Bolivia

12 september t/m 12 oktober 2011

BOLIVIA heeft een gevarieerde natuur en een traditionele bevolking. Het landschap is erg afwisselend met het Andesgebergte met meer dan 6000 meter hoge, besneeuwde bergen en vulkanen, jungle- en pampagebied, het hoog gelegen Titicacameer, gekleurde meren in het zuiden en het grootste zoutmeer ter wereld, de Salar de Uyuni.

Indianen, Bolivia

RouteBolivia

Maandag 12 septemberNaar Santiago de Chile (Chili)

Wij hebben Passaat een reis door Bolivia laten regelen. Hun optie om de reis te laten beginnen in Santiago en daarna in San Pedro de Atacama te acclimatiseren, hebben we overgenomen. Daarom vliegen we vandaag, via Madrid, met Iberia/Lan Chili naar Chili. We zijn volledig voorbereid op de hoogte en de kleding en al vroeg was het duidelijk dat we in Bolivia goed schoeisel voor de reis  nodig hebben. Om 20:00 uur vertrekken we, een uur te laat, naar Madrid. We hebben daar zo veel tijd om over te stappen, dat we een biertje kunnen gaan drinken.

Dinsdag 13 septemberNaar Santiago de Chile
Om 01:00 uur vliegen we naar Santiago. Een vlucht van 12,5 uur. We zitten in een 'oud' vliegtuig waar niet elke stoel een eigen monitor heeft. Voor de rest is het prima. We slapen zelfs boven verwachting goed, voor zover je dat kunt zeggen van slapen in een vliegtuig.
Vlak voor Santiago hebben we geweldig zicht op de besneeuwde toppen van de Andes. We vliegen hier zo laag overheen, dat we het gevoel krijgen, dat we de bergen aan kunnen raken.
We komen een half uurtje te laat aan en desondanks is onze ophaler er niet. Een uiterst vriendelijke taxichauffeur belt hem voor ons en even later komt hij aanzetten en in sneltreinvaart worden we naar hotel Vegas in de binnenstad gebracht. Een leuk oud klein gezellig hotel in een gezellige straat met een terras voor de deur.
Er is vijf uur tijdsverschil met Nederland. Er schijnt een lekker zonnetje, dat overdag heerlijk is. 's Avonds zal het afkoelen en hebben we jassen nodig. Het is wel lente; alle bomen lopen uit.
Er is wifi beschikbaar op onze kamer en we checken meteen in voor de vlucht van morgen naar Calama. Dat is toch wel erg handig.
We zetten onze spullen op de kamer en lopen de stad in. Al snel herkennen we verschillende punten van zes jaar geleden. Santiago is nog steeds een aangename stad met veel winkels, straathandeltjes, terrasjes, eetgelegenheden. De mensen zijn erg vriendelijk en behulpzaam. Bijna niemand spreekt Engels en er zijn amper toeristen.
We gaan eerst eens kijken waar we morgen op de bus naar het vliegveld moeten stappen, een kleine kilometer van het hotel vandaan. We weten ongeveer de plaats, maar kunnen de halte niet vinden. We vragen het na en men wijst ons de verkeerde kant op. We lopen weer terug en zien dan een bus staan, ongeveer op de plaats waar we het zojuist gevraagd hadden. Er staat nergens een bord, dus als er geen bussen staan, weet je niet waar je zijn moet. Er staan ook geen tijden aangegeven, maar dat zien we morgen wel.
We dwalen door de stad en zien het Monedo-paleis waar we vorige keer door heen hebben gelopen. Alles is nu afgezet en er staan agenten. Het ziet er naar uit, dat dat nu niet kan. Verder bekijken we winkels, vreemde huizen, Bellavista-wijk met zijn vele terrasjes en eettentjes. Moe van het slenteren, nemen we een broodje warm vlees en een tabbiertje. Daarna houden we siësta en voor de zekerheid zetten we de wekker, zodat we niet dóór slapen. Daarna gaan we op het terras beneden zitten en bestellen een schop, een tapbier van een halve liter die ons prima smaakt. Het is gezellig druk op het terras en er lopen veel mensen voor langs, die we allemaal bekijken. Daarna gaan we naar Kintara, een Japans restaurant. We beginnen met een combinatieschotel en omdat het zo lekker is, nemen we nog een andere combinatie. € 30.

Woensdag 14 septemberNaar San Pedro de Atacama

We worden 's nachts wakker van een lichte aardbeving. We liggen te schudden in onze bedden. Dat gebeurt hier regelmatig. We worden zowaar om 'normale' tijd wakker, om 8:00 uur, en gaan ontbijten.
We lopen de stad weer in en bekijken het voormalige Mapocho-station. Er is nog steeds niets aan. De centrale markt hier vlak bij is net open en de viskramen liggen vol met allerhande soorten vis en schaaldieren. Op het Plaza de Armas lopen we de Metropolitana-kathedraal in, die erg mooi is van binnen. Op een bankje op het plein zitten we een poosje in de zon tot het tijd is om terug naar het hotel te gaan. We hebben thuis gelezen, dat de studenten in Santiago momenteel wat onrustig zijn. De collegegelden zijn voor de minder draagkrachtigen lastig te betalen. We zien wat jongeren met vlaggen lopen en zwaaien. Er staan op strategische plekken militaire wagens opgesteld en een waterkanon, volledig gericht op onderdrukken van betogingen. Als we richting bus lopen, die ons naar het vliegveld voor de vlucht naar Calama in het noorden van Chili moet brengen, zien we steeds meer machtsvertoon verschijnen. Er rijden bussen vol militairen. De wagens hebben allemaal een soort spatlappen voor de wielen; waarschijnlijk om glas dat op de weg gegooid wordt, weg te schuiven. Overal worden drankhekken neer gezet om de binnenstad volledig af te sluiten. Op de plek waar de bus moet vertrekken, staan al diverse mensen te wachten. De bus komt maar niet, we wachten en wachten, en blijkt uiteindelijk uit voorzorg helemaal niet te komen. Een dame die ook naar het vliegveld moet, probeert ons dat in het Spaans uit te leggen. We begrijpen dat we een stuk met de metro moeten en dan verder met de bus. Bij het metrostation komen we haar weer tegen als we op zoek zijn naar de juiste metrolijn. Voor we een kaartje kunnen kopen, loodst ze ons mee, betaalt ons kaartje en neemt ons mee op sleeptouw. Wie durft er nog te beweren dat je in het buitenland alleen maar als toerist wordt uitgemolken? Gelukkig zijn we vroeg vertrokken en hebben ondanks het oponthoud alle tijd.
Met wat hulp komen we aan instapkaarten en brengen de bagage weg. Overal staan vrij lange rijen, behalve bij ons. Daar is niemand en later blijkt het vliegtuig zo goed als leeg. Tijdens de vlucht naar Calama zitten we aan de rechterkant en vergapen we ons twee uur lang aan de besneeuwde bergen. Geweldig uitzicht. Dichterbij bij Calama ligt er minder sneeuw, maar kleuren de bergen erg mooi. Met een busje worden we in anderhalf uur naar Casa de San Tomás in San Pedro de Atacama gebracht, dat op 2400 meter hoogte ligt. We zitten in hetzelfde hotel als in 2005, zelfs in hetzelfde deel. Onze ophaler heeft in het dorp wat restaurantjes gewezen en bij een daarvan gaan we eten. Het ligt iets verder uit het 'centrum' en daardoor waarschijnlijk wat rustiger dan in de hoofdstraat. Men spreekt amper Engels en met handen en voeten weten we elkaar te verstaan. Voor € 15 eten we kip en kotelet met aardappelen, uien en tomatensalade en drinken we een literfles bier leeg. We wandelen door het kleine dorp en herkennen twee restaurants van de vorige keer. Grappig.
Het is wolkeloos en we zien een prachtige sterrenhemel met een stukje melkweg.

Donderdag 15 septemberSan Pedro de Atacama, Valle de la Luna

Na het uitgebreide ontbijt verkennen we het hotelterrein. Het zwembad is nieuw en er is een apart rookterras. Zelfs buiten mag je hier niet overal roken. Jongeren onder de achttien mogen ook niet op het rookterras komen.
We wandelen het dorp in. In de schaduw is het nog fris; in de zon lekker warm. We vinden makkelijk het boekingsbureau voor de tocht naar Bolivia van overmorgen. We informeren naar de nodige gegevens en wat we mee moeten nemen. We gaan Chileens geld pinnen, dat we overmorgen bij het reisbureau kunnen omwisselen naar Boliviaans geld. Wel zo handig, want voordat we in Bolivia bij de eerste ATM komen, hebben we al geld nodig.
We slenteren over de onverharde straten. Die zien er vrolijk uit doordat overal de Chileense vlag wappert. We hebben mooi uitzicht op de Licancabur, de heilige vulkaan voor de indianen.
Het kerkje ligt mooi in ze zon en willen net op een bankje gaan zitten als we enige activiteit ontdekken. Er komt een legertruck aangereden, die geluidsapparatuur tevoorschijn haalt en in de schaduw worden stoelen neergezet. Schuin aan de overkant daarvan is een verhoogde veranda waar bankjes voor een café staan. We gaan daar zitten en bestellen koffie. Die wordt net gebracht als we de fanfare aan horen komen. We hebben prachtig zicht doordat we een meter boven de straat zitten. Na de fanfare volgt een legerafdeling, strak in het gelid. Voor de tent met stoeltjes wordt halt gehouden. Er volgt een toespraak, meer muziek en er wordt zowaar gezongen. Het klinkt erg mooi. We denken, dat het ter ere is van Onafhankelijkheidsdag, overmorgen, maar zeker weten doen we het niet.
We kopen een fles water en gaan relaxen op het terras bij het hotel.
Gerda en Carlo hebben uit Oezbekistan een petje voor Martijn meegebracht en dat heeft hij nu op. Deze is dus nog helemaal nieuw en omdat het zo warm is, begint de lijm te smelten door het zweet.
Valle de la LunaOm 16:00 uur worden we opgehaald voor een excursie naar de Valle de la Luna. Het is een gemêleerd gezelschap: Chilenen, Brazilianen, Japanners, Duitsers, Zwitsers en wij. We rijden door een schitterend vulkanisch landschap. Veel verschillende lagen, allemaal anders gekleurd. Op de vulkanen ligt nog sneeuw. De zon brandt goed hier boven op 2600 meter. Het is erg kaal en ruig, maar als je goed kijkt, zie je overal kleine plantjes en zelfs bloemetjes groeien. Vroeger vond men hier de weg door overal steenmannetjes neer te zetten. Erg ingenieus. We stoppen op een paar mooie punten en de gids houdt hele verhandelingen in het Spaans en in het Engels. Als ze zon bijna onder is, staat de hele rij vulkanen in een prachtige rode gloed. Toen we hier zes jaar geleden waren, mocht je nog over het grote zandduin naar de andere kant lopen. Nu mag dat niet meer, omdat het duin te veel beschadigd raakte.
In het centrum van San Pedro stappen we uit en gaan eten. Martijn krijgt twee schnitzels, beide zo groot als zijn schoenzolen (maat 46). Lia krijgt een hele berg rundvlees. Beide smaken prima, maar het zou wel wat minder kunnen.
We vinden niet echt een kroegje waar we nog wat kunnen drinken. Overal alleen restaurantjes, die vrij leeg zijn. Daarom kopen we een fles bier die we op de kamer opdrinken.

