Azië

Artikelindex

Iran

26 april t/m 16 mei 2016

Reizen naar IRAN betekent 2.500 jaar teruggaan in de geschiedenis. In de oude centra en bazaars lijkt het alsof de tijd heeft stil gestaan. Veel moskeeën met azuurblauwe koepels, oude hamams, traditionele koopmanshuizen. Daarnaast zijn de steden erg modern en is er van alles (niet altijd legaal) te koop. De mensen zijn erg vriendelijk en gastvrij. Het is een veilig land om rond te reizen.

Pol-e Khaju-brug in Isfahan

RouteIran

Dinsdag 26 april    Naar Teheran
Met Gerda en Carlo gaan we drie weken rondreizen in Iran. We hebben zelf direct bij Pazira Travel Company in Iran een auto met chauffeur en een (vrouwelijke) gids geboekt.
In Nederland regent en sneeuwt het licht; het is erg koud voor de tijd van het jaar.
In de spits laten we ons met de trein naar Schiphol brengen. Gelukkig is het meivakantie en daarom niet zo druk in de trein. Vanwege alle aanslagen is geroepen, dat je toch zeker vier uur van te voren op het vliegveld moet zijn. Wij vinden drie uur wel genoeg en dat blijkt ruimschoots voldoende. Binnen drie kwartier is de bagage afgeleverd en zijn we door de douane. We drinken koffie en wachten op het vliegtuig naar Istanboel.
Hier doden we de twee uur die we moeten wachten met bier. Waarschijnlijk het laatste bier van de komende drie weken.
Het regent hier ook, maar het is wat warmer. De vlucht naar Teheran gaat ook voorspoedig. Het vliegtuig zit vol en er zitten slechts twee (oudere) vrouwen met een hoofddoek om. De anderen, ook de bemanning, halen de doeken pas te voorschijn als het vliegtuig is geland. We hebben thuis al een visum gehaald gelukkig, want de rij hier voor het verkrijgen daarvan is lang. Nu zijn we snel door de douane.
Er is hier tweeënhalf uur tijdsverschil met Nederland en het weer is een stuk warmer. Het is nu midden in de nacht en nog lekker aangenaam. We worden opgewacht en we rijden eerst naar het bureau van de reisorganisatie om de reis te betalen. Vanwege restricties is het op dit moment niet mogelijk om vanuit Nederland geld naar Iran over te maken. We hebben een heel pak Amerikaanse dollars bij ons die we afgeven. Daarna worden we naar hotel Atlas gebracht, waar we meteen naar bed gaan. Het is voor ons al 1:30 uur, maar toch komt de slaap niet meteen.

Woensdag 27 april    Teheran
De bedden zijn prima, er is airco en een goede douche. En een balkon waar alleen een ander hotel op zou kunnen kijken. Kunnen we lekker zitten zonder hoofddoek en in een gewoon shirtje.
Het is even wennen aan onze kleding: lang, wijd, vooral vormeloos en een hoofddoek. Thuis hebben we die met zorg uitgezocht, want afhankelijk van de stof, blijft zo’n doek wel of niet op je haar ‘plakken’. Toch zitten we er, zeker in het begin, regelmatig aan te plukken. We zijn ze helemaal niet gewend. Mannen mogen hier shirts met korte mouwen of T-shirts dragen. Korte broeken zijn uit den boze.
Bij het ontbijt is alleen thee. Er is wel koffie, maar alleen van die zakjes met melk en suiker. Die hoeven we niet. Verder zijn er sapjes, eieren, brood, jam, smeerkaas, iets van dal.
Om 10:00 uur worden we bij de balie opgewacht door Maryam, onze gids voor de komende weken. Een aardige, jonge vrouw die goed Engels spreekt. Ze is blij met ons. Haar laatste reis was met een groepje Zuid-Koreanen die weinig begrepen en al hun eten van huis hadden meegenomen. Ze waren ook zo klein, dat ze ze niet konden vinden in de menigte.
We zitten in het centrum en met de auto rijden we eerst naar een plein waar allerlei geldwisselaars zitten. Maryam zoekt de goedkoopste voor ons uit. Het wordt even rekenen. Voor € 500 krijgen we 19.550.000 rails. Gelukkig in briefjes van 500.000 rial, zodat het geen enorm pak is. 10.000 rial is dus ongeveer € 0,25. Hier gaan we mee rekenen.
We gaan eerst naar het Nationaal Museum. Het verkeer rijdt redelijk. Zowat alle auto’s hebben een hoop deuken. Men geeft voetgangers geen voorrang. Voor motors zijn er geen regels. Die scheuren overal tussen door. Bij het oversteken moet je dus goed uitkijken en gelukkig zijn wij wel wat gewend. We lopen de weg op en geven de automobilisten gewoon een stopteken. Dan stoppen ze toch wel. Zonder ongelukken komen we de dag door.
Golestan Paleis, IranHet museum is niet zo heel groot, maar toch kunnen we lang niet alles zien. Maryam wijst ons de belangrijkste stukken en vertelt er wat bij. Daarna wandelen we door een park naar het Golestan Paleis. In het park zitten alleen maar mannen om zich heen te kijken. Weinig dragen een hoofddeksel; weinig roken er. Veel vrouwen gaan helemaal in het zwart; jongeren willen nog wel een gekleurde hoofddoek of shirt dragen. De haren hoeven hier niet helemaal bedekt te zijn. Buiten Teheran zal dat later wel anders worden, denken we.
We moeten hier entree betalen om binnen te komen en dan nog apart voor elk paleis. We houden het alleen op de Ivan-e Takht-e Marmar, het mooiste paleis. Het hele complex stamt uit de glorietijd van de Qajar-regeerders (19de eeuw). Mooi om te zien.
We gaan lunchen. Maryam weet een restaurant, dat erg populair is bij de plaatselijke bevolking. Een lange rij staat buiten te wachten, maar die slinkt verbazend snel. Op een blad worden allerlei drankjes en bakjes met salades en dipjes gezet. Je kunt daaruit kiezen en houden wat je wilt en terug geven wat je niet wilt. Boven bij een balie bestellen we lamsvlees en kip, slechts 2 porties, die nog te groot blijken voor ons vieren. Het is afgeladen vol, maar zodra iemand opstaat, pikken wij de stoelen in en gaan eten. Erg lekker. We zijn ook blij, dat we even kunnen zitten, want we zijn moe van het geslenter en de warmte (>30°).
Eten, IranDaarna wandelen we over de Tehran Bazar, de drukste markt in Iran. Hij is overdekt en inderdaad druk. Toch voelen we ons geen moment onveilig. Het schijnt een veilig land te zijn. De mensen zijn allemaal even vriendelijk. Een enkeling spreekt een woord Nederlands of Duits en knoopt een praatje met ons aan. Leuk!
We wandelen richting auto en drinken onderweg een vers geperst sapje voor een prikkie. Het kost 120.000 rial; alsof je emmer leeg gooit. Omgerekend is dat € 3 voor vier sapjes.
Daarna gaan we naar het hotel. We zitten even op ons balkon en doen een dutje.
We wandelen naar een drukke winkelstraat, maar de winkels zijn niet bijzonder. We zijn snel weer terug.
’s Avonds eten we met de gids in een vegetarisch restaurant. We zijn blij, dat zij mee gaat, want nu zitten we tussen de lokalen en niet tussen de toeristen. Het eten is heerlijk en we krijgen er eigen gemaakte limonade bij. Na afloop drinken we echte koffie. Daar moet je hier in Iran echt naar zoeken.
De prijzen blijven vreemd. Op de banken, als men geld haalt spreekt men van rials. Die getallen staan op de biljetten. De Iraniërs hanteren niet het woord rial, maar toman en dan is de waarde van het biljet 10% minder: er gaat een nulletje af. Hiertegen noemen ze dat bedrag zonder drie nullen. Dus 500.000 rial = 50.000 toman = 50. Meestal staan de prijzen in toman vermeld. Je moet maar raden wat de goede prijs is; meestal spreekt dat wel voor zich. Zo eten wij voor € 10 p.p. in plaats van € 1, want dat kan ook eigenlijk niet.

