Azië

Jemen

3 t/m 25 april 1994

JEMEN is een islamitisch land verdeeld over Noord- en Zuid Jemen. Pas in 1990 zijn deze delen samengevoegd. Het rijkere noorden is sterk islamitisch, terwijl het zuiden veel meer westerse invloeden heeft ondervonden vanuit de drukke havenstad Aden. In het noorden zijn de vrouwen zeer zwaar gesluierd, helemaal in het zwart, vaak compleet met handschoenen. De mannen dragen daar allemaal een jambia, een kromdolk, en buiten de steden ook geweren. Dit zijn statussymbolen.
Sterke drank is verboden voor alle islamieten. Wel vindt men in Jemen, dat niet-islamieten dat wel mogen gebruiken. Invoer is daarom toegestaan. Op een enkele plaats in Zuid Jemen kun je bier kopen (gebrouwen in Aden). Tijdens de burgeroorlog wordt de brouwerij echter vernield. We zijn nauwelijks anderhalve week thuis of er breekt in Jemen een burgeroorlog uit tussen het noorden en het zuiden. Wij hebben daar helemaal niets van gemerkt.
De regering heeft in het noorden op veel plaatsen weinig tot niets te zeggen. De macht is daar in handen van allerlei stammen.
Een aantal weken voordat wij vertrekken, zijn in Jemen drie Nederlanders ontvoerd en nog niet vrijgelaten. Dit soort praktijken komt wel vaker voor. Het is een middel om de regering te dwingen om bepaalde afspraken na te komen. Een paar maanden later worden ze ongedeerd vrijgelaten. Alle artikelen hierover in de kranten hebben er toe geleid, dat we zowat de enige toeristen in Jemen zullen zijn.

Sana'a

Zondag 3 aprilNaar Sana'a

Om 12:00 uur vertrekken we vanaf Schiphol met de KLM naar Sana'a, de hoofdstad van Jemen. We maken een tussenlanding in Jeddah - Saoedi-Arabië en komen om 21:00 uur plaatselijke tijd aan (een uur later dan in Nederland).
We zijn met z'n achten op weg gegaan. Twee vrouwen reizen met een andere maatschappij en zullen we pas later ontmoeten. Alles bij elkaar dus een groep van tien man (zeven vrouwen) en een reisleider. Fijn, een klein groepje. De reis is georganiseerd door Baobab.
Na een voorspoedige vlucht worden we in Sana'a opgewacht en naar ons hotel Sam City gebracht. Lekker temperatuurtje van zo'n 22º. Het is al donker, waardoor we niet veel zien. Toch gaan we nog even wandelen. Maar we zijn zo moe, dat we om 23:00 uur in bed liggen.

Maandag 4 aprilSana'a

Na een redelijke nachtrust staan we om 7:00 uur op. Het is even wennen aan de warmte en de nachtelijke geluiden. In het hotel ontbijten we lekker met heerlijk brood, tomaten, komkommer, feta, jam en sinaasappelsap.
Daarna gaan we meteen richting 'oude stad', omdat dit het mooiste deel zou zijn. Het is schitterend. Wat een aparte huizenbouw. Toegangspoort tot Sana'aWe kijken onze ogen uit. Even na de toegangspoort, de Bab Al Yaman, is een plein met allerlei verkopers. We gaan een beetje achteraf op een bankje zitten en genieten een hele tijd van de bedrijvigheid. We komen enkele (drie) leden van onze groep tegen en slechts een handjevol andere toeristen. Dat die er zo weinig zijn, zal wel komen door alle berichten over ontvoeringen (van drie Nederlanders) en schermutselingen tussen noord en zuid. Voor ons is dat wel zo prettig en we hebben erg veel bekijks. De vrouwen zijn hier heel zwaar gesluierd (helemaal in het zwart) en dan vallen wij natuurlijk wel erg op.
We zwerven een tijdje op de markt rond en pingelen hier en daar om geld te wisselen. Op de 'geldafdeling' van de markt staan veel mannen met enorme stapels geld voor zich. Het blijkt dat je voor 1 US$ 64 Yemen Rials (YR) kan krijgen, tegenover de officiële koers van 12 YR. Dat verschil is dus erg groot. We krijgen voor 400 US$ 25.600 YR en dat verdeeld over briefjes van vijftig en twintig. We hebben zo'n enorm pak met geld, dat we gewoon niet weten waar we het moeten laten. De Jemenieten schijnen erg eerlijk te zijn en dat geeft je op zo'n drukke markt toch een veilig gevoel. Dat is wel eens anders geweest!
Na een paar uur slenteren gaan we weer terug naar het hotel voor een siësta. Dat kunnen we goed gebruiken. Het is trouwens aardig warm, 30º, en dat geslenter zijn we niet gewend. We slapen even en nemen het gewijzigde programma voor de volgende dagen door (Shihara gaat nl niet door (jammer!)) en daardoor verschuift alles enigszins.
We dwalen nog wat door de stad en drinken thee in de tuin van het '28 september theehuis'. Theehuizen en restaurants zijn voor islamitische vrouwen niet toegankelijk. Buitenlandse vrouwen mogen er wel in. We trekken wederom erg de aandacht. Thee kost 10 YR per twee glazen (ƒ 0,30); een flesje cola 9 YR (ƒ 0,27) per flesje. 's Avonds maken we kennis met de twee andere meisjes en eten met z'n allen bij een kiprestaurant. Lekkere kip, beetje pittig, bonen en salade, inclusief een drankje ƒ 5. Je moet wel met je handen eten. Maar dat is wel leuk. Het water in de grote steden kun je zo uit de kraan drinken, waardoor je salades e.d. kunt eten zonder meteen last van je darmen te krijgen.

