Azië

Indonesië: Kalimantan - Ambon - Irian Jaya

10 augustus t/m 7 september 1991

INDONESIË bestaat uit 13.667 eilanden, waaronder 3.000 bewoonde. Het beslaat een afstand van Schotland tot Iran. De natuur is enorm rijk en divers. Dat geldt ook voor de culturen van de meer dan driehonderd verschillende bevolkingsgroepen, waarin de adat (de eeuwenoude traditie) nog altijd allesbepalend is.
KALIMANTAN is het gebied van de Dayaks: vrijwel naakte wilden, die hun lichamen opsieren met verentooien en tatoeages en wier krijgers zich uitleefden in het afhakken van menselijke hoofden, die vervolgens ritueel aan de goden werden geofferd. Koppensnellers leven nu alleen nog voort in riten en verhalen.
De Dayaks leven in gemeenschappen van soms honderden personen bijeen in enorme paalwoningen.
Het is een broeierig en exotisch eiland, dicht begroeid en ondoorgrondelijk.
AMBON is een mooi, weelderig groen eiland en de hoofdstad van de provincie Maluku. Het werd in de zeventiende eeuw als centrum van het kruidnagelmonopolie de belangrijkste vestiging van de VOC in de Oost-Indonesië.
IRIAN JAYA is het westelijk deel van Nieuw Guinea. Dat is het grootste tropische eiland ter wereld, waar in 1938 de Baliemvallei werd ontdekt. In dit hoogland leven de mensen nog in het Stenen Tijdperk, Het is het woongebied van de Dani-Papoea's. De mannen dragen peniskokers, terwijl de vrouwen gehuld zijn in rokjes van riet of kralen.

Papoea

Zaterdag 10 augustusNaar Singapore-stad (Singapore)

Om 7:15 uur gaan we met de bus naar het station en van hieruit verder met de trein naar Schiphol, waar om 10:45 uur het vliegtuig naar Singapore zal vertrekken.
In de vliegveldhal maken we kennis onze medereizig(st)ers. Totaal slechts negen personen (zes mannen, drie vrouwen) en een reisleidster, Carla Hoek, van Baobab. Een lekker klein groepje dus.
Om 10:45 uur zit iedereen in het vliegtuig, behalve een transitpassagier uit Toronto. Die is een ommetje aan het maken en komt pas een uur later aanzetten. Omdat z'n koffers in het vliegtuig zitten, mogen we niet vertrekken. Zeven bemanningsleden tellen ieder vijf keer alle passagiers. Waarom dat zo vaak moet gebeuren, is ons niet duidelijk. Komisch is het wel in ieder geval.
Doordat we vijf kwartier te laat vertrekken, missen we de aansluiting in Singapore naar Indonesië. We moeten nu drieënhalf uur wachten, voor we met het volgende vliegtuig mee kunnen.

Zondag 11 augustusNaar Jakarta (Java, Indonesië)

Maar om 12:00 uur plaatselijke tijd (vijf uur tijdsverschil) staan we dan eindelijk in Jakarta. Gelukkig heeft iedereen z'n koffers, dat is altijd maar weer afwachten. Door Carla worden we opgevangen en we worden met een busje naar ons hotel Sriwijaya, in het centrum van Jakarta, gebracht. We gaan eerst een paar uur slapen om een beetje bij te komen.
Daarna lopen we een beetje in de buurt rond. Het nationale monument bezoeken we, waar we zelfs een kaartje kopen, waarmee we circa tien meter hogerop zouden mogen. Maar als we de rij voor de lift zien (er is geen trap), keren we snel weer om.
Na het bekijken van een (Europees gekleed) bruidspaartje, wandelen we langs een kathedraal en een moskee terug naar het hotel. We hebben met de hele groep om 18:00 uur afgesproken om op een markt wat te gaan eten. Het smaakt prima.
Terug in het hotel zitten we op het terras te lezen, als bekenden langs komen: Joop en Yvonne, onze reisleider en vriendin van onze vorige Indonesiëreis. Vervolgens heerlijk gemandied en gaan slapen, want morgen moeten we er vroeg uit.