Donderdag 28 april   Teheran
Tochal-gebergte, IranWe rijden een stukje naar het noorden, naar het Tochal-gebergte. Dit is het hele jaar door een skigebied. Nog al wat mensen lopen omhoog. Vanaf de parkeerplaats op 1.800 meter kun je tot het eindpunt van de kabelbaan die op 3.600 meter ligt. Daar staat een hotel waar je evt. zou kunnen overnachten. Je kunt ook met de kabbelbaan terug naar beneden. We kiezen voor de kabelbaan omhoog. Wel zo prettig en ook niet zo duur: 360.000 rial. We hebben mooi uitzicht over Teheran achter ons en de besneeuwde bergen voor ons.
We stappen bij een station uit en kijken even rond. De temperatuur valt ons mee. Bovenaan wordt volop geskied en gesnowboard. Het waait amper en de zon schijnt. Eigenlijk is het hier boven best wel warm. Hoewel het volgens een thermometer 7° vriest, voelt het warmer. Beneden in Teheran is het boven de 30. We maken wat foto’s en kijken rond. Met een stoeltjeslift gaan we nog een stukje verder naar het hotel om koffie te drinken. Bij de kassa zijn ze zeer verbaasd, dat we vijf Americano willen hebben. Vijf! We maken het ons gemakkelijk en diverse mensen komen een praatje met ons maken. Als we weer teruggaan, waait het wat en is er meer bewolking. Meteen is het een stuk frisser. Gelukkig is alleen de stoeltjeslift open, de kabelbaan heeft dichte bakjes. Mooie tocht. We zijn alleen vergeten om een sneeuwballengevecht te houden.
We rijden terug naar Teheran en gaan eten bij een restaurant met specialiteiten uit het noorden. Ook allemaal lekker, maar op deze manier eten we veel te veel. Hier moeten we wat op gaan verzinnen.
Darband, IranDaarna rijden we naar Darband, een populaire plaats voor de plaatselijke bevolking. Het is eigenlijk alleen maar een wandelpad langs een rivier omhoog de heuvels in. Langs de kant staan allerlei eettentjes en restaurants. Die restaurants bestaan uit grote ligbedden waarop je kunt zitten en thee kunt drinken. Deze plaats heeft altijd een aangename temperatuur en de jeugd wordt niet zo goed in de gaten gehouden. Ze hebben hier wat privacy met andere jongelui. Wij vinden het meer een kermis en zijn blij, dat we even thee kunnen drinken. We krijgen daar zoete suikersticks bij, die je kunt gebruiken als suiker in de thee.
We laten ons afzetten bij de voormalige Amerikaanse ambassade. Op de muur rondom het gebouw staan anti-Amerika-tekeningen.
Aan de overkant kopen we, bij gebrek aan beter, Bavaria 0% bier. Het is niet koud, maar we hebben een koelkast op de kamer. Kunnen we vanavond na het eten buiten op ons balkon wat drinken. De alcohol denken we er dan maar bij.
Bij de voormalige Amerikaanse ambassade, IranMirjam gaat weer met ons eten. Wel makkelijk om zo een restaurant te vinden. Je ziet het niet aan de buitenkant. Vaak gaan ze met een trapje naar beneden naar een kelder. Ook nu doen we dat. Een oudere ober heeft prachtige witte krullen en een snor. Hij wil wel met ons op de foto. Ze hebben wel een Engelse kaart, maar eigenlijk staan daar alleen de namen op vertaald en die zeggen ons niet zo veel. Vanmiddag bij Darband zagen we bamboepotjes en borden met stampers. Mirjam vertelt, dat dit ook op de kaart staat en wij nemen dat. Het heet Abgoosht, men noemt het dizi en het staat als scurre op de kaart. Gekker moet het niet worden.
Het is een typisch Perzisch gerecht met o.a. rundvlees, tomaten, aardappels, bonen. In het bamboepotje zit dat samen met een bouillon. Die schenken ze in een diep bord en de harde stukken worden in het potje met de bijgevoegde stamper fijn gemaakt. Dat prutje wordt op een apart bord gedaan en er worden wat kruiden over gestrooid. Je eet dat met brood. We krijgen beide een enorme stapel en eten dat lang niet allemaal op. De soep en het prutje samen zijn verheerlijk. We drinken er een moslimbiertje bij; eentje zonder alcohol dus. Smaakt niet echt verkeerd.
Op het balkon van onze hotelkamer drinken we de andere biertjes op. Het begint te waaien en we voelen zowaar een paar regendruppels.


Vrijdag 29 april    Naar Qom, naar Kashan
Fatima Masoumeh Shrine in Qom, IranHet is vrijdag vandaag, gebedsdag. De mensen zijn vrij, de winkels gesloten en het is rustig op de weg. Prettig om zo de stad uit te rijden. De wegen zijn prima, goede, brede asfaltwegen. Het lijken snelwegen, maar even buiten Teheran wordt langs de kant van de weg volop bloemen en bloemstukken verkocht. Je mag daar zomaar stoppen. Soms stoppen mensen ook gewoon midden op de weg. Bij een afslag veranderen ze vaak op het laatste moment van baan om de afslag te kunnen nemen. Er zijn twee rijbanen, maar vaak rijdt het drie, vier naast elkaar. Toch zien we geen ongelukken gebeuren.
De lucht is niet helemaal helder; wel warm. Te warm voor de tijd van het jaar volgens de Iraniërs.
Buiten Teheran is het landschap dor, droog en saai. Af en toe zien we een paar families in de schaduw van die enkele boom of struik die er staat, picknicken.
In de buurt van Qom wordt het wat groener. Onderweg in de auto doen we de hoofddoeken af. Alleen bij een tolpoortje doen we ze even om.
Zodra we in de stad zijn, gaan de doeken weer om. Qom is de heiligste stad van Iran en wat kleding betreft het strengst. Overal zien we vrouwen volledig in het zwart. Bij de jongeren piept er wel regelmatig een spijkerbroek onderuit, maar ze dragen allemaal zwarte chadors. We gaan naar de Fatima Masoumeh Shrine, het heilige der heiligen. Natuurlijk is er een aparte ingang voor mannen en vrouwen; er staan een paar grote tenten waar je door heen moet. Alle tassen worden gecontroleerd, maar je mag wel alles mee nemen. Wij, de vrouwen, krijgen een lichtgekleurde chador te dragen. Door die lichte kleur vallen we erg op tussen al dat zwart. Het zal wel zijn, dat ze ons op deze manier beter in de gaten kunnen houden. Bij de uitgang van de tenten ligt een pakje tissues. Bij de vrouwen die te veel make-up dragen, wordt dat verwijderd. Onder het mom van: je bent een beter mens als je geen make-up draagt.
Prachtige gebouwen met hoge minaretten staan om een binnenplaats. De een geeft toegang tot de belangrijkste Koranschool, de ander tot een moskee. We mogen overal foto’s maken, maar we mogen niet overal naar binnen. Sommige gebouwen laten alleen mannelijke moslims toe. Wij krijgen een gids mee, die een en ander vertelt, volgens Maryam redelijk de waarheid, wat lang niet altijd het geval is, en we moeten dicht bij elkaar blijven. We mogen niet lang blijven. Een Fransman wil dat wel, maar dan moet daar eerst weer toestemming voor gevraagd worden.
Bagh-e Fin, IranSommige mensen willen met ons op de foto. Gelukkig niet zo heel veel. We zien veel mensen met pleisters op hun neus: allemaal geopereerd. Het is hier de nieuwste hype.
We bezoeken de Fin-tuinen (Bagh-e Fin) bij Kashan, een paar honderd jaar oud. Na de ingang staan twee (oude, dikke) vrouwen, die de hoofddoeken van de vrouwelijke bezoekers controleren. Niet bij toeristen. Meteen na de 'controle' laten de vrouwen de hoofddoeken weer wat zakken. De politie mag hier in Iran van alles controleren, maar geen auto’s waar toeristen in zitten.
Tussen de tuinen stroomt water, wat lekker verkoelend is. Het is druk omdat het vrijdag is. Er zijn verschillende bronnen op het terrein, waarvan het water vroeger met grote koperen bekkens verwarmd werd en via kanalen werd verspreid. Er is een zwembad en een hamamcomplex. Het is vooral bekend, omdat de geliefde, eerste minister onder Nasir od-Din Shah hier werd vermoord op verzoek van zijn moeder, die jaloers was op zijn populariteit.
We zitten in Amir Kabir, een groot hotel, buiten het centrum van Kashan.
‘s Avonds eten we in de binnenstad. Eigenlijk jammer, dat we niet in het centrum in een hotel zitten, want bij ons in de buurt is werkelijk helemaal niets te beleven. Geen winkels, geen restaurants, geen mooie huizen. Het restaurant is gevestigd in een oud Abessinisch herenhuis. De oorspronkelijke open binnenplaats is van boven dicht gemaakt en er staan nu van die grote bedden waar je op kousenvoeten op moet gaan zitten. Wij kiezen voor een gewone tafel met gewone stoelen, waarvan er gelukkig ook een paar staan. We bestellen o.a. vis, kip en lamsvlees. Samen met een geelgroen sapje, water en yoghurt met komkommerdrank eten we weer overheerlijk. Meestal zijn we voor een maaltijd ongeveer anderhalf miljoen kwijt met z’n vieren: bijna een tientje p.p.

