Marokko

30 maart t/m 20 april 2002

Het koninkrijk MAROKKO is ongeveer elf keer zo groot als Nederland en heeft ongeveer 30 miljoen inwoners. De hoofdstad is Rabat. De bevolking bestaat grotendeels uit Berbers en Arabieren en telt verschillende minderheden, waaronder de Haratin (afstammelingen van negerslaven), Toearegs, Fransen, Spanjaarden en nog ongeveer 20.000 in Marokko gebleven joden. In de Atlas vind je veel schilderachtige berberdorpen. De grote steden werden door de Arabieren ten tijde van de islamitische veroveringen in de zevende eeuw na Christus gesticht, en zijn sindsdien vooral de woonplaats voor Arabische Marokkanen. Hoewel er sinds de onafhankelijkheid officieel alleen nog Marokkanen bestaan en het onderwijs in berbertalen verboden is, houden veel Berbers nog vast aan hun traditionele klederdrachten en tradities. Ook vinden er naast de islam, de officiële godsdienst, nog allerlei onorthodoxe gebruiken plaats, waaronder de bedevaarten naar de heilige maraboets (kluizenaars of wonderdoeners), die voor wonderbaarlijke genezingen zorgen.

Kruiden, Marokko

RouteMarokko

Zaterdag 30 maartNaar Meknès

We moeten vroeg op: om 3:20 uur loopt de wekker af. We lopen naar het station en schrikken: overal staan de klokken op 5:00 uur en wij denken dat het 4:00 uur is. Wie heeft zich vergist met de zomertijd? Uiteindelijk blijkt dat de NS te zijn. Er staat ook geen trein op het perron, maar gelukkig wordt er even later wat omgeroepen en gaat alles goed. We vertrekken alleen tien minuten te laat, zodat we ook tien minuten te laat op Schiphol aankomen. De groep (zeventien personen) is al aan het inchecken en wij sluiten aan. We gaan met Baobab drie weken naar Marokko.
De vlucht gaat via Frankfurt en verloopt voorspoedig. Om 13:30 uur plaatselijke tijd landen we in Casablanca (een uur vroeger dan bij ons; morgen wordt dat twee uur vanwege de zomertijd). We wisselen meteen geld: een makkelijke koers: 100 dirham = 10 euro.
We reizen met een mooi klein busje. Alle bagage gaat onderin wat veel tijd scheelt, het wordt (bijna) niet nat en er zitten geen wielkasten binnen in de bus. We rijden meteen door naar Meknès, zo'n kleine tweehonderd kilometer verderop. In de buurt van Rabat drinken we een cola (5 dirham) en kopen we water. Er is veel te zien onderweg: veel bloeiende bloemen, hele velden zijn gekleurd en het is veel groener dan verwacht. Eerst is het vlak, later wordt het wat heuvelachtig. Het weer is lekker: zonnetje en een graad of tweeëntwintig.
Om 19:30 uur komen we in het hotel aan en iedereen is een beetje opgebrand. Het is dan ook een lange dag geweest. Je doet eigenlijk wel niks, maar toch vreet het aan je. We frissen ons wat op en gaan dan met de hele groep ergens wat eten. Bijna iedereen neemt een tajine: een stoofpotje op een plat bord met een soort puntige cloche erop. Er zijn verschillende soorten: rundvlees met pruimen, kip met amandelen, gehakt met ei, groenten. We nemen er een biertje bij. Met recht biertje: zulke kleine flesjes hebben we nog nooit ergens gezien: er zit maar 24 cl. in en het kost wel 20 dirham (2 €). Voor hier een kapitaal. Daarna gaan we naar bed.

