Amerika

Artikelindex

Zaterdag 12 januariNaar St. George’s (Grenada)
Trinidad & Tobago zit er op. Op het eind van de reis komen we nog een nacht terug.
We tanken benzine en zien als we weg rijden geen verschil in de meter. Het is hier gebruikelijk dat een pompbediende tankt. Je zegt hem of haar voor hoeveel geld er getankt moet worden en we hebben het idee, dat ze niets gedaan hebben. We gaan terug en eisen benzine. Na wat gemor krijgen we dat. Omdat nooit iemand uit de auto stapt, is het natuurlijk heel makkelijk om iedereen (iets) te weinig te geven. Snel verdiend.
De auto leveren we in op de luchthaven. Drie kwartier zitten we in het vliegtuig te wachten. We vertrekken op tijd. We vliegen met Liat. De lokalen maken er hier ‘Late In All Times’ of ‘Luggage In Another Town’ van. Blijkbaar gaat het nogal eens mis. Vandaag gaat alles goed.
We vertrekken naar Grenada, dat drie kwartier vliegen naar het noordoosten ligt.
Er hangen allemaal biljetten wat je niet mee mag nemen. Vloeistof staat daar niet bij. Ons flesje water moeten we desondanks in een prullenbak gooien en mag niet mee. Surinam Airways en Caribbean Airlines hadden er geen moeite mee. Omdat de prullenbak ná de controlebalie staat, vissen we het flesje er weer uit en nemen het gewoon mee. Over controle gesproken.
Keith, de vaste chauffeur van ‘ons' zeilschip de Horta staat keurig te wachten. Hij belt het appartement om te vragen waar het is, terwijl wij een beschrijving hebben.
St. George’sHet is een mooi appartement, Casa Calypso, met vanaf het grote terras schitterend uitzicht op de baai van Saint George's. Op Grenada kunnen we water uit de kraan drinken. Het appartement ligt iets hoger en er gaan voetgangerspaadjes naar de weg beneden. De één is van gras en stenen en wat lastiger te lopen, de ander een mooi paadje met traptreden en verlichting. Via zo'n paadje gaan we naar de marina waar een atm is. We pinnen Oost-Caribische dollars. 100 XCD = € 33,50. We drinken een Carib voor 8 XCD.
’s Avonds eten we bij Patricks een hapjesmenu. We krijgen een kleine twintig kleine typisch Caribische gerechtjes. Op deze manier leren we een heleboel over het eten in één keer. Een Carib kost hier 6 XCD.
Als we terug lopen naar het appartement, loopt een jonge vrouw een stukje mee. Waar we vandaan komen, wil ze weten. 'Oh Netherlands, thats were they make the Heineken'.
Met het Groninger lampje zitten we nog even op ons terras naar de lichtjes van St. George’s te kijken.
We horen het getoeter van een grote cruiseboot die vertrekt.

Zondag 13 januariSt. George’s
Een rustige dag. We gaan st. George’s in wat vijfentwintig minuten lopen is.
We draaien een wasje in de machine van 16 liter. Alles is weer schoon.
Het regent zowaar twee minuten. Je wordt er niet echt nat van.
St. George'sBij het fort, dat nu dienst doet als politiebureau, voorkomt een agent, dat we door de uitgang naar binnen gaan. Er staat boven een aantal kanonnen en we hebben mooi uitzicht op de pier waar twee cruiseschepen liggen. Aan de andere kant hebben we prachtig uitzicht over de stad en de baai. Iedereen betaalt in USD, wij XCD. Overal zien we taxibusjes rijden met mensen van de boot. De drukte in de stad valt mee. Wel denkt iedereen, dat wij op boot zitten. ‘Hoe laat vertrekt de boot?’ horen we regelmatig.
Van twee schooljongetjes kopen we een flesje koud water.
Het is zondag en alles is dicht. Het terras bij de markt is open. Aan de ene kant zitten de lokalen naar sport op de tv te kijken, die keihard aan staat. De toeristen zitten aan de andere kant, waar het een stuk stiller is. Men lokt de mensen naar binnen met gratis wifi.
Het bier wordt steeds goedkoper. Op de markt betalen we 5 XCD, bij de sunsetbar 4 XCD. Ik geloof niet, dat de bar zo heet, maar wij kijken er naar de zonsondergang. Vanwege de zondag sluiten ze om 19:00 uur.
Veel restaurants zijn ook dicht en we eten weer bij Patricks waar we worden herkend. Vandaag eten we een gewone schotel.