Vrijdag 16 septemberSan Pedro de Atacama

We gaan rustig ontbijten, lezen wat, ontspannen en acclimatiseren. Om een uur of elf wandelen we het centrum in en willen koffie gaan drinken. In de verte zien we een wegafzetting, waar we uiteraard gaan kijken. Het hele plein is afgezet met touwen en er staan weer stoelen onder de plastic overkapping. Er hangen veel mensen rond, vooral plaatselijke bewoners. De kinderen zijn allemaal verkleed. De jongens als cowboys, compleet met streepbroeken, capes, hoeden en laarzen met sporen. OnafhankelijkheidsdagDe meisjes dragen strokenjurkjes en mooie kralen in het haar. Morgen is Onafhankelijkheidsdag en dat wordt vandaag gevierd met een parade. De vips nemen plaats en al snel komt de plaatselijke harmonie aangeroffeld. Eerst wordt het volkslied gespeeld, dat door iedereen wordt meegezongen. Voor de viptribune worden allerlei dansen uitgevoerd door mensen in klederdracht. Er is muziek en er wordt gezongen. De kinderen zitten op kleine stoeltjes naast de tribune. Overal staan kraampjes met ijs, frisdrank en broodjes. Na een korte toespraak (Vive Chile) mogen ook de studenten een protestlied zingen (een goede opleiding is beter voor de onafhankelijkheid dan het leger). Daarna volgt de parade met allerlei verschillend geklede kinderen en volwassenen. Het eindigt met mannen te paard. Daarna wordt alles heel snel en georganiseerd afgebroken. Agenten, mannen in pakken, allen helpen mee en binnen een half uur is alles weg en de straat aangeveegd.
Ondertussen zitten wij op het terras koffie te drinken en kijken dat alles aan.
's Avonds flaneren we door de straten op zoek naar een biertje. Een terrasje op het plein ziet er wel gezellig uit, maar daar mag je alleen wat drinken als je ook eet. Daar is het nog veel te vroeg voor en doen we dus niet. We vinden een echt café en drinken daar een biertje.
Na het eten wisselen we bij de moneychangers al het Chileense geld dat we nog hebben om voor Bolivianos.


Zaterdag 17 septemberNaar Salar de Uyuni (Bolivia)

Vandaag vertrekken we voor de driedaagse tocht via de zoutvlaktes naar Uyuni in Bolivia.
Als wij bij het boekingsbureau aankomen, staan er al twee Brazilianen en twee Belgen te wachten. Tegen ons was 7:45 uur verteld; tegen hen 7:30 uur. We worden echter pas om 8:15 uur opgehaald met een busje waar al drie Italianen in zitten. Bovendien is het bureau niet open, zodat er geen geld gewisseld kan worden. Wij hebben net genoeg Bolivianos, we houden Bs. 5 over (€ 0,50), maar de anderen niet. We hadden echter nog wat euro's om willen wisselen, maar dat kan nu dus niet. Later blijkt, dat de mevrouw van het bureau ook nog verkeerde (te lage) bedragen heeft doorgegeven.
Net buiten het dorp is de Chileense grenspost. Doordat we zo laat zijn, staat er een enorme rij voor ons. Het gaat een uur duren om hier door te komen. Naar de Boliviaanse grens is het een uur rijden. We gaan gestaag omhoog en een groot deel van de grond is bedekt met bloeiende pollen. Die blijken hier bijna nooit te bloeien, maar doordat het een maand geleden gesneeuwd heeft, bloeien ze nu. We zien onze eerste vicuna's. Licancabur, BoliviaOp 4500 meter staat een kaal hokje aan de voet van de Licancabur, de Boliviaanse grenspost. Hier gaan de formaliteiten supersnel.
We krijgen eerst een ontbijt. De bus gaat terug naar San Pedro en wij gaan verder met twee jeeps. De Italianen in de ene (zij hebben een tweedaagse privétour) en Jose, Rafiuskis, Jean, Chantal en wij in de andere. Dat gaat prima. De bagage gaat op het dak en daarna begint het avontuur.
De weg is onverhard, maar goed te berijden. Het weer is goed: helder blauwe lucht, warm in de zon, koud in de schaduw. Het is heerlijk zolang er geen wind is. Dan wordt het meteen koud. Jose en Rafiuskis drinken de hele dag mate, een kruidendrankje, en Rafael zal regelmatig voor ons tolken. Erg handig!
We gaan nog verder omhoog en zullen tot 4928 meter komen.
Al snel bereiken we het 'witte meer', Laguna Blanca. We moeten hier 150 Bolivianos p.p. toegang betalen voor het hele stuk tot aan Uyuni. We kunnen alleen in Bolivianos betalen en na enig aandringen, willen ze wat dollars wisselen, zodat iedereen de toegang kan betalen.
Het 'witte meer' is wit en even verder ligt het 'groene meer', Laguna Verde, dat een beetje groen is. Dat is afhankelijk van het weer en dat schijnen wij niet dus niet zo te treffen. Het is wél mooi. De Licancabur weerspiegelt er mooi in. We wandelen er een poosje rond en rijden dan weer verder. Het landschap is kaal, ruig en heeft mooi gekleurde bergen, sommige met sneeuw. Ook ligt er nog wat sneeuw langs de kant van de weg. Een hele mooie weg. We zien nog een paar vicuna's.
Bij Laguna Salada is een warm thermisch bad, maar daar wagen we ons niet aan. We gaan bij de Chileense flamingo's kijken die even verderop in het water staan.
Sol de Mañana is een actief vulkanisch gebied waar overal stoom uit geisers komt. Ook borrelen er allerlei verschillende kleuren modderpotjes op. Het stinkt er lekker en het is een mooi gezicht.
Dan zien we langzamerhand een rode streep in het landschap verschijnen. Het blijk de Laguna Colorado, het 'rode meer'. Laguna Colorado, BoliviaEn rood is het. Niet zomaar een beetje roze, maar felrood water. Als we het niet zelf gezien hadden, zouden we het niet geloven. De rode kleur wordt gevormd door algen. Het is een schitterend gezicht: de blauwe lucht, de geelbruine bergen, het rode water met hier een daar een laag wit ijs en duizenden James’ flamingo's. We blijven er een hele tijd verwonderd naar staan kijken.
Na 221 kilometer komen we om 17:30 uur bij de overnachtingplaats. We slapen in Mallcu of Villamar zoals men ook wel zegt. Het ligt op 4040 meter hoogte en het is er koud. We krijgen zowaar een eigen kamer met een eigen badkamer, terwijl we slaapzalen hadden verwacht. De vloer is echter kaal beton en trekt erg koud op. De deur komt rechtstreeks buiten uit en sluit niet goed. We gaan verkleumd het bed in, want de eetruimte was bijna net zo koud als het buiten was. We zien een buitengewone sterrenhemel, maar door de koude wind kijken we niet lang. Er ligt veel dek op het bed, maar we worden niet echt warm 's nachts en slapen dus niet goed. Iedereen blijkt daar last van te hebben.

Zondag 18 septemberSalar de Uyuni

We worden warm door de thee bij het ontbijt en de zon die al snel weer schijnt.
Vandaag rijden we meer door rotsformaties. Heel apart gevormde stenen waar iedereen van alles in ziet. De grond lijkt kaal, maar als je goed kijkt, zie je overal groeiende en bloeiende plantjes. De rondlopende alpaca's doen zich er te goed aan. We zien een vizcacha lopen, een konijnachtig knaagdier met een lange staart. Het landschap blijft prachtig en verveelt geen moment. Chileense flamingo's, BoliviaBij de rand van een meer staan twee alpaca's met een kleintje, die zich van dichtbij laten fotograferen. De flamingo's in het water zijn wat banger aangelegd en lopen en vliegen weg als wij ze van wat dichterbij willen zien.
Bij de lunch krijgen we o.a. lama-vlees. Het smaakt prima.
We rijden vandaag tussen de 3800 en 4200 meter. Iets lager dus dan gisteren. We moeten zorgen om alles rustig aan te doen en genoeg te drinken, om geen last van de hoogte te krijgen.
Langs de kant van de weg zien we veel lama's. We stoppen regelmatig en zien veel poelen met veel insecten. 's Morgens is het heerlijk weer, 's middags wat minder doordat de wind opsteekt.
Hoe verder we naar het noorden rijden, hoe meer lama's we zien en hoe gecultiveerder het wordt. Af en toe zien we een nederzetting. De dorpjes worden steeds groter en de lama's zijn hier tam. De weg blijft onverhard en soms moeten we door een rivier.
Vandaag overnachten we in Chuvica op 3700 meter. Het hotel staat aan de rand van de Salar de Uyuni, de grootste zoutvlakte ter wereld. We krijgen een zespersoonskamer met een badkamer. De temperatuur is hier een stuk aangenamer en echt koud krijgen we het niet. We gaan om 19:30 uur naar bed, omdat we morgenochtend om 4:00 uur op gaan staan. Eigenlijk was 5:30 uur de bedoeling, maar wij willen graag bij zonsopkomst op de zoutvlakte zijn.

