Zuid-India

4 t/m 28 november 2015

ZUID-INDIA is landelijk in vergelijking met de hectische steden in het noorden. We bezoeken kleurrijke markten, tempelsteden vol pelgrims, thee- en specerijplantages, de idyllische backwaters en steden met vergane glorie.

Tempel

RouteIndiaZuid

Woensdag 4 november Naar Bangalore
We vertrekken vandaag voor ruim drie weken naar Zuid-India. Aanleiding is de Joomla Wereld Conferentie, die Martijn wel eens zou willen bezoeken, in Bangalore. Daarom zijn we op zoek gegaan naar een mogelijke rondreis. We zijn al vijf keer eerder in India geweest, maar nog nooit in het zuiden. Toen onze vriendin Petra dat hoorde, wilde zij heel graag mee. We hebben een reis uitgezet door de provincies Karnataka, Kerala en Tamil Nadu en hebben deze door Dimsum laten organiseren.
Rond het middaguur vliegen we met de KLM eerst naar New Delhi, waar we om 24:00 uur plaatselijke tijd (4,5 uur tijdsverschil) aankomen. Op Schiphol vernemen we, dat Sander op zijn vlucht, via Londen, zit te wachten. Martijn zoekt hem even op. Grappig.
We hebben thuis elektronische visa aangevraagd en gaan in New Delhi in de desbetreffende rij staan. De rij is niet zo heel lang, maar de wachttijd wel. Van iedereen wordt een foto en vingerafdrukken gemaakt. Het duurt een hele poos, maar omdat we toch een paar uur moeten wachten op de aansluitende vlucht naar Bangalore, maakt het ons niet veel uit. We halen de bagage op en droppen die bij het incheckpunt voor de lokale vluchten. Dat duurt pas echt lang. Er staat maar één iemand voor ons, maar het schiet niet op. Geen idee wat ze doen, maar efficiënt is het zeker niet.
Het vliegveld is zeer modern en ziet er mooi uit. Ook ’s nachts zijn er talloze winkels en cafés open.

Donderdag 5 november Naar Bangalore
Om 10:00 uur ’s morgens komen we in Bangalore aan oftewel Bengeluru zoals men hier zegt. Het is een graad of 25. Lekkere temperatuur, niet te vochtig.
We zoeken naar een bordje met onze naam tussen alle afhalers, maar zien niets. Het blijkt een misverstand. De mevrouw van de reisorganisatie regelt dat iemand van het Sheraton Hotel, waar veel Joomlers zullen verblijven en wij dus ook, een taxi voor ons regelt. Het is druk op de weg en zeer chaotisch. Op een weg van drie banen, rijdt men vijf auto’s dik. Iedereen frommelt zich overal tussen door. Een beetje toeteren en dan lukt dat wel. Het ziet er schoon uit voor een Indiase stad. Overal lopen koeien, maar gelukkig niet op de weg. We zien de eerste kleine zeer kleurrijke tempeltjes.
Bij de ingang van het hotel moet de bagageklep van de auto open voor controle en iedereen moet door een detectiepoortje. Die piept bij iedereen en iedereen kan gewoon door lopen. Beetje vreemd.
Al bij het inchecken ontmoeten we Marco die vanuit Bremen via Frankfurt is gereisd. Later ontmoeten we andere Marco (kwam via Parijs) en Sander weer. Jisse hebben we nog niet gezien. Dat zijn volgens ons de Nederlandse deelnemers aan de Joomla-conferentie. Heel leuk om die hier te ontmoeten.
JoomlaHet Sheraton Hotel is groot en luxe; niet wat we zelf uitgekozen zouden hebben voor een reis in India. Maar wat moet, dat moet. Wij hebben kamers op de hoogste, de zestiende verdieping. Iedereen zit op etage zes t/m negen. Die hebben allemaal een pasje nodig om te lift te kunnen bedienen. Omdat op onze etage een loungebar zit, die voor iedereen toegankelijk zou moeten zijn, hoeft dat niet.
We hebben een ruime kamer met een vissenkom als badkamer. Dat houdt in, dat er een groot raam is boven het bad waardoor je de kamer in kunt kijken. Of andersom natuurlijk. Het is wel leuk.
We gaan eerst even een paar uurtjes slapen om wat in te halen. Tegen zessen vertrekken we naar de kroeg om de hoek, District 6, voor een overheerlijk biertje en wijntje. Wij kiezen voor een halve liter bier, zijnde de kleinste maat. Die kost 350 roepie, ongeveer € 4,50. Het goedkoopste glas wijn kost 270 roepie, maar na één glas is die wijn op en moet Petra aan de duurdere van 515 roepie. Maar wat maakt het uit; het is vakantie, nietwaar. Wij zitten lekker buiten met voor ons een brede, afgezette stoep. Achter het hek is de straat met veel toeterend verkeer en lopende mensen. De zon gaat langzaam onder en de bomen vullen zich met luid kwetterende parkieten. Langzaam loopt de zaak helemaal vol.
Tegen negenen houden we het voor gezien en gaan slapen.

Vrijdag 6 november Bangalore
Om 8:00 uur gaan we naar beneden voor het zeer, zeer uitgebreide ontbijtbuffet. Er is eigenlijk veel te veel keus: Japanse misosoep, Chinese noedelsoep, Indiase gerechten, veel verschillende luxe brood, Franse kaas, zalm, fruit, yoghurthapjes, cornflakes. Zeer oriëntaals. We nemen het er van en zitten lekker te genieten. Martijn gaat tegen goed negen uur weg om zich in te schrijven voor de conferentie, terwijl Petra en Lia na genieten met vers fruit.
Daarna gaan we de stad in. We vragen een plattegrond van de stad bij de balie en zoeken daarop de weg naar het Tippu’s Palace, het zomerpaleis. Er is een nieuwe metro waarvan een halte dicht bij het hotel ligt en die de goede richting op gaat. Het hele station is verlaten, we moeten door een detectiepoortje, de tassen worden gecontroleerd, en wij worden, uiteraard door een dame, in een hoekje gefouilleerd met zo’n detectietang. MetroOok hier piept weer van alles en mogen we gewoon doorlopen. De borden staan in het Engels, Hindi en Kannada aangegeven. Van die laatste twee talen kun je helemaal niets lezen; het zijn vreemde krullen en strepen. Het is niet erg druk. Plaats genoeg. Overal hangen waarschuwingen: niet te dicht op elkaar gaan zitten, niet aan het glas komen, bij het uitstappen een nette rij vormen, niet dringen. De trein blijft bovengronds, zodat wij de stad goed kunnen zien. Een kaartje kost 17 roepie. Toch nog altijd een stuk duurder dan de bus. Bij de uitgang nemen we een riksja naar het paleis. We dingen af van 300 naar 175 roepie. Natuurlijk zullen we nog te veel betalen, maar dat houd je toch. We doen er een half uur over om bij het paleis te komen. Regelmatig staan we stil voor de stoplichten die erg lang op rood staan. Alle auto’s, bussen, riksja’s en brommers rijden als gekken. De riksja’s frummelen zich overal tussen en er zijn veel bijna-botsingen, maar nooit helemaal. We rijden om de bussen en auto’s heen en soms om een koe, die midden op de weg staat.
Van het Tippu's Palace bestaat nog maar een klein deel. Mooi zijn de zo typische bogen.
Het is er druk met schoolkinderen, die allemaal hetzelfde uniform dragen en allemaal blootsvoets zijn. Ze willen natuurlijk met ons op de foto en wij maken foto’s van hen. En van het paleis natuurlijk. Zij leren Engels op school; hun eigen taal is het Kannada. Er lopen ook een paar zeer kleurige meisjes in sari rond. Ook die willen met ons op de foto.
Op het kruispunt staan twee vrouwen de straat aan te vegen terwijl een politieagent met mondkapje hen beschermt tegen het langs rijdende verkeer.
Weer terug op straat worden we aangesproken door verschillende mensen die ons een riksja in willen hebben, maar wij willen de tempel naast het paleis bezoeken. Die is dicht, wordt er gezegd. Maar dat willen we dan eerst zelf wel eens even zien. En jawel hoor, hij is gewoon open. We hebben genoeg gereisd om in deze praatjes te trappen. De tempel heet Kote Sri Prasanna Venkataramana Swamy Temple. Geen naam om even zo te onthouden.
TippusPalaceWe moeten onze schoenen inleveren en krijgen daar een bonnetje voor. We zijn daar een beetje huiverig voor, want ook Petra’s schoenen zijn ooit bij een tempel in Orissa gestolen. Morgen daar maar een tasje voor meenemen. Een mooie tempel met mooi beschilderde beelden. We zien het bordje ‘geen foto’s’ te laat, maar niemand die er wat van zegt. Net voor de uitgang is een soort binnenplaats waar een groepje mensen op de grond zit te eten. Wij worden van verschillende kanten gewenkt om mee te doen. We gaan zitten en krijgen een plantenblad waarna iemand met verschillende hapjes langs komt en daar wat op legt. Vrij pittige rijst met nootjes. Lekker. Gelukkig zijn er kraantjes om onze handen daarna te wassen. Erg leuk.
We lopen naar een dichtbij zijnde markt, deels op straat, deels overdekt. Een gigantische markt met groente, fruit, kleding, noten, bergen kleurstoffen, kruiden, pannen, offerbakjes. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is er. Erg, erg, kleurrijk. De mensen zelf zien er ook zo kleurrijk uit, de vrouwen dan. Die dragen allemaal sari's in de meest uiteenlopende kleuren. De mannen dragen saaie kleding. Die typische Indiase geur valt ook op. Het mooiste is de bloemenafdeling waar hele strengen bloemenkransen gemaakt worden. Verderop zijn losse bloemknoppen te koop. Het ruikt er heerlijk. Al die verschillende geuren. Het geschreeuw van de mensen en het getoeter op straat maakt het plaatje af. We genieten.
We proberen ergens wat te drinken, maar er is nergens iets van frisdrank te vinden. Er is geen toerist te bekennen en de mensen hier drinken het blijkbaar niet. Te duur waarschijnlijk. We proberen het bij een restaurant. Binnen ziet het er chique uit en de mensen zitten strak in het pak. We mogen het restaurant in en vinden hier een shabby eetzaal. Het past totaal niet bij elkaar.
BloemenWe willen een weg oversteken, maar in de middenberm staan allemaal hekken. Geen idee hoe aan de overkant te komen. De Indiërs blijkbaar ook niet, want velen klimmen over die hekken. Dat doen wij dan ook maar. Later zien we een onderdoorgang, maar die staat aan de andere kant niet aangegeven en blijkbaar ziet niemand die.
Even verderop vinden we bij een klein winkeltje zowaar koude cola. Bij gebrek aan stoelen gaan we op een trapje zitten, drinken de cola en kijken onze ogen uit naar alle mensen. En alle mensen kijken naar ons. Er is geen toerist te zien.
KoteSireWe willen terug lopen naar de metro en vragen naar de weg, maar daar heeft nog niemand van gehoord. Jan met de pet kent het helemaal niet; alleen een politieagent wijst ons de goede richting. Ook als we er vrij dicht bij zijn, kan niemand ons de weg vertellen. We dwalen wat rond en komen uiteindelijk toch goed terecht. Het is het eindstation van de metro en bij aankomst rijdt deze een stukje door. Er is een deel afgezet voor de uitstappers en de schoonmakers komen meteen aan boord. Binnen een minuut is iedereen uitgestapt en alles schoongemaakt en dan komt de trein onze kant op.
Tijd voor siësta in het hotel.
Lia treft Martijn nog even, die tot 19:00 uur bezig zal zijn. We spreken af in de District 6-bar.
Petra en Lia gaan eerst naar de shoppinghal tegenover het hotel. Hier is het wel heel rustig. Het is een vrij nieuw centrum, maar we vragen ons af waar men van moet leven.
De biertjes gaan weer goed, de wijn blijft problemen geven. Ze hebben wel een wijnkaart, maar het meeste hebben ze niet.
We eten bij een Italiaan, die wel wijn verkoop, maar geen bier. We drinken een Indiase chardonnay. Smaakt prima.
Weer terug in het hotel, gaan we even bij de bugs-and-fun van de Joomla-conferentie kijken. We treffen het; de bar is nog open en we mogen (gratis) mee drinken. Tot half een vermaken we ons prima met Joomlers uit allerlei verschillende landen. Gezellig.

