Azië

Artikelindex

Japan: Omgeving Nagano en Hokkaido

29 januari t/m 14 februari 2016

Voor een kleine zes weken vertrekken we met ‘de Groningers’ naar het verre oosten. We beginnen met z’n vieren in JAPAN. We bezoeken de winterse delen: in de buurt van Nagano de makaken die de warmwaterbassins bevolken en Hokkaido met ijsfestivals, zeearenden en kraanvogels. Dan vliegen we naar China, waar in Xining nog vier mensen aankomen, voor een tocht langs kloosters, dansende monniken en grote thangka’s. Op dit moment wordt het Tibetaanse Nieuwjaar gevierd in de provincies Qinghai en Gansu. Daarna maken we een binnenlandse vlucht naar Kunming, waar we in de provincie Yunnan rijstterrassen, markten met mensen in klederdracht, gele koolzaadvelden en rode aarde bezoeken.
Japan heeft een andere jaartelling. Deze wordt gerekend vanaf de troonsbestijging van de keizer. Bij iedere keizer begint men dus opnieuw te tellen. De periodes hebben een eigen naam. Het is nu Monkey, Heisei 28.

Makaken in Jigokudani Yaen-Koen, Japan

RouteJapan

Vrijdag 29 januari Naar Schiphol
Omdat het tijdens de hele reis koud tot zeer koud kan worden met regelmatig sneeuwbuien nemen we veel warme kleding, mutsen, handschoenen, sjalen en gevoerde hoge schoenen mee. Die nemen wel veel plaats in in de rugzak. Maar het is niet anders. We willen geen kou gaan lijden.
We vertrekken vandaag vroeg in de avond naar Schiphol, waar we Gerard en Paul in het CitizenM Hotel zullen treffen. Morgenvroeg vliegen we via Rome naar Tokyo. De instapkaarten voor Rome hebben we al, die voor het vervolgstuk lukte niet. Dat gaan we dan eerst maar regelen, nadat we ingecheckt zijn. Gelukkig is het geen probleem. We drinken aan de bar het gratis drankje en wachten op de noorderlingen. Ook zij checken in en Martijn gaat met Paul hun instapkaarten regelen. Bij ons hadden ze verteld, dat ze alleen de paspoortnummers nodig hadden, maar nu willen ze iedereen persoonlijk zien. Met enig aandringen, krijgen ze het toch voor elkaar. We drinken nog een drankje en zoeken dan de kamers op. Natuurlijk moeten we alle knopjes uitproberen waarmee je de kleuren van de verlichting, de televisie en de luxaflex kunt regelen. Het blijft een grappig hotel.

Zaterdag 30 januari Naar Tokyo
Vandaag de vlucht via Rome naar Tokyo. Eerst iets meer dan twee uur vliegen, drie uurtjes wachten en dan de lange ruk van ruim twaalf uur naar Tokyo. Het gaat allemaal volgens planning en dus voorspoedig. We vertrekken uit Amsterdam met regen en ongeveer vijf graden. In Tokyo is het net zo warm/koud, maar droog en er schijnt een zonnetje. Er is acht uur tijdsverschil.
Bij het overstappen in Rome verbazen we ons al over de Japanners. Bij de incheckbalie blijft iedereen op gepaste afstand, zodat wij zowat als eersten het vliegtuig in gaan.

Zondag 31 januari Naar Tokyo, naar Nikko

RouteTokyo

Ook bij het ophalen van de bagage staat iedereen anderhalve meter van de band af. Er staan gele strepen op de vloer en iedereen blijft daar keurig achter.
Trein, JapanWe moeten onze vouchers voor de JR-treinpas omwisselen en moeten een paar keer vragen voor we vinden waar dat kan. Het personeel spreekt zowaar wat Engels en ook alle borden staan ondertiteld in het Engels. Maar dan nog kunnen we het niet zo vinden. Bij de treinen staat iedereen keurig netjes op een zeer Engelse wijze in de rij. Op de borden staat aangegeven waar elk rijtuig stopt, zodat iedereen weet waar hij in moet stappen. Zodra de deuren van de trein opengaan, loopt men netjes achter elkaar de trein in. Wij staan dat, naast de rij, aandachtig en met een lach te bekijken.
Omdat we een pas hebben, kunnen we zitplaatsen laten reserveren. Wel zo handig. Op die kaartjes staat allerlei informatie waaronder ook de aankomsttijd. En aangezien alle treinen hier op tijd rijden, is dat wel handig. Dan weten we tenminste waar we er uit moeten. De treinen zijn schoon met ruime plaatsen en stil. Iedereen gedraagt zich zeer beleefd.
We hebben besloten om meteen door te reizen naar Nikko. We zijn nu toch moe en als we in Tokyo blijven, zouden we toch niets meer doen. Eerst moeten we een uur treinen naar Tokyo-station in Tokyo, dan overstappen naar Utsunomiya, wat ons de nodige problemen oplevert. We weten alleen dat we naar Utsunomiya moeten, maar niet wat het eindstation van die trein is. Wederom een paar keer vragen. Het laatste stukje, de Nikko-express, heeft verwarmde zitbanken. Als we in Utsunomiya vertrekken, ziet alles groen. In Nikko, een drie kwartier verderop, ligt een heel pak sneeuw. Alle wegen en voetpaden zijn netjes aangeveegd, maar overal liggen grote hopen sneeuw. We denken met weemoed aan vroeger tijden, toen dat in Nederland ook nog voorkwam.
Hotel Nikko, JapanHet hotel in Nikko ligt tegenover het station. Makkelijker kun je het niet hebben. We droppen onze bagage, kleden onze warm aan en gaan een rondje lopen. Bij het treinstation halen we wat kaarten van de omgeving die we morgen gaan verkennen en lopen het dorp in. Het is niet groot en veel restaurants zijn gesloten. Nikko is dan wel een bezienswaardigheid, maar de meeste toeristen zullen in de zomer komen. We gaan een klein winkeltje binnen waar ze drankjes verkopen. We gaan voor het bier en krijgen eerst een glaasje water met ijsklontjes en een nat lapje. Bij het bier krijgen we een leuk driehoekzakje met nootjes. Het is een superklein zaakje met een paar tafeltjes. In het midden staat een ouderwetse potkachel en naast elke tafel een mandje waar je handschoenen, sjalen en tasjes in kunt leggen. Erg leuk. Als we wat willen lezen, krijgen we meteen een schemerlampje op onze tafel. Op de wc zit een verwarmde wc-bril en allerlei sproeiertjes die je naar believen aan of uit kunt zetten. De eigenaar kent zelfs drie woorden Nederlands: dank u wel. Grappig.
In de tussentijd hebben Gerard en Paul geprobeerd om het slotje van Gerards tas te verwijderen. Het slotdeel is helemaal verdwenen en de tas zit op slot. Het personeel spreekt geen Engels, maar komt wel met een gereedschapskist aanzetten. Met vereende krachten wordt het slotje verwijderd.
We eten in het hotel à-la-carte. Het ene gerecht komt heel snel, het andere pas als de anderen klaar zijn. Dat maakt niet uit; alles smaakt goed en het bier is lekker. Zelfs Paul drinkt bier. Lia krijgt een gratis dessert en Gerard de rekening.
We slapen het klokje rond.

