Indonesië: Kleine Sunda Eilanden (Lombok, Sumbawa, Komodo en Flores) - Sulawesi

3 t/m 30 mei 1992

INDONESIË bestaat uit 13.667 eilanden, waaronder 3.000 bewoonde. Het beslaat een afstand van Schotland tot Iran. De natuur is enorm rijk en divers. Dat geldt ook voor de culturen van de meer dan driehonderd verschillende bevolkingsgroepen, waarin de adat (de eeuwenoude traditie) nog altijd allesbepalend is.
De KLEINE SUNDA bestaat uit eilanden met een landschap met regenwoud, mangrove, savanne, enorme vulkaankegels met kraters nog warm van recente uitbarstingen, een tropische onderwaterwereld vol kleurige koralen en reuzenvaranen zo groot als krokodillen. Wij bezoeken LOMBOK, SUMBAWA, KOMODO en FLORES.
Op SULAWESI leven de Toraja's nog steefds volgens eeuwenoude tradities. Hun kleine dorpjes staan vol met tongkonans, kleurige huizen waarvan de bamboedaken als schepen met dubbele boeg aan twee kanten omhoog steken.
De Toraja's eren hun doden met buffels en mysterieuze tautau-poppen bewaken de geesten van de gestorvenen.

Rijstschuur op Sulawesi

RouteIndonesie

Zondag 3 meiNaar Denpassar (Bali)

Om halfnegen 's morgens vertrekken we van huis naar Schiphol. Gelukkig loopt alles op schema. Op het vliegveld ontmoeten we vier anderen van onze groep: André, Thea, Wim en Anja. In het vliegtuig blijkt dat onze reisleidster van Baobab, Marga Marcelis, ook met ons mee zal reizen. Twee van de groep, Edmee en Noud, zijn ons al voor gegaan en we zullen hen op Bali ontmoeten. Alles bij elkaar een lekker klein clubje: acht mensen.

Maandag 4 meiNaar Denpassar

In Singapore moeten we bijna zeven uur wachten. Terwijl de rest de stad ingaat, proberen wij wat te slapen. Tenslotte hebben we een nacht gemist en Singapore al eens gezien.
Om 16:15 uur plaatselijke tijd (zes uur tijdsverschil) landen we in Denpassar op Bali. Heerlijke temperatuur. Wat een verschil toch met Nederland: 30º / 13º.
Met twee taxi's worden we naar Loji Gardens gebracht, een hotel met een zwembad. Wat een luxe. Na een heerlijke maaltijd, gaan we snel slapen. We moeten wel even wennen aan al het onbekende, waardoor we een onrustige nacht hebben.

Dinsdag 5 meiNaar Gili Meno (Gili Meno)

RouteLombok

We vertrekken al om 5:30 uur met een busje naar Padang Bai, aan de oostkant van Bali, om met de ferry naar Lembar op Lombok te vertrekken. We varen circa vierenhalf uur. Wat een lekker lui leventje. Alleen uitkijken dat je niet levend verbrand in de tropenzon. De grootste tijd hangen we daarom aan de reling in de schaduw. Er is genoeg te zien: de kusten van Bali en Lombok en niet te vergeten de vele scholen dolfijnen. Prachtig zoveel als we er zien.
In Lembar staat reeds een bus op ons te wachten. Na een half uurtje rijden, komen we bij een restaurant in Ampenan, waar je lekker in de tuin kan eten. Gado gado, mie goreng en juice nanas. Heerlijk.
Onderweg naar Bangsal stoppen we even langs de kant van de weg waar een heleboel apen zitten. Toch altijd weer leuk om te zien, ook al zijn ze vrij brutaal.
In Bangsal stappen we in een vlerkprauw, waarmee we naar het voor de kust gelegen eilandje Gili Meno varen in circa drie kwartier. Een prachtig eilandje met mooie houten huisjes op palen met een eigen veranda, zonder elektriciteit.
Ons hotel op Gili MenoEerst drinken we een lekker pilsje en daarna wandelen we naar de zoutpannen. Onderweg zien we af en toe huisjes. Erg idyllisch allemaal. Bij het zoutmeer zijn we net op tijd om de mooi gekleurde zonsondergang te zien met op de achtergrond de Gunung Agungvulkaan op Bali.
In het donker lopen we terug en we komen precies op tijd voor het eten: je moet hier eten wat de pot schaft. Dat is niet erg, want het is lekker. En voor de prijs is het erg goed. Een tweepersoonskamer kost 17.000 rupiah (ƒ 17) incl. eten. 's Avonds liggen we vroeg in bed onder een muskietennet.

