Amerika

Artikelindex

Vrijdag 25 januariNaar Soufriere (Saint Lucia)
Ook vandaag ligt er weer een cruiseboot.
We rijden naar Argyle International Airport voor de vlucht naar Saint Lucia. Af en toe is er even een opstopping, maar we hebben alle tijd en komen op tijd aan. Bij de Avis is weer niemand en we hebben geen zin om weer een duur telefoontje te plegen. Er loopt een bewaker rond en bij navraag vraagt hij of de auto in orde is, waar hij staat en dan mogen we de sleutel onder de balie leggen. Ze bekijken het maar.
In de vertrekhal hangt een bordje, dat flessen met >70 % alcohol verboden is. Wordt daarom die ene rum op 69% gehouden?
Het vliegtuig vertrekt maar twintig minuten te laat. Het is een korte vlucht, een half uur. Eigenlijk jammer, dat er tussen de landen geen veerdienst is. Bij aankomst op Saint Lucia maken we een grote looping boven zee waardoor we de Pitons mooi kunnen zien. De bagage is er snel en buiten staat Trevor ons op te wachten, de chauffeur die Peter van het airbnb geregeld heeft voor de tocht naar Soufriere. De prijzen liggen vast voor taxiritten. Het is wel duur, 180 XCD, maar het alternatief is eerst met een taxi naar de stad, die wel dichtbij ligt, naar het busstation. Een busje de goede kant gaat opzoeken, wachten tot die vol is, want eerder vertrekken ze niet. Dan vanaf het busstation in Soufriere met een taxi naar het huis. Wij zijn zo blij met onze chauffeur, dat we meteen de terugweg ook vast leggen.
In Castries is het erg druk. Er liggen twee grote cruiseboten. Er zijn veel mensen en veel auto's.
Trevor is een rustige chauffeur, dit in tegenstelling tot de meeste andere weggebruikers. Hij stopt een paar keer om ons foto’s van de Pitons te laten nemen. Peter is onze host, een Engelsman met van die typische droge Britse humor. We hebben een simpel appartement aan de rand van het dorp met een mooi terras met uitzicht op de kleine Piton. Mooi.
SoufrierePeter neemt ons mee het dorp in en laat de belangrijkste punten zien. Ook vindt hij het belangrijk, dat men ziet, dat wij zijn gasten zijn. Zo zullen de mensen ons niet lastig gaan vallen met bedelen. Er zijn nogal wat zwervers, die we moeten negeren als ze om geld bedelen. Ze kunnen allemaal elke dag een gratis maaltijd krijgen, dus als je geld geeft, gaat dat op aan drank. We eindigen in zijn stamkroeg waar vrienden van hem zitten. Drie Piton-biertjes, het plaatselijke bier, kosten 10 XCD, terwijl er eentje 4 XCD kost. Dat staat nergens vermeld, maar Peter weet dat te vertellen. Binnen is het vrij warm en daarom drinken we het op straat op. Dat mag eigenlijk niet, maar dat kan niemand iets schelen. Er mag zoveel niet, zeggen de mensen hier.
De zon zakt langzaam in de zee, maar we zien geen groene flits.
We eten bij een tentje, dat Peter aanbevolen heeft. Het eten is goed, de rekening ook volgens de prijzen op de kaart. Alleen zegt het meisje bij het afrekenen, dat de dollars Amerikaanse zijn en niet Oost-Caribische. We halen verhaal en het meisje zegt, dat ze dat van mevrouw moest zeggen. Dan willen wij mevrouw wel eens spreken. Ze wordt gehaald, maar als ze ons ziet, verdwijnt ze direct. Enfin, hele discussie. Eigenaar bevestigt het verhaal van USD, maar houdt dat niet lang vol. Alle andere klanten aan wie wij het vragen zeggen, dat het XCD zijn. Wij houden vol, dat we mevrouw willen spreken en gaan niet weg. De eigenaar dreigt met de politie te bellen, en dat moet ie van ons vooral doen. Hij faket een telefoontje. Maar wie er ook komt, geen mevrouw en geen politie. Fijne tent om zo te proberen toeristen op te lichten. Ze proberen van alles: die witten ook altijd (discriminatie roepen wij meteen), jullie kunnen het gemakkelijk veroorloven, iedereen doet hetzelfde, het is een vergissing. De man begint aardig te zweten. Deja Vu Restaurant in Soufriere. Ga daar niet heen. We betalen in XCD, tenslotte hebben we wel gegeten en gedronken. Uiteraard krijgen ze geen fooi.

Zaterdag 26 januariSoufriere
SoufriereMarkt in SoufriereMet Peter gaan we naar de zaterdagmarkt. Ondertussen vertellen we hem van onze ervaring van gisteren en hij gaat later op de dag verhaal halen. Soufriere is niet zo groot en iedereen kent iedereen.
Het is een aardige markt met veel groente en fruit, allemaal erg seizoensgebonden. We ontbijten er met gebakken viskoekjes en kokosthee met chocolade. Een vreemde combinatie.
We doen inkopen bij de supermarkt en wandelen daarna naar de Diamond Botanic Gardens. Veel bloeiende planten, hoge bomen, vogeltjes waaronder kolibries. Het is er heerlijk rustig. Dat verandert als goed 11:00 uur de toeristenbusjes uit Castries aankomen. Ze worden begeleid door hard pratende gidsen die we zo kattenstaarten uit de bomen zien trekken. We komen ook een bordje tegen, dat de gidsen! van de natuur af moeten blijven. Het moet niet gekker worden. De tuin is de moeite waard.
’s Middags houden we siësta op het terras.
Een bezoeker van het restaurant van gisteren herkent ons, spreekt ons aan en geeft ons helemaal gelijk. Peter en zijn vriend Donny zijn daar verbaasd over. Iedereen gaat vandaag klagen bij het restaurant. Een goede zaak. We hebben zo een hele rel veroorzaakt. Hele slechte deal voor Deja Vu. Iedereen is het daar over eens. Wij zijn plaatselijke beroemdheden. Peter vindt het erg leuk.
We eten bij een pizzatent zonder naam. Het is zoveel, dat we voor het eerst in ons leven een doggybag meenemen. Het plan voor morgen is, dat we ’s morgens met Trevor op pad gaan. ’s Middags is er in het Hummingbird Resort een of andere party waar je voor uitgenodigd moet worden. Peter is dat en vertelt ook, dat mensen die ‘spontaan' aan komen lopen, uitgenodigd worden om te blijven. ‘Jullie hebben het niet van mij' zegt hij. Natuurlijk niet. We gaan gewoon op de geur af.
We zitten heerlijk buiten op ons terras. Droog, terwijl het miezert. Lekker.

