Azië

Artikelindex

China: Yunnan

24 februari t/m 7 maart 2016

Voor een kleine zes weken vertrekken we met ‘de Groningers’ naar het verre oosten. We beginnen met z’n vieren in Japan. We bezoeken de winterse delen: Hokkaido met ijsfestivals, zeearenden en kraanvogels en in de buurt van Nagano de makaken die de warmwaterbassins bevolken. Dan vliegen we naar CHINA, waar in Xining nog vier mensen aankomen, voor een tocht langs kloosters, dansende monniken en grote thangka’s. Op dit moment wordt het Tibetaanse Nieuwjaar gevierd in de provincies Qinghai en Gansu. Daarna maken we een binnenlandse vlucht naar Kunming, waar we in de provincie YUNNAN rijstterrassen, markten met mensen in klederdracht, gele koolzaadvelden en rode aarde bezoeken.
China heeft een andere jaartelling. Deze wordt niet veel meer gebruikt, maar is van groot belang bij het bepalen van het Chinese Nieuwjaar. Deze jaartelling is begonnen vanaf de kroning van de eerste Chinese koning. Dat was in het jaar 2697 voor Christus. Volgens die telling leeft men nu in 4713. Het is het jaar van de aap.

JingyPeak, Yunnan

RouteChinaYunnan2

Woensdag 24 februariNaar Kunming
We komen uit Osaka – Japan en Lanzhou (zie het verslag Japan en China - Tibet).
Het is ruim een uur rijden naar het vliegveld van Lanzhou en onderweg begint het te sneeuwen. Gelukkig zijn we ruim op tijd, we checken in, nemen afscheid van de begeleiding en vertrekken naar Kunming.
Omdat het vliegtuig sneeuw- en ijsvrij gemaakt moet worden, vertrekken we met een half uur vertraging. Het is twee uur vliegen naar Kunming en onderweg krijgen we een warme bapao, gevuld met halal vlees.
We worden opgewacht door Billy en mr. Wang (alweer, heten al die chauffeurs hier mr. Wang?). We laden het busje in en rijden meteen door naar het zuiden, naar Jianshui. We gaan dwars door Kunming, een grote, drukke stad vol met enorme flatgebouwen.
Het is droog en koud, slechts een paar graden boven nul. Aan de koolzaadvelden en de roze bloesems te zien, zou het hier toch lente moeten zijn met een graad of 20. Maar het is niet anders.
Op de snelweg staan op verschillende plaatsen tolpoorten. Altijd is er een baan beschikbaar voor auto’s die een ETC-kaart aan boord hebben. Dan kun je zo doorrijden en wordt het te betalen bedrag op de kaart bijgeschreven. Aan het eind van de reis betaal je dan in één keer het totale bedrag. Die baan is altijd minder druk dan de andere banen. En soms staan daar, heel Chinees, toch automobilisten zonder kaart. Zo van: ik mag er vast wel door. Zucht.
Zhangjia Huayuan, YunnanEen half uurtje van Jianshui gaan we eerst naar Zhangjia Huayuan, een authentiek dorpje. Ze zijn hier fors aan het restaureren, maar er zijn nog wat oude huizen met mooie schilderingen. We moeten 50 yuan p.p. betalen, maar Billy weet af te dingen naar 30 p.p. We lopen het dorpje door en zien overal kleine winkeltjes. Vier jaar geleden waren we hier ook en toen hebben we nog een vrouw met lotusvoetjes ontmoet. Zij blijkt vorig jaar overleden en ze was de laatste met die voetjes. Niet verbazend, want dat ritueel was reeds in 1911 bij de omverwerping van het keizerrijk en de uitroeping van de republiek afgeschaft.
Zhangjia Huayuan, YunnanIn Jianshui zitten we in Zhu Family Garden Hotel, het prachtige hotel midden in de oude stad. Vroeger was dit het woonhuis van een rijke familie. Mooie binnenplaatsen vol met bloeiende planten: narcissen, margrieten, orchideeën. Prachtig.
We gaan meteen weer weg voor het diner, want het is al 19:00 uur en men eet hier in China vroeg. Billy weet een goed en goedkoop restaurant, dat erg populair is bij de plaatselijke bevolking. Het ziet er vol uit, maar we kunnen naar boven, gangetje door, trap op, gangetje door, trap af, gangetje door en jawel een ruimte met een paar grote tafels afgezet met open schotten. We kiezen samen met Billy een aantal schotels, want ze hebben geen Engelse kaart en ze spreken ook geen Engels. We bestellen twee schotels met eend, zoetzure kip, broccoli en groene paksoi oid. We krijgen echter ook nog een schotel met gehakt en groente. Alles is lekker en gaat schoon op. Die gehaktschotel blijkt dus niet voor ons bestemd te zijn. We willen hem wel betalen. Samen met een biertje voor iedereen zijn we slechts 229 yuan kwijt: net € 4 p.p. Dat kan wel lijden.
Weer terug in het hotel kunnen sommige mensen hun kamer niet meteen vinden. Het is ook best wel verwarrend, al die binnenplaatjes die op elkaar lijken. De kamer is koud, de douche warm, en we gaan vroeg naar bed. Lia heeft een mooi bed met gordijntjes, in de badkamer staat een prachtige waskom. De bedden zijn niet zo heel hard.

Donderdag 25 februari Naar Yuangyang
Soep, YunnanWe herinneren ons het ontbijt in het hotel van vier jaar geleden en ook de ‘across the bridge noodles’ aan de overkant van het hotel. Hoewel het ontbijt bij het hotel is inbegrepen, is de keus niet moeilijk. We twijfelen aan het exacte tentje, maar er is er maar eentje open. En dat blijkt de goede. Ze spreken geen woord Engels en wij wijzen op de gevulde schotels. Er zijn meer mensen, maar het is (nog) niet druk. Iedereen zit ons aan te staren en heeft het over ons. We krijgen allebei een braadpan met bouillon en een schotel met allerlei gerechten. We zitten op super lage krukjes. We gooien alles in de pan en gaan eten. We genieten. Het kost wel 13 yuan p.p.
We wandelen naar de oude stadsport. Het regent, maar wij hebben (als enige) een paraplu. De rest koopt er eentje voor 18 yuan, € 2. Omdat het slecht weer is, zijn er niet veel mannen met vogeltjes bij de poort. Gelukkig nog wel een paar. Vreemd om die mannen zo gebiologeerd naar vogeltjes te zien staren. Door kleine straatjes lopen we naar het tofu-centrum. Tofu, YunnanIn die oude straatjes worden allerlei huizen gerestaureerd. Aan de ene kant natuurlijk heel goed voor de plaatselijke bevolking, aan de andere kant vinden wij die oude huizen veel mooier. Er is een grote bron waar iedereen water komt halen. Ook de makers van de tofu doen dat. In huizen zitten vrouwen tofu-platen te vullen. De verse tofu wordt in lapjes gewikkeld, kleine vierkante brokken, die gedroogd worden. Als ze droog zijn, worden de lapjes er af gehaald, de brokjes apart gezet en de lapjes opnieuw gebruikt voor nieuwe brokjes. De vrouwen werken vliegensvlug. Grote platen met kant-en-klare brokken liggen er. Als we verder lopen, zien we restaurants waar men die brokjes eet. Een oud mannetje zit een enorme pijp te roken.
Met z’n vieren, de Japan-groep splitst zich af, gaan ze de Confusius-tempel bezoeken. We hebben die al eens gezien, best mooi, maar één keer is genoeg. Wij gaan op zoek naar koffie en vinden Uncle Sam. Ze spreken geen woord Engels en wij hebben ons boekje in de bus laten liggen. Gelukkig zijn er twee klanten, twee meisjes, die wat Engels spreken. Met hun hulp bestellen we zwarte koffie. We krijgen een bonnetje en worden naar boven, naar de zitjes verwezen. Maar wat er ook komt, geen koffie. Na een kwartier gaat Lia naar beneden, en o jee vergeten, en komt terug met twee grote bekers. De andere klanten krijgen bij de bestelling allemaal een alarmapparaatje, maar in de consternatie zijn ze die bij ons waarschijnlijk vergeten. Lekker, echte koffie.
We lunchen in een groot restaurant, waar iedereen bij een balie zelf zijn kommetje noedels moet gaan halen. Chinezen proberen voor te dringen, maar we zijn ondertussen erg bedreven om ze tegen te houden. Een Chinees wil een foto van onze tafel maken: allemaal buitenlanders die op z’n Chinees zitten te eten!
Markt, YunnanEr rijden veel elektrische Indische Brilvogel, Yunnanbrommers/scooters rond. Blijkt, dat als je een elektrisch gevaarte koopt, daar geen rijbewijs voor hoeft te halen. Voor de andere wel. Zo probeert de regering de elektrische populair te maken.
De rit naar het zuiden is vrij saai. De natuur is niet geweldig: wat pijnbomen, wat lage struiken, veel dorpjes, steden, druk verkeer. Heel anders dan in Qinghai. De mist die er grotendeels van de dag hangt, helpt ook niet echt mee. In een dal, bij de afslag naar Yuangyang is het markt met alleen maar fruit: jackfruit, ramputans, bananen, ananas. We herinneren deze markt van vier jaar geleden. In de kale boom met rode bladeren zitten kleine vogeltjes. Op de foto zien we pas, dat deze geel gekleurd zijn.
Het Yunti Hotel ligt in de oude stad boven op de berg. In de regen en in de mist. Dat belooft weinig rijstterras voor morgen. We zullen het zien. De kamers hebben gelukkig verwarming. Wat niet altijd vanzelfsprekend is.
In het gebouw aan de overkant, dat bij het hotel hoort, drinken we een biertje en maken ondertussen het verslag. Hier is het koud en we houden onze jassen aan. Om 19:00 uur komt de groep en eten we gezamenlijk aan een ronde tafel. Het wordt steeds goedkoper: we zijn nog geen 200 yuan kwijt met z’n achten (€ 28).
Op de bedden in de kamer liggen elektrische dekens. Lekker!


