Namibië

3 t/m 30 oktober 2004

NAMIBIË is gelegen aan de zuidwestkust van het Afrikaanse continent. In de 19e eeuw is het gekolonialiseerd door de Duitsers en stond het bekend als Suid-West-Afrika. Na de Eerste Wereldoorlog is het gebied onder Zuid-Afrikaans bestuur gekomen en sinds 1990 is het land onafhankelijk en kennen we het als Namibië.
Dit land is 22 keer zo groot als Nederland en telt slechts 1,7 miljoen inwoners. Een verlaten, uitgestrekt landschap, waar de afstanden tussen de steden, dorpen en gehuchten vaak honderden kilometers is.
Namibië is bijzonder gevarieerd. Een fascinerend woestijnlandschap in het westen met de prachtige rode duinen van Sossusvlei, het wildpark Etosha Nationaal Park in het noorden, in het zuiden de warmwaterbronnen van Ai Ais en de Caprivistrook in het oosten met haar bijzondere flora en fauna.
In het noorden van het land leven nog animistische volkeren zoals de Damara en de Himba. Deze mensen houden nog steeds trots vast aan hun traditionele leefwijze.

Himba-familie, Namibië

RouteNamibie

Zondag 3 oktoberNaar Windhoek

Samen met Wim, Jan en André hebben we bij Untamed Wildlife Safaris een privé-rondreis door Namibië geboekt. Wij hebben geen zin in een grote georganiseerde groep en ook geen zin om zelf te rijden en hebben daarom een auto met chauffeur annex gids annex kok en kampeerspullen gehuurd. Zuid-Afrikaanse Heidi, een afgestudeerde biologe, zal ons vier weken door het land leiden en ons allerlei mooie plekjes laten zien. Zij wordt geassisteerd door Naftali, een donkere San-man.
Om 16:00 uur haalt Wim ons op en via zijn huis brengen Joke en Carla ons naar Schiphol. Wij vinden Jan en André en gaan inchecken. We zijn net voor twee grote groepen, dus dat treffen we. Daarna drinken we een biertje/koffie met z'n allen en om 19:30 uur vertrekt ons vliegtuig naar Londen. Daar vliegen we met SA om 22:30 uur Nederlandse tijd (een uur te laat) naar Johannesburg in Zuid-Afrika.

Maandag 4 oktoberNaar Windhoek

Toch komen we hier maar een kwartier te laat aan. De vliegtuigstoelen zijn erg smal; voor de rest is het prima. Iedereen heeft een eigen videosysteem, waarop we films kunnen kijken en spelletjes doen. We slapen beter dan normaal in een vliegtuig. In Johannesburg is het dezelfde tijd als in Nederland en zo'n 25º.
We moeten een poosje wachten en gaan geld wisselen. We wisselen euro's voor ZA-rand (100 rand = € 15), ZA-rand heeft dezelfde waarde als de Namibische $. De rand kun je ook in Namibië gebruiken. Andersom niet. Jan koopt een vogelboek voor de helft van de Nederlandse prijs.
Om 13:30 uur vliegen we naar Windhoek, de hoofdstad van Namibië. Het is niet helemaal helder onderweg en we zien niet zoveel. Om 15:30 uur zijn we er. Het is droog, zonnig en warm (30º).
Gelukkig is alle bagage er en we worden door Heidi opgewacht: 'aangenaam kennis'. In een auto rijden we naar het Chameleon hotel in Windhoek, een klein backpackers hotel met zwembad(je) en bar. We proberen meteen het plaatselijk bier: Windhoek Lager en Tafel Lager. Smaken allebei prima. Een flesje kost N$ 6 (€ 0,90).
Om 19:30 uur neemt Heidi ons mee naar Le Hermite, een typisch Afrikaans restaurant, waar we verschillende stoofpotjes eten. De witte wijn (Zonnebloem) vinden we erg lekker.

Dinsdag 5 oktoberNaar Kalahari - Giant's Playground

Er is een selfservice ontbijt met brood, boter en jam. Er staat ook een grote koelkast waar je zelf meegebracht eten in kunt bewaren. We maken koffie en thee en wassen alles weer netjes af.
De auto heeft nu een aanhanger en onze tassen worden daar bovenop geladen in een grote zak, zodat het stofvrij is. In de aanhanger zitten de kampeerspullen en alles wat maar enigszins nodig zou kunnen zijn.
Heidi en Naftali spreken Zuid-Afrikaans, wat klinkt als een grappig Nederlands en misschien nog wel meer Belgisch dialect. Als we allemaal wat langzamer praten, kunnen we elkaar aardig verstaan.
Goed 8:00 uur vertrekken we naar het zuiden, naar Keetmanshoop. De jacaranda staat volop in bloei. Hoe verder we naar het zuiden rijden hoe droger en warmer het wordt. Het landschap is mooi, de enkele boompjes steken erg af tegen het gele gras. Af en toe zien we wat dieren, veel vogels, een paar struisvogels. Veel nestjes en grote nesten in de bomen van respectievelijk de gewone en sociale wevers. Een strak blauwe lucht, geen wolkje te zien. Erg warm.
Ondergaande zon bij het kokerbomenbos, NamibiëWe stoppen regelmatig: tanken, koffie drinken (iedere dag is het mandje gevuld met thermoskannen, kopjes, koffie, thee, suiker en melk), lunch (brood met worst, kaas, tomaat, mangochutney en 'slaai' van 'rotkohl mit äpfel'). De weg is een goede asfaltweg; het laatste stukje is gravel wat erg stoffig is.
Bij het kokerbomenbos kamperen we en zien we onze eerste slang, eekhoorns en een wrattenzwijn. Ook mooi gekleurde parkietjes. We zoeken een plekje op de camping. Ruimte genoeg, bijna geen andere mensen en die zitten minstens vijftig meter verderop. We besluiten om in de open lucht te gaan slapen en zetten dus geen tent op. Heidi denkt dat het veilig is.
We wandelen naar het kokerbomenbos hier op de camping. De bomen zien er vreemd uit. Ze zijn zo ooit door de Bosjesmannen genoemd. Tegen vijven gaan we naar de ingang van de camping waar een paar cheeta's in een kooi zitten die dan gevoerd worden. Als ze een grote brok vlees hebben, mogen we het hok in en Lia aait er eentje. Mooie beesten.
We rijden verder naar het Giant's Playground waar allerlei grote rotsen op elkaar gestapeld zijn. In het avondlicht kleuren ze mooi. Er staat een enkele kokerboom tussen. We zien een paar stokstaartjes, waar Heidi helemaal lyrisch over is, omdat die hier zo zeldzaam zijn.
Terug op de camping is er een mooie zonsondergang met op de voorgrond een paar kokerbomen. We drinken een paar koude biertjes die in de koelbox bij het ijs heerlijk koel zijn gebleven. Op de camping staan enorme stenen tafels en braais, stenen barbecues. We eten gepofte aardappel met knoflookboter, casselerrib en broccoli. De groente hier is duurder dan het vlees. Heidi is dan ook blij dat er geen vegetariërs in de groep zitten. Tijdens het eten zitten er heel veel libelles en andere vliegbeesten in het eten en in de wijn. We plukken er tientallen uit.
We zoeken buiten een plaatsje om te slapen onder de sterrenhemel. Het is onbewolkt en de maan komt pas later op, zodat we een prachtig zicht hebben op het firmament met een duidelijke melkweg. We worden regelmatig wakker van een kudde schapen die een paar keer komt langs geblaat. Verder slapen we goed.