Zondag 31 maartMeknès

We slapen goed en horen de muzelman 's nachts niet eens.
's Morgens ontbijten we in het hotel, terwijl Latif, onze Marokkaanse reisleider, ons van alles vertelt. Daarna rijden we in grote taxi's naar de oude stad. Er zijn grote en kleine taxi's: de kleine zijn voor je alleen en vertrekken meteen, de grote zijn voor zes personen en vertrekken als ze vol zijn. Ons hotel staat in de nieuwe stad, die in 1912 door de Fransen is gesticht. De oude stad ontstond in de tiende eeuw en de bloeitijd begon met de machtsovername van de alawiet Moulay Ismaïl (1672-1727). Zoals het een tiran betaamt, hield hij geen maat en liet alles op grote schaal bouwen. Voor de decoraties plunderde hij de Romeinse stad Volubilis en het saadische Badipaleis in Marrakech. Hij bouwde dertig paleizen, paviljoens, kazernes, waterbassins, paardenstallen en een reusachtige opslagplaats. Dit dubbele gebouw, 'Heri' en 'Dar el-Mai' heeft een afmeting van honderdtachtig bij negenenzestig meter en is twaalf meter hoog. Het voorste deel is bewaard gebleven en ondanks aardbevingen niet ingestort. Dat komt door het koepelplafond. Het achterste deel van de paarden met het platte plafond is wel ingestort.
We lopen richting de medina en zien onderweg veel vogels. Ze zitten in de gaten van stadsmuren. Ook zien we verschillende ooievaars op nesten zitten.Opslagplaats Heri en Dar el-Mai, MarokkoWe bezoeken het mausoleum van Moulay Ismaïl. In het voorportaal moeten we onze schoenen uittrekken en dan mogen we naar binnen. Het is prachtig gedecoreerd. Door de Bab Mansour lopen we de medina in. Dit bouwwerk werd pas 1732 door de zoon van Ismaïl voltooid. Hierachter ligt het centrale plein, Place el-Hedim, wat 'plein der verwoesting' betekent. Ismaïl liet er het puin storten van de huizen die voor zijn paleis plaats moesten maken. Nu zijn er aan de zijkant marktkraampjes en in het midden staan taxi's, auto's en paardenkoetsjes. Al dat blik is geen mooi gezicht en helemaal niet op zijn plaats. We slenteren door de smalle steegjes van de oude stad, waar alle ambachten bij elkaar zitten: schoenen (het barst er van de schoenen), kleding en huishoudelijke artikelen. De mensen zijn vriendelijk en niet opdringerig en de meeste spreken Frans. Toevallig komen we langs de medresse Bou Inania. We gaan naar binnen en bekijken het gebouw uit 1358. Het binnenhof heeft muren die geheel versierd zijn met tegeltjes, koranteksten en houten tableaus. Rondom de binnenplaats lagen vroeger de kamertjes van de studenten. Vanaf het dak zien we mooi de minaret van de grote moskee liggen. Deze is alleen toegankelijk voor moslims. Het uitzicht verder is niet geweldig. We slenteren verder en zien veel theehuizen, uitsluitend bevolkt door mannen. Buitenlandse vrouwen mogen er wel gaan zitten. Oudere vrouwen dragen een hoofddoek. Veel jongere niet meer. Een enkeling is zwaar gesluierd, niet in het zwart, maar in allerlei kleuren. Op het platteland dragen alle vrouwen een hoofddoek en zijn er veel gesluierd.Markt in Meknes, MarokkoOp een terrasje bestellen we een cola en laten alles op ons inwerken. Dan wandelen we weer verder en komen op de groente- en fruitafdeling. Overal bakken met hoog opgestapelde torens van kruiden en olijven. Het verbaast ons dat de stapels overeind blijven als er wat van afgeschept wordt. Het is een mooi en kleurrijk gezicht. Men verkoopt ook allerlei zoetwaren en koekjes. Even verderop slaat men verroeste ijzeren staven met de hand weer recht en die worden weer opnieuw gebruikt. Het wordt langzamerhand siëstatijd: men legt een zeiltje over z'n handel en dan is de tent dicht. We komen regelmatig groepsleden tegen. De weinige toeristen die er verder zijn, zijn vooral Fransen, die, zo lijkt het, alleen alle voormalige kolonies afgaan. Zij spreken immers alleen maar Frans en kunnen vaak niets anders. Het is wel opvallend.
Gelukkig is het niet zo warm: zo'n 22º en later op de middag wordt het, net als gisteren, weer wat bewolkt. Tegen vieren gaan we terug naar het hotel met hele vermoeide voeten, gaan op bed liggen en vallen prompt in slaap.
's Avonds gaan we met z'n tweeën ergens eten. Vlakbij het hotel vinden we een klein restaurantje, La Montana, waar ze naast Europees ook Marokkaans eten hebben. We bestellen groentesoep vooraf en tajines als hoofdgerecht. De groente in de soep is vermalen en in de tajines kapotgekookt. Verder zit er rundvlees, aardappels en erwten in. Het smaakt lekker. We nemen eerst een biertje van 24 cl, Speciale Flag, die iets goedkoper is dan die van gisteren (14 drh) en later een Stark van 33 cl, ook voor 14 drh. Ze smaken allebei goed. Er is natuurlijk ook overal Heineken en Amstel.

