India: Ladakh

14 juli t/m 7 augustus 2003

LADAKH ligt in de regenschaduw van de Himalaya in Noordwest-India. Het beeld wordt bepaald door grootse Tibetaanse kloosters omgeven door imposante bergmassieven, wapperende gebedsvlaggen en ontelbare, fraaie mani-muren met mantrareliëfs. Bergen rijzen vele duizenden meters uit de aarde op. In Ladakh stroomt de Indus met zijn zijrivieren door een overweldigend maanlandschap langs talrijke oasen. Niet alleen uit landschappelijk, maar ook uit cultureel en religieus oogpunt is dit gebied zo verwant met Tibet, dat het ook wel wordt aangeduid als 'Little Tibet'. Het boeddhisme is hier vrij van onderdrukking en wellicht nog levendiger dan in Tibet zelf.
De Nubravallei in Noord-Ladakh is groener dan de Indusvallei, en er worden allerlei vruchten geteeld, zoals appels, walnoten en abrikozen. Het markeert de overgangszone tussen de geërodeerde maanlandschappen van de Indiase Himalaya en de steile graniettoppen van de Pakistaanse Karakoram. Het landschap in de vallei wordt gekarakteriseerd door zandduinen, rivieren en talrijke felgroene oases die prachtig afsteken tegen het bruingele landschap.

Vrouwen bij het festival in Ladakh

RouteIndiaLadakh

Maandag 14 juliNaar Delhi

We hebben een groepsreis met Sunita Nepal Travel naar Ladakh geboekt. Een paar weken voor de vertrekdatum bleek, dat we de enige deelnemers zijn (vanwege de sars?), maar met een kleine bijbetaling kunnen we met z'n tweeën toch deze reis maken. Nou geven wij altijd de voorkeur aan een kleine groep, dus dat lijkt ons wel wat.
De reis naar Schiphol verloopt voorspoedig; alles gaat op tijd en bij het inchecken staat bij 'onze' balie maar één iemand voor ons. Bij andere balies is het aanzienlijk drukker, het is tenslotte hoogseizoen. Wij vinden het heerlijk zo en zijn snel klaar. We gaan iets drinken en nemen meteen ons vakantiedrankje cola, wat we thuis nooit drinken. We bekijken de winkels en wachten verder. We vliegen met Swiss Air via Zürich. Volgens planning komen we 's avonds 23:30 uur plaatselijke tijd in Delhi in India aan (3,5 uur tijdsverschil) en er wordt omgeroepen dat het buiten 33º is. Dat belooft wat. Er zijn net een paar vliegtuigen geland en we staan achter in de lange rij, die ook niet lekker doorloopt. Daardoor duurt het bijna een uur voordat we buiten zijn. Voordeel is dat de rugzakken al klaar liggen.
Bij de uitgang staan veel mensen met bordjes en al snel ontdekken we de 'onze'. Het is helder en droog, terwijl het regentijd is. Wel is de vochtigheidsgraad erg hoog en samen met de hoge temperatuur voelt het erg broeierig aan.
Op weg naar het hotel doet het nog niet echt Indisch aan: goede nieuwe auto's, geen wrakken, airco in de auto, rustig op de weg, wel veel vrachtauto's (die op deze weg overdag niet mogen rijden en die allemaal geen achterlichten hebben), het ziet er schoon uit en slechts in de binnenstad ligt een enkele slaper op straat. Soms een koe.
We zitten in het Connaught Hotel dicht bij Old-Delhi. Het ziet er allemaal goed uit en we zetten de airco, bij gebrek aan een 'zachter knop', uit. Het is ondertussen tegen tweeën als we eindelijk slapen.

Dinsdag 15 juliDelhi

's Morgens wordt er een krant onder de deur geschoven, leuke service. Een vrij uitgebreid ontbijtbuffet is inbegrepen. Er zit een mevrouw eieren te bakken en wij bestellen allebei een omelet met toast.
Om 10:00 uur komt iemand van de reisorganisatie met kaartjes en informatie. De rest van de dag gaan we Delhi in. We zijn nog niet buiten of het begint te regenen. Dit duurt vijf minuten en de rest van de dag zal het daar bij blijven. Het is grotendeels bewolkt. De hitte valt wel mee (32,8º volgens de krant), maar het is me een partij vochtig. Binnen de kortste keren kun je ons dan ook uitwringen. We passen ons tempo aan en proberen links te blijven lopen.
DelhiWe gaan naar Oud-Delhi, een ommuurde stad met poorten, nauwe steegjes, tempels, moskeeën en bazaars. Eerst komen we bij de Jama Masjid, de grootste moskee van India, uit 1656. Op de enorme binnenplaats van achtentwintig bij achtentwintig meter kunnen twintigduizend gelovigen terecht. Iedereen mag blootsvoets naar binnen en we kijken er een tijdje rond en zien door de galerij het Rode Fort liggen. We dwalen door de smalle steegjes, sommige niet breder dan een meter. Overal winkeltjes, mensen, fietsriksja's, motorbetjahs, motoren en auto's. In de iets bredere straten is er een grote file van riksja's en betjahs. Lopen gaat sneller. Het is moeilijk oversteken, omdat ze strak op elkaar aansluiten. Soms wordt ons pad geblokkeerd door een koe. We kijken onze ogen uit naar alle koopwaar en alle mensen, die erg kleurrijk gekleed gaan.
Uiteindelijk komen we bij het Rode Fort, de keizerlijke citadel uit de tijd van de Mogols (1639). Het is er vrij druk met Indische toeristen en een paar westerse. We gaan weer richting hotel en lopen nogmaals door de smalle steegjes. We zijn moe, bezweet, klam, nat en vol indrukken. Het laatste stukje nemen we een motorbetjah. Kosten 30 rupees. 100 rupee = € 2.
Na de siësta gaan we op zoek naar een restaurant, maar we kunnen niet echt wat vinden op de kaart. Daarom gaan we maar lopen naar de binnenste ring van Connaught, een duurdere wijk vlak bij het hotel. Bij veel winkels en restaurants staan portiers bij de deuren. We komen terecht bij Zen, een soort Indiase chinees. Met een paar grote flessen plaatselijk bier zijn we 1000 rp kwijt.