Vrijdag 26 februari Via Niujao Zhai-markt naar Duoyishu
Het is mistig als we de gordijnen open trekken. Vandaag gaan we een markt bezoeken en rijstterrassen bekijken. Het weer belooft niet veel goeds.
Het ontbijt is zeer uitgebreid en wij gaan voor een grote kom noedelsoep. Smaakt altijd en brood met ei eten we thuis wel weer.
We kopen hier toegangskaartjes voor de rijstterrassen. Er is één kaartje voor drie plaatsen, die je allen eenmaal mag bezoeken. Een kaartje kost 100 yuan, maar in het hotel bieden ze het aan voor 85. En we betalen 80 yuan, omdat we geen bonnetje hoeven.
Niujao Zhai-markt, YunnanThuis hebben we uitgepuzzeld wanneer op welke dag in de week een markt in deze buurt is. Dat valt nog niet mee, want hoewel het allemaal weekmarkten zijn, heeft Laomeng een zevendaagse week, Majie een zesdaagse en Chenchun en Niujao Zhai vierdaagse weken.
We rijden naar de Niujiao Zhai Markt, die wat lager in de bergen ligt. Er is een nieuwe weg aangelegd en we kunnen er met onze bus heen. Wel staat ergens een vrachtwagen zo geparkeerd, dat er geen twee auto’s tegelijkertijd kunnen passeren. Niujao Zhai-markt, YunnanAan de andere kant staat een bus, die er niet door kan. Wij moeten daar op wachten. En wat doen dan de Chinezen achter ons? Die halen alle auto’s die achter ons staan te wachten in, waardoor er twee rijen auto’s op de weg komen te staan. En die bus er dus van z’n leven niet meer door kan. De Chinezen willen niet achteruit rijden: op de eerste plaats is dat gezichtsverlies en op de tweede plaats kunnen de meeste dat gewoon niet. Men kan wel voorruit rijden, maar achteruit? Ze hebben totaal geen idee hoe ze moeten sturen. Toch gaat er eindelijk eentje achteruit en kan alles weer rijden.
We zien niets van de omgeving, daar is het te mistig voor. Maar als we een bocht om gaan, zien we ineens een stukje rijstterras liggen. De bus kan daar toevallig parkeren en snel maken we wat foto’s. We hadden niet vijf minuten later moeten komen, want als we weer verder gaan, is het terras in de mist verdwenen.
Bij de markt wordt het steeds helderder en ook de bergen in de omgeving laten zich zien. Op de weekmarkt komen mensen uit de omgeving voornamelijk eten en kleding kopen. De kippen en eenden zijn erg populair. Er wordt niet zachtzinnig met ze omgesprongen. Ze worden vervoerd in kartonnen dozen waar uit een gat de kop steekt. De kleinere zitten in plastic zakjes, ook met hun kop er uit. Veel vrouwen lopen in klederdracht, maar wel met een jas er over heen. Zo warm is het niet. We zien veel Yi, Hani en Zhuang-mensen. Allemaal zeer kleurrijk. We zien slechts één kindje met een mooie muts. De rest draagt geen hoofddeksel.
We rijden verder naar Pugalaozhai Village waar Jacky’s guesthouse ligt, waar we vanavond zullen overnachten. Dat ligt bij Duoyishu, een mooi uitzichtpunt.
Begrafenismaal, YunnanTerras, YunnanDe lucht trekt steeds verder open en we zien steeds meer rijstterrassen. Sommige zijn erg groot. Ze glinsteren mooi en bomen en struiken spiegelen prachtig in het water. We maken een kleine wandeling dwars door de terrassen over smalle en soms glibberige dijkjes. We stuiten op een groot plein vol met etende mensen. Het blijkt een begrafenismaal. Iedereen zit om ronde lage tafels te eten. De vrouwen dragen blauwe doeken en mooie sieraden; de mannelijke naaste familie draagt een witte band om het hoofd. We kijken even en lopen dan weer door. We zien wat eenden, ganzen, kleine vogels en varkens. Bij Pa Da is vandaag het mooiste en grootste terras te zien. We moeten een stukje lopen over trappen en zien dan de uitgestrekte velden voor ons liggen. Geweldig!
PugalaozhaiVillage, YunnanBij Jacky’s Guesthouse kiezen we, heel sociaal, voor een kamer op de vierde verdieping. Daar ligt er nog een; de andere liggen op de derde. Wat schetst onze verbazing als blijkt, dat eerst iedereen naar de vierde moet en voor de derde verdieping weer een trap naar beneden moet. Grappig. Bovendien ligt voor onze kamer een groot terras met uitzicht op het dorp en de terrassen. De zon komt een beetje door en zet de bomen en terrassen in een mooie gloed.
We eten met z’n allen beneden. We kunnen kiezen tussen noedels met groente en ei of rijst met groente. Het bier mogen we zelf uit de koelkast halen.
Het is overal koud. Nergens is verwarming. Niet in de eetkamer, niet in de slaapkamers. Gelukkig hebben de bedden wel elektrische dekens, die we aan zetten voordat we gaan eten. Na het eten zijn de bedden lekker warm. Er ligt een dekbed op en nog een aparte dikke deken. Zo krijgen we het niet koud. We gaan meteen naar bed, want het is te koud om er buiten te blijven.

Zaterdag 27 februari Via Shenchun-markt naar Laomeng
Pugalaozhai Village, YunnanPugalaozhai Village, YunnanGoed 7:00 uur wordt het licht en gaan we buiten kijken naar de zonsopkomst. Voor onze kamer is een groot terras waar meer dan genoeg plaats is voor ons achten. Als we naar de berg achter ons kijken, zien we daar het uitzichtpunt van Duoyishu, waar je moet betalen, en we zien daar honderden toeristen. Als het er geen duizenden zijn. Het zijn allemaal Chinezen met enorme toeters van camera’s en grote statieven. Deze hele reis zien we geen westerse toeristen. Wel veel Chinese.
Langzaam kleurt de lucht een beetje oranje en de met water gevulde terrassen kleuren mee. Prachtig. Wat een mazzel hebben we met het weer. Als we twee dagen eerder waren gekomen, hadden we door de mist helemaal geen rijstterras gezien. Het schijnt hier 300 dagen per jaar mistig te zijn.
Het ontbijt is of dezelfde noedels als gisterenavond of westers met brood, jam en gebakken ei.
ShenchunMarkt, YunnanShenchun-markt, YunnanWe rijden naar Chenchun voor de markt. Hier zien we veel zwart/paars/blauwe Hani en Yi. De Hani dragen veelal blauwe doeken; een enkeling draagt nog een hoofddeksel helemaal van wol gemaakt. Er zitten schoenmakers, eendenplukkers, borduursters, kraampjes waar je kunt eten, snoepjes en koekjes kunt kopen. Ze verkopen ook sprinkhanen (om op te eten). Een enkel kindje draagt nog een mooi hoofddeksel met zilveren versieringen. Mannen zitten grote pijpen te roken. Mensen lopen met grote rieten rugzakken, waar we regelmatig een eend z’n kop uit zien steken. Op de vee-afdeling staan mannen varkens te verkopen. De biggetjes worden in rieten manden gepakt, waar de pootjes uitsteken of ze worden aan een touw meegenomen. Maar dat willen de biggetjes niet. Het is een gekrijs van jewelste.
Ook hier zijn Chinese toeristen, die echter liever foto’s van ons maken, dan van de plaatselijke bevolking.
In de omgeving bezoeken we het champignonnen-dorpje. Een dorp met aparte rieten daken. De mensen zijn hier wat traditioneler gekleed. Een man met een rugzak loopt mooi op een randje door de rijstvelden die een beetje in de mist liggen. Oma’s hebben de kleine kinderen op de rug. We mogen bij een familie in het huis kijken, waar binnen een groot kookhoek staat, waar het vlees hangt te drogen.
Voor de lunch kunnen we kiezen tussen rijst met groente en ei of rijst met groente en vlees. Een beetje flauw.
Dan rijden we naar Laohuzui waar een groot terras is. Je kunt dit zowel van boven als van een lager stuk bekijken. Sommige delen kleuren geel, andere groen, andere ‘gewoon’ water. We lopen de meer dan 400 trappen naar beneden voor een nog mooier uitzicht. Overal staan grote statieven klaar voor de zonsondergang. Wij zijn daarvoor aan de vroege kant, het duurt nog zeker twee uur. In minder dan tien minuten zijn we weer boven; onze conditie valt ons mee. Als wij vertrekken, komen er hele hordes Chinezen naar binnen. Voor die zonsondergang, die vandaag helemaal niets wordt. Maar ja, je hebt toegang betaald en je bent er maar een dag, dan doe je dat toch. De chauffeur en gids zijn blij, dat wij willen vertrekken, want na een mooie zonsondergang is het verkeer altijd een puinhoop. Velen willen vertrekken, maar een aantal wil eerst eten, parkeert andere auto’s in, en weigert opzij te gaan. Echt Chinees!
Laohuzui, YunnanWij overnachten in Laomeng in het bHani, Yunnanasic Jinjiali Hotel, dat erg mee valt. Het enige is, dat de bedden wel heel hard zijn. Hard is een beetje gewoon in China, maar dit is wel heel erg. Na het eten halen we dan ook maar een paar extra biertjes (voor € 0,35 per blikje), zodat we beter zullen slapen op die harde bedden.
Het eten doen we in een restaurant dicht bij. We bestellen zes verschillende schotels. Erg lekker en erg goedkoop. Inclusief zeven halve liters bier en een cola zijn we 160 yuan kwijt: € 2,80 p.p. Het moet niet gekker worden. De gids en chauffeur eten o.a. pittige gefrituurde sprinkhanen. Wij mogen ook even proeven en die gelegenheid laten we natuurlijk niet aan ons voorbij gaan.
Na het eten lopen we met Gerard even de plaats in om een ontbijtplek voor morgenochtend te zoeken. We kunnen niet in het hotel eten. We komen langs wat supermarkten en ook langs het ziekenhuis. Een grote, hel verlichte ruimte met grote ramen zonder gordijnen, zodat iedereen zo naar binnen kan kijken. Beetje absurd.
Het is hier een lekkere temperatuur; een heel verschil met vanochtend. Het scheelt misschien wel 15°.


Zondag 28 februari Zondagsmarkt in Laomeng, naar Honghe
Ontbijt, YunnanWe hebben goed geslapen ondanks de harde bedden. We zullen er aan gewend zijn.
We ontbijten op straat. Billy koopt bij de ene tent een paar zakken noedels en bij de andere gaan we noedelsoep eten met die gekochte noedels.
Vandaag is de zondagsmarkt (een zevendaagse week) met Dai, Miao, Yi, Zhuang en Hani-mensen. Het is een enorm grote markt en we kijken onze ogen uit. Net als de plaatselijke bevolking, die naar ons kijkt. We zijn de enige buitenlanders; er zijn gelukkig geen Chinese toeristen.
Het is zowaar warm vandaag. De nevel trekt snel op en dan komt de zon te voorschijn. Liepen we eergisteren nog diep weggedoken in onze jassen en droegen we handschoenen, vandaag lopen we in T-shirts.
Het is er druk en zeer, zeer kleurrijk. De Miao dragen geplisseerde kleurige rokken met aan de achterkant een heleboel kraaltjes en geborduurde jasjes. Sommige hebben ook nog zilverwerk op hun kleding zitten. Veelal dragen ze een hoofddoek.
Laomeng-markt, YunnanWe gaan eerst naar de dierenafdeling. Heel veel kuikentjes in ronde manden. Lichtgele en bruine kippenkuikens en zwartgele eendenkuikens. Een vrouw wroet door de diertjes en vindt er af en toe eentje die haar bevalt, die ze vervolgens in een kartonnen doos flikkert. Er wordt niet zachtzinnig met dieren omgegaan. Een man sleept een hondje voort, dat duidelijk niet wil en zijn hakken in het zand zet. Ook de varkens willen niet met nieuwe eigenaren mee. Ze krijsen en zitten volgens ons onder de stress. Kippen en ganzen lijken makkelijker mee te gaan met hun nieuwe baasjes. Ook worden konijntjes aangeboden.
Ook zien we een aantal ‘botervlootjes’. Zo noemen wij de Indigo Yao uit Pinghe vanwege hun hoofddeksels. Dat is een hoog zwart doek over een soort rubberen vlechtwerk met daarop een zilveren schaaltje wat op een botervloot lijkt. We hadden ze hier niet verwacht, want ze wonen hier toch wel een eindje vandaan. Mooi zijn ook de roze slierten die ze aan de voorkant van hun jasjes dragen.
Laomeng-markt, YunnanVerder zien we één vrouw met een hoed met sliertjes, draden en zilverwerk. Sommige dames dragen een soort puntmuts met daarover heen een doek. Het zijn niet de Rode Yao uit Jinping, maar Yi of Hmong zoals ze in Vietnam genoemd worden.
We dwalen over de markt en vooral op de groenteafdeling zijn mooie mensen. We genieten.
Om 11:00 uur gaan we uitchecken en willen we vertrekken naar Honghe. Het verkeer staat echter helemaal vast. Grote vrachtwagens moeten door de straten. Die zijn niet al te smal, maar wel als er tegemoet komend verkeer is en de straat volstroomt met brommers en motoren. En die weigeren allemaal aan de kant te gaan. Het is ongelofelijk, maar ze proberen zich door de kleinste openingen te wringen. Als ze gewoon de auto’s voor zouden laten gaan, is er niets aan de hand. Waar is de politie als je ze nodig hebt? Op een gegeven moment proberen twee mannen de boel een beetje te regelen en dat helpt. Omdat er ook nog auto’s staan, midden op de weg, zonder bestuurder, die dus zeer hinderlijk in de weg staan, gaat het toch twee uur duren voor we verder kunnen. Dit is zo typisch Chinees. Men realiseert zich totaal niet, dat als iedereen even aan de kant gaat, het verkeer zo verder kan. Men ziet het niet of wil het gewoon niet zien. Achteruitrijden of aan de kant gaan, is natuurlijk ook gezichtsverlies. En als er in China iets erg is.... Het schijnt hier elke zondag zo’n puinhoop te zijn.
Laomeng-markt, YunnanHet voordeel is, dat als we staan te wachten, we een Rode Yao uit Jinping zien. De enige deze reis. De Rode Yao is een vrouw met opgeschoren hoofd, een pyjama-achtige broek en tuniek en een rode puntmuts op haar hoofd. Prachtig. Met enig aandringen, wil ze met Martijn wel op de foto. Martijn in zijn Joomla-shirt wil elke reis met een lokale schone op de foto. En dat is weer gelukt.
We rijden naar Honghe. Onderweg zien we veel bananenbomen waarvan sommige trossen nog in blauwe zakken hangen. De meeste bananen zijn al van de bomen af. Het afval, het witte en blauwe plastic wordt ‘gewoon’ in de rivier gegooid.
We gaan nog naar een dorpje met Yi-mensen. Hier komt één keer per jaar een buitenlander. We hebben dan ook veel bekijks. De kinderen lopen achter ons aan. Op een hoekje zitten vrouwen kleren te borduren en kraaltjes op te naaien. Wat een monnikenwerk. Een vrouw toont ons een jasje en rok. Wat een werk moet dat zijn geweest. Ze gaat zich voor ons omkleden en draagt er ook een bijpassend mutsje bij. Prachtig.
Yi-dorpje, YunnanVeel oudere vrouwen hebben tatoeages op hun armen en handen. De kinderen komen belangstellend dichterbij; de opgeschoten jongens en mannen houden zich op de achtergrond. Iedereen is bijzonder vriendelijk; in het begin soms wel wat verlegen.
Er worden zoveel bananen verbouwd, dat er een overvloed is en men ze aan de varkens voert. Wij krijgen een grote zak gratis mee. Er vliegen veel mooie gekleurde vlinders rond.
We rijden verder en komen weer bij Laohuzui, het uitzichtpunt bij het grote rijstterras. Wij hebben geen zin om hiervoor 100 yuan te moeten betalen. Het weer is wel beter dan gisteren, maar of we nu zoveel beter zicht hebben? Even verderop zien we de terrassen zomaar liggen. Je kunt niet zo gemakkelijk parkeren, maar het kan wel. En dan hebben we gratis zicht. Het blijft prachtig!
Yi-dorpje, YunnanHet eerste stuk van de weg is vrij slecht: wat asfalt om de gaten; daarna wordt het meer asfalt om een paar gaten. Wel moet de bus af en toe in de remmen voor de geiten en koeien op de weg. De weg is mooi: de bergen worden steeds hoger; ze zijn ruig, soms begroeid en soms een dorpje.
In Honghe zitten we in een groot, leeg hotel. Het is pas een jaar oud en we hebben een ruime kamer met twee grote bedden. We eten bij een restaurant in de buurt. De lage tafels zijn bezet en iedereen zit ons aan te staren. Binnen is nog een grote tafel vrij en we bestellen weer van alles wat. Het zoetzure varkensvlees bevalt ons zo goed, dat we een tweede portie bestellen. Nieuw voor ons zijn de kleine visjes met gefrituurde groente. We zullen het ook eens een keer niet lekker vinden. Wel wat ‘duurder’ vanavond: 233 yuan. Fooi wil men hier niet. Dat kennen ze niet. Wel zo prettig.
Samen met Karin en Gerard kopen we nog wat bier voor op de kamer: 5 yuan, € 0,90 voor een fles van 600 ml.