Maandag 1 februari Nikko
We zitten op 543 meter hoogte, het is halfbewolkt en net boven het vriespunt.
We ontbijten bij de bakker met broodjes, koek en koffie, waarvoor we met z’n vieren € 15 kwijt zijn.
Bij het station reserveren we kaartjes voor de rit van morgen naar Yudanaka.
We hebben onze laarzen, dikke jassen, handschoenen en mutsen tevoorschijn gehaald.
We kijken rond voor de bus naar het Nikko-park, de World Heritage Bus, en beseffen dan, dat we ook kaartjes in het station daarvoor moeten kopen. Daarvoor zijn we maar net op tijd en de mevrouw moet zich haasten om ze te printen, want de bus staat al klaar om te vertrekken. De tempelplaats ligt verder weg dan gedacht; we zijn blij, dat we met de bus zijn gegaan.
We stappen uit en de weg is een grote sneeuwbaan en daarom doen we onze antisliprubbers onder onze schoenen, waardoor we meer grip op de sneeuw en het ijs hebben. Overal hangen bordjes, dat we uit moeten kijken voor vallende sneeuw die van bomen en daken af kan vallen. Wat ook regelmatig gebeurt. Op sommige tempels hangen enorme overhangende sneeuwhopen, waarvan we ons afvragen, hoe die kunnen blijven hangen.
Voor elke tempel moet toegang betaald worden. Voor de een wat meer dan voor de ander.
Toshogu Shrine, JapanDe eerste tempel, Rin-Noji, staat in een enorm gebouw. Deze wordt helemaal afgebroken en volledig opnieuw opgebouwd. Een renovatie van 15-20 jaar die tot 2020 zal gaan duren. Een deel is daardoor niet toegankelijk, maar waar we wel mogen komen, kunnen we dichter bij de beelden komen dan als de tempel gewoon open zou zijn. Er is een hele tentoonstelling gemaakt van de verbouwing. In een ruimte liggen allerlei houtverbindingen allemaal zonder spijkers. Heel knap.
Het is er niet druk en de toeristen die er zijn, zijn merendeels Japanners. We zien een enkele toerist en gelukkig geen schreeuwende kinderen, waar Paul en vooral Gerard bang voor waren. Er zijn nogal wat Japanners die met mondkapjes lopen. We vragen ons af waarom.
Het tempelgebied is vrij uitgestrekt en we doen verder alles te voet. Daarvoor moeten we veel trappen lopen; zoveel, dat we bang zijn voor spierpijn morgen.
In sommige tempels moet je als je naar binnen wilt, je schoenen uittrekken. Niet echt lekker met deze temperatuur. Toch doen we dat en we merken, dat de vloeren goed koud zijn. Daardoor proberen we zoveel mogelijk in beweging te blijven.
De zon komt zowaar door de wolken, waardoor alles er nog mooier uitzicht. Er ligt behoorlijk wat sneeuw.
De Toshogu-shrine heeft een heleboel besneeuwde offerpalen buiten staan. Een mooi gezicht. Ook staan overal rekken met gebedsbriefjes, kaartjes, papieren strookjes, geluksbriefjes. Elk rek heeft z’n eigen kleur. Grappig.
Men slaat binnen twee houtblokken tegen elkaar wat een enorme galm veroorzaakt. De man gaat twee meter verderop staan en daar valt het geluid meteen dood. Heel vreemd.
Ook zien we de beroemde afbeelding van de drie apen: horen, zien en zwijgen.
In het museum drinken we koffie. Lekkere koffie in enorme koppen.
In de Yaiyuin-tempel staan prachtige beelden, veel schilderingen en houtsnijwerken. Voor elke tempel staan wachters in allerlei felle kleuren en met uitpuilende ogen.
Ook staan er verschillende daken in de vorm van tempels waar grote waterbakken met stromend, heilig water staan. Grote lepels hangen er bij, zodat je het water over je handen kunt sprenkelen of het kunt drinken.
Kanman-ga-fuchi Abyss, JapanWe kijken er een paar uur rond en gaan dan op zoek naar de stenen beelden, Kanman-ga-fuchi Abyss. Aan een kleine mevrouw vragen we de weg. Ze spreekt alleen Japans, maar met handen en voeten kunnen we uitleggen waar we naar toe willen. Net buiten het dorp lopen we het besneeuwde veld in waar een veertig centimeter breed pad is uitgeveegd. Aan beide kanten ligt de sneeuw zo’n twintig centimeter hoog, Nu zien we pas goed hoeveel sneeuw hier ligt. Al snel zien we het eerste beeld in de sneeuw staan. Lange rijen beelden staan langs een smal pad langs de rivier.
Het zijn merendeels zittende beelden van een kleine meter hoog. Ze zijn allemaal verschillend en dragen allemaal een rode bef en een rode gebreide muts. Die rode kleur knalt er uit. Van sommige beelden is niet veel over en ligt er alleen nog een mutsje in de sneeuw. Op elk rood mutsje ligt een plukje sneeuw. Wat een waanzinnig gezicht. We moeten af en toe een riviertje oversteken over gladde, glibberige treetjes wat ons zonder ongelukken lukt door elkaar de helpende hand toe te steken.
Wij zijn hier helemaal alleen. Op het eind zien we een Japanner die geduldig gaat staan wachten tot wij klaar zijn met foto’s maken. De mensen zijn vreselijk beleefd en erg vriendelijk. Er wordt vaak gebogen. Dat gaat zover, dat zelfs op een poster waar men zich verontschuldigt voor een opgebroken weg een buigend persoon staat. De weg is afgesloten, zodat men daar de geruimde sneeuw van de wegen kan storten.
Mensen staan op daken om de sneeuw er af te schuiven en een man vraagt aan ons, in het Engels, of wij die sneeuw hebben meegebracht.
Shinkyo-brug, JapanEen hele kleine mevrouw gaat met Martijn op de foto. Ze komt net tot zijn middel.
We gaan op weg naar de bus en passeren de heilige brug, de Shinkyo. Daar gaat niemand overheen. Wil je dat wel, dan moet je daarvoor betalen. Een tweede brug ligt er vlak bij. Wij zien de toegevoegde waarde niet.
Overal staan automaten met koude drankjes, maar sommige hebben ook hete koffie. Sommige apparaten staan in de middle of nowhere, zomaar in een open veld midden in de sneeuw.
In het dorp staan bij restaurants kasten met plastic maaltijden als voorbeeld. Wel handig, want veel Engels wordt er niet gesproken.
Er komen meer wolken en ze zien er uit als sneeuwwolken. Maar dat blijken het later niet te zijn. Een mooi gezicht met de rivier op de voorgrond en de besneeuwde bergen op de achtergrond.
Met de bus zijn we snel terug in Nikko. Bij een café drinken we bier en zeer geconcentreerde chocolademelk met taart en nootjes. We zijn blij, dat we even kunnen zitten.
Wij gaan op zoek naar een ATM, maar degene die we zien, zijn alleen geschikt voor lokale passen. We passeren het cafeetje van gisteren, waar de mensen verrukt naar ons zwaaien. Het is niet druk op de weg. Bij het informatiecentrum vragen we naar de ATM en we moeten terug naar het beginpunt. Buiten aan de muur hangt een enorme lap Japanse tekst en ergens zien we het woordje ATM. Binnen hangt een automaat die geld spuugt.
Het is hier vrij vroeg donker en om 17:00 uur gaan de lantaarns al aan. We drinken nog een biertje bij het cafeetje van gisteren om de tijd tot het diner te doden. Dat gebruiken we bij een Aziaat, een Indiër. We eten erg lekker en zijn inclusief drankjes ongeveer € 80 met z’n vieren kwijt. Een halve liter Japans bier kost ongeveer € 5.


Dinsdag 2 februari Naar Yudanaka
Een stralende, zonnige, koude dag vandaag.
We ontbijten eerst weer bij de bakker, checken vervolgens uit en lopen naar de overkant naar het station.
Eerst de trein naar Utsunomiya waar we een half uur moeten wachten. Daar passeert een trein met een enorm hoge snelheid. Ook komt een dubbeldekker langs waar veel schoolkinderen in zitten, die naar ons zwaaien en uit bento-boxen zitten te eten. In de trein naar Omiya zien we dicht bij Tokyo in de verte de Fuji liggen. Op elk perron staan mannen in gele pakken de treinen te controleren. Ze hebben kaarten in de hand met de treintijden en kijken of de treinen op tijd vertrekken en precies bij de goede plek op de perrons stoppen. Bij elke uitgang staan op het perron strepen die de wachtrij aanduiden en iedereen gaat netjes in die rij staan. In Utsunomiya is alle sneeuw verdwenen, maar op het traject Omiya-Nagano ligt veel sneeuw en ook de bomen zijn helemaal wit. Het is hier een wintersportgebied, dat op ongeveer 1000 meter hoogte ligt. De trein rijdt ongeveer 250 kilometer per uur.
Jigokudani, JapanIn Nagano liggen allerlei verschillende treinlijnen en we gaan op zoek naar de Dentetsu-lijn voor het laatste stukje naar Yudanaka. Deze lijn is niet inbegrepen in de JR-pas en we moeten hier aparte kaartjes voor kopen. Alles staat zeer goed aangegeven. Het is wel een stukje lopen en dus sjouwen met onze bagage. Zoals overal in Japan rijdt ook deze trein netjes op tijd. Het zijn luxe treinen met ruime plaatsen. In Yudanaka worden we opgehaald door de hoteleigenaar. We hadden de aankomsttijd een paar dagen geleden naar hem gemaild. De achterste bank is neergeklapt voor de bagage en daarnaast zijn er maar vier stoelen voor vijf mensen. Paul en Lia zitten zowat bij elkaar op schoot; het is maar een klein stukje. Het sneeuwt heel licht.
De kamers zijn nog niet klaar en we besluiten om meteen naar de makaken te gaan. De eigenaar brengt ons weg en geeft ons een busschema voor de terugweg. Vanaf de parkeerplaats is nog een half uur lopen naar Jigokudani Yaen-Koen, de plaats waar de apen zitten. Een kleine trap (alweer) moeten we op, het grootste deel is een meter breed vlak pad, dat grotendeels met sneeuw is bedekt. Jigokudani is een warmwater-onsen, een natuurlijk bad met water van 42°. In de winter vinden de makaken het heerlijk om daarin te badderen. Ze hangen aan de rand, zitten en liggen op warme stenen, vlooien elkaar. Kleintjes kleumen dicht tegen de moeder aan. Ze zijn prachtig met hun rode gezichten. Die knallen er echt uit. Sommige hangen verheerlijkt met hun ogen dicht in het warme water. Je ziet ze genieten.
Op het land zitten ze met een paar tegen elkaar aan om warm te blijven. We zien vooral vachten met her en der een rood gezicht. De apen trekken zich niets van de mensen aan en lopen soms vlak langs ze heen. Ze zijn helemaal aan mensen gewend. Makaken, JapanZo zitten ze met een heel stel in het water, zo zijn ze ineens allemaal weg. Blijkt, dat er iemand ze op gezette tijden bijvoedert. Zodra ze dat horen, vliegen ze op het eten af.
Japanners kunnen het niet laten om naast de apen te gaan zitten en daarmee op de foto te gaan. Selfie sticks zijn verboden.
Met de bus gaan we terug. Boven de chauffeur hangt een elektronisch bord, dat de prijs aangeeft. Hoe verder we komen, hoe duurder het wordt. Je moet gepast betalen door briefjes en/of munten in een gleuf te stoppen. Er is ook een gleuf om een munt in te stoppen waarmee je wisselgeld kunt krijgen. We worden afgezet bij het treinstation, een kwartiertje lopen naar het hotel.
We willen eerst koffie drinken en zien al snel een theesalon die ook koffie verkoopt. We krijgen een Engelse kaart en kiezen voor koffie met chocolade- en cheesecake. Lekker.
Bij de supermarkt kopen we wat drankjes die we mee naar het hotel nemen.
In het Bozanso Hotel krijgen we kamers in Japanse stijl. Dat wil zeggen: de bedden zijn matjes op de grond, wanden van rijstpapier, een apart kamertje met een zitje, een lage tafel met een mooie doos met kopjes en thee en een thermoskan heet water. Wij hebben nog een aparte kamer met twee echte bedden, maar die gebruiken we niet. Bij binnenkomst moeten de schoenen uit en ga je verder op je sokken. Je moet je schoenen zo neer zetten, dat je er zo in kunt stappen als je ze nodig hebt. Er staan weer andere sloffen in de wc. Die heeft een verwarmde bril en is meteen ook een bidet en heeft een sproeier voor je billen. In een kastje staan sloffen die je aantrekt als je naar de onsen (warm bad) gaat. Het hotel heeft dus een onsen, een gemeenschappelijk warm bad. Eén voor heren en één voor dames. Vanavond gaan we dat uitproberen. We hebben nog geen idee hoe ons daar te gedragen. Een bad nemen is erg aan regeltjes gebonden.
Hotelkamer, JapanWe drinken een biertje in ons alkoofje, terwijl we het verhaal schrijven en foto’s bekijken.
Om 18:30 uur gaan we eten bij de Japanner. Men eet hier vroeg; om een uur of zeven. Schoenen uit natuurlijk en we zitten in kleermakerszit aan de lage tafel. Dat houden we natuurlijk niet lang vol, we strekken onze benen uit onder tafel (helemaal fout) en leunen tegen de muur (ook niet goed). Wij maken er ons buitenlanders maar een zootje van. Elke tafeltje heeft een eigen televisietoestel.
We bestellen vier gerechtjes, cola voor Paul en voor de andere drie een karafje warme sake. Die is erg warm en we krijgen er drie kleine kommetjes bij. We krijgen o.a. yakitori met zes verschillende soorten stokjes, dimsums van kip, loempia’s en een vis. We zetten alles in het midden en smikkelen er met z’n allen van. We gaan over op bier en krijgen halve liters kirin. Het wordt ondertussen erg druk. Het is niet groot, drie kleine lage tafels, een grote lage tafel en stoeltjes aan de bar. Het zit vol en het personeel loopt zich het vuur uit de sloffen. Wij willen nog wat bestellen, maar kunnen niet hun aandacht trekken. Dan herinneren we ons, dat ze ons in het begin gewezen hebben op een bel aan de muur. Dat werkt en we bestellen nog wat hapjes. Het duurt even voor die komen, maar dat vinden we niet erg. Het is een gezellige tent en we genieten. We zijn ¥ 10.000 kwijt. Een fooi geven is niet gebruikelijk in Japan.
In het hotel gaan we de onsen uitproberen. In onze kamer kleden we ons uit en trekken kimono’s aan (xl-formaat), pakken een grote en een kleine handdoek en trekken de te kleine slippers aan. In het voorpaal trek je alles uit en ga je verder met het kleine handdoekje van 50 bij 20 centimeter. In de volgende ruimte zijn douches. Je pakt een klein krukje en gaat je zittend wassen en goed afspoelen. Daarna steek je voorzichtig je grote teen in het bad, die meteen verschrompeld van het zeer warme water. Het bad is zo groot, dat je in rond kunt zwemmen. Martijn zit in het mannenbad; Lia in het vrouwenbad. Beide zijn ze helemaal alleen. Het kleine handdoekje neem je mee. Je kunt dat op de rand van het bad leggen of op je hoofd, zoals de Japanners doen, en is bedoeld om je gezicht mee af te deppen. Het mag niet in het water komen. We blijven een minuut of tien zitten stoven en douchen daarna weer. Eenmaal terug op de kamer zien we er allebei uit als roze biggetjes.
We slapen prima.

