Myanmar (Birma)

20 februari t/m 22 maart 2007

MYANMAR, dat tot 1989 BIRMA heette, is meer dan tweeduizend kilometer lang, is 16 keer zo groot als Nederland en is daarmee het grootste continentale land van Zuidoost-Azië. De buurlanden zijn India, China, Laos en Thailand.
Myanmar telt circa 45 miljoen inwoners met zo'n 130 etnische minderheden. De literaire traditie en het schrift met voornamelijk ronde letters stammen uit de Monperiode (3de eeuw voor Christus). Bijna negentig procent van de Birmese bevolking is boeddhist. Bijna alle mannen nemen in hun leven voor kortere of langere tijd deel aan het kloosterleven (sangha), velen zelfs verscheidene keren. Shin puy, monnik worden, is een belangrijk moment in het leven van een Birmese man. Meestal vindt deze plechtigheid rond het tiende tot twaalfde jaar plaats.

Inlemeer, Myanmar

RouteMyanmar

Dinsdag/Woensdag 20/21 februariNaar Yangon

We maken een vierweekse rondreis door Myanmar. Koning Aap heeft voor ons hotels geboekt en een auto met chauffeur geregeld.
Ruim twee uur van te voren zijn op Schiphol. We zijn lang niet de eersten, maar de grondstewardess kan nog wel een plaats bij de nooduitgang regelen, omdat Martijn lang genoeg is. We vliegen in elf uur naar Kuala Lumpur, wachten daar drie uur en gaan dan in 2:40 uur naar Yangon in Myanmar. Als we in het vliegtuig stappen naar Yangon, zijn we bijnaf de eersten. En de allereersten zitten op 'onze plaatsen'. Het blijkt dat zij dezelfde stoelnummers hebben en onze nummers uit Amsterdam zijn waarschijnlijk niet doorgekomen. We moeten even wachten en dan krijgen we wederom plaatsen bij de nooduitgang. Beide vluchten zitten niet vol en hebben we drie stoelen voor ons beiden.
Om 11:15 uur plaatselijke tijd (vijfenhalf uur tijdsverschil) landen we, helemaal gaar, op Yangon Airport. Ze hebben ons wel laten slapen in het vliegtuig, maar zo 's middags tegen zessen Nederlandse tijd lukt ons dat echt niet. We worden bij het verlaten van het vliegtuig al opgewacht en de meneer van het reisbureau loodst ons snel door alle formaliteiten. Vooral de bagagecontrole laten we links liggen, wat nogal scheelt in de tijd en binnen een half uur na landing staan we buiten.
In het hotel wacht een mevrouw ons op met wat mededelingen. We zitten in een luxe hotel dicht bij de Shwedagonpagode. We besluiten eerst tot een siësta en zetten de wekker op 15:00 uur. We wisselen geld in het hotel. Volgens de mevrouw van het reisbureau maakt het niet veel uit waar je wisselt, als je het maar niet bij een bank doet. Euro's, duidelijk gebruikte biljetten, zijn geen enkel probleem. De koers is goed: 1200 voor 1 US$, 1550 voor 1 €. We wisselen 400 euro. 1000 kyat is het grootste biljet dat er in het land aanwezig is en dat heeft een tegenwaarde van € 0,65. We krijgen dus een enorme stapel biljetten.
Daarna gaan we naar de pagode. Onderweg kopen we water in een winkel waar we positief worden gediscrimineerd. Iedereen moet zijn tas laten controleren, maar wij hoeven dat niet. Een liter water kost hier € 0,10. Shwedagon-pagode, MyanmarWe wandelen naar de Shwedagonpagode. Eerst lopen we er helemaal om heen om 'ergens' het beste zicht te hebben voor een foto. Daarna gaan we naar binnen. We weten dat we als toeristen entree moeten betalen, maar we weten niet waar; we zien nergens iets van een kassa en niemand spreekt ons daarover aan. We zullen ons moeten gaan verdiepen in de taal, want we zien zelfs het verschil tussen cijfers en letters niet. En alles staat hier alleen in het Birmees aangegeven. We vragen ergens of we door mogen en ze wuiven ons verder. We leveren onze schoenen in, doen de sokken in de rugzak en worden verder nergens tegengehouden om een kaartje te kopen. En toch zien we verschillende toeristen met een kaartje met een datum. Het complex is fantastisch. Hartstikke groot en allemaal goud wat er blinkt. Veel Birmezen offeren bij de god van hun geboortedag. Er worden bekertjes water gedronken, wierook verbrand en offerbeelden besprenkeld met water. Grote groepen vrouwen vegen de vloer. Omdat we geen entree hebben betaald, offeren we maar wat geld bij de 'goudboot'. Deze brengt de tegenwaarde van de donatie in kleine zakjes met goudpapier naar een nieuw te bouwen pagode. Tussen 17:00 en 19:00 uur heb je hier het mooiste licht en dan zitten we te genieten van al die pagodes.
Iedereen draagt een lange rok, een longyi: de vrouwen stoppen de stof van voren in de tailleband, de mannen dragen het met een knot van voren.
Het is heel erg warm. De mevrouw van het reisbureau waarschuwt ons voor het koelere weer 's avonds, maar dan beginnen wij het juist lekker te vinden. We blijven tot het donker is, om 18:30 uur, en besluiten om in de buurt wat te gaan eten. Niet bij de plaatselijke theetentjes, maar bij een gewoon restaurant. Het is groot en het is er vrij druk en we zitten lekker buiten. Wij zijn de enige buitenlanders; de anderen zijn de 'gegoede burgerij', die zich dat kan veroorloven. Als we gaan zitten, wordt er een stoel aangeschoven voor onze rugzak die we al op de grond hadden gezet. Maar dat hoort hier niet. Alle handtasjes en pakjes worden breeduit op tafel gezet. Er is een menukaart, zowaar in het Engels, maar dat Engels houdt in, dat met 'drie soorten vlees' 'drie soorten vis' wordt bedoeld. Het is erg smakelijk. Men schenkt hier Tigertapbier dat door 'echte' Tigermeisjes wordt gebracht. Voor kip met cashewnoten, drie soorten 'vlees', rijst en ieder drie tapbiertjes betalen we € 6,50. Op de menukaart staan geen prijzen, en vooraf hadden we gedacht dat we duurder uit zouden zijn.
Op het terras van het ons hotel nemen we nog een afzakkertje. Hier zitten alleen maar toeristen. We moeten betalen in Amerikaanse dollars. Als wij vertellen dat we die niet hebben, rekenen ze een heel onvoordelige koers. Als wij vragen of we voor die koers geld kunnen wisselen, lachen ze alleen maar. Langzaam maar zeker zakken we helemaal in en gaan vroeg naar bed.

Donderdag 22 februariYangon

Na een uitgebreid ontbijt, keus uit Amerikaans of Birmees buffet, lopen we richting centrum. Het valt ons op, dat de straten schoon zijn, er ligt geen troep, de auto's rijden rustig, maar walmen wel meer dan bij ons. Men houdt zich aan verkeersregels en voetgangers hebben nooit voorrang. In het centrum is het vrij druk. Veel stalletjes die van alles en nog wat te koop hebben, vooral eten. Veel vrouwen hebben thanakha crème op hun gezicht gesmeerd. Dat is een van sandelhout gemaakt licht poeder dat deels uit mooiigheid, deels tegen de zon wordt gebruikt. Ook veel kinderen hebben dat en een enkele man. Men is heel creatief met allerlei motiefjes. Een enkele vrouw rookt een dikke sigaar.Het verkeer in Yangon, Myanmar De Sule-pagode staat op een druk plein, is 46 meter hoog en is helemaal van goud. Weer gaan onze schoenen en sokken uit en omdat het nog vroeg is, zijn de tegels nog niet echt warm. We krijgen een plastic zakje voor onze schoenen en willen daar best voor betalen, maar geen 1000 kyat zoals ze vragen. Maar je bent vrij om wel of niet te betalen. Ook hier veel offers van wierook en water dat over de Boeddhabeelden wordt geschonken.
Het is behoorlijk warm en daar moeten we aan wennen. We wandelen verder naar de Botataungpagode die aan de Yangonrivier ligt. Onderweg zien we veel uitpuilende bussen en busjes. We zien weinig toeristen in de stad. Bij de benzinestations staan enorme rijen.
Bij de pagode moeten we betalen als buitenlander zijnde. Maar dat willen we niet in US$ doen. Na lang aandringen, kan het wel in kyats, maar is de koers zo slecht dat we het gewoon maar laten. Deze binnenkant zal wel niet veel anders zijn dan de anderen die we al gezien hebben. Eigenlijk is het van de zotte dat je in een land niet kunt betalen met de eigen valuta. Met een taxi laten we ons terugbrengen naar het hotel voor 2500 kyat. Na de siësta gaan we bij het zwembad liggen in de schaduw, want het is erg warm. Daarna nemen we een taxi naar Chaukhtatkyi, een liggende Boeddha van 70 meter. Een Birmees spreekt ons aan en neemt ons mee naar het bijbehorende klooster. Hij laat ons de studeer- en slaapzalen zien. Hij wil daar 3 US$ voor hebben en wij geven hem 1000 kyat. Daarna lopen we naar de Japanner, waar we een apart kamertje krijgen. We zitten op de grond, maar er is wel een gat in de vloer voor onze benen. Ze hebben een enorme kaart met plaatjes en Engelse tekst. We bestellen wat sushi's, momo's en een hotpot. Het is allemaal erg lekker. Een mevrouw maakt de hotpot voor ons klaar aan tafel en we genieten. Voor Myanmar heel erg duur, voor ons goedkoop: € 20 voor ons tweeën.