Maandag 12 augustusNaar Banjarmasin (Kalimantan)

We verlaten ons hotel om 5:45 uur, omdat om 8:00 uur ons vliegtuig naar Banjarmasin op Kalimantan (het Indonesische deel van het eiland Borneo) zal vertrekken. We vliegen met een oude Fokker-28.
Een echt tropisch klimaat heerst hier. 't Is zonnig, erg warm en verschrikkelijk vochtig. Veel zweten dus! Blijven drinken is erg belangrijk.
Vanaf het vliegveld stappen we in een busje en vertrekken naar Cempaka, waar een diamantmijn ligt. Honderden mensen zijn wroetend in de modder op zoek naar minuscule diamantjes. Dagen achter elkaar zitten ze tot hun middel in het water. 't Zal je vak maar wezen! In Martapura bezoeken we na de lunch een diamantslijperij. Over een 'amper te zien diamantje' doen ze een week om die te slijpen.
Daarna bekijken we even de lokale markt, waar Martijn, zoals altijd in Indonesië, vreselijk uitgelachen wordt vanwege zijn lengte. Dat gebeurt heel openlijk. Wij zijn een bezienswaardigheid, vanwege het weinige toerisme in deze streek. Gedurende de tien dagen dat wij op Kalimantan zullen zijn, zien we slechts in de verte drie andere toeristen. De bevolking is erg aardig. Men lacht veel, zitten soms aan je en zijn gelukkig niet opdringerig. Heel plezierig tot nu toe.
's Avonds gaan we eten in een restaurant waar je streekgerechten kunt krijgen. Je tafel wordt vol gezet met allerlei verschillende bordjes met eten. Je betaalt uiteindelijk alleen datgene wat je opgegeten hebt. We eten o.a. inktvisspiesjes en supergarnalen (ƒ 2,50 per stuk). Lia heeft ook een schildpaddenei geprobeerd, dat eruit ziet als een ingedeukte pingpongballetje en smaakt naar een kippenei. Totale kosten voor twee personen ƒ 19.

Dinsdag 13 augustusBanjarmasin

Drijvende marktMet de boot vertrekken we om 6:00 uur naar de drijvende markt van Banjarmasin. Op weg hier naar toe, zie je hoe de hele stad ontwaakt. Overal is iedereen zich in de rivier aan het wassen. De drijvende markt is leuk en druk. Hij is vooral mooier dan die in Bangkok omdat er geen toeristen zijn. Daarna varen we naar een apeneiland, waar hele horden apen zitten. Sommigen springen zelfs boven op de hoofden van de mensen.
's Middags gaan we met boten op zoek naar langneusapen. Deze apen leven in het wild in mangrovebossen aan de kust. Ze zijn erg schuw en laten zich niet makkelijk benaderen. We hebben geluk, omdat we sommigen van redelijk nabij kunnen bekijken (dertig meter). Ze zien er erg vreemd uit. Deze dieren komen slechts op een enkele plaats in de wereld voor en overleven in geen enkele dierentuin. We zien ook diverse ijsvogels en arenden.