Woensdag 16 juliNaar Manali

We gaan over land naar Leh, de hoofdstad van Ladakh, dat op 3.500 meter hoogte ligt. We worden met de auto naar het station gebracht. Het is droog, maar aan de straten te zien, heeft het goed geregend. Het is vrij druk op het station en er vertrekt een trein die niet zo vol is. Wij hebben beelden in ons hoofd van uitpuilende treinen met mensen die er aan alle kanten aanhangen. Hier niet dus. Onze trein komt even later en vertrekt op tijd (7:45 uur). Een luxe trein die niet op elk station zal stoppen. Per rij zijn er vijf zitplaatsen en wij zitten bij een raam (gereserveerde plaatsen). De airco staat hoog, maar we hebben een trui bij de hand. Er zijn bijna geen andere toeristen. We gaan naar Chandigarh, tweehonderdvijftig kilometer ten noorden van Delhi. Eerst krijgt iedereen een literfles water met een bekertje. Kranten worden uitgedeeld. Iemand komt plakkertjes plakken op al onze bagage. Dan krijgen we een blad met een paar zakjes, koekjes en snoepjes. Vervolgens komen er kopjes met zakjes koffie. Daarna een thermoskannetje. Even later verschijnt de conducteur. Om 8:45 uur wordt het volgende blad gebracht: twee kleffe witte boterhammen, boter, jam en tomatenketchup. Een volgend persoon brengt een warme vegetarische hap met Engelse erwten: harde, felgroene balletjes. Daarna volgt er weer koffie en thee. De volgende ronde brengt de thermoskannetjes en om 9:30 uur is er een sapje. Af en toe regent het buiten. Het is niet zo goed te zien door de geelbruine ramen, maar we zien het aan de plassen. Als we om 11:00 uur uit de trein stappen, schijnt de zon en die is goed warm.
We worden opgewacht door een gids, een chauffeur en een jeep. Een vrij nieuwe auto en we hebben lekker de ruimte. We moeten nog driehonderdvijftien kilometer naar Manali, acht uur rijden. De wegen zijn goed, maar wel vol met auto's, vrachtauto's, motoren; in de dorpen aangevuld met fietsen en fietsbetjahs. Veel mannen dragen een tulband. In de bergen komen steeds meer bochten en gaat het langzaam omhoog. De vrachtwagens staan bijna stil. Ze halen maar tien kilometer per uur. Een enkele kan twaalf en gaat dan die andere slak inhalen. Iedereen haalt overal in, ook in onoverzichtelijke bochten, zodat de tegenligger vaak moet inhouden. Het wordt later wel rustiger op de weg. Soms loopt er een kudde koeien, een hond, een paar apen.
Achter de vrachtauto's die omhoog gaan, hangen regelmatig enkele fietsers die zich zo laten trekken. De weg is erg bochtig; weinig rechte stukjes. Sommige delen zijn iets minder goed. De vrachtwagens hebben qua versieringen wel wat weg van die uit Pakistan. Hoe hoger we komen, hoe kaler het landschap wordt, er staan andere bomen, andere huizen en de weg wordt slechter. Om 15:00 uur is er een buitje van een kwartier. Het is erg groen. Gisteren heeft het de hele dag geregend in Manali en eergisteren de hele dag in Delhi. In kleine dorpjes langs de kant zijn veel eettentjes en winkeltjes voor de vrachtwagenchauffeurs.
In Kullu, een grotere plaats is de weg echt smal en kunnen de vrachtwagens en bussen elkaar niet passeren. Het verkeer wordt gelukkig geregeld, want elkaar voorrang verlenen, kennen ze hier niet. Men rijdt rustig een wachtende rij voorbij om dan tegenover het tegemoetkomende verkeer te komen staan. Men is wel bezig met een brug en een weg aan de andere kant van de rivier, maar dat kan nog jaren duren voordat die af is. De weg blijft hierna smal en we moeten regelmatig door de berm. Veel kuilen en gaten. Pas om 7:45 uur bereiken we Manali. Gelukkig is het zowat de hele weg droog geweest, anders had het nog langer geduurd. En aan zo'n gammele nachtbus met van die kleine Indiase plaatsen moeten we helemaal niet denken.
Het is net donker als we uitstappen en het begint te regenen. We zitten in de Himachal Pradesh (de zuidkant van de Himalayaketen) op 2.000 meter en hier is het regenseizoen. Als we de komende dagen wat hoger de Himalaya in gaan naar de Trans-Himalaya, wordt het droog.
Het hotel ligt buiten het centrum een beetje naar boven. Via een trap steken we de weg af om naar het dorp te gaan om te eten. Het is lastig onze weg zoeken in het donker zonder kaart. Maar al snel komen we bij een Tibetaan. We eten er o.a. momo's met spinazie en kaas. Erg lekker. Het kost maar de helft van gisteren (500 rp). Het is de hele tijd blijven regenen en sommige stukken weg en de trap zijn veranderd in riviertjes. De paraplu's komen goed van pas. Een jas of trui is niet nodig; het is nog een lekkere temperatuur.

Donderdag 17 juliManali

's Morgens regent het nog steeds. Na het ontbijt zitten we lekker op ons overdekte terras voor onze kamer met uitzicht op de vele appelbomen in de tuin. Om 11:00 uur worden we opgehaald en dan is het droog. We gaan eerst naar de houten Hadimba-tempel die zeshonderd jaar oud is. In mei en juni zitten hier veel Indiërs uit de rest van het land en dan wordt deze tempel massaal bezocht. We mogen er in, maar geen foto's maken.Offerbeeld in JagatsukhDaarna gaan we met de auto naar het dorpje Jagatsukh aan de andere kant van de rivier. Het ligt iets hoger in de bergen en is het grootste dorp in de buurt met drieduizend inwoners. 's Zomers zijn de velden groen van de rijst en de appelbomen. terwijl 's winters alles onder de sneeuw ligt (van november tot april). We maken een wandeling door het dorp over smalle paadjes en zien nog veel traditionele houten huizen. De mensen wonen boven, beneden is voor het vee.
Dan rijden we terug naar Chijoga waar we een wandeling door het dorp en de velden maken. Het is ondertussen licht gaan regenen. We worden afgezet in Manali op de markt en gaan eerst bij Mount View momo's eten. We bestellen drie verschillende soorten en die met kip zijn het lekkerst. We dwalen door het dorp, waar het erg druk is met voornamelijk Indiërs en slechts een enkele buitenlandse toerist. We bekijken de vele winkeltjes en zien al snel petjes liggen die de oude mannen hier allemaal dragen. Fixed price: 35 rp (€ 0,70). Daar kunnen we hem niet voor laten liggen. In een zijstraatje zien we thanka's hangen en we besluiten dat dit het souvenir van deze reis zal worden. Ze hebben ze in alle maten en prijzen. We kiezen een kleine (in z'n geheel toch nog een zeventig centimeter lang) en dingen af van 1800 naar 1400 rp. We wandelen terug naar het hotel (twintig minuten) en gaan lekker buiten zitten. Het druilt nog steeds. Als we 's avonds gaan eten is en blijft het droog. Er zijn nog steeds weinig toeristen te zien. Niet in de restaurants en niet op straat. En de meeste die er zijn, zijn hippies die hier komen voor de wiet en de marihuana. Ze zien eruit alsof ze hier zijn om hier in Manali te zijn, niet om verder te trekken, laat staan ergens te gaan wandelen. De vele winkeltjes en kraampjes trekken vooral Indiërs die van alles en nog wat kopen.
We eten bij een andere Tibetaan in een zijstraatje waar we o.a. iets Mongools bestellen, dat later een harde warme gebakken koek van groente en cashewnoten blijkt te zijn. Lekker. Het wordt steeds goedkoper. Ze hebben geen bier en we betalen samen slechts 250 rp. Tijdens het eten hebben we kijk op een mannetje op straat met een kar die stukken kip staat te frituren. Het is er erg druk en binnen een mum van tijd is hij uitverkocht.