Vrijdag 23 februariNaar Hp'an

Om 7:00 uur staat onze chauffeur ons al op te wachten. Zijn naam is Ye Htun Oo, maar wij noemen hem KuYe, waarbij Ku voor 'oudere' staat. Vandaag rijden we naar het zuidoosten, naar Hp'an. Onderweg zien we veel ontbijttentjes. Het lijkt erop dat zowat iedereen buitenshuis ontbijt. Weer lange rijen voor de benzinestations en heel veel uitpuilende vrachtautootjes.
We stoppen bij een 'offerboom', een grote dikke boom met grillige takken. Tussen al die takken staan offertjes van vooral bloemen. De chauffeur koopt een sterk geurend takje jasmijn voor aan de autospiegel zoals we er veel zien. We stoppen in Htaukkyan waar een drukke markt is. Hier komen heel erg weinig toeristen en we worden openlijk uitgelachen. Vooral Martijn vanwege zijn lengte. Hij steekt dan ook overal ver bovenuit. Er zijn heel veel bloemen, kruiden en groente, waaronder allerlei vreemde dingen die wij niet kennen en waarvan we geen idee hebben wat het is. Vlak voor Bago stoppen we bij de Kyaik Pun Paya, waar vier 30 meter hoge Boeddha's zitten. We doneren 1000 kyat en krijgen daarvoor een reçu en een boekje in het Birmees en dus niet te lezen. Een jonge ansichtkaartenverkoopster is erg nieuwsgierig en vraagt ons meteen hoeveel we gegeven hebben. In Bago krijgen we een sightseeing. Eerst bekijken we de Shwethalyaung Buddha, een liggende Boeddha van 55 meter lang en 16 meter hoog. Monikken in het Kha Khat Wain Kyaungklooster, MyanmarDaarna gaan we naar het grote klooster Kha Khat Wain Kyaung, waar honderden monniken volgens een strak schema leven. Om 11:00 uur eten ze de enige maaltijd van de dag en ze krijgen alleen wat ze echt nodig hebben. Meer niet. In hele grote pannen wordt gekookte rijst gegooid waar weer porties uitgeschept worden. Verder zijn er grote kommen met soep en groenten. Als de gong gaat, stellen ze zich in twee grote rijen op en komen met hun bedelnap aanschuifelen. Er is een grote groep Koreanen die hele zakken vol met allerlei artikelen uitdeelt. De eerste monniken in de rij hebben hun nappen zo vol, dat er geen rijst meer bij kan. Bij de laatste is het op. Iedereen neemt plaats aan lage ronde tafels. Er wordt niet gepraat; het enige geluid is het gesmak van de monniken.
Dan gaan we naar de Shwemawdawpagode, die 114 meter hoog is. De stenen waar we blootsvoets over moeten, zijn niet zo warm als we gevreesd hadden. De toren is net zo mooi als die in Yangon, maar de tempels en offerplaatsen er om heen zijn een stuk minder. In Bago moeten we overal voor de foto- (200 kyat) en videocamera (500 kyat) betalen. Daarna door naar de Hintha Gon Paya waar een gamelanorkest speelt, compleet met dansers en kriszwaarden. Het doet erg Indonesisch aan.
Wat we willen eten, vraagt de chauffeur en wij kiezen voor Birmees. Hij waarschuwt ons dat het nogal pittig is. We gaan naar een achteraf gelegen restaurant dat vol zit met de plaatselijke bevolking. Alle spullen kunnen we in de auto laten, die niet op slot gaat en waarvan de raampjes open blijven. Dat kan hier blijkbaar nog. We zullen dat regelmatig doen, en er gebeurt nooit iets. We krijgen rijst, een soepje, een schaal met rauwe groente staat op tafel evenals schaaltjes met hete tot erg hete dingen. Bij een buffet wijzen we een paar dingen aan en die worden naar onze tafel gebracht. Alles is eerder lauw dan warm en aangezien men met de handen eet, moet dat ook wel. Maar of het goed is voor onze magen? Alles staat er al een tijd, maar het is in ieder geval wel goed doorbakken. We zullen er dan ook geen last van krijgen. Inclusief een fles water zijn we samen € 2 kwijt.
Onderweg stuiten we op een Hindoeprocessie. Heel kleurrijk, de vrouwen dragen potten taugé op hun hoofd, veel bloemenkransen, mannen zijn geschminkt, veel muziek. Alleen is er net een wegversperring van een helft van de weg, zodat niemand er meer langs kan.
Er zijn onderweg veel tolplaatsen waar een klein bedrag betaald moet worden. Het is nog een heel eind rijden naar Hp'an. De wegen zijn volgens de chauffeur veel beter dan vorig jaar, maar volgens onze begrippen nog steeds slecht. Ze zijn smal en de langzame enorme vrachtwagens zijn moeilijk in te halen. Het is extra moeilijk omdat men rechts rijdt en het stuur van veel auto's rechts zit. De chauffeur ziet het tegemoetkomende verkeer niet aankomen. Onderweg zien we veel cashewnotenbomen, rubberplantages en teakbossen. Er rijden veel vrachtwagens, kleine busjes vol met mensen erin, erop en eraan, veel brommers vaak volgestouwd, tractors, ossenkarren, fietstaxi's, wat gewone fietsers en lopende mensen. Er is weinig tot geen eigen autobezit.
Hp'an ligt in een 'restricted area', waar we eigenlijk, als buitenlander, niet naar toe mogen. De controle is, ook voor de plaatselijke bevolking, streng. Na wat gepraat en het tonen van ons reisschema zodat ze kunnen zien dat we morgen weer weg gaan, mogen we door. Overal zien we pagodes, groot en klein. Er groeit rijst, mooi groen. Even mooi is het karstgebergte waarachter langzaam de zon als een rode bol ondergaat.
In Hp'an zullen we geen toeristen tegenkomen. Hotel Tigerfeet is eenvoudig, een nulsterren hotel. Maar veel keus is hier niet. KuYe wijst ons een restaurant en we gaan daar een hapje eten. Er is weinig, zwakke straatverlichting. In het hotel valt het licht een paar keer voor hele korte tijden uit. We slapen slecht door de vele herrie, zowel buiten als van de buren die je letterlijk kunt verstaan. Men heeft in Myanmar een voorkeur voor gewelddadige films met veel actie en herrie. En dan willen ze die liefst zo hard mogelijk aanzetten. Tekenfilms zijn ook erg populair bij volwassenen. Ze zitten gefascineerd te kijken in hotels, restaurants, theehuizen.


Zaterdag 24 februariNaar Kyaiktiyo (Gouden Rots)