Maandag 19 septemberNaar Uyuni

Salar de Uyuni, BoliviaIn het donker rijden we over de zoutvlakte en tegen zessen stoppen we. De zon komt nog net niet boven de einder. In de tijd dat we daar op wachten, maken we verschillende 'funfoto's', zoals Lia die op Martijn’s hand staat en wij samen op een zonnebril. Grappig.
Op Pescado-eiland groeien honderden metershoge cactussen. Het is niet echt een eiland, tenslotte is het zoutmeer geen echt meer, maar een rotspunt die uitsteekt. Heel apart. Het zoutmeer zelf is ook heel apart. Het lijkt net één grote ijsvlakte, maar hij is niet koud. De temperatuur van de lucht wel, maar de grond voelt vreemd warm, omdat het wel heel erg aan sneeuw doet denken. Heel apart.
We nemen een kijkje bij het zouthotel, dat gesloten is, omdat de afwatering niet in orde zou zijn.
We rijden vandaag 120 kilometer. Uyuni ligt op bijna 3700 meter.
In Uyuni nemen we afscheid van de groep en gaan naar Hotel Tambo Aymara. Dat ziet er leuk uit met drie grote bedden een grote badkamer en een kacheltje! We halen eerst geld bij een pinapparaat. We lopen het dorpje in en eten ergens een hapje. Smaakt prima, maar het duurt allemaal nogal lang. Er komen regelmatig backpackers binnen, die op de menukaart kijken en vervolgens weer vertrekken. Wij betalen voor soep, spaghetti, fanta en een biertje 79 Bs. Als we klaar zijn, blijken bijna alle winkels en de markt gesloten. We gaan op de hotelkamer relaxen. De douche krijgen we niet warm en bij navraag blijkt, dat het wel tien minuten duurt voordat het water warm wordt. Hoezo waterverspilling? Maar het werkt wel.
We hadden buskaartjes in het hotel verwacht, maar die zijn er niet. Daarom lopen we naar het busstation waar allerlei kantoortjes zijn. Bij degene die onze kaartjes heeft gereserveerd, krijgen we alsnog kaartjes. Op de markt lopen veel vrouwen met van die typische Boliviaanse bolhoeden. Sommige dragen ze met een elastiekje onder hun kin; de meeste zonder.
We zien Jean en Chantal in een cafeetje zitten en gaan met hun wat drinken. Zij wachten op de nachtbus naar La Paz.
We eten 's avonds in een restaurant waar een lekker haardvuur brandt. Zodra de zon ondergaat, is het buiten echt koud. We eten o.a. vlees met roquefortsaus. Lekker. De buskaartjes blijken alsnog gebracht te zijn.

Dinsdag 20 septemberNaar Potosí

We hebben heerlijk (en lang) geslapen en hebben het niet koud gehad (zonder kachel). In de ontbijtruimte ontmoeten we een Sawadee-groep en we wisselen wat ervaringen uit.
Met de auto worden we naar het busstation gebracht, hoewel het helemaal niet ver is. Maar zo verdient er weer iemand wat aan ons. De bus naar Potosí is helemaal vol met zowel toeristen als indianen. Gelukkig valt de beenruimte mee. We vertrekken om 10:06 uur. We rijden een paar meter en stoppen dan weer om wat mensen in te laden, die in het gangpad moeten blijven staan. Het zijn lokalen die in een volgend dorp uitstappen. Zo verdient de chauffeur waarschijnlijk wat bij.
Het landschap bestaat uit bergen, kaal, wat lage struikjes, soms een dorpje, veel lama's en cactussen. In het begin hebben we mooi zicht op de zoutvlaktes en Uyuni. Het grootste stuk van de weg is onverhard, maar soms zijn er goede stukken asfalt. Ze zijn bezig met de weg. Over een paar jaar is het maar een paar uren rijden naar Potosí.
Lama's, BoliviaEr is weinig verkeer; een enkele tegenligger en een paar andere bussen die ook naar Potosí gaan. Zou iemand die harde muziek in de bus nou leuk vinden?
We maken één stop in een plaatsje waar de chauffeur gaat eten. Na 210 kilometer komen we om 15:15 uur aan.
Een taxichauffeur komt naar ons toe en laat ons zijn telefoontje zien. Daar staan twee namen in van mensen die hij op moet halen. Als Martijn z'n bril heeft opgezet, leest hij Peter en Wilhelmina. Dat zijn onze laatste doopnamen en wij gaan dus met hem mee. We worden naar hotel Colonial gebracht, dat op een blok van het centrale plein ligt. De straten zijn smal; er past net een auto door en het is zo druk, dat het verkeer overal vast staat. Er is bijna geen doorkomen aan. Voor het hotel stappen we snel uit en pakken onze rugzakken. Het verkeer achter ons moet hiervoor wachten. Maar dat maakt eigenlijk niet uit, want ze kunnen toch niet doorrijden.
We krijgen een ruime kamer aan de binnenplaats. We zetten onze spullen neer en gaan het centrum verkennen. De straten lopen omhoog en omlaag en omdat Potosí op ruim 4000 meter ligt, doen we het erg rustig aan. Zodra we een straat omhoog lopen, zijn we buiten adem. De trottoirs zijn erg smal; passeren kan bijna niet. Het is warm in de zon en koud in de schaduw. Het is er druk met lokale mensen: de oudere in de traditionele kleding, de jongeren in spijkerbroek. We zien een paar toeristen. Ook de Sawadee-groep zit weer in ons hotel. We zien de markt en heel veel kerken. Op het centrale plein staan veel bankjes die allemaal bezet zijn met mensen. Het is er gezellig druk. Veel restaurantjes en cafeetjes zijn (nog) dicht. We drinken een biertje aan de overkant van het hotel bij een café met de naam Pub 4060 msnm (meter boven zeeniveau). Hier komen alleen toeristen en de rijke Bolivianen. Een liter bier kost 22 Bolivianos.
Na een lekkere douche gaan we eten in een klein tentje. Moeder en zoon werken hier samen. Zij in de keuken; hij in de bediening. Er staat, zoals bijna overal, een gasfles met een terrasverwarmer er op. Als wij binnen komen, is een tafeltje al bezet en even later komen er twaalf Fransen binnen voor wie een lange tafel gereserveerd is. Het laatste tafeltje wordt even later ook bezet. We eten niet zoveel, want we willen niet helemaal dichtgroeien. Voor 75 Bs. krijgen we lama-vlees, salade en een fles bier.
In het hotels branden de kachels in de slaap- en badkamer. We houden ze aan, want veel dek ligt er niet op het bed en het koelt ’s nachts erg af.

Woensdag 21 septemberPotosí

Na het ontbijt wandelen we door de plaats. We gaan eerst naar Casa de la Moneda, een museum, waar we een rondleiding krijgen. Entree 40 Bs. p.p. en 20 Bs. voor de camera. We zien schilderijen, munten, installaties voor het stampen van de munten (eerst met de hand, toen met ezels, daarna met stoommachines en op het laatste elektrisch; nu worden ze geïmporteerd uit Spanje), mineralen en archeologische vondsten. Het is wel de moeite waard.
In de toren van Torre de la Compañà de Jesús hebben we mooi uitzicht over de stad en zien veel kerken.
Daarna gaan we lekker in de zon op een bankje op het plein zitten. We kopen ieder een glaasje vers geperst sinaasappelsap (3 Bs.) en een empanada (1 Bs.) en bekijken de mensen.
We horen muziek dichterbij komen en gaan kijken naar een optocht genaamd Santa Rosa Cochalitas. Een hele stoet kleine meisjes (5-8 jaar schatten we) danst de straten door. Ze zijn in groepjes verkleed als lieveheersbeestjes, insecten, bloemen, bijen. Heel grappig.
Daarna houden we siësta.
Potosí, BoliviaAan het eind van de middag dwalen we weer door de straten. Het is zowaar bewolkt. Een grote wolk ligt boven de stad. Daaromheen is het helder. In sommige straten zijn alle huizen mooi gekleurd, wat het erg fleurig maakt. Het is druk op het plein. Daar staat een groot café en wij gaan aan het raam zitten met een biertje en bekijken de mensen. De vrouwen hebben allemaal (zeer) brede heupen, wat nog versterkt wordt door de plooirokken die ze in laagjes dragen. Daaronder hebben ze veelal gebreide kousen. Niet echt sexy. Ze dragen ook allemaal een hoed op hun lange zwarte haar. Dat dragen ze in vlechten die tot op hun heupen vallen. Het is pikzwart haar; zelden grijs. De jonge meisjes zijn (nog) super slank. De mannen zijn voornamelijk ook slank en dragen soms een Andespetje met van die zijklepjes en soms een deken. Voor de rest dragen ze een gewone broek en bloes.
Overal in de stad is wifi beschikbaar. Ook op onze hotelkamer. We lezen onze binnengekomen mailtjes en zien dat Caro Emerald in december in Utrecht een concert geeft. Omdat deze alleen te betalen zijn via Ideal sturen we Joost en Elvira een mailtje of zij ze voor ons willen kopen. Binnen het uur krijgen we bericht, dat ze gekocht zijn en dat zij ook mee gaan. Gezellig.
Tegen achten gaan we eten. We hebben 's middags een (toen dichte) churrasqueria gezien en die leek ons wel wat. Hij is nu open en er zitten wat lokale mensen. Men spreekt geen woord Engels. Leuk! We bestellen een schotel met verschillende soorten vlees en een liter Potosina-bier. Dat hebben ze niet, wel driekwart liter La Paz-bier. Smaakt ook prima. Naast het vlees krijgen we friet, rijst, brood, salade. Het vlees bestaat uit een flink stuk kip, twee lappen lendenstuk en varkensvlees, beide twintig bij tien centimeter groot. Het is heerlijk gekruid en boven houtvuur klaargemaakt. Het smaakt ons prima. We zijn inclusief fooi Bs. 90 (€ 9) kwijt.


Donderdag 22 septemberNaar Sucre

De wolken zijn verdwenen en het is weer strak blauw.
Om 09:00 uur worden we opgehaald en met een auto naar Sucre gebracht, de hoofdstad van het land. We rijden over een goede asfaltweg; een soort tolweg. We dalen van 4060 meter via 2300 meter naar 2780 meter. Het landschap is niet bijzonder al zien we snel wat boompjes die we de afgelopen dagen op die grote hoogte niet gezien hebben. Dichter bij Sucre zien we regelmatig blauwbloeiende jacaranda-bomen. Die bomen vallen erg op in het verder grijsbruine landschap met wat groene plantjes.
We rijden in 2,5 uur ongeveer 156 kilometer.
We zitten in hostal Sucre, een paar blokken van het Plaza 25 de Mayo. Daar gaan we in de schaduw zitten. Hier is de temperatuur gelijkmatiger. Het verschil tussen zon en schaduw is niet zo groot. Het is druk met vooral schoolkinderen. Weinig mensen lopen hier nog in de traditionele klederdracht, alleen een paar verkopers, en er zijn relatief veel toeristen. Niemand draag hier een rok, allemaal lange broeken; ook de vrouwen. We kopen een bekertje pomerolsap en een empanada.
Op sommige plaatsen staan tafels op straat waar oude typemachines op staan. Hier kun je officiële papieren in laten vullen.
We gaan naar de markt, maar daar zijn veel kraampjes al gesloten. Men gooit een stuk plastic over de waren of men legt een stok voor de ingang en dan zijn ze dicht. Ook veel winkels gaan om 13:30 uur dicht. Daarom gaan we siësta houden. 's Middags wordt het bewolkt. Als we aan het eind van de middag rondlopen, ontdekken we dat elke wijk winkels heeft met hetzelfde thema. Kappers, schoonheidsalons,
kopieerwinkels (naast de universiteit), kunstenaars, barretjes. Bij Joy Ride Café drinken we een jarra (1,5 liter bier). We zitten boven waar het gezellig druk is. Leuke tent.
We eten bij Corchos y Tapas, heel modern voor Boliviaanse begrippen. We kiezen voor Chinees en Amerikaans eten en een fles rode huiswijn. Inclusief tip (10% is standaard) zijn we Bs. 130 kwijt.
In de supermarkt kopen we twee flessen wijn en zien dat de Casillero del Diablo (Argentijnse wijn) die we thuis ook kunnen kopen hier duurder is dan bij ons.