Maandag 1 aprilNaar Moulay Idriss, Volubilis, Chefchaouen

Het regent en het zal de hele dag niet droog worden.
We rijden eerst naar Moulay Idriss. Deze plaats is in het verleden tot heilige stad verklaard en was lange tijd verboden voor niet-moslims. Het is de heiligste plaats van Marokko. Zij die zich geen pelgrimstocht naar Mekka kunnen veroorloven, komen hier naar toe, waardoor het ook wel het 'Mekka der armen' wordt genoemd.
We wandelen door de smalle straatjes en over de vele trappen. Van een hooggelegen terras hebben we een mooi uitzicht over de stad die op twee heuvels is gebouwd. We zien een ronde minaret uit 1939. Een deel van het stadje waar o.a. de moskee staat, mogen we niet in. Een bakker is hier nog echt een bakker: iedere familie maakt zijn eigen deeg, maakt daar een bepaald motiefje op ter herkenning en brengt dat naar de bakker die het brood bakt. Een paar uur later wordt het weer opgehaald. Over de markt lopen we terug naar de bus.Mozaïek in Volubilis, MarokkoVervolgens rijden we naar het vijf kilometer verderop gelegen Volubilis, vroeger een oude Romeinse stad waarvan de bloeitijd tussen 42 en 285 na Chr. lag. Ooit hebben er 25.000 mensen gewoond. We krijgen een rondleiding van een goed Engels sprekende gids. Sommige gebouwen zijn deels (verkeerd) gerestaureerd, zodat je enig idee krijgt hoe het er vroeger uitgezien moet hebben. Het mooiste zijn de mozaïeken die echter gewoon in de buitenlucht (en in de volle zon) liggen. Sommige zijn overgebracht naar musea. Alles is ingestort bij de grote aardbeving in 1755. Moulay Ismaïl gebruikte de stad als steengroeve voor zijn verbouwing van Meknès. Er staan bouwwerken als de basiliek, capitool, grote woonhuizen en een triomfboog. Op de steles nestelen ooievaars.
We lunchen met een sandwich met ei en kaas en drinken zoete muntthee. Het regent nog steeds en iedereen is in plastic gehuld.
Chefchaouen, Marokko's Middags rijden we naar Chefchaouen in het Rifgebergte. Als we in Quezzane vers sinaasappelsap drinken in een theehuis vol met mannen, gaat het echt stortregenen. Dan hebben we het 's morgens nog getroffen. We zitten nu in het gebied van de sinaasappelbomen die momenteel zowel de bloesem als de vruchten dragen. Er staan ook veel olijfbomen. De Romeinen exploiteerden die al: in Volubilis zijn maar liefst zesenvijftig olijfpersen gevonden.
Men spreekt in deze buurt meer Spaans dan Frans. 's Avonds dwalen we eerst door de smalle straatjes op zoek naar een restaurantje. We lopen een aantal trappen op en zien langs de kant allemaal kleine winkeltjes. Het lijkt erg toeristisch. We wandelen wat rond en komen uiteindelijk bij Alladin terecht. We moeten een hele smalle trap op en boven is een kleine restaurant met maar zes tafels. In Marokko hebben ze vaak lage tafels met krukken of banken van gewone hoogte, zodat je ongemakkelijk naar voren gebogen zit te eten. We eten weer Marokkaans en we drinken cola bij gebrek aan alcohol. Bij elkaar zijn we maar 80 dirham kwijt.
Het regent nog steeds.

Dinsdag 2 aprilChefchaouen

Het is droog, maar daar is het dan ook mee gezegd. We ontbijten eerst in het hotel: heel uitgebreid met verschillende soorten brood, jam, kaas, (pannen)koekjes, jus, koffie en thee. In Marokko hebben ze erg lekker brood, dat duidelijk afkomstig is uit Frankrijk.
We gaan vandaag wandelen over de heuvels van het stadje. We lopen eerst het dorp in om boodschappen te doen voor de lunch. We zien nu pas dat veel huizen blauw zijn. Allerlei kleuren blauw worden gebruikt, wat een mooi gezicht is. Voor de wandeling hebben we speciale toestemming nodig en veel dorpen zijn gesloten voor toeristen. Het is streng verboden om de hashplanten te fotograferen. Zoals het ook verboden is om deze te verbouwen. De kleine lapjes grond van de mensen leveren echter niet genoeg op als ze beplant worden met graan o.i.d. En met hash wel. Dus het wordt oogluikend toegestaan. Net als kinderen die verplicht naar school moeten en niet gaan. Ook daar wordt niets tegen gedaan.
Het is een lekkere temperatuur om te wandelen: droog en geen zon. Het eerste stuk (twee uur) gaat alleen maar omhoog. Het pad bestaat grotendeels uit stenen en steentjes. Soms zitten er erg modderige stukken tussen. We zien veel kinderen die kuddes geiten houden. Bij een dorpje gaan we in het 'café' thee en koffie drinken. Het zit er vol met (jonge) mannen die niets anders te doen hebben dan kaart en biljart te spelen. Velen dragen een lange jas met puntmuts. Die mutsen hebben ze op waardoor ze er uit zien als kabouters. Een stukje voorbij het dorp picknicken we langs de kant van de weg met brood, kaas (la vache qui rit (waar kennen we dat toch van)), tonijn in tomatensaus, yoghurt en een grote sinaasappel. Het smaakt uitstekend.
Het begint nu echt te regenen, maar het pad is breed en redelijk hard en we hebben er niet echt last van. Leuk is het echter niet en het uitzicht is meteen ook een stuk minder. Goed 15:00 uur zijn we weer terug in het hotel.
Tegen vieren gaan we nog even het dorp in. Gelukkig is het nu wel zo goed als droog. Het ziet er erg mooi en heel apart uit. 's Avonds eten we in een tentje met alweer lage tafeltjes. We bestellen couscous en 'vlees a la plancha'. Vooraf krijgen we een schaaltje olijven (groene uit noorden, bruine uit de bergen en zwarte uit het zuiden) en, zoals gewoonlijk, een berg brood, dat men hier overal bij eet. Na afloop krijgen we thee. Ze schenken vaak 'lange thee', zodat er veel lucht bij komt wat de smaak ten goede komt. We zijn 70 drh met z'n tweeën kwijt (€ 7).