Woensdag 6 oktoberNaar Fish River Canyon

Het is prachtig wakker worden zo onder de blote hemel. 'It kan nie mooier nie'.
In Keetmanshoop gaan we eerst boodschappen doen voor de komende twee dagen: brood, kaas, worst, drank. Water hoeft niet. Dat kun je hier overal uit de kraan drinken.
Het is bewolkt vanochtend, wel een lekkere temperatuur. Heidi moet 'even' naar het postkantoor, maar daar staat een enorme rij. Wij pakken ondertussen de boodschappen beter in en lezen de krant, die grotendeels in het Zuid-Afrikaans is. Leuke woorden in het Zuid-Afrikaans: het graafje (het schepje), robot (verkeerslicht), flikker (knipperlicht), worshondjies, vuurhoutjes (lucifers).Struisvogel, NamibiëVandaag rijden we naar Fish River Canyon, nog verder naar het zuiden. Nog steeds is er een asfaltweg. Het is de 'drukke' doorgaande weg naar Kaapstad. Heidi vindt dat er veel verkeer is: iedere vijf minuten zien we een auto...
We zien onderweg veel geel gras; er is veel regen geweest de laatste regentijd. Er staan hekken langs de kant: lage hekken tegen de jakhalzen die het vee van de boeren aanvallen en hoge hekken tegen de antilopen. Er komen langzamerhand meer heuvels en we zien een enkele verdwaalde kokerboom. Er staan veel lage struikjes, heel af en toe een paar huizen. Alle rivieren die we tegenkomen staan droog.
Tegen elven wordt het weer zonnig en begint het weer flink te waaien. Net als gisteren zal de wind weer gaan liggen als het donker wordt. Onderweg zien we dassen, kudu's, gemsbokken, steenbokken en een struisvogel.
Op de camping staan een paar grote safaritrucks. Dan vinden wij dit zo met z'n vijven toch een stuk beter. We gaan eerst lunchen en daarna zetten we de tenten op, grote driepersoons koepeltenten. We zetten ze goed vast want het waait stevig. De camping heeft veel bomen waaronder we de tenten opzetten. Er is zelfs een klein zwembadje. Er komen steeds meer trucks en een paar auto's.
Alle snoep van iedereen stoppen we in een grote zak, omdat die hier in de auto beschermd moet worden tegen de bavianen. Alles bij elkaar een grote zak vol.
Goed zes uur bereiden we het eten voor en nemen er een biertje bij. Overal staan weer braais en er staan ook banken. We eten overheerlijke kip met aardappels en salade. We drinken er witte en rode wijn bij. Het wordt wat frisser en er staat veel wind zodat we lange broeken en fleecetruien aantrekken. Vroeg naar bed, want morgen moeten we weer vroeg op.

Donderdag 7 oktoberFish River Canyon

Het eten wordt pas op tafel gezet als iedereen er is. Tegen de bavianen zeggen ze, maar die zien we niet. Misschien komt dat door het weer: het is fris, laaghangende bewolking en het regent zelfs wat. Fish River Canyon, NamibiëEn wij gaan naar de canyon, waar we helder weer willen hebben! Goed 7:00 uur vertrekken we. Op het Hikers Viewpoint zien we wel wat, maar het is niet geweldig. Het regent nu echt, het waait flink en het is koud! We zakken wat verder de canyon af en even later heeft de wind toch hard genoeg gewaaid om de wolken te breken. Tegen de tijd dat we bij Eagle's Rock zijn, komt de zon door. Met de vele wolken ziet de canyon er schitterend uit. De Fish River Canyon is een aaneenschakeling van poeltjes met water in deze tijd van het jaar. Normaal gesproken zou het nu te warm zijn en mag je in deze periode niet in de canyon wandelen. We rijden verschillende uitkijkpunten af en het wordt goed helder, waardoor we mooi uitzicht hebben. We blijven een hele tijd bij Eagle's Rock genieten en we drinken er de meegebrachte koffie en thee.
Op de terugweg zien we een stuk of zes springbokken die hun naam alle eer aandoen door er hoog springend vandoor te gaan. 'Pronki' noemen ze dit in het Zuid-Afrikaans. Ook zien we een korhaan die vrolijk over de weg marcheert en niet aan de kant wil.
Was het gisterenavond vrij druk op de camping, bij terugkomst staan alleen onze tenten er nog maar. De rest is allemaal weg. Maar het duurt niet lang of de eerste overlandtruck komt alweer aangereden. Daarom gaan we snel douchen, want nu is er nog ruimte genoeg. Alleen is het water bij de heren koud, waar ze niet blij mee zijn. Bij de dames is het gloeiend heet. In de zon is het lekker warm, maar als die even verdwijnt en in de schaduw is het fris, want het waait nog steeds goed.
We lunchen heerlijk met roerei, kaas, gebakken tomaat, worst, tomaten- en vijgenjam. We eten veel meer dan thuis. Zal wel door de buitenlucht komen.
's Avonds gaan we nogmaals naar de canyon. Het is vrij bewolkt, maar het zicht is vrij goed. We wachten met een biertje in de hand op de zonsondergang, die helaas niet kleurt. Het is koud, terwijl Heidi 40º had verwacht.
We eten vandaag de plaatselijke maïspap met tomatenuiensaus en 'bratwurst'.


Vrijdag 8 oktoberNaar Naukluft N.P.

We breken vroeg op, vullen onze waterzakken onder de kraan en vertrekken richting Solitaire. Het is een wolkenloze, warme dag. We zien verschillende groepjes springbokken en een cobra. Daar stoppen we voor maar als we omgedraaid zijn, zien we alleen de sporen op de weg. Verder zien we arenden, kudu's, struisvogels, haviken en veel vogelnestjes in telefoonleidingen.
Na de lunch krijgt de aanhangwagen een lekke band. Van de nieuwe band blijkt het ventiel niet goed aan te sluiten. Het wordt provisorisch gemaakt met wat bandjes.
In Maltahohe worden wij afgezet, terwijl Heidi en Naftali de band gaan laten maken. Wij gaan bij een souvenirshop kijken en lopen daarna door naar de Pappot, waar we buiten onder de druivenstruiken wat eten en drinken. De Zuid-Afrikaans taal blijft leuk.
Het landschap wordt steeds wat groener, meer bosjes, soms hele gele acaciastruiken. Er is niets op de weg: ongeveer een auto per half uur. Er loopt niemand, er fietst niemand, het is leeg. En het is stil. Buiten de natuur hoor je geen enkel geluid. We zien dassen, jonge elanden, korhanen, rotsduiven, bavianen en grijze loeries. In de auto zakt iedereen af en toe weg. We worden weer wakker als er iemand 'struisvogel', 'aap' of 'vogeltje' roept. De zon schijnt de hele dag, maar het is niet heet. Gewoon lekker.
Zo'n dertig kilometer voor Solitaire rijden we een camping op. Blißkranz heet het hier. Inderdaad, van Duitse eigenaren (die maar gebrekkig Engels praten). Er is verder niemand. De douche wordt verwarmd door een 'donkeyboiler': een houtkachel die we brandend moeten zien te houden. Er zijn ook kamers te huur waar we in eentje kunnen douchen en van de wc gebruik maken. We zetten de tent op en zullen de rest van de vakantie geen haringen meer gebruiken. Na het douchen gaan we Heidi helpen met koken. Vandaag is dat spaghetti en 'slaai'. Zoals elke avond drinken we een biertje voor het eten en wijn bij het eten. Door de koeltas en de zakjes ijs die je overal kunt kopen, hebben we altijd koude drankjes. Lekker. Er is een prachtige sterrenhemel met melkweg en zonder maan.

Zaterdag 9 oktoberNaar Namib-woestijn, Naukluft N.P.

Om 6:00 uur staan we op. Het is stoffig als we de spullen opruimen, de tent afbreken, ontbijten en de aanhanger pakken. Voor de koffie wordt een theezeefje gebruikt zodat de meeste drap daarin achter blijft.
Langzaam rijden we naar het noorden en komen in de Namib-woestijn. Het wordt steeds droger. Er zijn meer bergen met de mooiste kleuren. Vooral 's morgensvroeg en 's avonds kleuren ze mooi in de zon. Het koude weer van de Fish River Canyon kwam uit Zuid-Afrika waar het op de kaap sneeuwde, wat zeer ongewoon is in deze tijd van het jaar. Weer een 'blauwe' dag. Geen wolkje te zien. De enorme snoepzak blijft vol ook al gaat hij regelmatig rond.
We hadden gedacht dat Solitaire een stadje of anders toch een flink dorp zou zijn volgens de kaart, maar het is niet meer dan een benzinepomp, een camping, een koffieshop (een echte) en een souvenirwinkeltje. Heidi wijst ons op een Stanley's buzzard, een 'veldpou'. Zij ziet alles en weet elke vogel en elk beest met naam te noemen, vaak als wij nog maar een stipje zien. TopnarNaukluft N.P. is leeg, kaal, er groeit niets. Af en toe zien we wat kale struikjes, maar dat is het dan. Het waait niet meer en het wordt steeds warmer en stoffiger. We zien regelmatig zandhozen. Bij voorlopig het laatste bosje, de laatste schaduw voor de komende uren, drinken we koffie en lunchen we meteen, hoewel het pas 11:00 uur is. We hadden verwacht dat er in de woestijn niet vele leven meer is, maar we zien heel wat struisvogels. Eentje rent er vlak voor onze auto de weg over. Wat verderop staat een kudde van een stuk of tachtig van die beesten bij een bronnetje tezamen met een aantal gemsbokken. Sommige struisvogels nemen een lekker warm zandbad. Een paar hollen hard weg; ze kunnen zestig kilometer per uur halen. Ook zien we een paar woestijnzebra's, die ons vanaf een afstandje nieuwsgierig bekijken. Wat verder gaan we een wandeling maken in de inmiddels bloedhete Namib-woestijn. Hier staan verschillende welwitschia's oftewel 'tweeblaarkanniedood'. Zoals de Afrikaanse naam zegt, heeft hij altijd twee bladeren, die aanvoelen als leer. Ze groeien zeer langzaam, kunnen twee meter groot worden en tweeduizend jaar oud. Ze staan midden in de droge woestijn en halen hun water uit de condens.
We rijden door naar Homeb Campsite aan de Kuiseb-rivier, een kampeerplaats vlak bij een Topnar-dorpje. Het kamp ligt aan de brede, droge rivier. In de verte zien we de duinen al liggen, maar ze zijn niet helder door het vele stof in de lucht. Weer is er verder niemand behalve een enorme hoop geiten. Er is een bosje, zodat we de tenten in de schaduw kunnen zetten. Niet dat het veel helpt. We gaan de kaarten intekenen en het verslag schrijven. We genieten van de rust. Afgezien van het geblaat van de geiten is het stil. Erg stil. Vanavond hoeven we geen lange broek en trui aan. Het blijft warm en 's nachts koelt het lekker af, zodat we goed slapen in de slaapzak. We eten een stoofpot met schapenvlees, aardappel, rijst en kool. Lekker.