Eerst gaan we naar de markt. Mannen en vrouwen dragen allemaal eenzelfde hardplastic boodschappentas. Om 8:30 uur is het al erg druk. Er liggen heel veel verschillende groenten en fruit en alles ziet er goed uit. Er staat een enorme vrachtauto vol met groene kolen. Overal zien we kolen. Martijn wordt bekeken alsof hij het zevendewereldwonder is en ze lachen hem openlijk uit. Men stoot elkaar aan en wijzen hem na. Ze vinden het prachtig. Hij is hier dan ook wel erg groot tussen al die kleine Birmezen. Bij de pagode groeien veel jackfruits.
Dan gaan we met de auto wat bezienswaardigheden bekijken. We rijden terug richting Thaton en komen eerst bij Kyauk Ka Latpagode, een klooster dat een pagode boven op een begroeide rots heeft. Hij ligt aan het water en tegen het karstgebergte. Met een trap kunnen we omhoog tot aan de pagode. De echte top van de berg is niet te bereiken.
Daarna naar de Kaugungrotten, waar duizenden miniatuur Boeddha's in goud en brons tegen de wanden en plafonds zitten geplakt. Een ongelofelijk gezicht.
Bij de grenspost kennen ze ons nog van gisteren en mogen we snel doorrijden.
Dan naar de Bayin Nyi-grotten, dat mooi tegen de rotsen aan ligt. Er zijn badplaatsen voor mannen en vrouwen. Gescheiden uiteraard.
We vervolgen onze weg naar Kyaiktiyo, de Gouden Rots, een belangrijke bedevaartplaats voor de Birmezen. In deze tijd zie je die dan ook heel veel. Beneden in het basiskamp stappen we in een open truck met slechts de hoogstnodige bagage. De truck heeft hele smalle bankjes en nog smallere beenruimte. De prijs is berekend op zes personen per bankje. Totaal gaan er vijftig mensen in zo'n truck. Maar niet-Aziaten passen niet en nemen 1,5 tot 2 plaatsen in bezit en moeten daarvoor meer betalen. Het zit proppievol o.a. met veel monniken, ook hele kleine. Martijn zit helemaal vooraan waar wat meer beenruimte is. Lia zit aan de kant, maar helemaal scheef omdat het anders niet past. Aan de zijkant kun je je nog vasthouden aan het rek, maar als je in het midden zit, moet je je gewoon met de bochten mee laten gaan. De weg omhoog zit vol met haarspeldbochten en het is een mooie tocht. Bij het eindstation van de truck gaan we lopen. Gouden Rots, MyanmarSteile paden omhoog. Er staan en lopen veel dragers die je rugzak willen dragen en er zijn ook een soort draagstoelen. Het lopen gaat goed, alleen hebben we wel last van de warmte. Hoe hoger we komen, hoe meer stalletjes er langs de kant van de weg staan met o.a. veel drankjes, eten, vruchten, stinkende kruiden en natuurlijk de gewone souvenirs. Er staan zoveel stalletjes dat we ons afvragen of men daar van kan leven. Na drie kwartier lopen zijn we er. We moeten US$ 6 p.p. toegang betalen en eigenlijk ook US$ 2 voor de video. Martijn maakt daar een opmerking over en dan hoeft hij niet te betalen. We zien er waarschijnlijk zo zielig en uitgeput uit. Bij de Birmezen is dat niet te zien, ze zweten wel, maar krijgen geen rood aangelopen hoofd. De gouden rots is een overhangende rots die met goudblaadjes is bedekt. Die kun je kopen en erbij plakken. Er staat dat vrouwen geen lange broek mogen dragen, maar daar stoort niemand zich aan. Wel mogen vrouwen bovenaan niet op een paar vierkante meter komen. Waarom weet niemand. We hebben nog nooit zoveel op blote voeten gelopen. Hier is niet overal even goed geveegd en dat loopt niet altijd even prettig. We zijn ook niks gewend.
We zitten in het hotel Mountain Top, dat net voor de toegang staat. Bij binnenkomst krijgen we meteen een klein koud flesje water in de handen gedrukt en op onze kamer staat nog meer.
We hebben vanmiddag laat in het basiskamp gegeten, zodat we eenmaal in het hotel, lekker douchen, een biertje drinken en dan meteen naar bed gaan.

Zondag 25 februariNaar Toungoo

We lopen naar beneden en ook al is het nog vrij vroeg en gaan we omlaag, zweten we. We stappen in een truck en weten een plaatsje op de eerste bank met wat beenruimte te bemachtigen. De rit kost 1000 kyat. Het is druk met kraampjes en vooral Birmezen en een enkele toerist, twee monniken met vreemd uitziende kappen. In het dorpje staat KuYe ons al op te wachten. We rijden vandaag naar Toungoo. Het landschap is vrij groen, veel water met vissers, grote rivieren. De mensen zijn aan het werk. Buffels grazen, grote weiden met zonnebloemen en kraampjes waar van alles en nog wat te koop is. Vooral watermeloenen. Veel theetentjes waar hele families zitten te drinken. Het vele vrachtverkeer houdt ons lekker op. Af en toe zien we wat simpele houten huisjes. Er wordt veel aan de weg gewerkt. Veel tolhuisjes. Steeds meer ossenwagens. We eten Birmees: kipcurry met rijst. De weg is goed, zij het vrij smal. Door de langzame vrachtauto's en het lastig inhalen, doen we er zes uur over. Dat is ruim twee uur sneller dan voor de wegverbetering. Aan de weg wordt met de hand gewekt. De mannen slaan de grote brokken steen in kleine stukken. De vrouwen sjouwen met mandjes met stenen. Het teer wordt in ketels op open vuur gestookt en met een soort gieter op de stenen gegoten. Ze hebben wel een wals.
's Avonds eten we in het hotel en we krijgen voor het eerst een kaart met prijzen. We zijn € 9 kwijt en de twee flessen bier waren het grootste deel daarvan.

Maandag 26 februariNaar Kalaw

Om 7:30 uur vertrekken we naar Kalaw. De eieren bij het ontbijt komen nu onze strot al uit. Elke dag is het ontbijt hetzelfde: toast met eieren, jam, koffie en thee. Nou ja thee: het is donker vocht, vaak erg lauw en smakeloos.
Het eerste stuk van de weg is goed, hetzelfde als gisteren. Na de afslag naar het oosten richting Kalaw wordt het een stuk slechter. Men is wel bezig om te restaureren, ook weer met de hand. Sommige stukken zijn vrij stoffig. We doen er acht uur over. Onderweg genieten we van het landschap, dan weer rijstvelden waarop men aan het werk is, dan weer katoen, zonnebloemen. Veel huisjes langs de kant van de weg. Allemaal erg eenvoudig. Veel ossenkarren, fietsers, meloenen. We lunchen na de afslag naar Kalaw en we zitten prompt met alleen toeristen in het restaurant. Dit is voor het eerst. Het is dan ook de doorgaande route van het Inlemeer naar Mandalay. Het hotel Top Hill Resort ligt boven het stadje. We krijgen een houten huisje met uitzicht over de plaats met de bergen op de achtergrond. We worden ontvangen met natte lapjes, kopjes groene thee en snoepjes. Op de kamer staat water, koffie en thee. Het is hier een stuk koeler, want we zitten een heel stuk hoger. Het hotel ligt op 1320 meter en op de kamer hebben we geen airco maar een kachel. Iedereen draagt hier een jas en veel mensen een muts. Wij vinden het in ons T-shirt wel aangenaam.
KuYe haalt ons op om in het dorp te gaan eten, want het is hem bekend, dat het in ons hotel duur en niet zo best is.

Dinsdag 27 februariKalaw

We hebben gekozen voor de 'lange' wandeling. Dit houdt in van 8:30 tot 15:30 uur, inclusief pauzes. Rond Kalaw, MyanmarWe hebben een goed Engels sprekende privégids. Het gebied is erg heuvelachtig en we gaan dan ook de hele tijd omhoog en omlaag. Maar niet steil. Het pad is droog en soms erg smal. De heuvels zijn vrij kaal omdat het het einde van het droge seizoen is. In de dorpjes Ywathit en Taryaw waar we doorheen wandelen, zijn niet zoveel mensen. Wel zit een mooie oude vrouw te weven. We hebben de gids een paar leesbrilletjes gegeven, zodat hij die naar goeddunken kan weggeven. Aan oudere mensen vraagt hij of ze lezen of handwerken en zo ja, dan krijgen ze een brilletje. We kopen twee mutsjes en geven zelf een oranje muts weg en ook wat haarspeldjes. In het laatste dorpje krijgen we thee aangeboden. Wij naar binnen en we geven weer wat brilletjes en haarspeldjes. Een mevrouw rookt een dikke sigaar en een ander toont ons hoe een traditioneel hoofddeksel gevouwen en opgezet wordt. Het is een paar meter lang geval van stukken doek, stukken kralen, stukken linten dat op een bepaalde manier om het hoofd en het haar gedraaid wordt. Erg kunstig. Bij een uitzichtpunt gaan we lunchen. We krijgen chapati's met een prutje, thee, cola en sprite. We genieten van het uitzicht op de bergen en de vele bloemen op de voorgrond. We zitten buiten in de wind uit de zon onder een dakje. De terugweg is saaier, vrij vlak en behoorlijk stoffig.