Zaterdag 30 april    Kashan
We gaan eerst naar Sialk Hill, omdat je daar (omhoog) moet wandelen en ’s morgens is de koelste tijd van de dag. We hebben mazzel: de zon schijnt niet. Dat is toch wel een stuk aangenamer.
Sialk Hill is een archeologische plaats van bijna 8.000 jaar oud. Er zijn twee heuvels met overblijfselen van nederzettingen uit verschillende periodes. Er loopt een hele klas jonge dames rond, allemaal in het zwart met een donkerblauwe hoofddoek. Ze proberen stiekem wat foto’s te maken en wij zeggen, dat het wel mag. Het is voor hen voor het eerst, dat toeristen dat uit zichzelf aanbieden. Lia’s blauwe ogen vinden ze fascinerend. Lia is zowaar een hoofd groter dan die jonge vrouwen. Kan ze ook eens beleven wat Martijn altijd mee maakt.
Boroojerdiha huis, IranAcht kilometer buiten Kashan ligt Nashabad, een ondergrondse stad; ze zeggen hier de grootste ter wereld. Hij is inderdaad groot. Hij is in de dertiende eeuw gebouwd vanwege de Mongoolse invasie. Er zijn veel (lage) gangetjes. Voor de meeste mensen geen probleem, maar Martijn loopt bijna constant gebukt. Er zijn verschillende waterputten, ‘pleinen’ met hoge koepels en valkuilen voor indringers. Mooi om te zien.
Dichtbij is een bakker aan het werk. Hij maakt grote (50 cm) ronde broden die aan de binnenkant van een oven geplakt worden en in een minuutje klaar zijn. Ze smaken goed.
Bij een distilleerderij van rozenwater maken ze drankjes met allerlei verschillende smaken. We mogen proeven, maar vinden geen van allen lekker.
Glurende vrouwen, IranWe bekijken verschillende oude huizen. Eerst een Boroojerdiha huis, een Abessinisch huis. Deze huizen zijn traditionele koopmanshuizen. Een deel was voor privégebruik; een ander openbaar waar o.a. zaken gedaan werden. Ze liggen onder de grond wat ’s zomers verkoeling en ’s winters warmte geeft. Ze hebben allemaal grote binnenplaatsen met vijvers ter afkoeling en patio’s met open daken. Er zijn ingenieuze windtorens waardoor door de vertrekken wind wordt geblazen, ook ter verkoeling.
Regelmatig moeten we weer op de foto.
De Sultan-Amir-Ahmad Hamman is prachtig. Boven op het dak staan allerlei koepels waaronder ruimtes bevinden waar gebadderd kon worden. Via een molen werden via verschillende kanalen warm water naar allerlei ruimtes gebracht. Er zijn hele mooie ruimtes met versierde muren en vijvers (niet om te baden maar ter versiering). Het is er vrij druk, maar wij laveren een beetje tussen verschillende groepen door.
Tabatabaee huis, IranEen Tabatabaee-huis is een ander soort koopmanshuis. Buiten op de deur zitten twee kloppers, zodat men kan horen of een man of een vrouw aanklopt. De indeling is zo’n beetje hetzelfde als de andere huizen. Deze is wel heel groot en rijk versierd. We zien heel veel glas in lood ramen, veel waterpartijen, de stallen.
Moe maar voldaan gaan we lunchen. Dit keer zitten we op een bed. We bestellen een salade waar ze zowaar zakjes mayonaise bij leveren, wat kippenpoten, water, brood, aubergine met yoghurt en mint. Overheerlijk. Wij zetten alle schotels in het midden zodat iedereen kan nemen wat hij wil. Eten, IranDat is zeer ongebruikelijk in Iran, maar wij doen het toch. Het is goedkoop: slecht 360.000 rials. We moeten nog steeds wennen aan de rials en de andere rekenmethodes. We kunnen ondertussen wel de bedragen in het Arabisch lezen en dat vinden wij al heel wat.
We zijn op het eind van de middag terug in het hotel en kopen in de buurt een anderhalve literfles cola wat ons 23.000 rial kost, nog geen € 0,60. Veel is er niet te doen; er zijn een paar winkeltjes, maar er is er maar eentje open. Dat is genoeg.
De toegangsprijzen zijn meestal 150.000 rial, € 3,75 p.p. valt op zich wel mee, maar als je dit tig keer op een dag moet betalen, tikt het toch nog aardig aan.
We houden siësta, passen in overleg met Maryam ons reisschema enigszins aan en werken ons verslag bij.
Meestal gaan we ’s avonds om acht uur eten. Dat is erg vroeg voor hier. Tegen tienen begint het pas een beetje te lopen. We eten vandaag op straat. Er zit een aantal restaurantjes op een rij en op de stoep staan van die grote bedden. Ze verkopen hier overal spiesen met vlees. Enorme spiesen. Met z’n zessen (incl. Maryam en Mohsin, de chauffeur) vinden we drie stuks genoeg: er zijn drie soorten, dus van elk eentje: een met kip, een met lamsvlees en een met lamsgehakt. Toch kunnen we niet tegenhouden, dat er ook nog een spies met tomaten komt, kippenpootjes, yoghurt, salade en brood. We drinken er yoghurt met komkommer bij, wat erg goed tegen de dorst is. Het smaakt prima en we krijgen het bijna helemaal op.
Het kost slechts 1.000.000 rial, € 25, met z’n zessen. Heel lekker en erg gezellig.


Zondag 1 mei    Naar Abyaneh    
Agha Borzorg-moskee in Kashan, IranVoor we naar Abyaneh gaan, gaan we naar de Agha Borzorg Mosque in Kashan. Het is de enige moskee met een verzonken voorplein. Daar beneden is momenteel een madrassa, een Koranschool, gevestigd, en dus verboden voor vrouwen. De rest van het gebouw mogen ze wel in. Het gebouw is open, zonder ramen en deuren. Wel veel ingangen en gaten in de muur voor het licht. Er zijn veel mooie tegelwerken en een mooie koepel. Een Iranese meneer brengt ons naar de achterkant waar de koepel en een toren prachtig in de zon staan en mooi afsteken tegen de blauwe lucht. Het is vandaag weer zonnig en dus warm.
Daarna dwalen we een hele tijd rond op de markt. Die is overdekt en enorm uitgestrekt. Er is net genoeg volk om het gezellig en niet te druk te maken. Iedereen is vreselijk aardig en wil weten waar we vandaan komen. Er zijn lange gangen met aan weerszijden winkeltjes, soms een groot plein met hoge koepels waar tapijten verkocht worden, verschillende gratis waterdrinkplaatsen en er is altijd een soortement van gebedsruimte met tralies ervoor waar men even een gebed kan doen. Er wordt vooral goud, sierraden, kleding, schoenen, serviezen en tapijten verkocht. Er staat een enkele slager, kippenboer en groenteman. Die laatste mag hier binnen geen knoflook verkopen vanwege de geur. Dat mag alleen in kraampjes buiten.
Markt, IranOp een plein drinken we bij een superklein tentje thee. Afrekenen is lastig, want hij wil geen prijs noemen. We moeten maar betalen wat we goeddunken. Gelukkig weet Maryam raad. We betalen € 2 met z’n vijven.
We bekijken nog een traditioneel huis, Manouchehri House, wat momenteel een hotel is. Ook hier weer een binnenplaats met vijvers en gekleurde ruiten, maar ze hebben ook een weverij. Daar worden een paar zeer kleurrijke kleden gemaakt. Prachtig.
We lunchen in een fastfoodrestaurant, omdat je hier kleine porties kunt bestellen. In de gewone restaurants hebben ze alleen hoofdmaaltijden en wij willen tussen de middag niet zo veel eten. De salades zijn echter enorm groot en de hotdog gaat maar voor de helft op. Het smaakt prima en is niet duur.
Dan vertrekken we echt naar Abyaneh. Het is niet zo ver, een kilometer of tachtig. Onderweg stoppen we bij een grasveld langs een watertje waar veel mensen gegeten hebben aan de rotzooi te zien. Wat een troep. We eten er de gisteren gekochte meloenen op. Lekker.
Als we verder rijden, spettert het zowaar wat. Dat is niet gebruikelijk in deze tijd van het jaar.
Abyaneh, IranAbyaneh is een klein bergdorpje waar veel Parsi’s wonen in karakteristieke huizen van rood leem. De mensen die hier wonen spreken Oud-Iraans, dat bijna niemand meer spreekt. In de oorlog met Irak werden de mannen gebruikt om berichten door te geven, omdat niemand anders deze taal verstaat. Een soort geheimtaal. Het dorp is lange tijd moeilijk bereikbaar geweest en daardoor erg geïsoleerd. De vrouwen dragen geen zwarte kleding, maar vrolijk bebloemde en ze dragen witte sjaals met fel gekleurde bloemen. Weer eens wat anders dan al dat zwart. Bij veel huizen hangen geluksamuletten van gedroogde zaden of planten boven de deur. We wandelen door de smalle straatjes en veel vrouwen willen ons gedroogde appeltjes verkopen. We lopen naar boven, naar de ruïnes van enkele kastelen en hebben dan mooi uitzicht op het dorp met daarachter de bergen. We zitten op ruim 2.200 meter. We knopen een praatje aan met vier vrouwen die zitten te handwerken. Eentje heeft er lichte ogen; de eerste niet-bruine die we zien. Apart.
We drinken thee buiten, wel overdekt. Er staan lange banken met kleden erop. We krijgen koekjes, suikerstokjes en dadels erbij. We zijn pas tegen zevenen terug in het hotel.
Het is een leuk dorpje.
Bij gebrek aan restaurants in het dorp eten we in het hotel. Niet bijzonder. De koffie na het eten is wel lekker.