Maandag 29 februari Honghe
We zien de zon als een rode bal opkomen. Zo zie je die niet vaak. Jammer, dat we nu niet bij Jacky’s Guesthouse zitten. Maar het belooft vandaag een vrij zonnige dag te worden. Gelukkig is er weer geen mist. We treffen het wel.
Het ontbijt is in een grote, lege eetzaal. We kunnen zowel westers als Chinees eten. Wij gaan, uiteraard, voor de noedelsoep en nemen daar een gekookt ei bij.
Rijstterras, YunnanRijstterras, YunnanVandaag rijden we een rondje rijstterrassen bij Yia Yin en Bao Hua, ongeveer 190 km. De eerste rijstterrassen zijn niet zo helder; het is wat heiig. Vier bussen met Chinezen achtervolgen ons. Zij hebben deze plek dus ook al ontdekt. Vier jaar terug waren die er nog niet. Gelukkig zijn we ze snel kwijt; ze rijden niet het hele rondje wat wij doen.
De weg gaat continu omhoog en omlaag. Ons hotel ligt op 400 meter en onderweg komen we op 1.800 meter. We stoppen nog een paar keer langs de kant van de weg en op een paar plaatsen hebben we prachtig uitzicht. Ook hier zijn de terrassen uitgebreid; misschien niet zo mooi als bij Laohuzui, daar zat meer kleur in het geheel. Hier vliegen een paar arenden over; dat was daar weer niet. Wij zijn niet ontevreden.
Het weer is prima. Vaak zonnig en dan is het meteen warm. Jas en trui uit; dan komen we weer ergens in de schaduw en gaat de trui weer aan. Zo blijven we bezig.
Dai-dorpje, YunnanWe bezoeken nog wat dorpjes in de omgeving. Eerst een Hani-dorp waar de mensen niet aardig en vriendelijk zijn. Een Dai-dorpje is wel leuk.
De sleutelkaartjes in het hotel werken weer eens niet en iemand moet alle kamers open komen maken. Lia gaat daarom alleen bier halen voor ons en Gerard, zodat er iemand in de kamers blijft. De man van de drankhandel herkent haar al. Zoveel buitenlanders zitten hier nou ook weer niet.
Het eten is elke avond een feest. Elke dag bestelt een groepje het eten en kiest verschillende schotels. Gisteren hadden ze geen kip, maar Billy, onze gids, is vanmiddag nog hier geweest en heeft gezegd, dat we vanavond weer komen eten. En dus heeft de eigenaar een kip gekocht. Het smaakt elke avond en elke avond gaat alles schoon op. Van de eigenaar krijgen we een glaasje eigen gestookte sterke drank aangeboden. Deze zit in een grote glazen fles waar onderin een slang ligt.

Dinsdag 1 maart Via Majie-markt naar Kaiyuan
De lucht kleurt mooi net voor we de zon achter de bergen zien verschijnen.
Majie-markt, YunnanWe gaan op weg voor de laatste markt deze reis: de Majie-markt. Die ligt hoog in de bergen en is onbekend bij onze gids en chauffeur. Men is duidelijk geen toeristen gewend: zodra we aankomen, draaien alle hoofden onze kant op en we worden gedurende het gehele verblijf uitvoerig bekeken. Er zijn geen Chinese toeristen. Het is een mooie markt met Hani, Yi, Dai en Yao-mensen. Zeer kleurrijk. De Hani dragen hier voornamelijk groen in plaats van blauw en is daarmee ongetwijfeld een andere tak. Zoals altijd zitten er veel mensen te eten. Bij de tofu-tentjes worden bonen gebruikt om te weten wie hoeveel tofu heeft gegeten. Een paar kleine kinderen dragen mooie hoedjes en één meisje een mooi rijk bewerkte jurk. Twee Indigo Yao-vrouwen halen met grote snelheid een mand kuikentjes leeg en met hun armen vol beesten liggen ze in een lachstuip voor ze die in een doos gooien.
Gelukkig is het droog zonnig weer. Als het zou regenen, zou iedereen een jas over de mooie kostuums aantrekken, die je dan niet goed meer kunt zien. Er lopen nogal wat oude mensen met weinig tanden in hun mond.
Majie-markt, YunnanWe kopen een zakje pindarotsjes zonder chocolade. Het is een stukje karamel gevuld met pinda’s. Erg lekker.
De gids is helemaal enthousiast en ook de chauffeur zien we over de markt slenteren en inkopen doen. Wij hadden deze markt zelf gevonden en opgenomen in ons programma. Misschien wordt het wel standaard.
Dicht bij de bus is een alcoholstokerij. We mogen twee soorten drank proeven, waarbij degene die het lekkerste is, twee keer zo duur is als de ander. Voor een halve liter zijn we 20 yuan kwijt, ongeveer € 2,80. Het wordt wel nippen, want er zit 53% alcohol in.
We vertrekken weer en na tien minuten rijden bezoeken we een Dai-dorpje. Het is er niet druk; de meeste mensen zijn op de markt. Men is vreselijk vriendelijk en wil niet op de foto, omdat ze hun gewone kloffie aan hebben. Een oude vrouw van 83 jaar zit op een paar stenen mooi te wezen. Ze heeft een mooie hoofddoek, waaronder een mooi hoedje blijkt te zitten. Krukjes worden aangesleept, suikerriet wordt afgesneden en men gaat rond met hard gekookte eieren. We zitten een poosje te babbelen, voor zover je dat babbelen kunt noemen, want we verstaan elkaar voor geen meter. Oma vindt het fantastisch om de foto’s terug te kijken. Dai-dorpje, YunnanOf we willen lunchen. Ze vragen het wel vier keer voor we toestemmen. Een tafel en bankjes worden aangerukt. Er zit een hele groep mannen te eten, die in het dorp meehelpt om de suikerriet te oogsten. Onze tafel wordt helemaal vol gezet en de mannen krijgen ook nog een borrel. Een paar mooie kindjes zijn bang van ons; er kan geen lachje af en zodra we een vinger naar ze uitsteken, kruipen ze achter moeders rokken. Op het eind gaan we met iedereen op de foto. Zij blij, wij blij.
Onderweg naar Kaiyuan bezoeken we een moskee. Een grote, nieuwe moskee is het. De vrouwen gaan er niet in, want ze hebben geen hoofddoek bij zich. De rokers worden naar de overkant van de straat verbannen. Majie-markt, YunnanOp het moskeeterrein mag niet gerookt worden. Een paar mannen gaan naar binnen. Doordat iemand die rokers wegstuurt en dus niet meteen binnen in de moskee staat, dringen de mannen helemaal in de moskee door tot de gebedsruimte. De meeste toeristen komen niet zo ver. Ze worden, met zachte hand, weggestuurd, ook omdat ze hun schoenen op de verkeerde plaats hebben gezet.
In Kaiyuan zitten we in een luxe hotel midden in de stad. Het ziet er uit als een welvarende plaats. We eten in een eetstraatje. Zoals gewoonlijk liggen die restaurantjes allemaal bij elkaar in de buurt. Iedereen staat ons naar binnen te praten en wij laten de keus aan Billy en Mr. Wang. Ze hebben kip en rundvlees; geen varkensvlees, want dit is een moslimplaats. Ze hebben wel alcohol en bier verkopen ze per fles en per kan van anderhalve liter. Die proberen we natuurlijk uit. We hebben ook onze halve liter ‘water’ meegenomen en Billy en Mr. Wang lusten daar wel een glaasje van. Het is weer spotgoedkoop vandaag. Voor acht gerechten betalen we 246 yuan, zijnde € 4,30 p.p.
Op de terugweg naar het hotel wordt op een plein volop gedanst. Iedereen maakt bij een bepaalde wijs dezelfde danspasjes. De een wat soepeler dan de ander.


Woensdag 2 maart Naar Puzhehei
Puzehei, YunnanVandaag gaan we naar Puzhehei, iets meer naar het oosten. Wij rijden een saaie route over de snelweg en we doen er drie uur over. We bezoeken onderweg een dorpje, maar dat is saai. Er is haast niemand te bekennen. Een ossenkar, een vrouw met een os aan een touw, wat wasvrouwen.
Puzhehei staat bekend om zijn karstgebergte. Een prachtig gebied. En laat het maar aan de Chinezen over om dat te verpesten, hoe ze daar een grote poppenkast van moeten maken. Vóór het karstgebergte is een lange rij lelijke huizen gebouwd, zodat je alleen de toppen nog ziet. Tientallen paarden met wagens rijden zonder passagiers rond, elektrische auto’s idem dito. Er liggen duizenden boten aan de kant waar mensen voor het belachelijke bedrag van 200 yuan een paar uurtjes mee rond gevaren kunnen worden. Geen wonder, dat ze allemaal langs de kant liggen. Bruinborstbuulbuul, YunnanEn wat te denken van de honderden, als het er geen duizenden zijn, eetstalletjes. Dat is een compleet dorp waar ook bijna niemand is. Hoe moeten de mensen hier overleven? Nou is het wel zo, dat is juli/augustus, als hier de lotusbloemen in bloei staan, het afgeladen druk is. Dat zien we aan de dranghekken bij de boten. Maar moeten de mensen in die periode zo veel verdienen, dat ze daar de rest van het jaar mee door komen?
We rijden een stukje rond met de bus, maar zien niet echt mooie weerspiegelingen in het water. Er staat een beetje te veel wind. Het wateroppervlak is niet glad. Dicht bij het hotel wandelen we een stukje en met de kale bomen die voor het water staan, leveren die de mooiste plaatjes op. We zien een groepje van een stuk of tien vrouwen uit een andere provincie die ook toeristen zijn. Het zijn Zhuang. De dragen allemaal dezelfde paarse broek, gele hes en mooie hoeden. Ze gaan in een bootje zitten, maar op zo’n manier, dat we denken, dat dat voor hen de eerste keer is. Ze gaan ook niet varen, maar stappen giechelend weer uit.
Ondergaande zon, YunnanWe kopen een biertje, dat we voor het hotel in de zon opdrinken. Want zonnig is het vandaag wel. Het voelt ook meteen lekker warm aan.
Het enige mooie wat wij vinden is de zonsondergang boven op een berg. Daar zijn we natuurlijk niet de enige, maar het is wel mooi. Bijna vierhonderd treden naar boven moeten we op. Het is druk en het gaat langzaam, want al die Chinezen zijn niet zo snel. Bovenop is een klein platform en wij vinden een mooi plaatsje er net buiten en we zitten op de rotsen. En wat gebeurt er, o wonder: er zijn Chinezen die vooraan met grote statieven staan, die andere mensen regelmatig voor laten om foto’s te maken. Dat is voor het eerst in China, dat we dat zien. Er zijn geen westerse toeristen.
We hebben mooi zicht op het karstgebergte met daarvoor wat gele koolzaadvelden en daar weer voor plassen water. Regelmatig laat de zon zich even zien en schittert dan in het water. De lucht kleurt wat oranje en de plassen kleuren mee. Prachtig.
We eten in een restaurant iets verderop. De dichtstbijzijnde zijn te toeristisch. We kiezen een tent waar al flink wat mensen zitten te eten. Er worden allerlei schotels gekozen en met z’n allen zitten we daar lekker van de peuzelen.