Zondag 10 oktoberNaar Namib rand - duinen

Net als we willen vertrekken, komt er onder de grote steen waar het tafeltje op staat een grote schorpioen vandaan. Zeker twaalf centimeter lang, bruingrijs met gele poten en giftig volgens Heidi. Schorpioen, Namibië We gaan naar de duinen, maar niet naar de Sossusvlei, omdat het daar veel te vol is met toeristen en de duinen zelfs 's nachts niet meer herstellen. Wij gaan naar een ander deel, meer naar het noorden. We rijden door de droge witte woestijn en zien links van de weg de rode duinen. Aan de voet staan groen bosjes met daarboven de blauwe lucht. Wat een contrast. De totale lengte van de duinenrij is zo'n zeshonderd kilometer. Het is een zonnige dag en we zien geen andere voertuigen. Wel enkele dorpjes. Niet meer dan wat hutjes van palen, verroest golfplaat en wat lappen. De geiten worden 's nachts in de kralen gestopt vanwege de hyena's en jakhalzen. Het laatste stuk wordt de vierwieldrive aangezet, we laten de banden van de auto half leeg lopen en we rijden door mul zand op zoek naar een overnachtingplaats om wild te gaan kamperen. Er is wel een camping in de buurt, maar Heidi vindt de beheerder een 'skelm' en gunt hem onze verdiensten niet. Wij vinden het prima. We hebben net een goed plekje gevonden, rijden nog een stukje verder om de auto te keren en komen vast te zitten. Blijkt dat er een moer is losgetrild die de bladveren van de aanhanger zou moeten vasthouden. Heidi rijdt naar Rooibank om te vragen naar een moer en wij sjouwen ondertussen de bagage naar de uitgekozen plek en gaan de tenten opzetten. Eerst moeten we allemaal takken en takjes van de grond verwijderen, want sommige hebben grote, scherpe stekels. Er zitten veel grote zwarte torren. Heidi komt terug met een andere auto met twee mannen die het euvel snel verhelpen. Zandduin , NamibiëDe weg is eigenlijk de rivierbedding en we kamperen er pal naast. De auto laten we midden op de weg staan, wij zitten aan een tafeltje aan de rand, net in de berm. Het ziet er niet uit. Voor de wc moet je een gaatje graven. Het wc-papier moet je verbranden en daarna het gat dichtgooien. We lezen wat en wandelen een stukje. Het enige wat we horen zijn vogels en vliegen. In Rooibank kunnen we grote flessen koud bier kopen. Die krijgen we van André omdat dit zijn eerste reis is.

Maandag 11 oktoberNamib rand - duinen

Vandaag rijden we naar de duinen. Hiervoor moeten we een pad zien te vinden door mul zand en bosjes, het begin van het duinengebied. Het is moeilijk een pad te vinden. Het gebied verandert telkens door de verstuiving van het zand. Heidi gaat telkens een stukje kijken en voelen of het hard of zacht zand is. De lucht is nog wel helemaal dicht getrokken. Geen zon dus. Als we eindelijk bij de goede duinenrij zijn, stoppen we regelmatig om wat te bekijken. O.a. naar de narra, de vruchten waarvan de Topnars leven. We zien ook een olifantenafdruk van langgeleden. Ooit liep hier water door de vallei. We zien veel torren, wat hagedissen en zowaar drie struisvogels, die netjes achter elkaar een duintje ophollen. Zelf lopen we ook een hoog duin op. Gelukkig zijn er geen andere toeristen. De zon is inmiddels gaan schijnen en ineens is de lucht helemaal blauw, geen wolkje meer te zien. Zo snel als dat ineens gaat. Prachtig gezicht met aan elke kant duinen. We gaan de steile duin recht naar beneden af. In het begin loopt dat heel makkelijk en zak je tot halverwege de kuiten in het zand. Het laatste stuk is veel harder en loopt wat moeilijker.
Bij de lunch drinken we bier en we zondigen tegen de regel, want het is pas 11:55 uur. 's Middags houden we siësta.
Tegen vieren gaan we naar Ouma Lydia, een drieëntachtig jarige Topnar-vrouw die in een dorpje hier vlakbij woont. Zij is een van de oprichtsters van het schooltje en regelt nog van alles. Ze woont alleen sinds dit voorjaar haar dochter is overleden, die bij haar inwoonde. De gemeenschap zorgt verder voor haar.
Daarna kijken we nog even naar de duinen, maar het is niet helder, stoffig. De mannen lopen een stuk terug, maar Lia heeft niet de goede schoenen daar voor aan. Met de GPS kunnen ze niet verdwalen.


Dinsdag 12 oktoberNaar Swakopmund
We zitten steeds meer onder het stof. Alles wordt weer ingepakt en de aanhanger en de auto worden ingeladen. De banden worden weer op de goede spanning gebracht en dan rijden we weer. Vandaag gaan we naar Swakopmund. We zien weer asfalt en meer verkeer. In de baai van Walvisbaai staan een hoop flamingo's in het water. Net als gisteren gaat de zon pas om een uur of tien schijnen. Voor die tijd is het frisjes. Hier aan de oceaan staat altijd een koude wind. Het water wordt nooit warmer dan een graad of dertien. Zwemmen is er dus voor ons niet bij. Heidi maakt eerst een rondje door de plaats waarbij ze ons alle belangrijke plekjes laat zien. Darna gaan we naar het hotel, Desert Backpackers Lodge en kunnen we sinds vier dagen weer douchen. We voelen ons dan ook erg schoon. Het hotel heeft een grote groene tuin, waarin het heerlijk toeven is. We gaan naar een grote supermarkt en kopen heerlijke verse broodjes, kaas, salami, tomaten, boter en frisdrank. Ook schaffen we een verloopstekker aan, die alleen in Namibië te gebruiken is. De gewone wereldstekker is hier niet bruikbaar. Zo kunnen we alles opladen en de heren kunnen zich scheren.
Het centrum van de stad is maar klein. Alle huizen zijn ommuurd en de winkels worden zwaar bewaakt met grote hekken. Je moet eerst aanbellen en dan gaat de deur pas open. Er zijn veel souvenirwinkels en 'bäckereien'. De een spreekt ons in het Zuid-Afrikaans aan, de ander in het Engels en sommige in het Duits. Grappig. We gaan internetten (N$ 12 (€ 1,75) voor een half uur). Het weer wordt wat minder, er trekken wolken voor de zon en daardoor is het fris. Veel toeristen zijn er. We moeten weer even wennen aan de drukte. Vergeleken bij thuis is het natuurlijk niks. 's Middags kijken we wat rond in winkels en op de souvenirmarkt. Daar staan allemaal Afrikaanse jongens en in de winkels staan meestal blanken. 's Avonds eten we bij het Brauhaus, een typisch Duits eethuis. Niet alleen de aankleding en de bediening doet zo aan, maar ook de klanten zijn uitsluitend blank. We eten er wild. Vandaag staat er gemsbok op het menu. Het is uitstekend vlees en we drinken er een 'weissbier' en een glas Hanza van het vat bij.

