Amerika

Zaterdag 17 septemberNaar Salar de Uyuni (Bolivia)

Vandaag vertrekken we voor de driedaagse tocht via de zoutvlaktes naar Uyuni in Bolivia.
Als wij bij het boekingsbureau aankomen, staan er al twee Brazilianen en twee Belgen te wachten. Tegen ons was 7:45 uur verteld; tegen hen 7:30 uur. We worden echter pas om 8:15 uur opgehaald met een busje waar al drie Italianen in zitten. Bovendien is het bureau niet open, zodat er geen geld gewisseld kan worden. Wij hebben net genoeg Bolivianos, we houden Bs. 5 over (€ 0,50), maar de anderen niet. We hadden echter nog wat euro's om willen wisselen, maar dat kan nu dus niet. Later blijkt, dat de mevrouw van het bureau ook nog verkeerde (te lage) bedragen heeft doorgegeven.
Net buiten het dorp is de Chileense grenspost. Doordat we zo laat zijn, staat er een enorme rij voor ons. Het gaat een uur duren om hier door te komen. Naar de Boliviaanse grens is het een uur rijden. We gaan gestaag omhoog en een groot deel van de grond is bedekt met bloeiende pollen. Die blijken hier bijna nooit te bloeien, maar doordat het een maand geleden gesneeuwd heeft, bloeien ze nu. We zien onze eerste vicuna's. Licancabur, BoliviaOp 4500 meter staat een kaal hokje aan de voet van de Licancabur, de Boliviaanse grenspost. Hier gaan de formaliteiten supersnel.
We krijgen eerst een ontbijt. De bus gaat terug naar San Pedro en wij gaan verder met twee jeeps. De Italianen in de ene (zij hebben een tweedaagse privétour) en Jose, Rafiuskis, Jean, Chantal en wij in de andere. Dat gaat prima. De bagage gaat op het dak en daarna begint het avontuur.
De weg is onverhard, maar goed te berijden. Het weer is goed: helder blauwe lucht, warm in de zon, koud in de schaduw. Het is heerlijk zolang er geen wind is. Dan wordt het meteen koud. Jose en Rafiuskis drinken de hele dag mate, een kruidendrankje, en Rafael zal regelmatig voor ons tolken. Erg handig!
We gaan nog verder omhoog en zullen tot 4928 meter komen.
Al snel bereiken we het 'witte meer', Laguna Blanca. We moeten hier 150 Bolivianos p.p. toegang betalen voor het hele stuk tot aan Uyuni. We kunnen alleen in Bolivianos betalen en na enig aandringen, willen ze wat dollars wisselen, zodat iedereen de toegang kan betalen.
Het 'witte meer' is wit en even verder ligt het 'groene meer', Laguna Verde, dat een beetje groen is. Dat is afhankelijk van het weer en dat schijnen wij niet dus niet zo te treffen. Het is wél mooi. De Licancabur weerspiegelt er mooi in. We wandelen er een poosje rond en rijden dan weer verder. Het landschap is kaal, ruig en heeft mooi gekleurde bergen, sommige met sneeuw. Ook ligt er nog wat sneeuw langs de kant van de weg. Een hele mooie weg. We zien nog een paar vicuna's.
Bij Laguna Salada is een warm thermisch bad, maar daar wagen we ons niet aan. We gaan bij de Chileense flamingo's kijken die even verderop in het water staan.
Sol de Mañana is een actief vulkanisch gebied waar overal stoom uit geisers komt. Ook borrelen er allerlei verschillende kleuren modderpotjes op. Het stinkt er lekker en het is een mooi gezicht.
Dan zien we langzamerhand een rode streep in het landschap verschijnen. Het blijk de Laguna Colorado, het 'rode meer'. Laguna Colorado, BoliviaEn rood is het. Niet zomaar een beetje roze, maar felrood water. Als we het niet zelf gezien hadden, zouden we het niet geloven. De rode kleur wordt gevormd door algen. Het is een schitterend gezicht: de blauwe lucht, de geelbruine bergen, het rode water met hier een daar een laag wit ijs en duizenden James’ flamingo's. We blijven er een hele tijd verwonderd naar staan kijken.
Na 221 kilometer komen we om 17:30 uur bij de overnachtingplaats. We slapen in Mallcu of Villamar zoals men ook wel zegt. Het ligt op 4040 meter hoogte en het is er koud. We krijgen zowaar een eigen kamer met een eigen badkamer, terwijl we slaapzalen hadden verwacht. De vloer is echter kaal beton en trekt erg koud op. De deur komt rechtstreeks buiten uit en sluit niet goed. We gaan verkleumd het bed in, want de eetruimte was bijna net zo koud als het buiten was. We zien een buitengewone sterrenhemel, maar door de koude wind kijken we niet lang. Er ligt veel dek op het bed, maar we worden niet echt warm 's nachts en slapen dus niet goed. Iedereen blijkt daar last van te hebben.