Woensdag 6 meiGili Meno

Martijn ligt om 7:15 uur al in zee. Heerlijke temperatuur, alleen het begin ligt bezaaid met stukjes koraalrif.
Na het ontbijt (pannenkoeken en fruit) lopen we het eiland om. Schitterend gezicht op de Gunung Rinjani-vulkaan, waarvan de top boven de wolken uitsteekt. We zien Gili Trawangan liggen met daarachter mooi uitzicht op de Gunung Agung.
Bij de zoutpannen steken we door en komen we bij het dorpje. De schoolmeester is met de kinderen net honkbal aan het oefenen. Leuk gezicht.
Na het middageten (rijst met kip, groente en fruit) huren we met z'n zessen een boot en gaan we snorkelen. Er is blauw koraal en het water is goed helder. Veel mooie kleine vissen. Opeens zien we in de verte dolfijnen (volgens ons zij het walvissen, maar die komen hier niet voor). Wij gaan er achteraan met de boot, maar heel dichtbij kun je ze niet benaderen. Als ze je horen, verdwijnen ze onder water. Wel grappig.
Tot het eten lezen we op onze veranda. Na het eten zitten we op het strand bij een kampvuur en drinken we een pilsje.

Donderdag 7 meiTetebatu (Lombok)

Om 7:00 uur zitten we alweer aan het ontbijt; deze keer met gebakken banaan. Daarna varen we met de vlerkprauwen terug naar Bangsal waar de bus wacht.
In Mataram gaan we eerst met z'n allen naar het postkantoor voor geld en postzegels. Vervolgens kopen we bij een winkeltje ansichtkaarten. Die mensen moeten erg lachen, als ze horen dat wij er twintig willen hebben. De markt is erg kleurrijk en ze verkopen rare kippen en vies uitziend vlees.
Op weg naar Tetebatu maken we verschillende stops: bij een suikerfabriek, bij een grote sago-werkplaats en in Lingsar bij een tempel. Daarna rijden we door naar het tuinencomplex van Narmada. We lunchen voor we rond gaan kijken. In 1894 is door Nederlanders een groot aquaduct gebouwd, dat het water dat afkomstig is van de Rinjani irrigeert over de velden. Het is nog steeds in gebruik. Een priester verzorgt een ritueel voor ons voor de eeuwige jeugd.
Verder op weg bezoeken we een dakpannenbedrijfje. Waar al die mensen ineens vandaan komen, weten we niet. Het zijn er wel veel. En ze willen je allemaal even aanraken. Vooral het lange, blonde haar van Anja vinden ze prachtig.
In Tetebatu worden we door de bewoners opgewacht in mooie paarse kleding en voor iedereen is er een kokoscocktail. Onze 'kamer' is een traditionele Sasak-bungalow. Heerlijk rustig, geen auto's, geen muziek, alleen natuurgeluiden. Na een koude douche zitten we fijn op onze veranda te lezen.

Vrijdag 8 meiWandeling Tetebatu

Visser op LombokNa een ontbijt van nasi goreng en pannenkoeken met ananas gaan we om 8:00 uur op weg voor een wandeling door de sawa's. Dit is een hele leuke tocht, waarbij we af en toe door wel vijftig schoolkinderen worden gevolgd. In de rijstvelden zie je de verschillende stadia waarin het proces van verbouwen zich kan bevinden. Van ploegen met ossen tot het oogsten. Uiteindelijk komen we in Pringgasela, waar Sasak-sarongs worden geweven.
Na de lunch rijden we via het pottenbakkersdorp Masbagik terug naar Tetebatu. Na terugkomst nemen we een duik in het zwembad bij het hotel.
's Avonds eten we een soort rijsttafel.