Woensdag 28 februariNaar Yatsakyi-klooster

Het is twee uur met de auto rijden naar Pindaya, waar een gids op ons wacht, die amper verstaanbaar Engels spreekt. Langs de kant van de weg staan vaak mensen met vlaggen en nappen. Ze willen dat je wat muntjes doneert voor de verbetering van de weg of voor het onderhoud van een pagode.
We maken een tweedaagse wandeltocht naar het klooster van Yatsakyi en weer terug. Vandaag lopen we voornamelijk omhoog. Dat gaat niet erg steil, maar wel gestaag. We lopen grotendeels in de schaduw en bovendien staat er een lekker windje. Uitstekend wandelweer dus. Overal zien we waterpotten staan. Deze worden gevuld door mensen die in de buurt wonen en zijn bedoeld als drinkwater voor de lokale bevolking, waar dan ook veel gebruik van gemaakt wordt. We hebben mooi uitzicht over de vallei en zien Pindaya met het meer in de diepte liggen. We komen bij een grot met allemaal Boeddhabeelden waarvan sommige er erg oud uit zien. Ze staan er in alle soorten en maten. In Sikyainn is een huis waar we lunchen. Meteen bij aankomst krijgen we thee. Die is trouwens overal gratis. Zelfs in theehuizen. Mensen kunnen daar de hele dag zitten, thee drinken, kletsen, de krant lezen, tv kijken. Helemaal gratis. Men zet daar dan hapjes op de tafels in de hoop dat de mensen die nemen en die moeten ze betalen.
Er wordt een lunch voor ons klaargemaakt. Veel te veel natuurlijk, maar we geloven dat ze de rest even later zelf opeten. Het is heel uitgebreid met soep, kip, groente, tofu, aubergine met aardappel en iets met pinda's. Erg lekker. En zoals bijna overal krijgen we fruit na. We nemen een echte cola die hier in het land niet vaak te krijgen is. Ze hebben blikjes die erg duur zijn. In verhouding dan. Ze kosten hier 1500 kyat (€ 1). Meer dan een dagloon voor de meeste mensen hier. Onze gids en zijn vrouw die onderwijzeres is, verdienen allebei 1000 kyat per dag. En daar kunnen ze van rondkomen. Met de fooi die KuYe krijgt, kunnen ze de universiteit van hun zoon betalen en tevens hun hele familie (broers en zussen met hun gezinnen, ooms en tantes) onderhouden. Hij heeft het erg goed.
Het is een vrij makkelijke wandeling, maar tijdens het natte seizoen kunnen we ons voorstellen dat sommige stukken erg glibberig worden.
Na de lunch lopen we meer naar beneden, vooral over stenen. Na anderhalf uur komen we in Yatsakyi. Er is al een groep Duitsers van 24 man, die vanochtend al om 6:30 uur hier naar toe is vertrokken. Ze lijken wel iets ouder dan wij, maar toch niet veel. We krijgen thee en nootjes in het klooster en even later komt de abt thuis. Hij is het, jonge, hoofd en runt het klooster samen met zes monnikjes van 8-12 jaar. Hij ontvangt ons vriendelijk, via een tolk, want hij spreekt geen Engels. Daarna wandelen we wat rond tot 18:00 uur. Onze gids vraag of we zin hebben in een biertje en wat kroepoek. Wij naar de etensbarak waar lage tafeltjes staan die gedekt zijn voor de Duitsers. Wij krijgen een apart tafeltje en iedereen zit op de vloer. Het blijkt dat iedere groep die hier komt een eigen keukenploeg heeft geregeld, die ieder een eigen keuken heeft. Overal staan kaarsjes en het ziet er erg gezellig uit. Het wordt hier wat frisser 's avonds door de hoogte, maar een dun T-shirt met lange mouwen is genoeg. We krijgen o.a. heerlijk rundvlees met verschillende groentes, soep, sinaasappels. En nog een biertje. De Duitsers moeten het met thee doen. Zij slapen in het echte logeergebouw; wij krijgen een apart gebouw en slapen met z'n tweeën in een enorme slaapkamerzaal waar men een bed voor ons heeft klaargemaakt met een hele stapel extra dekens.


Donderdag 1 maartWandeling naar Pindaya

Het ontbijt is buiten in de zon. Binnen in het gebouw duurt het te lang voordat het aangenaam is. Om 7:00 uur breekt net de zon door op ons plekje. Ze hebben een tafel voor ons gedekt en een paar krukjes uit de school gejat. Vannacht was het koud, maar we hadden meer dan genoeg dekens.
We schrijven wat in het gastenboek, stoppen daar 2000 kyat in p.p. (het gangbare tarief volgens onze gids) als gift voor het klooster en gaan dan afscheid nemen van de abt en overhandigen hem het boek.
We nemen een andere route naar beneden, naar Pindaya, een steilere, die eigenlijk alleen maar naar beneden gaat. Sommige stukken dalen we wel heel snel af. We komen in een dorpje, niet meer dan wat huisjes, waar vooral veel stenenfabriekjes staan. Na drie uur zijn we bij het oude klooster van Pindaya. We kijken even rond en zien de monniken elkaar het hoofd scheren bij de wasplaats.
Het hotel is nog een half uurtje verder lopen, dat we aan de achterkant via de tuin binnengaan. Vooraan staat KuYe ons al op te wachten met de bagage. We krijgen een houten huisje, vrij ruim, mooi ingericht, met een terras met uitzicht op de grotten die hier vlakbij liggen.
Pal voor het hotel begint het terrein van het Paya Pwe-festival. Want dat is het, gisteren, vandaag en morgen, ter ere van de Shwe Oo Minpagode. Dit is ieder jaar zo eind februari, begin maart met volle maan. En dat is morgen. We vallen dus met onze neus in de boter. Het is een soort jaarmarkt met talloze kraampjes met van alles en nog wat. Veel etenswaren, snoepjes, drankjes, maar ook gebruiksartikelen. Het is er erg druk. Men spreekt amper Engels en de kinderen zijn nog niet verpest. Ze zwaaien alleen maar vriendelijk en zelfs 'hello mister' kennen ze hier niet. In het hele land is dat trouwens zo. Van heinde en verre komen de mensen naar het festival. Overal kuieren mensen, heel gemoedelijk. Dan ineens gaan veel vrouwen en kinderen langs de kanten van de weg staan, alsof er een optocht komt. Het zijn echter bedelmonniken, die in een enorme rij aan komen schuifelen. Hun gewaden zijn helemaal dichtgevouwen, geen blote armen en allemaal hebben ze een bedelnap en een pastic zak. De vrouwen langs de kant hebben hele tassen en schalen vol met rijst. Sommige hebben snoepjes, wc-papier, geld, drankjes. Iedere monnik, en het zijn er echt honderden, ook hele kleintjes, krijgt een schepje rijst, dat in de bedelnap gaat. Andere spullen gaan in het plastic zakje. Om de zoveel meter staan grote zakken waar de rijst uit de nappen wordt geschud, zodat er weer meer in kan. Balen en balen rijst halen de monniken op, die met een vrachtauto dat afgevoerd moeten worden. Het klooster heeft zo voor een heel jaar te eten. We hebben het idee dat de monniken de dingen in de plastic zakjes zelf mogen houden. Het is een echt spektakel. Al die schuifelende monniken op blote voeten en al die schepjes en handjes rijst die in die schalen gaan. Dit hadden we niet willen missen!
We gaan bij een kraampje zitten en bestellen een drankje. Het blijkt lycheesap te zijn. Men zet er een schaaltje loempia's bij en we proberen er allebei een. Twee flesjes en twee loempia's kosten samen € 0,50. We blijven ons over de prijzen verbazen.
Langzaam dwalen we verder en gaan dan naar de grotten. Honderden trappen, maar dan ook echt honderden trappen omhoog. Samen met honderden andere mensen. Meest Birmezen. Soms zien we een verdwaalde toerist. Wat een drukte. De grotten staan vol met honderden, nee duizenden Boeddhabeelden. Bij de laatste telling (niet van ons) kwam men uit op 8094. In allerlei soorten en maten en van allerlei materiaal. De laatste 200 treden moeten we op blote voeten. Als we bij de grot aankomen, vinden we het al erg druk. Als we weggaan, is het stervensdruk. Dat vindt men daar blijkbaar ook, want de toegangshekken worden tijdelijk gesloten. Als er genoeg mensen uit zijn, mogen er nieuwe in.
Weer terug in het hotel, gaan we lekker op ons terras zitten en luisteren naar de geluiden van het festival onder het genot van een biertje. We genieten. Het feest gaat de hele nacht door. We horen het wel, maar hebben er geen last van.

Vrijdag 2 maartNaar het Inle-meer

Om 9:00 uur vetrekken we naar het Inle-meer. Eerst noemt KuYe ons mee naar een parasolfabriekje. Een familiebedrijfje dat parasols maakt van Shanpapier. Het maken van die dingen ziet er erg simpel uit en ze doen het hele proces ons voor. Als we zo'n parasol kopen (zonder afdingen kost die € 2), zijn ze echt helemaal gelukkig.
Wij hebben overal geld zitten. In alle zakken en tassen. Hoewel we honderden briefjes kregen in het begin, gaat het er ook snel weer uit. Maar wat wil je als het grootste biljet maar € 0,65 waard is. We lopen met hele stapeltjes geld. We 'sparen' wel kleinere biljetten voor fooien e.d. want voor ons is 1000 kyat dan wel erg weinig, voor hier is het voor de meeste mensen veel.
We blijven tolhuisjes tegenkomen. Telkens moet er 100 of 200 kyat betaald worden. Soms nog meer. We gaan op weg naar het Inle-meer. Omdat het vandaag volle maan is en dus de laatste dag van het festival in Pindaya, gaan nog meer mensen daar naar toe. Wat een volk komt ons tegemoet. Vrachtauto's en tractors, helemaal, maar dan ook helemaal afgeladen, zien we aankomen. Het gaat erg langzaam, want de weg is smal en slecht. Als er een tegenligger komt, moeten allebei de voertuigen de berm in. En die is niet overal even goed. Maar we hebben alle tijd en zien op deze manier erg veel. Wat een mensen en wat een kleurige hoofddoeken dragen ze allemaal. Prachtig gewoon.
Over het weer hebben we het niet. Het is zonnig, strak blauw en warm. Dag in, dag uit. Eens in de vier à vijf dagen wijzen we elkaar: kijk een wolkje.Visser op het Inlemeer, MyanmarBij het Inle-meer stappen we over in een boot. Alleen wij tweeën zitten daarin voor de transfer naar ons hotel Paramount, dat op een eiland in het meer ligt. Overal zien we vissersbootjes, sommige roeien met hun benen, wat specifiek is voor deze streek. Het vissen gebeurt met enorme korven. Onze schipper vaart langzamer bij zo'n visser, zodat we foto's kunnen maken. De visser geven we hiervoor wat geld.
Drie kwartier varen is het. We krijgen een cottage, op palen gebouwd boven het water, met een terrasje aan de waterkant. Erg idyllisch. We nemen het er vandaag van, volgens plan, en gaan lekker buiten in de schaduw op ons terras zitten. Heerlijk.
We eten 's avonds in het hotel, een andere mogelijkheid is er niet. Zoals overal hebben ze een enorme kaart, met zowel Chinees als Birmees eten. Het personeel blijft altijd en overal achter je stoel staan, tot je wat gekozen hebt. En wat ons opvalt, is dat ze eigenlijk altijd alles van de kaart nog hebben ook. Het is niet druk, maar het is dan ook het einde van het seizoen. Hier kunnen we van alle schotels een kleine of grote portie bestellen. Wel zo handig. We nemen er anderhalf en dat is meer dan genoeg. Het is hier wel wat duurder, maar alles moet dan ook over het water aangevoerd worden. We zijn € 10 (15.000 kyat) kwijt. Nog altijd bijna voor niets, vinden we. En zoals altijd is het bier de helft van de rekening. Ondertussen heeft men de kamer nachtklaar gemaakt en hangt het muskietennet. We maken koffie en thee en drinken er een whiskey bij.