Vrijdag 23 septemberSucre

Het is bewolkt en koud (23º). We gaan een paar musea bezoeken. Eerst naar Musef (gratis), waar allerlei maskers staan opgesteld. Heel erg mooi. Daarna naar Casa de la Libertad (Bs. 15), dat een indruk geeft van de onafhankelijkheidsstrijd in Bolivia. De moeite waard. We hebben het gebouw bijna helemaal bekeken als we buiten muziek horen. Een hele lange stoet kinderen (kleintjes, 5-10 jaar) protesteert tegen de aanleg van een snelweg door het oerwoud. Sommige kinderen 'zitten' in auto's, andere zijn boeren, verplegers, bloemen, oude mensen en meer ondefinieerbare verkleedpartijen lopen mee. We zitten net op een bankje op het plein als we wéér muziek horen. Een andere optocht ook met kinderen. Het thema van deze stoet kunnen we niet ontdekken. Het is een lange stoet en de ouders lopen met de kinderen mee.
Bij een supermarkt kopen we een broodje en een bekertje yoghurt.
Bij café Amsterdam gaan we een pitcher drinken. Het is een gezellig cafeetje, niet druk. We eten bij La Casona. Als we daar binnen gaan, zijn alle tafels (zes stuks) nog leeg. Nog geen tien minuten later zit het helemaal vol met lokalen. We eten o.a. van de saladebar en ze hebben zakjes ketchup en mayonaise.

Zaterdag 24 septemberSucre

La Recoleta, BoliviaHet weer is vandaag wat beter dan gisteren. Half bewolkt en een lekkere temperatuur.
We lopen eerst omhoog naar La Recoleta, waar we een mooi uitzicht hebben over Sucre. Een mooi kerkje met een groot plein er voor waar een school staat. De kinderen hebben alle ruimte om te voetballen.
Op het Plaza 25 de Mayo speelt een militaire kapel en een groep mensen danst daarbij. Eerst wordt het volkslied gespeeld. De zittende mensen staan op, de lopende staan stil.
Aan de rand van het plein staan een stuk of zes helemaal versierde auto's. Er hangen doeken en dekens overheen. Ook over de voorruit. Sommige hebben een klein kijkgaatje opengehouden. Anderen niet. Ze zijn versierd met bestek, (nep)geld, munten, dierenknuffels (waaronder een beer van een meter hoog) en kleding. We spreken helaas te weinig Spaans om te vragen wat er aan de hand is. Als we even later weer langs komen, zijn ze weg.
We zitten een hele poos op het plein om ons heen te kijken. Vandaag zijn er veel kinderen die aan het werk zijn: schoenpoetsers, verkopertjes van zaadjes voor de duiven. Zaterdags zijn ze vrij van school en proberen zo wat voor de familie bij te verdienen.
Bij de supermarkt krijgen we twee snoepjes als wisselgeld. Er zijn geen muntjes kleiner dan Bs. 0,50 (wij hebben ze tenminste nooit gezien) en als je bijvoorbeeld Bs. 0,10 terug moet krijgen, krijg je een snoepje.
Bij Joy Ride Café drinken we weer wat. Het is er een stuk rustiger dan eergisteren. Later wordt het wel weer drukker. We eten er een portie bitterballen bij. 'Een echter Nederlandse lekkernij' staat er op de kaart. Het blijken niet de 'echte'; het zijn meer meelballen. We keuren ze af.
We eten bij Locot's. Prima.

Zondag 25 septemberNaar Villa Serrano, via Tarabuco

Uru-indianen, BoliviaEen zonnige dag vandaag. Om 8:30 uur worden we opgehaald voor het eerste stuk naar Samaipata. Vandaag rijden we via de zondagmarkt in Tarabuco naar Villa Serrano.
Om 8:15 uur zijn we ingepakt en willen de kamersleutel in gaan leveren, als de chauffeur al aan komt
zetten. Hij blijkt gelukkig niet alleen Spaans te praten, maar ook Duits. Dat is voor ons wel even omschakelen. Een aardige man die het ons helemaal naar de zin wil maken. Fijn. We rijden in een soort pickup, met een open laadbak, waar de bagage onder een zeil wordt gezet. Een paar touwen er over heen en rijden maar. Achter in de bak liggen twee jerrycans met diesel, een grote schop en een pikhouweel. Allemaal voor het geval dàt.
De weg gaat eerst omhoog en is een goede asfaltweg. Kaal landschap en andere huizen met kleine ronde oventjes voor de deur, waar men eens per week het brood in bakt. Er lopen hier veel schapen met schaapsjongens. Overal langs de weg en door het landschap loopt een gasleiding. In Bolivia wordt dat geëxploiteerd en zelfs geëxporteerd.
Tarabuco ligt op 3270 meter en is een stuk groter dan we gedacht hadden. De pickup wordt langs de weg geparkeerd en de bagage blijft gewoon in de open achterbak liggen. Blijkbaar kan dat hier nog.
Uru-indiaan, BoliviaHier wonen de Uru-indianen die Quechua spreken, dat door de huidige president als een officiële taal bestempeld is. De ouderen mensen lopen allemaal in klederdracht. De mannen dragen een lange wijde crèmekleurige broek tot op de kuiten. Daaroverheen een poncho, soms met franjes. Een kleurrijke doek wordt als tas gebruikt. Allemaal dragen ze een hoed. Sommige een muts die op de vroegere Spaanse helmen doen lijken. Ook sommige vrouwen dragen zo'n hoed. Anderen hebben een zwart geborduurde muts met kraaltjes voor de ogen. De ongetrouwde vrouwen dragen de kraaltjes aan de zijkant; de getrouwde naar voren. Verder dragen zij een veelal zwarte jurk met een geborduurd schort. Daaroverheen een zwarte deken van een soort vilt (ziet er erg warm uit) die ze als een jas omslaan. Op de achterkant is vaak een verticale rand geborduurd. Warme kousen dragen ze er onder en ook zij dragen allemaal een hoed of een muts. In deze kleding lopen ze altijd; niet alleen vandaag omdat het marktdag is. De meeste willen niet op de foto.
Overal zitten mensen op de grond met een enorme hoeveelheid handelswaar. Veel gebreide kleding, tassen, kettingen, gebruiksartikelen. We kopen een damesmuts met kraaltjes voor Bs. 130. We zijn vrij vroeg; de meeste toeristen komen pas later. Op de markt hebben ze veel verschillende soorten aardappelen. In Bolivia blijken er meer dan 300 soorten te zijn.
We lunchen in een restaurantje en eten lekker; alleen een beetje te veel. De lunch is voor de Bolivianen de belangrijkste maaltijd van de dag en dan stouwen ze heel wat naar binnen.
We maken nog een laatste rondje over de mooie markt en rijden daarna door naar Villa Serrano. De weg is nog steeds goed en leeg. Jongetjes voetballen er op. Het is een nieuwe weg en men is er nog steeds mee bezig.
Het weer blijft goed; in oktober zal de regentijd beginnen. Dan is het onverharde deel van de weg een stuk lastiger te berijden.
In Zudañez lopen we door de hoofdstraat van het dorp. De straat bestaat uit keitjes en er zijn een meter brede stoepen. Overal zitten mensen in de schaduw met hun handeltjes en kijken ons na.
Alle dorpjes in de buurt liggen ongeveer een uur rijden uit elkaar. De mensen lopen, want er rijden geen bussen. Twee maal daags (om 5:00 en 17:00 uur) gaat er een bus naar Sucre. Het is dus erg rustig op straat, want men kan zich geen auto permitteren.
Na dit dorp is het asfalt afgelopen en is de weg onverhard. Die is goed te berijden zonder kuilen in de weg. Veel kilometers bestaat de weg uit kleine keien die daar met de hand zijn neergelegd. Een prima weg eigenlijk. En nog mooi ook.
De weg gaat omlaag en het wordt warmer. We hebben mooi uitzicht op de bergen waar steeds meer groene boompjes verschijnen en af en toe een paarse jacaranda.
In Tomina bekijken we de kerk die een paar honderd jaar oud is. Al lopend door de straatjes valt ons de stilte op. Geen verkeer, geen radio, geen herrie.
Villa Serrano is een redelijk grote plaats met in ieder geval één hotel. De kamer is eenvoudig, maar dat vinden we niet erg. En jawel, daar is ie weer: de elektrische douche: een douchekop met allemaal electrische draadjes, een klein boilertje. We vinden dat altijd maar een beetje eng, maar het blijkt toch altijd goed te gaan.
We hebben vandaag 175 kilometer gereden en de plaats ligt op 2100 meter hoogte.
Zoals elke plaats is ook hier een centraal plein met bomen en bankjes. Het is rustig, erg rustig. Er zijn een paar kraampjes die samen een markt vormen. Veel mensen zitten op stoeprandjes met elkaar te kletsen of lopen midden op straat. Er is toch geen verkeer. Iedereen hangt maar wat rond. Een paar straten van het plein is het vermaak voor de jeugd: een stuk of twintig tafelvoetbalspelen, waar gretig gebruik van wordt gemaakt.
En dan horen we weer muziek. Langzaam, heel heel langzaam komt het geluid dichterbij. Eindelijk zien we wat dansende kinderen, dan dansende vrouwen, muzikanten in hun ouwe kloffie en tenslotte dansende mannen. Ze spelen telkens hetzelfde wijsje. Later blijkt dat ze aan het oefenen zijn voor een feest ter ere van San Miguel, volgende week.
We slenteren de straatjes door en herkennen de restaurantjes pas als ze open gaan. Er hangen geen borden of zo voor het gebouw. Onze gids kent een mevrouw die meestal voor hem kookt, maar die heeft vandaag geen tijd. We vinden een ander tentje.
Zoals overal in Bolivia zijn de (kleine) kinderen nog laat op straat.

