Afrika

Vrijdag 22 oktoberBushmanland

Het was een onbewolkte, 'koude' nacht en nu is weer een stralende zonnige dag en meteen weer erg warm.
Na het ontbijt gaan we toeren en we zien niet zo veel dieren, wel veel verschillende. Ze zijn aanzienlijk schuwer dan in Etosha. Bushmanland is de laatste wildernis van Namibië. Vroeger was heel Afrika zo.
Wildebeesten, rode hartebeesten, springbokken, struisvogels, geelsnavel neushoornvogels (ook wel vliegende banaan genoemd), steenbokken, drie roan antilopen, zeven olifanten, bateleur arend, jakhalzen en een parelmoeren uil(tje) en een prachtig gekleurde vorkstaartscharrelaar. Het is prettig dat je overal je auto uit mag. Het landschap bestaat uit gras met boompjes, soms een pan, een vlakte. Soms zie je daar grote olifantenafdrukken en uitwerpselen. Een boel shit. Ineens komen we bij een dorpje. Nou ja, dorpje is eigenlijk te veel gezegd. Een paar hutten met wat Bosjesmensen. De naaste buren blijken toch dichterbij te zijn dan we dachten. Ze hebben een paar kettinkjes te koop van voornamelijk kraaltjes van struisvogeleieren. Deze kraaltjes worden allemaal met de hand gemaakt en zijn toch zowat even groot. Wij kopen een klein snoertje voor maar N$ 5. Ze hebben niet veel kettingen, want er zijn momenteel geen eieren.
Af en toe zien we opeens een baobabboom met wevernesten. De dikste is de Holboom met een omtrek van een meter of dertig volgens Wim. Tot voor kort was Grootboom de dikste, maar die is gevallen. In juni stond hij nog overeind.
In Tsumkwe staan voor de souvenirwinkel veel vrouwen. Het blijkt betaaldag te zijn en ze komen geld halen en proberen meteen hun waren te verkopen. Het centrum is even gesloten, men is naar het postkantoor. We gaan eerst water halen bij de rastaman. Bij een winkel kopen we koud bier voor in de auto, maar we gaan eerst terug naar de souvenirwinkel. Er staan intussen nog meer vrouwen buiten en allemaal hebben ze kettingen van struisvogeleieren te koop. De donkere kraaltjes zijn gebrand. Iedereen koopt een aantal kettingen, want het kost bijna niets. Buiten is het een stuk goedkoper dan in de winkel en daar is het al niet duur. Een ketting van een kleine meter kost maar N$ 20. We kopen nog een hele dikke die kunstig is geregen en een dunne wit met zwarte voor Martijn z'n moeder die over twee weken jarig is. Buiten heeft een vrouw ook een boog met een koker met pijlen te koop. Kost slechts N$ 20. We kunnen onze oren niet geloven en laten het geld zien. Het wordt zowat uit onze handen gegrist en dan is de koop snel gesloten. Afdingen hoeft niet meer. Iedereen blij.
In de auto naar de kampeerplaats, twintig kilometer buiten de stad, drinken we het bier op. Onderweg wordt een paar keer gestopt om brandhout te sprokkelen, waardoor het weer een grote bende wordt in de auto. We zien nog een kudde kudu's en een rennende struisvogel.
Pas om 18:00 uur zijn we terug. We hebben de hele dag geschud en getrild, hebben honderdtwintig kilometer gereden. Van het kamertje in de uitkijktoren maken we een douche: een emmer water met daarin een soort dompelaar die op de accu van de auto loopt. Wat een luxe. We knappen er heerlijk van op. Was het gisterenavond fris door de wind die er stond en hadden we allemaal een trui en lange broek aan, vanavond is het een zwoele avond. Er zijn geen muggen en we blijven in korte broek en T-shirt.