Woensdag 14 augustusNaar Lumpangi Village

We kunnen uitslapen, want we hoeven pas om 8:00 uur te vertrekken. Met een busje rijden we naar Kandangan, waar we overstappen op brommertjes. Het is geen gezicht: al die kleine Indonesiërs met lange Nederlanders achterop. Bovendien krijgt iedereen een pothelmpje op, wat het geheel erg komisch maakt. Het laatste stuk weg was vorig jaar nog een smal bospad, nu is het vrij breed. Men wil een mooie asfaltweg aanleggen tot aan Loksado. Zonde.
We hobbelen een uur lang en komen dan in Lumpangi Village aan, het begin van de driedaagse wandeltrek. Een uitgebreide lunch staat al op ons te wachten. We krijgen halve liter glazen lauwe thee, waarvan we er diverse drinken. Thuis moet ik er niet aan denken, maar hier smaakt het heerlijk en is het uitstekend tegen de dorst.
De zwaarste spullen hebben we in een tas gepakt, die we door een drager laten sjouwen. Kosten voor drie dagen: ƒ 17.
We lopen twee uur door het oerwoud. Het is zonnig, dus heel erg vochtig. En dan nog die paadjes omhoog. Wat krijgen we het er verschrikkelijk warm van. Na vijf kwartier rusten we uit bij een theetentje, waar Carla vertelt dat dit het eindpunt voor vandaag is. We hebben namelijk erg snel gelopen. Dat valt ons mee. Het plaatsje heet Muara Hatib Village.
Na onze spullen in de Dayaks communal house te hebben gebracht (een longhouse met één grote ruimte), en ons bed te hebben opgemaakt op bamboe latjes, gaan we naar de rivier om de poedelen. Wat is dat lekker water. Een goede temperatuur en in het midden een flinke stroming. De Indonesiërs gaan het water niet in, want die vinden het veel te koud. Onbegrijpelijk! Tot het donker begint te worden, vermaken we ons uitstekend. Wederom is er gezorgd voor een uitgebreide rijsttafel. Lekker hoor.
We slapen nogal slecht door het vele lawaai rondom het longhouse.

Donderdag 15 augustusWandeling

HangbrugEen lange wandeldag. Om 7:45 uur vertrekken we voor een tocht door de jungle. Vooral 's morgens is het goed te doen: veel vlakke stukken, veel schaduw en het is droog. Als het regent, is het haast onbegonnen werk, het wordt dan vreselijk glad. We passeren veel hangbruggen, waar je niet met z'n tweeën tegelijk over mag, omdat ze zo schommelen. De een is veel enger dan de andere, vooral door de erg lage touwgrepen (twintig centimeter).
Eenmaal moeten we zelfs door het water waden (schoenen uit), omdat er gewoon geen brug is.
Tegen enen bereiken we Loksado Village, waar we lekker eten en veel thee drinken. Daarna is het tijd voor siësta!
Tegen halfvijf wandelen we in een half uur naar een naburig dorpje, Melaris. Hier staat een van de grote traditionele balais, waar twintig tot dertig families wonen. In het midden is een grote open ruimte met eromheen verschillende hokjes. Niet iedere familie krijgt zo'n hokje en dan is die open ruimte hun thuis. Weinig privacy dus. Veel dorpjes geven er dan ook de voorkeur aan om in eengezinshuizen te wonen. Een balai is ouderwets.
We slapen met z'n vieren in een kamer in een huis zonder ruiten in de ramen in Loksado. Het is 's nachts behoorlijk fris, zodat we zelfs de slaapzakken gebruiken.

Vrijdag 16 augustusWandeling

Om 6:00 uur zijn we alweer wakker. Na de ochtendthee wandelen we bijna anderhalf uur stevig door tot we bij vlotten aankomen. Alle bagage hebben we in plastic zakken verpakt, want die zou wel eens nat kunnen worden. Geen overbodige luxe, blijkt later.
Samen met Willy hebben wij een vlot en een vaarman. Het vlot bestaat uit bamboepalen die bij elkaar worden gehouden door bamboetouwtjes. In het midden is een bankje, waar wij en de bagage net op passen. We liggen zo diep, dat onze voeten constant in het water staan. Niet erg, want het water heeft een aangename temperatuur. In het begin gaat het vrij rustig; de stroomversnellingen zijn klein. Maar tegen de middag wordt het allemaal wat wilder en krijgen we regelmatig een natte broek. Af en toe zijn we zelfs bang, dat we helemaal om zullen slaan. Maar alles gaat goed. Van 9:00 uur tot 16:00 uur zitten we op het vlot (met onderbrekingen voor zwem  en eetpauze). De zon is zo fel, dat onze voeten verbrand zijn. De rest hebben we allang ingesmeerd en afgedekt.
Na een uurtje met een pick-up komen we weer in Kandangan, ons uitgangspunt aan. Als we het dorpje inlopen om inkopen voor morgen te doen en om wat te eten, hebben we het idee dat de hele plaats uitloopt om ons te zien. Zo weinig toeristen komen hier. Wel leuk.