Vrijdag 18 juliNaar Jispa

We vetrekken om 10:00 uur richting Jispa. Er zijn veel auto's op de weg. Allemaal met mensen uit Delhi die naar de Rohtang-pas rijden en hopen daar sneeuw te zien. Onderweg staan veel kraampjes met winterjassen en laarzen, die de mensen kunnen huren. In Delhi is het altijd minstens 30º en al die mensen hebben waarschijnlijk niet eens een jas. De winkels hebben nummers (niet opeenvolgend natuurlijk) om beter te kunnen onthouden waar ze de spullen terug moeten brengen.
Regelmatig is er 'werk in uitvoering' en moeten we wachten. Dan stappen we uit en willen allerlei mensen met ons op de foto. We moeten tweeduizend meter stijgen naar de pas. De weg is smal en erg bochtig en de afgronden diep. Als er een langzame vrachtauto voor je zit, schiet het niet op. Tegenliggers geven soms ook problemen. Soms zijn er kleine landverschuivingen. Het is droog met af en toe een beetje zon. Hogerop zitten we in de wolken. Geen weg voor mensen met wagenziekte of hoogtevrees. De weg wordt steeds natter en modderiger. Regelmatig zien we fietsers, zowel op mountainbikes als op wielrenfietsen. Soms wat koeien, geiten, ezels, paarden. Op de top (3.978 meter) staan honderden Indiërs te kleumen. Ze zien bijna niets want we zitten in de wolken. Net aan de andere kant van de pas trekt het open en zien we de eerste sneeuwtoppen van Spiti en Lahoul door de wolken heen.
Langzamerhand verandert het landschap. Het wordt veel ruiger en de bomen en struiken zijn verdwenen. Er is wel veel gras en groene bodembedekkers. En talloze bloemetjes in allerlei kleuren. Veel stenen, rotsen en watervallen. De weg wordt steeds hobbeliger. We zien steeds meer mensen met Tibetaans uiterlijk en kleding.
We dalen snel af naar 3.400 meter en komen aan de rivier. Er is een kleine uitspanning waar we wat eten en drinken. We moeten ons paspoort laten zien bij een politiepost. De zon schijnt en brandt goed op ons is. Er zijn voortdurend opstoppingen vanwege werk aan de weg. Het schiet niet echt op. Geen wonder dat we zeven uur doen over honderdveertig kilometer.
's Middags liggen er stenen op de weg die er eerst afgehaald moeten worden en een vrachtauto die een ongeluk heeft gehad, moet weggesleept worden. Voor de rest gaat alles goed. We zijn wel blij met een jeep en dat we niet in zo'n grote bus zitten. Die doet er nog langer over.
Het wordt steeds zonniger en we hebben prachtige uitzichten: beneden aan de rivier groene weiden met af en toe een paar huizen; naar boven toe kale bergen, soms wat sneeuw, een gletsjer.
We slapen in hotel Jispa, zo maar in het niets tussen Gemur en Darcha, op 3.380 meter hoogte. Zo kunnen we langzaam aan de hoogte wennen.
Er zitten hier in het hotel mensen van Shoestring. Verder niemand. Tijdens het eten valt het licht uit. Met kaarsjes ziet het er wel gezellig uit. Later gaat het weer aan, maar het reikt niet tot de tweede verdieping waar wij zitten. Vroeg naar bed dus.

Zaterdag 19 juliNaar Sarchu

Baralacha La, LadakhVandaag rijden we naar Sarchu, vijfentachtig kilometer verderop. Het eerste stuk gaat langs de rivier. De weg is soms een goed stuk asfalt, soms los grind met grote kuilen en soms stroomt de rivier over de weg, zodat we door het water moeten. Het uitzicht is fantastisch. Het is zonnig, enkele witte wolken tegen de blauwe lucht en de besneeuwde toppen zijn zichtbaar. Af en toe een groen meertje. We stoppen op de Baralacha La, een pas op 4.890 meter. Uiteraard ontbreken de boeddhistische gebedsvlaggetjes niet. We hebben een trui en een jas bij de hand, maar allebei zijn ze niet nodig. De zon brandt op ons in.
Gebedsvlaggen worden op passen, bruggen, daken en andere markante plaatsen in het landschap opgehangen. De voorkeur gaat uit naar een plaats waar het waait, want de mantra's en symbolen die er op gedrukt staan, moeten door de wind naar de hemel gebracht worden. De gebedsmolens hebben dezelfde functie. Er zit een papieren rol met mantra's in.
Op 4.700 meter staat een aantal tenten waar je kunt eten en drinken. Er zitten verscheidene fietsers lekker buiten in de zon. Door de tenten is het erg kleurrijk en het heeft wel wat weg van een skioord. We drinken er een cola en strekken de benen.
Om 13:00 uur zijn we al op de plaats van bestemming: Sarchu. Overnachten kan hier alleen in een tentenkamp. We hadden een eenvoudige tent verwacht, maar we zitten in een luxe kamp en dan hebben we ook nog de luxe tent met een eigen badkamer. Er staat een wastafel en een toiletpot gemetseld in de grond. Niet te geloven. Wij zitten hier vandaag alleen, morgen komen er zestig mensen. We gaan in de schaduw van de tent zitten, want hier waait een lekker briesje. We krijgen koffie en thee met koekjes. 's Middags lopen we wat rond, niet teveel, want het is erg wennen aan de hoogte: 4.400 meter. We houden siësta en lezen een boek en drinken thee.
Op het eind van de middag kleuren de bergen erg mooi in de zon. De kou valt mee als de zon achter de bergen is. We hebben een beetje last van slapeloosheid: een lichte vorm van hoogteziekte.

Zondag 20 juliNaar Leh

Onderweg van Sarchu naar Leh, LadakhWe vertrekken om 7:00 uur naar Leh en het zal een lange, maar erg mooie dag worden over een schitterende weg. Welke kant je ook uitkijkt, het is overal even mooi. En na elke bocht is het uitzicht weer anders. En er zijn flink wat bochten.
Al snel gaan we omhoog naar de eerste pas over veel haarspeldbochten. In het begin is het nog lekker rustig, maar na een uur of twee komt er meer verkeer. Sommige stukken weg zijn erg slecht. Soms moeten we weer door rivieren. Passeren blijft lastig. De wegen zijn smal en om in te halen moet je een paar keer toeteren, anders blijft iedereen op het midden van de weg rijden. Beide auto's moeten deels door de berm. Ook als er een tegenligger komt, moeten beide auto's de berm in. Dat gebeurt pas op het allerlaatste moment en men passeert elkaar vaak rakelings. Als er een koe over wil steken, moet je ook toeteren. Die wacht dan keurig langs de kant van de weg tot je voorbij bent.
De rotsen zijn prachtig. Langs de rivier is de wand prachtig geërodeerd. Heel grillige vormen en heel egaal langs de hele oever. De bergen hebben in het zonlicht de mooiste kleuren. We klimmen snel omhoog naar twee passen die vlak achter elkaar liggen: de Lachlung La. De eerste ligt net onder de 5.000 meter, de andere net er boven. Op de eerste pas is het uitzicht het mooist. De gebedsvlaggen geven het geheel veel kleur. Prachtig al die vergezichten met de sneeuwbergen op de achtergrond. Het is helder.
Na de pas dalen we af naar Pang. Op de kaart lijkt het een dorp, maar het is niet meer dan een legerkamp en een paar tenten waar je kunnen eten en drinken. Daarna komen we op een hoogvlakte waarop veel nomaden rondtrekken met grote kuddes vee. Vanuit Sarchu hebben we een hele doos met flessen meegenomen die daar gevuld zijn met water uit de beek. Die worden hier uitgedeeld aan de herderskinderen die hier erg blij mee zijn. Dit is een van de weinige plaatsen hier in de buurt met weinig tot geen drinkwater.
Daarna rijden we naar de één na hoogste pas ter wereld, waar je met de auto over heen kunt, de Taglang La op 5.328 meter. We hebben prachtig uitzicht op de Karakorum in de verte. Het is nog steeds T-shirtweer en we hebben geen last van de hoogte. Langzaam rijden we naar beneden. Het landschap wordt grauw en grijs. Een beetje saai. Tot we in het district Ladakh komen. Dan verandert het ineens. De weg wordt een stuk beter, dorpjes met stenen huizen, bewerkte velden en ook de bergen zijn anders. Hele stukken zijn verticaal geërodeerd. Het ziet er prachtig uit. Mooi gekleurd ook. De groene velden met veldjes gele koolzaad knallen er uit. Fantastisch. De weg hier is goed geasfalteerd, geen gaten en kuilen, alleen hier en daar een klein hobbeltje. Eindelijk kunnen we dóór rijden.Onderweg van Sarchu naar Leh, LadakhGoed 16:00 uur komen we in Leh aan. We zitten in hotel Meridian, tien minuten lopen vanaf het centrum, heerlijk rustig. Het is maar één hoog en heeft slechts acht kamers en we hebben mooi uitzicht over de groene velden, de kale bergen met daarboven de besneeuwde toppen.
We wandelen naar het dorp dat sinds 1974 geopend is voor toeristen en waar zo'n vijftienduizend mensen wonen. Omdat het zondag is, zijn er nogal wat winkels gesloten. De toeristenwinkels zijn uiteraard wel open. Ze hebben erg mooie (en dure) Tibetaanse sieraden. Veel oudere vrouwen dragen Tibetaanse kleding; de jongere vooral Indische. In plaats van een knikje groeten de ouderen door hun tong uit te steken.
We gaan op zoek naar een batterijtje voor Martijn zijn hoogtemeter en we komen terecht bij een piepklein winkeltje van twee bij anderhalve meter. De man heeft de juiste maat niet, maar vraagt ons morgen op dezelfde tijd terug te komen. Hij gaat bij andere horlogemakers informeren.
We eten bij Summer Harvest momo's met schapenvlees, gemengde loempia's en noedels met groenten en kip. Inclusief een biertje zijn we samen 320 rp kwijt.