Zaterdag 23 oktoberBushmanland

Via Tsumkwe rijden we vandaag naar het noorden. In het winkeltje verkoopt men snoepjes en sigaretten per stuk. Er hangt een bord bij: 'moenie gooi lekkers papier op de vloer nie'. Als we richting Khaudom rijden, zien we drie olifanten dichtbij in de bosjes. Ze zijn binnen de kortste keren onzichtbaar. We snappen niet hoe dat kan. En dan, jawel, een tegenligger. Gisteren zijn we helemaal niemand tegen gekomen. We zien een opensnavel ooievaar, maraboe, valk (komt in de zomer vanuit Zaïre). We hobbelen weer veel vandaag. Khaudom halen we niet. De weg wordt te slecht en we draaien om.
Vlak bij de weg zit een zangvalk. Alle andere vogels vliegen altijd weg, maar deze niet. En dat willen we wel om zijn vleugels te kunnen zien. De deur openen helpt niet. Pas als Wim uitstapt, vliegt hij weg. Af en toe komen we een bosjesmensendorp tegen. Niet meer dan een hut of tien en geen kettingen in de verkoop. Ze spreken met van die klikklanken die wij niet uit kunnen spreken. Het is een eigen taal, maar toch hoor je af en toe een Nederlands woord er tussen.
Tegen half vijf zijn we weer terug bij het kampement met spinazie, water, bier en hout. De rode wijn wordt weer in sokken gekoeld en hij wordt soldaat gemaakt tijdens een mooie zonsondergang.

Zondag 24 oktoberBushmanland

Vandaag rijden we naar het zuiden. Er bestaan geen goede kaarten van dit gebied en Heidi is hier ook niet bekend. We rijden zuiver op onze GPS en zo kunnen we in ieder geval niet verdwalen.
Twee secretarisvogels, veel eekhoorns, een boel gestreepte mangoesten, twee vossen met vleermuisoren, geelsnavel haviken, steenbokken, gemsbokken, struisvogels, kudu's, wildebeesten en een drinkende olifant, die na het drinken met grote passen op ons af komt. BaobabOok zien we twee struisvogels met tien hele kleintjes. Die zijn nog zo klein dat ze niet boven het gras uitkomen. Het vrouwtje voert de act van de gebroken vleugel op, wat indrukwekkend is om te zien. De vegetatie is telkens anders. Soms dorre bosjes, soms groene, de grond is soms zand met hier en daar een polletje, dan weer lang, plat gewaaid geel gras, dan weer halmen.
Om te lunchen zoeken we een plek met schaduw. Maar die zijn er niet veel. Een hele grote baobab geeft verrassend weinig schaduw. Het is erg warm. Behalve dat het zonnig is, waait er ook nog een warme wind. We tappen onderweg ergens midden in de bush water. Er is een put waar om heen grote stenen zijn gelegd, waar olifanten een hekel aan hebben. Het is zoutig water, maar wel drinkwater. Wij gaan het gebruiken om ons te douchen.
Om 16:00 uur zijn we weer terug en gaan we in de schaduw zitten.

Maandag 25 oktoberNaar Waterberg

WaterbergWe moeten weer om 5:00 uur op, want het is een heel eind rijden. Eerst tappen we weer water en gooien het vuilnis weg in Tsumkwe. De rit is een beetje saai. Het eerste stuk van de weg, dat we op de heenreis slecht vonden, voelt nu heerlijk aan na het gehobbel van de afgelopen dagen. Tegen tienen zien we een tegenligger en dat blijkt Heidi's man te zijn die met een groepje Engelse toeristen op weg is naar Bushmanland. We drinken koffie en thee met elkaar en gaan dan weer ieder zijn weegs. Even later hebben we een lekke band, die met vereende krachten wordt gewisseld.
In Grootfontein laten we de band maken en doen we boodschappen.
In Waterberg staan we op een camping en het is weer wennen aan al die mensen. Hoewel het er nou ook zoveel niet zijn. Maar na een paar dagen helemaal niemand, is alles veel. Bij de damesafdeling zijn alleen maar baden in plaats van douches. Wie verzint nou zoiets?
Biertje voor het eten, wijn bij het eten, dat zoals gewoonlijk uitstekend smaakt. Het is bewolkt en daardoor warm.