Maandag 2 mei    Naar Isfahan
Na het ontbijt lopen we nog even het dorpje in, want Gerda wil nog wat geestenvangers kopen voor haar nichtjes. Veel keus is er niet, want de meeste winkeltjes zijn nog dicht. Het lukt wel.
Daarna rijden we naar Isfahan. Het eerste stuk nog wat door de bergen waar de hellingen oranje gekleurd zijn door de klaprozen.
We droppen onze bagage en gaan een broodje shoarma kopen. De broodjes zelf worden vers gebakken, belegd met kip (lam is er alleen ’s avonds), zuur, tomaten, kruiden en sauzen en netjes ingepakt. We nemen een fles cola en een fles lemon mee. Langs de grote rivier de Zayandeh, die dwars door de stad loopt, leggen we een kleed in het gras en gaan we de broodjes op eten. We zijn niet de enige: heel wat zwarte vrouwen zitten er gezellig te eten en te kletsen. We kijken uit over een voetgangersbrug, de Pol-e Si-o Seh (Allah Verdikhan Bridge). Deze is bijna 300 meter lang en stamt uit 1600. Zowel aan de boven- als aan de onderkant is die mooi om te zien. Boven loopt aan beide van het brede deel een smal overdekt paadje met een boogjesplafond. Aan de ene kant is het vrij rustig, want die ligt in de zon; aan de andere kant zitten veel mensen te eten of te luieren.
Masjed-e Shah, IranZonder gids lopen we verder de stad in. We vergapen ons aan de kleine winkeltjes, de vele blauwe serviezen, sierraden en andere prullaria. Toevallig komen we uit bij de Masjed-e Shah op het grote plein. Aan de kant van het enorme plein staat een grote moskee. Zowel de toegangspoort als de koepel zijn met blauwe steentjes ingelegd. Hij schittert mooi in de zon. De andere kant van het gebouw staat nog in de schaduw en we gaan thee drinken om te tijd te doden, zodat we ook daar de zon op zien schijnen. We komen in een kelder terecht waar mannen en een paar vrouwelijke toeristen zitten. Mannen drinken kopjes thee en roken een waterpijp. Wij krijgen bij de thee zoete, kleverige stukjes van iets. Geen idee wat het is, maar wel lekker. Het blijkt, dat dit soort theehuizen eigenlijk alleen voor mannen is. Vrouwelijke toeristen zijn geen probleem.
Als we weer buiten komen, is het bewolkt. Jammer dan. We gaan terug naar het hotel.
Als het donker wordt, gaan we naar de bruggen van de stad. Deze zijn nu verlicht en ze weerspiegelen in het water. Veel mensen zitten in de smalle zijkanten en beneden aan het water. Bij de Pol-e Khaju-brug ((Royal Bridge) zijn aan de onderkant onder de hele brug door nissen waar het vol zit met mensen. Hier een gezinnetje, daar een paar kletsende vrouwen, daar waterpijp rokende mannen.
Kinderen, IranWe eten ’s avonds in de Armeense wijk. Het is wat fris geworden en wij gaan binnen zitten. Dat is niet echt dicht, maar in ieder geval uit de wind, zodat we aangenaam zitten. We richten een drankgelag aan met Bavaria 0%. Dit is het enige bier zonder alcohol wat nog enigszins te drinken is. De rest is echt niks.
Facebook is in Iran niet verboden. De regering heeft er echter een filter overheen gelegd en het is verboden om dat filter te gebruiken…. Veel Iraniërs weten het filter te omzeilen. De ayatollahs hebben zelf ook een pagina.
Alcohol en varkensvlees is verboden, maar is wel op veel plaatsen verkrijgbaar. Wij proberen bier te kopen, maar dat is er momenteel niet; wel wodka, maar dat hoeven we niet.
Op veel plaatsen in restaurants en hotelkamers staan groene pijlen; die wijzen naar de richting van Mekka.
Het verkeer is chaotisch. Iedereen kruipt door, sluipt door. Wie het eerst z’n auto ergens tussen wringt, heeft en krijgt voorrang. Op deze manier loopt het verkeer wel aardig door. Er zijn weinig opstoppingen. Grote motoren zijn in de stad verboden vanwege de herrie die ze zouden maken. Ook op de snelwegen mogen ze niet rijden. Brommers mogen wel de stad in.
Het is niet gebruikelijk, dat hotelkamers schoongemaakt worden als je twee nachten ergens verblijft. Wil je dat wel (en wie wil dat niet), dan moet je de ene keer je sleutel in leveren, de andere keer een bordje buiten aan de deurklink hangen en soms moet je het gewoon vragen.

Dinsdag 3 mei    Isfahan
Kelisa Ye Vank (Armeense kerk), IranSightseeing in Isfahan. We gaan eerst naar de Armeense kerk, de Kelisa-ye Vank. Van buiten is deze best sober, aan de binnenkant niet. Rijk gedecoreerd en mooi om te zien. In het bijbehorende museum ligt het kleinste gebedsboek ter wereld: een halve cm² het weegt 0,7 gram, heeft 4 pagina’s en het bevat het Onze Vader in zeven talen, waaronder het Nederlands.
We drinken echte Italiaanse espresso en eten met z’n allen één groot stuk chocolade taart. We krijgen het met moeite op, terwijl het toch echt lekker is.
Het vogelpark is ook mooi. Veel vogels vliegen en lopen vrij rond (er is een enorm net over het terrein) en er zijn veel fel gekleurde vogels en vogels met vreemde veren. De meeste zijn ons onbekend. Er lopen nogal wat pauwen rond, waaronder een spierwitte en zowel die witte als een gekleurd mannetje zetten hun veren op.
We lunchen op de bovenste verdieping van een modern hotel. Het mooie hiervan is, dat het ronddraait, zodat we mooi uitzicht hebben over de hele stad.
Daarna gaan we naar de Masjed-e Jameh (Atigh Jame Mosque), dicht bij de bazaar. Het is de grootste moskee in Iran en meer dan 800 jaar oud. Er zijn verschillende ruimtes met veel pilaren, ruimte met stenen koepels en beneden een aparte gebedsruimte speciaal voor vrouwen.
Overal moeten we toegang betalen.
Pol-e Khaju-brug, Iran’s Avonds is het in restaurants vaak stil. De lunch is hier de belangrijkste maaltijd. ’s Avonds eet men alleen wat kleins bij bijv. een fastfoodrestaurant. Waar wij eten, is het dan ook heel rustig. Er is slechts één andere tafel bezet.
Wij laten ons afzetten bij de verlichte brug om nog wat foto’s te maken. Er staat momentaal water in de rivier, wat niet altijd het geval is. De regering wil nog al eens de dammen afsluiten ten behoeve van landbouwgronden, die aan familieleden en goede vrienden toebehoren…
Het is druk langs het wandelpad. Er liggen groenstroken en overal zitten mensen in het gras. Ze zitten te eten, te kletsen, waterpijp te roken. Tsja, als er ’s avonds nergens anders vertier is, moet je toch wat.

Woensdag 4 mei    Isfahan
She-ie-kh Lutfullah-moskee, IranVandaag zijn we de hele dag op en in de buurt van het op één na grootste plein ter wereld: het Emam-square of Naghsh-e-Jahan-square. Er staan verschillende moskeeën, een paleis en de bazaar. Het water in de fontein spuit vandaag. Van de week was het uit. Door de inwoners van Isfahan wordt het plein voornamelijk gebruikt om te flaneren en in de berm te picknicken.
We gaan overal naar binnen, eerst naar de She-ie-kh Lutfullah-moskee (Sheikh-Lotfollah Mosque) uit de 11de eeuw. Deze moskee heeft geen minaretten. Wel een grote koepel, die aan de buitenkant belegd is met blauw en wit mozaïek en aan de binnenkant met blauw en bruin. Op het hoogste punt zit een pauwenkop en door de lichtval lijkt het alsof hij een verlichte staart heeft. Er is een ondergrondse gebedsruimte die gebruikt werd als het koud was; deze was makkelijker warm te stoken.
Aan de andere kant van het plein ligt de Royal Mosque, ook de Imam (vroeger de Shah) Mosque genoemd. Een heel groot, uitgebreid terrein vol met gebedsruimtes, een madrassa (koranschool) binnenplaatsen, koepels. Allemaal zeer rijkelijk gedecoreerd. Allemaal met mozaïek gemaakt. Het ene gebouw is nog mooier dan het andere. Prachtig.
Markt, IranTegenover de She-ie-kh Lutfullah-moskee ligt het Ali Qapu-paleis uit de 16de eeuw. Vanaf het terras op de vierde verdieping keken vroeger de sjahs naar het polo-spel dat op het grote plein gespeeld werd. Op de zesde verdieping ligt de muziekkamer waar vroeger gedanst werd.
Het Chehelsotoon Museum was vroeger ook een paleis. Het voorportaal heeft een mooi spiegelplafond en in de grote zaal hangen schilderijen, die totaal anders zijn, dan we tot nu toe gezien hebben.
Daarna is het tijd voor de bazaar, die rondom het hele plein loopt. Hij is overdekt en veel winkeltjes hebben ingangen aan het plein en in de rondgang. Het is nu niet druk; straks om een uur of zeven zal dat anders worden. We lopen alle winkels langs en zien vooral veel hele blauwe serviezen, wat een specialiteit van Isfahan is.
Tijd voor siësta.
Het is zonnig en warm vandaag. We lopen maar weinig in de zon doordat er veel straten met bomen zijn. Er staat een klein beetje wind, waardoor het aangenaam verpozen is.
We eten ’s avonds in een toeristenhotel. Tenminste, er zitten alleen maar toeristen. Grote groepen. Lia krijgt niet wat ze besteld heeft, maar hetzelfde als Martijn; alleen is zijn gerecht duurder. Ze zeggen, dat allebei de gerechten op de kaart hetzelfde zijn en daarom bedingen wij, dat wij alles voor de goedkope prijs krijgen. In het gerecht van Carlo zit geen kip zoals de kaart beloofd en ook hiervoor krijgen we korting. We zijn goedkoop uit vanavond: € 5 p.p.. Geen aanrader.