Maandag 21 juliLeh

Om 9:00 uur komt er een jeep met chauffeur en gids voorrijden voor een dagje kloosters. Eerst rijden we naar het Hemis-klooster, gebouwd in de zeventiende eeuw en gelegen in een vallei. Het is het grootste en rijkste klooster van Ladakh en behoort tot de Drukpa-orde. Het klooster ligt in de bergen verborgen en pas op het allerlaatste moment zie je het liggen. Er voor liggen een paar enorm lange mani-muren. Het is er erg rustig met toeristen. De gids leidt ons rond en kan van alles vertellen over de goed geconserveerde wandschilderingen en de mooie bibliotheek. Het klooster heeft de grootste thanka (twaalf meter) die eens in de twaalf jaar wordt getoond. Het is heel mooi en indrukwekkend.
Thikse-klooster, LadakhDaarna rijden we naar Thikse (Gelukpa-orde), dat imposant tegen een helling is opgebouwd. Het is achthonderd jaar oud en heeft twaalf verdiepingen. Je hebt prachtig uitzicht op de groene Indusvallei met daarachter de kale bergen. Het is er erg kleurrijk, vooral de kleuren rood, geel en wit komen overal terug. Er staat een enorm groot, gouden beeld van Maitreya, de toekomstige boeddha. Heel indrukwekkend. Veel ruimtes zijn gesloten, maar de gids weet telkens een monnik met sleutel te vinden of komt zelf met een sleutel terug. Sommige delen van het klooster zijn erg oud, sommige zijn gerestaureerd. Er is een grote bibliotheek met veel oude Tibetaanse boeken.
De derde tempel is die van Shey, een klein klooster dat wordt gerestaureerd. Vroeger was dit het zomerpaleis van de koningen van Ladakh. Er staat een prachtig, twaalf meter hoog beeld van de Sakyamuni-boeddha, gemaakt van koper en bedekt met goudplaat.
We voeren koekjes aan heilige vissen en keren terug naar Leh. We zien een residentie van de Dalai Lama liggen in Choglansar. Hij is momenteel tien dagen in de Nubravallei.
Bij het Tibetaanse restaurant op het centrale plein eten we chowmein en drinken een halve liter cola voor € 1 p.p. Daarna lopen we uitgebreid over de markt en door de smalle straatjes en genieten van de uitzichten op de vele grote gebedsmolens, stoepa's, gompa's en mani-muren die er in de stad staan. Ook het paleis uit de zeventiende eeuw en twee oude gompa's die hoger in de heuvels liggen, zien er mooi uit in het zonlicht.
Mani-muren wijzen vaak de weg naar een gompa. Ze zijn enkele meters breed en hoog en soms honderden meters lang. Bovenop liggen de mani-stenen waarin tekens of figuren gegraveerd zijn. De belangrijkste tekst is de mantra van Avalokiteskwara: om mani padme hum. Mani-muren zijn gebouwd door pelgrims die bij wijze van offer 'hun steentje bijdroegen'.
Was het 's ochtends nog een heerlijke temperatuur met redelijk wat bewolking, 's middags is het erg warm in de zon. Gelukkig is het een stuk droger dan in Delhi, wat het wel een stuk aangenamer maakt. Terug in het hotel kunnen we net buiten in de schaduw zitten met een lekker koud biertje.
Voor 70 rp (€ 1,40) heeft de horlogemaker heeft een batterij en zet hem er ook nog in.
We eten bij een Tibetaans restaurant. De kaart is niet groot en bovendien hebben ze niet alles. Maar het smaakt uitstekend en het kost niks (140 rp).


Dinsdag 22 juliLeh

RouteLadakh

Maitreya-beeld in Namgyal Tsemo-gompa, LadakhEerst rijden we (worden we gereden) naar Namgyal Tsemo-gompa, wat op een topje ligt vlak bij Leh. Er staat een groot Maitreya-boeddhabeeld en er zijn veel oude manuscripten en fresco's te zien. Er hangen veel gebedsvlaggen. Van hieruit heb je mooi uitzicht op de plaats, de groen oase en de bergen erachter. Het is helemaal onbewolkt vandaag en het wordt warm.
We rijden door naar het honderdvijftig jaar oude Shankar, maar dat klooster is gesloten. Het is het thuis van de meest senior Gelukpa-monnik, de Kushok Bakula. Wel gaan we bij een monnik thee drinken. Hij heeft een kleine kamer met een bed, een bankje en een paar lakkasten, een tv en radio, veel kleden en boeken. Dan rijden we door naar de Shanti-stoepa die in 1985 door de Japanners is gebouwd. De Japanse invloeden zijn goed zichtbaar.
We lopen nog een keer door het centrum van Leh en kopen ieder een T-shirt van 200 rp per stuk.
's Middags zitten we bij het hotel lekker buiten onder een parasol.