Donderdag 3 maart Naar Luoping
Na het ontbijt vertrekken naar het noorden, naar Luoping. Hoe dichter we daar bij komen, hoe geler het wordt. Fel geel. Heel fel geel. Enorm grote uitgestrekte velden vol met koolzaad. Zo ver als je kunt kijken. Het is soms zo fel geel, dat het zeer doet aan de ogen. Het steekt prachtig af tegen de donkere bergen en de blauwe lucht. Fijn, dat de zon schijnt; dat maakt het nog mooier.
Luoping, YunnanWe rijden naar een uitzichtpunt waar het druk is met Chinezen. We hebben nog mazzel: drie dagen geleden was het koolzaadfestival en verschrikkelijk druk met Chinezen. De meeste zijn terug naar huis, maar er blijven er nog (veel te) veel over naar onze zin. Ook hier zijn geen westerse toeristen. Dat is in ieder geval wát.
Waar we ook rijden, overal is het geel. Oogverblindend. Waanzinnig. Er zijn eigenlijk geen woorden voor.
Het koolzaad trekt ook bijen aan en we zien af en toe verschillende bijenkassen staan. Martijn gaat daar videoën en wordt prompt gestoken. Lia heeft en pincet, Karin alcohollapjes om te ontsmetten en azaron tegen het opzetten. De angel wordt uit Martijn gehaald, alles wordt ontsmet en we leven weer verder.
Bij een uitzichtpunt zijn grote parkeerplaatsen met veel vrije plaatsen. Maar toch parkeren verschillende mensen gewoon op de weg, wat het doorgaand verkeer belemmert. Er staat een auto in de weg waar de chauffeur in zit. Deze moet een meter naar voren rijden, zodat het overige verkeer er door kan. Het duurt vijf minuten voordat de chauffeur bereid is om dat te doen. Als dat in Nederland zou gebeuren, zou hij allang uit de auto zijn gesleurd. Bij, YunnanHoe arrogant kun je zijn. Het zijn ook vaak de chauffeurs van grote, dure auto’s die niet kunnen rijden en behalve een dure auto ook een rijbewijs hebben gekocht in plaats van ‘gehaald’.
In de tussentijd regelen we, dat Billy een taart regelt voor Karin, die morgen jarig is. Als wij in het hotel een biertje met Gerard zitten te drinken, komt hij terug met een grote doos, gebaksbordjes en –vorkjes. We kopen ook nog een fles rode Spaanse wijn. De taart is voor morgenvroeg (hij staat in het restaurant in de koeling) en de wijn voor ’s middags.
’s Avonds gaan wij hotpotten, terwijl de rest ‘gewoon’ Chinees eet. Wij zitten in een apart hokje en de anderen naast ons in een ander hokje. Een kleine jongen komt ons met zijn smartfoon openlijk fotograferen; bij de anderen doet hij dat stiekem om het hoekje.
Op de weg terug naar het hotel zien we oudere mensen dansen. Jeannette en Caroline gaan mee doen. De rest kijkt toe. Op een pleintje even verderop is de jeugd bezig; duidelijk op andere muziek. Het schijnt niet veel voor te komen, dat de jeugd ook danst. Een klein jongetje is helemaal enthousiast en is erg actief. Hij rent en danst als een gek in het rond.

Vrijdag 4 maart Naar Kunming
Karin is jarig. Iedereen behalve Karin is een kwartier voor de afgesproken tijd in het restaurant voor het ontbijt om haar stoel met slingers en ballonnen te versieren en de taart klaar te zetten. Daar zitten naast bordjes, vorkjes en gebakschep ook kaarsjes bij. Als ze aan komt lopen, steken we die aan en zingen het lang-zal-ze-leven. We hebben ook nog een kaarsje, dat muziek maakt als je dat aansteekt. Een mooie verrassing voor Karin. De taart smaakt trouwens prima; helemaal niet mierzoet zoals we verwacht hadden.
We gaan eerst de watervallen van Juilong bekijken, voordat we naar Kunming vertrekken.
Juilong, YunnanDichtbij de watervallen staan twee enorme betonnen pilaren op de weg. Dicht bij elkaar. Elke auto die daar niet door past, moet via een veldje omrijden. Daar staat een mannetje dat ons tegen houdt en waar je moet betalen. Het is toch van de zotte. Stel je voor, dat wij dat voor onze deur zo gaan doen. De Chinezen proberen werkelijk overal een slaatje uit te slaan. Als het aan ons had gelegen, waren we zo door gereden. Op het moment, dat wij worden tegengehouden, kan achter ons namelijk niemand meer verder. We hadden zo door kunnen rijden, want er was geen hek of zo, alleen dat mannetje. De chauffeur betaalt. Het is maar liefst 50 yuan.
De toegang voor de watervallen bedraagt 100 yuan. Ook niet mis. Op de brug net er voor staan enorme reclameborden, zodat je de watervallen vanaf daar niet kunt fotograferen. Wil je met de kabelbaan omhoog, moet je daar weer apart voor betalen. Het is hartstikke druk en blijkbaar loont het dus de moeite. Het valt wel op, dat er alleen maar Chinezen zijn. Geen westerse toeristen. Je moet ook nog betalen om de bus te parkeren en al met al wordt het zo een dure geschiedenis. Vooral omdat het maar een paar gewone watervallen zijn. Ze zijn niet echt spectaculair. We lopen naar boven (zowaar gratis) waar we mooi uitzicht hebben op de watervallen en de daarnaast gelegen gele koolzaadvelden.
Men moet het hier wel hebben van deze tijd van het jaar. Alleen als het koolzaad in bloei staat, komen er toeristen. De rest van het jaar is het stil.
Eend, YunnanDaarom moeten we waarschijnlijk ook al bij de trappen bij Jingy Peak betalen. Trappen die er al tientallen jaren liggen en waar de plaatselijke bevolking ineens ‘tol’ gaat heffen in de vorm van 10 yuan. Ook parkeren moet je betalen. Het uitzicht is wel mooi, maar het moet niet gekker worden. Er staan aan de weg tientallen ossenkarren en eettentjes voor de toeristen. Het is een grote geldklopperij en eigenlijk niet leuk meer.
We rijden in een kleine vier uur naar Kunming. In de stad is het erg druk en het verkeer krioelt overal dwars door heen. We hebben het idee, dat velen eigenlijk niet kunnen rijden. Men houdt totaal geen rekening met elkaar. Iedereen gaat voor zijn eigen belang. Het verbaast ons, dat er niet veel ongelukken gebeuren.
Karin trakteert ons op een etentje. We eten overheerlijk met o.a. pannenkoekjes met saus, groente en eend, momo’s en heet runvlees. Je kunt merken, dat we in de grote stad zitten: we moeten betalen voor de thee die we niet besteld hebben en als toppunt ook voor de servetjes en het gebruik van de eetstokjes. Jammer, dat we dat niet vooraf geweten hebben.

Zaterdag 5 maart Naar Hongtudi
Lake View Park, YunnanNa het ontbijt gaan we eerst naar het Lake View Park, dicht bij het hotel. Een groot park met veel water, veel bomen en veel groen. Op het water komen honderden meeuwen af. Dat heeft ook te maken met mensen die die beesten voeren. Er staan veel stalletjes die brood en nootjes verkopen en er zijn nogal wat mensen die dat kopen en proberen de meeuwen uit hun hand te laten eten. De bootjes die er liggen waar toeristen mee rond kunnen varen, zien wit van de stront. Ziet er niet echt aantrekkelijk uit. We zien een paar eekhoorns die van boom naar boom springen. Grijze eekhoorns met roodbruine buik. Er zitten nog maar een paar roze bloesems aan de perzikbomen, de rest is al uitgebloeid. Wel staan er nog wat witte bloesems en de bomen lopen uit met mooie lichtgroene bladeren. Pallas eekhoorn, YunnanTussen die bomen zijn veel mensen oefeningen op muziek aan het doen. Veel hebben daar speciale kleding voor aan. Het ziet er sierlijk uit.
We hebben nog een half uurtje over voor we naar Hongtudi, het gebied van de Rode Aarde, vertrekken. In een tegenover het hotel gelegen tentje drinken we echte koffie. Normaal is de koffie niet te drinken in China, vaak is deze niet eens herkenbaar als koffie, maar hier staat een professioneel apparaat en we drinken allebei een dubbele espresso voor 22 yuan per kopje. Niet goedkoop, maar dan heb je ook wat. Lekker.
In een kleine vier uur rijden we naar het noorden, naar Hongtudi, dat op 2.450 meter hoogte ligt; ongeveer 650 meter hoger dan Kunming. Het is eigenlijk niet het goede seizoen, dat is mei/juni en oktober. Maar we hadden een dag over en besloten om de gok te wagen.
Bij het hotel staat Dolly, een groot, dik schaap met prachtige hoorns. Hij wil wel op de foto.
We rijden naar een uitzichtpunt met zicht op de rode aarde met daar tussen een aantal groene velden. Het ziet er mooi uit, ware het niet, dat het wat gaat regenen en dus de zon niet schijnt. Er hangt een donkere wolk boven de vallei en we gaan terug naar het hotel. Onderweg kopen we bier, pinda’s en snickers voor de lunch. Een kleine reep snickers kost 4 yuan, een fles bier van 575 ml slechts 3 yuan.
Het hotel ligt in Huashitou Village in Donchuang, en dichtbij Hongtudi.
Onze kamers liggen volgens ons op de eerste, maar volgens de Chinezen op de derde verdieping. Normaal is in China de begane grond de eerste verdieping, maar hier is het de tweede. Waarschijnlijk omdat er een verdieping lager is dan de begane grond.
Buiten is een veranda met over de hele breedte een bank waar we overdekt kunnen zitten. Het houdt snel op met regenen en het wordt lichter. Om 17:00 uur willen we nogmaals de velden bezoeken als het weer tenminste goed is.
En dat is het. Het is helemaal opgeklaard, zonnig en helder. We rijden naar een ander uitzichtpunt. Het laatste stuk van de weg is onverhard, maar men is hard bezig met een nieuwe weg. Ook wordt er gewerkt aan tolpoorten. Kassa! Als het seizoen in mei begint, moet dat natuurlijk klaar zijn. Ook worden er hotels gebouwd en een grote parkeerplaats aangelegd. Rode Aarde, YunnanNu is het nog goed te doen. Straks is het ook daar een poppenkast, waar de Chinezen zo dol op zijn en de westerse toerist helemaal niet. Ook hier is geen westerse toerist te zien.
We zien een breed gebied met rode aarde waarin sommige velden erg groen zijn door verbouwing. Als de zon daar op schijnt, is het prachtig rood. Veel Chinezen staan er met grote statieven. Voor het weer hier is dat helemaal niet nodig. Je kunt dan wel een grote, dure camera hebben, maar dat wil niet zeggen, dat ze er ook verstand van hebben. Een vrouw doet er vijf minuten over om haar camera op het statief zetten. Sommige zijn helemaal gestrest en staan in zichzelf te mompelen bij iedere foto die ze maken en ze kijken er gefrustreerd bij. Zoals gewoonlijk maken ze heel wat foto’s. Ook van ons. Het lijkt wel of ze meer in ons geïnteresseerd zijn, dan in het landschap.
We eten in het hotel. Ze hebben een aparte dinerkamer met hoge tafels met gewone stoelen en lage tafels met krukken. Wij zijn de eersten en nemen een grote tafel. We bestellen goed half zeven, leggen bier koud en om zeven uur is alles klaar. De grote groep Chinezen komt pas tegen half acht. Het personeel is zeer bekwaam en alle eten komt ongeveer tegelijkertijd. Ook bij de andere tafels loopt alles zeer gesmeerd. Het is, zoals elke avond, een feestje. We hebben wat meer schotels dan gewoonlijk, maar alles gaat schoon op. Het smaakt ons voortreffelijk.