Zaterdag 9 meiGunung Rinjani

We vertrekken om 7:30 uur voor een wandeling door de jungle op de hellingen van de Gunung Rinjani. 't Wordt een pittigere wandeling dan voorzien met af en toe een stevige klimpartij, vooral bij de waterval. Maar het is de moeite waard en 's middags liggen we dan ook moe maar voldaan aan het zwembad.
In de loop van de dag horen we dat er 's avonds ergens een feest zou zijn ter ere van twee besnijdenissen en een bruiloft. Zo'n feest houdt in, dat iedereen welkom is. Je feliciteert de 'gelukkigen', overhandigt een cadeautje en schuift aan tafel, waar je enorm veel eten krijgt voorgezet. We moeten er naar toe over smalle, glibberige sawadijkjes en dat in het donker. Het is de enige 'weg'. Er is niet zoveel te beleven. De kleine kinderen die vandaag besneden zijn, hebben een soort kroontje op hun hoofd en het bruidspaar is ook niet echt versierd. Het is een arm dorp, dat erg blij is met het geld dat wij als cadeau hebben meegenomen. We gaan weg als we echt gek worden van de gamelanmuziek.

Zondag 10 meiSumbawa Besar (Sumbawa)

RouteSumbawa

Om de ferry naar Tano op Sumbawa te halen, moeten we al om 5:15 uur (!) op. De boot naar Sumbawa is vrij rustig en duurt ongeveer anderhalf uur. Daarna rijden we met de bus naar Sumbawa Besar. 't is er erg heet. Het hele landschap is een stuk droger. Om 13:00 uur komen we bij het hotel waar we snel zwemkleding aantrekken en naar het strand lopen om lekker te relaxen in de schaduw.

Maandag 11 meiBima

Man op SumbawaLekker ontbijt met omelet en nasi goreng (om 6:30 uur). Naar Bima is het een lange busrit. Onderweg stoppen we in Labuhan Jambu, een vissersdorp aan de noordkust van het eiland. Hier bezoeken we o.a. de school. Verder wandelen we wat rond. In Bima zitten we in een luxe hotel (AC).

Dinsdag 12 meiWawo-volk

's Morgens slenteren we wat op de markt rond, we kopen sarongs voor ƒ 6 en slaan eten in voor de volgende dagen op de boot.
's Middags vertrekken we naar een zuidelijker gelegen bergdorp. Een werkelijk adembenemende rit. Over smalle weggetjes (gelukkig geen tegenliggers) slingeren we naar boven. Het dorp ligt helemaal aan de top en hoort bij het Wawo-volk. Hier leven de mensen nog in traditionele huizen. Bij het dorpshoofd gaan we op de thee. Wij hebben tabak voor de dorpsbewoners meegenomen, waar ze erg blij mee zijn. Op een veldje volleyballen we: Nederland tegen Indonesië. Daarna wandelen we weer langzaam terug. Prachtig. Als we met de bus terug naar beneden rijden, zijn vooral de stukjes door dorpen een belevenis. Iedereen stroomt naar de weg toe om ons toe te zwaaien en toe te juichen. Alsof we de koningin zijn. Heel grappig.

Woensdag 13 meiNaar Komodo (Komodo)

RouteKomodo

Met de bus rijden we naar het havenplaatsje Sape voor de boot naar Komodo. De hele dag varen we met de boot. We hebben adembenemend uitzicht over de vele eilandjes die met gulle hand lijken uitgestrooid over de zee (laut Flores). Grote, kleine en hele kleine.
's Avonds eten we op het strand bij een kampvuur, omdat het eten in het enige restaurant erg slecht zou zijn.
In het eenvoudige guesthouse zitten ratten (gelukkig zien wij ze niet in onze kamer) en 's nachts worden we wakker, omdat er een varaan ons huisje binnen stommelt, wat niemand wil geloven.