Woensdag 3 februari Yudanaka
Het is helder en zonnig, hoewel het ook een beetje sneeuwt. In de verte zien we prachtig besneeuwde bergen liggen.
Makaak, JapanWe gaan eerst op zoek naar ontbijt, dat we niet in het hotel kunnen krijgen. Bij gebrek aan een open eetgelegenheid doen we inkopen bij de supermarkt: verschillende broodjes en een bakje mie die in de magnetron wordt opgewarmd. Gelukkig hebben ze ook een koffieapparaat en we nemen alles mee naar het naast gelegen treinstation waar we in de warme wachtkamer alles opeten. We voelen ons een beetje zwervers. Voordeel van het station is, dat er allemaal folders liggen met o.a. een plattegrond van het dorp met daarop een ATM aangegeven. We hadden er al wel eentje gevonden, maar die was alleen voor Japanse passen.
We gaan weer terug naar het hotel, waar ieder van ons door de eigenaar als Paul wordt aangesproken. Bij de boeking zijn twee namen opgegeven en we denken, dat ze niet weten hoe Martijn uit te spreken en dat we daarom allemaal Paul heten.
We laten ons nogmaals wegbrengen naar de aapjes. Ze zijn nog net zo leuk als gisteren. Het is vandaag wat heiiger dan gisteren. We kijken er ruim een uur rond en lopen dan terug richting bus. Daarvoor is een uitspanning waar we koffie gaan drinken. Er rijden niet zo heel veel bussen en als we de koffie op hebben, moeten we ruim een uur wachten. We besluiten terug te gaan lopen. Dat is niet zo heel ver, omdat we toch van plan waren om bij Shibu uit te stappen. De weg loopt naar beneden en lopend zien we meer dan met de bus. Shibu is een kleine plaats met smalle straten, oude houten huizen, openbare badhuizen en een heleboel onsen. Heel leuk. Bovenaan een trap zien we een tempel die we ook nog even bezoeken. Er staan verschillende beelden buiten waar men geld heeft geofferd. Dat ligt gewoon bij die beelden. Dat zou in Nederland niet kunnen. Hier zou het binnen de kortste keren verdwenen zijn. Hier kan dat gelukkig nog.
Tempel in Shibu, JapanIn een kleine supermarkt kopen we bakjes met noedels en mandarijnen. Op de hotelkamer wordt warm water gebracht en kunnen we een poosje relaxen. Veel tijd hebben we daarvoor tot nu toe niet gehad.
Alle eettentjes zitten in de buurt van het station, een kwartiertje lopen voor ons. We gaan eten bij de Thai. Op de muur staan pijlen, maar het is niet meteen duidelijk waar we moeten zijn. Uiteindelijk moeten we een poortje open maken, door een smal straatje en vinden dan de deur. We zijn er om 19:00 uur, het moment, dat de tent opengaat. De uitbaters zijn net een tel later en wurmen zich langs ons heen om de deur open te maken, het licht aan te doen en de kachel aan te zetten. Het is een klein tentje met drie tafels en wij zijn de enige gasten. We maken een keuzen uit het plaatjesmenu en gaan er eens goed voor zitten. We drinken Singha-bier en cola (Paul). Het duurt even voor het eten komt, maar dat is wel prettig. We hoeven niet binnen een kwartier weer buiten te staan. We krijgen o.a. padhai, varkensnekjes en tom yam-soep, die erg pittig is, maar ook erg lekker.
We lopen terug naar het hotel. Het is erg helder met een prachtige sterrenhemel en het is goed koud. Het vriest al aardig.
We kleden ons om in de kimono’s en gaan wederom naar de onsen. Gerard houdt Martijn gezelschap, Lia is weer alleen. Bij de dameskant is het water vandaag iets te warm en daardoor niet zo aangenaam. Na afloop voelen we ons erg schoon, zien er weer uit als kreeften en slapen als een blok.