Zondag 6 maart Hongtudi, naar huis
Het is stralend blauw. We bekijken nog wat rood met groene velden voor we naar Kunming rijden voor de vlucht naar Guangzhou. Die vertrekt om 18:30 uur. Daar moeten we wachten tot ...

Maandag 7 maart Naar huis
... 00:05 uur voor de vlucht naar Amsterdam. Hier landen we om 05:55 uur en zijn we weer thuis naar een geslaagde vakantie.
We hebben vanaf 30 januari, toen we vertrokken naar Japan, slechts één dag slecht weer gehad. Volgens Gerard is dat aan hem te wijten: hij heeft altijd overal mooi weer. We moeten vaker met hem op vakantie!

Dit was een door China Minority Travel georganiseerde reis.

Lees de voorafgaande delen Japan en Tibet.

Woensdag 24 februari           Naar Kunming

We komen uit Osaka – Japan en Lanzhou (zie het verslag www.reisverslagen.net/japan en www.reisverslagen.net/china-tibet).

Het is ruim een uur rijden naar het vliegveld van Lanzhou en onderweg begint het te sneeuwen. Gelukkig zijn we ruim op tijd, we checken in, nemen afscheid van de begeleiding en vertrekken naar Kunming.

Omdat het vliegtuig sneeuw- en ijsvrij gemaakt moet worden, vertrekken we met een half uur vertraging. Het is twee uur vliegen naar Kunming en onderweg krijgen we een warme bapao, gevuld met halal vlees.

We worden opgewacht door Billy en mr. Wang (alweer, heten al die chauffeurs hier mr. Wang?). We laden het busje in en rijden meteen door naar het zuiden, naar Jianshui. We gaan dwars door Kunming, een grote, drukke stad vol met enorme flatgebouwen.

Het is droog en koud, slechts een paar graden boven nul. Aan de koolzaadvelden en de roze bloesems te zien, zou het hier toch lente moeten zijn met een graad of 20. Maar het is niet anders.

Op de snelweg staan op verschillende plaatsen tolpoorten. Altijd is er een baan beschikbaar voor auto’s die een ETC-kaart aan boord hebben. Dan kun je zo doorrijden en wordt het te betalen bedrag op de kaart bijgeschreven. Aan het eind van de reis betaal je dan in één keer het totale bedrag. Die baan is altijd minder druk dan de andere banen. En soms staan daar, heel Chinees, toch automobilisten zonder kaart. Zo van: ik mag er vast wel door. Zucht.

Een half uurtje van Jianshui gaan we eerst naar Zhangjia Huayuan, een authentiek dorpje. Ze zijn hier fors aan het restaureren, maar er zijn nog wat oude huizen met mooie schilderingen. We moeten 50 yuan p.p. betalen, maar Billy weet af te dingen naar 30 p.p. We lopen het dorpje door en zien overal kleine winkeltjes. Vier jaar geleden waren we hier ook en toen hebben we nog een vrouw met lotusvoetjes ontmoet. Zij blijkt vorig jaar overleden en ze was de laatste met die voetjes. Niet verbazend, want dat ritueel was reeds in 1911 bij de omverwerping van het keizerrijk en de uitroeping van de republiek afgeschaft.

In Jianshui zitten we in Zhu Family Garden Hotel, het prachtige hotel midden in de oude stad. Vroeger was dit het woonhuis van een rijke familie. Mooie binnenplaatsen vol met bloeiende planten: narcissen, margrieten, orchideeën. Prachtig.

We gaan meteen weer weg voor het diner, want het is al 19:00 uur en men eet hier in China vroeg. Billy weet een goed en goedkoop restaurant, dat erg populair is bij de plaatselijke bevolking. Het ziet er vol uit, maar we kunnen naar boven, gangetje door, trap op, gangetje door, trap af, gangetje door en jawel een ruimte met een paar grote tafels afgezet met open schotten. We kiezen samen met Billy een aantal schotels, want ze hebben geen Engelse kaart en ze spreken ook geen Engels. We bestellen twee schotels met eend, zoetzure kip, broccoli en groene paksoi oid. We krijgen echter ook nog een schotel met gehakt en groente. Alles is lekker en gaat schoon op. Die gehaktschotel blijkt dus niet voor ons bestemd te zijn. We willen hem wel betalen. Samen met een biertje voor iedereen zijn we slechts 229 yuan kwijt: net € 4 p.p. Dat kan wel lijden.

Weer terug in het hotel kunnen sommige mensen hun kamer niet meteen vinden. Het is ook best wel verwarrend, al die binnenplaatjes die op elkaar lijken. De kamer is koud, de douche warm, en we gaan vroeg naar bed. Lia heeft een mooi bed met gordijntjes, in de badkamer staat een prachtige waskom. De bedden zijn niet zo heel hard.

Donderdag 25 februari          Naar Yuangyang

We herinneren ons het ontbijt in het hotel van vier jaar geleden en ook de ‘across the bridge noodles’ aan de overkant van het hotel. Hoewel het ontbijt bij het hotel is inbegrepen, is de keus niet moeilijk. We twijfelen aan het exacte tentje, maar er is er maar eentje open. En dat blijkt de goede. Ze spreken geen woord Engels en wij wijzen op de gevulde schotels. Er zijn meer mensen, maar het is (nog) niet druk. Iedereen zit ons aan te staren en heeft het over ons. We krijgen allebei een braadpan met bouillon en een schotel met allerlei gerechten. We zitten op super lage krukjes. We gooien alles in de pan en gaan eten. We genieten. Het kost wel 13 yuan p.p.

We wandelen naar de oude stadsport. Het regent, maar wij hebben (als enige) een paraplu. De rest koopt er eentje voor 18 yuan, € 2. Omdat het slecht weer is, zijn er niet veel mannen met vogeltjes bij de poort. Gelukkig nog wel een paar. Vreemd om die mannen zo gebiologeerd naar vogeltjes te zien staren. Door kleine straatjes lopen we naar het tofu-centrum. In die oude straatjes worden allerlei huizen gerestaureerd. Aan de ene kant natuurlijk heel goed voor de plaatselijke bevolking, aan de andere kant vinden wij die oude huizen veel mooier. Er is een grote bron waar iedereen water komt halen. Ook de makers van de tofu doen dat. In huizen zitten vrouwen tofu-platen te vullen. De verse tofu wordt in lapjes gewikkeld, kleine vierkante brokken, die gedroogd worden. Als ze droog zijn, worden de lapjes er af gehaald, de brokjes apart gezet en de lapjes opnieuw gebruikt voor nieuwe brokjes. De vrouwen werken vliegensvlug. Grote platen met kant-en-klare brokken liggen er. Als we verder lopen, zien we restaurants waar men die brokjes eet. Een oud mannetje zit een enorme pijp te roken.

Met z’n vieren, de Japan-groep splitst zich af, gaan ze de Confusius-tempel bezoeken. We hebben die al eens gezien, best mooi, maar één keer is genoeg. Wij gaan op zoek naar koffie en vinden Uncle Sam. Ze spreken geen woord Engels en wij hebben ons boekje in de bus laten liggen. Gelukkig zijn er twee klanten, twee meisjes, die wat Engels spreken. Met hun hulp bestellen we zwarte koffie. We krijgen een bonnetje en worden naar boven, naar de zitjes verwezen. Maar wat er ook komt, geen koffie. Na een kwartier gaat Lia naar beneden, en o jee vergeten, en komt terug met twee grote bekers. De andere klanten krijgen bij de bestelling allemaal een alarmapparaatje, maar in de consternatie zijn ze die bij ons waarschijnlijk vergeten. Lekker, echte koffie.

We lunchen in een groot restaurant, waar iedereen bij een balie zelf zijn kommetje noedels moet gaan halen. Chinezen proberen voor te dringen, maar we zijn ondertussen erg bedreven om ze tegen te houden. Een Chinees wil een foto van onze tafel maken: allemaal buitenlanders die op z’n Chinees zitten te eten!

Er rijden veel elektrische brommers/scooters rond. Blijkt, dat als je een elektrisch gevaarte koopt, daar geen rijbewijs voor hoeft te halen. Voor de andere wel. Zo probeert de regering de elektrische populair te maken.

De rit naar het zuiden is vrij saai. De natuur is niet geweldig: wat pijnbomen, wat lage struiken, veel dorpjes, steden, druk verkeer. Heel anders dan in Qinghai. De mist die er grotendeels van de dag hangt, helpt ook niet echt mee. In een dal, bij de afslag naar Yuangyang is het markt met alleen maar fruit: jackfruit, ramputans, bananen, ananas. We herinneren deze markt van vier jaar geleden. In de kale boom met rode bladeren zitten kleine vogeltjes. Op de foto zien we pas, dat deze geel gekleurd zijn.

Het Yunti Hotel ligt in de oude stad boven op de berg. In de regen en in de mist. Dat belooft weinig rijstterras voor morgen. We zullen het zien. De kamers hebben gelukkig verwarming. Wat niet altijd vanzelfsprekend is.

In het gebouw aan de overkant, dat bij het hotel hoort, drinken we een biertje en maken ondertussen het verslag. Hier is het koud en we houden onze jassen aan. Om 19:00 uur komt de groep en eten we gezamenlijk aan een ronde tafel. Het wordt steeds goedkoper: we zijn nog geen 200 yuan kwijt met z’n achten (€ 28).

Op de bedden in de kamer liggen elektrische dekens. Lekker!

Vrijdag 26 februari               Via Niujao Zhai-markt naar Duoyishu

Het is mistig als we de gordijnen open trekken. Vandaag gaan we een markt bezoeken en rijstterrassen bekijken. Het weer belooft niet veel goeds.

Het ontbijt is zeer uitgebreid en wij gaan voor een grote kom noedelsoep. Smaakt altijd en brood met ei eten we thuis wel weer.

We kopen hier toegangskaartjes voor de rijstterrassen. Er is één kaartje voor drie plaatsen, die allen eenmaal mag bezoeken. Een kaartje kost 100 yuan, maar in het hotel bieden ze het aan voor 85. En we betalen 80 yuan, omdat we geen bonnetje hoeven.

Thuis hebben we uitgepuzzeld wanneer op welke dag in de week een markt in deze buurt is. Dat valt nog niet mee, want hoewel het allemaal weekmarkten zijn, heeft Laomeng een zevendaagse week, Majie een zesdaagse en Chenchun en Niujao Zhai vierdaagse weken.

We rijden naar de Niujiao Zhai Markt, die wat lager in de bergen ligt. Er is een nieuwe weg aangelegd en we kunnen er met onze bus heen. Wel staat ergens een vrachtwagen zo geparkeerd, dat er geen twee auto’s tegelijkertijd kunnen passeren. Aan de andere kant staat een bus, die er niet door kan. Wij moeten daar op wachten. En wat doen dan de Chinezen achter ons? Die halen alle auto’s die achter ons staan te wachten in, waardoor er twee rijen auto’s op de weg komen te staan. En die bus er dus van z’n leven niet meer door kan. De Chinezen willen niet achteruit rijden: op de eerste plaats is dat gezichtsverlies en op de tweede plaats kunnen de meeste dat gewoon niet. Men kan wel voorruit rijden, maar achteruit? Ze hebben totaal geen idee hoe ze moeten sturen. Toch gaat er eindelijk eentje achteruit en kan alles weer rijden.

We zien niets van de omgeving, daar is het te mistig voor. Maar als we een bocht om gaan, zien we ineens een stukje rijstterras liggen. De bus kan daar toevallig parkeren en snel maken we wat foto’s. We hadden niet vijf minuten later moeten komen, want als we weer verder gaan, is het terras in de mist verdwenen.