Woensdag 3 aprilNaar Fès

Het giet. Het weer is nog slechter dan gisteren. Het is koud en er staat een gure wind. De hele dag wordt het niet beter; wel af en toe droog, soms regen, soms mist. Iedereen zit te kleumen.
We rijden vandaag niet de snelste route naar Fès: we gaan door het Rifgebergte door een streek waar ze duidelijk niet gewend zijn aan toeristen. We maken af en toe wat stops om te drinken en dan nemen we muntthee om warm te worden. We lunchen onderweg in een cafeetje, omdat het buiten te koud is. Het is eigenlijk geen café, er is geen alcohol te koop, maar een theehuis. Zoals overal zitten er mannen niets te doen en naar de tv te kijken die altijd hard aan staat. Alleen maar mannen. Vrouwen zie je er nooit.
In Fès zitten we tegenover de enige winkel die alcohol verkoopt. We kopen wat Amstel-bier, omdat ze daar blikjes van hebben. Het plaatselijke bier hebben ze hier alleen in flesjes. Met z'n zevenen gaan we naar een pizzeria waar ze goede pizza's en pasta's hebben. Twee kleine flesjes bier zijn even duur als een pizza. Het is er erg druk; er staan steeds mensen te wachten.

Donderdag 4 aprilFès

Poort van het Paleis, MarokkoMoskee in Fes, MarokkoHet is droog, wat warmer en een wat lichtere lucht dan de afgelopen dagen. Toch nemen we onze regenjacks mee. Na het ontbijt gaan we eerst met de bus naar wat bezienswaardigheden buiten de stad, omdat die te ver uit elkaar liggen om te lopen. We stoppen eerst bij het koninklijk paleis, een reusachtig complex met bronzen poorten. Daarna wandelen we de joodse wijk in, de mellah, waar tegenwoordig moslims wonen. Veel huizen hebben houten balkons en zijn geel geverfd. We maken een stop bij een pottenbakkersplaats, waar mannen en ook kleine jongens stenen tot steentjes zitten te hakken die gebruikt worden om mozaïeken van te maken. Ook worden er potten gedraaid en geverfd. Het bakken zelf geeft enorme zwarte wolken.
We stoppen bij Borj Sud, een vesting uit de zestiende eeuw, waar we een prachtig uitzicht over de oude stad hebben. Deze is ommuurd en enorm uitgestrekt. Even later gaan we de medina daadwerkelijk in. Fès el-Bali (de oude stad) is een wirwar van straatjes dat ons terugplaatst naar de middeleeuwen. Allerlei 'oude ambachten' zijn hier dagelijks werk: leerlooiers, wolververs, pottenbakkers, koperslagers, meubelmakers. Maar ook hier rukt de beschaving op: veel internetcafés met computers met andere dan de ons vertrouwde qwerty-toetsenborden. Iedereen is druk bezig. Er zijn niet veel toeristen; waarschijnlijk is het nog te vroeg in het seizoen. Het is er wel erg druk met mensen en met ezels en paarden, het enige mogelijke vervoer in de medina. We moeten af en toe uitkijken dat we niet platgedrukt worden. Het is een kakofonie van geluid, kleur, geur en plaatjes van moorse bouwwerken.
Onze groep splitst zich in tweeën en elke groep heeft een gids, want in de smalle steegjes verdwaal je binnen de kortste keren en zo komen we op plaatsen die we anders nooit gevonden zouden hebben. We bekijken de al-Andalousmoskee, een tapijtenwinkel, waar men talloze tapijten voor ons uitrolt, waar we helemaal niet in geïnteresseerd zijn, het museum Nejjarine, een oude karavanserai uit 1700 en de El Attarine Medresse uit 1324. We lunchen in een tapijtenzaak: eerst allerlei kleine hapjes zoals bonen in tomatensaus, tuinbonen, aardappels, bieten, sla, brood en natuurlijk olijven. En daarna een tajine en het geijkte toetje: sinaasappel met kaneel. Dan bezoeken we weefgetouwen, de Karaouïne moskee (twaalfde eeuw) en een kruidenwinkeltje. En tot slot de tannerieën. Telkens weer stappen we zomaar ergens een deur in, gaan talloze smalle trappen op, gangetjes door en staan dan ineens in een fabriekje. De huizen achter de smalle steegjes zijn vaak enorm groot. Vanaf sommige gebouwen hebben we mooi uitzicht over de daken met wapperende was en schotel- en tv-antennes. We laten ons meeslepen in het voor de bewoners 'leven van alledag' en genieten. We zien allerlei piepkleine winkeltjes en zaakjes waarvan we ons afvragen hoe men daar van kan leven.Tannerieën, MarokkoKoperslager, Marokko's Morgens hebben we nog een klein buitje regen, maar 's middags gaat zowaar de zon schijnen. En vooral bij de leerlooiers geeft dat een mooie blik. De tannerieën, verfbaden, liggen ingeklemd op een grote binnenplaats tussen de huizen en is vanuit de straatjes niet te zien maar wel te ruiken. Vanuit een omringend huis zien we de verfkuipen liggen. Er zijn allerlei bedrijfjes waar de huiden worden bewerkt. Eerst worden de huiden onthaard, gereinigd en vervolgens geverfd. Er staan tientallen kuipen waarin mannen staan die de huiden kleuren, terwijl hun eigen huid amper verkleurt. Er wordt wel net een kuip gevuld met nieuwe rode kleurstof en de man die daarin zit, krijgt wel rode armen en benen. Men werkt al eeuwenlang volgens deze methode.
We dwalen verder langs de vis-, vlees- en groenteafdeling Ook zijn er veel snoepwinkels die snoepjes per stuk verkopen en taartjeszaken. Met een taxi gaan we terug naar het hotel voor 11 drh. Daar lopen we nog wat door de 'nieuwe stad', die alweer zo'n kleine honderd jaar oud is, en zien weer overal de mannen thee drinken en niets doen.