Zaterdag 3 maartInle-meer

Bij het ontbijt krijgen we zowaar warme thee. En worstjes. Heerlijk voor de verandering.
We willen vandaag met een boot verschillende dingen gaan bekijken. Maar de boot die ze ons aanbieden, moet maar liefst 20.000 kyat kosten. Het is wel een snelle boot, maar de bootsman spreekt geen woord Engels. We vinden het veel te duur. Maar ja, we zitten hier op een eiland, dus veel keus hebben we niet. De mevrouw van het hotel stuurt iemand naar het meest nabijgelegen dorp om te vragen of zij iemand beschikbaar hebben voor vandaag. Zij gebruiken de boten niet voor de toeristen, maar voor een keer willen ze het wel doen. 14.000 kyat kost het nu. Het is een langzame boot, maar dat vinden we wel best. Wij hebben geen haast. Eerst varen we naar een dorp op palen. Elk huis staat op palen en staat los van de buren. Dus als ze ergens heen willen, moeten ze altijd met de boot. Heel apart. Sommige huizen zien er goed uit, andere aardig vervallen. Het dorp ligt wel mooi tussen al het groen. Af en toe zien we een pagode. We varen door naar de markt van Nam Pan. De markt is een weekmarkt en wordt elke dag ergens anders gehouden. Om het wat lastiger te maken om te bepalen waar de markt is, heeft men hier weken van vijf dagen.
In iedere boot staan losse fauteuils en liggen er zwemvesten en paraplu's tegen de zon, de wind of het opspattende water. Er zijn nogal wat toeristen, hoewel er bij de markt veel weggaan als wij aakomen. Het begin is gevuld met kraampjes voor de toeristen: kettingen, kralen, schilderijtjes, maskers, enz., enz. Verderop is de groente- en huishoudmarkt. Hier lopen wat mooie vrouwen rond met vrolijk gekleurde doeken op hun hoofd. Eigenlijk valt het ons erg tegen. Erg bijzonder is het niet. Het is even zoeken naar onze boot, want het haventje ligt vol met boten. En ze lijken allemaal op elkaar. De plaatselijke bevolking komt er n.l. ook mee. Die boten zitten wat voller dan de onze. Voller met mensen en voller met boodschappen.
Daarna gaan we wat verschillende bedrijfjes langs: hoefsmid, weverij, sigarenfabriek, zilversmid. We krijgen overal een rondleiding en thee. Bij een souvenirshop zitten vijf padaungvrouwen (langnek) te weven. We maken snel wat foto's van hen, omdat we ze toch wel heel apart vinden.
En dan, midden op het Inle-meer in Myanmar, komen we een bekende tegen. De eerste Nederlander die we deze reis zien en die kennen we: een reisleider die we in 1998 in Centraal-Azië hebben gehad.
We varen naar het klooster met de springende katten. Aan de buitenkant ziet het er niet uit. Binnen ziet het er voornamelijk oud uit. Wel mooi. En ja, we zien de katten door een hoepeltje springen.
Weer terug bij het hotel nemen we eerst een biertje op het terras van het restaurant. Daarna houden we siësta.


Zondag 4 maartInle-meer

We hebben besloten dat het vandaag een rustdag wordt. Dat waren we eigenlijk vooraf ook al van plan geweest en hadden hier een extra dag in onze reis ingepland. Dus we ontbijten op ons gemak, lezen en puzzelen, doen een wasje. Dat is het wel zo'n beetje. Het is vandaag erg warm, windstil.
Er is een grote groep kwetterende Koreanen gearriveerd. Allemaal hebben ze in de boot een zwemvest aan en een paraplu op. 's Avonds bij het diner brengen ze zowaar hun eigen noedels mee.

Maandag 5 maartNaar Mandalay

Als we gaan ontbijten, ligt de boot om ons terug te brengen al klaar. Zo vroeg op de dag is het fris op het water en we zijn blij met onze fleecetruien.
Het is acht uur rijden naar Mandalay. Als we net op weg zijn, zien we een processie naderen. Feest onderweg, MyanmarVoorop wat dansende vrouwen, dan een hele sliert kinderen in volgorde van grootte. De kleinste vooraan. Allemaal dragen ze bloemen, een beeldje of pauwenveren. Daarna volgen paarden met daarop elk een meisje in een prachtige jurk, hoofdtooi en mooi opgemaakt. Er lopen mannen met parasols naast hen en vrouwen strooien met rijst. Een meisje valt van haar paard. Achteraan volgt de muziekwagen met versterker.
De weg is vrij slecht. Inhalen is moeilijk. Gelukkig is het niet zo druk. Af en toe betalen we weer tol. Soms zien we een dorpje, veel bamboebossen.
Vlak voor Mandalay gaan we nog even bij de slangentempel kijken. Alle beelden stellen slangen voor met in hun wijd opengesperde muilen een Boeddhabeeld.
Mandalay is druk en er zijn weer verkeerslichten. Veel fietsers en brommers. Ons hotel ligt midden in het centrum, maar een stukje van de straat af, waardoor het binnen gelukkig stil is.
We gaan voor de verandering Europees eten: pizza en spaghetti.

Dinsdag 6 maartMandalay

Een uitgebreider ontbijt vandaag. We wandelen het centrum in, struinen over verschillende markten, zien de klokkentoren en gaan op zoek naar een postkantoor. We hopen dat ze daar ook ansichtkaarten hebben, want die zijn niet algemeen te koop hier. Een kaart kost 50 kyat en een postzegel ook 50. Dus voor € 0,35 kun je een kaart naar Europa versturen. We internetten even, maar het systeem is zo traag, dat we afzien van een bericht naar Nederland. Dan houden we siësta. Daarna lopen we lang het paleis dat omgeven is door een gracht. Een kant is drie kilometer lang en we lopen twee kanten langs om een paar pagodes te bezoeken: de Sandamani Paya en de Kuthodaw Paya, waar het grootste boek ter wereld is. Rondom de centrale stoepa staan 729 marmeren platen waarop de leer van Boeddha beschreven staat.
We willen terug met een taxi. Maar als je er een nodig hebt, zijn ze er niet. En dus lopen we maar. Bijna weer terug bij de hoofdstraat strijken neer op een terrasje waar ze tapbier verkopen. Dat is erg goedkoop: 450 kyat (€ 0,30) voor een groot glas. Er zitten op het terras alleen maar mannen die veelal het bier vermengen met whiskey. Bij elk tafeltje staat een spuugbak op de grond voor de rode fluimen die men krijgt door de betelnoten die men kauwt. Op straat zie je veel rode stralen en plasjes die op bloedvlekken lijken. Zodra het donker wordt, komen de muggen tevoorschijn en we besluiten ergens binnen te gaan eten. Alle auto's en brommers hebben verlichting, alle fietsers en fietstaxi's niet. Met een fietstaxi gaan we terug naar het hotel. We lopen hele dagen op slippers en hebben heel erg vieze voeten.