Woensdag 13 oktoberSwakopmund

Om 7:45 uur staan we al weer klaar om naar Walvisbaai te vertrekken voor een rondvaart. Als we daar aankomen (het is nog geen veertig kilometer) gaan we eerst ontbijten. We doen dat in een typisch Duits restaurant met 'kastanjebos'behang. De broodjes (halve broodjes met allemaal ander beleg) zijn om van te smullen. Tegen negenen staan we bij de haven en zien we hoe 'onze' boot te water wordt gelaten. Pelikaan, NamibiëEr gaan in totaal dertien personen mee plus de kapitein. Al snel blijkt dat onze kapitein een behoorlijke hoeveelheid sardientjes heeft meegenomen. Hij gebruikt deze om de verschillende beesten te lokken. We krijgen de schrik van ons leven als de eerste de beste zeebeer bij ons aan boord springt. Binnen de kortste keren zit het driehonderd kilo zware beest parmantig midden op de boot op onze zitplaatsen. Ondertussen krijgt hij sardientjes gevoerd. Na zijn voorstelling vertrekt hij weer met een plons het water in en zwemt mee in de slipstream van de boot. Iedereen noemt deze beesten zeeleeuwen, maar het zijn zeeberen. Het verschil zit hem in de oren: een zeebeer is een zeehond met oortjes. Naast deze zeeberen eten ook de meeuwen en een aalscholver uit de hand. We zien ook flamingo's, twee soorten dolfijnen, waarvan er een soort (de grootste) een heel eind met ons mee zwemt. We varen met drie boten naast elkaar en de dolfijnen volgen in onze kielzog kilometers lang. Ook zien we een paar pinguïns en hele mooie witte pelikanen, die heel sierlijk aan komen vliegen. Degene met de oranje ogen zijn de mannetjes en de jongen zijn helemaal grijs. Op de landtong liggen hele kolonies zeeberen. Goed 11:15 uur krijgen we wat te drinken en we wijken helemaal van ons principe af: we gaan aan het bier. Even later krijgen we champagne met oesters. Daarna volgt een hele schaal met lekkere broodjes en nog meer champagne.
Het is eigelijk te koud voor de tijd van het jaar. Het hoort 40º te zijn, terwijl het amper 20º is en bewolkt.
's Middags gaan we naar het Marine Museum. Een mooi aquarium waar je deels onderdoor kunt lopen. De toegangsprijs voor Namibiërs is N$ 10 en voor de rest van de wereld N$ 30. Het ziet er wel mooi uit. Veel verschillende vissen, schildpadden en twee grote octopussen die als plumpuddingen onderuitgezakt liggen. Jammer dat ze niet bewegen.
We kopen bier voor twee avonden en wijn voor vier avonden en gaan vervolgens naar een kleine baai aan de rand van de stad. Er staan veel flamingo's waar je aardig dicht bij kunt komen (de roze is een kleine soort, de witte een ander, groter soort). Ook veel andere vogels zoals de 'bont elsie' (kluut).
Bij het hotel halen we nog wat biertjes uit de koelkast bij de bar. Dat mag je zelf doen als je het maar opschrijft.
's Avonds eten we bij Eurohof, een Beiers uitziend hotel-restaurant. We bestellen twee enorme visschotels die normaal voor vier personen zijn. Zelfs met z'n zessen krijgen we ze niet leeg. Er ligt van alles op: oesters, kreeft, garnalen, kabeljauw, zeeduivel, enz. Ook de saladebar valt in goede aarde. Van Gerda en Carlo krijgen we via sms de uitslag van Nederland-Finland door: 3-1. Leuk.

Donderdag 14 oktoberNaar Twyfelfontein

De route wordt enigszins aangepast. We gaan hier wat sneller, zodat we straks meer tijd hebben in Bushmanland. De zon schijnt eindelijk. We gaan eerst weer broodjes eten in een ''bäckerei' samen met een kopje koffie. Daarna vertrekken we naar Twyfelfontein. Zodra we het binnenland in gaan, gaan we langzaam maar zeker omhoog en wordt het flink warm. Het wordt weer erg rustig op de weg. We rijden dwars door de woestijn en rechts zien we Spitskoppe en links de Brandberg liggen. Het is een kale woestijn met wat springbokken en grotere kraaien dan bij ons. De weg is weer onverhard en dus stoffig.
Vandaag verliezen we een moer van de treeplank, zodat die met een spin wordt vastgebonden. Bij het tankstation in Uis start de auto niet meer.Herero, Namibië Hagedis, NamibiëGelukkig is er een garage waar de accu wordt vervangen en de treeplank wordt gelast. Langs de kant van de weg kopen we bij een stalletje een Herero-poppetje. Omdat we er totaal vijf nemen, betalen we N$ 40 per stuk. We mogen foto's van de vrouwen maken, die allemaal te herkennen zijn aan hun kleding. Ze dragen felgekleurde lang wijde jurken en een hoofddeksel met aan de zijkanten twee punten, die de horens van beesten symboliseren.
Als de weg langzamerhand omhoog loopt, wordt het steeds groener. Er groeit gras en er staan volop boompjes. We stoppen bij een 'kopje', een stenen stapel, met rotstekening die ooit door de Bosjesmannen zijn gemaakt. Bij Twyfelfontein zijn ook uitgebreidere gravures te zien.
Het is ondertussen erg warm geworden. We komen bij een camping waar niemand is. We besluiten om buiten te gaan slapen, zodat we snel klaar zijn met ons kampement. Het is een mooie camping, erg schoon, alles aangeharkt, een zwembad(je), en olielampen worden aangestoken en  opgehangen.
We nemen een koud biertje en gaan daarna douchen. Onze voeten zijn binnen een minuut weer stoffig. Dat hou je niet tegen. Er zitten een paar mooi gekleurde hagedissen.
André, Jan en Wim schillen aardappels en halen boontjes af. Iedereen rommelt lekker wat aan en we gaan bij de ingang van het terrein kijken waar drie struisvogels en wat stokstaartjes zitten. We slapen lekker buiten onder de sterrenhemel. Een prachtig gezicht als je 's nachts wakker wordt en allemaal sterren ziet.

Vrijdag 15 oktoberNaar Opuwo

Er zaten wel veel muggen vannacht en als we 's morgens weg willen rijden, zit de auto helemaal vol, terwijl die 's nachts toch dicht is geweest. Gedurende de hele ochtend komen er nog muggen tevoorschijn, waar wij dan fanatiek naar op jacht gaan.
Om 7:30 uur rijden we weer. Het is zonnig en warm. We zien veel rotsformaties die vooral in het vroege ochtendlicht mooi kleuren. Het ligt er vol met stenen en er staan veel struikjes en bomen die er allemaal dood uitzien. We vragen ons af hoe de beesten hier kunnen overleven. Struisvogels, gemsbokken, heel veel springbokken, kudu's, zebra's, korhanen. En natuurlijk geiten. Het is erg stil. Geen verder verkeer. Als we stilstaan horen we helemaal niets. Stilte. Zebra, NamibiëBij Palmwag tanken we nogmaals. Er staat een grote aanhanger met een hoop vaten die allemaal vol moeten. Gelukkig mogen we even tussendoor. Helaas zien we geen woestijnolifanten. In een rivierbedding wel tientallen struisvogels. Af en toe een Herero-dorpje. We zien de bont gekleurde gewaden van de vrouwen met hun aparte hoofddeksels in dezelfde stof als de jurk. Een dorpje stelt niet veel voor: een paar gammele huisjes, wat vee. Later zien we Himba-dorpjes die bestaan uit ronde hutjes, van leem, mest en stro, een paar bij elkaar. Ook zien we de eerste Himba's, helemaal ingesmeerd met botervet, een afgevende rode stof. Met name de vrouwen houden de traditie in ere.
Het in ondertussen 'bloody hot' geworden. We overnachten op de camping bij Opuwo, waar we weer de enige gasten zijn. In verband met de vele aanwezige muskieten zetten we de tenten op. Daarna gaan we naar het centrum om wat boodschappen te doen. We kopen hier water, want dat schijnt hier niet te vertrouwen te zijn. Er is een markt waar verschillende Himba's zitten. We mogen alleen fotograferen nadat we het gevraagd hebben en de mensen willen dan geld zien. Er is een knulletje dat drie woorden Engels kent en voor ons vertaald. We zien een paar traditionele mannen die we op de foto zetten. André geeft een vrouw wat shag voor haar pijp. Dat wordt in de bh gestopt, net als het geld. Sommige geven dat aan anderen en schudden met hun bloes om aan te geven dat ze geen bh dragen.
André en Wim kopen ieder een 'lapzakkie', een stoffen zakje met (uitgedroogde) tabak. Ook kopen we een groot blok ijs en wat extra koud bier, omdat het hier zo warm is. Het is er ook erg stoffig en overdag zien we dan ook veel zandhozen. Sommige tientallen meters hoog. Overal staan grote, metershoge termietenheuvels.
De tent is gelukkig muskietenvrij en we slapen goed.


