Amerika

Artikelindex

Panama - Costa Rica - Nicaragua - Honduras - Guatemala

5 juli t/m 3 augustus 2001

Een afwisselende reis door PANAMA, COSTA RICA, NICARAGUA, HONDURAS en GUATEMALA: een reis door vijf verschillende landen met vijf verschillende karakters.
We beginnen in PANAMA, waar we het Panamakanaal bezoeken, wandelen op de enige (dode) vulkaan die het land rijk is en snorkelen in de Caribische Oceaan. COSTA RICA heeft de meeste nationale parken waar we veel dieren bewonderen in zowel tropisch woud als regenwoud. In NICARAGUA genieten we van de rijke koloniale historie in de steden Granada en León en zien we de Masayavulkaan grote zwavelwolken spugen. In HONDURAS wandelen we in het nevelwoud, snorkelen we in de Caribische Oceaan en bezoeken we de oude Mayastad Copán. In GUATEMALA zijn we op de indianenmarkten. Hier wonen de directe afstammelingen van de Maya's die nog steeds traditioneel leven en gekleed gaan.

Bus in Nicaragua

Route

Donderdag 5 juliNaar Panama-stad (Panama)

We worden om 6:30 uur gewekt door de wekkerradio met de mededeling dat er geen treinen rijden van en naar Utrecht. We zijn op slag klaar wakker en snel ons bed uit. We besluiten Lia's broer uit bed te bellen en die is niet te beroerd om ons weg te brengen. De drukte op de weg valt nog mee en we zijn erg vroeg op Schiphol.
Met Baobab trekken we door Midden-Amerika: van Panama via Costa Rica, Nicaragua en Honduras naar Guatemala. Alles gaat erg vlot en we vertrekken op tijd (10:15 uur). Negen uur later landen we in Atlanta, Georgia, en hier moeten we vier uur wachten. Dat worden er uiteindelijk zeseneenhalf door het noodweer dat boven het vliegveld uitbreekt, waardoor het vliegverkeer een uur plat ligt. Als het weer opklaart, staat er een file van tientalle vliegtuigen die allemaal willen vertrekken.
Om 23:30 uur plaatselijke tijd (zeven uur tijdsverschil) landen we in Panama. Alle bagage is er gelukkig en we vertrekken snel naar ons hotel, waar iedereen gelijk gaat slapen.

Vrijdag 6 juliPanama-stad

We ontbijten in het hotel met eieren, ham en bacon. Iris, onze reisleidster, vertelt het een en ander over de reis en daarna gaan we Panamastad in. Het is zo'n 30º en vrij vochtig. Gelukkig schijnt de zon niet. We zweten zo ook al genoeg. Het is nogal druk in de stad: veel bussen en auto's en getoeter. Mooie bussen trouwens. Het verkeer is goed geregeld. Men stopt voor rood licht en er zijn zelfs meer regels. Oversteken is soms wat lastig, maar als je eenmaal op straat staat, wil men zelfs nog wel eens voor je stoppen en wuiven ze dat je door kunt lopen. Dat hebben we wel eens anders meegemaakt.Kuna-indianenEr is een speciale toeristenpolitie. Na de overgave van het Panamakanaal in 2000 van Amerika aan Panama is de economie een beetje ingestort: het onderhoud is duur en de Amerikanen zijn naar huis. Hierdoor komen ook al de familieleden van die Amerikanen niet meer. Het schijnt dat er tegenwoordig wat toeristen worden beroofd. Vandaar die toeristenpolitie. Ze rijden op mountainbikes door de stad en als ze een toerist zien, dan achtervolgen ze die tot aan hun grensgebied. Daar geven ze dit aan een collega door die dan even later opduikt. Een beetje lachwekkend.
We wandelen op ons gemak naar de oude stad, Casco Viejo, waar nog veel koloniale gebouwen staan. Ze beginnen ze zo langzamerhand een beetje op te knappen, te restaureren en dat is wel nodig ook. Wat af is, ziet er mooi uit. De muren van de gebouwen zijn allemaal verschillend gekleurd, wat een erg fleurig gezicht is. Er is zowaar een stukje voetgangersgebied. Dat maken we niet veel mee. We zien de skyline van Panama en op de achtergrond de brug over het Panamakanaal. We kopen twee T-shirts à US$ 5. De Amerikaanse dollar is hier het gebruikelijke geld. Ze noemen hem Balboa, maar het zijn gewoon de dollarbriefjes en -muntjes. Er zijn wel wat Panamese muntjes in omloop. We gaan eten in een tentje waar het goed vol zit. Het is een zelfbedieningsrestaurant en we wijzen een soort nasi, spaghetti, gebakken banaan, rundvlees en sla aan. Samen met twee blikjes cola zijn we US$ 5 kwijt. We krijgen een grote kan met ijswater op tafel. In Panama, Costa Rica en Nicaragua kun je op het vaste land het water uit de kraan drinken. Hoeven we niet te slepen met flessen en kunnen we salades eten.
We zien een paar indiaanse vrouwen in klederdracht. Het meest opvallend aan hen zijn de beenversierselen: heel veel kettingen met kleine kraaltjes. Ze behoren tot de Kuna-indianen.
PanamakanaalHet wordt aardig donker en af en toe spettert het wat, maar daar blijft het bij. Met de hele groep gaan we met de openbare bus naar de sluizen van het Panamakanaal. Het is de 'luxe' busuitvoering die US$ 0,50 kost, wat inhoudt dat er leuningen aan de bankjes zitten, dat er airco en harde (disco)muziek is. In het kanaal wordt een groot Noors containerschip geschut. Langs het kanaal liggen rails waarop treintjes rijden die het schip voorttrekken. Dat past er maar net in. De schepen houden bij de bouw rekening met de breedte en de lengte van de sluizen van het Panamakanaal, want anders moeten ze wel een hele grote omweg maken. Het kanaal is tweeënveertig kilometer lang, tien meter diep en het duurt acht tot tien uur om er doorheen te komen. Inclusief het wachten, is men vierentwintig uur kwijt. De ene dag varen ze de ene kant op, de andere dag de andere. Aan de kust zie je de wachtende schepen liggen. We zien ook een videopresentatie en we nemen wat folders mee. Met de minder luxe bus gaan we terug: geen airco, geen stoelleuningen, zodat er drie mensen op een bankje kunnen in plaats van twee en nog hardere muziek. De hele bus zit en staat vol en swingt mee.
Terug in Panamastad kopen we wat cola en cinnamon-rols voor de volgende dag en bier voor zo meteen. De hele dag hebben we amper toeristen gezien. Wel veel schoolkinderen in uniform die op excursie waren.
's Avonds gaan we met z'n tweeën in een enorm groot restaurant eten. De mensen eten hier tussen de middag warm en dan zijn er veel meer tentjes open. We zitten buiten in een tuin met allemaal kleine tafels die omringd zijn door grote kamerplanten, zodat het net is alsof je alleen zit. We zitten naast het water waar het stikt van de vissen (die waarschijnlijk op het menu staan) en er is een soort watervalletje. De temperatuur is heerlijk. Bij elke tafel hangt een rode lamp die je aan kunt steken, waarna er prompt iemand van het personeel verschijnt. Grappig. Het is echt Amerikaans: grote borden, grote potten bier. We eten vis met knoflook en gerookte varkenslappen. Biertje erbij. Panamabier dit keer. 's Middags hadden we Balboabier dat ook goed smaakte. Kosten US$ 14 samen.