Woensdag 7 maartNaar Monywa

We rijden naar het westen naar Monywa. In Mandalay bezoeken we eerst nog de Mahamuni Paya in het zuiden van de stad. Vrouwen mogen niet in het belangrijkste deel komen. Het grote Boeddhabeeld is eigenlijk van brons, maar doordat iedereen er van die goudplaatjes op plakt, is het brons nu bedekt met een 15 centimeter dikke laag goud. Elke ochtend om 4:00 uur wordt het gezicht van het beeld gewassen en de tanden gepoetst. Er worden veel bloemen geofferd en overal staan souvenirstalletjes.
Dan gaan we naar de 'steenstraat', waar veel beelden gemaakt worden. Hele grote en hele kleine. In de houtfabriek worden veel marionetten en wandkleden, helemaal met de hand gemaakt, en met veel kraaltjes, verkocht. In de zijde- en katoenfabriek worden hele oude houten weefgetouwen gebruikt.
De 1200 meter lange houten U Beinbrug lopen we helemaal af. Er staat nog redelijk wat water in de rivier en we zien een hele grote groep eenden. Op de drooggelegen delen van de rivier worden gewassen verbouwd en verschillende mensen zijn onkruid aan het wieden.
In het grote klooster Mahagandayan in Amarapura gaan om 10:15 uur 2000 monniken eten. Het eten is hier een stuk minder Spartaans dan in het Kha Khat Wain Kyaungklooster in Bago.
In Awa, een vroegere hoofdstad, varen we met een veerpont naar de overkant. Daar huren we een paardenkar waarmee we een tocht door de omgeving maken. We zien het Maha Aung Mye Bonzonklooster, de scheve 27 meter hoge toren Nanmyin, en het Bagaya Kyaungklooster dat helemaal van teak gemaakt is.Grote Boeddha van 167 meter, MyanmarVlak voor Monywa zien we de grootste staande Boeddha van 167 meter hoog en een grote liggende Boeddha van 90 meter lang. Deze is pas in 2006 voltooid. Dichtbij ligt de Bodhi Tataung waar 8000 beelden in een tuin netjes in rijen staan opgesteld. Vanuit een toren kun je deze mooi zien. Bij de Thanboddhay Paya staan maar liefst 582.357 beelden. We hebben ze niet nageteld.
Het Win Unity Resort Hotel in Monywa is mooi gelegen, een stukje buiten het centrum. De bungalows liggen in een grote tuin en hebben een hele ruime kamer en badkamer.
KuYe moest erg lachen toen hij vertelde dat een diner in het restaurant US$ 5 kost. Zo duur! Als wij vertellen dat dat gisteren in ons hotel US$ 10 kostte, komt hij helemaal niet meer bij. Hij kan zich niet voorstellen, dat iemand dat voor een diner zou betalen. Hij brengt ons naar het centrum van de plaats waar wij restaurant Fantasy hebben uitgezocht. Hij twijfelt of wij hier wel willen eten, want ze hebben geen Chinees, alleen bbq. Maar wij willen wel eens wat anders. Er zijn geen toeristen, sowieso niet in dit deel van het land, en alleen mannen zitten er te drinken. Ook hier mengen ze bier met whiskey en spugen ze rode stralen in de afvalemmertjes. Ze hebben tapbier, dat wij bestellen en halen een zakje kroepoek. Bij het tweede biertje gaan we naar de vitrine en wijzen wat kip en varkenssaté aan, die voor ons op de barbecue klaar wordt gemaakt. Zowel de kip als de varkensribbetjes worden in grove stukken gehakt, zodat er veel splinters in het vlees zitten. We zijn benieuwd of onze magen hier tegen kunnen: wie weet hoelang dat vlees daar al niet ligt. Maar alles zal goed gaan. Het kost ons enige moeite om de kroepoek op de rekening te krijgen. Totaal zijn we, inclusief zes glazen bier, 5000 kyat kwijt: € 3,25.

Donderdag 8 maartNaar Mandala

We rijden naar de Po Win Daung rots, anderhalf uur met de auto. Grotten bij Po Win Daung, MyanmarDe rots is een enorm stuk zandsteen waarin talloze nissen zijn gehakt waar duizenden Boeddha's uit de 14e-18e eeuw staan. Deze beelden zijn ook uitgehakt, zodat alles uit één stuk bestaat. Ook hier worden goudplaatjes geplakt. Sommige beelden zijn zo dik beplakt, dat ze helemaal vormeloos zijn geworden. Ook zijn er prachtige muurschilderingen. Er is niets gerestaureerd, maar een groot aantal tekeningen ziet er toch nog goed uit. Iedereen kan er ook zo bij en alles aanraken. Er zijn verder geen toeristen en wij krijgen een privérondleiding. Er zijn wel plattegronden te koop met daarop de mooiste nissen, maar die kunnen wij niet lezen.
In het uur dat wij hier rondlopen, heeft KuYe uitgevonden dat er vandaag een Nat Pwe-festival is.Verkoopster op Nat Pwe-festival, MyanmarWe rijden daar naar toe en we zien hopen mensen langs de kant van de weg staan. En allemaal roepen ze wat. Tijdens dit festival is het gebruikelijk dat iedereen om geld bedelt. Vooral de kinderen. Regelmatig zien we dan ook geld uit auto's gegooid worden waar iedereen op af vliegt. Wij zoeken ook onze kleine biljetten op en gooien ze weg. Weer rijden er heel veel busjes en tractors met horden mensen. Ergens in de buurt blijkt een markt ter ere van het festival te zijn. De weg er naar toe is een hele stoffige zandweg en is hartstikke druk. Afgeladen bussen met mensen erin, erop en eraan. Heel veel ossenkarren, soms platte, maar heel veel huifkarretjes. Ook hier zijn wij de enige toeristen en hebben we heel veel bekijks. In het 'heilige der heilige' wordt geofferd. Veel bossen bloemen maar ook manden met fruit zijn favoriet. Het is hier heel druk en er is bijna geen doorkomen aan. Iedereen zwaait met z'n bosje bloemen, jong en oud, man en vrouw. Ook de opgeschoten jeugd doet mee en offert.
We lunchen in Monywa in een restaurant, een grote kale ruimte met tl-verlichting. We bestellen noedels en een grote fles water. Het is erg lekker, goed gevuld met veel kip en zoveel dat we het niet opkunnen. En het is nog nooit zo goedkoop geweest: € 1,40 met z'n tweeën.
We rijden naar Mandalay en vlak voor Sagaing vliegt een tank van een illegale bezinekraam in brand. Die kramen hebben ze hier overal, want men kan officieel maar een zeer beperkte hoeveelheid benzine per dag kopen. Deze kraampjes verkopen allemaal gesmokkelde benzine. Alle kraampjes staan op een rij, maar wel ver van elkaar en ook ver van de huizen af. Het lijkt niet erg en van alle kanten komen mensen met brandblussers er op af. Het vuur is snel uit. Als we verder rijden, komt een moderne brandweerauto deze kant opgescheurd. Enige tijd later nog vier blusauto's, die duidelijk ouder en langzamer zijn. Allemaal zitten ze propvol mensen, sommige zelfs op de motorkap. Ook een politiewagen volgt. De mensen in Sagaing vragen zich af wat er wel niet in brand staat en KuYe kan ze geruststellen. We kunnen ons echter wel voorstellen wat er zou kunnen gebeuren met al die illegale benzineverkopers als het echt goed mis gaat.
Als we aan het eind van de middag in Mandalay aankomen, vindt KuYe dat we in ieder geval de Mandalaheuvel op moeten en hij rijdt ons naar boven. Het uitzicht is echter niet veel. Het is te heiig.
We gaan weer bij BBB eten voor de broodnodige variatie. Dit keer spaghetti en visgratin. En we nemen weer een fietstaxi terug naar het hotel. De eerste wil het niet doen voor 500 kyat, degene die achter hem staat, wil wel.
Wat ons opvalt hier in de stad, is het ontbreken van verkeersborden. Er zijn verkeerslichten en regels en iedereen houdt zich daar aan. Iedereen die voorrang heeft, krijgt het ook en er wordt erg rustig gereden. We hebben geen ongelukken gezien.


Vrijdag 9 maartNaar Bagan

Om 7:00 uur vertrekt de boot naar Bagan. We varen een half uur en liggen vervolgens twee uur stil. Waarom wordt ons niet verteld, maar waarschijnlijk komt het door de lage waterstand. Er zitten alleen toeristen op de boot. Bij Awa is het wel mooi en staat de hele kant vol met pagodes. De rivier is vrij breed en we zien amper wat van het leven op de kant. De hele tocht is erg saai. Je ziet niets en er is niets te doen. We hebben spijt dat we niet met de chauffeur en zijn auto zijn meegereden. Die komt 's middags om 14:00 uur al in Bagan aan.
Normaal doet de boot er tien uur over (we hebben de snelle boot), maar omdat we twee uur stil hebben gelegen, wordt het twaalf uur. Het is dan ook al donker als we aankomen. We zouden oorspronkelijk aanleggen in Oud-Bagan, maar door de lage waterstand en omdat het al donker is, kan dat niet en leggen we aan vlak bij Nyaung U. De steiger is echter te kort en haalt de boot niet. Geen nood. Een paar jochies springen in het water en verzetten de peilers en de planken. Ze maken er zelfs nog een reling naast. Ze krijgen applaus.
Het Bagan Golf Resort is vrij chique en heeft een oprijlaan van een kleine twee kilometer. Daardoor ligt het wel heerlijk rustig. We krijgen een lekkere ruime kamer waar we snel onze spullen neerzetten en onze handen wassen en daarna brengt KuYe ons naar een restaurant. Die zijn er hier veel meer dan in Mandalay en het is hier ook veel toeristischer. Veel restaurants liggen naast elkaar en KuYe heeft Pyi Wa uitgezocht dat zowel Chinees als Europees eten heeft. Na een goed uur haalt hij ons weer op. Het is goedkoop en lekker, maar de porties zijn niet erg groot.