Zaterdag 16 oktoberNaar Epupa Falls

We horen 's morgensvroeg zowaar een paar druppels regen, maar tegen achten is het weer helemaal helder, zonnig en warm. Vandaag rijden we naar Epupa Falls aan de Angolese grens. Maar eerst weer in de auto op muggenjacht. Wim slaat er wel dertig dood.
De grond is rood en er staan veel boompjes. Sommige dragen blad in herfstkleuren, terwijl het hier lente is. We stoppen bij een Himba-dorpje langs de kant van de weg. Er zijn een paar prachtige Himba-meisjes. Je kunt aan ze zien of ze al menstrueren, of ze al aan een man beloofd zijn, of ze kinderen hebben, of hun (groot)ouders nog leven. De jongens worden besneden en bij zowel de jongens als de meisjes worden de onderste vier voortanden verwijderd, waardoor ze gaan slissen. Dat vinden ze mooi. De enkels zijn het meest intieme deel van het lichaam, meer dan de genitaliën. Ze dragen daar dan ook brede banden omheen.
Het Epupa-kamp is niet groot, maar het is er wel druk, vinden wij. Vier andere groepen zijn er. We zetten eerst de tenten op en gaan dan lunchen met een koud biertje. Het is hier wel heel erg warm!
We kamperen aan de brede Kunene-river. Aan de overkant ligt Angola. Halverwege is een eiland waar een grote krokodil op de oever ligt. We lopen naar de watervallen waar veel meer water door heen stroomt als we verwacht hadden.
Vlakbij onze tent staat een boom die over het water hangt, waar we onze stoeltjes voor zetten. Mooie kleine vogels met grote snavels en lange staarten en kuifjes komen regelmatig aanvliegen. Ook de grijze loerie laat zich zien. De douches zijn lekker. Zonder dak, zodat je je gewoon in de zon staat te wassen. Om een uur of vijf brengt Heidi ons naar een uitzichtpunt waar we een prachtig uitzicht hebben over de waterval. Het is allemaal regenwater uit Angola. Daar heerst een tropisch klimaat en valt er heel veel regen. Er staat veel meer water dan normaal in deze tijd van het jaar, waardoor er heel veel bijvalletjes zijn.
We bekijken een Himba-kerkhof. Men wordt begraven onder een berg stenen en na een jaar komt het eigenlijke graf. Men heeft op honderd koeien één heilige koe. Als iemand dood gaat, worden de heilige koeien van die persoon ook gedood. Na een jaar komen dan de schedels met hoorns op het graf. Bij de mannen steken de horen omhoog, bij de vrouwen omlaag. Vaak worden ze ingesmeerd met het okerkleurige botervet.Himba's worden uitgehuwelijkt. De vrouw gaat bij de man wonen. De vrouw en kinderen zijn voor het werk.Himba, Namibië Himba, Namibië De vrouw neemt vaak minnaars. Kinderen die daar uit voortkomen zijn en blijven van de echtgenoot. Als de echtgenoot van huis moet, kondigt hij ruim van te voren aan dat hij thuis komt. De minnaar heeft dan de tijd om te verdwijnen. Het haar wordt iedere twee maanden opnieuw gedaan. Dat duurt een dag om het vet te verwijderen en een of twee dagen om het opnieuw goed te krijgen.
We bezoeken Maria, een Himba-vrouw die zich van haar man heeft laten scheiden. Ze woont nu alleen met haar kinderen en vee. We maken uitgebreid foto's en kopen een kettinkje dat ooit door een jong meisje is gedragen (N$ 20).
Een paar kinderen verkopen op de camping vers gebakken ovenbroodjes en we besluiten om ons diner van vanavond enigszins aan te passen. Broodjes met worstjes en gepofte zoete aardappel. Het smaakt prima. En zoals elke avond: eerst een biertje, daarna twee flessen witte en een fles rode wijn. Whisky voor Heidi.

Zondag 17 oktoberNaar Galton Gate bij Etosha N.P.

Vandaag rijden we richting Etosha N.P. Het is zonnig en erg warm.
Alles trilt: de auto trilt uit elkaar, wij trillen als plumpuddingen en buiten trilt de hitte. Een schroef van een zijraam is losgetrild en niet meer te vinden. Het wordt provisorisch gemaakt.
Eerst terug naar Opuwo. Omdat het zondag is, zijn de meeste winkels dicht. We tanken diesel, ook in jerrycans die we speciaal daarvoor meegenomen hebben, en nemen een extra grote kan met water mee.
Onderweg zien we wat bavianen en veel neushoornvogels, roofvogels en kleine gekleurde vogeltjes. Er lopen veel geiten en koeien op de weg.
Het laatste stuk kijken we voortdurend naar links omdat daar, achter het hek, het Etosha Park ligt. Kamperen naast Etosha Park, NamibiëWe verbazen ons dan ook als we aan de rechterkant giraffen zien. Er staat een hel om Etosha heen, maar dieren willen nog wel eens 'ontsnappen'. Olifanten, hyena's en leeuwen geven problemen in de omgeving. De rest is niet erg. Voor ons zouden alleen de leeuwen voor 'overlast' kunnen zorgen.
In de middag wordt het bewolkt. Als we bij Galton Gate bij Otjovasandu aankomen, zien we het in het westen regenen. Wij staan naast de poort die toegang geeft tot het Etosha Park. Deze poort is alleen toegankelijk met een speciaal permit dat alleen wordt afgegeven aan toergroepen. Het is half camping, half wild kamperen: er is een terrein met een hek er omheen en een wc. Geen water.
Even later regent het een buitje, niet hard genoeg om de buitentent op te zetten, en het ontweert.
We zijn weer de enige aanwezigen op de camping. We koelen de rode wijn door deze in water gedrenkte sokken te stoppen en in de wind te zetten. Het is geen gezicht, maar het helpt!
We zien een prachtige zonsondergang met mooi gekleurde lucht boven de bosjes. Qua temperatuur is het een heerlijke avond om buiten te zitten.

Maandag 18 oktoberEtosha N.P. - Halali-kamp

's Morgens is het wat mistig. We moeten om 5:00 uur op om om 6:30 uur de poort door te gaan. Die gaat open bij zonsopgang en weer dicht bij zonsondergang. In het park mogen we de auto niet uit en moeten de deuren dicht blijven. Wel hebben we een open dak waardoor we foto's kunnen maken.
Het eerste deel van het park zien we wel dieren: springbokken, bergzebra's, gewone zebra's, roodkuif en zwarte korhanen, verschillende soorten gieren, grote traps (kori bustard), giraffen, sabelantilopen (die hier gewoonlijk helemaal niet zitten), een honingdas met jong, jakhals (ook een dode), hartebeesten, wildebeesten, parelhoenders, secretarisvogels, gemsbokken, struisvogels, steenbokken en twee jonge mannetjesleeuwen. Veel sporen van olifanten, maar die zien we nu niet. We zien een groep springbokken prachtig bij elkaar staan onder een boom. Springbokken, Namibië Springbokken, NamibiëOok een paar gemsbokken staan er bij en ze laten zich allemaal van dichtbij fotograferen. In dit deel van het park zijn de dieren veel schuwer als in het oostelijk deel. Daar zijn ze meer aan mensen en auto's gewend. De meeste tijd zien we geen andere auto's.
We lunchen bij het Okaukuejo-kamp en we gaan bij de waterplas kijken waar veel dieren komen drinken. Door de regen zal het wel wat minder zijn. We zitten net en zeggen tegen elkaar dat het tijd wordt voor een olifant, als de eerste verschijnt, en nog één, en nog één. In totaal vijf mannetjes die komen drinken en een modderbad nemen. Een prachtig gezicht. Er is een olifant met zes 'poten'. Het is een prachtig gezicht hoe de andere dieren de olifanten respecteren. De kleine springbokken zijn nog het minst bang. De kudu's en gemsbokken blijven op eerbiedige afstand.
Op weg naar het Halali-kamp zien we een zittende giraf wat niet vaak voor komt. We overnachten in het Halali-kamp omdat daar de meeste kans is op luipaarden. Deze zullen we echter niet zien.Zebra's, NamibiëOnderweg zien we een poeltje met veel springbokken, zebra's en struisvogels. Het bruine vrouwtje bijt fel van zich af als de zebra's te dichtbij komen. In de verte zien we over de woestijn een olifant op zijn gemak aan komen wandelen. Hij wappert indrukwekkend met z'n oren. Hoe dichter hij bijkomt, hoe meer andere dieren verdwijnen.
De zon is gaan schijnen en het wordt warm. Maar als we naar Halali rijden, wordt het wel heel erg donker. We zetten de tenten op en halen koud bier in de kampwinkel. Heidi raadt ons aan naar de waterplas te gaan, want 'je weet nooit wat er zit'. We zijn er net als het begint te regenen. Even later giet het en we gaan maar terug: we zijn nat tot op onze huid. We trekken wat droogs aan en halen nog maar wat bier. Later lijkt het er op dat het even droog blijft en gaan we nog maar even bij de plas kijken. We zien alleen hyena's en een uil, die wordt aangevallen door twee kleine vogeltjes.
Het is een mooie kampplaats, veel schone wasgebouwen. Bij elke kampplaats is een braai en elektriciteit zodat we alles op kunnen laden. Het water halen we weer uit de kraan. Er staan ook verschillende overdekte picknickplaatsen, waar we kunnen zitten en eten. Wel prettig met die regen.