Maandag 26 septemberNaar La Higuera

Eerst bezoeken we het kleine museum. Dat hadden we gisteren al willen doen, maar de beheerder was niet bereikbaar. Ook nu kost het de nodige moeite, want nu heeft hij geen tijd. Vreemd eigenlijk: iedereen hangt maar wat rond of slentert wat en als we wat willen van die mensen heeft niemand tijd.
Xavier, onze gids, krijgt echter de sleutel mee en dan kunnen we naar binnen. Het pronkstuk is een zes meter lange gitaar die af en toe nog bespeeld wordt (door vier man).
Mensen wachten zittend op een stoeprandje op de bus. Ondertussen eten ze hun ontbijt. Ze mogen de bus niet missen, want die gaat maar één keer per dag.
Op de markt en in de kraampjes op straat dragen alle vrouwen een blauwe hoofddoek. De vrouwen babbelen vanuit hun tentjes met elkaar. De mannen staan een paar meter verderop met elkaar te praten. We kopen empanada’s, fruit en water.
We horen van de protestmars tegen de regering die een weg in het oerwoud aan wil leggen op indiaans grondgebied. Bijna iedereen is er tegen, behalve grote cocaïneboeren die de weg willen gaan gebruiken om de drugs naar Brazilië te transporteren. De president zit daar blijkbaar ook bij. Een paar dagen geleden is een minister al gedwongen om mee te lopen in de mars. Nu horen we dat de marsgangers zijn opgepakt en in de gevangenis in La Paz zijn gezet. Er worden wilde geruchten verspreid dat daarbij kinderen zijn kwijtgeraakt en zelfs gedood, maar dat blijkt achteraf allemaal niet waar. Men wil echter de regering in een kwaad daglicht stellen. Nu blijkt er een referendum te komen, maar alleen in de plaatsen waar men vóór de weg is en niet onder de personen die het daadwerkelijk aan gaat. We zijn benieuwd hoe het afloopt.
De rit gaat vandaag verder naar La Higuera. In het begin zijn de bergen kaal, maar al snel zien we meer bomen. De weg wordt steeds slechter, maar is erg rustig. We komen vandaag twee auto's, geiten, ezels, koeien en kippen tegen. Heel af en toe een huisje.

Rio Grande, Bolivia

We zien veel vogels: valken, zwarte gieren, papegaaien, parkieten, suso’s en pabo's (loopvogels, ook wel boskip door genoemd)). Ook veel cactussen, sommige met vreemde oranje of rode fluimen op de top.
Men is met de weg bezig en bij een dorpje wordt een nieuwe brug gemaakt. Een paar grote vrachtauto's rijden af en aan en storten bergen zand en puin midden op de weg, zodat we er niet door kunnen. Even later begint een sjofel alles glad te maken en na een half uur kunnen we weer verder. Net voor de brug over de rivier wordt ook gewerkt en moeten we weer wachten. Het stof stuift overal doorheen. We doen de raampjes van de auto dicht, maar dan wordt het erg warm. De mannen maken snel (kwartier) een pad voor ons vrij en dan kunnen we over de brug. Het water van de rivier is koffie-met-melk-kleurig. Een paar dagen geleden heeft het verderop ergens geregend, waardoor de heldere kleur vertroebeld is met modder. We eten het meegebrachte eten en fruit hier op. Het is erg warm en we blijven in de schaduw.
Drie condors vliegen hoog in de lucht. Een lagrimas de fuego (rood tranenvuur), een klein knalrood vogeltje, zien we beter doordat hij dichtbij in een boom zit.
Dan rijden we weer omhoog tot 2275 meter en komen op een bergkam met aan twee kanten uitzicht. Prachtige weg. We rijden hier het 'Che Guevara-gebied' in met als bekendste plaats La Higuera dat op 2065 meter hoogte ligt.
Vandaag hebben we 120 kilometer gereden voor we bij het hotelletje aankomen, dat gerund wordt door een paar Fransen. 'El comandante' is een oude hippie met lang grijs haar en een oorbel. Langs de binnenplaats staat een lang huis opgedeeld in kamers. Op de plaats staan tafeltjes en stoeltjes en het ziet er gezellig uit. Xavier heeft gezorgd, dat we redelijk op tijd aankomen, in ieder geval voor een groep van twaalf Belgen die ook verwacht wordt. Hierdoor krijgen wij de beste, nieuwe kamer en kan de gids als eerste een bed uitzoeken in zijn kamer. Wij gaan in de met kussens beklede bank zitten; de Belgen moeten het doen met harde houten stoeltjes. We bestellen een biertje en een man komt met een grote koelbox koud bier aanzetten. We zitten heerlijk in het zonnetje en af en toe is er een verkoelend briesje. Er is geen elektriciteit en er staan een paar gebouwtjes met een wc en een douche. Tegen de avond worden lichtjes en kaarsjes aangestoken.
Er is een grote halfronde stenen buitenoven waarop enorme lappen vlees worden klaargemaakt. Er komt een heerlijke gegratineerde aardappelschotel uit en er staan bakken met salade. We kunnen nog meer vlees krijgen, maar één zo'n lap is meer dan genoeg.
Als we naar bed gaan, steken we de kaarsjes in de slaapkamer aan in plaats van onze zaklampen te gebruiken. Lekker knus.


Dinsdag 27 septemberNaar Samaipata

Che Guevara, BoliviaWij hadden ons ontbijt voor 8:00 uur besteld en de Belgen voor 7:30 uur. Als wij net voor half acht naar buiten komen, zien we alle tafels al gedekt en men vraagt ons van verre of we koffie willen. Zo zitten we nog vóór de groep te eten. We krijgen echte filterkoffie, pannenkoekjes, geroosterd brood en fruit.
We lopen naar het plein in het dorp waar een aantal gedenktekens staat. Ook het schooltje waar Che Guevara een dag werd vastgehouden voordat hij daar werd doodgeschoten, bekijken we. Er hangen wat foto's, maar veel is er eigenlijk niet te zien. Het is meer het idee.
Daarna vertrekken we naar Samaipata, een klein rustig dorp op 1650 meter.
Eerst komen we door Pucará, vervolgens over een pas van 2826 meter met steile afgronden. Het blijft een prachtig gebied. Op een berg in de verte zien we een hondenkop; een grijze steen met de vorm van de kop. Het is niet handgemaakt, al lijkt de kop zo goed, dan je het wel zou geloven.
De rode ceibo en gele palo-verde bomen blijven er uit springen. Prachtig.
In Vallegrande rijden heel veel auto's zonder kenteken. De regering heeft verordend dat alle auto's binnen drie maanden geregistreerd moeten zijn. Ongeveer 40% is dat niet. Er zijn nu twee maanden om en men staat in de rij. Hier in Vallegrande kunnen ze redelijk makkelijk aan een registratiebewijs komen (corruptie); in de meeste plaatsen is dat een stuk moeilijker. Ondertussen weet het hele land dat en de rij is inmiddels zó groot, dat men schat dat, als je nu aansluit in de rij, het een week duurt voordat je aan de beurt bent. De rij is zó verschrikkelijk lang.
Bij een Chinees restaurant lunchen we. Lekker voor de verandering. Een goede Chinees trouwens.
Bij het ziekenhuis kun je zo het terrein oplopen en de kamers binnenkijken. In de tuin staat het wasbekken waar Che's lijk aan de wereldpers werd getoond. In het kleine museum zijn wat zalen aan hem gewijd, met voornamelijk foto's.
Na 145 kilometer, 2,5 uur rijden over een asfaltweg met af en toe bedrieglijke gaten, komen we in Samaipata bij Casa Susanne, oftewel La Oveja Negra. We krijgen daar een eigen appartement met een lekkere tuin en een overdekt zitje met houten tuinstoelen. Niet verkeerd.
We drinken en kletsen wat met Susanne en lopen daarna het plaatsje in. Het is niet groot en er zijn verschillende restaurantjes, die we allemaal bekijken. Xavier had ons Tierra Libre aangeraden, waar een Duitse mevrouw lekker zou koken. We zitten heerlijk in de tuin. Dit is de eerste avond dat we 's avonds buiten kunnen zitten zonder trui. We eten voortreffelijk voor 100 Bs. (incl. bier).

Woensdag 28 septemberSamaipata

Lekker uitgebreid ontbijt met vlees en kaas. Weer eens wat anders dan alleen jam.
Met Xavier maken we een excursie naar Amboro N.P. Het is ongeveer een uur rijden naar het park. Onderweg zien we hele stukken bos platgebrand worden die later zullen worden beplant met o.a. aardappelen en fruitbomen. Het is goed, dat ze van Amboro een park hebben gemaakt, anders zou alles platgebrand worden en er niets van de natuur overblijven. Dieper in het park leven nog brilberen en poema's. Wij zien weinig dieren (een specht, kleine vogels, vlinders en libellen), maar wel een hele mooie natuur. Het is een nevelwoud en er bloeien heel veel verschillende soorten varens. We horen een 'telefoonvogel', maar die zien we niet. Vreemd geluid, net alsof er een echte telefoon overgaat. Op de heenweg nemen we zeven kinderen mee in de laadbak die van school komen. Dat scheelt ze een paar kilometer lopen. Elke dag moeten ze kilometers lopen naar en van school.
De rest van de middag doen we rustig aan en spoelen wat stof uit de kleren. In de zon en de wind is alles zo droog. In 'onze' tuin zien we een paar keer een kolibrie uit een bloem drinken.
In het dorp zit een schoenmaker op straat en we laten hier Martijn z'n sandalen doorstikken. Kost € 0,70.
Als we op het plein een biertje zitten te drinken, stopt er een vrij kleine personenauto. Aan alle kanten rollen er kinderen uit. Ze blijven maar komen. De achterklep gaat open en daar zitten er ook nog een paar helemaal opgevouwen. Lachen.
We eten bij Susanne macaroni met blauwe kaas en goulash. Flesje witte wijn er bij. Lekker.

Donderdag 29 septemberSamaipata

We maken een excursie naar El Fuerte, een archeologische vindplaats uit het pre-Incatijdperk. Het ligt op een strategische plek op een berg met uitzicht over alle dalen rondom. Pas 10% van alles is opgegraven; voor de rest heeft men (nog) geen geld. Samen met drie andere Nederlanders en Xavier gaan we in een taxibusje daarheen. We wandelen er anderhalf uur rond en Xavier vertelt er van alles over. Indrukwekkend. Het is wel jammer dat het niet erg helder is, zodat we de mooie uitzichten op de bergen missen. Het is wat bewolkt en er staat een vrij harde wind.
Om in en uit Samaipata te komen, moet iedere auto Bs. 1 tol betalen en daar krijg je dan nog een kaartje voor ook.
Weer terug in Samaipata kopen we op de markt een empanada en een fles cola die we lekker in 'onze' tuin op peuzelen.
Iedereen in het dorp is reuze vriendelijk en zegt ons altijd gedag.
Het is vandaag rustig in het dorp; bijna geen mensen in de restaurantjes. Bij Susanne drinken we nog een fles witte wijn en die krijgen we gratis, omdat vanochtend die andere Nederlanders met ons mee gingen. Zo is de excursie goedkoper geworden.

