Azië

Dinsdag 11 aprilDamascus

Auto, SyriëWe zouden naar Baalbek In Libanon gaan, maar het boekingskantoor heeft het verkeerd geboekt en het zal morgen worden. Daardoor hebben we vandaag vrij in Damascus. Wim moet nog diverse souvenirs kopen en wij zullen hem daarbij helpen, omdat we toch geen andere plannen hebben. We moeten overal pingelen en op verschillende plaatsen prijzen vergelijken en we doen er de hele dag over om spullen te kopen. In de tussentijd koopt Lia wat zilver gekocht: een armband voor 16 US$ (ƒ 24) en een paar oorbellen voor 5 US$ (ƒ 7,50). We proberen om kruiden voor mansaf te kopen. In eerste instantie kopen we iets hardgeels (dat lijkt op saffraan) voor ƒ 6 en later komen we andere mensen van de groep tegen die wat bruins hebben. We kopen er dan nog maar wat bruins erbij voor ƒ 1. Het zal mij benieuwen of onze mansaf zal gaan smaken.
Onderweg nemen we (alweer) een broodje shoarma en een blikje cola, omdat het zo lekker is en 's middags drinken we op een groot terras thee, waar Lia de enige vrouw is.Dansende derwisjen, Syrië's Avonds gaan we met z'n elven naar restaurant El Omayyad in de oude stad. Een 'duur' restaurant in oude stijl. Het ziet er erg mooi uit met allemaal koperen bladen als tafel en lage stoeltjes. Er is een kwartet dat speelt en drie dansers (dansende derwisjen) die af en toe wervelende rondedansen maken. Er is een enorm mooi, groot lopend buffer met werkelijk van alles. Het is vreselijk lekker en we eten heel veel. Er loopt o.a. een dwerg rond die koffie schenkt. Bij ons heb je lilliputters maar die zien er altijd zo gedrongen uit. Deze man is goed in proporties verdeeld. Het is erg gezellig en goed 11:30 uur zijn we terug in het hotel.

Woensdag 12 aprilNaar Baalbek (Libanon), Damascus

De excursie naar Libanon. Met een bus vertrekken we om 8:00 uur richting grens. Daar beginnen de problemen. Het blijkt, dat Kees en Nora niet op de visalijst staan en er niet in mogen. En dat terwijl zij al een week eerder naar Syrië zijn gekomen om te proberen een week in Libanon door te brengen. Dat is niet gelukt en nou zouden ze er nog steeds niet in mogen. Na een uur zeuren bij de Syrische grens, vertrekken we naar de Libanese grens om te proberen ze alsnog mee te krijgen. Daar wachten we anderhalf uur en de gidsen hebben geen resultaat. We staan op het punt om terug te gaan en Kees en Nora met een taxi terug te sturen, als de gids opeens de baas aan ziet komen. Hij gaat het nog een keer proberen en na vijf minuten komt hij al terug en is het geregeld. We zijn blij, dat we alsnog (na drie uur wachten) met iedereen naar Baalbek kunnen vertrekken.
Het is smerig in Libanon. Allerlei troep ligt langs de kant van de weg en er zijn veel tentenkampen waar mensen wonen. Tempel van BacchusIn Zahlé krijgen we een lunch aangeboden (dat mag ook wel, want voor de excursie naar Baalbek moeten we iedere 57 US$ betalen; het is wel leuk, dat iedereen meegaat; een unicum volgens Joseph). We maken er een snelle lunch van (een half uur in plaats van de gebruikelijke twee uur), zodat we tenminste wat tijd inlopen.
Baalbek is een grote plaats die ongeveer 1000 jaar voor Chr. is gebouwd. Het is schitterend wat er nog overeind staat. Vooral de zes enorme zuilen zijn indrukwekkend. We zien o.a. de tempel van Bacchus. Er is zelfs een stuk plafond bewaard gebleven. Als je de enorme stukken zuil ziet, snap je niet dat men dat ooit voor elkaar heeft gekregen. Het zijn enorme brokken graniet die uit Aswan, Egypte, zijn gehaald. Het geheel is gebouwd door slaven. Op de achtergrond liggen besneeuwde bergen, wat een erg mooi gezicht is. Wel jammer, dat de zon niet schijnt, anders is het nog mooier.
We wandelen ruim twee uur hier rond en gaan dan terug naar Damascus.
Bij de grens gaat het supersnel (een kwartiertje) en we hebben er weer een paar mooie stempels in het paspoort bij.
Terug in Damascus rijdt de bus even de heuvels op, zodat we een schitterend overzicht over de verlichte stad hebben. Daarna eten we snel, waarbij we weer allerlei (elf stuks) schaaltjes krijgen als 'hapje vooraf'. Lekker.
In het hotel horen we een uitgebreid verhaal van Joseph aan over Jordanië. Het zou behoorlijk anders zijn dan Syrië. We zijn benieuwd. Joseph heeft twee flessen raki die hij in Libanon gekocht heeft en probeerde te smokkelen naar Syrië. Prompt werden ze aan de grens ontdekt. Lachen! Met een paar man maken we die soldaat. Het is erg gezellig.