Donderdag 4 februari Naar Tokyo
Goed acht uur worden we naar het station gebracht voor de reis naar Tokyo. Gerard bewaakt in de wachtkamer alle bagage, terwijl wij met Paul bij de supermarkt het ontbijt gaan kopen. Wederom wat broodjes, koffie en ook een bakje verse ananas. Lekker.
We moeten kaartjes kopen voor de lokale trein naar Nagano. Die halen we, met behulp van een beambte, uit een automaat, want wij zijn het Japans nog steeds niet machtig. Wel handig. We moeten wel een keer overstappen, maar dat gebeurt op hetzelfde perron en is dus een eitje. We blijven ons verbazen over al die mensen met mondkapjes. De treinkaartjes moeten bij aankomst in Nagano ingeleverd worden.
Daar gaan we op zoek naar het reserveringsloket waar een hele rij mensen staat te wachten. Hierdoor missen we de aansluitende trein naar Tokyo-Ueno en gaan daarom koffie drinken. Iedereen is altijd overal erg vriendelijk en spreekt een klein mondje Engels, genoeg om ons van koffie te voorzien. We zitten net als er een mevrouw op ons af komt die vraagt of wij bezwaar hebben tegen film/tv-opnames. Dat hebben we niet en een man met een grote camera filmt ons van alle kanten. Hopelijk gaan ze niet vertalen wat we ondertussen tegen elkaar zeggen. We vragen ons af waar het voor is. Buiten op het perron komt een kleuterklasje voorbij: allemaal dragen ze eenzelfde hoedje en worden ze bijeengehouden door een soort hondenlijn. Voorop de juf, dan een lange lijn naar de juf aan de achterkant en er tussen in, twee aan twee, de kindjes die zich vasthouden aan de lijn. Schattig.
De trein stopt weer precies op de aangegeven plaats en vertrekt op de seconde nauwkeurig. Het is altijd stil in de trein. Niemand praat en er is een aparte coupé waar je mag telefoneren. We hebben zeer ruime plaatsen die voorzien zijn van stopcontacten. Met een vaartje van 260 kilometer per uur rijden we naar Tokyo-Ueno. Inclusief stops doen we hier anderhalf uur over, een goede 200 kilometer. Hier ligt geen sneeuw en is alles groen en de zon schijnt. Het zal ongeveer 5-7 graden zijn. Wij vinden dat wel aangenaam.
Kimono's, JapanWe willen de metro nemen, maar het ticketapparaat stelt ons voor raadsels. Gelukkig snelt een medepassagier ons te hulp. De laatste tien minuten moeten we lopen naar het Asakusa View Hotel. Een groot, hoog hotel. Onze kamers zijn nog niet klaar; ook om 14:00 uur niet, de officiële inchecktijd. De tijd gebruiken we om uit te zoeken hoe we morgen bij het vliegveld kunnen komen. Bij de balie raden ze ons de skytrein aan voor € 20 p.p. Die is niet inbegrepen bij onze JR-treinpas. Volgens ons moet dat anders kunnen. En jawel, wij vinden een bus naar het treinstation en vandaar kunnen we met onze pas gratis naar het vliegveld. Hoe moeilijk kan iemand het maken.
Als wij gaan vragen naar onze kamers, bieden ze ons een koffiebon aan. Maar die willen we niet. We willen geen koffie gaan drinken, maar de stad in. We zitten hier toch al zo kort. Na enig aandringen, krijgen we andere kamers. Eén verdieping lager, maar met hetzelfde geweldige uitzicht over de stad en op de Skytree. Pal voor het raam is een tafel met twee stoelen met uitzicht naar buiten. Geweldig!
De badkamer is ook apart. Achter de deur ligt een kleine ruimte met een wastafel en twee deuren. Eentje gaat naar de wc met verwarmde bril inclusief bidet en billensproeier; de ander gaat naar het baddergedeelte. De helft daarvan wordt in beslag genomen door een bad en de andere is de douche. Die hangt dus niet boven de kuip, maar komt op de vloer uit. Zo kun je in de badkuip je eigen onsen maken. Grappig.
Toch blijven we niet lang kijken en wandelen naar het tempelcomplex Senso-ji, nog geen tien minuten lopen. Een mooi complex met verschillende tempels en een pagode. Binnen in de tempel is fotograferen verboden. Het is erg druk met Japanse toeristen en sommige vrouwen, voornamelijk jongere, lopen in kimono. Helemaal in stijl met mooi gekapt haar met bloemen. Ook van achteren zien die kimono’s er prachtig uit. Bij de tempel staat een grote offerpot waar wierrook gestookt wordt, die men met handgebaren over zich heen walmt. Ook hier weer waterbassins waar men de handen wast en uit drinkt. Daarnaast zijn er kasten: een grote zilverkleurige langwerpige, brede buis wordt geschud tot er een lang stokje uitkomt. Daar staat een nummer op, dat correspondeert met een laatje. Daarin liggen briefjes die men zeer aandachtig leest. Het gaat er zeer serieus aan toe.
Met de metro willen we naar de Metropolitan Building waarvan we op de 40ste verdieping prachtig uitzicht hebben over de stad. Dit gebouw is gratis te betreden; voor de meeste hoge gebouwen vragen ze een hoge toegangsprijs. Voor de metro kopen we een dagkaart (hadden we beter eerder kunnen doen, maar ja) en gaan op pad. We moeten een keer overstappen en dan blijkt die dagkaart op dat traject niet geldig is. Het moet niet gekker worden. Er blijken allerlei verschillende lijnen met allemaal aparte kaarten. Met een kleine bijbetaling kunnen we onze dagkaart omwisselen voor een andere.
Het uitzicht vanaf de toren is mooi. In het westen gaat net de zon onder. Het is niet helemaal helder, maar in de verte zien we daar nog wel vaag Mount Fuji liggen. We blijven kijken tot het donker wordt. Dan gaan we met de metro een halte richting hotel om wat te eten en te drinken. Eerst komen we terecht in een bar die onder de grond ligt. Een kleine bar met een enorme keus aan whisky’s en andere sterke dranken. Wij hebben dorst en gaan voor een biertje. We zijn de enige gasten. Later komen er nog twee Japanners cocktails drinken. Het bier is niet goedkoop. Eerst krijgen we een nat, warm lapje en zodra je de laatste slok drinkt, wordt een glas water gebracht, die wordt bijgeschonken zodra het glas leeg is.
Een paar huizen verderop zit een ‘ramen’-tent. Ramen zijn een soort soepen. Wij besluiten daar te gaan eten. Een aparte gewaarwording, kunnen we wel zeggen. Wij gaan aan de bar zitten (andere plaatsen zijn er niet; het is ook maar een klein tentje) en willen wat bestellen. Daarvoor moeten we echter naar het apparaat bij de ingang. Het lijkt op een gokapparaat, maar daar moet je je bestelling opgeven. Wij kiezen de optie ‘Engels’, drukken op wat knoppen en krijgen foutmeldingen. In het Japans. Daar hebben we dus niets aan. Blijkt dat we er eerst geld in moeten gooien, dan keuzes maken en als je klaar bent, krijg je wisselgeld en bonnetjes die je bij de bar aflevert. Daarna krijg je je bestelling. Wat ontzettend leuk. En lekker. Er staan allerlei potjes met kruiden en sausjes die je toe kunt voegen. Geweldig.
Dan weer met de metro terug. Sommige stukken zijn ontzettend druk; andere heel rustig. Iedereen, maar dan werkelijk iedereen zit op een mobiele telefoon te staren; al dan niet met een mondkapje op. Waanzinnig. Het ziet er niet uit. Eenmaal terug in het hotel gaan we voor het raam zitten om naar buiten te kijken naar de inmiddels verlichte stad. Prachtig. Martijn haalt bij de supermarkt wat biertjes en ondertussen werken wij het verslag bij en sturen wat e-mails en Facebook-berichten.

Vrijdag 5 februari Naar Asahikawa (Hokkaido)

RouteHokkaido

Om half zeven staat Lia op om haar haren te wassen en kijkt even naar buiten en ziet een mooie rode gloed achter de mast. Na de douche komt net de zon op, precies achter de mast vandaan. Good morning Tokyo!
Het ontbijt is in dit hotel inbegrepen en wat voor ontbijt. Bij aankomst moeten we even wachten voor we naar onze plaatsen worden gebracht. Op tafel ligt een kaartje, dat je om moet draaien als je klaar bent. Dan kan de tafel afgeruimd worden voor volgende klanten. Er is een enorm buffet. Noem het en ze hebben het. Alle vier hebben we dan ook totaal verschillende dingen en hebben die andere dingen niet eens zien liggen. Wat een overdaad. Maar wel lekker.
Dan gaan we op pad voor de bus, trein, vliegtuig, nogmaals trein om in Asahikawa te komen, dat op Hokkaido ligt, het noordereiland. We komen o.a. op Tokyo, het centrale station voor trein en metro. Wat een enorm uitgebreid terrein is dat. Enorme borden met daarop lijnen en prijzen. Alles lijkt kriskras door elkaar te lopen, maar het is eigenlijk heel georganiseerd. Als je eenmaal weet waar je naar toe moet, kun je de weg makkelijk vinden. Het zijn af en toe wel afstanden die je af moet leggen, maar ja. Veel roltrappen, maar soms ook gewone trappen. Dat lijkt ook een beetje willekeur.
Bij een aankomende trein staat een schoonmaker bij de deur te wachten tot alle passagiers er uit zijn. Hij murmelt en buigt iedereen toe. Het oogt ons erg ongemakkelijk.
Nergens zie je prullenbakken, maar ook geen vuil. Ook geen zwervers trouwens en honden hebben we ook amper gezien.
Bij het vliegveld laden we de bagage op karretjes en lopen een stuk van terminal 2 naar terminal 3. Op de vloer ligt blauw tapijt waarop brede witte banen zijn te zien. Het lijkt wel een atletiekbaan. Een Japanner haalt ons in en gaat voor ons weer langzamer lopen als de gang lichtelijk omhoog loopt. Martijn wil hem inhalen, maar de Jap gaat steeds sneller. Martijn ook en beide beginnen te rennen. Lachen.
Met deze karretjes kunnen we zelfs een roltrap met treden op. Erg handig.
Op New Chitose Airport, het vliegveld van Sapporo op Hokkaido, hebben wij de bagage al op een karretje geladen voordat Gerard en Paul uit het vliegtuig zijn. Zo kan het dus ook.
We willen kaartjes reserveren voor de trein naar Asahikawa, maar dat kan niet. Een beambte zegt, dat we in Sapporo over moeten stappen en de trein van over een uur moeten nemen. Maar wij zien ook treinen eerder naar Sapporo vertrekken, die we gewoon nemen. Waarom in vredesnaam niet. De trein zit wel overvol en wij hebben gelukkig allemaal zitplaatsen. Niet iedereen is zo gelukkig. De meeste mensen zijn Japanners, maar we zien ook een paar toeristen.
Hier is het weer wit en ligt alles onder een dunne laag sneeuw. Het vriest licht.
In Sapporo wordt pas laat bekend gemaakt op welk perron onze trein vertrekt. Zodra die melding er is, stormt iedereen die kant op. We zijn niet de enigen die daar naar toe gaan. Op de grond staan lijnen waar de deuren van de trein straks open zullen gaan. Veel mensen staan al netjes in rijen te wachten. We sluiten in de kortste rij achteraan aan. Ook nu hebben we zitplaatsen, wat erg prettig is, want we moeten nog anderhalf uur treinen. De stoelen in de trein staan altijd in de rijrichting. Elk bankje kan apart omgekeerd worden.
Sushi's, JapanAls snel zien we de sneeuwlagen hoger worden. Alles is wit en ook op de takken van de bomen ligt sneeuw. Op sommige stukken liggen hele hopen sneeuw. Hoe verder we naar het oosten komen, hoe meer sneeuw er ligt. Nou is Asahikawa bekend in Japan als de plaats waar normaal gesproken de meeste sneeuw ligt. We zullen het gaan zien.
Om 17:00 uur wordt het al donker. En het gaat sneeuwen. Soms zachtjes, soms hard.
Het hotel ligt dicht bij het treinstation. We zitten onze spullen in de erg kleine kamer (het is een beetje behelpen) en gaan op zoek naar sushi’s. We gaan met z’n tweeën, want de andere heren lusten dat niet. Hier staat overal wat minder in het Engels aangegeven dan op het eiland Honshu. Het is lastig om een geschikte tent te vinden. Restaurants zijn vaak te herkennen aan de lappen die buiten hangen, maar wat er dan voor soort eten wordt geserveerd, blijft een beetje gissen. Er hangen wel menu’s; in het Japans. Sommige hebben plaatjes, wat het wat duidelijker maakt. We hebben moeite om een sushi-tent te vinden, maar het lukt. En ze hebben een Engelse kaart. We willen aan de bar gaan zitten, maar die is te laag voor Martijn. Dan maar een tafeltje. We krijgen eerst een nat warm lapje en een kom zeewierthee. Niet echt smakelijk. Vervolgens kiezen we sushi’s en sashimi’s. Later bestellen we nog wat tempura. Erg lekker.