Vrijdag 5 aprilNaar Midelt

We verlaten Fès en rijden naar de Midden Atlas. Het is zonnig en lekker warm. We vertrouwen het weer nog niet en iedereen heeft z'n trui en regenjas bij zich.
De weg begint al snel te stijgen en het landschap verandert. Er zijn dichte ceder- en dennenbossen, afgewisseld met bergweiden met veel kuddes met schapen en een enkele nomadentent. In een bos langs de kant van de weg zitten wat makaken en we zien veel ooievaars, zowel vliegend als op nesten.
We drinken thee in Ifrane (1.600 meter) op een terras lekker in de zon. De plaats ziet er uit als een Zwitsers skioord zonder sneeuw met grote luxe huizen. Door de hoogte is het hier 's zomers aangenaam weer, waardoor er hier veel Fransen wonen. Ook rijke Marokkanen hebben hier een zomerhuis. Zo ook de koninklijke familie. Tevens is het een wintersportplaats, verzekerd van sneeuw van eind december tot begin maart, waar geskied en gelanglauft kan worden.
We rijden verder naar het zuiden en zien de eerste besneeuwde toppen van de Hoge Atlas. De velden zijn vrij kaal; er groeit niet veel. Bij het meer van Aquelmane Sidi Ali op 2.100 meter picknicken we en maken dan een wandeling. We gaan op zoek naar half-nomaden, die 's zomers rondtrekken en 's winters een eenvoudig huisje ergens hebben. Ze zijn er helaas niet en door de modder lopen we terug naar de bus. Daar maakt iedereen voorovergebogen zijn schoenen een beetje schoon, zodat de bus niet al te vuil wordt.
De Midden en Hoge Atlas wordt gescheiden door een soort lage vlakte (1.500 meter) waar Midelt ligt. Eerst lopen we wat door het plaatsje en kopen wat water, nootjes en chocoladerepen. Het hotel ligt net buiten het dorp en is nog nieuw. Het ziet er erg Marokkaans uit met drie eetzalen, allemaal in een andere kleur, met lage tafeltjes. We zitten tegen de Hoge Atlas aan, waarvan we soms wat besneeuwde toppen zien, maar meesttijds hangen er grote donkere wolken voor.