Zaterdag 10 maartBagan

We lopen de lange oprijlaan af en zijn in 25 minuten in het dorp. We huren twee fietsen voor twee dagen. We schrijven onze naam en de naam van het hotel op en dan krijgen we de fietsen zo mee. Betalen doen we achteraf. We gaan meteen op pad richting Oud-Bagan. Een gebied van 40 km² is helemaal volgebouwd met duizenden tempels, pagodes en paleizen. Bij Htilominlo Guphaya Gyi stappen we af en gaan we naar binnen. Zowel van binnen als buiten mooi om te zien. Dat geldt ook voor de Ananda waar binnen vier enorme Boeddhabeelden staan. De Thatbyinnya Phaya is van binnen niets, maar van buiten wel indrukwekkend. De Shwesandaw kun je niet in maar wel op. Om boven te komen, moet je een hele steile trap beklimmen met hoge en smalle treden. Wat een geweldig overzicht hebben we hier. Aan alle kanten zien we pagodes, zover als je kunt kijken. Ook bij de Shwegugyi kunnen we naar boven. Deze is minder hoog maar we hebben wel mooi uitzicht.
Het is heerlijk ontspannen zo op de fiets. De fietsen zijn redelijk, maar we leggen geen lange afstanden af en de fietsen zijn goed genoeg. We lunchen bij Sarabha met soep en twee liter koud water. Daarna fietsen we terug naar het hotel en houden siësta en liggen we een poosje aan het zwembad.Zonsondergang, MyanmarDe zonsondergang bekijken we vanaf de Buledi-pagode waar ook een hele steile trap is en waar slechts een paar mensen zijn. De ondergang is niet veel, er zit teveel stof in de lucht.
We eten bij 'A Little Bit Of Bagan', het is twee keer zo duur als gisteren, maar de porties zijn wel groter. De gebakken vis is oké en de pizza is knapperig en smakeloos. Dit restaurant is een stuk duurder dan in de reisgids vermeld staat, terwijl bij anderen de prijs wel overeenkomt. Het is hier te duur vinden wij.
We fietsen langs bij de Shwezigan die mooi verlicht is.

Zondag 11 maartBagan

We hebben toch wat last van zadelpijn en we vinden dat we de belangrijkste tempels hebben gezien. We besluiten tot een dagje zwembad. Eerst liggen we een uurtje in de zon en de rest van de dag in de schaduw. Tegen vijven gaan we op de fiets naar het dorp en leveren de fietsen in. We betalen 6000 kyat wat neerkomt op 1 € per fiets per dag. We wandelen het dorp rond en belanden uiteindelijk bij het Tibetaanse restaurant. We zijn vroeg, de eersten, en nemen eerst op ons gemak een biertje. Bij het tweede biertje bestellen we een portie momo's. Die worden terplekke gemaakt en arriveren bij het derde biertje. Dan bestellen we meteen het hoofdgerecht en dat eten we op bij het vierde biertje.

Maandag 12 maartNaar Pyay

We bezoeken een palmbomenplantage. Uit de olie en pinda's die daar ook groeien worden snoepjes gemaakt en sterke drank gestookt. Heel erg sterk, proeven we.
We komen bij Mount Popa, een alleenstaande berg met bovenop een aantal kloosters en pagodes. Een hele lange trap en wederom moeten we op blote voeten. Wat een eelt hebben we ondertussen. Veel trapvegers vragen om een donatie, de enige plek waar we dat meemaken. Maar laat ze eerst eens wat doen, zodat wij niet over die vieze vloer hoeven. Bovenaan is het weer allemaal goud wat er blinkt. Er zijn veel Birmese mensen en als we naar beneden lopen, wordt het heel druk met mensen die omhoog gaan. Nu komen er ook andere toeristen. We waren net op tijd.
Dan rijden we door naar Pyay in acht uur. Het landschap is vrij droog en overal zien we karren met grote tonnen water. Dichter bij de rivier is het weer groener. We eten in een kleine plaatselijke tent met alleen een Birmese kaart. Lekkere noedels hebben ze. Inclusief twee flessen water koste het 3900 kyat.
Het Mingalar Garden Resort ziet er erg leuk uit. Overal huisjes en terrassen boven water. Ons huisje is Japans ingericht met bedden op een verhoogde vloer en Japans servies. Het restaurant is boven het meer. Het is niet echt goedkoop, maar ook niet zo duur.

Dinsdag 13 maartPyay

KuYe brengt ons overal waar we heen willen. Hij heeft hier toch niets te doen. In andere plaatsen moet hij soms naar een plaatselijk kantoor. We willen graag naar de Shwemyetman Paya, een grote zittende Boeddha met een enorme bril. Maar deze is in onderhoud en ingepakt zodat daar momenteel niets te zien valt. Jammer.
We gaan naar Thayekhittaya, een oude stad uit de vijfde tot negende eeuw. De toegang is US$ 5, kyats worden niet geaccepteerd. En weer zijn er geen andere toeristen. Bij aankomst in Awa stikte het van de paard-en-wagens om je rond te laten rijden. Hier moeten ze eerst op zoek naar een ossenkar. Voor 3000 kyat laten we ons vijf kwartier rondrijden. Op de platte wagen ligt een laag stro en daarover heen een aantal matten. We zitten vrij comfortabel, beter dan in de paard-en-wagen die hele smalle bankjes had. De rijder spreekt zelfs redelijk goed Engels en vertelt ons van alles onderweg. De kar is open en we zitten dus in de zon. Het is knap stoffig en de warmte valt zo 's morgensvroeg mee. Langzaam hobbelen we over het smalle pad langs de velden. Hier zijn overal boeren die groenten en bloemen kweken, die in Yangon verkocht worden. Het water wordt uit diepe putten gehaald en alles wordt twee maal per dag begoten. Ook liggen hier de oudste pagodes van Myanmar, die heel anders van vorm zijn dan we tot nu toe gezien hebben. Het is lekker ontspannen zo te rijden en de mensen aan het werk te zien. We genieten.
We bezoeken de Shwesandaw Paya in Pyay zelf. We gaan met de lift (!) naar boven zoals iedereen. Alle Birmezen worden samen in een lift gepropt, wij mogen met z'n tweeën in de andere. Men zegt dat hier een originele tand van Boeddha ligt. Veel offerplaatsjes. Het uitzicht over de plaats is mooi.
De Payagyi Paya is een vreemd gevormde pagode met drie terrassen. Vrouwen mogen niet op het bovenste komen. Dan is er nog een pagode aan de andere kant van de rivier. Voor de Birmezen is dit een belangrijke plaats, wij vinden hem niet zo mooi.
Lunchen doen we met noedels en kiploempia's die erg lekker zijn.
Daarna gaan we terug naar het hotel voor siësta. We wandelen wat rond op het terrein van het hotel en bewonderen de vele bloemen waaronder verschillende orchideeën. Na het bezoek aan de avondmarkt rijden we naar een restaurant aan het water.
's Avonds is het overal erg druk met eters; alleen Birmezen, geen toeristen. We zitten in een bierhal waar de opgeschoten jeugd ook zit. Die komen op brommers die allemaal keurig netjes in een rij staan geparkeerd. Hier wordt het donker bier gemixt met water en whiskey. We eten chips met stokjes. We zitten op plastic kuipstoeltjes, maar voor Martijn vertrouwen ze het niet en hij krijgt een extra stoel, zodat er twee in elkaar staan. Later op de avond treden er allemaal zangeressen op. De plaatselijke bevolking koopt in een winkeltje bloemen die ze aan hun favoriet geven.


