Azië

Donderdag 14 meiKomodo, naar Labuhanbajo (Flores)

Komodo-varanenOm 7:30 uur gaan we op pad met een gids om de Komodo-varaan te ontmoeten. Op het pad komen we de eersten al tegen. Wat een indrukwekkende beesten! Drie meter grote prehistorische dieren, die in een keer een geit naar binnen kunnen werken (ze eten ook mensen) en voor hun staart moet je ook uitkijken. Ze kunnen hard lopen, in bomen klimmen en zwemmen. Op een bepaalde plaats is een omheining neergezet, zodat je de varanen goed kunt zien. We zien zo'n twintig exemplaren.
Later op de ochtend stappen we weer op de boot voor de tocht naar Labuhanbajo op Flores, een vissersdorp.
Bijna iedereen is goed verbrand door de weerspiegeling van de zon in het water. We zitten lekker op het 'terrasje' voor onze kamer na een heerlijk mandibad.

Uitzicht bij Labuhanbajo

Vrijdag 15 meiSebalo

RouteFlores

's Morgens verkennen we het dorpje, waar niet zoveel te beleven is. 's Middags varen we met de boot naar het eiland Sebalo in iets meer dan een uur. 't Is een onbewoond eiland. Heel avontuurlijk. Hier snorkelen we uitgebreid. Ze zeggen dat het tussen het eiland en de kust veilig is; aan de andere kant zouden veel haaien zitten. Lia ziet een klein haaitje, die erg snel weg zwemt. Verder zitten er veel hele grote vissen. In de schaduw van een boom lummelen we de rest van de middag. Het is bloedje heet.
's Avonds krijgen we een uitgebreid buffet in het hotel: krab, garnalen, mie, eieren, groenten, kip. En natuurlijk een koud pilsje. Heerlijk.

Zaterdag 16 meiRuteng

Ontbijt om 7:00 uur. We hebben vandaag een Nederlandse gast: Bert. Hij wil met ons mee naar Ruteng.
't Wordt een lange, maar mooie tocht. Door de bergen, niet zo'n mooie uitzichten omdat het een beetje heiig is. Bij een werkelijk prachtige sawa eten we ons lunchpakket op. De halfronde vorm waarin de sawa's liggen, is typisch Flores.
Na aankomst worden we hoog in de bergen gebracht waar een groepje voor ons zal dansen. 't Hele dorp loopt hiervoor uit. We zijn blij, dat het iets begint te regenen, waardoor we niet mee hoeven te doen.
's Avonds het 'tot nu toe' culinaire hoogtepunt in Losmen Sindha: rijsttafel met geweldig lekkere (hete) saté, kip, groente met varkensvlees, heerlijke aspergesoep met maïs, kroepoek, mie en rijst.

Zondag 17 meiBajawa

We zijn net op weg in Ruteng, als we bij een kerk komen waar de eerste communie gevierd wordt. Dit is de belangrijkste dag in het leven van een kind. Het staat in het middelpunt en krijgt tal van cadeautjes. De ouders hebben er de laatste cent voor over om hun kind mooi aan te kleden.
De rit naar Bajawa, vooral het laatste stuk, is mooi. De 'hoofdweg' van Flores is hier erg smal. Passeren geeft dan ook problemen en kan niet overal. Het is wel een prachtige weg met aan weerszijden circa twee meter hoge heggen vol met gele margrieten. Schitterend.
In Bajawa is het 'koud'. Overal hangt laaghangende bewolking, doordat we vrij hoog zitten. We logeren in een eenvoudig, typisch Indonesisch hotelletje met veel gangen. We zijn amper binnen of het begint te gieten: een enorme tropische regenbui. In sommige kamers regent het even hard als buiten. Gelukkig blijft die van ons droog.

Maandag 18 meiBena, Langa

BenaOm 8:30 uur vertrekken we met de bus voor een bezoek aan een paar dorpjes. Onderweg hebben we schitterend uitzicht op de Gunung Inerie-vulkaan (2.245 meter). We zijn net op tijd: even later trekken de wolken ervoor. We rijden door naar Bena, een heel oorspronkelijk dorp met veel cultusbouwsels. Een ngadhu, de parapluachtige offerpaal, die als mannelijk wordt beschouwd, vormt een paar met een bhaga, aan een vrouwelijke voorouder gewijd huisje. De peo, stenen paal, is bedoeld om de waterbuffels aan vast te binden, die geofferd gaan worden. Bij de offer- annex ontmoetingsplaatsen nemen de dorpsoudsten beslissingen die invloed hebben op hun relaties met het bovennatuurlijke. Het animisme leeft hier nog erg sterk. Men is officieel katholiek (men moet een erkende godsdienst hebben, anders is men communist), maar de adat wordt nageleefd.
Daarna kijken we in Langa naar dansen. Er is enige onenigheid, want de dansers komen uit Bajawa en die zouden het geld krijgen in plaats van de plaatselijke bevolking.
's Middags rijden we naar Soa, waar heetwaterbronnen zijn. Zalig gewoon. Je moet heel voorzichtig het water in, want het is erg warm (40 º). Iets lager bij de waterval is het heerlijk poedelen. Net een groot bad!