Bij de markt wordt het steeds helderder en ook de bergen in de omgeving laten zich zien. Op de weekmarkt komen mensen uit de omgeving voornamelijk eten en kleding kopen. De kippen en eenden zijn erg populair. Er wordt niet zachtzinnig met ze omgesprongen. Ze worden vervoerd in kartonnen dozen waar uit een gat de kop steekt. De kleinere zitten in plastic zakjes, ook met hun kop er uit. Veel vrouwen lopen in klederdracht, maar wel met een jas er over heen. Zo warm is het niet. We zien veel Yi, Hani en Zhuang-mensen. Allemaal zeer kleurrijk. We zien slechts één kindje met een mooie muts. De rest draagt geen hoofddeksel.

We rijden verder naar Pugalaozhai Village waar Jacky’s guesthouse ligt, waar we vanavond zullen overnachten. Dat ligt bij Duoyishu, een mooi uitzichtpunt.

De lucht trekt steeds verder open en we zien steeds meer rijstterrassen. Sommige zijn erg groot. Ze glinsteren mooi en bomen en struiken spiegelen prachtig in het water. We maken een kleine wandeling dwars door de terrassen over smalle en soms glibberige dijkjes. We zien wat eenden, ganzen, kleine vogels en varkens. Bij Pa Da is vandaag het mooiste en grootste terras te zien. We moeten een stukje lopen over trappen en zien dan de uitgestrekte velden voor ons liggen. Geweldig!

Bij Jacky’s Guesthouse kiezen we, heel sociaal, voor een kamer op de vierde verdieping. Daar ligt er nog een; de andere liggen op de derde. Wat schetst onze verbazing als blijkt, dat eerst iedereen naar de vierde moet en voor de derde verdieping weer een trap naar beneden moet. Grappig. Bovendien ligt voor onze kamer een groot terras met uitzicht op het dorp en de terrassen. De zon komt een beetje door en zet de bomen en terrassen in een mooie gloed.

We eten met z’n allen beneden. We kunnen kiezen tussen noedels met groente en ei of rijst met groente. Het bier mogen we zelf uit de koelkast halen.

Het is overal koud. Nergens is verwarming. Niet in de eetkamer, niet in de slaapkamers. Gelukkig hebben de bedden wel elektrische dekens, die we aan zetten voordat we gaan eten. Na het eten zijn de bedden lekker warm. Er ligt een dekbed op en nog een aparte dikke deken. Zo krijgen we het niet koud. We gaan meteen naar bed, want het is te koud om er buiten te blijven.

Zaterdag 27 februari            Via Shenchun-markt naar Laomeng

Goed 7:00 uur wordt het licht en gaan we buiten kijken naar de zonsopkomst. Voor onze kamer is een groot terras waar meer dan genoeg plaats is voor ons achten. Als we naar de berg achter ons kijken, zien we daar het uitzichtpunt van Duoyishu, waar je moet betalen, en we zien daar honderden toeristen. Als het er geen duizenden zijn. Het zijn allemaal Chinezen met enorme toeters van camera’s en grote statieven. Deze hele reis zien we geen westerse toeristen. Wel veel Chinese.

Langzaam kleurt de lucht een beetje oranje en de met water gevulde terrassen kleuren mee. Prachtig. Wat een mazzel hebben we met het weer. Als we twee dagen eerder waren gekomen, hadden we door de mist helemaal geen rijstterras gezien. Het schijnt hier 300 dagen per jaar mistig te zijn.

Het ontbijt is of dezelfde noedels als gisterenavond of westers met brood, jam en gebakken ei.

We rijden naar Chenchun voor de markt. Hier zien we veel zwart/paars/blauwe Hani en Yi. De Hani dragen veelal blauwe doeken; een enkeling draagt nog een hoofddeksel helemaal van wol gemaakt. Er zitten schoenmakers, eendenplukkers, borduursters, kraampjes waar je kunt eten, snoepjes en koekjes kunt kopen. Ze verkopen ook sprinkhanen (om op te eten). Een enkel kindje draagt nog een mooi hoofddeksel met zilveren versieringen. Mannen zitten grote pijpen te roken. Mensen lopen met grote rieten rugzakken, waar we regelmatig een eend z’n kop uit zien steken. Op de vee-afdeling staan mannen varkens te verkopen. De biggetjes worden in rieten manden gepakt, waar de pootjes uitsteken of ze worden aan een touw meegenomen. Maar dat willen de biggetjes niet. Het is een gekrijs van jewelste.

Ook hier zijn Chinese toeristen, die echter liever foto’s van ons maken, dan van de plaatselijke bevolking.

In de omgeving bezoeken we het champignonnen-dorpje. Een dorp met aparte rieten daken. De mensen zijn hier wat traditioneler gekleed. Een man met een rugzak loopt mooi op een randje door de rijstvelden die een beetje in de mist liggen. Oma’s hebben de kleine kinderen op de rug. We mogen bij een familie in het huis kijken, waar binnen een groot kookhoek staat, waar het vlees hangt te drogen.

Voor de lunch kunnen we kiezen tussen rijst met groente en ei of rijst met groente en vlees. Een beetje flauw.

Dan rijden we naar Laohuzui waar een groot terras is. Je kunt dit zowel van boven als van een lager stuk bekijken. Sommige delen kleuren geel, andere groen, andere ‘gewoon’ water. We lopen de meer dan 400 trappen naar beneden voor een nog mooier uitzicht. Overal staan grote statieven klaar voor de zonsondergang. Wij zijn daarvoor aan de vroege kant, het duurt nog zeker twee uur. In minder dan tien minuten zijn we weer boven; onze conditie valt ons mee. Als wij vertrekken, komen er hele hordes Chinezen naar binnen. Voor die zonsondergang, die vandaag helemaal niets wordt. Maar ja, je hebt toegang betaald en je bent er maar een dag, dan doe je dat toch. De chauffeur en gids zijn blij, dat wij willen vertrekken, want na een mooie zonsondergang is het verkeer altijd een puinhoop. Velen willen vertrekken, maar een aantal wil eerst eten, parkeert andere auto’s in, en weigert opzij te gaan. Echt Chinees!

Wij overnachten in Laomeng in het basic Jinjiali Hotel, dat erg mee valt. Het enige is, dat de bedden wel heel hard zijn. Hard is een beetje gewoon in China, maar dit is wel heel erg. Na het eten halen we dan ook maar een paar extra biertjes (voor € 0,35 per blikje), zodat we beter zullen slapen op die harde bedden.

Het eten doen we in een restaurant dicht bij. We bestellen zes verschillende schotels. Erg lekker en erg goedkoop. Inclusief zeven halve liters bier en een cola zijn we 160 yuan kwijt: € 2,80 p.p. Het moet niet gekker worden. De gids en chauffeur eten o.a. pittige gefrituurde sprinkhanen. Wij mogen ook even proeven en die gelegenheid laten we natuurlijk niet aan ons voorbij gaan.

Na het eten lopen we met Gerard even de plaats in om een ontbijtplek voor morgenochtend te zoeken. We kunnen niet in het hotel eten. We komen langs wat supermarkten en ook langs het ziekenhuis. Een grote, hel verlichte ruimte met grote ramen zonder gordijnen, zodat iedereen zo naar binnen kan kijken. Beetje absurd.

Het is hier een lekkere temperatuur; een heel verschil met vanochtend. Het scheelt misschien wel 15°.

Zondag 28 februari               Zondagsmarkt in Laomeng, naar Honghe

We hebben goed geslapen ondanks de harde bedden. We zullen er aan gewend zijn.

We ontbijten op straat. Billy koopt bij de ene tent een paar zakken noedels en bij de andere gaan we noedelsoep eten met die gekochte noedels.

Vandaag is de zondagsmarkt (een zevendaagse week) met Dai, Miao, Yi, Zhuang en Hani-mensen. Het is een enorm grote markt en we kijken onze ogen uit. Net als de plaatselijke bevolking, die naar ons kijkt. We zijn de enige buitenlanders; er zijn gelukkig geen Chinese toeristen.

Het is zowaar warm vandaag. De nevel trekt snel op en dan komt de zon te voorschijn. Liepen we eergisteren nog diep weggedoken in onze jassen en droegen we handschoenen, vandaag lopen we in T-shirts.

Het is er druk en zeer, zeer kleurrijk. De Miao dragen geplisseerde kleurige rokken met aan de achterkant een heleboel kraaltjes en geborduurde jasjes. Sommige hebben ook nog zilverwerk op hun kleding zitten. Veelal dragen ze een hoofddoek.

We gaan eerst naar de dierenafdeling. Heel veel kuikentjes in ronde manden. Lichtgele en bruine kippenkuikens en zwartgele eendenkuikens. Een vrouw wroet door de diertjes en vindt er af en toe eentje die haar bevalt, die ze vervolgens in een kartonnen doos flikkert. Er wordt niet zachtzinnig met dieren omgegaan. Een man sleept een hondje voort, dat duidelijk niet wil en zijn hakken in het zand zet. Ook de varkens willen niet met nieuwe eigenaren mee. Ze krijsen en zitten volgens ons onder de stress. Kippen en ganzen lijken makkelijker mee te gaan met hun nieuwe baasjes. Ook worden konijntjes aangeboden.

Ook zien we een aantal ‘botervlootjes’. Zo noemen wij de Indigo Yao uit Pinghe vanwege hun hoofddeksels. Dat is een hoog zwart doek over een soort rubberen vlechtwerk met daarop een zilveren schaaltje wat op een botervloot lijkt. We hadden ze hier niet verwacht, want ze wonen hier toch wel een eindje vandaan. Mooi zijn ook de roze slierten die ze aan de voorkant van hun jasjes dragen.

Verder zien we één vrouw met een hoed met sliertjes, draden en zilverwerk. Sommige dames dragen een soort puntmuts met daarover heen een doek. Het zijn niet de Rode Yao uit Jinping, maar Yi of Hmong zoals ze in Vietnam genoemd worden.

We dwalen over de markt en vooral op de groenteafdeling zijn mooie mensen. We genieten.

Om 11:00 uur gaan we uitchecken en willen we vertrekken naar Honghe. Het verkeer staat echter helemaal vast. Grote vrachtwagens moeten door de straten. Die zijn niet al te smal, maar wel als er tegemoet komend verkeer is en de straat volstroomt met brommers en motoren. En die weigeren allemaal aan de kant te gaan. Het is ongelofelijk, maar ze proberen zich door de kleinste openingen te wringen. Als ze gewoon de auto’s voor zouden laten gaan, is er niets aan de hand. Waar is de politie als je ze nodig hebt? Op een gegeven moment proberen twee mannen de boel een beetje te regelen en dat helpt. Omdat er ook nog auto’s staan, midden op de weg, zonder bestuurder, die dus zeer hinderlijk in de weg staan, gaat het toch twee uur duren voor we verder kunnen. Dit is zo typisch Chinees. Men realiseert zich totaal niet, dat als iedereen even aan de kant gaat, het verkeer zo verder kan. Men ziet het niet of wil het gewoon niet zien. Achteruitrijden of aan de kant gaan, is natuurlijk ook gezichtsverlies. En als er in China iets erg is…. Het schijnt hier elke zondag zo’n puinhoop te zijn.

Het voordeel is, dat als we staan te wachten, we een Rode Yao uit Jinping zien. De enige deze reis. De Rode Yao is een vrouw met opgeschoren hoofd, een pyjama-achtige broek en tuniek en een rode puntmuts op haar hoofd. Prachtig. Met enig aandringen, wil ze met Martijn wel op de foto. Martijn in zijn Joomla-shirt wil elke reis met een lokale schone op de foto. En dat is weer gelukt.

We rijden naar Honghe. Onderweg zien we veel bananenbomen waarvan sommige trossen nog in blauwe zakken hangen. De meeste bananen zijn al van de bomen af. Het afval, het witte en blauwe plastic wordt ‘gewoon’ in de rivier gegooid.

We gaan nog naar een dorpje met Yi-mensen. Hier komt één keer per jaar een buitenlander. We hebben dan ook veel bekijks. De kinderen lopen achter ons aan. Op een hoekje zitten vrouwen kleren te borduren en kraaltjes op te naaien. Wat een monnikenwerk. Een vrouw toont ons een jasje en rok. Wat een werk moet dat zijn geweest. Ze gaat zich voor ons omkleden en draagt er ook een bijpassend mutsje bij. Prachtig.

Veel oudere vrouwen hebben tatoeages op hun armen en handen. De kinderen komen belangstellend dichterbij; de opgeschoten jongens en mannen houden zich op de achtergrond. Iedereen is bijzonder vriendelijk; in het begin soms wel wat verlegen.

Er worden zoveel bananen verbouwd, dat er een overvloed is en men ze aan de varkens voert. Wij krijgen een grote zak gratis mee. Er vliegen veel mooie gekleurde vlinders rond.