Zaterdag 6 aprilMidelt, Cirque de Jaffar

Met busjes rijden we naar Cirque de Jaffar, waar de Midden Atlas overgaat in de Hoge Atlas. Omdat er regen dreigt, lopen we eerst door een lange, smalle kloof. Als het regent, komt hier al het water van de bergen samen en wordt het gevaarlijk. Het is een hoge kloof met steile, mooi gekleurde wanden, hier en daar een boom en een klein stroompje water. Zodra we de kloof uitkomen, zitten we in de mist. We zien helemaal niets meer van de mooie uitzichten en de besneeuwde toppen. Het laagste punt van vandaag ligt in de kloof op 1.900 meter en het hoogste punt op 2.330 meter.
Bij een berberfamilie worden we uitgenodigd om thee te gaan drinken. Vanwege de kou wonen ze nog in het huis en niet in de tenten. Er zijn een vader, moeder, dochter, nicht en diverse kinderen. In het woonvertrek is het aangenaam warm door de houtkachel die brandt en lekker geurt. Voor we op de kleden stappen, trekken we onze schoenen uit. We krijgen thee en brood met olijfolie. Vanwege de gebrekkige communicatie laten we ons mapje met foto's zien, wat ze erg leuk vinden. Vooral de koeien maken veel indruk. We lopen verder en het blijft mistig en nat: 7º slechts. Zolang je loopt is dat niet erg en blijft je wel warm. Pas echt koud krijgen we het als we in de busjes terugrijden, omdat het raam open moet blijven omdat het anders beslaat. Gelukkig is de douche bloedheet en het straalkacheltje werkt ook prima.

Zondag 7 aprilNaar Erfoud

Vandaag trekken we over de Hoge Atlas naar de woestijn in het zuiden. Zodra we de pas over zijn, wordt het zonnig en krijgen we een strak blauwe lucht. Het is algauw een graad of 20 warmer dan gisteren. We rijden door de Ziz-vallei waar we regelmatig groene oases zien liggen die erg afsteken tegen de kale, grijze bergen. Veel dorpjes zijn helemaal van leem gemaakt en veel huizen hebben torens waardoor ze eruit zien als forten.
We lunchen langs de kant van de weg en krijgen vandaag brood, worst, vis, komkommer, kaas, banaan en yoghurt. De broden zijn hier wat bruiner dan tot nu toe en smaken lekker. We stoppen nog even bij een ksar, een zeer streng, traditioneel dorp waar bijna geen toerist naar binnen mag. Twee mannen bij de ingang hebben er nog ruzie over. We lopen door de smalle overdekte steegjes en er is eigenlijk niets te zien. Geen winkeltjes, geen mensen. We drinken thee bij de man thuis en die vertelt dat alle huizen hetzelfde zijn: beneden een kale ruimte met een kleed, boven een soort studeer-/slaapkamer, een terras en een keuken.
In Erfoud lopen we even het dorp in dat drie keer niks is. De zon is niet meer te zien door grote stofwolken die ervoor hangen, waardoor de lucht een vreemde kleur heeft.
In de bar drinken we een biertje onder het 'genot' van krakende Marokkaanse muziek. Zoals overal hangen ook hier in het hotel alle schilderijen scheef. Met z'n tweeën gaan we bij de Japanner eten. We gaan de trap op en zijn de enige eters. We nemen een kalia, de plaatselijke specialiteit van schaap in muntsaus, en een Japans gerecht, waarvan we nu al de naam niet meer weten. De kalia is heerlijk met eindelijk eens groenten die niet kapot gekookt zijn, maar lekker knapperig. Het Japanse gerecht is een soort nasi, die echt lekker is en een welkome afwisseling op de tajines.
In het hotel hebben we een iets mindere kamer dan de anderen (zonder tv), maar achteraf blijkt dat de beste te zijn: iedereen behalve wij heeft 's nachts last van een feest dot tot diep in de nacht doorgaat.


Maandag 8 aprilNaar Erg Chebbi

Na het ontbijt gaan we met Karin het dorp in. Eerst naar de bank en de wasserette en dan op zoek naar Madeleine Laurent, waarvan we beschilderde kaarten in het hotel in Midelt hebben gezien. We hebben het adres maar dat blijkt niet te kloppen. Een meneer is zo vriendelijk om ons naar het juiste huis te brengen. Men zegt dat ze er niet is, maar even later komt ze toch te voorschijn. We spreken Duits en dat is weer even wennen. Ze heeft verschillende aquarellen hangen, wat reproducties en kaarten, gedrukte en met de hand ingekleurde. We kopen een reproductie van een ksar die erg veel lijkt op de ksar die we gisteren gezien hebben.
Op de markt kopen we voor de lunch voor 6 drh tomaten, ui en komkommer en we krijgen er een citroen bij cadeau. We pakken een tas in voor één nacht en laten de rest achter in een kamer van het hotel. Bij het zwembad gaan we liggen lezen totdat we tegen drieën worden opgehaald met drie jeeps. Zandduinen bij Merzouga, MarokkoWe rijden naar de zandduinen van Erg Chebbi bij Merzouga, een stenen woestijn waar veel fossielen worden gevonden, die dan ook overal aangeboden worden. Sommige delen zijn zand, soms een enkele boom, een enkel huis. Als in de verte de duinen opdoemen, maken we een stop, maar het begint te waaien en ze zijn nog maar amper te zien. Het zand kruipt overal in en we eten het zelfs. Het opstuivende zand is wel een mooi gezicht. We scheuren af en toe hard over het zand en overal zien we landrovers een eigen weg zoeken.
De auberge ligt tegenover wat lage duinen. We zitten er uit de wind naar te kijken. Het is nog een beetje zonnig, maar de lucht vult zich snel met zand. Een paar mensen gaan wat wandelen maar die worden zowat gezandstraald.
Er wordt wat getrommeld op de djembé's en het klinkt wel aardig. Het is grappig om te zien hoe snel kinderen dat oppikken. We krijgen in een grote zaal een standaard menu: olijven vooraf, tajines met couscous met kip en kalia met groente. We kunnen kiezen waar we slapen: op het dak (te koud), in een tent (mm) of in een slaapzaal. Wij kiezen voor dat laatste. Het ziet er wel grappig uit: een enorme ruimte met (goede) bedden langs de kant die netjes opgemaakt worden. Er slapen hier zowat dertig mensen.