Zaterdag 7 november Bangalore
Na het ontbijt gaan we naar een grote tempel dicht bij het hotel. Vlak daarvoor zien we veel kleurige was wapperen. We gaan dat wat dichterbij bekijken en komen bij een grote wasplaats. Verschillende mannen staan tot hun dijen in het water de was met de hand te doen. Aan de zijkant zitten grote ronde betonnen bakken met schoon water. Samen met de kleurige was geeft dat een prachtig gezicht. Een mevrouw vraagt wat wij hier komen doen; er zijn immers alleen maar mannen hard aan het werk. Het is inderdaad hard werken, maar het is wel een mooi plaatje.
Bij de tempel betalen we de toegang van 150 roepie p.p. De man achter de balie vertelt, dat je binnen niet mag fotograferen, maar buiten wel. Voordat we binnen zijn, moeten we echter onze camera’s inleveren. Daar hebben we geen zin in; we gaan terug naar de balie en krijgen ons geld terug. De man vertelt, dat je als je terugkomt van de tempel wel mag fotograferen. WasHet is een beetje vreemd en we besluiten om morgen met een kleine camera terug te komen.
We nemen weer de metro en weten hoe het ondertussen werkt. Het is vandaag een stuk drukker en er zijn opvallend veel vrouwen in de trein. We nemen weer een riksja, nu naar de MG Road. Ook nu is het soms erg druk en probeert iedereen zo snel mogelijk alles te passeren. Het is vaak weer kantje boord. De stoplichten staan wel heel lang op rood. De MG Road zou een mooie winkelstraat moeten zijn, zoals de reisgidsen vermelden. Er zitten voornamelijk souvenirwinkels waar we niet in geïnteresseerd zijn. Een man blijft ons maar vragen of we naar de markt willen. Voor slechts tien roepie wil hij ons wel brengen. Dan is die markt of heel dichtbij of er zit iets anders achter. Dat laatste blijkt het geval. Hij wil ons een souvenirwinkel in hebben, maar dat doen we niet. Hij kan nog zo veel zeuren, maar we betalen tien roepie en lopen weg. We weten niet goed waar die markt is, maar iedereen kan ons dat wijzen. We komen een paar kerken tegen: de Anglicaanse Sint Paulus, die mooi van binnen is, en de grote St. Mary's Basilica. In een zijdeel kruipen vrouwen op hun knieën over de grond naar een soort altaar. Anderen zitten in banken, sommige mensen zitten op de grond. Ook een mooie kerk van binnen.
We zijn in de moslimwijk aangekomen: er lopen veel vrouwen in zwarte chadors met slechts een spleetje open voor de ogen, mannen met baarden en witte gewaden. De markt is soms in hele smalle straatjes en er wordt van alles verkocht. Het is heel goedkoop allemaal. Het is af en toe een gedrang van jewelste en overal zoeken brommers en riksja’s al toeterend hun weg. Ook hier vinden we niets te drinken. Pas als we weer terug zijn bij de kerken, vinden we een tentje waar we even kunnen zitten.
Dan weer terug naar de metro. We zeggen nu, dat we naar Mandri Square willen in plaats van naar de metro en die weet iedereen wel te vinden.
Goed 16:00 uur zijn we weer terug. Bij de shoppinghal proberen we geld te pinnen, maar dat lukt niet. Geen idee waarom niet.
’s Avonds mogen we met de Joomlers gratis eten en drinken. Er staan grote buffetten met allerlei verschillende Indiase gerechten. Erg lekker allemaal. Het personeel komt regelmatig langs met schoteltjes met kleine hapjes. Prima geregeld. Als bier is er Kingfisher en Foster. Die laatste vinden wij niet zo lekker. We drinken liever halfkoude Kingfisher dan koude Foster. Er is een groot Joomla-logo gemaakt van cupcakes met verschillende kleuren crème bovenop. Ook is er een grote taart met een foto, die niemand durft aan te snijden. Om 22:00 uur zit Lia het mes er maar in en deelt grote stukken taart uit.
Vandaag maken we het niet laat en om 11:00 uur houden de meesten het voor gezien.
Het is een lange dag geweest.


Zondag 8 november Bangalore
Ook vandaag bij het ontbijt gaan we alle drie voor de Chinese noedelsoep. Dat is toch altijd erg lekker.
Martijn heeft eerst twee kleine Joomla-sessies en neemt dan even vrij, zodat hij met Lia en Petra naar de Hare Krishna-tempel kan gaan. Dat is maar een kleine tien minuten lopen. Ook hier weer overal controles, die werkelijk nergens op slaan. Het geeft een idee van een soort schijnveiligheid. We hebben een tas meegenomen waar het kleine fototoestel in kan. Voordat we de tas afgeven, willen ze eerst het fototoestel zien. Waar gaat dit om? Je mag dan wel geen fototoestel mee naar binnen nemen, maar iedereen loopt foto’s te maken met z’n mobiele telefoon. Binnen in de tempel mag dat niet.
In elke tempel moeten de schoenen uit en moet je op blote voeten verder. Soms mag je je sokken aanhouden. Gelukkig is het overal goed schoon. In de grote zaal staat een enorme vergulde schrijn met prachtige beelden. Omdat wij een ticket hebben moeten kopen, krijgen we een voorkeursbehandeling en mogen pal voor het schrijn gaan zitten. De anderen moeten er een stuk verder vanaf blijven. Er volgt een soort ceremonie met bloemblaadjes en we worden gezegend.
Een klein bandje maakt met zijn muziek een klereherrie. Uit de luidsprekers hoor je overal ‘Hare Krishna, Hare Krishna’; op een gegeven moment gaat dat behoorlijk irriteren.
Om bij de uitgang te komen, wordt iedereen langs een bepaalde weg gestuurd. Wat een commercie. Veel, heel veel zalen vol met boeken, cd’s, kleding, hapjes, frutsels, te gek om op te noemen. SheratonOp het eind kan iedereen een gratis hapje krijgen in een kunstig gevouwen blad.
We gaan op een muurtje zitten met mooi zicht op de tempel. Veel mensen kijken verbaasd naar ons. We zien slechts een enkele andere toerist. Veel willen er met ons op de foto. Sommige vragen het gewoon, anderen proberen, heel opvallend, een selfie te maken of foto’s van hun gezelschap dat steeds verder onze kant op schuifelt. Het is erg grappig.
Het valt ons op, dat alle vrouwen lang, zwart haar hebben; dat van de mannen is ook allemaal zwart. Blijkbaar verft iedereen het.
Terug in het hotel gaan we zwemmen. Het zwembad ligt op de vierde verdieping en is dus vanaf de straat niet te zien. Het is zo gebouwd, dat het lijkt, dat het water aan de achterkant zo de straat oploopt. We hebben mooi zicht op grote flatgebouwen en de Krishna-tempel. Als we er even liggen, komt een ober langs met grote glazen gratis smoothies. Dat heb je dan weer wel in zo’n duur hotel.
Het is niet zo zonnig vandaag. Veel bewolking en wat wind, maar een jas of trui is nog niet nodig.
Om 18:00 uur is de Joomla-conferentie afgelopen. We nemen afscheid van de (Nederlandse) deelnemers en gaan naar District 6. Het is er niet zo druk als gisteren en het bier komt wat sneller door. Voor het gemak eten we er ook en de rekening valt elke keer weer tegen. Als er al taxes bij komen, zou dat toch vermeldt moeten worden; wat dus niet het geval is. En meestal zijn die taxes 10-15%. Hier zijn ze echter ongeveer 30%. Zo wordt het wel erg duur.