Maandag 14 januariSt. George’s
Petit AnseGrenada is een land van kruiden en planten. Er is met de tornado van 2005 veel vernield, maar men komt er weer bovenop.
Keith is vandaag onze chauffeur en gids. In een lekker rustig tempo rijdt hij ons zijn eiland over. Hij kent alle planten van naam, weet van elk gebouw de bestemming en kent de mooiste plaatsjes. Iedereen kent hem. Eerst gaan we naar de Concord Waterfall. Deze is niet heel hoog en niet bijzonder.
In Gouyave bezoeken we de nootmuskaatfabriek. Die noten komen oorspronkelijk uit de Banda-eilanden in Indonesië. We zien de bolletjes in de bomen hangen. Binnen wordt de bast verwijderd, de foelie apart verwerkt en de noten gesorteerd.
In de buurt van Victoria krijgen we een tour door de chocoladefabriek. We mogen chocolade met verschillende percentages proeven. Die van 100% is wel erg bitter.
Aan de noordkant van het eiland zien we bij Petit Anse in de verte de andere eilanden van Grenada liggen. Hier komt de Atlantische Zee bij de Caribische, wat altijd veel golven oplevert.
Overal waar we komen, hangen vlaggen in rood, groen en geel ter herdenking van de onafhankelijkheid van Groot-Brittannië in 1974. Via Bathway rijden we naar Lake Antoine, een kratermeer. CacaoIn de buurt ligt de River Antoine Rum Distilleerderij. Hier maken ze rum voor de plaatselijke markt. Het duurt slechts twee weken om dat te maken. Men gaat net zo lang door tot er een sterkte van 75% is bereikt. We proeven drie soorten van 69%, 75% en een rum punch met passievrucht 16%. Die van 75% is zachter dan die van 69%. Ze stoken alleen lichte rum, geen donkere rum die gerijpt wordt op houten vaten. Vanwege het hoge alcoholpercentage mag die 75% rum het vliegtuig niet in.
Overal zien we ‘total loss’ auto's. Dat doet ons weer denken aan onze auto.
Bij Moya rijden we van de weg af, een oude landingsbaan op. Er lopen koeien en het asfalt wordt nu alleen nog gebruikt voor rijlessen. Grand Etang N.P. ligt meer in het binnenland. Als we terugkomen van een wandelingetje, vragen we het toegangsgeld terug. Het museum wordt verbouwd en is half gesloten en de trappen van de uitkijktoren zijn gebroken en is daarom dicht. Meer is er niet te zien. Ze doen niet moeilijk over de teruggave.

Dinsdag 15 januariSt. George’s
We ontbijten ’s morgens vroeg op het terras met uitzicht op de baai en Saint George's.
Het terugkrijgen van het statiegeld voor de lege flesjes in de supermarkt gaat ook op z’n Caribisch. Bij de ingang van de supermarkt waar je je rugzak zou moeten inleveren, schrijft een dame swingend op de muziek een bonnetje uit voor de lege flesjes. Je moet dat bonnetje ondertekenen en krijgt dat mee. De doordruk blijft achter. Bij de kassa lever je het bonnetje in. Vervolgens komt de manager van de supermarkt een geheime code op de kassa intoetsen waarna het meisje van de kassa het aantal flesjes en daarmee het statiegeld verrekent.
St. George's’s Morgens kopen we bij een watersportzaak allebei een snorkelmasker. ’s Middags houden we siësta, werken ons verslag bij, kopiëren foto's. Aan het eind van de dag lopen we naar de markt. Het is nu aanzienlijk drukker dan afgelopen zondag. Vooral bij het busstation. Er staat zelfs een file van auto’s de stad in. De markt valt wat tegen. Men is duidelijk gericht op de cruiseschepen die er nu niet zijn, gelukkig. Er zijn wel wat kleurrijke figuren te zien: een hele dikke vrouw met grote tits en hips, slapende tieners, Mannen dragen mooi rastahaar. Er zit, naast de zaakjes met kettingen, kruiden en sjaaltjes, ook een horlogemaker. Van Lia’s bandje was het pinnetje verdwenen en deze meneer heeft een klein bakje met allerlei ondefinieerbare onderdeeltjes. Hij kan er een nieuw pinnetje inzetten. Hadden we de afgelopen dagen soms het idee, dat we lichtelijk getild werden, hier is dat zeker niet het geval: gratis. Hij zou het wel fijn vinden als we hem in het gebed zouden noemen. Doen we.
We eten en drinken bij Sails aan de waterkant. Niet goedkoop, maar erg lekker.
Met busje nummer 1 gaan we terug. De busjes rijden een vaste route en hebben een vaste prijs, ongeacht de afstand. Binnen redelijke grenzen dan. 5 XCD voor samen. Er zit een bijrijder in, die een klap op de deur geeft, zodat de chauffeur weet dat hij moet stoppen. Ideaal.