Donderdag 5 mei    Via Na’in en Meybod naar Yazd
Het is nog rustig in de straten van Isfahan als we hier om 9:30 uur vertrekken. Zo zijn we snel de stad uit. We gaan vandaag eerst naar het oosten naar Na’in. Het landschap wordt droog en dor. Soms wat struikjes of klein graspollen, veel meer is er niet te zien. Beetje saai.
In Na‘in gaan we naar de Jameh Mosque die minstens 1800 jaar oud is en is daarmee de oudste modderstenen moskee van het land. Hij is van modderstucwerk gemaakt en alleen gedecoreerd met varianten van die stenen. Beneden is het koel, beetje koud zelfs. En dat terwijl het vandaag een hele warme dag is. Binnen is momenteel, uiteraard, verlichting, maar als men de lampen even uit doet, kunnen we de gaten zien waar licht door komt en blijkt het verrassend licht. Er zijn ook hier windtorens voor de nodige verkoeling ’s zomers. Hij is mooi om te zien. Voor de moskee drinken we meegebrachte thee en eten koekjes op een grasveld in de schaduw van een boom. We zitten daar heerlijk.
Dan rijden we verder naar Meybod. We rijden langs de rand van de Grote Zoutwoestijn (Dasht-e Kavir) en zien af en toe een karavanserai. Tijdens het bewind van sjah Abbas I (16de eeuw) werden er 999 herbergen aangelegd om de handel te bevorderen en faciliteiten aan de reizigers aan te bieden. Er zijn er nog wel wat over. Sommige zijn vervallen, een enkele gerestaureerd en omgebouwd tot hotel.
Duiventil, IranIn Meybod gaan we eerst lunchen; het is al over tweeën. In het restaurant zitten alleen Iraniërs. De kaart is vaak hetzelfde; veel variatie is er niet: lam, kebab, kip, soms aubergine of een saladebar. Veel gerechten zijn enigszins zurig; vaak ook de bijgerechtjes; de yoghurt is ook zuur. We krijgen er letterlijk het zuur van. Als je een drankje bestelt, krijg je dat bij het eten. Niet vooraf.
Daarna bekijken we verschillende gebouwen van Meybod. Eerst het ijsgebouw. De muren van dit gebouw zijn twee meter dik en het is acht meter hoog. Het meet 42 bij 20 bij 20 meter en heeft een inhoud van 8000 m². Binnen is een grote ruimte met een enorme kuil van dertien meter doorsnee en zes meter diep. Vroeger werd dit vol geleden met ijs of sneeuw uit de bergen om spullen koel te kunnen houden. Nu is het leeg, maar binnen is het nog steeds koel.
Daarna gaan we naar de duiventil, het 300 jaar oude posthuis. Vroeger ‘woonden’ hier 3.000 postduiven. Het is een hoog rond gebouw met verschillende verdiepingen en overal gaten waar de duiven in konden huizen.
Het paleis, Narin Qal’eh, de citadel van Meybod bekijken we alleen aan de buitenkant. De binnenkant, twee kale ruimtes, laten we voor wat het is.
We rijden door naar Yazd, waar we in hotel Termeh zitten. Dit zit in de oude stad in een smalle straat. De auto kan er net door heen. Voor sommige bochten moet Mohsin wel een paar keer steken om er door heen te kunnen. En dan zijn er ook nog tegenliggers…
Het is een laag gebouw met rond de overdekte binnenplaats de kamers. Op de binnenplaats staan grote bedden en een vijvertje. We drinken er thee en we hoeven hier onze hoofddoeken niet om. Gerda en Lia zijn de enige die ze ook af doen. Gelukkig staat de airco aan, want het is warm vandaag. De thermometer geeft 36° aan.
Binnenplaats hotel, IranVoor de verandering eten we vanavond bij een Italiaan. De Iraniërs zijn hier dol op. In een grotere plaats zitten altijd meerdere Italiaanse restaurants, van andere nationaliteiten is er altijd maar één, als er al één is. Maryam raadt het (alcoholloze) bier aan. Wij gaan af op haar advies en we krijgen grote halve liter pullen met onderin een laag ijs met daarin een schijf citroen bevroren. Het bier smaakt werkelijk heel goed. Het is niet goedkoop; voor hier dan: 120.000 rial oftewel 12 toman, omgerekend € 3. Het wordt snel drukker, maar gelukkig komen er alleen Iraniërs binnen. Iedereen is veel sneller weg dan wij. Maryam betaalt de rekening met haar bankpasje en wij reageren alle vier verschrikt als ze vertelt, dat ze zowel haar pas als haar pincode afgeeft aan het personeel. Het blijkt, dat dat hier in Iran de gewoonte is: iedereen geeft z’n pincode altijd en overal aan iedereen. Ze vertelt, dat er nooit misbruik van gemaakt wordt (en zal worden). Wel krijgt ze van haar bank een berichtje met het afgeschreven bedrag nog voordat ze haar pas terug heeft.
’s Avonds hebben we prachtig uitzicht op de verlichte Jameh-moskee vanaf het dakterras van het hotel.

Vrijdag 6 mei    Yazd
Het is rustig vandaag in de stad: het is vrijdag. We merken weinig van de godsdienstbeoefening. Veel winkels zijn dicht, de bazaar is gesloten en er rijden niet veel auto’s.
Omdat het zo warm is, gaan we eerst naar de begraafplaats, want daar moeten we een stukje omhoog lopen in de brandende zon. Torens der Stilte, IranHet is een oud complex waar vroeger de Parsi’s hun doden in de open lucht neerlegden. Er zijn twee bergjes, de Torens der Stilte, met bovenop een toren met een ronde vloer omgeven door een aarden wal. De lichamen werden naar boven gedragen en op de vloer neergelegd. De vogels zorgden er voor, dat alleen de botten overbleven. Die werden in een kuil in het midden gegooid samen met loogzout, waardoor de bonen sneller oplossen. Alleen het personeel mocht hier boven komen; niet de achtergebleven familie. Beneden aan de bergjes staan verscheidene gebouwen waaronder een waterplaats.
We rijden naar de vuurtempel, de 'atashkade' (het huis van vuur). Het is een heiligdom van de Zoroatristen. Hier wordt het heilige vuur bewaard. Het Zoroastrisme was 600 jaar geleden voor de komst van de islam de staatsgodsdienst in Perzië.
Het Watermuseum heeft o.a. de eerste waterklok van de wereld. Ze laten ook zien hoe de stad aan water komt. Vanuit de omringende bergen zijn waterkanalen aangelegd die tientallen meters onder de grond lopen.
We lunchen in een traditioneel restaurant. Het ziet er heel gezellig uit. In het midden een buffet, aan de ene kant tafel en stoelen, voor de rest van die lage banken. Wij krijgen een aparte kamer voor ons zessen met een tafel en stoelen. De kamer is aan de kant van het restaurant open en we kunnen alles en iedereen goed zien. Op de kaart staan een heleboel gerechten, maar tussen de middag kun je alleen kebab en kip eten. Broodjes e.d. vallen onder fastfood en dat is alleen ’s avonds te krijgen. Wij houden het alleen op de saladebar. Die salades kun je hier overal eten; net als drinkwater dat je gewoon uit de kraan kunt drinken (vaak wel met een chloorsmaakje). Altijd lekker (die salade).
Omdat het zo warm is, houden we hierna siësta. We zitten op de bedden op de binnenplaats van het hotel. Drinken thee, kletsen, maken het verhaal, kijken foto’s. Maryam vertelt, dat de overnachting voor morgen in de karavanserai niet doorgaat. Het is volgeboekt en we staan op een wachtlijst. De organisatie heeft een homestay geboekt: Nartitee in Taft. Dat lijkt ons eigenlijk wel zo leuk. Zo’n karavanserai vol met toeristen is ook niet alles. Er zijn geen echte kamers; de slaapplaatsen zijn gescheiden door gordijnen en schijnen dunne matrasjes te hebben. En als er dan een rumoerige groep zit, is dat niet prettig.
Jameh-moskee, IranWe zouden naar het gym waar om een ‘hero’ zijn kunsten zou vertonen, maar hij heeft Maryam gebeld, dat het niet doorgaat, omdat hij een hartaanval heeft gehad. Maryam gelooft hem niet; en wij eerlijk gezegd ook niet. We hadden vooraf eigenlijk niet in de gaten wat zoiets in zou houden. En zijn eigenlijk blij, dat het niet door gaat. Het zijn altijd van die toeristische attracties.
We wandelen door de oude stad met traditionele huizen. In de smalle steegjes, de zogenaamde vriendschapsteegjes kun je elkaar niet passeren zonder een praatje te maken. We komen uit bij een plein waar de oude gevangenis en de Bogheh-e-Davazda Enam, het oudste gebouw van Yazd, staan. We zien verschillende windtorens en mensen die net naar de bakker zijn geweest en van die enorme broden dragen. Het is traditie, dat iemand met vers brood iedereen die hij tegen komt een stuk brood aanbiedt. Wij krijgen ook dat aanbod.
Bij de Jameh-moskee ook wel Vrijdagsmoskee genoemd, is ondertussen de oproep voor het gebed begonnen. Overdag moet je voor de moskee toegang betalen; nu niet. Iedereen mag gewoon naar binnen; ook in de gebedsruimte. Het is ondertussen bijna donker en de voorkant van de moskee baadt in het licht. Hij steekt helblauw af tegen de omgeving. Het is er niet druk met bidders (alleen mannen). Wel komen er op het laatste moment nog een paar aangehold om maar op tijd te zijn. We mogen overal foto’s maken; ook van de biddende mannen.
Eenmaal weer buiten is het helemaal donker en knalt de blauwe voorkant er nog meer uit.
We worden naar de Dolat Abad Garden gebracht. Een tuin met een grote vijver en de grootste windtoren van de wereld. Hij is 34 meter hoog. We laten ons de werking van zo’n toren uitleggen en bekijken het complex. Boven zitten een paar deuren met mooie glas-in-lood ramen.
Als laatste voor vandaag gaan we naar de Masjad-e Mir Chakhmaq (Amir Chaghmagh), een moskee die ook verlicht is, maar minder opvalt.