Maandag 9 november Naar Saravanabelagola, Hassan
We genieten voor de laatste keer van het uitgebreide ontbijt.
We pakken onze spullen in, checken uit en wandelen naar buiten. David, onze chauffeur, komt meteen op ons af en brengt ons naar zijn wagen. Een moderne, grote kar. Hij blijkt een aardige man, die overal de weg weet.
We gaan voor een kleine drie weken rond rijden door Zuid-India. Vandaag gaan we naar het westen, naar Hassan. In Bangalore is het nog druk, daar buiten valt het reuze mee. Misschien komt dat doordat we over de tolwegen rijden en rijdt de Indiër over de andere wegen.
Het is groen. Overal zien we bananenplantages, rijstvelden, palmbomen. De koeien en honden lopen midden op de weg. Uitkijken dus, dat je ze niet aanrijdt. De koeien zijn tenslotte heilig en hebben overal voorrang. Het is vandaag bewolkt en er blijkt in de afgelopen dagen nogal wat regen gevallen te zijn. Het is de tijd van de noordoost-moesson, hoewel we daar thuis nergens over gelezen hebben. Het zou hier alleen tijdens de zuidwest-moessoen regenen, zo april, mei, juni. Beetje vreemd. Maar gelukkig blijft het vandaag droog. Achteraf blijkt de noordoost-moesson zó veel regen te brengen, dat het zelfs hier regent. Normaal blijft die moesson aan de oostkust.
We passeren wat kleine dorpjes waar het overal een drukte van belang is. Soms zien we een kleurrijke tempel, een grote regenwaterplas, riksja’s volgeladen met van alles en nog wat.
Saravanabelagola In Saravanabelagola bezoeken we het Jain Pelgrims Centrum, één van de beroemdste Jainistische bouwwerken, genaamd Vindhyagiri of Indragiri. We leveren eerst onze schoenen in en gaan op onze sokken de meer dan 600 treden op. We zijn niet de enige: verschillende schoolklassen en individuele Indiërs klimmen omhoog. Bovenaan staat een van de grootste beelden ter wereld: het enorme zeventien meter hoge beeld van Gomateswara, de meer dan 1000 jaar oude ‘mooie meneer’. Hij is naakt als teken van zijn verzaken aan de wereld. Elke morgen worden zijn voeten gewassen en eens in de twaalf jaar krijgt hij een grote wasbeurt. Het schijnt, dat er dan per dag meer dan honderdduizend bezoekers komen.
We wandelen er uitgebreid rond en zien overal beelden, bewerkte pilaren, brede paden met oranjewit gestreepte muren vol met beeldhouwwerken. Muizen en eekhoorns eten de gedoneerde rijst op. Een mooi complex. De oranje kleur staat voor vrouwelijk, de witte voor mannelijk.
We rijden door naar Hassan, waar we in het Southern Star Hotel inchecken. Het ligt in een kleine zijstraat van de BM (Bangalore-Mangalore) Road, waardoor het verkeer wat minder hoorbaar is. VoetenWe gaan de plaats bekijken en zien riksja’s, riksja’s, brommers, auto’s, nog meer riksja’s, koeien midden op de weg, in de berm, langs de kant, brommers, bussen. We worden hoorndol van het getoeter en gaan op zoek naar iets te drinken. We hebben gelezen over een aangenaam terras bij Suvarna Gate, maar dat is niet open. We kunnen wel binnen zitten. Alle cocktails en verse sappen van de kaart hebben ze niet. Wel (dure) wijn en bier. Het geheel bestaat uit twee delen: een met airco en donker glas waar je niet naar binnen kunt kijken en een zonder airco waar alleen maar mannen zitten. Het personeel wil ons in het airco-deel stoppen, maar dat willen wij niet. Dat is verder geen probleem. Later zien we uit het airco-deel alleen maar vrouwen komen. Wij bestellen twee bier en een cola, maar uit het slechte Engels dat men spreekt, maken we op, dat we maar één bier mogen bestellen, omdat ze zo meteen dicht gaan. Dan maar eentje. We hebben dat nog niet gezegd, of er worden al twee grote flessen gebracht… Ze vragen wel vier keer of we willen eten, want dat kan eigenlijk niet meer. Ze zijn waarschijnlijk bang, dat we te lang (in hun vrije tijd) blijven zitten en ze zitten ons weg te kijken, terwijl er nog verschillende andere mensen aan het eten zijn. We waren van plan om hier vanavond te eten, de kaart ziet er goed uit, maar we gaan toch maar wat anders zoeken. Het bier is er wel goedkoop: 130 roepie (€ 1,50) voor een fles van 650 ml.
Na de siësta gaan we weer de straat op. Het is er nog net zo druk als 's middags. Waar zouden we wat kunnen gaan drinken? We proberen het bij een cocktailbar. Het is een beetje donker binnen en vrij druk, maar ala. We worden naar boven gebracht waar ze ons een aparte, afgesloten kamer willen geven. Dat willen we niet: we willen naar de andere gasten kunnen gluren. Wij weer naar beneden en vinden achterin nog een lege tafel. Ook hier alleen maar mannen. Martijn valt wel op met z’n harem. Ze hebben grote, koude kingfishers en Petra gaat voor een cocktail. Laten ze die nou niet hebben in deze cocktailbar. Het personeel en wij verstaan elkaar niet zo goed, maar naast ons zitten twee mannen die redelijk Engels praten, maar een rum cola krijgen we ze ook niet aan het verstand. Petra en Lia gaan maar naar voren, naar de bar. Daar hebben ze kleine flesjes rum en whiskey We nemen er eentje mee, want hij kost maar 100 roepie en hij is nog te drinken ook.
We hebben een adres van een ander hotel gevonden om te gaan eten. Het zou tegenover het busstation moeten liggen. Dat hebben we gevonden op de kaart, maar we zien geen hotel. Blijkt, dat we bij het nieuwe busstation zitten en we hadden naar het oude gemoeten. We hebben geen zin om nog eens op zoek te gaan en besluiten om toch maar terug te gaan naar Suvarna Gate. Het dakterras is nu wel open en ook hier zitten alleen maar mannen. Voor twee bier, een frisdrank en drie maaltijden zijn we 775 roepie kwijt, net geen € 10. Dat lijkt meer op het echte India.
Verschillende hotels zijn feestelijk verlicht met lichtjes; dit in verband met Diwali, het lichtjesfeest, dat deze week plaats vindt. Het ziet er wel gezellig uit.

Dinsdag 10 november Naar Halebid, Belur en Mysore
Het is niet druk bij het ontbijt en er staat een buffet met Indiaas en westers eten.
Om 9:00 uur vertrekken we naar het noordwesten, naar Halebid. Er staat een gids voor ons klaar en we bezoeken de tempel van Hoysaleshera. TempleHet zijn eigenlijk twee heiligdommen verbonden via een hypostylzaal. Die is vrij donker, omdat er maar één opening is. De ene tempel is gewijd aan Shiva, de ander aan Parvati. Het geheel is in de vorm van een grote ster gebouwd, zodat door de vele hoeken en kanten meer oppervlakte beschikbaar is. De hele tempel is één groot beeldhouwwerk. Er staat zo verschrikkelijk veel op de muren, dat je niet weet waar je moet kijken. Tot in de kleinste details is alles bewerkt. De gids laat ons de mooiste delen zien en heeft daar een verhaal bij.
De jainistische tempel een stuk verder langs de kant van de weg heeft de pijlers die typische zijn voor de jainistische stijl. De meeste jainisten wonen in het noorden van het land. Hier zijn er niet zo veel.
In Belur staat de tempel van Chennakeshava. Bij alle tempels moet je je schoenen uitdoen en die worden bewaakt. Daar moet je natuurlijk voor betalen. Het complex werd in 1133 door de dynastie van Hoysala’s gebouwd om de overwinning op een naburige stam te gedenken. Er is een enorme binnenplaats met daarop verschillende gebouwen. De bas-reliëfs met danseressen op de kroonlijsten boven de zuilen zijn erg indrukwekkend. Ze buigen ver voorover en ze zijn allemaal anders. De thorana, de poort die toegang geeft tot het heiligdom is zelden open. Maar vandaag wel vanwege Diwali, het lichtjesfeest. Er worden allerlei ceremonies uitgevoerd en mensen bidden er. De tempel is nog altijd in gebruik. Binnen is het verboden te fotograferen, maar blijkbaar zijn mobieltjes geen fototoestellen; die worden namelijk volop gebruikt en niemand die er wat van zegt.
We zetten de gids af bij het busstation en wij rijden naar Mysore. De weg is redelijk goed. Soms zitten er echter wel hele grote gaten in de weg. Veel auto’s en bussen hebben geen remlicht. Aan richting aangeven doen ze niet. Iedereen rijdt zonder op of om te kijken de weg op. Veel verkeer haalt in als het eigenlijk niet kan; het gaat maar vaak op het nippertje goed. Er zitten veel vrij hoge drempels in de weg. De riksja’s zitten soms overvol. Je ziet veel benen en hoofden; de mensen zijn niet te tellen. Op de brommers zitten vaak twee mensen; alleen de voorste, meestal, met een helm. Soms zitten er drie of vier mensen op. Een enkele keer zelfs vijf. Honden en koeien lopen midden op de weg of steken plotseling over. Er rijden karren met ossen er voor of kleine paardjes. Er worden enorme grote vrachten vervoerd, zowel op brommers, riksja’s als vrachtwagens. Als er voor onze rijrichting twee rijbanen zijn, haalt men links en rechts in. We hebben geen idee of verkeer van links of rechts voorrang heeft. Men wacht wel voor een rood stoplicht, maar pas als het verkeer waar het groen wordt, echt gaat rijden.
AutoVeel mensen proberen ons af te zetten. Als er geen prijzen staan vermeld, weten we niet voor hoeveel. Maar als er wel prijzen staan, vragen ze voor bijvoorbeeld: cola veertig in plaats van vijfendertig, schoenen bewaren tien in plaats van drie, gebruik van de openbare wc vijf in plaats van drie. Wij betalen niet meer dan er aangeplakt staat. Hun verhaal is, dat de prijzen omhoog zijn gegaan. We zeggen, dat we de genoemde prijzen betalen, zodra zij de borden hebben aangepast. We moeten dus zorgen voor voldoende klein geld. Goed om te weten, dat dat ook bij Indiërs geprobeerd wordt en soms ook lukt.
Men praat erg slecht Engels en als ze het wel goed kunnen, gaat het zo snel, dat we twee, drie moeten vragen wat ze zeggen. Soms is het Engels zo slecht, dat het even duurt voor we door hebben, dat men Engels praat.
Het is erg groen langs de kant. Veel rijstvelden en palmbomen. Het is ook vandaag bewolkt.
We rijden naar Mysore waar we in hotel United 21 zitten, dicht bij het paleis. We gaan op zoek naar een leuke tent om de avond door te brengen en komen uit bij Parklane Hotel. Dat heeft een open dakterras waar al een paar mensen zitten. Er is een aparte afdeling voor vrouwen en families. Boven elke tafel hangt een rood lampje met een touwtje waarmee je de aandacht van het personeel kunt trekken. Als het lampje brandt, staat er binnen de kortste keren iemand bij je aan tafel. Wel handig. Ook hangt er boven elke tafel een eigen kleine fan, die je zelf kunt bedienen. Het wordt steeds drukker met alleen maar buitenlanders. Wij bestellen een mogito, een pitcher met 1,5 halve liter bier en een schaaltje vers gebrande cashewnootjes. Lekker. Zien drinken, doet drinken: er worden na de onze volop pitchers besteld. Het dak gaat open en we zitten heerlijk in de buitenlucht. Tot het een beetje begint te regenen; dan gaat het meteen weer dicht. We bestellen verschillende gerechten die we samen delen. Het is ongeveer 1,5 keer zo duur als in Hassan, maar het eten smaakt ons een stuk beter.