Zaterdag 7 juliNaar Boquete

Met de openbare eersteklas bus rijden we naar Boquete. Er staat een luxueus busstation met airco; heel modern. Zo'n bus is airconditioned en er draaien de hele dag gevechtsfilms. Het geluid staat niet zachtjes. We genieten van het uitzicht. Het is allemaal erg groen; allemaal verschillende tinten. Wat hogerop verbouwen ze voor hen 'tropische' gewassen zoals tomaten en bonen. Ze zijn daar erg trots op.
's Morgens is het zonnig, 's middags meer bewolkt en aan het eind van de middag valt een bui.
Tussen de middag stoppen we voor de lunch bij een zelfbedieningszaak met veel keus. We nemen spaghetti, nasi met kip en aardappelsalade (wat een combinatie), yoghurt en cola (US$ 6,60).
Het hotel Fundadores in Boquete ligt er gezellig bij. Door de binnenplaats stroomt een rivier, zodat het constant lijkt alsof het regent. Het hotel is vrij groot met veel tuin. Lekker als het droog is en dat is het nu niet. We hebben samen een vierpersoonskamer. We lopen het plaatsje in op zoek naar een supermarkt voor het eten voor morgen. We verbazen ons over alle kroegen in dit land. Een meter naar binnen staat een groot schot, zodat je niet naar binnen kunt kijken. De temperatuur is hier wat aangenamer doordat we op zo'n 1.000 meter hoogte zitten.
We zitten in restaurant La Conquista en hebben forel en ribbetjes besteld. Er is zowaar geen televisie, maar wel muziek. Die staat echter op een beschaafde hardheid. Het eten smaakt prima en zelfs de frietjes zijn lekker.
Om 21:15 uur liggen we al in bed.