Dinsdag 9 aprilNaar Gorges du Todra

Todra-kloof, MarokkoWe staan vroeg op om de duinen in te lopen. Het gebied is een stuk uitgebreider dan dat we gisteren vermoedden. We zien de zon opkomen van achter de duinen en we krijgen een prachtig schouwspel te zien van grillige gevormde duinen, deels zonnig, deels in de schaduw. Langzamerhand ontstaan er steeds meer mooie effecten met af en toe een kameel tussen de duinen. Schitterend. Om 8:00 uur zitten we bij de auberge nog even in de zon en rijden dan met de landrovers door de woestijn naar Rissani. Hier is een grote souk en we zien in dit gebied veel vrouwen helemaal in het zwart met soms alleen één oog zichtbaar. Hoewel er wel vaak gekleurde stiksels en banden op het zwart genaaid zijn, blijven het vormeloze zakken. We dwalen wat over de markt met huishoudelijke artikelen, groente, schapen, ezels, kruiden en potjes aardewerk. Op de terugweg naar Erfoud stoppen we bij een fossielenfabriek waar ze fossielen uithakken en polijsten en gaan dan weer naar het hotel. Hier eten we een broodje bij het zwembad en constateren dat ze vandaag 30 drh kosten tegen 50 gisteren.
's Middags rijden we naar de Gorges du Todra. Onderweg zien we mooie lemen dorpjes liggen tussen de groene oases. Sommige dorpjes zie je amper liggen tegen de berghellingen. Af en toe stuift het ontzettend en is het zicht amper honderd meter. Hele zandduinen zijn de weg opgeblazen.
Ons hotel is het laatste in de kloof, waarvan de wanden honderden meters loodrecht omhoog steken. We leggen de spullen op onze kamer en gaan nog een stukje wandelen. Op het smalste stuk is de kloof niet breder dan zo'n vijftien meter. De zon gaat langzamerhand onder en kleuren de bergen mooi rood.

Woensdag 10 aprilNaar Dadès-vallei

We zetten de bagage bij de bus en lopen alvast een stukje vooruit. We genieten van de enorme rotsformaties en verbazen ons over al dat water, dat hier gewoon uit de grond komt. Niet een beetje, maar een hele rivier. De bus pikt ons op en we rijden naar een volgend dorp, vanwaar we gaan wandelen. We lopen door de palmoase over soms wel heel erg smalle dijkjes. Het groen steekt erg mooi af tegen de roodbruine bergen en de blauwe lucht. Sommige dorpjes lijken tegen de heuvels aangeplakt te zitten en sommige dorpen zijn verlaten en zijn de mensen verhuisd naar de nieuwe stad. We lopen over een vlak pad door dorpjes en langs akkers waar veel mensen aan het werk zijn. De gids met puntmuts (kabouter Plop) gaat voorop en wijst ons allerlei planten en groente aan zoals stambonen, aardappels, kruiden, druiven, olijven, abrikozen, appels. Bij de gids thuis drinken we thee met koekjes en nootjes en eten we lekkere couscous met vlees en groente en sinaasappel toe. En dan weer thee natuurlijk. Hij heeft een groot huis met een nog grotere tuin met een eigen waterput, veel planten en wat vee (koe, kippen, ezel, schapen). We lopen nog een stukje door naar Tineghir waar de bus op ons staat te wachten. Het is een korte rit naar de vallei van de Dadès. Hier zien we nog kleurigere bergen en erg vreemd gevormde rotspartijen. En natuurlijk ook het groen van de oases met veel water. Het ziet er schitterend uit. De kloof zelf is breder dan de Todra-kloof.
's Avonds hebben we geen lopend buffet, maar een zittend buffet. We zitten aan een lange tafel bij het open haardvuur. Eerst krijgen we soep waar een kilo zout bij moet om hem enigszins te laten smaken. Vervolgens salade met tomaat, ui, paprika, olijven, wortel, bieten. En dan nog het hoofdgerecht: kalia, couscous met kip en rundvlees met groenten. En alweer sinaasappel met kaneel na.