Donderdag 14 meiKomodo, naar Labuhanbajo (Flores)

Komodo-varanenOm 7:30 uur gaan we op pad met een gids om de Komodo-varaan te ontmoeten. Op het pad komen we de eersten al tegen. Wat een indrukwekkende beesten! Drie meter grote prehistorische dieren, die in een keer een geit naar binnen kunnen werken (ze eten ook mensen) en voor hun staart moet je ook uitkijken. Ze kunnen hard lopen, in bomen klimmen en zwemmen. Op een bepaalde plaats is een omheining neergezet, zodat je de varanen goed kunt zien. We zien zo'n twintig exemplaren.
Later op de ochtend stappen we weer op de boot voor de tocht naar Labuhanbajo op Flores, een vissersdorp.
Bijna iedereen is goed verbrand door de weerspiegeling van de zon in het water. We zitten lekker op het 'terrasje' voor onze kamer na een heerlijk mandibad.

Uitzicht bij Labuhanbajo

Vrijdag 15 meiSebalo

RouteFlores

's Morgens verkennen we het dorpje, waar niet zoveel te beleven is. 's Middags varen we met de boot naar het eiland Sebalo in iets meer dan een uur. 't Is een onbewoond eiland. Heel avontuurlijk. Hier snorkelen we uitgebreid. Ze zeggen dat het tussen het eiland en de kust veilig is; aan de andere kant zouden veel haaien zitten. Lia ziet een klein haaitje, die erg snel weg zwemt. Verder zitten er veel hele grote vissen. In de schaduw van een boom lummelen we de rest van de middag. Het is bloedje heet.
's Avonds krijgen we een uitgebreid buffet in het hotel: krab, garnalen, mie, eieren, groenten, kip. En natuurlijk een koud pilsje. Heerlijk.

Zaterdag 16 meiRuteng

Ontbijt om 7:00 uur. We hebben vandaag een Nederlandse gast: Bert. Hij wil met ons mee naar Ruteng.
't Wordt een lange, maar mooie tocht. Door de bergen, niet zo'n mooie uitzichten omdat het een beetje heiig is. Bij een werkelijk prachtige sawa eten we ons lunchpakket op. De halfronde vorm waarin de sawa's liggen, is typisch Flores.
Na aankomst worden we hoog in de bergen gebracht waar een groepje voor ons zal dansen. 't Hele dorp loopt hiervoor uit. We zijn blij, dat het iets begint te regenen, waardoor we niet mee hoeven te doen.
's Avonds het 'tot nu toe' culinaire hoogtepunt in Losmen Sindha: rijsttafel met geweldig lekkere (hete) saté, kip, groente met varkensvlees, heerlijke aspergesoep met maïs, kroepoek, mie en rijst.

Zondag 17 meiBajawa

We zijn net op weg in Ruteng, als we bij een kerk komen waar de eerste communie gevierd wordt. Dit is de belangrijkste dag in het leven van een kind. Het staat in het middelpunt en krijgt tal van cadeautjes. De ouders hebben er de laatste cent voor over om hun kind mooi aan te kleden.
De rit naar Bajawa, vooral het laatste stuk, is mooi. De 'hoofdweg' van Flores is hier erg smal. Passeren geeft dan ook problemen en kan niet overal. Het is wel een prachtige weg met aan weerszijden circa twee meter hoge heggen vol met gele margrieten. Schitterend.
In Bajawa is het 'koud'. Overal hangt laaghangende bewolking, doordat we vrij hoog zitten. We logeren in een eenvoudig, typisch Indonesisch hotelletje met veel gangen. We zijn amper binnen of het begint te gieten: een enorme tropische regenbui. In sommige kamers regent het even hard als buiten. Gelukkig blijft die van ons droog.