Zondag 8 juliBoquete

Om 5:30 uur staan we op en dat in de vakantie. We gaan wandelen. We wilden de zes uur durende wandeling gaan maken over de Sendero de los Quetzales. De bus er naar toe kost US$ 100 met z'n allen. Maar er wil niemand mee en die prijs met z'n tweeën vinden we te gek. Vijf groepsleden laten zich naar het eindpunt brengen en gaan daar wandelen en wij besluiten om mee te gaan. Het weer is goed: eerst bewolkt, later zonnig en op het eind een paar kleine regenbuitjes. Lekkere temperatuur om te lopen.Park Volcán Barú Het is er erg groen en de wolken hangen laag. In het begin is het pad vrij breed, maar eenmaal in het park Volcán Barú lopen we midden in het oerwoud. De grond is net een grote, natte, rottende composthoop. Soms is het er erg nat en liggen er houten blokken. Soms ontbreken ze en soppen we door het bos. Maar een paar vieze schoenen is niet erg. We beginnen op 1.500 meter en stijgen tot bijna 2.000 meter. Onderweg zien we bijna niemand. Het is erg rustig. De plaatselijke bevolking is bezig aardappels te rooien. Er zijn veel kleurige bloeiende planten; sommige met grote bloemen. Ook zien we veel vogels, vooral hele kleintjes. Je hoort ze vooral; ze zijn niet zo kleurrijk. Martijn ziet een boomkip, een soort fazant, denkt hij. De quetzal laat zich niet zien, evenals het 'beschilderd konijn' dat zich hier ook op zou houden. Naar die laatste was ik toch eigenlijk wel erg benieuwd. Soms moeten we een rivier oversteken; vaak over een stevige brug. Ook een keer over een wiebelende hangbrug en een keer over twee boomstammen. Het is heerlijk om te lopen. Weg van alle verkeer en radio's en alleen het geluid van de wind, het water en de vogels. In de 'middle of nowhere' staat ineens een huis; alleen te bereiken via de smalle modderige paadjes. We lopen ongeveer vijfenhalf uur en worden aan het beginpunt weer opgepikt door 'het busje'.
's Middags drinken we een biertje bij Sante Fe in een tuin met veel bloemen en kolibries. Om hier te komen moet je een lange brug over die twee aparte voetgangerspaden heeft. De lokale bevolking loopt op het autodeel, zo slecht is het voetgangersstuk. Het ziet er niet uit: planken ontbreken en vele zien er verrot uit.
We eten 's avonds in het hotel, waar we de enige eters zijn. Drinkers zijn er wel, want er is nog maar één biertje. Nieuwe voorraad is onderweg. We eten corvina-vis en spaghetti met vis. Allebei lekker. We (en dan met name Lia) hebben weinig puf meer, gaan vroeg naar bed en lezen nog wat.

Maandag 9 juliNaar Boca del Toro

Als ontbijt eten we broodjes die we gisteren al gekocht hadden. Overal zijn bakkers die heerlijke broodjes verkopen.
Met de bus gaan we naar zee. Eerst naar een koffiefabriek waar het hele proces wordt uitgelegd. Hier hebben ze 'Cafe Ruiz', die in Soest of in Zeist te koop is. Het is een kleine fabriek waar zes mensen werken plus nog één ergens op kantoor. Daarna rijden we via David naar de Atlantische kust. Hemelsbreed is dat niet zover, maar we moeten het middengebergte oversteken waar maar weinig wegen zijn. Over de weg is het een eind rijden. Bij helder weer kun je op de pas zowel de Atlantische als de Pacifische Oceaan zien. Het is bewolkt.
We lunchen onderweg met een heerlijk bord bami met zowel vlees als vis erin. Met de speedboot varen we naar het eiland Boca del Toro, een goed half uur varen. We passen met z'n allen precies in de boot. Halverwege begint het te regenen en moet het zijzeil naar beneden. Iedereen aan die kant van de boot, moet het zeil wel vast houden, anders worden we erg nat. De hoofdstraat in Boca del ToroBoca del Toro bestaat uit talloze eilanden in de Atlantische Oceaan. De hoofdstad, een erg groot woord voor deze plaats, heet ook zo. Pal tegenover de aanlegsteiger staat ons hotel: een oud, houten, koloniaal gebouw. We wandelen de hoofdstraat door en we zien een heel ander beeld van Panama dan wat we tot nu toe gezien hebben. De rust straalt er vanaf. Hier is het erg Caribisch met donkere, negroïde mensen. Het is er erg rustig en dat zal ook zo blijven de komende dagen. Er rijden amper auto's, geen brommers, een enkele fiets en er slenteren wat mensen. De lucht is wat opgeklaard: het is droog en erg plakkerig. We lopen de straat door, wat in feite het hele dorp is en zien een terrasje aan het water. Er zitten al wat groepsleden en even later verschijnen er nog een paar. De flesjes bier zitten in schuimrubberen bekers, die een goede grip hebben en waardoor het bier koud blijft. Glazen kennen ze hier niet.
We gaan met z'n vijven ergens aan het water eten en nemen kip en vis met allebei een andere, lekkere saus. We hebben ons opgegeven om vanavond op schildpaddentoer te gaan: op zoek naar grote zeeschildpadden die hun eieren op het strand leggen. Er zijn hier een paar wetenschappers waar je mee mee kunt. We staan met z'n allen te wachten op het busje als we te horen krijgen, dat het niet doorgaat. Er is een of andere actiegroep aan het protesteren. Het is ons niet helemaal duidelijk, maar de auto kan niet over de weg die geblokkeerd wordt. Ook morgenavond zal het niet doorgaan. Jammer.