Dinsdag 5 aprilNaar At Tawila, Al Mahwit

Man met jambiaMet twee auto's vertrekken we om 8:00 uur naar At Tawila en Al Mahwit. Eerst naar At Tawila, bijna twee uur rijden naar het westen. Een prachtig landschap glijdt aan ons voorbij. Wel droog, maar op elke heuveltop een dorpje of een paar huizen. Allemaal in de voor ons vreemde bouwstijl. Al Mahwit is van beneden uit een schitterend wit dorpje dat tegen de berg gebouwd is. In de suq zijn veel winkeltjes en overal prachtige Arabieren. In groepjes laten ze zich makkelijk fotograferen, de mannen tenminste; de vrouwen willen en mogen nooit op de foto. Apart is wat moeilijker. We dwalen het hele dorp rond en klimmen omhoog. We kijken werkelijk onze ogen uit. Zo mooi, zo onwerkelijk. Een andere wereld.
In Al Mahwit eten we in een restaurantje. Wij nemen salta, een stoofpot met rijst, vlees en groente, dat je met brood op moet lepelen. Lekker. Yoghurt na. We zitten in een apart kamertje onderuit gezakt op de vloer.
Vervolgens steken we de straat over en klimmen omhoog naar de oude stad. Er staan huizen die vierhonderd jaar oud zijn. Zo apart. Een Arabier die ons ziet, kan zich niet voorstellen wat wij hier doen. De huizen vindt hij lelijk. Wij denken daar duidelijk heel anders over.
Op de terugweg zie je overal mannen met een dikke wangzak vol met qat. Ook onze chauffeur Ahmed doet er aan mee. Het zijn blaadjes die gekauwd worden door bijna alle Jemenitische mannen (en sommige vrouwen). 's Middags begint dit (soms al 's morgens) en het gaat door tot 's avonds laat. Het is een geestverruimend middel en men blijft er wakker van, zeggen ze.
Onderweg krijgen we ons eerste regenbuitje (we zitten in de auto) en tegen zessen zijn we weer terug in ons hotel.
Om 19:00 uur eten we in restaurant Palestine een bordje spaghetti en een bakje sla. Inclusief drankje ƒ 4,50 voor twee personen. Het eten in een restaurant is erg populair onder de plaatselijke bevolking en gaat razendsnel. Soms sta je na tien minuten al weer buiten.

Woensdag 6 aprilNaar Wadi Dhahr, Shibam, Kaukaban

Oud paleis Dar el Hajar in Wadi DhahrOm 8:00 uur vertrekken naar Wadi Dhahr waar een oud paleis (Dar El Hajar) staat van de imam van begin deze eeuw. Het staat op een grote rots en het moet veel inspanning hebben gekost om het te maken. Het gebied is een grote oase. Mooi groen in het verder kale landschap.
We rijden door naar Shibam en bekijken het stadje. Alleen de moskee is wel aardig; de rest valt wat tegen. Na een kopje thee vertrekken we naar Kaukaban, een plaats boven op een plateau. We slapen in het enige hotel van die plaats. Het is een funduk, wat inhoudt, dat je met een aantal anderen op een zaal slaapt en er zijn alleen maar matrasjes. Het is een vroeger huis van de imam geweest.
Tussen de middag eten we lekker: omelet met tomaten, rijst, groenten en pannenkoekcake na.
Later maken we een wandeling van circa drie uur over het plateau. Heel mooie vergezichten met diepe ravijnen. We komen veel schapen met een herderinnetje tegen. Aan het eind zien we heel veel gieren. Met een paar man gaan we daar op af. We kunnen ze tot op ongeveer tien meter benaderen en zien dat ze een ezel te eten hebben.