Vrijdag 30 septemberNaar La Paz

San  Francisco-kathedraal in La Paz, BoliviaWe rijden vandaag naar Santa Cruz waarvandaan we naar La Paz zullen vliegen. Eerst zouden we om 10:30 uur opgehaald worden. Toen werd het 10:00 uur en als we zitten te ontbijten, komt de taxichauffeur zeggen, dat we nog eerder weg moeten. Er wordt ergens aan de weg gewerkt en men is van plan om deze af te gaan sluiten. Dat gebeurt hier wel vaker en dus vertrekken we om 9:15 uur.
Het is tweeënhalf uur rijden over een soms goede en soms slechte weg. We tanken onderweg: een volle tank gas van 17 m³ kost slechts 30 Bs. (€ 3). Benzine is een stuk duurder, maar nog altijd een derde van wat het bij ons kost. Santa Cruz ligt op een hoogte van 400 meter en het is er knap warm.
Het kost ons een uur om in te checken voor de vlucht van 13:30 uur. Het informatiebord geeft geen juiste informatie over de gate en de vertrektijd blijkt ook niet helemaal te kloppen. Op het bord staat dat alle vluchten op tijd gaan, maar die van ons vertrekt een uur te laat.
We worden in La Paz opgehaald en gaan via een hele steile weg naar de 'onderstad', waarbij we prachtig uitzicht krijgen over de stad met de besneeuwde bergen er achter. La Paz ligt in een kom; het vliegveld ligt boven en de armen mensen wonen daar ook. De rijken wonen 'beneden', dat nog altijd op 3600 meter ligt.
We zitten net in de auto als het begint te regenen en even later valt er zelfs wat natte sneeuw.
Bij hotel Naira blijkt de straat opgebroken, maar de taxichauffeur belt en er komt een jongen met een steekwagen voor de bagage. Door de (koude) regen rennen we naar het hotel. De bui blijkt gelukkig van korte duur.
's Avonds eten we in café Berlin. We hadden veel buitenlanders verwacht, maar er zitten alleen maar lokalen. Het eten is prima; alleen wat veel.

Zaterdag 1 oktoberNaar Rurrenabaque

Met een taxi (Bs. 60) laten we ons naar het vliegveld brengen voor de binnenlandse vlucht naar Rurrenabaque. De auto neemt niet de weg van gisteren binnendoor (die is zo steil, dat hij daar niet tegenop komt), maar rijdt buitenom over een snelweg.
Om 11:15 uur stappen we in een negentienpersoons vliegtuigje met twee piloten. Wij zitten op rij 1, waardoor Martijn beenruimte heeft. Het is drie kwartier vliegen. Eerst tussen de besneeuwde toppen van de Andes door, daarna over het oerwoud.
Met een busje worden we naar het boekingskantoor gebracht voor een praatje en een koud flesje water. Daarna liggen we 's middags in hangmatten in de hoteltuin tot het wat minder warm wordt. Het is wel even wennen aan de temperatuur. We zitten op slechts 200 meter en de zon brandt op ons in.
Lia trekt een rok aan, omdat dat het koelst zit. We dwalen door de straatjes waar wat cafés staan, wat restaurantjes en winkeltjes. Het stelt allemaal niet zoveel voor. Aan de hoofdstraat ligt een café met een buitenterras aan de straat, waar we gaan zitten, zodat we het straatleven kunnen gadeslaan. Regelmatig zien we brommertjes met drie, vier of vijf mensen er op.
Op de hoek van de Calle Vaga Diez en Calle Avarga staan een paar tafels en stoelen op het trottoir. Een man is in een grote olieton wat aan het roosteren. We gaan kijken en hij heeft o.a. vis uit de Beni-rivier die prima blijkt te smaken.
Om 21:00 uur steekt er eindelijk een beetje koel windje op.


Zondag 2 oktoberNaar Madidi N.P.

Om 7:00 uur ontbijten we en om 7:15 uur wandelen we naar de 'haven' en stappen in een lange boot met een zeiltje er boven. We zitten op redelijk comfortabele stoelen met kussentjes. We varen samen met twee Amerikaanse vrouwen, onze gids Sandro, twee vrouwen die in het park werken en de stuurman. We varen eerst een stukje naar de plaats waar we toegangskaartjes (Bs. 90) moeten kopen. Vervolgens melden we ons bij de politie. Dan varen we weer terug naar het beginpunt en pikken de stuurman op en kunnen eindelijk richting Madidi N.P.
Het is vandaag half bewolkt. Met de wind die we vangen door het varen en het dak boven ons hoofd, is het erg aangenaam.
Rio Beni, BoliviaOnderweg zien we o.a. zwarte gieren, reigers (cocoi, capped en kleine blauwe), grote blauwe vlinders, spreeuwen, orinoco-ganzen, ijsvogels, roodbruine brulapen, blauwgele en roodgroene ara's die hoog over vliegen.
De lunch eten we op de oever en dat blijkt achteraf geen goed idee. We zitten allemaal onder de beten van zandvlooien.
Een boot van dezelfde maatschappij komt ons tegemoet die andere passagiers weer terugbrengt. Een man uit die boot stapt over op de onze.
We varen een kilometer of tachtig stroomopwaarts. Soms zijn er stroomversnellingen. Het is het einde van de droge tijd en het waterpeil is niet al te hoog. We varen niet hard en vaak wordt er met een stok de diepte gepeild. De mannen weten op zowat de meter nauwkeurig waar er problemen zouden kunnen ontstaan.
Soms staat het water zo laag, dat we niet over zo'n versnelling komen. De mannen stappen dan in de rivier en trekken de boot, tegen de stroom in, verder. Het kost ze heel wat kracht.
Om 15:00 uur komen we bij het Chalalan Ecolodge aan, waar we worden opgewacht. De meegebrachte drank en andere dozen worden in een kruiwagen geladen en wij moeten onze eigen bagage naar de hutten dragen. Dat is twee kilometer verderop en we zweten als een otter. Het is erg, erg warm.
We hebben nog geen honderd meter gelopen of we zien onze eerste apen: bruine kapucijner- en Boliviaanse doodshoofdaapjes. We blijven natuurlijk even staan om ze te bewonderen. Niet zover van het kamp vandaan wordt ons pad versperd door een groep witlippecari's. Zo'n groep kan uit wel driehonderd dieren bestaan en als je niet uitkijkt, zit je er midden in. En dat is niet fijn, want ze zijn gevaarlijk. Als ze te dichtbij komen naar de zin van onze gids, kucht hij even. Ze blijven meteen stokstijf staan en even later verdwijnen ze in de bosjes ondertussen harde klakgeluiden met hun tanden makend. Als we op het pad lopen waar die varkens zojuist waren, ruiken we een hele indringende lucht. Wat een stank.
Lodge, BoliviaWe krijgen een mooi huisje toegewezen. Het staat midden in het oerwoud, helemaal apart. Het heeft geen ruiten in de ramen, alleen gaas, en er zijn geen gordijnen. Er staat een bed met een muskietennet met de mededeling dat je die moet gebruiken en 's nachts goed moet instoppen.
Het kamp is opgezet door een groep indianen, die drie uur varen verder stroomopwaarts wonen. Ze zorgen overal voor en alles wat we betalen, komt rechtstreeks bij hen terecht. (In 2004 hebben ze in de National Geographic gestaan.) We zullen uitstekend worden verzorgd.
Naast ons vieren zitten er nog drie mensen die morgen zullen vertrekken. We krijgen een welkomstdrankje en er wordt verteld, dat er overal in de huisjes en de grote eetzaal speciale was op de vloeren ligt en dat we overal onze schoenen buiten uit moeten trekken.
De lunch staat klaar. Die hadden we toch al gehad? Dat bleek alleen een snack te zijn.
Daarna gaan we een stukje kanoën. Of liever gezegd: we laten ons kanoën. Het kamp ligt aan een meer en rondom is alleen oerwoud. We zien verschillende hoatzin's. Die blijken, als ze ouder worden te gaan stinken en daarom niet meer te eten zijn. Verder zien we de zeldzame koningsgier rondvliegen. Niet veel meer, want het wordt erg donker door dreigende regen. Er valt een beetje als we terug gaan en het is hier de eerste regen sinds vier maanden. Dat hebben wij weer.
In de grote zaal hebben ze heerlijk koud bier en later een traditionele maaltijd met o.a. in bladeren gebakken vis. Erg lekker.
Het gaat zo hard regenen, dat het avondprogramma niet doorgaat. Als het regent, kun je wel gaan wandelen, maar dan zie je toch niets. De dieren schuilen ook.
Als we in onze hut komen, blijkt ons bed bezet door een kikker. We jagen hem het bed uit en hangen snel het muskietennet op voordat er andere beesten in kunnen kruipen.

Maandag 3 oktoberMadidi N.P.

We wandelen 's morgens van 8:00 uur tot 11:30 uur door het bos. Onze gids Sandro ziet en hoort werkelijk alles. Vroeger schoot iedereen in zijn dorp alle dieren die ze maar konden vinden af. Op een gegeven moment zijn ze in gaan zien, dat dat zo niet verder kon. Er is gezorgd, dat de mensen o.a. kippen en geiten kregen, zodat ze vlees hadden om te eten. Mensen uit het dorp hebben zich daarna opgeleid tot gids.
Hoatzin, BoliviaWe zien de zeer zeldzame great potoo die hoog in een boom zit te slapen. Het is dat de gids zegt, dat het een vogel is, anders hadden wij hem niet herkend.
Ook hoog en ver in een boom zit een geelribbel-toekan. Zwarte slingerapen zitten dichterbij. Bijzonder om die te zien. Ze zijn niet zeldzaam, maar laten zich zelden zien.
Er zitten veel bont gekleurde grote vlinders, waaronder de morpho; zo'n grote blauwe. Die weigert echter ergens te gaan zitten en is daardoor bijna niet te fotograferen. Voor de rest is alles wat je ziet groen. Soms een enkele bloem.
Meestal lopen we wel over iets van een pad, maar als Sandro wat hoort, kruipen we dwars door het gebladerte heen op zoek naar het beste uitzichtpunt. We horen dichtbij een groep witlipzwijnen brullen en we blijven staan wachten tot ze weg gaan. Ze zijn gevaarlijk. Opeens verdwijnen ze en we horen een jaguar brullen. Even verderop ruiken we zijn spoor (erg sterk) en we kruipen door de bosjes om achter de jaguar aan te gaan. Is die dan niet gevaarlijk? Blijkbaar niet voor mensen. Die zouden te groot zijn. We vinden hem jammer genoeg niet.
Na de lunch houden we siësta op onze veranda. Daar hangt een hangmat en staat een luie stoel. Een kleine rode heremietkolibrie horen we regelmatig om ons heen zoemen alsof er een groot insect zit. Hij blijft regelmatig voor ons 'hangen'. Er zitten veel kleine hagedissen en één grote dikke bruin-met-gele strepen van een halve meter lang. Twee grote blauwe vlinders zitten de hele tijd in de buurt en blijven regelmatig zitten. Wel meestal met hun vleugels dichtgeklapt en zijn dan bruin gekleurd waardoor je ze bijna niet ziet.
De kolibrie zien we regelmatig verschijnen en uiteindelijk ontdekken we zijn nestje achter een blad. Er zitten twee piepkleine jonkies in. Niet groter dan een centimeter. Telkens als hij terugkomt, komt hij eerst bij ons kijken en probeert ons weg te lokken door telkens een stukje verderop te vliegen. Dan gaat zij naar haar nestje om haar jongen te voederen.
Tijdens de middagwandeling is het bos vol geluiden. We zien vooral veel spinnen, o.a. de Gouden zijdespin, een paar stinkkikkers, schildkevers, een bruin-met-gele-strepen kikker, een grote knalrode passiebloem, blauwgele en groenrode. In het kamp zit een grote dikke pad op het pad.
Tegen half zes begint de regen weer te dreigen, maar het blijft droog.
Na het eten maken we een wandeling in het donker. Dan komen allerlei beesten tot leven en komen ze uit hun nesten te voorschijn. Sandro weet precies waar de diverse nesten zijn en vindt al snel een dikke zwarte tarantula. Wij vinden hem aardig groot, zo'n tien centimeter, maar het blijkt slechts een kleintje. Er zitten er die twee keer zo groot zijn. Verder zien we nog andere spinnen, allemaal even groot, een wandelende tak en verschillende boomkikkers, waaronder de witlipboomkikker. Witlipboomkikker, BoliviaDie zitten er heel erg mooi bij. Sommige zijn gedrapeerd om een enkele dunne groene tak, andere zitten er pontificaal boven op. Ze laten zich gewillig fotograferen. Ook zien we een pijlgifkikker die niet giftig is.
Deze avond zit er een grote dikke zwarte pad in onze badkamer, die we rustig laten zitten.