Woensdag 11 novemberMysore
StierHalebidHet regent. Blijkbaar is nu hier het regenseizoen, hoewel we daar thuis niets over gelezen hebben. Het zou regenen in april, mei, juni. De rest van het jaar hoort het warm en droog te zijn. De temperatuur is wel goed, een graad of 25, 26.
Bij het ontbijt staat alleen koffie en thee met melk. Als we ergens niet van houden… Maar goed, we bestellen omeletten, zwarte thee en koffie. Smaakt prima.
Om 9:00 uur staat de auto voor met David en een gids. Eerst gaan we naar Chamundi Hill, naar de tempel van Sri Chamundeswari, gewijd aan de zeven beschermgoden van Mysore. Pelgrims worden geacht deze tempel te bezoeken via ongeveer 700 treden, maar iedereen komt via de asfaltweg met gemotoriseerd vervoer. Het is jammer, dat het wat mistig is, zodat we de mooie gele tempel met de witte Shiva-beelden niet zo goed zien. De één na grootste stier van het land staat hier ook. Deze is gehouwen uit één blok zwarte steen en draagt steevast een krans van verse oranje bloemen om zijn nek. De Indiërs offeren hier gepofte rijstkorrels.
Dan gaan we naar het Mysore Paleis, het paleis van de maharadja. We krijgen een indruk van de grootheidswaanzin, de overweldigende pracht en praal, waaraan de maharadja’s vroeger leden. Elke vertrek is extravagant met houtsnijwerk, spiegels, vloermozaïeken, met houtsnijwerk versierde plafonds, deuren van massief zilver, marmer ingelegd met edelstenen. En dat is dan alleen nog maar het deel, dat toegankelijk is voor het publiek. De afstammelingen van de laatste maharadja’s bewonen nog altijd een deel van het paleis.
We laten ons afzetten bij de Devaraja-markt, een grote, zeer kleurrijke markt. Het is ondertussen wel droog, maar de smalle paadjes zijn zompig. Overal bloemen en slingers in allerlei kleuren, kleurstoffen in felle tinten, groente, fruit, parfums. Veel bijen komen op de zoete geur van de bloemen af. Die kun je los kopen, maar ook in guirlandes per strekkende meter.
PaleisDaarna dwalen we door de pottenbuurt, waar de binnenkant van de ketels wordt verhit met oude kranten. Lia laat een naadje van haar geldbuidel naaien in een klein zaakje. Kost niets. Service van de zaak. Een man wijst ons de weg naar een wierrookfabriekje dichtbij een moskee en een katholieke kerk. Na een paar keer vragen, komen we er warempel. Een mevrouw zit stokjes te draaien, zo’n 6.000 per dag maakt ze er. Daarna moeten die nog veertig dagen in de olie gedompeld worden. Door de verschillende oliën krijgen ze hun aparte geur. Daarna ‘moeten' we nog wat olies ruiken, waarvan we de meeste niet lekker vinden. We kopen niets en gaan terug naar het hotel.
De wifi werkt alleen in de lobby en dan nog niet altijd. Vanochtend niet, maar nu weer wel. Snel is die sowieso niet.
Morgen is het Diwali, het Hindoe Nieuwjaar. We merken er maar weinig van. Er zijn wel wat verlichte gebouwen, maar niet echt veel. En van het vuurwerk is ook niet veel te merken.
We eten en drinken weer bij Parklane. Zelfde verhaal als gisteren.


 

Donderdag 12 november Naar Mudumalai
Vandaag rijden we in drie uur honderdtien kilometer naar het zuiden, naar Mudumalai. De weg is goed, zonder al te veel gaten, breed en niet zo druk. Wel zoals altijd oppassen voor honden, koeien, verkeer dat zo de weg op komt, auto’s die midden op de weg stil staan of plotseling van baan verwisselen zonder dat aan te geven. We rijden naar en door het natuurreservaat Mudumalai, dat onderdeel is van het veel grotere Nilgiri Biosphere Reserve. Er is zowel open grasland als dichte bossen. Er zitten olifanten, panters, tijgers, lippenberen, wilde zwijnen, gaurs (Indiase bisons), chitals (gevlekte herten). MudumalaiVandaag zien we verschillende soorten apen, pauwen, verschillende vrij grote groepen chitals; sommige met grote geweien. Olifanten zullen we wel gaan zien, tamme dan, maar ander wild verwachten we niet te zien.
We logeren in Tiger Paws aan de rand van het park en hebben kamers op de tweede verdieping met balkon en mooi uitzicht op de tuin. Al snel zien we de eerste kolibries, mooie groenblauwe.
We gaan op het terras bij het restaurant zitten en zien veel grote vlinders, een paar mangoesten, koeien, geiten, verschillende mooie vogeltjes.
David heeft vanwege Diwali vuurwerk voor ons gekocht, een traditie hier ter plaatse. Het zijn een paar mooie pijlen en wat gillende keukenmeiden. Grappig.
We krijgen raita te eten met geroosterd brood.
We wandelen een stukje in de omgeving en zien nog meer vogels, vlinders en libelles. Een auto met jonge mannen stopt en wil met ons op de foto. Dat is al de zoveelste keer. We doen het maar; tenslotte doen wij het andersom ook.
Aan het eind van de middag bestellen we eten en bier voor ’s avonds. Het bier gaan ze elders halen, want dat hebben ze zelf niet. Als de zon ondergaat, zo rond vijf uur, mag niemand meer naar buiten. De kans op wild is dan te groot.
We zijn de enige gasten en hebben het ruime dakterras voor ons alleen. Al snel begint het heerlijk te ruiken. We eten verschillende curries met chapatti’s en rijst. Het smaakt overeenkomstig. We gaan vroeg naar bed. Er is niets meer te doen en we moeten morgen vroeg op.

Vrijdag 13 november Mudumalai
Om 5:30 uur gaat de wekker voor een safari. In een open jeep gaan we op zoek naar wild. Het weer is niet best. Gisteren hadden we een droge dag, nu begint het na een uurtje te regenen. We zien een heleboel pauwen, wat kieviten, een grote slak en een paar zwijnen. RoodoorbuulbuulEen paar kleintjes rennen de straat over. We besluiten om niet naar het voederen van de olifanten te gaan. Dat zijn n.l. tamme olifanten waarvoor je kaartjes voor de toegang en voor de camera’s moet betalen. Daar hebben we niet zo veel zin in.
We hebben deze tocht net zo goed met onze ‘eigen’ auto kunnen maken. Je mag n.l. niet de wegen af, ook niet met een jeep.
De Indiërs hebben lak aan alles en flikkeren alles, maar dan ook alles de auto’s uit. Er staan overal grote borden wat ze wel en niet zouden moeten doen, maar daar heeft iedereen lak aan. Het lijkt wel of alle regels niet voor hen gelden. Toch lijken de mensen hier beter opgeleid dan in het noorden van het land. Hier gaat zeker 90% van de kinderen naar school. De troep ligt vooral langs de weg, de plaatsen zijn redelijk schoon; die worden waarschijnlijk regelmatig geveegd.
Bij het resort gaan we eerst ontbijten. Het is weer droog en er zitten een hoop vogeltjes: grijskopspreeuwen, buulbuuls, kieviten, kolibries.
Er zit een groep jonge mannen in het hotel die veel herrie maakt. Luid geschreeuw, gebral; dat gaat de hele dag door. Gelukkig gaan ze regelmatig weg met de auto en later op de dag vertrekken ze helemaal uit het hotel. We denken, dat het personeel ons expres kamers zo ver mogelijk van hen vandaan heeft gegeven.
LuchtWe doen het vandaag rustig aan. We lezen wat, eten raita met verse chapatti’s, maken een wandeling door de omgeving, zien vooral andere resorts en kleine huisjes, een plaats waar vrouwen water halen. We lopen tot het eind van de weg en proberen dan via de graasweiden van de schapen door te steken. Sommige stukken zijn erg modderig door de vele regen die vorige week gevallen is, maar het gaat wel. We kijken nog even op het dakterras waar we mooi uitzicht hebben op de tuin en een paar grote bomen vol met felrode bloemen, Afrikaanse tulpen noemen ze die hier. Groenblauwe en geelwitte kolibries zien we regelmatig vliegen.
’s Avonds nemen we onze flessenopener mee naar het restaurant waar ze dit kleinood niet hebben. Gisteren maakten ze onze bierflessen open met een waterfles. We bestellen verschillende vegetarische schotels en eten weer overheerlijk. Net voor het donker wordt, zien we een wild zwijn richting dorp lopen.

Zaterdag 14 november Naar Ooty, Coonoor
Als ontbijt krijgen we 2 pittige curries, pannenkoeken, toast en jam.
Daarna vertrekken we naar Ooty. Dat is niet zo ver, maar we moeten omhoog en er zitten 36 haarspeldbochten in de weg. Bij elke bocht staat een bord hoeveel bochten er nog volgen.
De meeste Indiërs hebben geen idee hoe ze in de bergen moeten rijden. Er staan langs de kant borden, dat je in de twee omhoog moet en in de één omlaag. Maar iedereen is eigenwijs en weet het blijkbaar beter. Onze chauffeur gaat de hele weg in de tweede versnelling omhoog. Andere doen dat anders en we zien verschillende auto’s met rokende motor langs de kant van de weg staan. Iemand die in een dorpje, dat we passeren een garage zou beginnen, kan hier rijk worden.
HuizenDie dorpjes onderweg zijn zeer kleurrijk. Alle huisjes hebben verschillende felle kleuren. De mensen hebben het koud; ze dragen omslagdekens, mutsen en sjaals. Wij lopen gewoon in onze T-shirts. In de dorpjes verbouwt men aardappels, wortels en thee.
Ooty is een vrij grote plaats. We drinken thee in een winkel annex restaurantje. Makkelijk, dat we David hebben, want wij willen, in tegenstelling tot de plaatselijke bevolking, thee en koffie zonder melk. De meeste mensen spreken/verstaan niet genoeg Engels om ze dat duidelijk te maken. We gaan eerst naar een winkel waar o.a. chocolade verkocht wordt. Die wordt hier ter plekke gemaakt. Wij kiezen alle drie een zakje met onze voorkeur en nemen een doosje met gemengde brokken mee voor David.
We dwalen over de grote markt waar van alles te koop is: vers vlees, kip, vis, bloemen, fruit, hete pepers, huishoudelijke artikelen. Ook hier is alles kleurrijk en erg geurig.
In een restaurant drinken we alle drie een fles cola: 750 ml voor 35 roepie (€ 0,45).
Daarna rijden we naar het treinstation, waar we de stoomtrein naar Coonoor willen nemen. We hebben gereserveerde plaatsen in de eerste klas. Het is een coupé voor acht mensen die we delen met vier volwassenen en twee kinderen. Allemaal Indiërs. Er zitten wel een paar andere toeristen in de trein, maar veel zijn het er niet. In Ooty hebben we er, zoals bijna overal, geen gezien. Veel mensen vragen waar we vandaan komen, maar de meeste hebben geen idee waar Nederland ligt.
Weinig stoomtrein vandaag; er staat een diesel voor de trein. We rijden een kleine twintig kilometer in een uurtje. We dalen ongeveer 500 meter. We stoppen op een paar kleine stationnetjes waar een paar mensen in- en uitstappen. Soms hebben we mooi uitzicht op dalen met mooie dorpjes, soms staan er veel bomen voor. Veel daken hebben dakpannen, een overblijfsel van de Europese overheersers.
TreinDe trein stamt uit 1808 en staat op de werelderfgoederenlijst van Unesco.
Het weer is gelukkig helder. Dat verandert als we aankomen. We rijden naar een theefabriek wat hoger in de bergen en al snel komt de mist opzetten. Dat schijnt gebruikelijk te zijn in deze tijd van het jaar. Op de heenweg zien we veel theevelden liggen; op de terugweg niet meer. Dan zijn ze in de mist verdwenen. We krijgen een rondleiding door de fabriek van iemand die zeer slecht verstaanbaar Engels spreekt. Gelukkig kan David wat vertalen en aan de hand van de machines krijgen we toch een duidelijk beeld. De meeste werkkrachten zijn jongens uit Bangladesh die ongeveer € 100 per maand verdienen. Dat is nog altijd meer, dan ze thuis zouden krijgen. De Indiërs kunnen ook niet in de mist rijden. Ze rijden stapvoets en met knipperlichten, terwijl het zicht nog best is.
Ons hotel ligt buiten het dorp. We besluiten om niet meer naar buiten te gaan, het is te nat, en we bestellen bier.
Er is een grote groep die in de ruimte er naast Diwali viert. Mannen strak in het pak, vrouwen en schreeuwende kinderen. Ze hebben buiten een groot vuur en een bbq. We hebben er geen last van.
Het eten, o.a. aubergine-currie, smaakt prima.