Maandag 18 meiBena, Langa

BenaOm 8:30 uur vertrekken we met de bus voor een bezoek aan een paar dorpjes. Onderweg hebben we schitterend uitzicht op de Gunung Inerie-vulkaan (2.245 meter). We zijn net op tijd: even later trekken de wolken ervoor. We rijden door naar Bena, een heel oorspronkelijk dorp met veel cultusbouwsels. Een ngadhu, de parapluachtige offerpaal, die als mannelijk wordt beschouwd, vormt een paar met een bhaga, aan een vrouwelijke voorouder gewijd huisje. De peo, stenen paal, is bedoeld om de waterbuffels aan vast te binden, die geofferd gaan worden. Bij de offer- annex ontmoetingsplaatsen nemen de dorpsoudsten beslissingen die invloed hebben op hun relaties met het bovennatuurlijke. Het animisme leeft hier nog erg sterk. Men is officieel katholiek (men moet een erkende godsdienst hebben, anders is men communist), maar de adat wordt nageleefd.
Daarna kijken we in Langa naar dansen. Er is enige onenigheid, want de dansers komen uit Bajawa en die zouden het geld krijgen in plaats van de plaatselijke bevolking.
's Middags rijden we naar Soa, waar heetwaterbronnen zijn. Zalig gewoon. Je moet heel voorzichtig het water in, want het is erg warm (40 º). Iets lager bij de waterval is het heerlijk poedelen. Net een groot bad!

Dinsdag 19 meiEnde

Een mooie busrit naar Ende. Onderweg stoppen we bij een grote markt, waar we veel bekijks hebben. Ze verkopen er o.a. honden (om op te eten). Tussen de middag picknicken we aan zee. In Ende doen we op de markt wat inkopen voor de volgende dag.