Dinsdag 4 oktoberMadidi N.P.

's Nachts horen en zien we hevige regen en onweer. De regentijd begint meestal begin november. Dan kan het dagen achter elkaar hard regenen. Nu is het 's morgens weer droog.
Voor we opstaan, kijken we eerst of er geen beesten op de grond zitten, waar we met onze blote voeten op zouden kunnen trappen.
Het is vandaag rustig in het bos en we zien niet zo veel. Wel een opmerkelijke hoop piggery-wormen. Een stuk of honderdvijftig dieren hebben een bergje gevormd, op en door elkaar, en gezamenlijk bewegen ze zich als één hoop voort. Heel apart. Verder zien we nog wat kikkertjes, spinnen, zwarte slingerapen, een groene mealy ara en vlinders. Die laatste gaan op onze schoenen en armen zitten om zout te eten.
Onze armen zijn helemaal bultig door de zandvlooien en jeuken als de pest. Hier zitten geen malariamuggen en dat is wel zo prettig om te weten.
Aan het eind van de middag varen we het meer op en zien een paar anhinga's, die heel veel op aalscholvers lijken, maar het niet zijn. Ook zien we de hoatzin weer. Aan de overkant is een uitkijkpost waar we mooi zicht hebben op het meer en het omringende bos. Als we teruglopen naar de boot, hoort Sandro apen. We kruipen dwars door de struiken en blijken de apen dan net even voor te zijn op hun route. Onze gids weet precies wat ze gaan doen en waar ze heen gaan. Groene schildkever, BoliviaEen heleboel Boliviaanse doodshoofd- en bruine kapucijner-apen zitten overal om ons heen. Sommige hoog, andere een stuk lager. Ze slingeren van boom tot boom intussen insecten etend. Prachtig gezicht.
Weer terug in de boot zien we twee blauwgele ara's een nest maken en even verderop zitten roodbruine brulapen. Zo hebben we vandaag maar liefst vier verschillende soorten apen gezien (van de zeven die hier zitten).
Na het diner gaan we in het donker kanoën op zoek naar kaaimannen. Meer dan twee keer veraf wat lichtjes van oplichtende ogen zien we niet. Het is te licht door de maan.
Telkens bij de wandelingen vertelt de gids ook over de bomen en planten. De indianen kunnen alles overal voor gebruiken. Bladeren worden gebruikt als dakbedekking (gaat vijftig jaar mee), van schors worden kleren gemaakt, er zijn veel medicinale planten, bomen bevatten gif waar ze vissen mee doden, andere bevatten helder drinkwater. Je moet het maar weten.
Nu zit er een klein kikkertje in het raamkozijn van onze lodge.


Woensdag 5 oktoberNaar La Paz

We gaan terug naar La Paz. De bagage wordt met de kruiwagen naar de boot gebracht (toch wel erg prettig) en we varen in drie uur stroomafwaarts naar Rurrenabaque. Met het busje gaan we naar het vliegveld. Eerst geven we de bagage af, dan checken we in, betalen nationale taks (Bs. 7) en plaatselijke taks (Bs. 7). Alles bij een ander loket, zodat er nog heel wat mensen aan het werk zijn.
We vliegen om 14:00 uur wat mooi aansluit met de aankomst van de boot. Het vliegtuig zit vol: negentien man. In La Paz nemen we een taxi naar het hotel (Bs. 50) waar we meteen douchen en schone kleren aantrekken. In de jungle hebben we steeds hetzelfde aangehouden. Trek je wat schoons aan, dan is het binnen een kwartier toch weer vies en stinkt het ook.
Bij Sol & Luna gaan we lekker tabbier drinken. Het café is (of was) in Nederlandse handen en dat zie je terug op de kaart: uitsmijter, hutspot, bitterballen, pannenkoeken. Ook hebben ze plaatselijke gerechten en gerechten uit o.a. België, Indonesië, India, Frankrijk en Amerika. Er wordt ook een enkele Nederlandse plaat gedraaid. We hebben werkelijk overheerlijk gegeten. Het is relatief duur, maar voor ons nog altijd erg goedkoop.
We zitten aan het raam en slaan vol belangstelling het verkeer buiten gaande. Er rijden bussen, kleine bussen, nog kleinere busjes, taxi's en taxi's met groene vlaggetjes. Die laatste zijn een soort collectivo's en er staan een enorme rij mensen heel geduldig in een nette rij te wachten. Afhankelijk van de grootte van de auto stappen er vier of zeven mensen in. Bussen hebben hele smalle bankjes; er zitten vier rijen banken in zo'n busje en wij vinden altijd bij ons de achterste van de drie rijen al krap. Hier zouden wij helemaal niet in passen. Sommige bussen en auto's zitten prop- en propvol.

Donderdag 6 oktoberLa Paz

Om 8:00 uur worden we opgehaald voor een excursie naar Tiwanaku (Tiahuanaco), dat 75 kilometer naar het westen ligt. Het was de belangrijkste cultuur in de precolumbiaanse periode; een cultuur die 3000 jaar stand heeft gehouden. Het was destijds een enorme stad vol tempels en paleizen. Veranderingen in het klimaat leidden tot een hevige crisis en kwam het door voedselgebrek tot een einde (rond 1000 na Chr.).
Templete Subterráneo in Tiwanaku, BoliviaWe zitten in een busje met tien personen van allemaal verschillende nationaliteiten. De deur wordt met een stuk hout dichtgezet, zodat het niet tocht. Het is mooi weer; overwegend zonnig met prachtige wolken.
Tiwanaku ligt op 3880 meter hoogte. De toegang bedraagt Bs. 80. Er zijn heel veel bussen met heel veel schoolkinderen die ook op excursie gaan. De verschillende groepjes zijn te herkennen aan hun kleding of petten. Sommige maken aantekeningen in schriften.
We kijken het hele rond terrein rond. Het meeste is verdwenen, maar er staan nog een paar mooie monolieten en een Zonnepoort. De Templete Subterráneo is een ondergrondse tempel, die twee meter lager ligt dan het omringende terrein. In de omringende muren zijn 175 kopjes uitgehouwen, waarvan er geen twee hetzelfde zijn. De meeste zijn vrij verweerd, maar er zijn nog een paar mooie over.
We lunchen met de anderen, waarbij het ons opvalt, dat zij allemaal hun mes en vork in de 'verkeerde' hand houden.
Bij wat kraampjes kopen we een beeldje voor in de kast voor Bs. 10.
In het dorp Tiwanaku staat een hele mooie kerk aan een plein waarop nieuwe monolieten staan.
De terugweg is nog mooier dan de heenweg, doordat nu ook de besneeuwde toppen van de Andes zichtbaar zijn. Prachtig.
In La Paz dwalen we weer door de straatjes en zien overal openbare wc's. Die worden voornamelijk gebruikt door al die mensen die in de kleine kraampjes staan. Kosten Bs. 1.
Bij Sol & Luna drinken we nog een tabbiertje en eten aan de overkant bij een churrasqueria. Het ziet er nieuw uit en is erg rustig. Het eten smaakt prima.