We rijden verder en komen weer bij Laohuzui, het uitzichtpunt bij het grote rijstterras. Wij hebben geen zin om hiervoor 100 yuan te moeten betalen. Het weer is wel beter dan gisteren, maar of we nu zoveel beter zicht hebben? Even verderop zien we de terrassen zomaar liggen. Je kunt niet zo gemakkelijk parkeren, maar het kan wel. En dan hebben we gratis zicht. Het blijft prachtig!

Het eerste stuk van de weg is vrij slecht: wat asfalt om de gaten; daarna wordt het meer asfalt om een paar gaten. Wel moet de bus af en toe in de remmen voor de geiten en koeien op de weg. De weg is mooi: de bergen worden steeds hoger; ze zijn ruig, soms begroeid en soms een dorpje.

In Honghe zitten we in een groot, leeg hotel. Het is pas een jaar oud en we hebben een ruime kamer met twee grote bedden. We eten bij een restaurant in de buurt. De lage tafels zijn bezet en iedereen zit ons aan te staren. Binnen is nog een grote tafel vrij en we bestellen weer van alles wat. Het zoetzure varkensvlees bevalt ons zo goed, dat we een tweede portie bestellen. Nieuw voor ons zijn de kleine visjes met gefrituurde groente. We zullen het ook eens een keer niet lekker vinden. Wel wat ‘duurder’ vanavond: 233 yuan. Fooi wil men hier niet. Dat kennen ze niet. Wel zo prettig.

Samen met Karin en Gerard kopen we nog wat bier voor op de kamer: 5 yuan, € 0,90 voor een fles van 600 ml.

Maandag 29 februari             Honghe

We zien de zon als een rode bal opkomen. Zo zie je die niet vaak. Jammer, dat we nu niet bij Jacky’s Guesthouse zitten. Maar het belooft vandaag een vrij zonnige dag te worden. Gelukkig is er weer geen mist. We treffen het wel.

Het ontbijt is in een grote, lege eetzaal. We kunnen zowel westers als Chinees eten. Wij gaan, uiteraard, voor de noedelsoep en nemen daar een gekookt ei bij.

Vandaag rijden we een rondje rijstterrassen bij Yia Yin en Bao Hua, ongeveer 190 km. De eerste rijstterrassen zijn niet zo helder; het is wat heiig. Vier bussen met Chinezen achtervolgen ons. Zij hebben deze plek dus ook al ontdekt. Vier jaar terug waren die er nog niet. Gelukkig zijn we ze snel kwijt; ze rijden niet het hele rondje wat wij doen.

De weg gaat continu omhoog en omlaag. Ons hotel ligt op 400 meter en onderweg komen we op 1.800 meter. We stoppen nog een paar keer langs de kant van de weg en op een paar plaatsen hebben we prachtig uitzicht. Ook hier zijn de terrassen uitgebreid; misschien niet zo mooi als bij Laohuzui, daar zat meer kleur in het geheel. Hier vliegen een paar arenden over; dat was daar weer niet. Wij zijn niet ontevreden.

Het weer is prima. Vaak zonnig en dan is het meteen warm. Jas en trui uit; dan komen we weer ergens in de schaduw en gaat de trui weer aan. Zo blijven we bezig.

We bezoeken nog wat dorpjes in de omgeving. Eerst een Hani-dorp waar de mensen niet aardig en vriendelijk zijn. Een Dai-dorpje is wel leuk.

De sleutelkaartjes in het hotel werken weer eens niet en iemand moet alle kamers open komen maken. Lia gaat daarom alleen bier halen voor ons en Gerard, zodat er iemand in de kamers blijft. De man van de drankhandel herkent haar al. Zoveel buitenlanders zitten hier nou ook weer niet.

Het eten is elke avond een feest. Elke dag bestelt een groepje het eten en kiest verschillende schotels. Gisteren hadden ze geen kip, maar Billy, onze gids, is vanmiddag nog hier geweest en heeft gezegd, dat we vanavond weer komen eten. En dus heeft de eigenaar een kip gekocht. Het smaakt elke avond en elke avond gaat alles schoon op. Van de eigenaar krijgen we een glaasje eigen gestookte sterke drank aangeboden. Deze zit in een grote glazen fles waar onderin een slang ligt.

Dinsdag 1 maart                    Via Majie-markt naar Kaiyuan

De lucht kleurt mooi net voor we de zon achter de bergen zien verschijnen.

We gaan op weg voor de laatste markt deze reis: de Majie-markt. Die ligt hoog in de bergen en is onbekend bij onze gids en chauffeur. Men is duidelijk geen toeristen gewend: zodra we aankomen, draaien alle hoofden onze kant op en we worden gedurende het gehele verblijf uitvoerig bekeken. Er zijn geen Chinese toeristen. Het is een mooie markt met Hani, Yi, Dai en Yao-mensen. Zeer kleurrijk. De Hani dragen hier voornamelijk groen in plaats van blauw en is daarmee ongetwijfeld een andere tak. Zoals altijd zitten er veel mensen te eten. Bij de tofu-tentjes worden bonen gebruikt om te weten wie hoeveel tofu heeft gegeten. Een paar kleine kinderen dragen mooie hoedjes en één meisje een mooi rijk bewerkte jurk. Twee Indigo Yao-vrouwen halen met grote snelheid een mand kuikentjes leeg en met hun armen vol beesten liggen ze in een lachstuip voor ze die in een doos gooien.

Gelukkig is het droog zonnig weer. Als het zou regenen, zou iedereen een jas over de mooie kostuums aantrekken, die je dan niet goed meer kunt zien. Er lopen nogal wat oude mensen met weinig tanden in hun mond.

We kopen een zakje pindarotsjes zonder chocolade. Het is een stukje karamel gevuld met pinda’s. Erg lekker.

De gids is helemaal enthousiast en ook de chauffeur zien we over de markt slenteren en inkopen doen. Wij hadden deze markt zelf gevonden en opgenomen in ons programma. Misschien wordt het wel standaard.

Dicht bij de bus is een alcoholstokerij. We mogen twee soorten drank proeven, waarbij degene die het lekkerste is, twee keer zo duur is als de ander. Voor een halve liter zijn we 20 yuan kwijt, ongeveer € 2,80. Het wordt wel nippen, want er zit 53% alcohol in.

We vertrekken weer en na tien minuten rijden bezoeken we een Dai-dorpje. Het is er niet druk; de meeste mensen zijn op de markt. Men is vreselijk vriendelijk en wil niet op de foto, omdat ze hun gewone kloffie aan hebben. Een oude vrouw van 83 jaar zit op een paar stenen mooi te wezen. Ze heeft een mooie hoofddoek, waaronder een mooi hoedje blijkt te zitten. Krukjes worden aangesleept, suikerriet wordt afgesneden en men gaat rond met hard gekookte eieren. We zitten een poosje te babbelen, voor zover je dat babbelen kunt noemen, want we verstaan elkaar voor geen meter. Oma vindt het fantastisch om de foto’s terug te kijken. Of we willen lunchen. Ze vragen het wel vier keer voor we toestemmen. Een tafel en bankjes worden aangerukt. Er zit een hele groep mannen te eten, die in het dorp meehelpt om de suikerriet te oogsten. Onze tafel wordt helemaal vol gezet en de mannen krijgen ook nog een borrel. Een paar mooie kindjes zijn bang van ons; er kan geen lachje af en zodra we een vinger naar ze uitsteken, kruipen ze achter moeders rokken. Op het eind gaan we met iedereen op de foto. Zij blij, wij blij.

Onderweg naar Kaiyuan bezoeken we een moskee. Een grote, nieuwe moskee is het. De vrouwen gaan er niet in, want ze hebben geen hoofddoek bij zich. De rokers worden naar de overkant van de straat verbannen. Op het moskeeterrein mag niet gerookt worden. Een paar mannen gaan naar binnen. Doordat iemand die rokers wegstuurt en dus niet meteen binnen in de moskee staat, dringen de mannen helemaal in de moskee door tot de gebedsruimte. De meeste toeristen komen niet zo ver. Ze worden, met zachte hand, weggestuurd, ook omdat ze hun schoenen op de verkeerde plaats hebben gezet.

In Kaiyuan zitten we in een luxe hotel midden in de stad. Het ziet er uit als een welvarende plaats. We eten in een eetstraatje. Zoals gewoonlijk liggen die restaurantjes allemaal bij elkaar in de buurt. Iedereen staat ons naar binnen te praten en wij laten de keus aan Billy en Mr. Wang. Ze hebben kip en rundvlees; geen varkensvlees, want dit is een moslimplaats. Ze hebben wel alcohol en bier verkopen ze per fles en per kan van anderhalve liter. Die proberen we natuurlijk uit. We hebben ook onze halve liter ‘water’ meegenomen en Billy en Mr. Wang lusten daar wel een glaasje van. Het is weer spotgoedkoop vandaag. Voor acht gerechten betalen we 246 yuan, zijnde € 4,30 p.p.

Op de terugweg naar het hotel wordt op een plein volop gedanst. Iedereen maakt bij een bepaalde wijs dezelfde danspasjes. De een wat soepeler dan de ander.

Woensdag 2 maart                Naar Puzhehei

Vandaag gaan we naar Puzhehei, iets meer naar het oosten. Wij rijden een saaie route over de snelweg en we doen er drie uur over. We bezoeken onderweg een dorpje, maar dat is saai. Er is haast niemand te bekennen. Een ossenkar, een vrouw met een os aan een touw, wat wasvrouwen.

Puzhehei staat bekend om zijn karstgebergte. Een prachtig gebied. En laat het maar aan de Chinezen over om dat te verpesten, hoe ze daar een grote poppenkast van moeten maken. Vóór het karstgebergte is een lange rij lelijke huizen gebouwd, zodat je alleen de toppen nog ziet. Tientallen paarden met wagens rijden zonder passagiers rond, elektrische auto’s idem dito. Er liggen duizenden boten aan de kant waar mensen voor het belachelijke bedrag van 200 yuan een paar uurtjes mee rond gevaren kunnen worden. Geen wonder, dat ze allemaal langs de kant liggen. En wat te denken van de honderden, als het er geen duizenden zijn, eetstalletjes. Dat is een compleet dorp waar ook bijna niemand is. Hoe moeten de mensen hier overleven? Nou is het wel zo, dat is juli/augustus, als hier de lotusbloemen in bloei staan, het afgeladen druk is. Dat zien we aan de dranghekken bij de boten. Maar moeten de mensen in die periode zo veel verdienen, dat ze daar de rest van het jaar mee door komen?

We rijden een stukje rond met de bus, maar zien niet echt mooie weerspiegelingen in het water. Er staat een beetje te veel wind. Het wateroppervlak is niet glad. Dicht bij het hotel wandelen we een stukje en met de kale bomen die voor het water staan, leveren die de mooiste plaatjes op. We zien een groepje van een stuk of tien vrouwen uit een andere provincie die ook toeristen zijn. Het zijn Zhuang. De dragen allemaal dezelfde paarse broek, gele hes en mooie hoeden. Ze gaan in een bootje zitten, maar op zo’n manier, dat we denken, dat dat voor hen de eerste keer is. Ze gaan ook niet varen, maar stappen giechelend weer uit.

We kopen een biertje, dat we voor het hotel in de zon opdrinken. Want zonnig is het vandaag wel. Het voelt ook meteen lekker warm aan.

Het enige mooie wat wij vinden is de zonsondergang boven op een berg. Daar zijn we natuurlijk niet de enige, maar het is wel mooi. Bijna vierhonderd treden naar boven moeten we op. Het is druk en het gaat langzaam, want al die Chinezen zijn niet zo snel. Bovenop is een klein platform en wij vinden een mooi plaatsje er net buiten en we zitten op de rotsen. En wat gebeurt er, o wonder: er zijn Chinezen die vooraan met grote statieven staan, die andere mensen regelmatig voor laten om foto’s te maken. Dat is voor het eerst in China, dat we dat zien. Er zijn geen westerse toeristen.

We hebben mooi zicht op het karstgebergte met daarvoor wat gele koolzaadvelden en daar weer voor plassen water. Regelmatig laat de zon zich even zien en schittert dan in het water. De lucht kleurt wat oranje en de plassen kleuren mee. Prachtig.

We eten in een restaurant iets verderop. De dichtstbijzijnde zijn te toeristisch. We kiezen een tent waar al flink wat mensen zitten te eten. Er worden allerlei schotels gekozen en met z’n allen zitten we daar lekker van de peuzelen.