Dinsdag 26 oktoberNaar Phantom-farm

We pakken eerst alles in en gaan dan wandelen naar de bovenrand van de rotsen. Die zijn mooi gekleurd, vooral in het zonlicht, maar de zon schijnt niet. Het is een aardige klauterpartij en bovenaan hebben we mooi uitzicht over de woestijn. We zien bavianen drinken uit het zwembad dat bij de camping hoort. Als er weer terug zijn, begint de zon te schijnen en zal niet meer verdwijnen.
Vandaag rijden we naar Ovipuka in de buurt van Otjiwarongo, de ranch waar Heidi en haar man wonen. Van de weg begint de dertig kilometer lange 'oprijlaan' naar het huis. Het ligt helemaal afgelegen. Het is een veehouderij van 5000 hectare. Er staat een hek omheen om het vee binnen te houden. De wilde dieren gaan daar gewoon overheen. Voor de kleinere, zoals de wrattenzwijnen zijn lage doorgangetjes gemaakt. Nu leven de wilde dieren bij het vee. Vroeger werd alles wat wild was, afgeschoten. Ze kopen alleen een paar jaar oude koeien, die zo groot zijn dat jakhalzen en luipaarden ze niet aanvallen.
Er staan wat gastenverblijven en alleen mensen die met hun hebben gereisd worden uitgenodigd. Je kunt niet zomaar een kamer boeken. Wij tweeën krijgen een mooie kamer met een eigen douche en wc. Het uitzicht vanuit het bed is fantastisch. We kijken op een kleine waterpoel waar vijf kudu's komen drinken.
We lunchen binnen aan een gedekte tafel met linnen servetten. Daarna doen we een dutje. De douche wordt verwarmd door een donkeyboiler. We hadden al besloten om de laatste nacht niet in Windhoek door te brengen, maar hier op de farm en we denken dat we het hier wel uit kunnen houden.!
We zien, denken we, een duiker bij de drinkplaats. Hij lijkt erg op de steenbok maar door zijn witte vlossige staart, moet het een duiker zijn. Heidi bevestigt dit later. We krijgen er nog verstand van ook!
In een open safaritruck maken we een rit over de farm. We zien o.a. gemsbokken, steenbokken, kudu's, wrattenzwijnen. Maar allemaal op afstand en ze rennen snel weg. Ook bij de waterplas verdwijnt alles snel.
Als we terugkomen is het al donker en langs het pad staan papieren zakjes gevuld met zand en een kaars. Het staat erg leuk. Af en toe vliegt zo'n zakje in de fik. We eten buiten aan een feestelijk gedekte tafel met wijn- en waterglazen. Over de waterkannen ligt een kralen dekje zodat er niets in kan vliegen. De wijn staat in de wijnkoeler. We eten o.a. kudu-steak, dat heel snel klaar is op de braai.

Woensdag 27 oktoberPhantom-farm

Bij het ontbijt krijgen we lekker geroosterd brood.
We gaan weer een stukje rijden met de open auto. We zien dezelfde dieren als gisteren, sommige wat dichterbij. De kudu's springen zo over de hekken heen vanuit stand. Bij de grote plas blijkt iets met de benzinetoevoer van de auto en hij doet het niet mee. We gaan de laatste tweeënhalve kilometer lopen. Het is goed warm, wolkeloos, wel een beetje wind. Veel grote stekels en kleine stekelbolletjes die in de zolen van de schoenen blijven steken. De grote stekels gaan er soms dwars door heen.
's Avonds rijden we weer wat rond. We zien rode hartebeesten, kudu's, steenbokken, wrattenzwijnen, gemsbokken en duikers. Ook zwarte korhanen die een eind de lucht invliegen en dan als een zakje naar beneden dwarrelen. Vooral de kudu's zijn leuk. Als ze iets horen, kijken ze op en zie je een smal bekje met grote oren die allemaal dezelfde kant opkijken. Op een heuveltje kijken we naar de zonsondergang.
We eten 's avonds schaap.
Het muskietennet is alweer klaar gehangen en de waxinelichtjes zijn aangestoken in onze kamer.