Vrijdag 7 oktoberNaar Copacabana

Met de OV-bus worden we om 7:15 uur bij het hotel opgehaald om naar Copacabana te gaan. We rijden nog wat hotels langs voordat bij het busstation de laatste mensen instappen. De bus zit maar half vol.
Het druppelt een beetje en in El Alto sneeuwt het zowaar. Niet van die natte sneeuw zoals een paar dagen geleden, maar echte sneeuw. Gelukkig duurt dat niet lang.
Het landschap is mooi, vooral als we langs het Titicaca-meer rijden. Het is ondertussen zonnig geworden en het water is erg blauw. Op de achtergrond zien we de besneeuwde bergen. We moeten een klein stukje met de boot. Er is een aparte boot voor mensen en een voor de auto's en bussen. Er liggen heel wat boten en we zijn snel aan de overkant. Dan is het nog een stukje rijden naar Copacabana waar we om 12:00 uur aankomen. We worden opgewacht en naar hotel La Cúpula gebracht. We zitten hier op 3800 meter.
We lopen het dorpje in; groot is het niet. Er staan hotel-restaurantjes naast hotel-restaurantjes met daarvoor kraampjes met kleding, mutsen, armbanden, doeken en oorbellen. Alle stalletjes verkopen ongeveer hetzelfde. Veel dames dragen een bolhoed; de een wat hoger dan de andere. De meeste willen niet op de foto. Wij snappen niet hoe die hoeden blijven zitten. Ze zitten vrij stevig, maar ze zitten niet vast met spelden of zo.
We eten een empanada die erg goed gevuld blijkt en lekker is. Op een bankje op het plein eten we die op. Op de markt zijn al veel kramen gesloten. We kijken in de kathedraal die overdadig is gedecoreerd. In een aparte kelder staat een Mariabeeld met lange tafels waar kaarsen kunnen worden aangestoken. Op de muren zijn allerlei wensen opgetekend die mensen met kaarsvet hebben aangebracht.
's Middags houden we siësta in de hangmatten die in de tuin van het hotel hangen. We hebben uitzicht op de haven die vol met boten ligt, maar die niet gebruikt worden zo te zien. Het toeristenseizoen loopt op z'n eind.
Cerro Calvario, BoliviaOm 16:00 uur, als het wat minder warm is en wat meer bewolkt, lopen we naar boven naar Cerro Calvario. Dat is 150 meter omhoog lopen, een half uur, over een onverhard pad, soms met stenen, soms met traptreden. Vooral vermoeiend door de hoogte. Het is een kruisweg met veertien kruizen. Op de top staan zeven kapelletjes op de kam van de berg, die de zeven smarten vertegenwoordigen. We hebben prachtig uitzicht over de plaats en de baai.
In de hoofdstraat drinken we een biertje op een terras. We zijn blij dat ons hotel wat verder van het centrum ligt, want elk restaurant draait harde muziek. Er komen steeds meer toeristen op straat. Copacabana is de plaats met het grootste toeristengehalte. Het zijn wel voornamelijk jongere backpackers en wij vallen uit de toom. Als het afkoelt, gaan we naar binnen. We zitten bij Pueblo Viejo, een klein sportcafeetje. Er wordt vanavond gevoetbald voor de Copa America en Argentinië tegen Chili wordt uitgezonden. Er zitten veel kijkers die niets gebruiken. Jongeren met broeken die zelfs onder het kruis eindigen. Dat lijkt ons erg ongemakkelijk en dat is het blijkbaar ook, want ze zitten ze voortdurend op te hijsen. Zodra het rustsignaal klinkt, stormen ze naar buiten en voor de tweede helft komen ze weer terug.
We zitten hier wel gezellig en bestellen samen één pizza. Bij de buren hadden we al gezien hoe groot ze zijn en eentje blijkt meer dan genoeg. Aan het rondbrengen van de pizza's is te merken, dat ze er maar één tegelijkertijd klaar kunnen maken.
Men heeft hier een andere manier van turven. Wij tellen zo tot vijf: llll, zij doen:  .

Zaterdag 8 oktoberCopacabana

's Nachts heeft het geregend en op de bergen in de verte zien we verse sneeuw. Nu is het droog en zonnig.
Vandaag gaan we naar Isla del Sol. Goed 8:30 uur stappen we op een overvolle boot met hele smalle, krappe zitplaatsen. Boven op het dek zitten ook mensen, maar qua temperatuur lijkt ons dat niet zo lekker. We varen met een slakkengangetje. Over 23 kilometer doen we 2:15 uur. Dat had van ons heel wat sneller gemogen. Wij blijken een privégids te hebben. We hadden een excursie met een groep geboekt en wíj samen blijken dé groep. De gids is vanochtend om 4:00 uur uit La Paz vertrokken en gaat vanavond weer terug.
Op het eiland wonen 2000 mensen verdeeld over drie woongemeenschappen elk met een eigen schooltje. Er zijn geen auto's op het eiland.
We varen eerst naar de noordpunt van het eiland waar we een prachtige wandeling maken. Schitterende vergezichten. Heel prettig dat we een gids hebben die ons van alles en nog wat uitlegt. Veel mensen weten niet waar ze heen moeten en wat er te zien is. Onze gids wordt dan ook vaak aangeklampt met vragen.
Het is heerlijk wandelen. Soms schijnt de zon, soms wat bewolkt. Aangename temperatuur. Het is drie kwartier lopen naar 3980 meter over een redelijk goed pad. We moeten dezelfde weg terug.
We zien o.a. een oude stenen offertafel en Pilkokayna, een paleis uit de periode vóór de Inca's.
We lunchen bij Willka uta wat 'zon' en 'huis' betekent. We krijgen een heerlijk soepje en forel en dat alles voor Bs. 25.
Om 13:30 uur vertrekt de boot naar het zuidpunt. Veel mensen van de boot lopen daar in drie uur naar toe. De mensen die nu op de boot zitten, dragen allemaal goede wandelschoenen, maar het lijkt alsof ze nooit van de gebaande paden komen. Onze schoenen zien er niet uit.
Bij het zuidpunt lopen we honderd meter omhoog over een oude Inca-trap en lopen door naar de Zonnetempel. Een Duitse mevrouw loopt met ons mee; de rest gaat met de boot. De tempel is drie kwartier lopen en de boot blijft hier een uur liggen. Onze gids heeft echter geregeld, dat we bij de tempel opgepikt zullen worden.
Volgens ons hebben we vandaag mazzel gehad met het weer. Als we dicht bij Copacabana komen, zien we erg donkere wolken boven de bergen en in de verte zien we het weerlichten. 's Avonds regent het en 's nachts horen we dat ook regelmatig. Goed tegen het stof, zullen we maar zeggen.
 Bij Pueblo Viejo bestellen we o.a. een portie brood met knoflook. We krijgen een heel bord vol voor maar Bs. 10.

Zondag 9 oktoberNaar La Paz

We slapen uit en ontbijten op ons gemak. De bus terug naar La Paz vertrekt om 13:30 uur, zodat we alle tijd hebben. Het is druk op straat met veel kraampjes en veel lokale mensen. Veel ouderen lopen nog in de traditionele klederdracht. Het centrale plein staat helemaal vol met versierde auto's. Een priester loopt rond om die te zegenen. De motorkap gaat open en ook de binnenkant wordt met wijwater besprenkeld. Daarna wordt er vuurwerk afgestoken en sterke drank gedronken.
Indianen, BoliviaWe gaan op een stoeprandje naar de mensen zitten kijken. Later kopen een bolhoed voor Bs. 55. Die kunnen blijkbaar niet tegen regen, want als het even drupt, dragen de vrouwen ze in een plastic zak op hun hoofd.
Een Japanse spreekt ons aan. Of wij weten waar ze haar kaarten kan posten. Het postkantoor is al gesloten en heeft geen buitenbrievenbus. Zelf vertrekt ze naar Peru. Wij nemen de kaarten mee naar La Paz en doen ze daar op de bus. Als er een kleine regenbui valt, blijken de bolhoeden niet tegen regen te kunnen. Waarom zouden de vrouwen ze anders in plastic zakken stoppen en met zak en al op hun hoofd zetten?
De bus is tot op de laatste plaats bezet en de tocht verloopt voorspoedig. De meeste mensen komen uit Peru wat te horen is aan het slaken van allerlei kreten bij de eerste aanblik van downtown La Paz. De stad ligt dan ook indrukwekkend in een kom.
In een kwartiertje lopen we naar het hotel. Het is verbazend rustig op de weg (zondag); er is heel weinig verkeer. Ook zijn veel restaurantjes en winkeltjes dicht.
Bij het hotel checken we in, onze achtergelaten bagage wordt gebracht en we gaan naar de kroeg. Bij Sol & Luna worden we verwelkomd door muziek van 'onze' Henk uit Utrecht. Er zit een Nederlandse groep en wat drinken die: flesjes Heineken. Wij houden het bij het plaatselijke tabbier Paceña. Dat is veel lekkerder.

Maandag 10 oktoberLa Paz

Heksenmarkt, BoliviaWe gaan vandaag de stad in. We beginnen bij de San Francisco-kathedraal die om de hoek ligt. Wij kijken er even binnen, maar er is een dienst gaande en we besluiten later terug te komen. Dan blijkt hij echter dicht. We hebben wel een indruk gekregen van heel veel goud. Misschien kunnen we morgen nog even kijken.
Op de Heksenmarkt worden de vreemdste producten aangeboden om voorspoed en geluk aan de koper te garanderen. Er hangen foetussen van lama's, vreemde kruiden en andere magische voorwerpen. We kopen een geestenvanger.
Op de Mercade Negro heerst grote bedrijvigheid en is het lekker druk. Heerlijk om daar een tijdje rond te dwalen en te kijken naar de mensen en de producten.
Dan lopen we naar Plaza Murillo waar het presidentieel paleis staat, de Cathedral de Nuestra Señora de La Paz en het Palacio Legislativo, het parlementsgebouw. Wij kijken ook nog even in de Calle Jaén, het museumstraatje waar mooi gekleurde gebouwen staan.
Daarna is het tijd voor siësta. De Nederlanders die we in Samaipata hadden ontmoet, blijken ook in ons hotel te zitten. Later in het café komen we ze weer tegen.
De laatste avond eten we, net als de eerste in Santiago, bij de Japanner. We bestellen een grote schotel met allerlei verschillende soorten sushi's, sashimi en maki.

Dinsdag 11 oktoberNaar huis

We proppen alles in onze rugzakken, want we gaan vandaag naar huis. Het hoeft niet meer netjes, want thuis gaat toch alles in de was.
Om 10:00 uur checken we uit en gaan nog even de stad in.
De San Francisco-kathedraal is open en er is wederom een dienst. Toch gaan we voorzichtig verder de kerk in, want hij is wel heel mooi van binnen. Het goud blinkt je van alle kanten tegemoet. Ook de Augustin en de kathedraal op het Plaza de Murillo zijn open. Beide zijn minder mooi.
Het Etnologisch Museum (Bs. 15) heeft o.a. een mooie verzameling maskers. De rest van de tijd zitten we uit op de trappen van het Plaza de Murillo. Ouders met kleine kinderen voeren de vele duiven en er lopen nog veel vrouwen met bolhoed.
Om 14:00 uur nemen we een taxi naar het vliegveld. Gisteren hebben we met heel veel moeite via internet ingecheckt (het programma werkt niet bepaald gebruikersvriendelijk). We waren voorbereid op een inchecktijd van meer dan een uur (we zagen de rij en werkwijze in Santa Cruz), maar er is helemaal niemand voor ons en alles gaat supersnel. We krijgen meteen de instapkaarten voor Lima en voor Madrid. Lekker handig.
We gaan wat eten bij de Subway en daar kunnen we meteen internetten, zodat we de stand van Zweden-Nederland bij kunnen houden.
Om 17:15 uur vliegen we naar Lima (Peru). Ons leek de overstaptijd wat kort (vijftig minuten), maar er is een uur tijdsverschil met Bolivia en we hebben een uur en vijftig minuten. Tenminste dat zouden we hebben als we op tijd waren vertrokken, maar dat werd bijna een uur later. De andere mensen zitten allemaal al in het vliegtuig als wij aankomen. We vertrekken ongeveer op tijd (19:10 uur) en gaan verder naar Madrid. We hebben allebei twee stoelen, zodat we wel lekker ruim zitten.

Woensdag 12 oktoberNaar huis

Om 14:00 landen we in Madrid en van 16:20 tot 18:20 uur vliegen we naar Amsterdam.

Dit was een Passaat reis, uitgevoerd door Ben Verhoef Tours.