Woensdag 16 januariNaar Carriacou
Met de Osprey-veerboot varen we naar Carriacou, een eiland ten noorden van Grenada. Je moet boven aan de rechterkant gaan zitten voor het mooiste uitzicht, zegt men. We zijn rijkelijk vroeg en hebben de stoelen boven voor het uitkiezen. We smeren ons in, zonnebril en petje op en we kunnen vertrekken.
Het is twee uur varen voor 80 XCD p.p. Een kaartje koop je bij de boot bij een mevrouw die langs de treeplank achter een tafeltje met een parasol zit. Reserveren is niet nodig. We zitten net boven in de buitenlucht als het begint te regenen. De lucht is blauw, geen donkere wolken te zien. Wel een mooie hele regenboog boven de stad. De regen mag geen naam hebben en we worden er amper nat van.
We vertrekken twintig minuten te laat om 9:20 uur. De eerste mensen zitten al aan het bier.
De zee is niet heel ruw, maar af en toe krijgen we toch een plensje water over ons heen. We gaan maar aan de andere kamt zitten. We hebben mooi uitzicht over al de eilanden van Grenada.
HortaOmdat we onze rugzakken mee naar boven hadden genomen, zijn we als eersten de boot af. Harm en Lizzy van de Horta zijn daar erg blij mee, want telkens als zij gasten krijgen die hun koffers in het ruim hebben laten zetten, blijken er kakkerlaken mee te komen. De Horta is een zeilboot die we voor de komende week hebben gehuurd.
Harm ziet de boot aankomen en we zien hem met het bijbootje aan komen varen. We verkennen de twintig meter lange boot en we zijn blij, dat we de enige gasten zijn. We krijgen de grootste hut met een bed voor Martijn van 2.30 meter lang. Er is een extra bed waar we de bagage op kunnen zetten. Lekker.
We maken kennis tijdens een sapje en daarna krijgen we soep en een broodje.
Harm brengt ons naar de wal en met Lizzy rijden we Carriacou rond. We gaan met de plaatselijke busjes eerst naar het zuiden waar we groente kopen. Het blijkt niet altijd mee te vallen om te kopen wat je wilt. Veel is er gewoon niet. Met een volgend busje gaan we naar Hillborough, de ‘hoofdstad’ van het eiland waar tot twee maanden geleden de veerboten aan kwamen. Lizzy kent iedereen, gaat allerlei mensen langs, vertelt, dat ze pas half juli terug komen en dat 1 augustus de fair zal worden gehouden. Grappig. We zitten met negentien mensen in zo ’n klein busje.
We bekijken nog de mangrovekreek waar bij orkanen wel 500 boten kunnen schuilen, wat dan ook regelmatig gebeurt. Tijdens de zonsondergang houden we happy hour met een drankje en een hapje. Er zijn geen wolken aan de einder en we zien de zon in het water zakken. Bij het allerlaatste stukje licht verschijnt er heel kort een groene flits. Dat zie je alleen bij onbewolkte ondergangen. Bijzonder vreemd.
Er wordt voor ons gekookt. We hoeven helemaal niets te doen. Lekker.
Tijdens het borrelen zitten we buiten op het dek. Het waait wel een beetje en we moeten de chips snel opeten anders waaien ze weg. We eten later binnen.