Dinsdag 19 oktoberEtosha N.P. - Halali-kamp

Om 6:30 uur vetrekken we voor een gamedrive. De bosjes hier zijn laag en de giraffen zie je dan ook al van verre overal boven uit steken. We zien zwarte korhanen, veel grote traps, een secretarisvogel boven in een boom, hyena's. Heidi ziet alles. Elk zwart plukje in de lucht weet ze met naam en toenaam te herkennen. Voordat wij überhaupt wat zien, heeft zij al tien leeuwen geteld. Leeuwen, NamibiëBij een waterplas zitten zestien leeuwen. Een mannetje met wat vrouwtjes en jongen. Eerst liggen ze (vol gevreten) voor pampus, maar even later gaan ze wat drinken. Het mannetje geeft het sein om te vertrekken. De zebra's blijven op eerbiedige afstand staan wachten. Ook een hyena houden ze scherp in de gaten. Bij het water zien we een vrouwtjes zwarte korhaan en een kudde van honderden zebra's. Het is bewolkt en plaatselijk heeft het goed geregend, wat we zien aan de plassen op de weg. De regentijd is erg vroeg dit jaar.
We zien een gele mangoesten. Deze leven samen met grondeekhoorns. De mangoest is een carnivoor, de eekhoorn een herbivoor. Dus qua eten zitten ze elkaar niet in de weg en samen zien ze meer vijanden dan alleen. Er lopen wat springbokken op de weg en wij stoppen om ze beter te kunnen bekijken. Dan beweegt plots het hoge gras rechts van ons en steken honderden springbokken de weg over. Het zijn er 'baie veel'. Het mooie is dat ze er allemaal hetzelfde uitzien. Er zijn enkele hele jonge bij (die normaal pas in december worden geboren). In de bosjes lopen zowel links als rechts van ons olifanten met kleintjes. Verderop nog een stuk of tien met een heel kleintje. Kudu's zitten er ook en wrattenzwijnen, een giraf vlak bij de weg en een paar impala's. Het is erg indrukwekkend allemaal, omdat ze vrij dichtbij zijn en niet weg lopen.
Tussen de middag eten we potbrood. Toen wij op pad waren, heeft Naftali in een braadpan een brood gebakken. Het ziet er uit als zo'n Turks brood alleen wat groter. Het is net zo lekker als het ruikt. Nadeel is dat we allemaal veel te veel eten.
Bij de waterplas staan tien vrouwtjesolifanten waaronder een hele kleine. Olifanten, NamibiëEr is een bron met vers water en de leidster drinkt daaruit. Ze duldt alleen die hele kleine bij zich, de rest duwt ze niet al te zachtzinnig opzij. Er wordt hard getrompetterd. Die kleine mag er ook niet de hele tijd bij. Af en toe komt er een grote poot voor of wordt hij met de slurf weggeduwd. Er staan zes kudu's te wachten. Na een half uurtje durven er drie wat te drinken, de rest blijft op afstand. Het is zonnig en warm. Op de camping zit een grijze neushoornvogel in een bom.
Om 16:00 uur gaan we weer gamedriven. Eerst zien we een giraf en een tweede, een hele grote, die op de weg recht op ons af loopt. Dan ziet hij ons en probeert zich in de bosjes te verbergen. Helaas voor hem steekt hij er half boven uit en blijven we hem zien. Het wordt weer bewolkt en de lucht wordt donker. Het begint weer te regenen. Veel dieren zien we niet. Wel de gewone springbokken, zebra's en gemsbokken.En opeens staan er zo'n vijftien olifanten voor ons op de weg die voor ons uit lopen. En ze gaan niet aan de kant. En dan zijn er achter ons ook nog een stuk of vijf die uit de bosjes zijn gekomen. We zitten midden in een kudde. We stoppen en geven de achterste de kans om ons in te halen en zich bij de voorsten te voegen. Ze zijn enorm groot, wel vier meter hoog schatten we. Steenbok, NamibiëSpringbok, NamibiëOp een paar meter lopen ze ons voorbij. Ongelofelijk dat je ze niet hoort lopen. Ze zijn erg, erg indrukwekkend. Er lopen bullen bij en hele kleintjes.Ze blijven voor ons uit op de weg lopen op hun elfendertigst en de achterste houdt ons voortdurend in de gaten. Ineens blijven ze allemaal op een kluitje op het midden van de weg staan. Ze snuffelen op de grond en sommigen krabben met hun tenen op de grond. Ze blijven een hele tijd staan voordat ze verder lopen en dan langzaam in de bosjes verdwijnen. De achterste staan nog aan de kant als wij ze passeren. Geweldig!We zien twee hele jonge zebra's, twee spelende vossen en een schildpad.
We gaan nog even naar de plas kijken, maar er is helemaal niets. Daarna gaan Jan en André nog en die tellen veertien olifanten. Ze denken dat het dezelfde groep is als vanmiddag.
We eten kip met couscous en pompoen. Het gaat er grif in. Als het voorradig is in de winkels kopen we alleen nog maar Zonnebloemwijn. Zowel de rode als de witte vinden we erg lekker.

Woensdag 20 oktoberEtosha N.P. - Namutoni-kamp

Het heeft bijna de hele nacht geregend. Gelukkig is het binnen zo goed als droog gebleven, ook zonder beschermhoes. Die heeft hier trouwens niet veel zin, want de grond bestaat uit een laagje los zand van twee centimeter en daaronder alleen maar rots. Geen haring in te krijgen. We worden wel een keer wakker van de dassen die de vuilnisbakken omgooien en leeggraven. Zij hebben gewacht tot het droog werd.
We pakken alles nat in, het is gelukkig nu wel droog, en gaan naar het Namutoni-kamp. Onderweg kijken we uiteraard uit naar wild. Het is maar 75 kilometer en we doen hier bijna vijf uur over, omdat we overal stoppen om de dieren te bekijken. Doordat het zoveel geregend heeft, zijn er overal poeltjes ontstaan en drinken de beesten daar. We zien een geelbruin arend (tawny-eagle) en een geelbek neushoornvogel, een steenbok, een moerasschildpad (terrapin), die alleen in de regentijd te zien is, wrattenzwijnen (vlakvark), veel wildebeesten, nog meer springbokken, veel zebra's (ook met jongen), arenden, gieren en een leguaan. Het laatste stuk zitten heel veel giraffen. Honderden giraffen. Blijkbaar zit hier iets in de planten of de grond dat hen bevalt. De vegetatie is echter hetzelfde als in de rest van het park.
Bij de waterplas is niets te zien op een paar hagedissen na. Om 15:00 uur gaan we voor onze laatste gamedrive. Vermeldenswaard zijn de twee blauwe kraanvogels, veel jakhalzen en trappen, drie jakhalzen met twee soorten gieren en een karkas, een duizendpoot van vijftien centimeter. Gemsbok, NamibiëGiraf, NamibiëWe halen bier uit de kampwinkel en gaan naar een plas waar regelmatig giraffen komen drinken. We hebben mazzel. Binnen de kortste keren staan er vier giraffen in een prachtig zonlicht te drinken. Steeds weer komen er giraffen aanlopen en zelfs een hele kleine heel alleen. Die spreidt zijn poten nog niet, maar gaat door de knieën. Geweldig. Ook hier is een rangorde. De giraffen gaan opzij voor een wildebeest. Giraffen en zebra's gaan goed samen. Als we moeten vertrekken om op tijd terug te zijn op de camping, komt er een hele sliert zebra's aanlopen.
Onze tenten zijn intussen helemaal ingebouwd. Iedereen heeft z'n tenten vlak bij ons gezet, terwijl er zo geweldig veel vrije plaatsen zijn. We begrijpen er niets van. Het is gelukkig maar voor één nacht. Het is 's avonds heerlijk weer: een lekkere temperatuur en geen wind. Er lopen jakhalzen op de camping tussen de tenten door.