Donderdag 3 maart               Naar Luoping

Na het ontbijt vertrekken naar het noorden, naar Luoping. Hoe dichter we daar bij komen, hoe geler het wordt. Fel geel. Heel fel geel. Enorm grote uitgestrekte velden vol met koolzaad. Zo ver als je kunt kijken. Het is soms zo fel geel, dat het zeer doet aan de ogen. Het steekt prachtig af tegen de donkere bergen en de blauwe lucht. Fijn, dat de zon schijnt; dat maakt het nog mooier.

We rijden naar een uitzichtpunt waar het druk is met Chinezen. We hebben nog mazzel: drie dagen geleden was het koolzaadfestival en verschrikkelijk druk met Chinezen. De meeste zijn terug naar huis, maar er blijven er nog (veel te) veel over naar onze zin. Ook hier zijn geen westerse toeristen. Dat is in ieder geval wát.

Waar we ook rijden, overal is het geel. Oogverblindend. Waanzinnig. Er zijn eigenlijk geen woorden voor.

Het koolzaad trekt ook bijen aan en we zien af en toe verschillende bijenkassen staan. Martijn gaat daar videoën en wordt prompt gestoken. Lia heeft en pincet, Karin alcohollapjes om te ontsmetten en azaron tegen het opzetten. De angel wordt uit Martijn gehaald, alles wordt ontsmet en we leven weer verder.

Bij een uitzichtpunt zijn grote parkeerplaatsen met veel vrije plaatsen. Maar toch parkeren verschillende mensen gewoon op de weg, wat het doorgaand verkeer belemmert. Er staat een auto in de weg waar de chauffeur in zit. Deze moet een meter naar voren rijden, zodat het overige verkeer er door kan. Het duurt vijf minuten voordat de chauffeur bereid is om dat te doen. Als dat in Nederland zou gebeuren, zou hij allang uit de auto zijn gesleurd. Hoe arrogant kun je zijn. Het zijn ook vaak de chauffeurs van grote, dure auto’s die niet kunnen rijden en behalve een dure auto ook een rijbewijs hebben gekocht in plaats van ‘gehaald’.

In de tussentijd regelen we, dat Billy een taart regelt voor Karin, die morgen jarig is. Als wij in het hotel een biertje met Gerard zitten te drinken, komt hij terug met een grote doos, gebaksbordjes en –vorkjes. We kopen ook nog een fles rode Spaanse wijn. De taart is voor morgenvroeg (hij staat in het restaurant in de koeling) en de wijn voor ’s middags.

’s Avonds gaan wij hotpotten, terwijl de rest ‘gewoon’ Chinees eet. Wij zitten in een apart hokje en de anderen naast ons in een ander hokje. Een kleine jongen komt ons met zijn smartfoon openlijk fotograferen; bij de anderen doet hij dat stiekem om het hoekje.

Op de weg terug naar het hotel zien we oudere mensen dansen. Jeannette en Caroline gaan mee doen. De rest kijkt toe. Op een pleintje even verderop is de jeugd bezig; duidelijk op andere muziek. Het schijnt niet veel voor te komen, dat de jeugd ook danst. Een klein jongetje is helemaal enthousiast en is erg actief. Hij rent en danst als een gek in het rond.

Vrijdag 4 maart                    Naar Kunming

Karin is jarig. Iedereen behalve Karin is een kwartier voor de afgesproken tijd in het restaurant voor het ontbijt om haar stoel met slingers en ballonnen te versieren en de taart klaar te zetten. Daar zitten naast bordjes, vorkjes en gebakschep ook kaarsjes bij. Als ze aan komt lopen, steken we die aan en zingen het lang-zal-ze-leven. We hebben ook nog een kaarsje, dat muziek maakt als je dat aansteekt. Een mooie verrassing voor Karin. De taart smaakt trouwens prima; helemaal niet mierzoet zoals we verwacht hadden.

We gaan eerst de watervallen van Juilong bekijken, voordat we naar Kunming vertrekken.

Dichtbij de watervallen staan twee enorme betonnen pilaren op de weg. Dicht bij elkaar. Elke auto die daar niet door past, moet via een veldje omrijden. Daar staat een mannetje dat ons tegen houdt en waar je moet betalen. Het is toch van de zotte. Stel je voor, dat wij dat voor onze deur zo gaan doen. De Chinezen proberen werkelijk overal een slaatje uit te slaan. Als het aan ons had gelegen, waren we zo door gereden. Op het moment, dat wij worden tegengehouden, kan achter ons namelijk niemand meer verder. We hadden zo door kunnen rijden, want er was geen hek of zo, alleen dat mannetje. De chauffeur betaalt. Het is maar liefst 50 yuan.

De toegang voor de watervallen bedraagt 100 yuan. Ook niet mis. Op de brug net er voor staan enorme reclameborden, zodat je de watervallen vanaf daar niet kunt fotograferen. Wil je met de kabelbaan omhoog, moet je daar weer apart voor betalen. Het is hartstikke druk en blijkbaar loont het dus de moeite. Het valt wel op, dat er alleen maar Chinezen zijn. Geen westerse toeristen. Je moet ook nog betalen om de bus te parkeren en al met al wordt het zo een dure geschiedenis. Vooral omdat het maar een paar gewone watervallen zijn. Ze zijn niet echt spectaculair. We lopen naar boven (zowaar gratis) waar we mooi uitzicht hebben op de watervallen en de daarnaast gelegen gele koolzaadvelden.

Men moet het hier wel hebben van deze tijd van het jaar. Alleen als het koolzaad in bloei staat, komen er toeristen. De rest van het jaar is het stil.

Daarom moeten we waarschijnlijk ook al bij de trappen bij Jingy Peak betalen. Trappen die er al tientallen jaren liggen en waar de plaatselijke bevolking ineens ‘tol’ gaat heffen in de vorm van 10 yuan. Ook parkeren moet je betalen. Het uitzicht is wel mooi, maar het moet niet gekker worden. Er staan aan de weg tientallen ossenkarren en eettentjes voor de toeristen. Het is een grote geldklopperij en eigenlijk niet leuk meer.

We rijden in een kleine vier uur naar Kunming. In de stad is het erg druk en het verkeer krioelt overal dwars door heen. We hebben het idee, dat velen eigenlijk niet kunnen rijden. Men houdt totaal geen rekening met elkaar. Iedereen gaat voor zijn eigen belang. Het verbaast ons, dat er niet veel ongelukken gebeuren.

Karin trakteert ons op een etentje. We eten overheerlijk met o.a. pannenkoekjes met saus, groente en eend, momo’s en heet runvlees. Je kunt merken, dat we in de grote stad zitten: we moeten betalen voor de thee die we niet besteld hebben en als toppunt ook voor de servetjes en het gebruik van de eetstokjes. Jammer, dat we dat niet vooraf geweten hebben.

Zaterdag 5 maart                 Naar Hongtudi

Na het ontbijt gaan we eerst naar het Lake View Park, dicht bij het hotel. Een groot park met veel water, veel bomen en veel groen. Op het water komen honderden meeuwen af. Dat heeft ook te maken met mensen die die beesten voeren. Er staan veel stalletjes die brood en nootjes verkopen en er zijn nogal wat mensen die dat kopen en proberen de meeuwen uit hun hand te laten eten. De bootjes die er liggen waar toeristen mee rond kunnen varen, zien wit van de stront. Ziet er niet echt aantrekkelijk uit. We zien een paar eekhoorns die van boom naar boom springen. Grijze eekhoorns met roodbruine buik. Er zitten nog maar een paar roze bloesems aan de perzikbomen, de rest is al uitgebloeid. Wel staan er nog wat witte bloesems en de bomen lopen uit met mooie lichtgroene bladeren. Tussen die bomen zijn veel mensen oefeningen op muziek aan het doen. Veel hebben daar speciale kleding voor aan. Het ziet er sierlijk uit.

We hebben nog een half uurtje over voor we naar Hongtudi, het gebied van de Rode Aarde, vertrekken. In een tegenover het hotel gelegen tentje drinken we echte koffie. Normaal is de koffie niet te drinken in China, vaak is deze niet eens herkenbaar als koffie, maar hier staat een professioneel apparaat en we drinken allebei een dubbele espresso voor 22 yuan per kopje. Niet goedkoop, maar dan heb je ook wat. Lekker.

In een kleine vier uur rijden we naar het noorden, naar Hongtudi, dat op 2.450 meter hoogte ligt; ongeveer 650 meter hoger dan Kunming. Het is eigenlijk niet het goede seizoen, dat is mei/juni en oktober. Maar we hadden een dag over en besloten om de gok te wagen.

Bij het hotel staat Dolly, een groot, dik schaap met prachtige hoorns. Hij wil wel op de foto.

We rijden naar een uitzichtpunt met zicht op de rode aarde met daar tussen een aantal groene velden. Het ziet er mooi uit, ware het niet, dat het wat gaat regenen en dus de zon niet schijnt. Er hangt een donkere wolk boven de vallei en we gaan terug naar het hotel. Onderweg kopen we bier, pinda’s en snickers voor de lunch. Een kleine reep snickers kost 4 yuan, een fles bier van 575 ml slechts 3 yuan.

Het hotel ligt in Huashitou Village in Donchuang, en dichtbij Hongtudi.

Onze kamers liggen volgens ons op de eerste, maar volgens de Chinezen op de derde verdieping. Normaal is in China de begane grond de eerste verdieping, maar hier is het de tweede. Waarschijnlijk omdat er een verdieping lager is dan de begane grond.

Buiten is een veranda met over de hele breedte een bank waar we overdekt kunnen zitten. Het houdt snel op met regenen en het wordt lichter. Om 17:00 uur willen we nogmaals de velden bezoeken als het weer tenminste goed is.

En dat is het. Het is helemaal opgeklaard, zonnig en helder. We rijden naar een ander uitzichtpunt. Het laatste stuk van de weg is onverhard, maar men is hard bezig met een nieuwe weg. Ook wordt er gewerkt aan tolpoorten. Kassa! Als het seizoen in mei begint, moet dat natuurlijk klaar zijn. Ook worden er hotels gebouwd en een grote parkeerplaats aangelegd. Nu is het nog goed te doen. Straks is het ook daar een poppenkast, waar de Chinezen zo dol op zijn en de westerse toerist helemaal niet. Ook hier is geen westerse toerist te zien.

We zien een breed gebied met rode aarde waarin sommige velden erg groen zijn door verbouwing. Als de zon daar op schijnt, is het prachtig rood. Veel Chinezen staan er met grote statieven. Voor het weer hier is dat helemaal niet nodig. Je kunt dan wel een grote, dure camera hebben, maar dat wil niet zeggen, dat ze er ook verstand van hebben. Een vrouw doet er vijf minuten over om haar camera op het statief zetten. Sommige zijn helemaal gestrest en staan in zichzelf te mompelen bij iedere foto die ze maken en ze kijken er gefrustreerd bij. Zoals gewoonlijk maken ze heel wat foto’s. Ook van ons. Het lijkt wel of ze meer in ons geïnteresseerd zijn, dan in het landschap.

We eten in het hotel. Ze hebben een aparte dinerkamer met hoge tafels met gewone stoelen en lage tafels met krukken. Wij zijn de eersten en nemen een grote tafel. We bestellen goed half zeven, leggen bier koud en om zeven uur is alles klaar. De grote groep Chinezen komt pas tegen half acht. Het personeel is zeer bekwaam en alle eten komt ongeveer tegelijkertijd. Ook bij de andere tafels loopt alles zeer gesmeerd. Het is, zoals elke avond, een feestje. We hebben wat meer schotels dan gewoonlijk, maar alles gaat schoon op. Het smaakt ons voortreffelijk.

Zondag 6 maart                     Hongtudi, naar huis

Het is stralend blauw. We bekijken nog wat rood met groene velden voor we naar Kunming rijden voor de vlucht naar Guangzhou. Die vertrekt om 18:30 uur. Daar moeten we wachten tot …

Maandag 7 maart                  Naar huis

… 00:05 uur voor de vlucht naar Amsterdam. Hier landen we om 05:55 uur en zijn we weer thuis naar een geslaagde vakantie.

We hebben vanaf 30 januari, toen we vertrokken naar Japan, slechts één dag slecht weer gehad. Volgens Gerard is dat aan hem te wijten: hij heeft altijd overal mooi weer. We moeten vaker met hem op vakantie!

Lees de vorige delen op www.reisverslagen.net/japan en www.reisverslagen.net/china-yunnan.