Zondag 18 septemberSalar de Uyuni

We worden warm door de thee bij het ontbijt en de zon die al snel weer schijnt.
Vandaag rijden we meer door rotsformaties. Heel apart gevormde stenen waar iedereen van alles in ziet. De grond lijkt kaal, maar als je goed kijkt, zie je overal groeiende en bloeiende plantjes. De rondlopende alpaca's doen zich er te goed aan. We zien een vizcacha lopen, een konijnachtig knaagdier met een lange staart. Het landschap blijft prachtig en verveelt geen moment. Chileense flamingo's, BoliviaBij de rand van een meer staan twee alpaca's met een kleintje, die zich van dichtbij laten fotograferen. De flamingo's in het water zijn wat banger aangelegd en lopen en vliegen weg als wij ze van wat dichterbij willen zien.
Bij de lunch krijgen we o.a. lama-vlees. Het smaakt prima.
We rijden vandaag tussen de 3800 en 4200 meter. Iets lager dus dan gisteren. We moeten zorgen om alles rustig aan te doen en genoeg te drinken, om geen last van de hoogte te krijgen.
Langs de kant van de weg zien we veel lama's. We stoppen regelmatig en zien veel poelen met veel insecten. 's Morgens is het heerlijk weer, 's middags wat minder doordat de wind opsteekt.
Hoe verder we naar het noorden rijden, hoe meer lama's we zien en hoe gecultiveerder het wordt. Af en toe zien we een nederzetting. De dorpjes worden steeds groter en de lama's zijn hier tam. De weg blijft onverhard en soms moeten we door een rivier.
Vandaag overnachten we in Chuvica op 3700 meter. Het hotel staat aan de rand van de Salar de Uyuni, de grootste zoutvlakte ter wereld. We krijgen een zespersoonskamer met een badkamer. De temperatuur is hier een stuk aangenamer en echt koud krijgen we het niet. We gaan om 19:30 uur naar bed, omdat we morgenochtend om 4:00 uur op gaan staan. Eigenlijk was 5:30 uur de bedoeling, maar wij willen graag bij zonsopkomst op de zoutvlakte zijn.

Maandag 19 septemberNaar Uyuni

Salar de Uyuni, BoliviaIn het donker rijden we over de zoutvlakte en tegen zessen stoppen we. De zon komt nog net niet boven de einder. In de tijd dat we daar op wachten, maken we verschillende 'funfoto's', zoals Lia die op Martijn’s hand staat en wij samen op een zonnebril. Grappig.
Op Pescado-eiland groeien honderden metershoge cactussen. Het is niet echt een eiland, tenslotte is het zoutmeer geen echt meer, maar een rotspunt die uitsteekt. Heel apart. Het zoutmeer zelf is ook heel apart. Het lijkt net één grote ijsvlakte, maar hij is niet koud. De temperatuur van de lucht wel, maar de grond voelt vreemd warm, omdat het wel heel erg aan sneeuw doet denken. Heel apart.
We nemen een kijkje bij het zouthotel, dat gesloten is, omdat de afwatering niet in orde zou zijn.
We rijden vandaag 120 kilometer. Uyuni ligt op bijna 3700 meter.
In Uyuni nemen we afscheid van de groep en gaan naar Hotel Tambo Aymara. Dat ziet er leuk uit met drie grote bedden een grote badkamer en een kacheltje! We halen eerst geld bij een pinapparaat. We lopen het dorpje in en eten ergens een hapje. Smaakt prima, maar het duurt allemaal nogal lang. Er komen regelmatig backpackers binnen, die op de menukaart kijken en vervolgens weer vertrekken. Wij betalen voor soep, spaghetti, fanta en een biertje 79 Bs. Als we klaar zijn, blijken bijna alle winkels en de markt gesloten. We gaan op de hotelkamer relaxen. De douche krijgen we niet warm en bij navraag blijkt, dat het wel tien minuten duurt voordat het water warm wordt. Hoezo waterverspilling? Maar het werkt wel.
We hadden buskaartjes in het hotel verwacht, maar die zijn er niet. Daarom lopen we naar het busstation waar allerlei kantoortjes zijn. Bij degene die onze kaartjes heeft gereserveerd, krijgen we alsnog kaartjes. Op de markt lopen veel vrouwen met van die typische Boliviaanse bolhoeden. Sommige dragen ze met een elastiekje onder hun kin; de meeste zonder.
We zien Jean en Chantal in een cafeetje zitten en gaan met hun wat drinken. Zij wachten op de nachtbus naar La Paz.
We eten 's avonds in een restaurant waar een lekker haardvuur brandt. Zodra de zon ondergaat, is het buiten echt koud. We eten o.a. vlees met roquefortsaus. Lekker. De buskaartjes blijken alsnog gebracht te zijn.