Woensdag 23 juliWandeling van Sabu naar Poli Dighr

Vandaag de eerste dag van de negendaagse wandeling naar de Nubravallei en weer terug. We laten een zak met spullen die we niet nodig hebben achter in het hotel.
We rijden eerst naar Sabu dat op 3.600 meter ligt. We krijgen met z'n tweeën een gids, een kok, een hulp gids/kok, twee paardenmannen en zeven paarden. Zo is het nog een hele stoet. Alles voor de komende dagen moet meegenomen worden. Ook het eten, want onderweg is er niets te koop. De paarden worden vastgebonden en krijgen hooi te eten, zodat ze rustig blijven staan tijdens het pakken. Het is zonnig en warm. Om 10:15 uur beginnen we te lopen. We moeten even ons ritme vinden, maar dan gaat het goed. Niet te snel door de hoogte. We lopen geleidelijk omhoog langs de rivier in een dalletje van honderd meter breed. Aan weerszijden gaan de bergen omhoog. Het dal is groen, de bergen grijs. Er zitten veel vogels, vlinders, hagedisjes en we zien een paar marmotten. Het is erg warm en we dragen een sjaaltje rond de nek om niet te verbranden. De rest smeren we goed in. Meerdere keren per dag, want we zweten het er gewoon weer van af.Himalaya, LadakhWe hebben mooi uitzicht op het Ladakhgebergte. Er zitten wel wat wolken boven maar de sneeuwtoppen zijn goed te zien. We moeten vandaag achthonderd meter stijgen naar 4.400 meter. Het lopen is zwaar door de ijle lucht. We zijn wel blij dat we over land naar Leh zijn gereden; we hebben het gevoel helemaal geacclimatiseerd te zijn. Het enige waar we last van hebben is kortademigheid bij alles wat we doen.
Er is meestal wel een soortement van pad, maar je moet goed kijken of je het nog volgt. Het is van los gruis en regelmatig liggen er stenen of zijn er stukken gras. We pauzeren regelmatig en staan ook vaak stil om op adem te komen en om van het uitzicht te genieten.
Om een uur of twee wordt het donkerder en verschijnen er een paar wolken. Even later dondert het een paar keer en er vallen enkele regendruppels.
Om 14:30 uur komen we bij het kamp van vandaag. Naast een riviertje worden de tenten opgezet: onze tent, de kooktent waarin de gids en koks slapen, een dinertent en een wc-tent. De paardenmannen houden zich helemaal afzijdig met een eigen tentje. Ook maken ze zelf thee en eten. We zetten de tent goed vast, want het waait behoorlijk. We spoelen ons af met het ijskoude rivierwater.
Tegen vieren is de thee klaar en er zijn koekjes en cake, wat er allemaal grif ingaat. 's Avonds eten we met z'n tweeën in de eettent. Het eten wordt door de hulpkok uitgeserveerd. Hij draagt voor deze gelegenheid witte handschoentjes. We krijgen soep met brood, rijst, groente, rauwkost, aardappel en schapenprutje met brood. Zoete taart na.

Donderdag 24 juliWandeling naar Digar

Om 6:00 uur worden we gewekt met thee en een bakje warm water om ons te wassen. Er lopen verschillende koeien op het terrein en die zijn erg nieuwsgierig. Ze zijn vooral geïnteresseerd in de wc-tent. Sommige kruipen er helemaal in. We moeten ze voortdurend wegjagen.
Het is redelijk bewolkt. Afgelopen nacht was het 10º. We eten buiten, zodat de tenten alvast afgebroken kunnen worden. Het ontbijt is erg uitgebreid: omelet, kaas, smeerkaas, pindakaas, jam, honing, banaan, nootjes, druivensap, koffie en thee.
De paarden worden gevangen, de kippen gaan in een doos, alles wordt ingepakt en het vuil wordt verbrand.
Om 8:00 uur gaan we lopen. Eerst moeten we over een vrij goed pad driehonderd meter omhoog, gewoon omhoog. Op 4.700 meter (om 9:30 uur) gaan we steil zigzaggend omhoog tot de top. Volgens het boek ligt die op 5.300 meter, volgens onze hoogtemeters op 5.120 meter. Het lopen gaat zwaar, er zit zo weinig zuurstof in de lucht. Het valt ons dan ook mee, dat we om 11:00 uur al boven zijn. Nubravallei, LadakhWij hadden gerekend tussen 12:00 en 13:00 uur. We waren blij dat het bewolkt was, toen we naar boven liepen. Boven is het wel jammer, want de bergen zijn niet zo goed zichtbaar. Als we naar beneden lopen, wordt dat steeds beter. Het uitzicht is mooi. Fantastisch mooi. We lopen door een breed dal, soms door sneeuw. Overal komen kleine stroompjes water vandaan en het hele dal lijkt een grote rivier. Er liggen veel stenen, keien en we moeten regelmatig water oversteken via stenen. Overal groeien bloemetjes. Op 4.900 meter vinden we zelfs echte bloemenstruiken in allerlei kleuren. Soms zien we hele weiden met paarsrode petunia's. Grandioos.
We kunnen uren zo doorlopen. Om 3:00 uur zijn we op 4.340 meter bij een mooie kampplaats. We hebben de paarden eruit gelopen. Normaal vertrekken die later, halen ons in en is de thee al klaar als we aankomen. Nu zijn ze er nog niet en laten zelfs anderhalf uur op zich wachten. Anders zouden we nog een stuk doorgelopen hebben (naar Digar).
De eerste kip wordt geslacht en krijgen we 's avonds opgediend.

Vrijdag 25 juliWandeling naar Khungru

We moeten vandaag de twee uur extra lopen, die we gisteren niet gered hebben. Stomme paarden(mannen).
Het gaat vandaag vrij vlak naar beneden. Eerst schijnt de zon, maar als we beginnen te lopen, wordt het bewolkt. Als we achterom kijken zien we een partij donkere lucht. Het lijkt wel zwart. Wij krijgen er nog een staartje van mee in de vorm van een regenbui. Soms wat harder soms wat zachter. Het is koud!
We komen door Digar, een aardig dorpje op 3.760 meter met huizen, stoepa's en mani-muren. De plaatselijke kroeg is gesloten en we drinken bij iemand thuis thee. We laten ons mapje met foto's zien en vooral het strand baart opzien.
Even later begint de zon weer te schijnen en we komen zowaar een groepje van zes toeristen tegen. Op 'onze' route zitten twee Italianen en nog een stel die we heel af en toe zien lopen. Ze kamperen op andere plaatsen dan wij. Verder komen we niemand tegen. Heerlijk rustig. Het enige wat je hoort is het water en de wind. Als we op een gegeven moment een plateau oversteken (3.550 meter) hebben we aan de rand prachtig uitzicht. Nubravallei, LadakhDe rivier kan heel breed worden en we zien weer struikjes. Eerst dalen we steil af door gruis, en dan nog een stuk door een duin tot 3.120 meter. Dit loopt heel makkelijk: we doen een stap en glijden vervolgens een stuk naar beneden door. We moeten er niet aan denken om dit stuk andersom te lopen. Eigenlijk zou hier het kamp van vandaag zijn en we wachten weer eens op de paarden: anderhalf uur. We gaan nog wat verder. Men is met de hand een weg door de bergen aan het aanleggen. Een deel is klaar, zodat we niet de rivier hoeven over te steken. Dat zagen we ook niet zo zitten, want die is erg breed en stroomt nogal hard. Nu moeten we een enorme rots over en dat wordt een forse klimpartij. Sommige stukken zijn erg steil en de afgrond diep. Het is even klimmen en klauteren.
We komen bij een tentenkamp waar de mensen kamperen die aan de weg werken. Hier zetten we onze tenten op en we hebben erg veel bekijks. Alle mannen komen even langs en blijven staan kijken.
We zitten nu op 3.100 meter en het is meteen 's nachts een stuk warmer. Ook waait het niet en dat is maar goed ook, want er is hier alleen maar zand.