Donderdag 7 aprilShibam

Agaam, een soort hagedisNa het ontbijt wandelen we naar beneden naar Shibam. Een smal pad loopt driehonderd meter pal naar beneden, terwijl het met de auto zeven kilometer rijden is. Van hieruit vertrekken we met de auto's naar Hababa, een klein mooi stadje. Met een kleine jongen als gids dwalen we door de plaats. Er zijn twee cisternen (waterbekkens) waar de vrouwen water komen halen. We kunnen stiekem een paar foto's nemen. De kinderen hebben punthoofddoekjes, een raar gezicht. Die kinderen laten zich graag fotograferen.
Vervolgens rijden we door naar Thilla, een stadje met weer een andere bouwstijl. We zien verschillende mannetjes op ezels. Een heel leuk gezicht.
De lunch gebruiken we in een hotel, dat vroeger een huis van de imam is geweest (alweer). Bijna boven in het gebouw liggen we lui achterover te eten op mooie vloerkleden.
Daarna maken we een drie uur durende wandeling door de sawa's. Het weer zit ons erg mee. Heen is het zonnig en dalen we af; terug, omhoog, is de zon verdwenen. Een fijne wandeling. We zitten nog maar net in de auto's of we krijgen een enorme plensbui met verschrikkelijk grote hagelstenen op ons dak. Fijn, als je een steile helling op moet en de ruitenwissers doen het niet! Als we in de funduk aankomen, ziet alles helemaal wit van de hagel. Het is meteen frisjes.

Vrijdag 8 aprilNaar Sada

Eerst gaan we terug naar Sana'a waar we een papier moeten halen waarop staat dat we naar Hajjah zouden gaan, terwijl we naar Sada willen. Dat mogen we niet zeggen, als ons er om gevraagd zou worden. De doorgang zou ons geweigerd worden. Dit in verband met de ontvoering van drie Nederlanders twee weken hiervoor. De verschillende controleposten laten zich allemaal om de tuin leiden en wij kunnen ongestoord naar Sada. ManWe zijn hier de enige toeristen. Van anderen horen we later dat iedereen teruggestuurd is.
Onderweg drinken we natuurlijk de gebruikelijke kruidnagelthee en maken we een plaspauze (in restaurants zijn geen wc's aanwezig).
In Amran stoppen we, waar we door de straatjes wandelen. De huizen zijn een mengeling tussen de huizen in het zuiden (van steen) en de huizen in het noorden (van leem). Deze zijn dus half om half.
Eenmaal in Sada aangekomen, zetten we snel de spullen in onze kamer en rijden we met z'n allen naar het centrum, waar we uitgebreid op de lemen stadsmuur rondwandelen. Je hebt vele mooie doorkijkjes. De huizen zijn weer van een ander soort. Sommige uitkijktorens, zoals die van de legereenheid lijken wel gezichten. Veel huizen hebben een poepschacht. Ga je naar de wc, dan wordt de plas van de poep gescheiden afgevoerd. De poep komt op een grote hoop en wordt later weer gebruikt als brandstof. Men heeft ooit geprobeerd in zulke huizen moderne wc's te maken, maar doordat de plas dan niet meer langs de lemen muren komt en hier dus niet meer intrekt, drogen de muren uit en verbrokkelen deze huizen. Vernieuwing is niet altijd vooruitgang!
Met z'n tweeën zoeken we 's avonds een restaurantje dicht bij het hotel. We mogen in de keuken alles uitzoeken, omdat wij de eigenaar niet verstaan en de eigenaar ons niet. Wij kiezen vlees, bonen, gebakken aardappeltjes en water. We krijgen ook nog warm brood, rijst, salade en thee. En dat alles voor de prijs van 200 YR (ƒ 6,50). Het is bovendien erg lekker. We hebben net het eten voor onze neus, als bijna iedereen van de groep langs komt en ook hier gaat eten. Grappig.
Bijna iedere avond zal in ieder hotel het licht wel een keer uitvallen. Dat schijnt gewoon te zijn en overal staan kaarsen klaar.