Zaterdag 7 mei    Naar Taft
Eten, IranB&B in Taft, IranWe zijn ’s morgens nog in Yazd. We wandelen naar de verschillende moskeeën, een stukje bazaar en drinken koffie. Er staan twee bankjes buiten onder een luifel en men schenkt overheerlijke koffie. We nemen een tweede bakkie.
We lunchen in een gezellige tent, die we nooit zelf gevonden zouden hebben. Wat trouwens geldt voor de meeste leuke restaurants. Er zit een groep Iraanse vrouwen met kleurrijke sjaals, leesbrillen en mobiele telefoons. Ze hebben het reuze naar hun zin. Net als wij. Lia neemt als gerecht gebakken champignons en zelfs het korstdeegje hiervan is zuur. De inhoud is heerlijk.
We gaan naar een soort snoepwinkel waar men allerlei zoetigheden verkoopt. Het is er hartstikke druk met voornamelijk meisjes. Wij kopen een doos voor onze gastvrouw van vanavond.
We rijden naar Taft, wat slechts een goede dertig kilometer naar het zuiden is. We logeren bij mensen thuis, een soort B&B met zes kamers (www.nartitee.ir). We mogen er een kiezen. We krijgen thee en ook wat van onze meegebrachte zoete snoepjes.
Het is er heerlijk rustig; we zijn de enige gasten. Er is een grote tuin bij het huis en die staat vol met granaatappelbomen. Het hele dorp staat er vol mee. Af en toe zien we één enkele andere boom: walnoot, abrikoos, vijg, witte bes, pruim (soort kleine zure appel). We maken een wandeltochtje door het dorp en door de vele boomgaarden. Onderweg mag je zoveel eten als je wilt; je mag echter niets meenemen. Er zitten talloze kleurrijke insecten in de rode bloemen. Ze zien er uitvergroot uit als kleine monsters.
De mensen koken voor ons en we kunnen kiezen uit kip en lam. Wij gaan voor de kip. Het is een heerlijke maaltijd met ook nog groente, rijst, gebakken aardappelen in rijst, yoghurt en brood.
We slapen op de grond. In de kamers liggen dunne matten en drie grote pakken. Als je die uitpakt, kont er een matras, deken en kussen te voorschijn. Grappig.


Zondag 8 mei    Naar Mahan
Na het ontbijt worden we uitgezwaaid door de gastvrouw en –heer. Ze gooien een schaal water met kruiden achter ons en de auto aan. Wat wil zeggen: hopelijk kom je snel weer terug.
We gaan op weg naar het zuiden, naar Kerman. Onderweg passeren we Zeinoddin, de karavanserai waar we eigenlijk hadden zullen slapen. We gaan er even thee drinken en rond kijken. Als men vertelt, dat er gisteren 6 Zwitsers en 84 (!) Nederlanders hebben geslapen, zijn wij erg blij, dat we in Taft bij die homestay zijn geweest. We moeten er niet aan denken. 84 Nederlanders. Pfff.
In de omgeving lopen wilde zebra’s rond. Een apart soort en ze zijn grijs met geel. Ook cheeta’s moeten er in de buurt zitten. Wij zien alleen een mooie scharrelaar. Het is blijkbaar te warm voor de zebra’s; men zegt, dat ze momenteel in de bergen zitten.
Het landschap is kaal: veel gruis met wat pollen. In de verte wat bergen. Soms een kudde schapen. Beetje saai.
De wegen zijn goed; de afslagen vreemd. We rijden op snelwegen, waarbij de stroken, net als bij ons, van elkaar gescheiden zijn. Er zijn geen viaducten, maar men heeft rare afslagen om op de andere kant van de weg te komen. Het verkeer blijft hopeloos. Men doet maar wat.
Maymand, IranBij Maymand slaan we af en gaan we het dorp bekijken. Hier zijn honderden jaren oude grotwoningen, die nog steeds gebruikt worden. Het nieuwste gebouw is de moskee en die is 180 jaar oud. Men woont hier niet het hele jaar door. Alleen in de winter zijn ze hier vier maanden. Momenteel verblijft men vier maanden in de woestijn en in de zomer wonen ze vier maanden hoger in de bergen waar ze tuinen hebben. Daar is het koeler.
Maryam checkt de hotelkamers in Kerman en men kan geen reservering vinden en ze zitten vol. De organisatie meldt, dat er kamers in Mahan zijn geboekt. Eigenlijk komt ons dat beter uit. Het plan was om vandaag nog Mahan te bekijken en dan terug naar Kerman te gaan. Nu kunnen we hier blijven en we besluiten om morgen de plaats maar te bekijken. Het is goed zeven uur voor we in het hotel zijn. Bovendien scheelt het morgen ook in afstand als we naar Bam en Rayen gaan.
Er is in de plaats niet zo veel keus aan restaurants. Er is een nieuwe die vijf dagen geleden geopend is. Daar gaan we eten. Omdat ze nieuw zijn, krijgen we een salade cadeau. Verder nemen we kippenkluifjes, lamschouder, kebabspiesen en yoghurt met komkommer. Het smaakt heerlijk en het is goedkoop. Met z’n vijven zijn we 1 miljoen kwijt (€ 25).

Maandag 9 mei    Mahan, Bam, Rayen
Het wordt vandaag een lange dag. We maken een dagtrip naar Bam en Rayen. Eerst naar Bam, dat het verst weg is: een kleine 200 kilometer ten zuiden van Mahan. De weg is goed. Wel is er een politiecontrole, want dit is ook de weg naar Afghanistan. En er wordt nogal wat drugs gesmokkeld tussen deze twee landen. Er zijn hondencontroles, maar ook controles met bijen. Die vliegen als één hoop op opium af, dat van papavers gemaakt wordt.
Bam, IranBam en zijn citadel zijn in 2003 totaal verwoest door een heftige aardbeving. Men is meteen begonnen met herbouwen. Het dorp staat al grotendeels en de citadel schiet ook al op. Hij helemaal nagebouwd, zoals die voor de beving er uit zag. Momenteel wordt er ook gewerkt, maar als we het tempo van die mannen zien, verbazen we ons, dat er al zo veel weer herbouwd is. Het is ook dan wel erg warm, maar dat schijnt hier normaal te zijn. De straat met de oude bazaar is al klaar en ook muren en torens van wat ooit het koningspaleis is geweest. Andere delen liggen nog helemaal in puin. Maar we vragen ons ook af hoe de staat van de citadel was voor de aardbeving. Er wonen al honderdvijftig jaar geen mensen meer, dus de huizen zullen ook wel niet meer in tact zijn geweest. Maar dat vertelt het verhaal niet.
Er zijn naast ons nog twee toeristen. Dat zullen de enigen toeristen zijn, die we vandaag te zien krijgen. En daar verbazen we ons wel over. Bam ligt wel een beetje uit de richting, maar Rayen ligt niet ver van Mahan en Kerman af en daar is helemaal niemand.
We rijden terug richting Mahan en slaan even daarvoor af naar een waterval die voorbij Rayen ligt. Dat is een geliefd picknickoord en wij gaan ook picknicken. We zitten hier op 2.800 meter hoogte. Dat is te merken aan de temperatuur, maar wat erger is: het regent en het dondert en bliksemt! Picknicken, IranEn dat in deze tijd van het jaar. Wij schuilen bij een winkeltje en krijgen thee van de eigenaar. Erg aardig, nietwaar. De lucht blijft donker, maar als het opklaart, wagen we het er toch maar op. We sjouwen alle spullen richting waterval. Er staan ronde stenen muren waarbinnen allerlei mensen zitten te eten en te drinken. Er zijn bbq-plaatsen en een ijskoude rivier waar we alles kunnen wassen. Het is schoon water wat recht uit de bergen komt. We rijgen kip aan enorme spiesen en gaan die roosteren. Eenmaal klaar leggen we ze op plastic bordjes en gaan de tomaten en champignons op het vuur. De plastic borden staan te dicht bij het vuur en we redden ze voordat ze teveel smelten. Af en toe regent het even, het is best frisjes (we kunnen een trui gebruiken, maar die hebben we niet bij ons), soms schijnt de zon en het is erg gezellig. We hebben ook nog fruit, aardappelsalade, uien, sla, brood, cola, pistachenootjes, zure augurken, chips, tomatenketchup. Kortom: we eten veel te veel.
De koffie bewaren we voor later. We pakken alles weer in en rijden een stuk naar beneden, waar de temperatuur wat aangenamer is en zetten de auto langs de kant van de weg. Met een kleine percolator zet Mohsin kleine kopjes sterke koffie. Wij zoeken op onze telefoon naar het liedje ‘één kopje koffie’ en omdat de weg erg rustig is, danst Maryam er midden op de weg lustig op los.
We rijden naar de citadel van Rayen. Deze is kleiner dan die in Bam, maar beter bewaard gebleven. We kunnen verschillende keren via grote traptreden naar boven, waar we een mooi overzicht op het complex hebben. Op de achtergrond liggen besneeuwde bergen. Wat ons hier in Iran opvalt, is dat er nergens beelden zijn. Er zijn alleen (resten van) kale huizen en paleizen. Soms wat binnentuinen vol met rozen in allerlei kleuren. Dat is meteen de enige kleur in het geheel. Sommige rozen staan zo perfect open, dat ze niet echt lijken.
Shahzadeh-tuinen, IranRozen zie je overal in Iran. In deze tijd van het jaar tenminste. Ook in Shahzadeh Gardens, een mooi voorbeeld van een oude Perzische tuin. Een grote waterpartij is omgeven door talloze bloeiende rozen. Voornamelijk witte. We zijn hier in het begin van de avond, net tegen het donker worden. De bijbehorende gebouwen worden mooi verlicht door gekleurde lampen. Een ook de vijvers die door middel van watervalletjes met elkaar verbonden zijn, worden verlicht. In de gebouwen zitten mooie gekleurde ramen.
Ze vertellen, dat er hier vanmiddag een kleine tyfoon was (toen wij bij de waterval de regen en onweer hadden).
Weer terug in Mahan gaan we meteen eten in hetzelfde restaurant als gisteren. We hebben eigenlijk nog geen honger, want de lunch was laat en veel, maar we moeten wel wat eten. We houden het bij een salade, yoghurt en één portie lamskebab voor ons allen. We proberen het moslimbier, dat ze hier verkopen: The Three Horses uit Breda. Smaakt niet zo goed als Bavaria, maar beter dan het lokale bier.