Dinsdag 19 meiEnde

Een mooie busrit naar Ende. Onderweg stoppen we bij een grote markt, waar we veel bekijks hebben. Ze verkopen er o.a. honden (om op te eten). Tussen de middag picknicken we aan zee. In Ende doen we op de markt wat inkopen voor de volgende dag.

Woensdag 20 meiNgela, Moni

Wat een dag! Wat een dag!
Om 5:00 uur (!) staan we op om de boot naar Ngela te halen. Goed 6:00 uur komen we bij de haven aan, maar pas tegen achten kunnen we vertrekken. Het is een hele toestand voor de boot geladen is. Dat gebeurt met een klein bootje, dat telkens op en neer voer.
Marga heeft kunnen regelen, dat wij rechtstreeks naar Ngela gebracht zullen worden en dat de bevolking op de terugweg afgezet zal worden. Dat scheelt toch gauw een uur. Niemand klaagt daar over. Volgens het programma moeten we drie kwartier steil omhoog lopen en het is knap warm. Het valt allemaal erg mee en de laatste komt na een half uur al in Ngela aan.
Danseres in LangaAls die mensen hier de eersten van onze groep zien, vliegen ze naar binnen, komen weer naar buiten met bamboepalen en ikatten en rennen allemaal als bezetenen naar het huis van Josef en Maria. Hier worden allerlei geraamtes in elkaar gezet en worden de weefsels opgehangen, zodat wij ze goed kunnen bekijken. Wij zijn de eerste toeristen dit jaar en de mensen hier weten nu dat het seizoen begint. Voor hen betekent dat bijna dagelijks toeristen en dat bespaart hun de gang naar de markten in Ende en Maumere. Wij kopen er een kleine ikat (ƒ 4) voor aan onze muur. We lunchen hier, drinken thee en slenteren wat rond.
We kunnen zien hoe men de verschillende kleuren krijgt uit planten. Men doet dat met de hand, waardoor die helemaal onder kleurstof komt te zitten. Er is een vrouw bezig met een ikat op te zetten. Op een weefgetouw met wit draad worden overal kleine knoopjes gelegd (dit gebeurt zonder voorbeeld). Dat wordt geverfd, de knoopjes gaan eruit en daaronder zitten dus witte plekjes. Zo gaat dat nog een paar keer tot men verschillende kleuren heeft. Daarna kan er pas begonnen worden met weven. Dit gaat met één kleur draad, maar door het geverfde patroon, ontstaat er een mooie ikat.
Om 13:15 uur beginnen we aan de wandeling over smalle paadjes naar de bus toe, die ons ergens zal oppikken. Maar na een uur stort Edmee helemaal in. Ze is al een paar dagen heel moe, sliep veel. We denken, dat ze bevangen is door de hitte, een zonnesteek. We gieten haar helemaal vol met water. Ze kan eigenlijk helemaal niets meer, niet eens zitten. Ze is totaal van de wereld en het wordt er ook niet beter op.
De gids kapt een boompje en met zijn sarong maken hij en Laurens (onze bijrijder die ook meeloopt) een draagbaar. Dat is erg zwaar en we moeten nog een hele klim maken. Na een paar honderd meter zien we mensen rijst aan het dorsen en hier staat een overdekt stalletje bij. Edmee leggen we hier neer en men begint met overleggen. Er komen van alle kanten mensen aangelopen en na veel gesoebat wordt er besloten een draagbaar te maken. Men hakt bamboe om en met een oude aardappelzak gaat het prachtig. Het is mooi om te zien hoe de discussie tussen de mannen verloopt, maar men komt met een oplossing. Met een vuurtje worden varens warm gemaakt, waardoor ze gebruikt kunnen worden als touw. Het wordt een schitterende constructie. Edmee kan er goed op liggen. Door verschillende mannen, die elkaar steeds afwisselen, wordt ze naar boven gerend. Wij kunnen ze amper bijhouden. Gelukkig maken we een stop, waar we kokosnoten(melk) krijgen.
Eindelijk komen we boven bij de bus. Na een kwartiertje rijden kwamen in Jopu, een gehucht met drie huizen en een ziekenhuis! Een goed ziekenhuis zelfs, met een paar zusters die wat Nederlands spreken. Edmee moeten we hier achter laten. Men denkt dat ze malaria heeft. Dat zullen we morgen horen.
Om 19:30 uur gaan we eindelijk richting Moni, waar ons hotel staat, een uur rijden. Onderweg vragen we aan iedereen of ze Noud en André hebben gezien. Die zijn namelijk niet met de boot meegegaan, maar met de bus. Bij de afgesproken ontmoetingsplaats zijn ze vast vooruit gelopen met het idee, dat ze door ons wel opgepikt zouden worden. Gelukkig voor hen hebben ze een bus kunnen charteren (ƒ 25), die hen naar het hotel heeft gebracht, waarvan ze het adres hadden. Zij zijn heel blij, als we elkaar weer zien in het hotel; ze hebben zich grote zorgen gemaakt.
We mandiën snel en gaan vervolgens naar het restaurant waar we ons helemaal vol proppen met een heerlijk uitgebreid buffet.