Woensdag 20 meiNgela, Moni

Wat een dag! Wat een dag!
Om 5:00 uur (!) staan we op om de boot naar Ngela te halen. Goed 6:00 uur komen we bij de haven aan, maar pas tegen achten kunnen we vertrekken. Het is een hele toestand voor de boot geladen is. Dat gebeurt met een klein bootje, dat telkens op en neer voer.
Marga heeft kunnen regelen, dat wij rechtstreeks naar Ngela gebracht zullen worden en dat de bevolking op de terugweg afgezet zal worden. Dat scheelt toch gauw een uur. Niemand klaagt daar over. Volgens het programma moeten we drie kwartier steil omhoog lopen en het is knap warm. Het valt allemaal erg mee en de laatste komt na een half uur al in Ngela aan.
Danseres in LangaAls die mensen hier de eersten van onze groep zien, vliegen ze naar binnen, komen weer naar buiten met bamboepalen en ikatten en rennen allemaal als bezetenen naar het huis van Josef en Maria. Hier worden allerlei geraamtes in elkaar gezet en worden de weefsels opgehangen, zodat wij ze goed kunnen bekijken. Wij zijn de eerste toeristen dit jaar en de mensen hier weten nu dat het seizoen begint. Voor hen betekent dat bijna dagelijks toeristen en dat bespaart hun de gang naar de markten in Ende en Maumere. Wij kopen er een kleine ikat (ƒ 4) voor aan onze muur. We lunchen hier, drinken thee en slenteren wat rond.
We kunnen zien hoe men de verschillende kleuren krijgt uit planten. Men doet dat met de hand, waardoor die helemaal onder kleurstof komt te zitten. Er is een vrouw bezig met een ikat op te zetten. Op een weefgetouw met wit draad worden overal kleine knoopjes gelegd (dit gebeurt zonder voorbeeld). Dat wordt geverfd, de knoopjes gaan eruit en daaronder zitten dus witte plekjes. Zo gaat dat nog een paar keer tot men verschillende kleuren heeft. Daarna kan er pas begonnen worden met weven. Dit gaat met één kleur draad, maar door het geverfde patroon, ontstaat er een mooie ikat.
Om 13:15 uur beginnen we aan de wandeling over smalle paadjes naar de bus toe, die ons ergens zal oppikken. Maar na een uur stort Edmee helemaal in. Ze is al een paar dagen heel moe, sliep veel. We denken, dat ze bevangen is door de hitte, een zonnesteek. We gieten haar helemaal vol met water. Ze kan eigenlijk helemaal niets meer, niet eens zitten. Ze is totaal van de wereld en het wordt er ook niet beter op.
De gids kapt een boompje en met zijn sarong maken hij en Laurens (onze bijrijder die ook meeloopt) een draagbaar. Dat is erg zwaar en we moeten nog een hele klim maken. Na een paar honderd meter zien we mensen rijst aan het dorsen en hier staat een overdekt stalletje bij. Edmee leggen we hier neer en men begint met overleggen. Er komen van alle kanten mensen aangelopen en na veel gesoebat wordt er besloten een draagbaar te maken. Men hakt bamboe om en met een oude aardappelzak gaat het prachtig. Het is mooi om te zien hoe de discussie tussen de mannen verloopt, maar men komt met een oplossing. Met een vuurtje worden varens warm gemaakt, waardoor ze gebruikt kunnen worden als touw. Het wordt een schitterende constructie. Edmee kan er goed op liggen. Door verschillende mannen, die elkaar steeds afwisselen, wordt ze naar boven gerend. Wij kunnen ze amper bijhouden. Gelukkig maken we een stop, waar we kokosnoten(melk) krijgen.
Eindelijk komen we boven bij de bus. Na een kwartiertje rijden kwamen in Jopu, een gehucht met drie huizen en een ziekenhuis! Een goed ziekenhuis zelfs, met een paar zusters die wat Nederlands spreken. Edmee moeten we hier achter laten. Men denkt dat ze malaria heeft. Dat zullen we morgen horen.
Om 19:30 uur gaan we eindelijk richting Moni, waar ons hotel staat, een uur rijden. Onderweg vragen we aan iedereen of ze Noud en André hebben gezien. Die zijn namelijk niet met de boot meegegaan, maar met de bus. Bij de afgesproken ontmoetingsplaats zijn ze vast vooruit gelopen met het idee, dat ze door ons wel opgepikt zouden worden. Gelukkig voor hen hebben ze een bus kunnen charteren (ƒ 25), die hen naar het hotel heeft gebracht, waarvan ze het adres hadden. Zij zijn heel blij, als we elkaar weer zien in het hotel; ze hebben zich grote zorgen gemaakt.
We mandiën snel en gaan vervolgens naar het restaurant waar we ons helemaal vol proppen met een heerlijk uitgebreid buffet.


Donderdag 21 meiKelimutu

Vrouw op FloresOm 4:00 uur (!) vertrekken we met de bus naar Kelimutu, het vulkanengebied met drie verschillende kleuren meren. We zien hier de zonsopkomst, maar die is niet erg spectaculair. De meren zijn erg mooi: een zwarte en twee blauwgroene. Het kleine groene meer is van kleur aan het veranderen. Vorig jaar december werd hij zwart, twee dagen geleden is hij rood geweest (zeggen ze).
De meren veranderen wel vaker van kleur. Hoe dit precies komt, weet men nog niet, maar het heeft met mineralen en mossen te maken. Het zit niet in het water zelf; dat is zo helder als glas. De terugweg lopen we met Wim en Anja. We nemen per ongeluk de lange wandeling, zodat we er circa drieënhalf uur over zullen doen, terwijl we twee uur gepland hebben. Hoewel het veel bergaf is, worden we goed moe. Snel mandiën, eten (macaroni bolognese) en een middagdutje doen om de slaap in te halen.
Intussen is het gaan regenen en de hele middag zal er af en toe een bui vallen. Als wij tegen zessen buiten zitten, horen we een bui aankomen. Harder dan zo, kan het gewoon niet regenen. Wat een water komt er naar beneden!
's Avonds horen we van Marga en Thea, dat Edmee totaal uitgeput is, zowel geestelijk als lichamelijk. Rust heeft ze nodig.