Zaterdag 6 februari Asahikawa
Het is koud. Vandaag wordt het niet warmer dan -5°, terwijl het ’s nachts ongeveer -10° zal worden. Af en toe sneeuwt het licht, maar een groot deel van de dag is het ook zonnig. Dat voelt meteen veel en veel warmer aan.
We gaan eerst ontbijten bij de foodcourt bij het station. Bij de Delifrance kopen we overheerlijke broodjes en koffie. Die wordt op een speciale manier klaar gemaakt in glazen potjes. Zoiets hebben we nog nooit gezien. Heel apart en heel lekker. Jammer, dat we zo’n potje niet mee naar huis kunnen nemen.
Asahikawa, JapanDan gaan we op weg voor het ijsfestival. Vandaag is de openingsdag in Asahikawa. We kleden ons goed aan: thermokleding, T-shirt korte mouw, warme trui met col, twee paar sokken, met bont gevoerde schoenen, dikke jas, muts, sjaal, handschoenen. We zullen het vandaag, op de handen na, niet echt koud krijgen. Gelukkig.
In de voetgangersstraat tegenover het station, naast ons hotel, zien we de eerste voorbereidingen. Wij hadden gedacht, dat de ijshouwers ’s morgens om 7:00 uur zouden beginnen, maar dat blijkt 19:00 uur te zijn. In een folder staat het volgende: van 07:00-11:00 wordt er gehakt en van 11:00-22:00 wordt het werk dagelijks tentoongesteld. Dus namen wij aan, dat 07:00-11:00 uur ’s morgens zou zijn, maar dat blijkt ’s avonds. Vreemd om twee verschillende tijdsaanduidingen in één advertentie te gebruiken. Het is echter de 57ste editie van het festival, dus de plaatselijke bevolking zal het wel weten. En zoveel toeristen zijn hier nou ook weer niet. Op het festivalterrein zullen we er een paar tegenkomen.
De stoepen in het voetgangersgebied zijn sneeuwvrij; de straten die we over moeten steken niet. De voetgangerslichten daar staan heel lang op rood, maar niemand loopt door rood. Op de verkeerslichten staan wel wijzertjes hoe lang het nog rood of groen blijft. Handig.
Asahikawa, JapanOp het festivalterrein bij de rivier is al wel wat te beleven. Er staat een enorm gevaarte van sneeuw waarin twee berenkoppen zijn uitgehouwen. Dit gebouw is helemaal gemaakt van sneeuw en meet zestig bij tien meter. Overal staan beelden gemaakt van sneeuw. Er staan lange rijen met kleine sneeuwpopjes (40-50 centimeter) gemaakt door kinderen. Bovenaan de weg hebben we prachtig uitzicht over het terrein. Langzaam lopen we naar beneden en zien overal bedrijvigheid. Tenten waarin kinderen sneeuwpoppen kunnen versieren. Daarmee worden ze op de foto gezet en het beeld wordt in zo’n lange rij toegevoegd. Kleine glijbaantjes voor de kleintjes en een 100 meter lange baan voor de grotere. Treintjes die rondrijden en bananenbootjes voorgetrokken door een ijsscooter. Een visvijver met vis die je mee naar huis mag nemen in een plastic tasje. Overal staan rijen mensen met kinderen te wachten. En natuurlijk talloze eettentjes. Allerlei soorten eten is er te koop. En nergens ligt een stukje afval op de grond. Helemaal niets. Er zijn verschillende tentjes met allerlei bakken voor de verschillende soorten afval en iedereen brengt zijn afval daar naar toe. Hoe gedisciplineerd! Hoe fascinerend!
We kijken ons ogen uit. Om 12:00 uur is de officiële opening met de hoge pieten die een stoel met een dekentje krijgen. Onder het geluid van de blaaskapel en wat knallen is de opening een feit.
Asahikawa, JapanWij gaan naar de foodcourt bij het station om wat te eten. In de voetgangersstraat waar straks de ijsbeelden komen, zijn in de tussentijd honderden kleine sneeuwpoppen verschenen. Deze worden met mallen gemaakt en daarna voorzien van ogen, neuzen, monden en vlaggetjes. Ze staan op banken en randen. En er worden er nog steeds meer gemaakt. In een kleine vrachtwagen worden ze naar de plaats van bestemming gereden. Het staat erg vrolijk. Ook zijn er lage platforms gemaakt waar de ijshouwers hun beelden zullen gaan plaatsen. Bij iedere plaats ligt open en bloot alle gereedschap, inclusief elektrische zagen, boren en slijpers. Niemand die daar toezicht op houdt. Niemand van het publiek die het ook maar aanraakt. Hier kan dat dus blijkbaar nog.
In de foodcourt zijn hele schappen vol met Belgische bieren, Italiaanse en Australische wijnen en champagnes. Op het eetplein staan aan de kant eettentjes waar je allerlei soorten eten kunt kopen en in het midden staat het vol met tafeltjes waar je dat op kunt eten. We kopen wat en gaan op zoek naar bier. Lia vindt het in de naast gelegen supermarkt samen met een bekertje vers fruit. We vragen ons af of we meegebrachte etenswaren op het plein mogen opeten (er hangen verschillende plakkaten in het Japans die we niet kunnen lezen) en doen het gewoon.
’s Middags houden we siësta. We maken het verslag, zetten foto’s op Facebook en lummelen wat.
Asahikawa, JapanOm 17:00 uur gaan we naar de Taisetsu Ji-biru-kan, de lokale bierbrouwerij. Hier kiezen we voor vijf proefglaasjes met verschillende bieren en eten meteen een hapje. Lekker.
Heel prettig, dat er in Japan geen fooien worden gegeven.
Met de bus willen we terug naar het festivalterrein bij de rivier voor de vuurwerkshow. Maar de bus rijdt maar tot 18:00 uur en het is nu 18:10 uur. Dan gaan we maar lopen. We komen net op tijd om het spektakel mee te maken. Er wordt het een en ander verteld, wat wij natuurlijk niet kunnen verstaan, maar het vuurwerk en de verlichte beren zien we wel. Een prachtig vuurwerk! Ze kunnen er wel wat van, die Jappen.
We wandelen terug naar het hotel. Het is fris geworden ondertussen: het vriest 6 graden (en het is pas vroeg in de avond). Intussen zijn de ijshouwers begonnen met hun werk. Er is nog niet veel te zien; ze zijn echt bezig met de basis. Jammer, dat we het eindresultaat niet zullen zien. Maar morgen komen we onderweg nog een ander ijsfestival tegen en donderdagavond zullen we in Sapporo de sluitingsavond van het ijsfestival daar mee maken. Dan zullen we beelden in hun volle glorie zien.
We kopen wat biertjes om op de kamer op te kunnen drinken en maken er een rustige avond van. Ook wel eens een keer lekker.