Zondag 15 november Naar Cochin
We gaan op weg naar Cochin. Eerst stoppen we om foto’s van rijstvelden te maken, omdat het gisteren te mistig daarvoor was. We mogen op privé terrein voor een beter zicht, omdat we toeristen zijn. Indiërs laat die man niet toe, omdat die te veel troep maken.
Vandaag gaan we naar de kust en moeten dus weer afdalen. Ook nu weer veel haarspeldbochten. Niet iedereen geeft stijgend verkeer voorrang. Er zitten veel apen op en langs de weg.
Het valt ons op, dat overal in de dorpen veel mensen, vooral mannen, lange tijd gewoon zitten te zitten en niets doen.
We komen door verschillende dorpjes, zien een bruiloft, palmbomen, bananen, pepers, gember, ui en tamarinde in de velden staan. Het is overal erg druk, het is zondag en dan gaan de mensen op pad. Brommers met vaak vier mensen er op. Kinderen voorop aan het stuur. Kinderen losjes achterop al dan niet omgekeerd. De vrouwen in amazone zit met een kind op de armen. Het ziet er erg gevaarlijk uit. Daarnaast heb je ook nog de echte zondagsrijders in auto’s, zoals je die bij ons veertig jaar geleden ook zag: zeer langzaam rijdende, volgepakt auto’s die geen benul hebben van verkeersregels.
Vandaag is de langste rijdag: 300 kilometer waar we zeven uur over doen. We drinken onderweg ergens thee in een donker zaakje.
Cochin is een grote stad met ongeveer anderhalf miljoen inwoners. Aan de rand van de plaats staan grote flats; wij zitten op het schiereiland Fort Cochin en hier lijkt het net een dorp.
We zitten nu in de provincie Kerala en daarvoor moet iedere auto van daarbuiten een soort vignet kopen. De meeste hotels en restaurants hebben geen vergunning om alcohol te schenken. Het is wel te koop in winkels, wat wij dan ook doen. Op onze kamer hebben we een koelkastje om ze koud te houden. Voor Petra kopen we een fles rum en cola.
Dans’s Avonds gaan we naar een kathakali–dansvoorstelling. Het is puur toeristisch en duurt een uurtje. Lang genoeg voor ons. De voorstellingen voor de Indiërs kunnen de hele nacht doorgaan. Zowel de mannelijk als de vrouwelijke personages worden door mannen gespeeld. Die zijn zeer kunstig opgemaakt en beschilderd en dragen prachtige gewaden. Er wordt een gebeurtenis uit het leven van de goden uitgebeeld, maar daar moet je veel fantasie voor hebben. Als je het verhaal niet kent, haal je dat er niet uit. Dat vinden wij niet erg. Belangrijk zijn de gezichtsuitdrukkingen en handgebaren. Voor een keertje is het mooi om te zien.

Maandag 16 november Cochin
Voor de verandering een zonnige, warme, vochtige dag.
Ook voor de verandering, maar dan minder prettig, zijn de vele toeristen hier. Er zitten opvallend veel Fransen. Die gingen toch alleen maar naar Franstalige landen op vakantie?
Ook hier is weer een gids geregeld en we maken een rondje langs de bezienswaardigheden. Blijkbaar doet iedereen dat, want overal is het erg druk. Zowel met mensen als met toeristenstalletjes en – winkels. Iedereen probeert ons iets te verkopen.
We bezoeken de St. Francis-kerk waar ooit Vasco da Gama is begraven. Nu ligt hij zelf in Portugal; zijn steen ligt hier nog. Overal in de stad staan oude gebouwen die door de Portugezen zijn gebouwd, door de Nederlanders en later de Engelsen verbouwd en opgeknapt. Het paleis bijvoorbeeld. De Nederlanders hebben in de 17de eeuw het dak gemaakt en daarom wordt het nu het Dutch Palace genoemd.
Op de telefoondraden zit een enorme groep bijeneters. Allemaal hebben ze dezelfde kleur.
VisnetDe Chinese visnetten zijn een oude uitvinding die nog steeds gebruikt worden. Hele grote ingenieuze houten constructies die met zes mannen bediend moeten worden.
De markt verkoopt voornamelijk vis. Dat is niet vreemd met de zee en een grote rivier langs de kade. We zien o.a. heel erg grote garnalen en kleine kreeften met blauwe scharen.
Er is ook een grote wasplaats waar o.a. alle hotels de kleren van de gasten laten wassen. We gaan op zoek naar Petra’s kleren en zien ze inderdaad aan de lijn wapperen. Handig zoals men de was ophangt zonder knijpers, maar tussen twee gedraaide touwen hangt.
De Joodse synagoge vereren we ook met een bezoek. Zowel hier als in het Dutch Palace zien we heel veel schoolkinderen in allemaal hetzelfde uniform die in een lange, nette rij overal snel voorbij schuifelen en op die manier niets zien. We hebben ook niet het idee, dat ze geïnteresseerd zijn.
Na de lunch in het Bell Roof Top Restaurant wandelen we naar de Nederlandse begraafplaats, maar die is gesloten.
Via Dimsum hebben we een diner bij mensen thuis geregeld. Is weer eens wat anders en lijkt ons erg leuk. Om 17:30 uur worden we met een taxi opgehaald. Wij zijn nog niet helemaal klaar, want wij hadden op 18:00 uur gerekend. Het is zo’n grote stad, dat we er een uur over rijden. De chauffeur heeft een tomtom, maar zet die halverwege uit, zodat wij denken, dat hij vanaf dat punt de weg weet. Maar dat is niet zo. Hij vraagt verschillende keren de weg naar een bepaalde straat en gelukkig ziet Lia op een gegeven moment een straatbordje. De chauffeur rijdt er echter voorbij en wij krijgen hem niet duidelijk gemaakt, dat wij weten waar het is. Natuurlijk komen we er, maar wel drie kwartier te laat. Het ‘gastgezin’ bestaat uit ouders met twee puberkinderen. Vooral zij is erg charmant en aardig. We hebben het vooral over de verschillen tussen India en Nederland. Erg leuk om te doen. Het diner is fantastisch. Heerlijke vis, rijst met ghee, vers gebakken broodjes, kikkererwten- en paneersalade (die ze cottage cheese noemt). Ze laat ons alle kruiden zien, die ze daarvoor gebruikt heeft en belooft ons het recept op te sturen. Als toetje heeft ze voor ons drieën zes verschillende bananen gekocht: kleine, grote, gele, groene en rode. Van elk laten we er eentje klein snijden, zodat wij ze kunnen proeven. De rest krijgen we mee naar huis. Ze heeft ook klein gesneden papadums in kokosolie gefrituurd en die zijn er zo grappig uit, dat we dat thuis zeker zullen gaan proberen. Als wij op de terugweg door hen worden thuis gebracht, koopt ze bij een stalletje een klein pakje voor ons, zodat zij weten, hoe ze er uit zien, zodat we ze thuis ook kunnen kopen.
Een geslaagde avond.


Dinsdag 17 november Naar Allepey
We gaan op weg naar Allepey voor boottocht door de backwaters. Eerst kopen we in Cochin wat bier in een speciale drankzaak. Die zien er zeer herkenbaar uit door de grote platen voor de winkel. Er staat een rij met alleen maar mannen. Vrouwen worden niet geacht alcohol te kopen. Martijn gaan samen met David. Omdat David er bij is, kan de man van de winkel niet de toeristenprijs rekenen en betalen we 80 roepie voor een grote fles (€ 1). Anders ben je al snel 200-250 roepie kwijt. De man vindt het dan ook duidelijk niet leuk, dat er een plaatselijk iemand met Martijn meegekomen is.
We rijden de mooiere tocht dicht langs het water. Dat duurt wat langer, maar we hebben de tijd.
BotIn Allepey stikt het werkelijk van de boten. Wat een massa. ‘Onze’ boot ligt vijf dik op de stapel. Met z’n drieën zitten we op een enorme boot. Voor op de boot een groot zitje, een paar banken en een eettafel met stoelen met een dak er boven. De zijkanten zijn open. Er zijn twee slaapkamers, elke met eigen badkamer. Wat een ruimte en wat een luxe. Er zijn drie bemanningsleden die voor ons zullen gaan zorgen. Op veel boten zit maar een paar mensen; op sommige zit een grote groep. Niet iedereen overnacht op een boot; er zijn ook dagboten.
We gaan een tocht door de backwaters maken en vertrekken meteen. Morgenvroeg om 9:00 uur zullen we weer terug zijn. In file varen we naar een open water, waar de boten zich verspreiden.
We krijgen ieder een kokosnoot met rietje als welkomstdrankje. Lekker. We zoeken onze kamers op en leggen het bier en de cola (fles van 2,25 liter) koud in een koelkast waar ijs in ligt.
Langzaam varen we over het water. We zitten op de banken op de voorplecht en omdat het niet zo zonnig is, gelukkig wel droog met een beetje wind, is het hier heerlijk. We zien allerlei vogels: ijsvogels, bijeneters, visarenden, reigers, heel veel kouwen. Grote groepen vogels vliegen in v-vorm door de lucht. Al snel varen we de smallere vaarten in waardoor we dicht langs de dorpjes aan de kant komen. Er wordt volop gewerkt, gewassen, land gemaaid, boodschappen gedaan. Met smalle dijkjes (ooit door de Nederlanders hier aangebracht) worden delen land afgescheiden van het water, waardoor het bewerkt en bewoond kan worden.
ZonVoor de lunch stoppen we bij een kraampje. Het avondeten bestaat uit kip (is inclusief), maar als we willen kunnen we supergrote garnalen kopen, die de bemanning dan voor ons klaar zal maken. Per stuk wil men voor zo’n garnaal omgerekend € 22,50 hebben. We zijn wel goed, maar niet gek. We kennen onderhand de prijzen zo’n beetje en krijgen de indruk, dat de bemanning van de boot hier een slaatje uit wil slaan.
Na de lunch moeten we de bemanning weer aanschoppen om verder te gaan. Ze liggen allemaal te slapen waarvan er eentje bovenop de koelkast ligt. Het is natuurlijk goedkoper om langs de kant te blijven liggen. De boten zijn nu redelijk verspreid en we varen zeer ontspannen verder.
We krijgen thee en koffie met gebakken banaan en brood. En later een uitgebreide lunch met vis.
Tegen vijven leggen we aan bij een dorpje. Er liggen nog veel meer boten, maar die zien we niet zo goed en we hebben er al helemaal geen last van. Vanaf de kant wordt de stroom aangesloten en in onze kamers gaan de fan en de airco (jaja) aan. Ook op de voorplecht zit een fan en er worden muskietenkooltjes gebracht. Wij hebben niet zo veel last van de muskieten. Petra is de klos. We halen bier, rum en cola op en gaan op de voorplecht in de leunstoelen zitten kijken naar de ondergaande zon. We liggen op een goede plek waar de rode lucht in het water weerspiegelt. Mooi.
Na het diner gaan we vroeg slapen. Alles is donker, er is geen maan en weinig lampen. Door de bewolking zien we geen sterren.