Zaterdag 26 juliWandeling naar Khalsar en Hunder

Vandaag staat een wandeling van twintig kilometer naar Khalsar op het programma. Van daaruit worden we met plaatselijk vervoer naar Hunder gebracht. Als we zitten te ontbijten, lekker buiten in het zonnetje, komt er een jeep aanrijden, die een groepje toeristen afzet. We kunnen het zo regelen dat die jeep ons helemaal naar Hunder zal brengen. Wij vinden een rustdag wel lekker. Vooral ook omdat deze wandeling over een asfaltweg gaat. Aan het eerste stuk wordt nog gewerkt (met de hand). Alle bagage en mensen gaan in de jeep. Het is een beetje proppen, maar het lukt. De paardenmannen gaan met de paarden lopen. Een aantal mensen van de camping heeft brieven meegegeven die we in Leh moeten posten. Die mensen zitten hier vijf tot zes maanden en dit is de enige manier waarop het thuisfront wat van ze hoort. Ook onderweg wordt er met brieven gezwaaid en die nemen we ook mee.Chorten bij Hunder, LadakhDe vallei is erg groen. Er staan veel bomen, struiken, bloemen en kruien. Er groeien o.a. appels, abrikozen en walnoten.
We rijden naar Diskit waar we hoog in de bergen het klooster zien liggen. We drinken er een cola; heerlijk na al die dagen. Bij Hunder moeten van de 'grote' weg af naar een camping. Men is daar echter bezig met de weg en die sluiten ze dan helemaal af, zoals we wel meer gezien hebben in dit deel van de wereld. Ze willen ons met alle bagage een paar honderd meter over riviertjes en stenen naar het kamp laten lopen. Niet dus. Uiteindelijk vinden we nog een weggetje, maar dan moeten we eerst een paar grote stenen in een riviertje gooien, voordat de jeep er door kan. Een stuk verder wordt (met de hand) geasfalteerd, maar we mogen er toch overheen.
Prachtige kampplaats. Veel bomen. Veel schaduw, veel stenen ook. We zetten de tent op en gaan de was doen. Er zijn overal stroompjes en in de zon droogt het lekker snel.
Aan het eind van de middag wandelen we even naar het klooster. Er staan veel oude tempels en fortificaties op de bergen. Veel stoepa's. Ook een paar waar je onder door kunt en dan mooie beschilderde plafonds ziet. Het klooster is net even open en ziet er binnen mooi uit. Elk klooster is weer helemaal anders. Deze is ongeveer vierhonderd jaar oud. Dicht hierbij is een oud kasteel maar dat is niet meer open. Het is leeg van binnen.
Als we terugkomen is er weer een kip geslacht.
We lopen nog een rondje door het dorp: hier en daar een huis, een enkel winkeltje verscholen tussen het groen. Onderaan de berg waar het smeltwater vandaan komt, wordt het water in alle richtingen geleid, zodat alle akkers genoeg water krijgen. Er wordt veel verbouwd: aardappels, graan, kolen. Allemaal voor de winter als er hier een pak sneeuw ligt. Vlakbij ligt de brug waar je niet verder Kashmir in mag vanwege de oorlog tussen India en Pakistan over dit gebied.
Het is te merken dat de kok de hele middag de tijd heeft gehad. Hij heeft erg zijn best gedaan: tomatensoep, pizza, aardappelpuree, aardappelkroketten, groenteloempia's, kipcurry, groenteschotel en bananenpie toe.
Het stikt hier van de vliegen.


Zondag 27 juliWandeling naar Scarchaen

Het pad, LadakhWe ontbijten o.a. met kleine ronde warme broodjes en een 'eggprutje'.
Precies om 8:00 uur arriveren de paarden (en -mannen). Alles wordt weer opgeladen en om 8:30 uur beginnen we te lopen. Eerst een stukje vlak, zodat onze spieren warm kunnen worden; daarna driehonderd meter omhoog in een uur tijd. Regelmatig moeten we de rivier oversteken waarbij we van steen tot steen moeten springen. We lopen door een mooie smalle kloof en overal om ons heen horen we water lopen. Boven hebben we prachtig uitzicht over Hunder en de vallei. Schitterend.
Vervolgens blijven we 'boven lopen'. Er zijn twee paden: een boven langs en een beneden. Beneden kan niet altijd door de stand van het water in de rivier. Vanwege het pad, lopen wij liever boven langs, hoewel dat veel meer hoogteverschil heeft. Het gaat dan ook erg op en neer. Dan weer tachtig meter omhoog, zestig meter naar beneden, honderd meter omhoog. Het pad is vrij goed, breed genoeg en het loopt makkelijk. Het laatste stuk gaat langs de rivier beneden. Dit pad is een stuk lastiger. Veel keien, grote stenen, klimmen en klauteren. Hier beneden is het groen met bomen en struiken en stukken gras. Op zo'n stuk gras gaan we op de paarden zitten wachten (op 3.460 meter). Na twee uur komt de kok en na drie(!) uur verschijnen eindelijk de paarden. Het weer is voor ons goed: grotendeels bewolkt, soms wat zon. Vóór de vakantie hadden we veel meer zon verwacht. In alle reisgidsen staat dat zo'n wandeling erg zwaar wordt door het weer: zonnig en warm tot zeer warm.
We hoeven nog maar een klein stukje, maar we moeten wel een rivier door. Gelukkig hebben we onze sandalen bij ons. Tot onze knieën moeten we door het snelstromende ijs- en ijskoude water. Het kost moeite om overeind te blijven door de sterke stroming. Een groepje andere toeristen dat 's ochtends het lage pad had genomen, komt drie uur later dan ons aan bij de rivier. Ze hebben terug moeten lopen en ook het hoge pad moeten nemen.

Maandag 28 juliWandeling naar Thinlesgo

Bij het ontbijt krijgen we vers gebakken Ladakhi-brood.
We lopen vandaag zes uur tot 4.290 meter. Eerst honderd meter omhoog, daarna geleidelijk. Soms geen pad, soms een goed pad, soms stenen, soms gras, soms veenbulten, soms los zand, veel riviertjes die we over moeten steken, waarbij we altijd van steen tot steen springen. Het wordt snel bewolkt; om te lopen wel lekker, maar zodra we zitten, slaan we een trui om.Ontbijt, LadakhNa twee uur komen we bij het dorpje Hunder Dok. Nou is dorpje wel een groot woord voor die paar huizen, wat mensen en landerijen. Bij een familie gaan we thee drinken. Wij willen het 'gewoon', zij met veel jakmelk en suiker. Er staat een grote houtkachel in de kamer zodat het binnen een mum van tijd lekker warm is. De mensen vinden het erg leuk en onze gids en kok kunnen met ze praten. Toch wel erg handig.
's Middags lopen we een hele tijd over een groot rotsveld. Zo ver als je kunt kijken en na elke bocht gaat het weer verder. Dan zomaar ineens een enorme grasvlakte, waar we gaan kamperen. De paarden komen al na drie kwartier. De tenten staan net als het een beetje regent. Elke dag valt er wel wat, maar het is nooit veel. En langer dan een minuut duurt het eigenlijk niet. Maar het is wel koude regen. De kok heeft een fles chang in de rivier gelegd om af te koelen, maar even later is hij al verdwenen. We zoeken en peuren nog even, maar hij blijft weg.

Dinsdag 29 juliWandeling naar basiskamp van de Lasermo

Vannacht was het 6º in de tent. Vandaag lopen we naar 4.680 meter in vierenhalf uur.
Het weer is ronduit slecht. Waar wij naar toe moeten, is alleen maar nevel. We slapen uit tot 7:00 uur en even later begint het te regenen. We blijven nog maar even in de tent zitten en trekken nog een extra trui aan. Bij de vorige pas (die op 5.120 meter) hadden we nog het idee dat we veel te veel warme kleding bij ons hebben. Nu zijn we er blij mee en zowat alles wordt gebruikt. Inclusief muts en handschoenen.
Als we om 9:00 uur gaan wandelen is het weer toch enigszins opgeklaard en kunnen we de berg zien. Het is koud, wind tegen. Als af en toe de zon even doorbreekt, is het gelijk warm, maar de hagelbui doet alles weer teniet.
Het pad bestaat bijna de hele dag uit grote keien en stenen, zodat je grote passen moet nemen. Af en toe worden de stenen onderbroken door riviertje en stukken met veenpollen. Het kost veel energie. Gelukkig gaat het pad maar geleidelijk omhoog.
Hoe hoger we komen hoe meer bloemen we zien: felgele, roze, paarse, rode, witte en blauwe. Hele velden vol. Prachtig. Af en toe zien we ook marmotten. Niet van die kleintjes als bij ons, maar een halve meter groot. Door hun vriendjes te waarschuwen, maken ze een hoop herrie en weten wij waar we moeten kijken. Ook vliegen er mooie rode en gele vogeltjes. Vooral als ze vliegen zijn ze erg gekleurd.