Dinsdag 20 septemberNaar Potosí

We hebben heerlijk (en lang) geslapen en hebben het niet koud gehad (zonder kachel). In de ontbijtruimte ontmoeten we een Sawadee-groep en we wisselen wat ervaringen uit.
Met de auto worden we naar het busstation gebracht, hoewel het helemaal niet ver is. Maar zo verdient er weer iemand wat aan ons. De bus naar Potosí is helemaal vol met zowel toeristen als indianen. Gelukkig valt de beenruimte mee. We vertrekken om 10:06 uur. We rijden een paar meter en stoppen dan weer om wat mensen in te laden, die in het gangpad moeten blijven staan. Het zijn lokalen die in een volgend dorp uitstappen. Zo verdient de chauffeur waarschijnlijk wat bij.
Het landschap bestaat uit bergen, kaal, wat lage struikjes, soms een dorpje, veel lama's en cactussen. In het begin hebben we mooi zicht op de zoutvlaktes en Uyuni. Het grootste stuk van de weg is onverhard, maar soms zijn er goede stukken asfalt. Ze zijn bezig met de weg. Over een paar jaar is het maar een paar uren rijden naar Potosí.
Lama's, BoliviaEr is weinig verkeer; een enkele tegenligger en een paar andere bussen die ook naar Potosí gaan. Zou iemand die harde muziek in de bus nou leuk vinden?
We maken één stop in een plaatsje waar de chauffeur gaat eten. Na 210 kilometer komen we om 15:15 uur aan.
Een taxichauffeur komt naar ons toe en laat ons zijn telefoontje zien. Daar staan twee namen in van mensen die hij op moet halen. Als Martijn z'n bril heeft opgezet, leest hij Peter en Wilhelmina. Dat zijn onze laatste doopnamen en wij gaan dus met hem mee. We worden naar hotel Colonial gebracht, dat op een blok van het centrale plein ligt. De straten zijn smal; er past net een auto door en het is zo druk, dat het verkeer overal vast staat. Er is bijna geen doorkomen aan. Voor het hotel stappen we snel uit en pakken onze rugzakken. Het verkeer achter ons moet hiervoor wachten. Maar dat maakt eigenlijk niet uit, want ze kunnen toch niet doorrijden.
We krijgen een ruime kamer aan de binnenplaats. We zetten onze spullen neer en gaan het centrum verkennen. De straten lopen omhoog en omlaag en omdat Potosí op ruim 4000 meter ligt, doen we het erg rustig aan. Zodra we een straat omhoog lopen, zijn we buiten adem. De trottoirs zijn erg smal; passeren kan bijna niet. Het is warm in de zon en koud in de schaduw. Het is er druk met lokale mensen: de oudere in de traditionele kleding, de jongeren in spijkerbroek. We zien een paar toeristen. Ook de Sawadee-groep zit weer in ons hotel. We zien de markt en heel veel kerken. Op het centrale plein staan veel bankjes die allemaal bezet zijn met mensen. Het is er gezellig druk. Veel restaurantjes en cafeetjes zijn (nog) dicht. We drinken een biertje aan de overkant van het hotel bij een café met de naam Pub 4060 msnm (meter boven zeeniveau). Hier komen alleen toeristen en de rijke Bolivianen. Een liter bier kost 22 Bolivianos.
Na een lekkere douche gaan we eten in een klein tentje. Moeder en zoon werken hier samen. Zij in de keuken; hij in de bediening. Er staat, zoals bijna overal, een gasfles met een terrasverwarmer er op. Als wij binnen komen, is een tafeltje al bezet en even later komen er twaalf Fransen binnen voor wie een lange tafel gereserveerd is. Het laatste tafeltje wordt even later ook bezet. We eten niet zoveel, want we willen niet helemaal dichtgroeien. Voor 75 Bs. krijgen we lama-vlees, salade en een fles bier.
In het hotels branden de kachels in de slaap- en badkamer. We houden ze aan, want veel dek ligt er niet op het bed en het koelt ’s nachts erg af.