Woensdag 18 november Naar Periyar
GrijskopspreeuwenTegen half zeven staan we op om van de kleuren van de opkomende zon te genieten. Minder mooi dan ’s avonds, maar goed genoeg om voor op te staan. We zien een grote paling in het water en meer van dezelfde vogels als gisteren. Vandaag ziet het landschap er wat vriendelijker uit doordat de zon schijnt.
Om 9:00 uur zijn we inderdaad weer terug bij het beginpunt en staat David ons op te wachten.
We vertrekken meteen naar Periyar.
Onderweg zien we een enorme groep eenden die met twee boten bijeen gedreven wordt, rijstvelden, rubberbomen, ananasplanten, koffie, kruiden, theegaarden. We drinken onderweg koffie, zien daar een grote gekleurde spin en een kleine olifant die op de open achterkant van een vrachtwagen staat. Die wordt naar een in de buurt staande tempel gereden.
Dicht bij Periyar krijgen we een rondleiding over een plantage. Overal staan metershoge kruiden: gele, rode, groene, zwarte peper, currieblaadjes, kaneel, bananen, nootmuskaat, aubergines, kruidnagels, een limoen van zo’n dertig centimeter, kurkuma, gember, orchideeën, lelies, begonia’s, cacao, koffie, kardemon, sierananas, tien soorten basilicum, stevia, heleconia (roodgele plant).
We krijgen piepkleine banaantjes (vier centimeter) te eten, die erg lekker smaken. Daarna rijden we naar het hotel. Het Wildernest, waar we twee hele ruime kamers met balkon hebben. Ons wordt aangeraden de deuren goed dicht te houden vanwege de muskieten en de apen.
OlifantAutoIn het dorp gaan we met David bier en witte wijn halen, maar Lia mag van David niet mee naar binnen. Het is respectloos als een man een vrouw meeneemt naar een alcoholwinkel. David mag niet vier flessen tegelijk kopen, maar Martijn is bij hem. Ook hier weer hetzelfde verhaal met de goedkope prijzen en de boze eigenaar. In het hotel mogen we de drank in de koelkast leggen als we een bonnetje hebben en daarop aanteken, dat het van ons is. Zij mogen immers geen alcohol verkopen, dus als er inspectie komt, zitten ze niet fout.
Tegen zonsondergang komen een paar zwarte apen in de boom voor onze kamer een kijkje nemen.
In onze kamer zit een grote zwarte spin. We zien niet veel spinnen, maar als ze er zijn, zijn ze meteen 10-15 centimeter groot.
’s Avonds gaan we naar een vechtshow. Volgens ons hadden we deze thuis geskipt, maar dat is blijkbaar niet door gekomen. Omdat de kaartjes al gekocht zijn, gaan we er maar naar toe. Het zit er vol met toeristen. Een paar mannen voeren schijngevechten en circusacts op. De brandende hoepels zijn nog het aardigst. Het had van ons niet gehoeven. Geen aanrader.
We eten in het restaurant van een hotel in de buurt. Ook nu proberen ze ons te belazeren. Op kleine schaal weliswaar, voor tien roepie, maar toch. ZwarteAapWe krijgen tachtig roepie terug van de rekening, zeven briefjes van tien. Eentje te weinig. Als we er wat van zeggen, toveren ze uit een klein vakje een munt van tien tevoorschijn. Ze krijgen van ons niet het voordeel van de twijfel. Morgen eten we ergens anders.
Als we op de kamer zijn, zien we wat lichtflitsen. Tien minuten later volgt een zo’n harde donder zoals we nog nooit gehoord hebben. De tweede is iets zachter; daarna is het afgelopen. Ook met de elektriciteit die in het hele dorp uitvalt. Het hotel heeft een generator, waardoor we weer snel licht hebben. De wifi komt niet meer goed.

Donderdag 19 november Periyar
We krijgen een lekker ontbijt met croissantjes en piepkleine glaasjes mangosap. Brood, omelet (komen ons ondertussen de neusgaten uit), thee, koffie, jam en … pindakaas. Jawel.
WassenDaarna gaan we naar de olifanten. We maken een kort ritje van een kwartiertje en daarna mogen we een olifant helpen wassen. In een ondiepe poel worden ze geschrobd. Daar liggen ze echt van te genieten. Het leukste was de douche die hij van de olifant krijgt. Terwijl Martijn op haar rug zit, wordt er vijf maal een forse straal water door de olifant over hem heen gesproeid. Leuk.
’s Middags maken we een boottocht. Er zijn verschillende boten met enorm veel mensen. Wij zitten op het bovendek van de kleinste. Boven zit een man of twintig. Alle boten vertrekken tegelijkertijd. Hoe simpel kan het zijn om ieder kwartier een boot te laten vertrekken, zodat het niet zo massaal is. Vandaag maakt het niet zo veel uit, want er is maar bar weinig te zien: veel aalscholvers met gele kin, twee ijsvogels, een visarend met prooi, wat sambar deers, een bizon en een glimp van een zwarte aap.
Wij moeten allemaal een zwemvest aan. Als wij daar wat van zeggen, zegt de bemanning, dat dat verplicht is. Zelf dragen ze het ook niet. En wat nog gekker is: benedendeks hoeft het niet. En als we terugvaren, moet iedereen tweehonderd meter voor de kant de vesten al uittrekken. Wij hebben ze halverwege de tocht al uit gedaan.
SmyrnaIJsvogelAls we van de boot afkomen, begint het te regenen. We schuilen even onder een boom, maar besluiten om toch maar naar de auto te lopen (een paar minuten). Gelukkig maar, want het laatste stukje begint het te storten en dat blijft het een uur doen. We hebben regenjassen en zijn niet erg nat.
In Periyar lopen de straat snel vol water; de winkels nog net niet. Als het ophoudt met regenen, zijn de straten ook snel weer droog. Bij het hotel worden we opgewacht met paraplu’s; we moeten een stukje door de tuin en de trap omhoog lopen.
We eten ’s avonds bij Thekkady Café, dat David ons gewezen heeft. We eten n.l. liever tussen de Indiërs dan tussen de toeristen. Het restaurant zit vol mannen; de vrouwen worden naar de familiekamer gestuurd. Martijn en zijn vrouwen mogen wel bij de Indische mannen zitten. Een paar Indische vrouwen proberen dat ook, maar worden resoluut naar de familiekamer gestuurd.
We eten thali en heerlijk knoflook-vis.


Vrijdag 20 november Naar Madurai
Het lijkt alsof het de hele nacht geregend heeft, maar ’s morgens horen we nog de regen, terwijl het droog is. Er blijkt ergens iets over te lopen. Dat valt dan weer mee.
Vandaag rijden we naar Madurai, een stuk naar het oosten in de provincie Tamil Nadu. Dit is de bekendste tempelstad van Zuid-India en bestaat al meer dan 2500 jaar.
VeldHet weer wordt snel beter; wat bewolking, maar ook regelmatig zon. Het landschap blijft groen. We zien nu ook rietsuiker en zelfs druiven verbouwd worden. Ook zijn er veel rijstvelden, waar vrouwen aan het planten zijn. Een mooi gezicht, die gekleurde sari’s in de groene velden.
In Madurai stoppen we eerst bij de plantenmarkt. Het is er heel erg druk. Er zitten en lopen opvallend veel oudere vrouwen. Vele dragen aparte oor- en neusringen en hebben grijs haar. Tot nu toe had iedereen altijd het haar zwart geverfd. Het is erg kleurrijk. Prachtige mensen. Overal liggen bergen bloemknoppen op de grond. Met kleine handweegschalen worden hoeveelheden afgemeten.
Wij zitten in Poppys Hotel. Op zich een mooi hotel met mooie ruime kamers, maar een kilometer of zeven buiten de stad. Er is helemaal niets in de buurt, weinig huizen, geen restaurantjes, geen winkels, geen supermarkt. Hier willen we eigenlijk niet zitten. Je kunt alleen maar in het hotel (duur) eten en ze verkopen ook geen bier. We moeten David maar vragen of hij ons ergens naar toe brengt vanavond. Bij navraag blijkt, dat vroegere klanten geklaagd hadden over hotels in de stad; daar zou het veel te lawaaiig zijn. In ons hotel is het inderdaad stil. Overdag dan; 's avonds blijkt er een feest te zijn met harde muziek, dat tot 2:30 uur door gaat. Over stilte gesproken. Er gaat twee man personeel mee naar onze kamer: een om de weg de wijzen, een voor de rugzakken. Zodra ze klaar zijn, gaan ze samen demonstratief naast elkaar staan wachten op een fooi. Dat is voor het eerst. Meestal, niet altijd, staan ze wel wat te dralen, maar zo opzichtig hebben we het nog niet gezien. In de hotels geven we meestal tien roepie per tas.
In het hotel is wifi, maar zoals op veel plaatMarktsen, ligt die er regelmatig uit.
Aan het eind van de middag gaan we een fietsriksja-tocht maken. Een paar reisorganisaties proberen deze oude traditie in stand te houden, waardoor de mensen hun baan kunnen behouden. Er zijn er niet veel meer en er rijden alleen oude fietsers. Wij zijn dan ook een bezienswaardigheid en heel vele mensen lachen en zwaaien naar ons. Bijna twee uur rijden we door smalle, leuke, soms drukke straatjes met piepkleine winkels waarvan we ons regelmatig afvragen wat er verhandeld wordt. We krijgen onze eerste glimp van de beroemde Sri Meenakshi-tempel. We stoppen bij een leuke drukke markt en bij een weverij. Daar kijken we even binnen en als we weer vertrekken, willen die drie, vier mensen een fooi. Waarvoor in vredesnaam? We doen het niet. Wij vinden de fooien eigenlijk heel vervelend. Niemand kan of wil ons vertellen wat gebruikelijk is en wij hebben werkelijk geen idee. Te weinig is niet goed, maar te veel zeker ook niet, want dan verpest je de markt. Iedereen wil ook fooi. Maar dan moeten ze er in ieder geval wel wat voor doen. De mensen hier denken, dat wij superrijk zijn, maar dat is nog geen reden om iedereen maar wat geld toe te stoppen.
Het is hard werken voor de fietsers en dan krijgen we ook nog een regenbuitje onderweg. Wij zitten dan wel droog onder de kap, maar de fietsers niet. We stellen voor, dat ze even schuilen, maar daar willen ze niet van horen. We geven ze maar een flinke tip; ze doen ook wel erg hun best. Een leuke tocht.
In het hotel verkopen ze geen bier, maar Petra heeft nog wat rum. Dat heeft ze uit de provincie Kerala ‘meegesmokkeld’. Eigenlijk mag dat niet. Drank is hier niet verboden, maar de belasting is hier een stuk hoger dan in Kerala. We vragen ons af of daar überhaupt op gecontroleerd wordt. Samen met cola drinken we dat tijdens ons borreluurtje.
David brengt ons naar een wijkje in de buurt waar we kunnen eten. Zodra we voet buiten het hotel zetten, komt hij voorrijden. Luxe hoor.
StoffenHet zijn meer cafetaria’s dan echte restaurants. Wij zijn de enige toeristen. Hier (in deze provincie) zitten de vrouwen gewoon samen met de mannen of in groepjes in het restaurant. Er zijn geen aparte familiekamers. Het is er druk en er is heel veel personeel. Voor elke functie is er een ander kleur tenue. Hun Engels is hier zo moeilijk verstaanbaar, dat we de menukaart vragen. Er staan geen prijzen op. We bestellen verschillende gerechten en eten zeer smakelijk, maar wel wat pittig. Het eten is sowieso heet in India, wat wij niet erg vinden. Zoals overal eten we met onze rechterhand (de linker is onrein) wat wij niet zo goed kunnen. Wij eten met onze vingers, de Indiërs met hun hele hand. Alles gaat supersnel en wij kunnen het geheel tot een half uur rekken, wat wij kort vinden. De Indiërs zijn binnen het kwartier al klaar en vertrokken. Het is erg goedkoop. Inclusief vers geperste ananas-, citroensap en twee flessen water zijn we 500 roepie (€ 6,50) met z’n drieën kwijt. In het restaurant van het hotel zouden we hier net één gerecht voor krijgen.
We lopen terug naar het hotel in een kleine twintig minuten.