Woensdag 30 juliWandeling naar Morbuk

Gletsjer, LadakhVannacht was het helder en heeft het goed gevroren. In de tent hebben we als laagste temperatuur 1,9º gemeten. Buiten zijn alle kleine poeltjes dicht gevroren. Het is vanochtend schitterend weer en dat zal gelukkig de hele dag zo blijven. Omdat we vandaag de Lasermo La zullen passeren en dat over een gletsjer zullen doen zijn de paardenmannen al vroeg bezig. Ze halen de ingepakte tenten bijna onder onze handen weg om de paarden te pakken. Dat hebben we nog niet meegemaakt. Omdat 's ochtends het ijs hard is, kunnen de paarden de pas makkelijk passeren. Wij vertrekken tegen 8:00 uur vanaf 4.680 meter. Je ziet dan de gletsjer al liggen. Langzaam klimmen we omhoog en om 5.000 meter bereiken we de onderkant van de het ijs. We hebben dan ondertussen al diverse riviertjes gepasseerd, waar de mooiste bloemen bloeien. Het ijs is redelijk vast, maar Lasermo La, Ladakhop sommige plekken zak je er door heen (maar een centimeter of tien), maar dat is lastig lopen. Het is een mooi gezicht hoe die kleine stipjes van mensen en paarden zich een weg naar boven zoeken. Om 10:30 uur staan we boven op de pas. Wij klokken de pas op 5.140 meter, evenals ons gids Juna, maar in alle boeken en kaarten staat hij op 5.300 meter. Het zal wel komen door de weersverandering.
Op de pas hebben we een schitterend uitzicht naar beide zijden. Dichtbij liggen diverse sneeuwvelden en verderop de besneeuwde pieken van Ladakh. Het is meer dan fantastisch.
Hierna begint de afdaling aan de andere zijde. Vooral het begin is stijl en binnen de kortste keren ben je een heel stuk gedaald. Later gaat het allemaal geleidelijker naar beneden, maar dan zijn de gedeeltes waar allemaal grote keien liggen lastige obstakels.
Om 13:00 uur zijn we op een plek die Morbak genoemd wordt op 4.625 meter. Hier is weer water (niet veel) en slaan we ons kamp op. De paardenmannen hebben 's middags de tijd om onderhoud te doen aan de hoeven van de paarden.

Donderdag 31 juliWandeling naar Phyang, festival

Terug in het dal, Ladakh's Nachts is het weer iets warmer: 3º. Overdag is het zonnig, onbewolkt. Vandaag de laatste kilometers van de wandeling, bijna vier uur lopen. We zakken twaalfhonderd meter af en hebben geweldig uitzicht op het Ladakhgebergte, dat mooi afsteekt tegen de blauwe hemel. Omdat we voortdurend omlaag lopen, hebben we geen last van de zon. De laatste twee uur lopen we door het lang uitgestrekte dorp Phyang. Er wordt van alles verbouwd en we zien weer wat auto's rijden.
We zijn precies op tijd voor het jaarlijkse tweedaags festival in het klooster. Je moet er kamperen of op en neer rijden vanuit Leh. Hotels zijn er niet.
We kamperen op een weide beneden het klooster. Het is een groot stuk drassig land dat doorkruist wordt door talloze riviertjes. We zoeken een droog plekje voor de kooktent en onze tent. We laten de 'dining-tent' maar achterwege. Het wordt hier toch niet koud (3.400 meter). De paarden zijn er snel en we zetten de tenten op. We nemen afscheid van de paardenmannen die meteen vertrekken omdat ze alweer een andere trek hebben. Het oude baasje is verschrikkelijk blij met zijn tip.
Wij gaan meteen naar het vierhonderdzeventig jaar oude klooster. Er wonen hier vijfenveertig monniken van de Kagyupa-orde. Het is nog even klimmen over stoffige paden, maar het is de moeite waard!
Phyang-festival, LadakhRoodkapmonnik, LadakhEr zijn vrij veel toeristen en als je ziet hoe sommige er bij lopen… Als het dansen begint, staat er midden op de dansvloer een hippie, die wij van de vloer halen. Aan het gelach om ons heen te horen, keurt men dat goed. In plaats van jokers zoals in Bhutan lopen hier vier andere figuren die het publiek tussen de dansen door vermaken en voor gek zetten. De maskerdansen zijn mooi. De monniken dragen prachtige gewaden van hele mooie stoffen. Er zit ook veel plaatselijke bevolking te kijken. Vooral de oude vrouwen zien er prachtig uit. Sommige hebben hoge hoeden op zoals we nog nooit eerder gezien hebben. Ze lijken ons niet echt gemakkelijk zitten. Ze dragen veel sieraden en ook allemaal een rozenkrans. De mannen draaien hun gebedsmolens rond. En ze laten zich gewillig fotograferen.
De toegang is gratis, maar voor het fotograferen in het klooster zelf, moeten we een kaartje van 25 rp (€ 0,50) kopen. Er zitten drie monniken te bidden met enorme losbladige boeken, een gong, dongs en een belletje. Bij het dansen hoort ook een 'band': monniken in gele kleding en rode mutsen en grote toeters van een meter of twee.
We drinken er een cola die verrassend goedkoop blijkt: 15 rp voor een halve liter. Cola hebben ze niet, wel pepsi. Terug op de 'camping' wassen we onszelf stroomafwaarts en zitten daarna lekker in de zon te lezen.
Later gaat het waaien en moeten we de etensspullen opbergen.


Vrijdag 1 augustusPhyang, festival

Zwarte-hoeden-dans, LadakhDe tweede dag van het festival. We slapen eerst uit en ontbijten op ons gemak. Tegen tienen wandelen we naar boven naar het klooster. Het dansen is al bezig. Deze dans lijkt erg veel op die van gisteren, maar er zijn andere maskers. Nu zitten er ook dieren bij. We gaan achter de plaatselijke bevolking zitten, zodat we die goed kunnen fotograferen en video-en. Onze snoepjes worden in dank aanvaard.
Vrouwenhoed, LadakhNa de warme lunch bij de tent gaan we weer terug. Nu is de zwarte-hoeden-dans bezig. Prachtige, enorm grote hoeden en fraaie kleding dragen ze. Op het eind is er nog een soort slotceremonie, waarbij het kwaad wordt verbannen. Tegen zessen zijn we pas weer terug. Alle andere toeristen zijn dan allang weg: met de overvolle bus terug naar Leh.