Vrijdag 22 meiMaumere

's Morgens rijden we zonder Edmee naar Maumere. In de middag liggen we wat aan het strand.
Een grote verrassing is, dat Edmee hierna in het hotel aanwezig is. Ze heeft zich met een soort ziekenauto laten brengen. Het is nog niet veel, maar misschien krijgt ze dan rust.
We geven haar een pakje voor haar verjaardag. 's Avonds is het echter weer zo erg, dat besloten wordt, dat ze naar Nederland terug zal gaan. Over twee dagen kan ze vertrekken. Het is jammer voor haar, maar het is echt het beste.

Zaterdag 23 meiNaar Tana Toraja (Sulawesi)

RouteSulawesi

Op het vliegveld nemen we afscheid van Noud, die de laatste week niet mee zal gaan. Hij gaat naar vrienden op Soemba. Met een Fokker-27 vliegen we om 9:30 uur naar Ujung Pandang op Sulawesi voor onze laatste week. De vlucht gaat voorspoedig en we krijgen een (lunch)doosje.
Het groepje is flink uitgedund: nog zeven mensen, incl. Marga. In Ujung Pandang stappen we in een busje om naar Rantepao in Tana Toraja te rijden. Het eerste stuk is prima, maar hoe verder we komen, hoe slechter de weg wordt, zodat we flink hobbelen. We zijn dan ook lichtelijk geradbraakt, als we 's avonds om 20:30 uur in Rantepao aankomen.
Lekkere luxe huisjes krijgen we met een warme douche. Heerlijk. Ze hebben een verrukkelijk drankje: 'marquisa met terongsap'.

Zondag 24 meiTana Toraja

Tautau bij SuayaSamen met Bayo, onze gids, vertrekken met het busje om een aantal bezienswaardigheden te bekijken. Eerst gaan we naar Suaya. Dit is een van de weinige plaatsen waar originele tautau staan. Dit zijn beelden van hout, waar de geest van de overledene voortleeft. Hun rol is het bewaken van de achter hen uitgehakte graftombe en het verschaffen van zegeningen aan hun nakomelingen. Veel beelden zijn in de tachtiger jaren echter gestolen. De regering heeft toen besloten er replica's voor in de plaats te zetten. Ook hebben verschillende families de tautau zelf weggehaald om diefstal te voorkomen.
Hierna rijden we door naar Tampang Allo. Hier is een natuurlijke grot met hangende graven en doodskoppen. Vervolgens naar Kambira, waar een oude boom staat, die dient als laatste rustplaats voor gestorven baby's (kinderen die enkel melk drinken). De lijkjes worden geplaatst in openingen die in de stam zijn gehakt. Die opening wordt vervolgens dichtgemaakt, zodat de boom uiteindelijk om de stoffelijke resten van de kinderen heen groeit. Vervolgens gaan we naar Lemo. RijstschurenWeer veel tautau, slechts een enkeling is origineel.
De gids hoort dat er in de buurt de laatste dag van een begrafenisceremonie gevierd zou worden. Normaal gebeurt er dan niet meer zoveel, maar we willen toch wel even kijken. Het blijkt, dat er 's morgens drie buffels zijn geslacht, waarvan we de ingewanden nog zien liggen. We zijn wel net op tijd voor hanengevechten, die officieel verboden zijn. Twee hanen krijgen een lang scherp mesje aan een poot en dan gaan ze elkaar te lijf, totdat er een bij neervalt. Door de aanwezige bevolking wordt stevig gegokt. Een sensatie!
's Morgens plenst het enorm, waardoor we moeten glibberen door de vette klei. 's Middags is het weer wat zonniger.
Op de terugweg komen we langs Nanggala, een traditioneel Toraja-dorp. Hier staat een kolossale rij van veertien magnifieke rijstschuren, waarin oude en nieuwe motieven zijn vermengd. Er staat ook een enorme boom vol met vliegende honden. We mogen ze niet aan het schrikken maken, want dat zou volgens de eigenaar een slecht voorteken zijn.
's Avonds eten we in een restaurant karbouwenvlees. Lekker.