Woensdag 21 septemberPotosí

Na het ontbijt wandelen we door de plaats. We gaan eerst naar Casa de la Moneda, een museum, waar we een rondleiding krijgen. Entree 40 Bs. p.p. en 20 Bs. voor de camera. We zien schilderijen, munten, installaties voor het stampen van de munten (eerst met de hand, toen met ezels, daarna met stoommachines en op het laatste elektrisch; nu worden ze geïmporteerd uit Spanje), mineralen en archeologische vondsten. Het is wel de moeite waard.
In de toren van Torre de la Compañà de Jesús hebben we mooi uitzicht over de stad en zien veel kerken.
Daarna gaan we lekker in de zon op een bankje op het plein zitten. We kopen ieder een glaasje vers geperst sinaasappelsap (3 Bs.) en een empanada (1 Bs.) en bekijken de mensen.
We horen muziek dichterbij komen en gaan kijken naar een optocht genaamd Santa Rosa Cochalitas. Een hele stoet kleine meisjes (5-8 jaar schatten we) danst de straten door. Ze zijn in groepjes verkleed als lieveheersbeestjes, insecten, bloemen, bijen. Heel grappig.
Daarna houden we siësta.
Potosí, BoliviaAan het eind van de middag dwalen we weer door de straten. Het is zowaar bewolkt. Een grote wolk ligt boven de stad. Daaromheen is het helder. In sommige straten zijn alle huizen mooi gekleurd, wat het erg fleurig maakt. Het is druk op het plein. Daar staat een groot café en wij gaan aan het raam zitten met een biertje en bekijken de mensen. De vrouwen hebben allemaal (zeer) brede heupen, wat nog versterkt wordt door de plooirokken die ze in laagjes dragen. Daaronder hebben ze veelal gebreide kousen. Niet echt sexy. Ze dragen ook allemaal een hoed op hun lange zwarte haar. Dat dragen ze in vlechten die tot op hun heupen vallen. Het is pikzwart haar; zelden grijs. De jonge meisjes zijn (nog) super slank. De mannen zijn voornamelijk ook slank en dragen soms een Andespetje met van die zijklepjes en soms een deken. Voor de rest dragen ze een gewone broek en bloes.
Overal in de stad is wifi beschikbaar. Ook op onze hotelkamer. We lezen onze binnengekomen mailtjes en zien dat Caro Emerald in december in Utrecht een concert geeft. Omdat deze alleen te betalen zijn via Ideal sturen we Joost en Elvira een mailtje of zij ze voor ons willen kopen. Binnen het uur krijgen we bericht, dat ze gekocht zijn en dat zij ook mee gaan. Gezellig.
Tegen achten gaan we eten. We hebben 's middags een (toen dichte) churrasqueria gezien en die leek ons wel wat. Hij is nu open en er zitten wat lokale mensen. Men spreekt geen woord Engels. Leuk! We bestellen een schotel met verschillende soorten vlees en een liter Potosina-bier. Dat hebben ze niet, wel driekwart liter La Paz-bier. Smaakt ook prima. Naast het vlees krijgen we friet, rijst, brood, salade. Het vlees bestaat uit een flink stuk kip, twee lappen lendenstuk en varkensvlees, beide twintig bij tien centimeter groot. Het is heerlijk gekruid en boven houtvuur klaargemaakt. Het smaakt ons prima. We zijn inclusief fooi Bs. 90 (€ 9) kwijt.