Woensdag 14 maartNaar Pathein

Bij het ontbijt hebben we dezelfde 'personal assistent' als gisteren en hij weet nog precies wat we drinken en hoe we onze eieren willen hebben. Ook hier hebben alleen de keuze uit ei of jam. Wel altijd fruit. Er zitten hele grote vissen in het meer die op de mensen af komen en gevoerd willen worden.
KuYe woont niet zover van deze weg af, in Pugyi, en wil graag zijn familie bezoeken. Hij ziet die maar een paar dagen per jaar. We slaan een zandpad in dat nog net geschikt is voor een personenauto. Bij een brug vertellen twee manen dat die niet veilig is en hij ziet er inderdaad niet best uit. We rijden een stukje terug en dan door de rivierbedding. Dat gaat goed, maar we belanden op een zeer stoffig karrenpad. De sporen worden steeds dieper en het verbaasd ons dan ook niet dat we vastlopen en ook een lekke band hebben . Van alle kanten komt er hulp opdraven. De auto wordt hoog opgekrikt en onder de banden worden klompen klei gelegd. Met wat duwwerk en nog meer klei rijdt KuYe een onbeplante akker op. Dat gaat goed en zo bereikt hij weer de goede weg. Snel daarna zijn we in het dorp. Het is groot en er wonen meer dan 20.000 mensen. Vanuit Bagan heeft KuYe opgebeld dat hij zou komen. Dat telefoontje komt bij het telefoonkantoortje dat slechts twee lijnen voor het hele dorp heeft. De familie wordt begroet alsof hij ze een half uur geleden nog gezien heeft. Veel familie en vrienden komen aanlopen en KuYe brengt de oudste van de familie een donatie. We krijgen allerlei eten, er wordt speciaal bier voor ons gehaald en KuYe heeft bestek meegenomen. Zelf eet men hier met de hand. We maken een wandeling door het dorp en over de markt waar KuYe van alle kanten wordt begroet. Hij geniet er van. Hij onderhoudt zijn hele familie, inclusief broers en zussen met hun families, ooms en tantes, en naar Birmaanse maatstaf hebben ze het behoorlijk goed. In de tuin hebben ze een pomp met water om schoon te maken; het drinkwater wordt bij het klooster gehaald.
Als we terugkomen, is zijn vader, die monnik is, ook gearriveerd. We hebben nog wat brilletjes over en geven die aan KuYe's vrouw die onderwijzeres is. Alle aanwezigen gaan met een brilletje naar huis en sommige zijn daar heel erg blij mee.
Nu zien we eigenlijk pas goed hoe jong de mensen er uit zien. KuYe's vrouw geven we niet ouder dan vijftien jaar, maar ze heeft een zoon van zeventien… Ze zijn ook allemaal even klein en tenger gebouwd.
We rijden dezelfde weg terug en gaan nu wel over de slechte brug. Wij lopen er voor de zekerheid maar over en zien inderdaad een heel stuk erg slecht wegdek. KuYe is blij als hij aan de overkant is. Bij het eerstvolgende dorpje wordt de band geplakt, want je kunt hier niet zonder. De wegen zijn vrij slecht. Niemand rijdt aan de rechterkant van de weg. De meeste rijden in het midden vaak slingerend om het beste stukje weg te pakken.
In Pathein zitten we net buiten het centrum. We lopen daar in een half uurtje naar toe om te eten. Het eerste beste restaurant gaan we binnen, een barbecuerestaurant. Als het personeel ons zien staan, wordt er meteen de enige Engels sprekende ober bijgehaald. Die komt aangerent en hij vindt het prachtig. We bestellen varkensvlees, een stuk kip, kippensaté en aardappeltjes. Alles is al voorgebakken en hoelang het daar buiten al ongekoeld staat, weten we niet. Biertje erbij. Het is druk en veel gasten bestellen net als wij, af en toe een hapje. We nemen een fietstaxi terug naar het hotel. De fietser spreekt geen woord Engels, maar we willen wel graag vooraf weten wat de prijs is. We laten een biljet van 500 kyat zien, maar dat is teveel, zegt hij. 300 kyat is genoeg (€ 0,15). Hij moet echter zwaar trappen, twee van die dikke toeristen en we geven hem 500 kyat. De brede grijns van de fietser blijft ons lang bij.

Donderdag 15 maartNaar Chaung Tha

Eerst gaan we naar het centrum van Pathein, dat aan de rivier ligt. Er varen veel bootjes van en naar de overkant vol met mensen, fietsen en goederen. Wij zijn hier de bezienswaardigheid en iedereen staart ons aan. De kinderen zwaaien en de vrouwen giebelen als wij 'mingalabar' zeggen, het Birmees voor hallo.
We gaan nog maar eens een pagode in, de Shwemokhtaw Paya, maar deze is meer van hetzelfde. De markt is zo vroeg al erg druk. Veel bananen en heel veel gedroogde vis. In de straten zien we vooral fietsers, heel veel fietsers, een enkele brommer, geen auto's.
KuYe weet een kleine parasolfabriek en daar kopen we twee katoenen parasols die helemaal met de hand gemaakt en beschilderd zijn. Ze zeggen dat ze waterdicht zijn. Dat waterdicht maken kost 5 dagen. 4000 kyat per stuk.
Dan rijden we naar Chaung Tha, een badplaats aan de kust. We hebben een luxe resort en krijgen een ruime kamer in een bungalow, beneden met een zitje. We lopen wat rond, verkennen het strand waar veel kleine krabbetjes en kleine blauwe kwallen zijn. Tegen vieren gaan we zwemmen in het zwembad en laten ons opdrogen in schaduw van een paar palmbomen. We liggen op houten stoelen met kussens tussen het zwembad en het strand. We bestellen handdoeken bij de bar die even later gebracht worden. Er zijn vrij veel mensen, allemaal Birmezen, veel met kinderen. De meesten gaan gekleed het water in. Wij voelen ons dan ook best wel bloot en wij zijn de enige die op de strandstoelen liggen. Chaung Tha, MyanmarWe gaan lunchen bij PK met vissoep en sardientjes in tomatensaus. Het is hier niet duurder dan elders. 's Middags is het rustig op het strand. Aan het eind van de middag wordt het drukker. Veel fietsers (!), vliegers en zwemmers. We eten ´s avonds bij Beach Paradis, een visrestaurant, met o.a. heerlijke garnalen in tempura en gefileerde vis. Er staat een lekker windje en er zijn zelfs wat wolken. De zon zakt langzaam als een rode bal tussen de palmbomen door in zee.

Vrijdag 16 t/m maandag 19 maartChaung Tha

Het ontbijtbuffet is erg uitgebreid met vooral Birmees eten. En dus zitten we ´s morgens om 8:00 uur aan de noedelsoep, die je zelf samenstelt uit verschillende bakjes. Ook eten we gebakken rijst, garnalen of inktvis in tempura, groente, salade, fruit en wat ondefinieerbare dingen. Uit de salade vissen we eerst de groene pepertjes. Er zijn Birmezen die modern willen doen, die dragen een korte broek, hebben 'coupe soleil' en eten toast met jam.
Tot 11:00 uur en na 16:00 uur is het druk bij het zwembad en op het strand, of liever gezegd in zee. Want men zwemt, baadt pootje en speelt met autobanden. Op het strand liggen ze niet. Daar zijn veel verkopers van rieten hoeden, garnalensatéverkopers, vliegerverhuuders, fietsers, wat paarden en fotografen. De mensen gaan gekleed te water.
In het hotel is het druk met mensen, maar nog steeds zijn wij de enige niet-Aziaten. Het personeel is ons erg behulpzaam en staat steeds klaar voor meer koffie en thee, toast, eieren, wat we maar willen. Al het personeel dat maar een beetje Engels spreekt, biedt ons wat aan. Grappig.
Het waait soms vrij hard, maar op ons terras zitten we grotendeels uit de wind en uit de zon. Die is wel erg warm, zeker als het windstil wordt. Bij het zwembad maakt iedereen foto's van iedereen. Een mevrouw komt met twee kleine dochters op ons af: of zij met ons op de foto mogen.
We eten 's avonds bij Pearl waar het erg lekker en vrij goedkoop is. Voor de volgende dag bestellen we een kreeft bij de oude baas. Hij is de enige die een paar worden Engels spreekt. Ook hier staan geen prijzen op de kaart. De volgende dag moeten we een half uurtje wachten op de kreeft, die nog gehaald wordt. Hij wordt in een krant gebracht en voorzichtig uitgepakt en aan ons getoond. Hij leeft nog en klappert met z´n scharen. Hij kost slechts € 8.

Dinsdag 20 maartNaar Yangon

We rijden terug naar Yangon in vijf uur. We eten daar in de Groene Olifant waar alleen toeristen zijn en waar het eten prima is.
We gaan nog even naar de Bogyoke-markt die we gemist hebben in het begin van de reis. Maar we vinden het niets bijzonders.
's Avonds nemen we KuYe mee voor een afscheidsdiner. Hij weet een restaurant met een heerlijke tuin. Wij vinden alles best, want alles wat hij ons tot nu toe heeft aangeraden, is prima. Hij staat er alleen op om zijn eigen eten te betalen. We schrijven een stukje in zijn schrift en geven hem een fooi en een oranje muts, die hij in Kalaw kan dragen. Hij staat hem belachelijk, vindt hij zelf ook.
We nemen een laatste biertje op het terras van het hotel.

Woensdag 21 maartNaar huis

We ontbijten uitgebreid met o.a. kaas, worst, yoghurt en croissantjes. De eieren zijn op. Ons laatste beetje geld geven we aan KuYe. Iemand van de plaatselijke reisorganisatie begeleidt ons naar het vliegveld, overhandigt ons een T-shirt en een foto die gemaakt is bij aankomst. We moeten US$ 10 p.p. luchthavenbelasting betalen. De bagage wordt doorgelabeld naar Amsterdam. In Kuala Lumpur moeten we onszelf nog inchecken. Om 12:15 uur vertrekt de vlucht naar Maleisië. Aankomst 16:25 uur. Het giet hier en er is zeven uur tijdsverschil met Nederland. We vertrekken om 23:45 uur naar Amsterdam.

Donderdag 22 maartNaar huis

Aankomst 05:55 uur.

Amerikaanse dollars zijn nodig voor het vliegveld ($ 10 p.p.), zonefees en sommige pagodes en musea. Soms kun je betalen in kyats, maar dat is af en toe lastig en soms rekent men een hele slechte koers.
Totaal hebben wij US$ 65 p.p. uitgegeven, de rest in euro's.

Dit was een voor ons georganiseerde reis door