Maandag 25 meiTana Toraja

Met Bayo gaan we op pad voor een dagje sightseeing, richting noordoosten. Bij een klein plaatsje gaan we op ons gemak wandelen en we kijken overal uitgebreid. Bayo wist erg veel over planten en de werking ervan. Af en toe lopen we door een dorpje (drie huizen). Erg leuk. In een rots is een groot aantal graven uitgehakt. Met twee ervan is men bezig, een smerig werk.
We staan net op het punt van vertrekken, als we een rouwstoet aan zien komen. Het blijkt een kinderbegrafenis te zijn. Het kindje is ongeveer een jaar en dus te oud voor een boombegrafenis. De baar wordt gedragen door allemaal kinderen. Een of twee volwassenen zijn erbij om het lijkje in het graf in de rots te schuiven. Niemand is bedroefd. Er wordt één buffel geofferd. De man die het graf heeft geopend, laat even zien dat de botten van oma er nog liggen.
Even verderop is een openbare begraafplaats met ongeveer tweehonderd graven. Deze wordt niet meer gebruikt. Overal in de grot liggen doodshoofden en beenderen. De kinderen spelen ermee. Een beetje luguber.
Terug is Rantepao doen we inkopen voor de komende dagen. Het is droog gebleven op een paar spetters na.

Dinsdag 26 meiWandeling Tana Toraja

We maken een trek van twee dagen. André gaat niet mee, dus zijn we met z'n zessen. Bayo en twee dragers. Die laatste twee vinden we wel een goed idee. We worden met een busje een eind op weg gebracht naar Salu. Om 8:00 uur beginnen we te lopen. Vanhier uit is het zo'n vijf kwartier klimmen. Goed steil: afzien! Het is zeer beslist de moeite waard. We lopen heel hoog en hebben schitterend uitzicht over de sawa's en andere bergen. Later over de rivier. Steeds is het uitzicht anders met telkens zo'n weids gezicht. Grandioos.
Gelukkig is het weer uitstekend. Soms bewolkt, soms zonnig, maar altijd droog. Pas 's avonds om 18:00 uur begint het te gieten.
WandelingIn Limbong drinken we 's middags thee. Heel verkwikkend. Even later lunchen we op een gammel bruggetje met koude nasi. Je hebt dan tenminste geen last van starende mensen. In Pangala overnachten we tenslotte. We hadden gerekend op een dorpje met drie huizen en een rijstschuur waar we zouden moeten slapen. Pangala is echter aardig groot met een vrij luxe hotel. Een heel welkome verrassing.
We zijn wel blij, dat we er zijn (om 15:00 uur), want het laatste stuk is erg steil omlaag en omhoog geweest. 's Avonds vallen we als een blok in slaap.

Woensdag 27 meiWandeling Tana Toraja

Vol goede moed en uitgerust gaan we weer op weg. Het eerste half uur is vlak terrein, daarna begint het klimmen weer. Wat ben je dan snel uitgeput. We zijn blij, dat we geen spierpijn hebben overgehouden van gisteren.
In het dorpje Tondok Litak verkoopt de plaatselijke bevolking koffie. Leuk om te zien.
We lopen tot Batutumongga waar we lekker eten en wandelen dan naar de bus die in Lempo staat te wachten. Om 14:15 uur komen we hier aan. We zitten amper in de bus of het begint te regenen. We hebben mazzel met het weer gehad. Je moet het altijd maar weer afwachten.
In het hotel nemen we een overheerlijke warme douche en in het restaurant eten we uitstekend: zwarte rijst en in een stuk bamboe klaargemaakt overheerlijk kokosvlees.

Donderdag 28 meiNaar Kuta (Bali)

Een lange busrit brengt ons terug naar Ujung Pandang in het zuiden van Sulawesi en we stappen meteen in het vliegtuig dat ons naar Bali vliegt, waar we overnachten.

Vrijdag/Zaterdag 29/30 meiNaar huis

Na een dagje strand in Kuta vertrekken we met Singapore Airlines om 18:30 uur via Singapore naar Amsterdam, waar we om 9:50 uur arriveren.

Dit was een reis met