Zondag 7 februari Naar Kawayu
Het heeft vannacht gesneeuwd en dat doet het nog steeds. Het is -6° om 8:00 uur als we gaan ontbijten.
IJsfestival, JapanDe ijssculpturen zijn al een beetje gevorderd en van sommige zijn de contouren al duidelijk zichtbaar. De een is al weer aan het werk, de ander nog niet. Morgenochtend om 11:00 uur moet alles af zijn. We lopen ze allemaal langs om te zien hoever ze zijn.
Tussen al die kleine sneeuwpopjes zien we plotseling ook een bruin exemplaar. Wat grappig.
Twee blokken van het hotel af gaan we de gereserveerde auto ophalen. Zodra wij het pand binnen komen, loopt iemand naar buiten om de auto voor te rijden en warm te laten worden. Wat een service. Het duurt even om het Engelstalige navigatiesysteem in stellen en met behulp van de mevrouw komen we er uit. Om bij een hotel te komen, moet je het telefoonnummer daarvan in programmeren. Paul en Gerard zullen gaan rijden, Martijn zorgt voor de navigatie. We kopen een ETC-pasje voor een paar euro, waarmee we makkelijk langs tolpoortjes kunnen. We hoeven dan niet telkens te betalen, maar er wordt op het pasje genoteerd hoeveel we verbruikt hebben en dat wordt op het eind verrekend. Bij die tolpoorten is een aparte ingang voor auto’s met zo’n pasje. Als je daar met 20 k/u aankomt rijden, gaan de bomen precies voor je neus open. Het is elke keer weer spannend, maar het gaat altijd goed. We gaan op weg naar hotel Kitafukuro in Kawayu tussen Lake Mashu en Lake Kussharo, ongeveer 250 kilometer.
Het duurt even voor we de stad uit zijn. Er zijn veel verkeerslichten en van een groene golf hebben ze blijkbaar nog nooit gehoord. De wegen in de stad zijn besneeuwd, wat wennen is met rijden. Op de snelweg zijn grote sneeuwschuivers actief. Al snel verlaten we de grote weg en gaan binnendoor naar Sounkyo. Die weg gaat wat omhoog wat duidelijk te merken is aan de hoeveelheid sneeuw die we overal zien liggen. Wat een bergen. Bij Sounkyo zou nog een ijsfestival zijn. We zien hier een plakkaat met twee evenementen, eentje 800 meter rechtdoor en een 21 kilometer rechtsaf. Volgens ons moet het hier in de buurt zijn, maar kunnen het niet vinden. Bij een supermarkt vragen we de weg. Men spreekt drie woorden Engels, maar dat is nog altijd twee worden meer dan wij Japans spreken. Ze wijzen ons op weg en we komen weer op de oude weg uit. Kawayu, JapanWe besluiten om het maar te laten voor wat het is en rijden verder. Twintig kilometer verder zien we het ijspaleis ineens aan de linkerkant van de weg liggen. We parkeren de auto en lopen er naar toe. Sodeju, wat is het koud. Het sneeuwt en er staat wind die we pal tegen hebben. Later zien we, dat het -10° is, maar het voelt wel als -25°. We zitten op 1200 meter hoogte.
Dit is een heel ander festival. Er zijn iglo’s gebouwd met daarin beelden van ijs. Op die beelden worden door de bezoekers munten geplakt, die door de kou gewoon blijven zitten. Een grote hoge hal is gemaakt van een bamboestellage waar men in het begin van het winterseizoen water over heen hebben gegoten waardoor allerlei stalactieten van ijs zijn ontstaan. Daarna hebben ze er gaten ingezaagd, vormen en verlichting aangebracht. Het ziet er zeer sprookjesachtig uit. Geweldig gewoon. De uitgang blijkt een grote dierenbek te zijn.
Snel gaan we het cafédeel binnen om warm te worden en koffie te drinken. We zijn half bevroren.
We rijden verder, want we willen voor het donker in het hotel zijn. De weg daalt weer, het weer klaart op en soms zien we een flauw zonnetje. Het is rustig op de weg die ondertussen sneeuwvrij is. Langs de kanten liggen wel enorme hopen sneeuw.
Het is even wennen aan het links rijden en de verkeersborden. Af en toe wordt de ruitenwisser aangezet in plaats van de richtingaanwijzer. Een paar keer zien we herten en op een parkeerplaats loopt een vos.
We zijn dicht bij het hotel als we prachtig zicht krijgen op Lake Kusshara. De laatste zonnestraaltjes van de dag schijnen er nog net op. We kijken uit met lopen, want de sneeuw in de berm lijkt overal even hoog, maar plots zakt Paul een stuk weg. Gerard wil hem helpen en zakt ook weg. Lachen met die mannen. Het is hier -13°, maar omdat er geen wind en geen sneeuw is, lijkt het een stuk aangenamer dan vanmiddag in die -10°.
In hotel Kitafukuro hebben we Japanse kamers gereserveerd met van die bedden op de grond. Men spreekt heel slechts Engels, maar probeert het wel. Met gebarentaal komen we er samen wel uit. Het is een heerlijke grote kamer die wel heel erg warm is. We zetten meteen de verwarming uit en het raam open.
Er zitten verschillende busgezelschappen in het hotel, maar die zien we niet. Om 19:00 uur gaan we eten. Japans eten. We zitten met z’n vieren in een aparte kamer met een lage tafel, maar er zit wel een gat in de grond, zodat we ‘gewoon’ kunnen zitten. De tafel staat vol met schaaltjes en vuurpotjes. Die worden aangestoken en branden precies de tijd die nodig is om het gerecht in het pannetje klaar te maken. Dan gaan ze automatisch uit. Er zijn soepen, vlees, sashimi’s, gebakken vis, gerookte zalm, rijst, misosoep met krabpootjes, aardappelgerechtjes, asperges, sausjes en nog wat ondefinieerbare dingen.
Alle schotels zijn mooi opgemaakt en ook het servies en de stookpotjes zijn prachtig. Genieten!
Bij terugkomst op de kamer is het bed opgemaakt.
Vandaag geen toerist gezien.

Maandag 8 februari Naar Rausu
Whooper zwanen, JapanHet ontbijt begint om 7:00 uur, maar als wij op dat moment de eetzaal binnen komen, zit het al helemaal vol en zo te zien, zitten die mensen er al even. Maar er is nog één tafeltje vrij en dat is genoeg. Heel mooi, dat we een oud Japans mannetje in kimono zien met daarover heen een jasje. Zo zal vroeger er iedereen uit gezien hebben.
Het heeft gesneeuwd vannacht en op de auto ligt een laagje van tien centimeter. Het is losse sneeuw, die zich gemakkelijk laat verwijderen. Overdag vormen zich aan de onderkant en de wielkasten van de auto enorme plakkaten sneeuw en modder die we er regelmatig af schoppen.
Het is ongeveer -9°. Overdag dus. ’s Nachts zal het nog kouder zijn.
We gaan met de auto een beetje rondrijden en gaan richting Lake Kussharo. Daar zouden wilde zwanen moeten zitten. En die zitten er dan ook. Bij het uitzichtpunt is tussen het land en het meer een smalle strook water waar de zwanen zwemmen. Sommigen staan met wijd uitgespreide vleugels en te blazen tegen elkaar. De meeste zwemmen rustig een stukje. De snavel is zwart, daarna volgt een stukje fel geel, de rest van het beest is wit. Het is een mooi overzicht: de zwanen vooraan, dan het bevroren, besneeuwde meer en daarachter de besneeuwde bergen.
Dat de zon schijnt, maakt het extra mooi. Dat ligt trouwens aan Gerard. Die zegt, dat hij altijd, waar dan ook, mooi weer heeft. We moeten vaker met hem op vakantie!
Verderop zijn er nog wat uitzichtpunten over het meer, maar het is niet helder en het uitzicht valt tegen.
We rijden verder en zien uit de bergen op verschillende plaatsen rookpluimen opkomen, wat duidt op vulkanische activiteit. We ruiken dat ook regelmatig.
Het grootste deel van de dag is het zonnig, maar soms komen er in een mum van tijd wolken opzetten, sneeuwt het een beetje en is het vrij somber. Vijf minuten later is het weer helder. Dat gaat zo supersnel heen en weer, bizar gewoon.
Rausu, JapanWe gaan op weg naar Rausu, aan de oostkust van Hokkaido. Veel sneeuwbergen onderweg en geen plaatsen waar we koffie kunnen drinken.
Dichtbij Rausu is een smalle besneeuwde weg naar een uitzichtpunt. Zodra we op dat weggetje zitten, zien we in de bomen enorme zwartwitte arenden zitten. Paul en Gerard zitten aan de rechterkant van de auto en zien niets. Wij roepen telkens: weer één, daar drie, in die boom vijf. En zij zien niets. Grappig. Bovenaan hebben we mooi uitzicht over het dorp, maar hier zitten geen arenden.
We zijn te vroeg om in het hotel in te checken, we zitten even buiten het dorp bij gebrek aan vrije kamers in het dorp, en gaan in het dorp koffie drinken en een klein hapje eten. Hier in Japan vind je bij supermarkten koffieapparaten en kleine zithoekjes van vier, vijf stoelen. Zo zien we dat bij ons niet.
We lopen naar de haven, ongeveer honderd meter, en zien overal vissersboten liggen. Iets verderop zitten een paar arenden in de sneeuw aan de kant van het water. Als zo’n beest laag over vliegt, zien we goed hoe enorm groot deze vogels zijn. De spanwijdte kan 280 centimeter bedragen. Gigantisch, wat een vogels! Geweldig gewoon. En er zitten en vliegen er een hele hoop. Ze steken mooi af tegen de blauwe lucht. We genieten.
Aan de andere kant zitten zwanen (whooperswans) die lekker in het water liggen te dobberen. Op de achtergrond liggen de besneeuwde bergen. Later zien we ganzen overvliegen. Ook mooi.
Stellers zeearend, JapanWe gaan langs bij Drift Ice Cruising, waar we voor morgen een ijsbrekertocht hebben gereserveerd. Er ligt echter helemaal geen ijs in de baai. Daarom hebben ze de tocht aangepast. In plaats van een vertrek van 5:00 uur ’s morgens gaan we om 8:30 uur weg. Dat vinden we niet erg. Wel jammer, dat er geen ijs ligt. Dat zou het wel speciaal hebben gemaakt.
We drinken nogmaals koffie in de supermarkt voor slechts ¥ 100 p.p. (€ 0,78). Daarna gaan we naar het hotel om in te checken. Hier hebben we weer Japanse kamers. Lekker ruim dus. Schoenen uit bij deur en op kousenvoeten verder. In de kleine wc staan sloffen en in het halletje weer anderen. Die doe je aan als je naar de onsen gaat. De sloffen zijn altijd te klein, zeker voor Martijn. Op de lage tafel staat een ronde doos met een theepotje, thee, kopjes en suiker. Gerard koopt een 0,75 literfles Japanse whisky voor slechts ¥ 750, omgerekend € 6. Hij smaakt nog goed ook.
We maken ons verslag en luisteren ondertussen naar Radio Utrecht met o.a. carnavalsmuziek onder het genot van een Asahi, een Japans biertje.
Het is hier vroeg donker: goed half vijf begint het al te schemeren. En het sneeuwt weer. In het hotel hebben ze de gewone onsen, maar ze hebben ook een klein buitenbad. Verwarmd uiteraard. Maar daar wagen we ons toch maar niet aan.
Het diner zit er op het eerste gezicht hetzelfde uit als gisteren. Een hele tafel vol met schaaltjes en schotels. Op het tweede gezicht blijkt er maar één hetzelfde gerecht als gisteren. Er is heel veel vlees, een klein stukje vis en een grote krab voor iedereen. Japan is een slecht land voor vegetariërs. De tafel ziet er prachtig uit en de schaaltjes zijn zeer mvt (mooi voor thuis).
Na het diner gaat Lia naar de onsen die ditmaal zeer aangenaam warm is. Gelukkig niet te heet. Eerst moet je je wassen in het voorportaal op een klein krukje en dan het bad in.