Zaterdag 21 november Madurai
De ontbijtzaal is erg koud door de airco. Er zitten een paar mensen te eten en op de rest van de tafels staan gebruikte spullen. Er is niet één schoon tafeltje. Blijkbaar zijn we laat. Het brood is op, het sap is op. We nemen maar weer een omelet. Bij gebrek aan brood eten we er een pannenkoek bij, maar die blijkt gemaakt van zuurdesemmeel. Geen goede combinatie.
PaleisMaduraiOok vandaag is er een gids voor ons geregeld. Eerst rijden we naar het Tirumalai Nayak Paleis. Dit stamt uit 1636 en heeft Italiaanse invloeden. Er is nog maar een vierde van het oorspronkelijke paleis over. Toch is het nog zo mooi, dat er regelmatig films worden opgenomen. Er zijn meerdere zuilengalerijen, een troonzaal en een balzaal. Mooi om te zien.
Daarna gaan we naar de beroemdste tempel, de Sri Meenakshi-tempel. Omdat het de tempelmaanden zijn, zou het erg druk kunnen worden. De hele dag door is het druk met pelgrims die hun eer komen betuigen aan hun favoriete godin. Het valt gelukkig reuze mee. Er zijn hier wel wat toeristen, maar die vallen helemaal in het niet bij alle Indiase. De tempel heeft vier ingangen, aan alle vier de windstreken en zijn identiek. Vier torens bij de ingangen, de zogenaamde gopurams, zijn ongeveer 60 meter hoog en versierd met honderden beelden van godheden. Ze steken ver uit boven de daken van de omliggende gebouwen. Elke twaalf jaar worden alle beelden overgeschilderd, wat drie jaar duurt. Men zegt, dat er ongeveer 30.000 beelden zouden zijn. De tempel is een stad binnen een stad. die wordt overspoeld door gelovigen. Er zijn ontelbare pleinen, een grote vijver, zuilengalerijen. Tussen die zuilen hebben zich allerlei winkeltjes gevestigd. Het echte heiligdom is verboden terrein voor niet-hindoes. De mandapa met Duizend Zuilen mogen we wel in. Er zijn slechts 985 bewerkte zuilen en geen een is hetzelfde.
TempelBinnenDe toegang is gratis, alleen voor de mandapam moet je betalen, en je mag geen fototoestel meenemen. Maar je mag wel foto’s maken met je mobiele telefoon. Beetje vreemd. Om toegang te krijgen, moet iedereen weer door zo’n detectiepoortje, waar wel wat gecontroleerd wordt, maar ook hier lijkt het ons meer een schijnveiligheid. De tempel is prachtig. Eenmaal weer buiten lopen we helemaal om het complex heen en zien de enorme versierde poorten mooi in de zon liggen. Wat geweldig. In felle kleuren geschilderde goden, godinnen, demonen en andere mythologische figuren van het hindoeïsme. Die torens werd opgetrokken tussen de 15de en 17de eeuw. Wat een werk moet dat geweest zijn. Beslist een bezoek waard.
We gaan bij twee souvenirwinkels naar boven voor een mooi overzicht van de tempel, maar dat valt tegen. Er staan te veel bomen voor en we mogen niet helemaal het dak op. Nadeel is, dat je in die winkels rond moet kijken, terwijl je weet, dat je toch niets zult kopen.
Het Gandhi Memorial Museum bezoeken we ook. Een mooie, indrukwekkende tentoonstelling.
Aan het eind van de middag borrelen we met cola en chips. Daarna gaan we bij de buren van gisteren eten. David brengt ons en, als het droog is, lopen we terug; anders zullen we een riksja nemen. Het is een stuk luxer dan gisteren en er is veel minder personeel. Terwijl wij de kaart bekijken, blijven drie man van de bediening bij onze tafel staan. Ze vinden, dat we te weinig bestellen. Willen jullie nog kip, nog tandoori, nog brood. We moeten drie keer zeggen, dat het genoeg is. Het smaakt prima. Terwijl wij eten, kijken zij toe. Als er andere gasten wat willen, snellen ze even weg en komen dan weer terug. Vandaag zijn we het enorme bedrag van 600 roepie kwijt.

Zondag 22 november Naar Trichy, Tanjore
We rijden vandaag naar Tanjore en maken een stop in Trichy.
Het regent als we vertrekken en dat blijft het zo’n beetje de hele dag doen. Af en toe wat miezer, de meeste tijd vrij hard. Die regen is gewoon in deze tijd, maar er is blijkbaar een zeer hardnekkige depressie. De mensen hier hebben kort geleden gebeden voor regen, omdat het veel te droog was. Nou, dat hebben ze gekregen. Nu bidden ze of de regen weer op kan houden. Veel plaatsen hebben problemen met ondergelopen straten.
BrommerIn Trichy besluiten we dan ook om de Rock Fort-tempel niet te bezoeken. Hiervoor zouden we meer dan 400 treden omhoog moeten; de tempels op de rots mogen we niet in, maar we zouden een mooi uitzicht op de omgeving hebben. Met de regen en de laaghangende bewolking zie je daar niets van; dus besparen we ons de moeite.
Wel bezoeken we de Srirangam-tempel (Sri Ranganathaswamy-tempel) die op een eiland van de Kaveri-rivier ligt. We laten onze schoenen en sokken achter en waden door het water naar de tempel. We hebben paraplu's, waardoor we op de voeten na droog blijven. Het is de grootste hindoeïstische tempel ter wereld en gewijd aan Vishnu. De toegangspoort is maar liefst 73 meter hoog en ziet er totaal anders uit dan de poorten in Madarai. Wel net zo fel beschilderd maar anders.
De tempel bestaat uit meerdere gebouwen, ringen, en telkens moeten we door de regen naar het volgende deel. Om er te komen, moeten we soms tot onze enkels door het water. Gelukkig is dat niet ijskoud. Een prachtige tempel met veel pilaren en beelden. Het is een compleet dorp, waar winkels zijn waar de mensen wonen, bedelaars.
Het binnenste deel met een gouden koepel mogen we niet. Wel staat er ergens een poort open met daarin een groot beeld. Verboden te fotograferen. Ook hier mogen we kaartjes kopen voor de fototoestellen, mobiels mogen gratis naar binnen. Een hele grote, mooie tempel.
Onderweg naar Tanjore drinken we bij een wegrestaurant echte koffie. Heerlijke espresso, darjeeling thee en een broodje. We waren gewaarschuwd voor de westerse prijzen. Een dubbele espresso kost hier € 2,10. Valt nog mee.
In Tanjore regent het nog steeds.
Er hangt maar een handdoek in de badkamer, maar bij een kamer staat een karretje van de bediening en we nemen daar een handdoek van mee.
Als het even een half uurtje droog is, gaan we op zoek naar een supermarkt voor een fles cola en wat chips. Ook kijken we naar restaurantjes. We zien er verschillende die er leuk uit zien. Maar tegen de tijd, dat we willen gaan eten, regent het weer. We hebben daar vandaag genoeg van gehad. Dus blijven we in het hotel. In het restaurant staat een groot buffet, dat voor het vegetarische deel 300 roepie, € 4 p.p. kost. Er staan zoveel verschillende schotels, dat we het vlees- en visdeel overslaan (dat zou 100 roepie extra kosten). Vooral de salades zijn erg lekker. Hier durven we dat wel aan; evenals het ijs, dat als dessert gekozen kan worden. En ze hebben zowaar bier. De eerste fles is enigszins lauw, de tweede wordt in de vriezer gelegd en is lekker snel koud. Wij doen vandaag zowaar ruim een uur over het eten. De Indiërs zijn ook hier snel klaar; binnen twintig minuten hebben ze gegeten.

Maandag 23 november Tanjore
StierTempelGelukkig is het droog. Bij de Brihadishwara-tempel wacht alweer een gids op ons. Deze tempel staat op de werelderfgoederenlijst. Bij alle andere tempels zijn de toegangspoorten het hoogst, hier is dat de koepel van het binnendeel. De tempel is 68 meter hoog en de top is uit één massief blok graniet gehakt. Binnenin staat de grote Shiva lingam. En ook een zes meter hoog beeld van de Nandi-stier ontbreekt niet. Het complex is grotendeels open met een hele grote binnenplaats. Het is er lekker rustig. Er lopen wat Indische toeristen, die allemaal met ons op de foto willen, en een enkele verdwaalde toerist. Ongelofelijk zoals men deze tempel 1000 jaar geleden heeft kunnen bouwen. Erg mooi.
In het Marata Palace Museum staan veel bronzen beelden die gemaakt zijn met een verloren wax-methode. Vooral de kleine beeldjes zijn super gedetailleerd.
We wandelen terug naar het hotel. Veel is er in de plaats niet te beleven. Wat kleine winkels, druk verkeer met overvolle bussen, brommers en riksja’s.
We halen een verkoelend drankje bij de supermarkt, want we zweten heel wat af. Het is dan wel niet zonnig, maar wel erg vochtig. We houden het droog tot we weer in het hotel zijn.
De kamer is schoon gemaakt en ze hebben één handdoek en het badmatje weggehaald; niet vervangen, maar weggehaald. Wat is dat toch hier met die handdoeken. Hoe moeilijk kan dat nou zijn.
Tegen drieën barst een enorme regenbui los. Tot nu toe hebben we niet zo veel last van de regen. We zitten in de auto of in het hotel; alleen gisteren was het in Trichy wat minder. In steden aan de oostkust, zoals Channai, schijnt het rampzalig te zijn. Ondergelopen straten, mensen waden tot hun middel er door heen, scholen zijn gesloten. Over een paar dagen komen wij ook aan de kust…
StierMelkOm 17:00 uur gaan we weer naar de Brihadishwara-tempel, omdat er verteld wordt, dat er gedanst gaat worden. Dat is niet zo, maar het is er wel druk. We leveren onze schoenen in, zoals bij elke tempel, en gaan op onze blote voeten verder. Het is gelukkig droog, maar de grond niet overal.
De grote stier wordt overgoten; eerst verschillende keren met heel veel melk, dan afgespoeld, dan weer melk, afgespoeld, dan een roodbruine vloeistof en tenslotte weer schoon gespoten. Dat roodbruine is kurkuma, geelwortel, vermengd met paprikapoeder. Op het plein tussen de stier en de tempel zit heel veel volk dit aandachtig te bekijken. Zodra de roodbruine vloeistof verwijderd wordt, staat men gehaast op en gaat bij de stier netjes in een lange rij staan. Twee mannen delen de melk en de roodbruine vloeistof uit. Van de melk drinkt men een slokje en wordt, net als de roodbruine stof over hun haar gesmeerd. De meeste houden hun hand op; sommige komen met flesjes of plastic zakjes aanzetten om wat mee te kunnen nemen. Daarna maken ze een rondje langs de stier. Voor iedereen is er ook nog een hapje eten. Wij krijgen dat ook aangeboden, maar doen dat maar niet. Er zijn maar een paar andere toeristen. Dit ritueel vindt iedere twee weken plaats, twee dagen voor volle of nieuwe maan.
Het is ondertussen donker geworden en de tempel is prachtig verlicht.
Ze vragen bij de schoenen vijftien roepie, maar we geven ze tien, wat het gangbare tarief is. We krijgen geen commentaar.
Dicht bij het hotel gaan we een hapje eten. Aan de reactie van een klein jongetje te zien, lijkt het alsof hij nog nooit toeristen heeft gezien. Wij zijn de enige niet-Indiërs. We bestellen volgens de obers weer veel te weinig en vreemde combinaties. Wij zijn echter vast besloten en bestellen wat wij willen. We eten heerlijk en we breken het laagterecord: we zijn 390 roepie, € 5 kwijt met z’n drieën, inclusief vers geperste sapjes.