Donderdag 28 oktoberPhantom-farm

KuduWe maken een wandeling van twee uur door de bush. Door de harde wind laten de dieren zich dan niet zien. Ze ruiken dan niet goed meer en wachten liever af tot de wind gaat liggen. We zien allerlei pootafdrukken en uitwerpselen van verschillende dieren. Er staan allemaal struiken met stekels, hele grote stekels. Als je maar even in de buurt daarvan komt, wordt je meteen gegrepen door zo'n plant. Iedereen zit na afloop met mesjes en pincetten de stekels uit de zolen van de schoenen te pulken.
Bij de waterplas staat een kudu met twee jongen. Zes geitjes komen in paniek en al blatend de bush uit hollen. Recht op ons af. Het lijkt alsof ze bij ons bescherming zoeken voor iets.
's Avonds gaan we naar de opkomst van de maan kijken. Het is volle maan. We zitten op een heuvel en hebben weids uitzicht op de velden voor ons en de bergen er achter. Onderweg zien we veel gemsbokken. Sommige met kleintjes. Die springen niet over de hekken, maar kruipen door de 'varkensgaten'. De kudu's springen er weer overheen. De hele kleine halen het soms maar net. Nog meer dwarrelende zakjes (korhanen). De maan komt op als een grote oranje bol. Mooi gezicht.
André loopt een grote stekel op in een teen. In het huis wordt met man en macht geprobeerd die er uit te halen.

Vrijdag 29 oktoberNaar Kaapstad (Zuid-Afrika)

Om 6:00 uur vertrekken we naar Windhoek. Op het terrein van de farm zien we drie dikdiks. Daar hadden we al eerder naar uitgekeken, maar niet gezien. We hebben nog bijna een aanrijding met een kudu die plotseling de weg op rent. En op de grote weg bijna met een wrattenzwijn.Tafelberg in KaapstadHet vliegtuig naar Kaapstad vertrekt om 13:00 uur. Onze bagage wordt netjes doorgelabeld naar Amsterdam. Bij de andere balie zit een klojo die zegt daartoe niet bevoegd te zijn, omdat Kaapstad geen internationaal vliegveld is. Het kost onze incheckmevrouw en ons veel moeite om hem te overtuigen. We maken de laatste Namibische muntjes op aan een cola.
Het is twee uur vliegen. In Kaapstad is het wel zonnig, maar een stuk frisser. Met een shuttlebusje laten we ons aan het Riverfront afzetten. We hebben mooi uitzicht op de Tafelberg die er zowat wolkenvrij bij ligt. We dwalen wat rond, kijken winkels en belanden, hoe kan het ook anders, op een terras. We bestellen grote pullen bier en genieten van de laatste vakantiedag. Daarna eten we nog een hapje en de 'man van het busje' haalt ons weer op en brengt ons naar het vliegveld. We komen tegen achten aan en om 20:55 uur vertrekt het vliegtuig naar Londen. We maken de laatste randen op aan chocolade.

Zaterdag 30 oktoberNaar huis

In Londen hebben we drie kwartier om over te stappen. We komen een minuut of tien te laat aan en mogen dan niet meteen aan de slurf parkeren. Al met al houden we vijfentwintig minuten over. De gate naar Amsterdam blijkt dichtbij te liggen, maar wij moeten eerst een bureaucratische omweg maken om onze handbagage door een scanner te laten halen. We gaan steeds sneller lopen, want het blijkt een heel eind weg. Dan komen we in een enorme hal waar het helemaal vol staat met mensen. De moed zakt in onze schoenen en we klampen een beambte aan. We mogen voor. Daarna weer terug lopen. Het laatste stuk hollen we bijna. Precies op de vertrektijd zijn we bij het vliegtuig en ploffen we op onze stoelen. Dan blijkt dat er ergens op de luchthaven een container met bagage is omgevallen die de boel belemmert en die moet eerst opgeruimd worden. Kortom: we moeten een uur wachten. Hebben we voor niets gerend. Om 11:00 uur landen we op Schiphol en blijkt Jan z'n bagage niet meegekomen te zijn.

Dit was een door Untamed Travelling (uitgevoerd door Gava Explorations) voor ons georganiseerde reis.