Dinsdag 10 mei    Naar Shahdad
Na het ontbijt rijden we naar Kerman. Zoals overal is hier een moskee, een markt en een badhuis. We beginnen bij de Hamam-e Ganjali-khan. Een mooi badhuis, waar men poppen in heeft gezet om te laten zien hoe het er vroeger aan toe ging. Wel grappig. Er is een mooi plafond met allerlei hoekjes die mooie schaduwen geven.
Markt in Kerman, IranVia de markt komen we bij de Jameh-moskee, een vrijdagsmoskee, die ze in werkelijk elke plaats hebben.
Ook in Kerman zien we geen toeristen. Op de markt komen de (jonge) in het zwart geklede vrouwen op ons af voor een praatje. Veel Engels kunnen ze niet, maar de paar woorden die ze spreken gebruiken ze.
Ook in de stad hebben ze veel u-bochten in de wegen. Op deze manier kun je makkelijk van rijbaan wisselen en er gebeuren minder ongelukken dan met ‘Staphorster’ kruisingen. In Nederland zou dit niet werken, omdat de wegen hier veel te vol zijn.
We willen lunchen bij een Italiaans restaurant, maar dat is een beetje moeilijk te vinden doordat er allerlei wegen zijn afgezet vanwege de aanleg van de metro. In de tussentijd is Allah zijn handen aan het wassen; met andere woorden: het regent. Het is een aardige bui, maar zeer plaatselijk, wat we zien als we verder rijden.
We gaan naar het oosten, naar de Kaluts en dan naar een homestay in Shahdad.
Al snel rijden we de bergen in en wordt het droog. Warm blijft het sowieso vandaag. We rijden niet omhoog, maar blijven beneden langs de droge rivierbedding rijden. Af en toe zien we een boom, een enkele andere auto. Dat is het wel. We stoppen in een dorpje voor een wandelingetje langs allerlei bomen: granaatappel, kamperfoelie, walnoot, druif, witte poederkwast. We eten een ijsje en kopen meloen.
De bergen houden al snel weer op en het wordt vlak en kaal. We zakken van 2.600 meter naar 400 meter. Het wordt steeds warmer ondanks dat de zon niet schijnt. We meten 35° zonder zon. Een paar jaar geleden is hier in de Dasht-e Lut-woestijn de warmste temperatuur ooit op aarde gemeten: 70,7°. We mogen blij zijn, dat de zon niet schijnt!
Dan zien we langzaam de Kaluts opdoemen. Het is het grootste van dit soort gebieden. Dit soort stenen rotsen vind je op meer plaatsen, maar nergens zo uitgestrekt als hier. We klimmen een paar rotsen op en hebben prachtig uitzicht op het omringende landschap. We kijken een hele tijd rond in dit desolate gebied. Ineens zien we beneden ons vier wandelaars. Bepakt met matjes lijken ze de nacht hier ergens door te willen brengen. Waarschijnlijk willen ze de schitterende sterrenhemel zien, maar dat kunnen zij (en wij ook) wel vergeten door de bewolking. We zien een auto staan, die die mensen heeft afgezet. Even later komen er nog twee auto’s aan. Kaluts, IranMohsin snijdt een water- en een gewone meloen in schijven, die hier toch wel heel erg lekker zoet smaken. Wat een verschil met die bij ons.
We vertrekken naar de homestay in Shahdad en zien onderweg nog even een klein stukje mooie lucht en een stukje zoutwoestijn.
De homestay is niet veel. Erg eenvoudig, twee kamers met een open boog er tussen. In de andere kamer zit de airco die Gerda en Carlo de hele nacht aan laten staan.
Bij het huis hoort ook een zitkamer waar Maryam en Mohsin later zullen slapen. De hele vloer is bedekt met een aantal tapijten en wat kussens tegen de muur. Voor het diner wordt in het midden een stuk plastic neergelegd en daarop komen de schotels kip, rijst, groente, schaaltjes met overheerlijke yoghurt en natuurlijk brood. Het smaakt ons prima. We mogen hier binnen onze ‘sjalaf’ (normaal is het altijd 'shalom'). Amir, de eigenaar, zit bij ons te eten; zijn vrouw zit apart om het hoekje. ’s Morgens bij het ontbijt zal ze wel bij ons zitten.
Als we terug naar ons deel gaat, regent het buiten. Het is een wonder: de mensen die hier wonen, hebben het hier in Shahdad nog nooit zien regenen. De kinderen gaan naar buiten om te kijken. Hebben wij weer: willen we sterren kijken, regent het.


Woensdag 11 mei    Naar Bandar Abbas
Een lange reisdag vandaag naar Bandar Abbas aan de Perzische Golf. We vertrekken net na achten, draaien na een paar kilometer om, omdat Maryam haar telefoon is vergeten. Dicht bij de homestay komen we de eigenaar tegen in zijn auto die ons achterna aan het rijden was om die terug te bezorgen.
Het is zonnig en warm. Om 8:00 uur meten we al 30° in de schaduw. In de buurt van Mahan zitten we veel hoger en daar is de temperatuur meteen een heel stuk aangenamer. Via Rayen nemen we de oostroute naar de zuidkust. Het ene moment laat een saai landschap zien; het volgende stuk zijn meer bergen en opgedroogde rivieren met soms gele vlaktes ervoor. Verderop heerst een zandstorm wat een hoop stof geeft. Het is niet heel druk op de weg. Die weg is goed, alleen zijn er nogal eens hobbels. Soms zien we brommers met vijf mensen er op en in één auto tellen we naast een paar volwassenen wel tien kinderen.
We rijden gestaag door en stoppen alleen voor de lunch. Om 17:30 uur komen we aan bij het hotel, dat aan de boulevard staat. We zien wat mensen in zee, waarbij de vrouwen volledig (incl. hoofddoek) gekleed het water in gaan. Het is hier weer warm. Erg warm zelfs.
We eten ’s avonds in een visrestaurant. Na afloop drinken we koffie in de koffiebar van het hotel. Het plafond is zo laag, dat Martijn niet rechtop kan staan. De koffie is niet te drinken.

Donderdag 12 mei    Bandar Abbas
Markt in Minab, IranMarkt in Minab, IranWe zijn naar Bandar Abbas gegaan, omdat we naar de markt in Minab willen. Maryam heeft nog nooit klanten gehad voor Bandar Abbas en is zelf nog nooit in Minab geweest. Alleen in Minab zien we twee andere toeristen. Men spreekt hier amper Engels.
Om 8:30 uur vertrekken naar het zuidoosten. Het is bijna anderhalf uur rijden (en anderhalf uur terug), maar het is de moeite waard! Onderweg zien we een paar kamelen.
In Minab is een drukke donderdagochtend markt waar allerlei zeer kleurrijk geklede mensen rondlopen. Er komen o.a. Bandari-mensen, een Arabisch volk, waarvan de vrouwen karakteristieke maskers dragen. Elk dorp heeft z’n eigen masker. Ze dragen zeer kleurrijke kleding onder hun jassen. De benen zijn gestoken in prachtige stoffen, waarvan die van de rijke mensen bestikt zijn met gouddraad.
De vrouwen met maskers zijn vriendelijker dan we verwacht hadden. We hadden gelezen, dat ze niet op de foto willen, maar dat valt mee. Sommige willen inderdaad niet; anderen vinden het hartstikke leuk. De mannen willen allemaal graag.
Wij kopen een masker voor 8 toman (€ 2). Als we een cola kopen, geven we per ongeluk twee briefjes in plaats van een. Veel briefjes zijn oud en gescheurd en plakken gemakkelijk aan elkaar. We worden teruggeroepen en krijgen er eentje terug.
Het is een drukte van belang en een van de kleurrijkste markten in Iran. Het is er zeer warm. Het zweet loopt in straaltjes van ons af. Eigenlijk is deze buurt meer een winterbestemming; dan is de temperatuur beter. Het is nu pas lente, dus hoe warm moet het hier in de zomer wel niet zijn.
Weer terug in Bandar Abbas zien we, dat de Hindoetempel gesloten is. Het blijkt, dat het zo warm is, dat men hem gesloten heeft, omdat er toch niemand komt. We mogen er wel in; er is niet zo heel veel te zien.
Na de lunch houden we siësta; het is 37°.
We eten vanavond bij een Italiaan. Het is er hartstikke druk en het is maar goed, dat Maryam gereserveerd heeft. De eigenaar is een hele enthousiaste man die voor iedereen een vriendelijk woord heeft. We krijgen gratis kommetjes vissoep, een sapje voor bij het bier (waardoor je helemaal geen bier meer proeft) en na afloop thee met melk en kruiden. Het is gezellig, lekker en goedkoop.