Dinsdag 24 november Naar Pondicherry
Vannacht is er veel regen gevallen, nu is het gelukkig droog en het wordt steeds zonniger. De wegen worden wat slechter.
We rijden naar Pondycherry. Niet over de snelweg, maar over een kleinere weg dwars door het platteland. Onderweg komen we door leuke, kleine, drukke dorpjes. Er rijden hier meer ossenkarren door de straten. Ook hier weer veel geiten, koeien, volgeladen fietsers, honden en zelfs paarden op de weg. Aan de manier van rijden zullen we nooit wennen. Levensgevaarlijk hoe men hier inhaalt en zonder op of om te kijken een weg oprijdt.
WaterSommige straten staan blank door de vele regen die gevallen is.
Bij de Airavatesvara-tempel in Daransuram zouden we tot halverwege onze dijen door het water moeten waden. Dat gaat ons een beetje te ver. We maken foto’s van de buitenkant en van de hoppen die in het gras zitten.
Onderweg stoppen we bij een klein restaurant, omdat David nog moet ontbijten. Wij kijken ondertussen gefascineerd, hoe men dosa (flinterdun brood) maakt.
Ergens anders drinken we thee. Er is altijd wel wat te zien. Nu zijn het vooral de volgepakte vrachtwagentjes waar in de één mannen en in de ander vrouwen dicht opeen gepakt staan. Ze moeten lachen als wij foto’s van hen maken. Bijna niemand vindt dat trouwens een probleem. Dat is wel prettig. Zij willen vaak met ons op de foto en dat doen we dan ook maar. Tenslotte maken we ook foto’s van hen.
De volgende tempel, Periya Vudaiyar of simpelweg Big Temple, is erg mooi. Dat zijn ze trouwens allemaal. Allemaal zijn ze prachtig gebeeldhouwd; de een wat kleuriger dan de ander, maar allemaal zeer gedetailleerd. Er zitten een heleboel parkieten.
In Chidambaram staat, achter een hek, een mooie praalwagen. Daar wordt eenmaal per jaar een processie mee gehouden. Aan de overkant ligt de enorme Nataraja-tempel, die helaas op dit moment niet open is. Toch bieden gidsen zich aan voor een rondleiding. Wat moeten die nou als je er niet in kunt?
Op weg naar Pondicherry komen we door verschillende dorpjes waar wegen grotendeels onder water staan. De velden zijn ondergelopen en we zien water zover als het oog reikt.
Pondicherry ligt aan de kust van Coromandel. Tot 1954 was dit een Franse stad, wat je nu nog terugziet in sommige straatnamen en de politiemannen met roden petten en riemen. De stad is verdeeld in een Tamil- en een Frans deel. Ons hotel staat in het Tamil-deel. Een heel leuk hotel met mooie grote kamers aan een mooie tuin.
We bezoeken de nieuwe tempel waar een olifant voor staat, die over je hoofd strijkt als je hem een muntje geeft. Er staan vooral toeristen om heen. Die zien we later alleen nog terug in fietsriksja’s; verder niet. Wat wij helemaal niet erg vinden.
We wandelen over de promenade, die ’s avonds alleen voor voetgangers toegankelijk is. Als dit een Europese stad zou zijn, zou het hier vol staan met cafés en restaurantjes met terrassen. We zien er geen een. We hebben echter gelezen, dat er bij het Seagulls Restaurant boven een terras moet zijn. En dat is er inderdaad. We kijken uit op het strand en de zee en kunnen kiezen uit een heleboel soorten bier. Wij gaan voor de Kingfisher. Petra neemt bij gebrek een witte wijn, koele rode wijn. Die is zo lekker, dat ze voor het tweede rondje voor rum cola gaat. Er lopen ongelofelijk veel obers rond die allemaal weinig tot niets te doen hebben. Pas later als er gegeten gaat worden, kunnen ze aan het werk. Voor het gemak eten wij hier ook. Zoals meestal vegetarisch en ook nu smaakt het prima. Cadeautje van Petra, omdat wij niet op haar verjaardagsfeest konden komen. Waarvoor onze dank.

Woensdag 25 november Naar Mamallapuram
AurovilleOp de eerste verdieping krijgen we buiten ons ontbijt geserveerd met echte Franse croissants. Heerlijk.
We vertrekken voor de laatste etappe van de reis naar Mamallapuram.
Ook hier veel ondergelopen land. We passeren een brede rivier waar David nog nooit water in heeft zien staan. Zover je kunt kijken, is er water. Het is vandaag een warme, zonnige dag.
Het landschap blijft erg groen en er zitten veel ijsvogels op de draden langs de kant.
Dicht bij Pondicherry gaan we eerst naar Auroville, een commune waar mensen van allerlei nationaliteiten in vrede en harmonie kunnen leven. De Matrimandir herbergt het grootste kristal ter wereld. In de koepel aan de buitenkant is ongeveer 50 kilo goud verwerkt.
We drinken ‘westerse’ espresso tegen westerse prijzen. Lekker voor de verandering. 532 roepie.
De reisorganisatie Travel XS zit dicht bij het hotel en wij worden door de eigenaar uitgenodigd voor een gesprek. Hij wil onze bevindingen weten en we krijgen geld terug van het vervoer naar het hotel in Bangalore.
’s Avonds drinken we een biertje bij Santana. Op het flesje staat een prijs van 120 roepie. Wij moeten 240 betalen. Logisch, dat er wat bij komt, maar dit is wel erg veel. Overal is het bier even duur; blijkbaar heeft men onderling een afspraak gemaakt.
MandalaWe eten ergens anders met o.a. momo’s; die worden bij een ander restaurant gehaald. We eten vandaag weer heel andere dingen dan we tot nu toe gegeten hebben. Die momo’s dus, inktvis in een sausje en lekkere gebakken vis met knoflook en munt. Heerlijk.
Het is drie dagen feest; een soort verlaat Diwali. Overal staan kaarsjes, offertjes, tekeningen worden op straat gemaakt, vuurwerk wordt afgestoken.
Het begint pas te regenen als we terug in het hotel zijn. Gedurende de hele nacht regent het door.

Donderdag 26 november Mamallapuram
Het weer zit mee; het is droog en soms zelfs zonnig. Dan is het meteen erg warm.
Vandaag sightseeing in Mamallapuram. We hebben weer een gids.
Alles ligt vrij dicht bij elkaar, maar toch gaan we met de auto. Eerst naar Krishna Mandapa, dan een paar honderd meter verder naar Arjuna’s Penance (Arjuna's Boetedoening). ToegangDat is met een lengte van 27 en een hoogte van negen meter het grootste bas-reliëf ter wereld. Het is uit de wand van een enorme granieten rots uitgehakt tussen de 6de en 8ste eeuw. Het beeldt de legende uit hoe Shiva de Ganges naar de aarde bracht. Op een kleine heuvel er naast ligt de Boterbal: een enorme bol graniet, die elk moment naar beneden lijkt te kunnen rollen. De Varaha Cave is een kleine tempel die er achter ligt.
De vijf tempels van de Five Ratha’s hebben de vorm van processiewagens. Deze tempels lagen twee eeuwen geleden nog onder het zand. Elke tempel is uit één blok graniet gehakt. De ingang ligt onder water.
De Shore Temple tenslotte, is een van de beroemdste gebouwen van Zuid-India, opgetrokken op het strand. Hij is enigszins verweerd door erosie. De tsunami van 2004 heeft mogelijk meerdere delen blootgelegd. Misschien stonden ze vroeger bekend als de mythische zeven Pagodas van Mahabalipuram.
LeguaanDe gids krijgt niet zoveel fooi. Hij vindt, dat Petra maar een keer terug moet komen naar India en dan in zijn huis moet slapen en hij bedelt om een regenjas. Niet erg netjes.
We rijden eerst naar het café voor een kop echte koffie.
In een bar naast het strand drinken we cola en vers citroensap. Daarna siësta. Het gaat weer regenen om 15:30 uur. De weersverwachting is niet best voor de komende dagen.
Wij zitten overdekt op de veranda van het hotel en zien het straatleven aan ons voorbij trekken.
's Avonds onderhandelen we scherp op de bierprijs. Ze vragen eerste 250 roepie, maar als we dreigen weg te gaan, zakt de prijs naar 200.

Vrijdag 27 november Naar huis
Vandaag gaan we weer naar huis. Op weg naar het vliegveld bezoeken we een krokodillenboerderij waar meer dan 2000 dieren leven. Apart is een gaviaal, een krokodilachtige, met een lange snuit, naaldachtige tanden en een bult op zijn neus. Verder zitten er een paar grote schildpadden en een paar parende leguanen naast allerlei soort krokodillen en leguanen uit de hele wereld.
Teletekst's Avonds vertrekken we met het vliegtuig naar New Delhi waar we een paar uur moeten wachten voor de vlucht naar Amsterdam.

Zaterdag 21 februari Naar huisBeide vluchten gaan op tijd en zonder vertraging. We komen aan in een nat en winderig Nederland. De temperatuur is ongeveer 30° lager. Dat wordt de eerste dagen even wennen.
We zijn net op tijd naar huis vertrokken. Zie de berichten hiernaast een paar dagen later.

Dit was een DimSum reis.