Dinsdag 9 februari Naar Tsurui
Het ontbijt ziet er net zo mooi uit als het diner van gisterenavond. Speciaal voor ons hebben ze ook broodjes met boter en jam.
Het sneeuwt vandaag zo’n beetje de hele dag. Geen mooie blauwe lucht dus. We gaan met een boot de zee op om naar arenden te gaan kijken. We zitten slechts met negen man aan boord, zodat iedereen alle ruimte heeft om foto’s te maken. Hier zitten de beroemde grote zwartwitte Stellers zeearenden en bruine zeearenden met witte staart. Je wilt niet weten hoeveel er zitten. Op de pier zitten er een heleboel in afwachting van de vissersboten die straks van zee terug zullen komen. Veel vogels duiken de zee in voor een maaltijd vis. Later varen we dicht langs de pier, waar we veel arenden aardig dichtbij kunnen zien. Wat een machtige beesten.
Stellers zeearend, JapanTijdens de boottocht is het grotendeels droog. De kou valt mee (-4°), maar we hebben ons dan ook goed aangekleed. Zodra we aanleggen, gaat het weer sneeuwen. Bij de supermarkt drinken we nogmaals koffie en gaan dan op weg naar Tsurui, het gebied waar kraanvogels zouden moeten zitten.
We rijden niet zo snel, want de wegen zijn helemaal wit. Uitkijken dus.
Stellers zeearend, JapanDichtbij het Woody Hotel in Tsurui zien we een veld met zwarte vlekken. Eerst denken we aan kraaien, maar het blijken zwartwitte vlekken: kraanvogels. Het wit van de vogels valt weg tegen de sneeuw. Een heel weiland vol Chinese kraanvogels! Op een paar meter afstand staan ze te eten, te baltsen en ruzie te maken. Ook komt er regelmatig een aantal overvliegen. Prachtig. Het is een van de grootste en zeldzaamste kraanvogelsoorten. Nou hebben deze kraanvogels een rode vlek op de kop, maar door het slechte licht zie je die niet zo goed. Misschien is dat morgen beter; we blijven hier twee nachten. Op weg naar het hotel zien we in het veld een vos lopen.
Woody Hotel is een mooi houten gebouw midden in het bos. De kamers zijn niet zo groot, maar er zijn verschillende delen waar je lekker uitgebreid kunt zitten. De badkamers zijn beneden en zijn eigenlijk kleine onsen. Deze zijn niet gescheiden voor mannen en vrouwen en kun je afsluiten. Martijn en Lia gaan samen in een bad (twee bij vier meter) en het water is aangenaam warm. Niet zo heet als in een onsen, maar gewoon lekker. Door het grote raam kijken we uit op de besneeuwde tuin. Wat wil een mens nog meer.
Bij het diner komt een gast in kimono in het restaurantdeel. Dat schijnt gebruikelijk te zijn: eerst gaat men naar het bad en dan in kimono aan tafel.
We krijgen een vijfgangen diner met prachtig opgemaakt borden. Heel anders dan we tot nu toe gehad hebben.

Woensdag 10 februari Tsurui
Ontbijt is meer westers met gebakken ei, worstje, sla, geroosterde stukken brood en zelfgebakken krentenbrood. Ook lekker.
Vandaag gaan we voor de kraanvogels. We hebben ze gisteren ook al gezien, maar vandaag willen we er nog meer. Het is droog en vrij helder. Niet koud: -4°. We beginnen aan het weer te wennen.
Chinese kraanvogels, JapanBij de Otowa-bashi-brug staat een enorme horde fotografen met enorme toeters van lenzen. De zon komt net op en de wolken weerspiegelen mooi in het water. Er zijn nogal wat kraanvogels, maar niet zo dichtbij. Soms vliegen er een paar over en dan hoor je aan alle kanten enorm geklik. We vragen ons af hoe lang die mensen hier blijven staan. Binnen een half uurtje moet je toch wel een mooie foto kunnen maken. Hoeveel foto’s wil je hebben. Drie kraanvogels zijn zo aardig om dicht naar ons toe te vliegen en dan zien we de rode vlek op de kop pas goed. Mooi.
Bij het Tsuruimidai-uitzicht zien we nog meer kraanvogels. Sommige springen hoog op, sommige ruziën met elkaar, sommige roepen hun vriendjes met hun snavels hoog de lucht in, de meeste staan te eten.
We kijken bij verschillende punten en drinken ergens koffie. In de tuin zien we een koolmeesje, een bonte specht en een Vlaamse gaai. Mooi. Gelukkig zitten er ook nog andere vogels dan kraanvogels. Die zitten er hier wel heel veel. De populatie wordt geschat op een kleine 2.000 en ik denk, dat we ze allemaal wel gezien hebben. ’s Middags als de zon schijnt, steken vooral de rode stukken op de achterkoppen mooi af.
Chinese kraanvogels, JapanWe hebben benzine voor de auto nodig, maar natuurlijk is er geen pomp te zien. We rijden naar Kushiro en hebben moeite om er eentje te vinden. De eerste die we uiteindelijk zien, heeft geen normale benzine. Niet normaal toch? Een volle tank, 50 liter, kost amper € 40. Een koopje.
Tegen het vallen van de avond rijden we nogmaals naar de brug. Nu is er bijna niemand, maar wat is het mooi. De zon kleurt de wolken mooi oranje en een heleboel kraanvogels vliegen daar door heen. Soms met z’n tweeën, maar we zien ook een groep van wel twintig stuks overvliegen. Ze kleuren prachtig in de ondergaande zon. Het is ondertussen goed koud geworden; het is wolkenloos en de temperatuur zakt onder het vriespunt. De rest van de dag was het zo’n 5-6 graden boven nul en dooide het goed.
Op de terugweg naar het hotel zien we een rode vos in een weiland vol met sneeuw lopen. Omdat we op een rustige weg zitten, kunnen we stoppen om foto’s te maken. Mooi.
We hadden al eerder op een parkeerplaats een vos gezien, maar toen we goed keken, bleek dat een hond. Sindsdien was het: hé een vos, oh nee, het is een hond. Gerard, die chauffeerde, wilde dan ook eerst niet geloven, dat het echt een vos was.
Eten, JapanBij terugkomst in het hotel gaan wij meteen in onze kimono’s naar onze onsen. Het water is net iets warmer dan gisteren en we knappen er helemaal van op.
Boven op de grote overloop gaan we aan tafel om foto’s te bekijken en verslagen te maken. Paul zit lekker in de schommelstoel.
Het diner is weer een kunststukje. Weer vijf gangen en helemaal anders dan gisteren. We eten nu o.a. kreeft en Japanse biefstuk die zo verschrikkelijk mals is. Met stip komt deze op de eerste plaats aller tijden. Mocht je hier ooit in de buurt komen, Woody Hotel in Tsurui op Hokkaido, sterk aanbevolen. Het is wel een duur hotel, maar dan heb je ook wat.
Na afloop maken we de fles Torys leeg.

