwijt kunnen. Ze schreeuwen werkelijk de hele trein bij elkaar. We begrijpen er niet alles van en weten hier de gebruiken ook niet echt. Sommige mensen halen hun spullen weg. Wij niet. Misschien is dit wel weer een kastenstrijd. Iemand uit een hogere kaste die zijn wil oplegt aan het volk? Als een man echter aan onze rugzakken begint te trekken, moeten we ons er toch mee bemoeien. Martijn hoeft met zijn bijna twee meter alleen maar even te gaan staan en de man stopt. Onze begeleider is even bang dat Martijn echt spaanders gaat slaan, maar als Martijn weer zit, mogen onze rugzakken gewoon blijven liggen. Er wordt nog wat geroepen over een advocaat in de familie, maar dat maakt het voor ons alleen maar lachwekkender. Als een man vervolgens aan Martijn vraagt of hij de tas boven diens hoofd even wil aangeven, zegt hij dat die best mag blijven liggen. Als de man blijft aandringen, blijkt dat de man de trein uit moet, dus toch maar even geholpen. Precies op tijd (20:00 uur) arriveren we in Calcutta op het station. Dat gebeurt volgens onze begeleider maar zelden. Hij regelt vervolgens één drager voor onze drie rugzakken. Er wordt zo te zien stevig onderhandeld over de prijs. Twee gaan er op zijn hoofd en een hangt aan zijn arm. Bij de taxi naar het hotel geven wij hem stiekem nog een extra fooi. Na aankomst in het hotel gaan we even naar de kamer en vervolgens eten in een restaurant dichtbij. Daarna naar bed, want we moeten weer vroeg op.

Vrijdag 13 maartNaar huis

Ons toestel vertrekt om 8:55 uur. De gids vertelt, dat we drie uur van tevoren op het vliegveld moeten zijn. We hebben ons gisteren via internet ingecheckt en toen werd 90 minuten van tevoren aangegeven. We hebben echter ook Delhi vorig jaar nog in ons hoofd, waar je echt drie uur nodig hebt. Dus zijn we om 6:00 uur op het vliegveld. Omdat we via internet hebben ingecheckt, hoeven we niet in de lange rij te gaan staan en worden onze koffers direct in ontvangst genomen. Er zijn hier nog niet veel mensen die via internet inchecken, maar het heeft ook hier zijn voordelen. Om 6:10 (!) uur zijn we overal door. We hadden lekker kunnen uitslapen in plaats van hier te zitten. We wisselen wat overgebleven rupi om in dollars, de euri zijn op. Voor de laatste keer kopen we ontbijt. De reis verloopt verder heel voorspoedig. Na een tussenlanding in Dubai komen we een half uur eerder aan in Düsseldorf als gepland. Nu moeten we even wachten, want onze besproken trein vertrekt wat later. Hier ontmoeten we een paar Nederlanders die uit Costa Rica komen en ook op de trein wachten. In een kroegje achter het station drinken we met hen een biertje.
Om 23:00 uur zijn we thuis.

Dit was een DimSum reis, uitgevoerd door Heritage Tours in Orissa.