Vrijdag 13 mei    Naar Shiraz
Na het ontbijt (in een net zo’n lage ruimte als de koffietent) vertrekken we naar Shiraz. Het wordt weer een lange dag autorijden. Het is ook nu een saaie weg. Soms zien we wat ezels, geiten, ineens een paar struiken roze bloemen, een nomadenkamp en ergens wordt wat geoogst.
Zoutmeer, IranWe eten in een vrij nieuwe tent, een stukje van de weg af. Lekker. Buiten in een traditionele nomadentent drinken we koffie. Het waait vrij hard en er zitten veel vliegen. De koffie is prima. Als we weer in de auto stappen, gaan we eerst op vliegenjacht.
In de buurt van Shiraz stoppen we bij een zoutmeer. Het water heeft een paars-roze gloed wat erg afsteekt tegen het witte zout. In de verte lopen flamingo’s. Het waait hard, maar het is niet koud. Gelukkig niet meer zo warm als gisteren, maar toch nog aardig aan de temperatuur. We zijn inmiddels ook wel wat gewend.
We zitten in een gezellig klein hotel in de oude stad. De kamers liggen om een kleine binnenplaats met een kleine vijver. Er staan tafels en stoelen waar je lekker in de schaduw kunt zitten. Daar maken we meteen gebruik van.
Aan het begin van de avond gaan we naar Hafez Tomb. Hafez is een beroemde dichter die al 700 jaar dood is, maar nog steeds immens populair. In Iran wordt door iedereen veel gedichten gelezen. Het is er dan ook vrij druk. Er staat een soort baldakijn met daaronder een steen met een beroemd gedicht. Veel bezoekers moeten even de steen aanraken. Het geheel is omgeven door verschillende tuinen.
We hebben vanavond gekozen voor een Italiaans restaurant waar niet veel toeristen komen. Er zit nog één niet-Iraans stel. Shiraz is wat vrijer in het dragen van de hoofddoek; deze mag wat verder afgezakt gedragen worden. Met een taxi gaan we terug naar het hotel. Maryam, die niet mee gaat, geeft de chauffeur uitgebreide instructies en als we onderweg zijn, belt ze hem zelfs op om te controleren of het wel goed gaat. Eigenlijk nergens voor nodig, want er gebeurt hier maar weinig ontoelaatbaars.

Zaterdag 14 mei    Shiraz, Persepolis
Persepolis, Iran, IranVandaag brengen we een bezoek aan het beroemde Persepolis, dat op de Werelderfgoedlijst staat. Het ligt een uurtje rijden buiten de stad. De drukte valt ons reuze mee. Er zijn wel een paar grote toerbussen, maar die groepen kunnen we makkelijk ontwijken. Maryam leidt ons rond en vertelt uitgebreid over allerlei oude koningen en sjahs. Met de bouw is in 512 v.Chr. begonnen. Nadat het in 330 v.Chr. door Alexander de Grote werd ingenomen en verwoest, is het langzaam onder het zand en stof verdwenen. Het  werd pas 70 jaar geleden daaronder vandaan gehaald. De beeldhouwwerken die helemaal onder het zand lagen, zijn best goed bewaard gebleven. Wel is alle kleur verdwenen. Vroeger moet het een zeer kleurrijk geheel zijn geweest. Door allerlei stenen die beschreven zijn in drie talen, konden vroeger alle bezoekers de teksten lezen.
Er zijn talloze figuren in de wanden uitgehakt; allemaal met verschillende kleding, sierraden en geschenken. Doordat alles zeer nauwkeurig is beschreven, weet men precies welk figuur van welk volk is. Ook het aantal arbeidsuren en de lonen zijn bijgehouden.
Het moet vroeger een immens gebouw zijn geweest. Zeer indrukwekkend.
De Necropolis (Naghsh-e Rostam) dat in de buurt ligt, herbergt tombes van oude, bekende heersers, zoals Darius en Xerxes.
Arg van Karim Hkan, IranNa de siësta gaan we naar de Arg van Karim Hkan, gebouwd tijdens de Zand-synastie. Het is een grote citadel met 12 meter hoge muren met ronde toren op de hoeken. Een van die torens is aardig verzakt en doet aan de Toren van Pisa denken. Binnen zien we o.a. de oude hamam.
Daarna nog een moskee, de Vakil-moskee, met mooie mozaïeken en veel zuilen. Dan nog een rondje over de bazaar voor we gaan eten en kijken bij een karavanserai.
Het is de laatste avond van Mohsin en zijn vrouw komt mee voor het afscheidsdiner. Maryam heeft weer (op ons verzoek) plaatsen gereserveerd in een restaurant waar geen toeristen komen. Het is gezellig, het eten is lekker en er is live muziek. Als toetje heeft Maryam als verrassing een taart besteld, omdat Mohsin en zijn vrouw vandaag twee jaar zijn getrouwd.
Voor ons heeft ze in de auto twee grote flessen zelf gemaakt bier liggen. Het zit in moslimbierflessen, zodat er buiten opstaat, dat er 0% alcohol in zit. Volgens ons zit er behoorlijk veel in. We drinken het in het hotel op, lekker buiten op de binnenplaats.

Zondag 15 meiShiraz
We gaan weer de stad in en stoppen eerst bij een straatje, dat overdekt is met een heleboel paraplu’s. Die zijn hoog over de straat opgehangen, uitgeklapt met het handvat naar beneden. Deze hangen er sinds vorig jaar en is op meer plaatsen nageaapt.
Dan bezoeken we de laatste moskee: de Nasir al Molk-moskee. Deze heeft in plaats van de blauwe en gele kleuren van andere moskeeën veel roze en paarse mozaïeken. Hij wordt dan ook wel de ‘Roze Moskee’ genoemd. De moskee weerspiegelt mooi in het water. In de gebedsruimte zitten prachtige gebrandschilderde glazen die mooie reflecties op de tapijten laat zien. Omdat in deze tijd de zon vrij hoog staat, is er maar een kleine spiegeling. Voor een mooier beeld moet je in de winter zijn. In de koepels zitten grote rozetten en ook mooie zogenaamde kraagstenen.
Nasir al Molk-moskee, IranHet Qavam-huis is een historisch huis in de Eram-tuin. Tegenwoordig is het Naranjestan Museum hier gevestigd. Het heeft, uiteraard, een vijver en een mooie tuin. De schilderijen zijn geïnspireerd door Europese architectuur. We ontdekken zeer Nederlands aandoende schaatstaferelen in de plafonds. Ook zijn er ruimtes met talloze spiegels, zodat je jezelf veelvuldig ziet.
We drinken koffie en eten chocolaatjes in een kleine coffeeshop. Een echte coffeeshop wel te verstaan. Of liever gezegd, niet 'in' een shop, want binnen passen we niet. Er worden krukjes buiten op de stoep gezet en een kleine tafel. We zitten lekker in de schaduw te genieten van de koffie.
We rijden de hele stad door en blijven ons verbazen over het verkeer. Ook over de mensen die in de middenbermen zitten. Die is vaak een paar meter breed, begroeid met gras en bomen. Onder elke boom zit, ligt of hangt een of een groepje mensen in de schaduw van zo’n boom.
Dan is het weer tijd voor de lunch. Een broodje shoarma, deze keer. Gelukkig niet zo groot als die in Isfahan, maar wel lekker. Daarna nog een ijsje en dan gaan we terug voor de laatste siësta.
We pakken onze spullen in, checken uit om 19:30 uur en gaan naar de Koran Gate.
Een laatste diner in het favoriete restaurant van Maryam, die hier in de stad woont. Omdat we nog wat tijd over hebben, drinken we nogmaals koffie en vertrekken daarna naar het vliegveld.

Maandag 16 mei    Naar huis
Om 2:30 uur in de ochtend vertrekt het vliegtuig naar Istanboel. Omdat we met Turkish Airlines vliegen, mag de hoofddoek af, zodra we het vliegtuig betreden. Daar zijn we niet rouwig om.
De beenruimte in de vliegtuigen is krap. Wat ons betreft nooit meer Turkish Airlines.

We hebben zelf bij Pazira Travel Company een auto met chauffeur en een (vrouwelijke) gids geboekt.