Donderdag 11 februari Naar Sapporo
Vandaag rijden we naar Sapporo, een stuk van 330 kilometer. De zon schijnt en we zien een blauwe lucht; het heeft vannacht aardig gevroren, maar we hoeven de auto niet te krabben. De weg is schoon, wat prettig rijdt. Zodra het begint te sneeuwen, zien we overal sneeuwschuivers in colonnes van drie verschijnen, die de sneeuw aan de kant schuiven. Goed georganiseerd.
Het schiet toch niet zo hard op, want je mag maar 80 km/uur. En iedereen houdt zich aan die snelheid. Aan alle verkeersregels trouwens. Men rijdt rustig en er is weinig verkeer.
Tijdens een stop merken we, dat het wel koud is. Volgens de aangegeven temperatuur is het -0,5°, maar door de ijzige wind voelt het heel erg koud. Bij de parkeerplaats is een groot gebouw met luxe wc’s met uiteraard verwarmde brillen en allerlei spoelmogelijkheden; er zijn ook veel verschillende wastafels en tafeltjes. Alles schoon natuurlijk. Er staat, zoals overal, ook een apparaat met drankjes, maar deze heeft geen warme drank. Jammer. We hebben wel zin in koffie namelijk. We hebben fantastisch uitzicht op een besneeuwde bergenreeks in de verte.
We rijden verder over de snelweg en komen helemaal geen dorpjes tegen. We komen we door heel veel tunnels. Sommige zijn wel vijf kilometer lang. Hoe verder we naar het westen rijden, hoe meer de lucht betrekt. De bomen zitten hier nog onder de sneeuw en op een gegeven moment gaat het zelfs sneeuwen. Gelukkig niet zo hard. Bij een benzinepomp proberen we nogmaals de apparaten. Bij de parkeerplaats en de wc’s zitten in de apparaten ook alleen maar koude dranken. Lia loopt naar de pomp, honderd meter verderop, en vindt zowaar apparaten met warme dranken. Niet alleen koffie, maar ook maaltijden. Die zijn diepgevroren en komen er dan warm uit. Vreemd, dat die niet bij de parkeerplaats staan. We leggen zoveel mogelijk muntjes bij elkaar (briefgeld kan ook, maar we moeten van de vele muntjes af) en gooien die in het apparaat. Zodra je er geld in gooit, gaan er lampjes branden van de dingen die je voor dat geld kunt kopen. Hoe handig. Zodra we op koffie drukken, verschijnt een teller die terugloopt naar nul, dan gaat een deurtje open en verschijnt een beker met deksel. Wat een systeem. Lekkere koffie trouwens.
Sapporo, JapanIn Sapporo hebben we een hotel midden in de stad besproken. Vandaag is n.l. de laatste dag van het ijsfestival en als we hier toch zijn, willen we dat ook zien. De ‘miep’ (de routenavigator in de auto) brengt ons, zoals tot nu toe overal, tot voor de deur van het hotel. Deze is wel heel erg handig gebleken. Zeker in zo’n grote stad als Sapporo met overal eenrichtingswegen. We komen uit bij de parkeergarage van het hotel waar we de auto kwijt kunnen. Ze hebben niet veel plaatsen en ‘wie het eerst komt het eerst maalt’. Nu is er nog plaats genoeg. Het is pas 14:00 uur en eigenlijk gaat de parkeertijd om 15:00 uur in, gelijk aan de inchecktijd. Het kost voor een dag ¥ 1.000 en voor dat uur moeten we ¥ 100 extra betalen. Wij lachen om dat bedrag (totaal nog geen tientje) en we zijn blij, dat we de auto hier kwijt kunnen. De auto wordt voor ons geparkeerd. We dumpen de bagage in het hotel en gaan op weg naar het ijsfestival. Drie blokken verderop, op de Susukino Site, zitten de ijsbeelden. In het Odaripark staan de sneeuwbeelden. De ijsbeelden staan op een klein oppervlak dicht op elkaar. Er zijn nogal wat commerciële objecten, die gesponsord worden door o.a. drankbedrijven (bier, whisky) en telefoonmaatschappijen. De beelden zijn wel mooi, maar niet zo heel goed te zien doordat ze niet afsteken tegen de achtergrond.
We lopen door naar het Odaripark, slechts een paar honderd meter. Hier is de ondergrond ijzig. We hebben niet aan onze antislipijzertjes gedacht, maar hadden ze hier heel goed kunnen gebruiken. Veel mensen glijden uit en sommige gaan onderuit. Het is druk en er is een eenrichtingsverkeer ingesteld. Er staan enorm grote sneeuwbeelden. De een mooier dan de ander. Het heeft blijkbaar kort geleden hier nog gesneeuwd en niet van alle beelden is die sneeuw afgeveegd. Het is vandaag de laatste dag van het festival en misschien geloofde men het wel. Sommige beelden hebben ook wat te veel zon gezien. Die schijnt nu ook weer, maar het is wel koud. Het is weer aan het vriezen.
Sapporo, JapanIn het Apa Hotel Sapporo Susukino Ekisnishi hebben we kamers in Japanse stijl met matjes op de grond. Voordeel is, dat de kamers erg groot zijn. We halen wat biertjes die we in het alkoofje op de kamer opdrinken, terwijl we het verslag bijwerken. Lekker.
We gaan ergens een hapje eten. Gerard is erg moe en we vinden dichtbij het hotel een aardige tent. Maar dan wordt Martijn niet goed en valt twee keer flauw. We gaan snel naar buiten voor frisse lucht en dan valt hij gewoon neer. Hij komt snel weer bij, maar we gaan toch met de snel verschenen ambulance naar het ziekenhuis. Om een lang verhaal kort te maken: er worden allerlei onderzoeken gedaan, maar niets gevonden wat op een oorzaak kan duiden. We herinneren ons, dat hij dat een jaar of vijftien geleden ook al eens heeft gehad. Hij verblijft twee nachten in het ziekenhuis en mag dan weer vertrekken.

Vrijdag 12 februari Sapporo
We zouden eigenlijk vandaag naar Osaka vliegen, maar dat gaat dus niet. Paul en Gerard gaan wel, rijden de auto naar het vliegveld en krijgen zowaar korting, omdat deze twee uur eerder ingeleverd wordt dan afgesproken. Het moet niet gekker worden.
Lia regelt ondertussen de verzekeringszaken (we zijn gelukkig goed verzekerd) en rijdt een paar keer met de taxi op en neer naar het ziekenhuis. Omdat de vooruitzichten wel goed zijn, boekt ze ook vluchten voor morgenmiddag naar Osaka.

Zaterdag 13 februari Naar Osaka
Om een uur of elf wordt Martijn ontslagen uit het ziekenhuis en heeft groen licht gekregen om de reis voort te zetten. We worden door het personeel naar de taxi gebracht en uitgezwaaid.
De luchttemperatuur is boven nul en het dooit dus. Alle straten zijn een vreselijke modderpoel.
Bij het treinstation moeten we kaartjes kopen voor de reis naar New Chitose Airport voor de vlucht naar Osaka. We gaan in de rij staan bij het kaartjesloket en worden daar door een mevrouw er uit gepikt. Waar we naar toe gaan, vraagt ze en ze gaat ons helpen om bij de automaat kaartjes te kopen. Dat gaat wat sneller en dan kunnen we met een eerdere trein mee. De gereserveerde plaatsen zijn voor de hele dag al uitverkocht. We staan achteraan in de rijen die weer netjes opgesteld staan. En zoals altijd vertrekt de trein stipt op tijd. Gelukkig kunnen we nog net de twee laatste zitplaatsen bemachtigen. Ook hier weer verwarmde stoelen. In het begin is dat wel even lekker, maar als je wat langer zit, hoeft dat van ons niet. Je krijgt wel heel warme billen.
Osaka, JapanIn een half uurtje zijn we op het vliegveld. We sluiten aan in de rij voor de incheckbalie, die twee uur voor vertrek open gaat. Dan gaan de hoezen van de kaartjesmachines er af en moet iedereen daar eerst inchecken. Lia heeft dat heel snel in de gaten en staat vooraan. Martijn blijft in de rij staan met de bagage. Gelukkig is er hulp bij het inchecken, iedereen is altijd even vriendelijk en behulpzaam en we hebben snel de instapkaarten. In de rij vóór Martijn krijgen mensen het ook door en lopen met z’n allen naar de apparaten (niet zo slim), waardoor wij een stuk in de rij opschuiven. De vlucht vertrekt een half uur te laat en bij aankomst regent het. We staan niet bij een slurf en als we uit het vliegtuig komen, staat beneden bij de trap een grote bak met paraplu’s. Wat een service. We kunnen niet meteen de gratis pendelbus naar het hotel vinden. Die rijdt bovendien voor onze neus weg, zodat we een half uur moeten wachten. Boven de weg hangt een matrixbord met daarop een paraplu met regenspetters. Zodat je kunt zien dat het regent? Je ziet toch de spetters tegen de ramen?
We hebben gelukkig een hotel op slechts tien minuten afstand rijden, checken in en gaan op zoek naar Paul en Gerard. Bij gebrek aan een bar (hoe is het mogelijk, dat er in zo’n groot hotel geen bar is) gaan we bij de incheckbalie zitten en praten bij. We gaan vroeg naar bed, want morgenochtend om 10:00 vertrekt de vlucht naar China voor het verdere verloop van onze vakantie.
De wc-bril in het hotel is niet verwarmd! We zijn hier helemaal aan gewend geraakt. Ook de bidet- en wasknoppen, voor het wassen na het plassen, zullen ongetwijfeld de rest van de reis ontbreken.

Zondag 14 februari Naar Xining (China)
Het ontbijt is inbegrepen en daarna laten we ons met de shuttlebus naar het vliegveld brengen. We leggen allemaal onze Japanse yens bij elkaar en wisselen ze om voor Chinese yuans. We vragen en krijgen vrij klein geld, wat erg handig is.
We vetrekken een uur te laat doordat er een paar gasten niet op komen dagen, waarvan de koffers wel ingecheckt zijn.

Lees het vervolg in China.

We hebben deze reis zelf vanuit Nederland geregeld.