Donderdag 21 oktoberNaar Bushmanland

's Nachts horen we leeuwen en hyena's brullen. Het is weer gaan waaien en regenen. We moeten om 5:00 uur op en dan spettert het nog maar een heel klein beetje. Alles wordt nat ingepakt, we eten staande ons ontbijt en om 6:40 uur rijden naar het oosten, naar Bushmanland. Die kant ziet de lucht er licht uit. In het park zien we nog veel giraffen en impala's. Na een half uur zijn we het park uit en rijden we weer eens op asfalt. We hebben weer telefoonverbinding en krijgen wat voetbaluitslagen door van André, Gerda en Carlo.
In Grootfontein doen we boodschappen voor vier dagen. Ook moeten we bier en wijn voor ons zelf halen. De auto wordt helemaal vol gestouwd. Ook gaat er honderd liter benzine in de jerrycans op het dak, want in heel Bushmanland is geen benzinepomp te vinden. In Tsumkwe zit een rastaman die een groentetuin onderhoudt. De eerste echte tuin die we zien. Naast de aardappels groeit wiet. Hij heeft stromend water en we vullen alle jerrycans en flessen uit een tuinslang.
We zien een eland in de bosjes en rijden nog zo'n twintig kilometer naar het zuiden en sprokkelen ondertussen hout om te koken. In de buurt van de Nyae-Nyae Pan gaan we wild kamperen. Er staat een soort uitkijktoren en er is een kookplaats. De dichtstbijzijnde mensen wonen in Tsumkwe.
Het is bewolkt, maar de temperatuur is goed. We zetten de tenten op, die snel drogen. We nemen een koud biertje en genieten van de stilte. Op de vlakte zien we wat wildebeesten lopen.
's Avonds horen we ze, ook de uilen, nachtzwaluwen en hyena's.


Vrijdag 22 oktoberBushmanland

Het was een onbewolkte, 'koude' nacht en nu is weer een stralende zonnige dag en meteen weer erg warm.
Na het ontbijt gaan we toeren en we zien niet zo veel dieren, wel veel verschillende. Ze zijn aanzienlijk schuwer dan in Etosha. Bushmanland is de laatste wildernis van Namibië. Vroeger was heel Afrika zo.
Wildebeesten, rode hartebeesten, springbokken, struisvogels, geelsnavel neushoornvogels (ook wel vliegende banaan genoemd), steenbokken, drie roan antilopen, zeven olifanten, bateleur arend, jakhalzen en een parelmoeren uil(tje) en een prachtig gekleurde vorkstaartscharrelaar. Het is prettig dat je overal je auto uit mag. Het landschap bestaat uit gras met boompjes, soms een pan, een vlakte. Soms zie je daar grote olifantenafdrukken en uitwerpselen. Een boel shit. Ineens komen we bij een dorpje. Nou ja, dorpje is eigenlijk te veel gezegd. Een paar hutten met wat Bosjesmensen. De naaste buren blijken toch dichterbij te zijn dan we dachten. Ze hebben een paar kettinkjes te koop van voornamelijk kraaltjes van struisvogeleieren. Deze kraaltjes worden allemaal met de hand gemaakt en zijn toch zowat even groot. Wij kopen een klein snoertje voor maar N$ 5. Ze hebben niet veel kettingen, want er zijn momenteel geen eieren.
Af en toe zien we opeens een baobabboom met wevernesten. De dikste is de Holboom met een omtrek van een meter of dertig volgens Wim. Tot voor kort was Grootboom de dikste, maar die is gevallen. In juni stond hij nog overeind.
In Tsumkwe staan voor de souvenirwinkel veel vrouwen. Het blijkt betaaldag te zijn en ze komen geld halen en proberen meteen hun waren te verkopen. Het centrum is even gesloten, men is naar het postkantoor. We gaan eerst water halen bij de rastaman. Bij een winkel kopen we koud bier voor in de auto, maar we gaan eerst terug naar de souvenirwinkel. Er staan intussen nog meer vrouwen buiten en allemaal hebben ze kettingen van struisvogeleieren te koop. De donkere kraaltjes zijn gebrand. Iedereen koopt een aantal kettingen, want het kost bijna niets. Buiten is het een stuk goedkoper dan in de winkel en daar is het al niet duur. Een ketting van een kleine meter kost maar N$ 20. We kopen nog een hele dikke die kunstig is geregen en een dunne wit met zwarte voor Martijn z'n moeder die over twee weken jarig is. Buiten heeft een vrouw ook een boog met een koker met pijlen te koop. Kost slechts N$ 20. We kunnen onze oren niet geloven en laten het geld zien. Het wordt zowat uit onze handen gegrist en dan is de koop snel gesloten. Afdingen hoeft niet meer. Iedereen blij.
In de auto naar de kampeerplaats, twintig kilometer buiten de stad, drinken we het bier op. Onderweg wordt een paar keer gestopt om brandhout te sprokkelen, waardoor het weer een grote bende wordt in de auto. We zien nog een kudde kudu's en een rennende struisvogel.
Pas om 18:00 uur zijn we terug. We hebben de hele dag geschud en getrild, hebben honderdtwintig kilometer gereden. Van het kamertje in de uitkijktoren maken we een douche: een emmer water met daarin een soort dompelaar die op de accu van de auto loopt. Wat een luxe. We knappen er heerlijk van op. Was het gisterenavond fris door de wind die er stond en hadden we allemaal een trui en lange broek aan, vanavond is het een zwoele avond. Er zijn geen muggen en we blijven in korte broek en T-shirt.

Zaterdag 23 oktoberBushmanland

Via Tsumkwe rijden we vandaag naar het noorden. In het winkeltje verkoopt men snoepjes en sigaretten per stuk. Er hangt een bord bij: 'moenie gooi lekkers papier op de vloer nie'. Als we richting Khaudom rijden, zien we drie olifanten dichtbij in de bosjes. Ze zijn binnen de kortste keren onzichtbaar. We snappen niet hoe dat kan. En dan, jawel, een tegenligger. Gisteren zijn we helemaal niemand tegen gekomen. We zien een opensnavel ooievaar, maraboe, valk (komt in de zomer vanuit Zaïre). We hobbelen weer veel vandaag. Khaudom halen we niet. De weg wordt te slecht en we draaien om.
Vlak bij de weg zit een zangvalk. Alle andere vogels vliegen altijd weg, maar deze niet. En dat willen we wel om zijn vleugels te kunnen zien. De deur openen helpt niet. Pas als Wim uitstapt, vliegt hij weg. Af en toe komen we een bosjesmensendorp tegen. Niet meer dan een hut of tien en geen kettingen in de verkoop. Ze spreken met van die klikklanken die wij niet uit kunnen spreken. Het is een eigen taal, maar toch hoor je af en toe een Nederlands woord er tussen.
Tegen half vijf zijn we weer terug bij het kampement met spinazie, water, bier en hout. De rode wijn wordt weer in sokken gekoeld en hij wordt soldaat gemaakt tijdens een mooie zonsondergang.

Zondag 24 oktoberBushmanland

Vandaag rijden we naar het zuiden. Er bestaan geen goede kaarten van dit gebied en Heidi is hier ook niet bekend. We rijden zuiver op onze GPS en zo kunnen we in ieder geval niet verdwalen.
Twee secretarisvogels, veel eekhoorns, een boel gestreepte mangoesten, twee vossen met vleermuisoren, geelsnavel haviken, steenbokken, gemsbokken, struisvogels, kudu's, wildebeesten en een drinkende olifant, die na het drinken met grote passen op ons af komt. Baobab, NamibiëOok zien we twee struisvogels met tien hele kleintjes. Die zijn nog zo klein dat ze niet boven het gras uitkomen. Het vrouwtje voert de act van de gebroken vleugel op, wat indrukwekkend is om te zien. De vegetatie is telkens anders. Soms dorre bosjes, soms groene, de grond is soms zand met hier en daar een polletje, dan weer lang, plat gewaaid geel gras, dan weer halmen.
Om te lunchen zoeken we een plek met schaduw. Maar die zijn er niet veel. Een hele grote baobab geeft verrassend weinig schaduw. Het is erg warm. Behalve dat het zonnig is, waait er ook nog een warme wind. We tappen onderweg ergens midden in de bush water. Er is een put waar om heen grote stenen zijn gelegd, waar olifanten een hekel aan hebben. Het is zoutig water, maar wel drinkwater. Wij gaan het gebruiken om ons te douchen.
Om 16:00 uur zijn we weer terug en gaan we in de schaduw zitten.

Maandag 25 oktoberNaar Waterberg

Waterberg, NamibiëWe moeten weer om 5:00 uur op, want het is een heel eind rijden. Eerst tappen we weer water en gooien het vuilnis weg in Tsumkwe. De rit is een beetje saai. Het eerste stuk van de weg, dat we op de heenreis slecht vonden, voelt nu heerlijk aan na het gehobbel van de afgelopen dagen. Tegen tienen zien we een tegenligger en dat blijkt Heidi's man te zijn die met een groepje Engelse toeristen op weg is naar Bushmanland. We drinken koffie en thee met elkaar en gaan dan weer ieder zijn weegs. Even later hebben we een lekke band, die met vereende krachten wordt gewisseld.
In Grootfontein laten we de band maken en doen we boodschappen.
In Waterberg staan we op een camping en het is weer wennen aan al die mensen. Hoewel het er nou ook zoveel niet zijn. Maar na een paar dagen helemaal niemand, is alles veel. Bij de damesafdeling zijn alleen maar baden in plaats van douches. Wie verzint nou zoiets?
Biertje voor het eten, wijn bij het eten, dat zoals gewoonlijk uitstekend smaakt. Het is bewolkt en daardoor warm.