Zaterdag 2 augustusNaar Alchi, Basgo

Om 8:30 uur komt er al een jeep voorrijden. Als het goed is, komt er straks nog een truck voor de koks en alle spullen. We nemen afscheid van de koks en met Juna de gids gaan we westwaarts langs de Indus om nog een paar kloosters te bekijken.
We gaan eerst naar het veertiende eeuwse Likir, ook bekend als de Klu-kkhyil-gompa. Het is gebouwd onder direct Tibetaans gezag en herbouwd in de achttiende eeuw. Er wonen honderdvijftig monniken van de Gelukpa-orde. Handig zo'n Indische gids erbij. Hij weet precies waar we moeten zijn en hij krijgt de sleutel van een gebouw. Hij weet er ook het nodige van te vertellen. Heel apart, zo'n groot gouden boeddhabeeld buiten. Hebben we nog niet eerder gezien.
Alchi is weer heel anders. Het ligt meer verscholen en de invloeden uit Kashmir zijn duidelijk aanwezig. Het is gebouwd door Indische boeddhisten in de elfde eeuw en bestaat uit vijf kleine tempels met veel mandala's en boeddhabeelden. Hier mag je binnen niet fotograferen.
Dichtbij bij Basgo gaan alle raampjes van de auto dicht. De kinderen staan met grote potten water klaar om die in de auto's te gooien. Er komt me een partij water op de ruiten. Dit gebeurt alleen op speciale dagen. Likir, ook bekend als de Klu-kkhyil-gompa, LadakhDaarna rijden we naar een 'local house' in Basgo. Duidelijk een rijke familie. In de grote kamer (tien bij tien) staat een grote hoeveelheid oude koperen en zilveren potten, pannen, ketels, lepels en een prachtig beslagen kachel. In het huis wonen in ieder geval een oma, dochter, kleindochter (die alles organiseert) en daar weer twee kinderen van. Waar de mannen eten en slapen is niet duidelijk. We lopen met Dolma, de kleindochter, naar het oude kasteel, hoog in de bergen. Vroeger (zevenhonderd jaar geleden) woonde er een koning die het gebied regeerde. Nu is het een ruïne die men aan het opknappen is. Sinds twintig jaar is het dorp welvarend en dat is te zien. En dat komt niet door de toeristen want die zijn hier nauwelijks. Er zijn ook geen hotels. Het dorp is goed georganiseerd en gezamenlijk doen alle families alles. Zo zorgen drie families voor de drank in het gemeenschapshuis, drie families bereiden het eten voor de monniken, drie families zijn bezig met het aanleggen van een centraal plein, enz. Iedereen heeft een taak, die elk jaar rouleert en dat werkt goed. We kijken even in het gemeenschapshuis waar een paar mensen muziek zitten te maken en waar chang gedronken wordt. Wij krijgen ook een glaasje. Hier heeft men andere chang dan wij kennen. Dit is een grijze, koude drank. Een beetje zurig.
's Avonds wordt er gedanst, heel gezapig vergeleken met onze dansen. We krijgen chang en jakthee. De mensen hebben een horloge met een vierentwintiguurs aanduiding, maar daar hebben ze veel moeite mee. Er wordt op de hand geteld: twaalf is twaalf uur, dertien is een uur, veertien is twee uur en zo komt men uiteindelijk bij zeventien is vijf uur.

Zondag 3 augustusNaar Leh

Kharung La op 5.605 meter, LadakhLekker ontbijt met lokaal brood. Om 8:00 uur rijden we al naar Leh. We hebben gevraagd om naar de Khardung La te gaan, 's werelds hoogste 'motorable' weg op 5.605 meter. De gids heeft het geregeld en het makkelijkste is om maar meteen te gaan. Halverwege is een checkpoint en er is iets met de permits. We gebruiken de permits van de trek en die schijnen verlopen te zijn, maar met veel gepraat mogen we verder, mits we het niet verder vertellen, want anders krijgt die soldaat op z'n donder.
Het is niet helemaal helder, maar tot vlak voor de laatste bocht kun je Leh nog beneden zien liggen. Eenmaal op de pas hagelt het en valt er wat natte sneeuw. We drinken een kop jakthee en maken een paar foto's voor we weer naar beneden gaan. Kosten € 30 met z'n tweeën. Om 14:00 uur zijn we weer in het hotel in Leh. We gaan eerst het dorp in om bij de Tibetaanse tante te eten. Ze verwelkomt ons hartelijk. Daarna gaan we douchen en lummelen.

Maandag 4 augustusLeh

Een laatste dag in Leh. We schaffen een paar souvenirs aan: een grote inschuifbare toeter, een muts zoals de vrouwen op het festival droegen, oorbellen en twee sjaals, omdat ze zo goedkoop zijn (€ 0,70 per stuk).
Het weer is nog steeds bewolkt en volgens Juna is het een slechte zomer. Normaal hoort het stralend blauw en warm te zijn. Het is wel een goed toeristenjaar en ze hebben geen last van de sars. Afgelopen jaren was het een stuk minder door de oorlog in Kashmir.

Dinsdag 5 augustusNaar Delhi

Om 5:45 uur rijden we naar het vliegveld. Het gaat er erg rommelig aan toe met controles en veel rijen. We vliegen in een uur terug naar Delhi volgens het schema. In het begin hebben we nog een beetje zicht, maar al gauw is het bewolkt.
In Delhi is het zonnig, warm en erg vochtig. De ochtendspits is erg druk. Er wonen elf miljoen mensen in Delhi en er rijden drie miljoen auto's.
We gaan New-Delhi bekijken, een wijk in het centrum. Binnen een kwartier zijn we helemaal doorweekt van het zweet. We hebben een route uit een boek, maar er is helemaal niets anders te zien dan grijze kantoorgebouwen. We zijn dan ook erg snel terug op de aircohotelkamer met een grote fles lemon. 's Middags valt er een forse bui, maar even later is het weer zonnig en buiten de temperatuur een stuk aangenamer.
Graftombe van Humayuan, DelhiEr lopen veel verkopers op straat met horloges, onderbroeken, haarspelden, zonnebrillen en veel riksjarijders. Als je vriendelijk 'nee, dank je' zegt, kom je niet meer van ze af. Ze blijven aandringen, zeuren en lopen een heel eind met je mee. Het beste is om ze te negeren, dan zijn ze het snelste weg.

Woensdag 6 augustusDelhi

We genieten van het uitgebreide ontbijtbuffet en blijven tot 12:00 uur op onze kamer. Rond die tijd komt er een aircoauto met chauffeur voorrijden en kunnen wij aangeven waar we naar toe willen en wat we willen zien. We gaan o.a. naar de India-gate en het haldakijn (canopy), Nizamuddin-complex (de graftombe van Humayuan), de graftombe van Safdarjung en de nieuwe, moderne tempel Lakshmi Narayan Mandir.
We bekijken de bezienswaardigheden en gaan dan snel de auto weer in, waar we op temperatuur kunnen komen. Tot 15:45 uur is het zonnig en erg warm. Dan volgt er een enorme stortbui. In de krant staat dat dit jaar de regens 'het ergste ooit' zijn. We zijn hier drie dagen in de regentijd, en hebben slechts twee stortbuien en een klein buitje gehad. De regen duurt een uur en daarna is de luchtvochtigheid een stuk minder.
Op de Connaught-ring drinken we een paar biertjes. Het bier gaat in plastic milkshake bekers en de flessen verdwijnen onder tafel. De meeste Indiërs drinken niet en het zou wel eens aanstoot kunnen geven. En dat terwijl de bierflessen breeduit in de etalage staan. Het is erg druk met plaatselijke bevolking.

Donderdag 7 augustusNaar huis

We moeten drie uur van te voren op het vliegveld aanwezig zijn. Dat vertrekt om 1:25 uur naar Zürich, waar we acht uur later aankomen. Om 9:00 uur plaatselijke tijd komen we in Amsterdam aan. Het is er bloedheet (> 30º).

Dit was een Sunita reis.