Donderdag 13 aprilNaar Bosra, Jerash (Jordanië), Amman

Een warme, zonnige dag. Dat in tegenstelling met de afgelopen dagen, toen het bewolkt, winderig en best fris was.
Op weg naar Jordanië stoppen we in Bosra, een zeer goed bewaard gebleven Romeins theater met zitplaatsen voor 15.000 mensen. Het is erg indrukwekkend om hier te zitten en te fantaseren hoe het er vroeger uitgezien zou hebben.
Heel snel bekijken we de moskee van Omar. Hij is precies vijf minuten open. Net als wij er zijn. Men zegt, dat hij een van de drie oudste moskeeën in de wereld is en gebouwd in 720 na Chr. (de andere zijn in Medina en Cairo); het is waarschijnlijker dat hij in 1112 is gebouwd. We wandelen hier slechts een uurtje rond, wat eigenlijk veel te kort is. Jammer.
Daarna rijden we naar Der'a, waar we de grens naar Jordanië oversteken. Het is de enige grenspost tussen die twee landen en daarom vrij druk. Vooral veel vrachtauto's. Maar daar hoeven wij niet op te wachten. Joseph regelt alles en het gaat vrij snel, hoewel men wel strenger is geworden. Martijn z'n video moet in z'n paspoort genoteerd worden en dat heeft nogal wat in. Bij de grens wisselen we geld en eten een broodje. Het is wel even wennen aan de dinars en iedereen is druk aan het rekenen (1 dinar = ƒ 2,25).
Forum oude stad, JordaniëWe bezoeken eerst Jerash, circa 300 voor Chr. gesticht. Samen met Palmyra en Baalbek zijn dit de hellenistische steden. De verwoeste stad is in 78 voor Chr. door de Romeinen op monumentale wijze herbouwd, waarvan nog vrij veel resten over zijn: de triomfboog, het zuidelijke theater, de tempel van Artemis en de hoofdstraat met veel zuilen. Onder begeleiding van een gids wandelen we er twee uur rond.
Vervolgens rijden we door naar Amman, de hoofdstad van Jordanië. Het is een nette, ordentelijke stad met allemaal witte huizen. Wij zitten ergens in een buitenwijk, in de vierde cirkel in het Dove hotel. Daar treffen we het weer, want we krijgen een enorme kamer met twee grote banken en een kleine eethoek. Natuurlijk ook een badkamer en twee bedden. We kijken naar de wedstrijd voor de jeugdwereldkampioenschappen voetballen in Qatar en zien Nederland in de blessuretijd van Argentinië verliezen. Jammer.
's Avonds eten we met z'n allen in het hotel: mixed grill. Kees heeft een fles wijn die hij onder iedereen opdeelt en erg lekker is. Het lijkt een beetje op port. Daarna nemen we een biertje: ¾ liter Amstel (binnenlands bier met alcohol) voor 2 dinar (ƒ 4,50). Het betalen is een probleem, want de man heeft totaal geen wisselgeld. Samen met Joseph zakken we door tot 11:45 uur. Gezellig.