Dinsdag 26 oktoberNaar Phantom-farm

We pakken eerst alles in en gaan dan wandelen naar de bovenrand van de rotsen. Die zijn mooi gekleurd, vooral in het zonlicht, maar de zon schijnt niet. Het is een aardige klauterpartij en bovenaan hebben we mooi uitzicht over de woestijn. We zien bavianen drinken uit het zwembad dat bij de camping hoort. Als er weer terug zijn, begint de zon te schijnen en zal niet meer verdwijnen.
Vandaag rijden we naar Ovipuka in de buurt van Otjiwarongo, de ranch waar Heidi en haar man wonen. Van de weg begint de dertig kilometer lange 'oprijlaan' naar het huis. Het ligt helemaal afgelegen. Het is een veehouderij van 5000 hectare. Er staat een hek omheen om het vee binnen te houden. De wilde dieren gaan daar gewoon overheen. Voor de kleinere, zoals de wrattenzwijnen zijn lage doorgangetjes gemaakt. Nu leven de wilde dieren bij het vee. Vroeger werd alles wat wild was, afgeschoten. Ze kopen alleen een paar jaar oude koeien, die zo groot zijn dat jakhalzen en luipaarden ze niet aanvallen.
Er staan wat gastenverblijven en alleen mensen die met hun hebben gereisd worden uitgenodigd. Je kunt niet zomaar een kamer boeken. Wij tweeën krijgen een mooie kamer met een eigen douche en wc. Het uitzicht vanuit het bed is fantastisch. We kijken op een kleine waterpoel waar vijf kudu's komen drinken.
We lunchen binnen aan een gedekte tafel met linnen servetten. Daarna doen we een dutje. De douche wordt verwarmd door een donkeyboiler. We hadden al besloten om de laatste nacht niet in Windhoek door te brengen, maar hier op de farm en we denken dat we het hier wel uit kunnen houden.!
We zien, denken we, een duiker bij de drinkplaats. Hij lijkt erg op de steenbok maar door zijn witte vlossige staart, moet het een duiker zijn. Heidi bevestigt dit later. We krijgen er nog verstand van ook!
In een open safaritruck maken we een rit over de farm. We zien o.a. gemsbokken, steenbokken, kudu's, wrattenzwijnen. Maar allemaal op afstand en ze rennen snel weg. Ook bij de waterplas verdwijnt alles snel.
Als we terugkomen is het al donker en langs het pad staan papieren zakjes gevuld met zand en een kaars. Het staat erg leuk. Af en toe vliegt zo'n zakje in de fik. We eten buiten aan een feestelijk gedekte tafel met wijn- en waterglazen. Over de waterkannen ligt een kralen dekje zodat er niets in kan vliegen. De wijn staat in de wijnkoeler. We eten o.a. kudu-steak, dat heel snel klaar is op de braai.

Woensdag 27 oktoberPhantom-farm

Bij het ontbijt krijgen we lekker geroosterd brood.
We gaan weer een stukje rijden met de open auto. We zien dezelfde dieren als gisteren, sommige wat dichterbij. De kudu's springen zo over de hekken heen vanuit stand. Bij de grote plas blijkt iets met de benzinetoevoer van de auto en hij doet het niet mee. We gaan de laatste tweeënhalve kilometer lopen. Het is goed warm, wolkeloos, wel een beetje wind. Veel grote stekels en kleine stekelbolletjes die in de zolen van de schoenen blijven steken. De grote stekels gaan er soms dwars door heen.
's Avonds rijden we weer wat rond. We zien rode hartebeesten, kudu's, steenbokken, wrattenzwijnen, gemsbokken en duikers. Ook zwarte korhanen die een eind de lucht invliegen en dan als een zakje naar beneden dwarrelen. Vooral de kudu's zijn leuk. Als ze iets horen, kijken ze op en zie je een smal bekje met grote oren die allemaal dezelfde kant opkijken. Op een heuveltje kijken we naar de zonsondergang.
We eten 's avonds schaap.
Het muskietennet is alweer klaar gehangen en de waxinelichtjes zijn aangestoken in onze kamer.

Donderdag 28 oktoberPhantom-farm

Kudu, NamibiëWe maken een wandeling van twee uur door de bush. Door de harde wind laten de dieren zich dan niet zien. Ze ruiken dan niet goed meer en wachten liever af tot de wind gaat liggen. We zien allerlei pootafdrukken en uitwerpselen van verschillende dieren. Er staan allemaal struiken met stekels, hele grote stekels. Als je maar even in de buurt daarvan komt, wordt je meteen gegrepen door zo'n plant. Iedereen zit na afloop met mesjes en pincetten de stekels uit de zolen van de schoenen te pulken.
Bij de waterplas staat een kudu met twee jongen. Zes geitjes komen in paniek en al blatend de bush uit hollen. Recht op ons af. Het lijkt alsof ze bij ons bescherming zoeken voor iets.
's Avonds gaan we naar de opkomst van de maan kijken. Het is volle maan. We zitten op een heuvel en hebben weids uitzicht op de velden voor ons en de bergen er achter. Onderweg zien we veel gemsbokken. Sommige met kleintjes. Die springen niet over de hekken, maar kruipen door de 'varkensgaten'. De kudu's springen er weer overheen. De hele kleine halen het soms maar net. Nog meer dwarrelende zakjes (korhanen). De maan komt op als een grote oranje bol. Mooi gezicht.
André loopt een grote stekel op in een teen. In het huis wordt met man en macht geprobeerd die er uit te halen.

Vrijdag 29 oktoberNaar Kaapstad (Zuid-Afrika)

Om 6:00 uur vertrekken we naar Windhoek. Op het terrein van de farm zien we drie dikdiks. Daar hadden we al eerder naar uitgekeken, maar niet gezien. We hebben nog bijna een aanrijding met een kudu die plotseling de weg op rent. En op de grote weg bijna met een wrattenzwijn.Tafelberg in KaapstadHet vliegtuig naar Kaapstad vertrekt om 13:00 uur. Onze bagage wordt netjes doorgelabeld naar Amsterdam. Bij de andere balie zit een klojo die zegt daartoe niet bevoegd te zijn, omdat Kaapstad geen internationaal vliegveld is. Het kost onze incheckmevrouw en ons veel moeite om hem te overtuigen. We maken de laatste Namibische muntjes op aan een cola.
Het is twee uur vliegen. In Kaapstad is het wel zonnig, maar een stuk frisser. Met een shuttlebusje laten we ons aan het Riverfront afzetten. We hebben mooi uitzicht op de Tafelberg die er zowat wolkenvrij bij ligt. We dwalen wat rond, kijken winkels en belanden, hoe kan het ook anders, op een terras. We bestellen grote pullen bier en genieten van de laatste vakantiedag. Daarna eten we nog een hapje en de 'man van het busje' haalt ons weer op en brengt ons naar het vliegveld. We komen tegen achten aan en om 20:55 uur vertrekt het vliegtuig naar Londen. We maken de laatste randen op aan chocolade.

Zaterdag 30 oktoberNaar huis

In Londen hebben we drie kwartier om over te stappen. We komen een minuut of tien te laat aan en mogen dan niet meteen aan de slurf parkeren. Al met al houden we vijfentwintig minuten over. De gate naar Amsterdam blijkt dichtbij te liggen, maar wij moeten eerst een bureaucratische omweg maken om onze handbagage door een scanner te laten halen. We gaan steeds sneller lopen, want het blijkt een heel eind weg. Dan komen we in een enorme hal waar het helemaal vol staat met mensen. De moed zakt in onze schoenen en we klampen een beambte aan. We mogen voor. Daarna weer terug lopen. Het laatste stuk hollen we bijna. Precies op de vertrektijd zijn we bij het vliegtuig en ploffen we op onze stoelen. Dan blijkt dat er ergens op de luchthaven een container met bagage is omgevallen die de boel belemmert en die moet eerst opgeruimd worden. Kortom: we moeten een uur wachten. Hebben we voor niets gerend. Om 11:00 uur landen we op Schiphol en blijkt Jan z'n bagage niet meegekomen te zijn.

Dit was een door Untamed Travelling (uitgevoerd door Gava Explorations) voor ons georganiseerde reis.