Zondag 27 januariSoufriere
Het regent. Nou heeft het dat wel meer gedaan, maar dat waren kleine buitjes van enkele minuten tot een kwartiertje. Nu ziet het helemaal grijs en het blijft regenen. We zeggen de trip voor vandaag af, want wandelen in de regen vinden wij niet leuk. Je ziet dan ook niks. Wel fijn, dat we op ons terras kunnen zitten. De temperatuur blijft goed. Zo’n regendag blijkt in dit seizoen erg ongebruikelijk te zijn.
Er klinKleine duivelkt hele harde muziek uit de kerk. Tussen de buien door lopen we naar de supermarkt, die ’s morgens open is. We vinden twee paraplu’s in het huis, maar hoeven ze niet te gebruiken. Voor de rest is hier op zondag niets te doen. Alle winkels en veel restaurants zijn dicht. Voor het eerst in de vakantie, dat we tijd hebben om te lezen.
Het blijft de hele dag regenen. We doen dan ook niets. We gaan zelfs ’s avonds niet naar de bar. We zien het Nederlandse cruiseschip De Koningsdam voorbij komen voor een fotomoment. We warmen de overgebleven pizza op en eten die lekker buiten op. Nadeel is, dat je dan moet afwassen: één bord en één mes.
Aan het eind van de middag komen er hagedisjes, die een gele keelzak opzetten. Ze worden kleine duivels genoemd en komen altijd in paartjes. Mooi gezicht. Het gefluit, dat we ’s avonds horen als het donker is, blijkt van een klein boomkikkertje te zijn.

Maandag 28 januariSoufriere
De zon schijnt weer. In de haven is de Seacloud komen liggen, een viermaster. Mooi zoals hij naast de Piton ligt.
Trevor haalt ons op en rijdt naar de Tet Paul Trail, een wandeling die in de natuur is uitgezet. We krijgen een gids mee, die ons alle planten toont: zoete aardappel, sla, wortel, mango, ananas, papaja, cacao, kokosnoot, avocado, banaan, limoenen. Op het hoogste punt hebben we prachtig uitzicht op beide Pitons en de Sugar Beach.
Er komt een andere gids langs met twee toeristen. De gids geeft ons een hand, want hij herkent ons uit het restaurant. Het schijnt dat het hele dorp over ons praat. Lachen.
Sulphur SpringsAntiliaanse kuifkolibrieWe rijden door naar Sulphur Springs, ’s werelds enige drive-in vulkaan. De krater van de vulkaan is met de auto te bereiken. Er is continu vulkanische activiteit, waardoor meerdere zwavelhoudende heetwaterbronnen en modderpoelen zich hier gevormd hebben. Als je wilt, kun je er badderen. Dat doen wij niet. We kijken naar de stinkende pruttelende modderpotjes, terwijl een gids het verhaaltje er bij vertelt. Ze noemt allerlei plaatsen met dezelfde soort vulkaan: Nieuw-Zeeland, Yellowstone, Santorini als voorbeeld. Daar zijn we allemaal geweest.
We laten ons door Trevor afzetten bij Anse Chastanet Beach. Dit schijnt een mooie snorkelplaats te zijn. Alleen nu even niet. Het hele water is meters uit de kust bedekt met bruine algen. Er liggen grote hopen op het strand en een bulldozer is hard bezig om het schoon te krijgen. Wij zijn bang, dat het weinig helpt.
We wandelen terug en genieten van het uitzicht op beide Pitons en de zeilschepen er voor. De wandeling is goed te doen, omdat we nu grotendeels naar beneden lopen. Omhoog lopen is een ander verhaal. Het is, zoals altijd, erg warm. In een struik zien we een Antilliaanse kuifkolibrie. Mooi.
Als we naar het dorp lopen, zien we heel veel mensen op het kerkhof. Er is een begrafenis van man van 43 jaar. Iedereen is min of meer in het zwart. We zien een enkel heel net pak. Na afloop gaat de stoet terug naar de wijk. Een auto met harde muziek vergezelt de mensen. Iedereen loopt er uitgelaten dansend achteraan. Vieren ze, dat zij nog leven? Dat dansen schijnt niet gebruikelijk te zijn, zeggen de mensen. Het komt uit New Orléans, schijnt het.
Peter vindt het met ons erg gezellig en wij met hem. We horen van gebruiken en mooie plekken. Hij kent iedereen. Leuk.
We eten bij Pier 28. Als wij binnen komen, is er niemand. Het personeel hangt met telefoons aan de bar. Binnen kwartier zijn er vier tafels bezet. Grappig. Het eten is prima en goedkoop.