Vrijdag 14 aprilNaar Madaba, Dode Zee, Amman

Martijn is jarig en wordt tweeënveertig. Voor het ontbijt heeft de groep bij ieder bord een ballon gelegd wat erg leuk is. Als Martijn binnenkomt wordt er gezongen.
Mozaïek in de St. Georgekerk, JordaniëMet een bus rijden we naar Madaba. Dat heeft wel wat in, want de chauffeur weet de weg niet en rijdt tig-keer verkeerd. In Madaba bekijken we in de St. Georgekerk een zeer belangrijk mozaïek. Het is een landkaart van Palestina en Egypte. Het is gemaakt rond 560 na Chr. en heeft ooit vijf bij vijfentwintig meter gemeten en is gemaakt van meer dan twee miljoen stukjes. Daarna gaan we naar het huis van de ouders van de gids. Dat is ingepikt door de regering omdat er mozaïeken zijn gevonden. Ze liggen bedekt onder het zand en worden gerestaureerd. Hier komt geen enkele toerist, dus dat is wel leuk. De gids veegt de mooiste mozaïeken met een bezem schoon, zodat we ze kunnen zien. We lopen door naar de kerk van de heilige maagd en mogen heel snel binnen kijken naar andere mozaïeken. Dat is eigenlijk verboden, omdat men hier nog aan het werk is.
Daarna nemen we afscheid van Nic en Rudi, die de zestiendaagse reis hebben geboekt. Zij gaan twee dagen naar Petra en dan via Amman naar huis en wij zullen ze dus de volgende avond nog even zien.
We rijden naar Mount Nebo (800 meter hoog), waar Mozes (volgens bepaalde bronnen) in de dertiende eeuw voor Chr. het beloofde land zag voordat hij stierf. We hebben vanaf de berg uitzicht over de jordaanvallei, waar je met helder weer de Dode Zee, Jericho en het gouden dak van de tempel in Jeruzalem kunt zien. Helaas is het vrij heiig en zien we weinig.
Vervolgens dalen we af naar de Dode Zee. Deze ligt tweehonderdnegentig meter onder zeeniveau en is het laagste punt op aarde (zegt men). De Dode Zee heeft een zoutgehalte van 33% en daardoor is het planten- en dierenleven onmogelijk. Dat is ontstaan door de hoge verdampingsgraad. Hoewel de Jordaan er in uitmondt, zakt het waterpeil, omdat het water voor irrigatie wordt gebruikt. De zee heeft geen uitweg, is vijfenzeventig kilometer lang en tussen de zes en zestien kilometer breed.
Wij zitten bij een hotel waar je kunt douchen en wat kunt eten. We rijden eerst langs de kustweg om een plekje te zoeken in de buurt van heetwaterbronnen (om ons af te kunnen spoelen), maar het is overal zo verschrikkelijk druk, het is vrijdag, en gewoon niet leuk meer. We rijden daarom maar naar een hotel. Wel zo rustig. Zwemmen is een belevenis. De hoge opwaartse druk van het water maakt het lichaam drijvend, zodat zinken onmogelijk is. Gewoon zwemmen kan bijna niet, omdat je te hoog in het water ligt. Je benen spartelen dan hoog het water uit. Je kunt gaan zitten, de benen gekruist, armen over elkaar en dan maar lekker dobberen. Je moet oppassen dat er geen zeewater in je ogen komt en je meteen als je uit water bent, goed afspoelen, want het zout bijt wel in. We liggen even op het strand, niet te lang, want omdat je zo laag zit, en bijna levend verbrand. Het is een lekker ontspannen middagje: net vakantie!
's Avonds nemen we met Govert en Wim een taxi naar de wijk Shmeisani (kosten incl. fooi ƒ 2,25). Bij restaurant La Terrasse eten we lekker met lokaal bier. Vervolgens gaan we even naar een koffieshop (la Sultan) en drinken we koffie. De heren bestellen Franse koffie en krijgen een soort cappuccino met nootjes erin. We kijken onze ogen uit naar alle mannen (Lia is de enige vrouw) die koffie en thee drinken en allemaal aan de waterpijp zitten te lurken. Het is een prachtig gezicht met al die kooltjes, al hangt er wel een enorme rook.
We laten ons met een taxi naar het hotel brengen waar Joseph een verhandeling houdt over de morgen.
Vanwege Martijn z'n verjaardag geven we een rondje (26 dinar = ƒ 62,50) en op Schiphol hebben we een fles whisky gekocht die we op tafel zetten en iedereen naar believen kan nemen. Samen met Joseph en Farzana, de andere Baobab-reisleidster, hebben we om 1:00 uur de fles leeg. Gezellig. Martijn krijgt van Joseph een boekje over Petra.