Donderdag 11 aprilDadès-vallei

Het heeft vannacht geregend, maar na het ontbijt is het deels zonnig, deels bewolkt. Met z'n achten gaan we een wandeling maken van zes uur. Het begint goed met lekker wandelweer en we gaan de kant van de blauwe lucht op. We lopen eerst door de kloof door de rivierbedding die vol met stenen ligt. Darna gaan we omhoog van 1.700 meter naar 2.050 meter. Het waait flink hard en dit stuk is bewolkt en geeft prachtige vergezichten. De rotsen zijn aardig rood gekleurd, er staan soms wat struikjes, maar er zijn vooral veel stenen. Dan begint het te regenen en wordt het koud. Wij zijn hier op voorbereid met regenjacks en regenhoezen voor de rugzakjes, maar de plaatselijke gids loopt op blote voeten in zijn sandalen en heeft geen regenkleding. Iemand van de groep heeft nog een geel plastic geval over waar hij erg blij mee is. Uitzicht over de vallei, MarokkoWe lopen gewoon verder en zijn blij dat het niet mistig is, zodat we in ieder geval nog uitzicht hebben. Halverwege heeft Martijn weer verbinding met z'n mobieltje en krijgt via sms de Nederlandse voetbaluitslagen door van een collega. Grappig zo op 2.000 meter hoogte in de 'middle of nowhere'.
Als het even later begint te hagelen, vinden we het toch minder worden. We komen een kudde schapen tegen en zien we nomaden die in een grot wonen. De gids heeft ondertussen zijn sandaal gebroken die we provisorisch repareren met enkeltape. Het pad gaat lichtelijk op en neer en de vergezichten zouden prachtig zijn geweest als de zon had geschenen. Het laatste stuk dalen we af naar de weg over een berg vol met rotsen. Over een brug bereiken we de weg waar een hotelletje is. We rennen naar binnen waar de kachel lekker brandt. En jawel, prompt begint de zon te schijnen. We bestellen koffie en thee en eten ons lunchpakket op: brood met omelet en kaas en natuurlijk sinaasappels. We gaan naar buiten en hangen alle natte spullen in de zon en warmen onszelf. Als het weer begint te dreigen, stappen we op en lopen het laatste stuk over de asfaltweg. Geen probleem want er is amper verkeer. We hebben geweldig uitzicht over de kloof met beneden wat water en de rode grillig gevormde rotsen. Het begint te rommelen, maar deze bui krijgen we gelukkig niet. Soms is het zonnig, er is veel wind, maar het blijft droog. Als we bij het hotel aankomen, is het voor het hotel heerlijk: we zitten in de zon en uit de wind. Dat hadden we vanochtend niet verwacht.
Het licht in het hotel doet het niet tegen de avond: het gaat even aan, maar dan weer uit. Bij het licht van onze waxinelichtjes kunnen we nog een beetje lezen en schrijven. Telkens gaat het licht even aan en uit en kunnen we een regel lezen.
's Avonds is de wedstrijd Feijenoord-Inter Milaan live op de tv. We zien alleen de eerste helft; de tweede  helft zitten we te eten en we horen de uitslag over de wereldradio (Feijenoord heeft de finale bereikt).


Vrijdag 12 aprilNaar Zagora

De zoon van een vrouw die in het hotel werkt, is opgepakt en in de gevangenis gezet, omdat hij een (dichte) fles wijn in zijn hand had. Hij kan vrijgekocht worden voor 700 drh en wij besluiten dat uit de pot te doneren. Het is wel erg hypocriet: zijn bewakers zitten iedere avond aan de wijn en het bier. En niet alleen de bewakers: er zijn heel wat Marokkanen (moslims) die roken, alcohol drinken en/of stoned zijn.
Bergen bij Zagora, MarokkoHet is vandaag zonnig, blauw en er staat veel wind. 's Nachts was het koud en als we op weg zijn, zien we verse sneeuw op de bergen liggen. De hele dag zullen we met sneeuw bedekte bergen van de Hoge Atlas zien. Er rijden veel volle bussen met maar vierenvijftig zitplaatsen, die helemaal volgestouwd worden. Bij politieposten wordt dan een briefje van 50 drh uit de bus gegooid, zodat ze verder mogen rijden. Ooit heeft Latif zo'n briefje opgeraapt en durfden de agenten niets te zeggen.
In de buurt van Ouerzazate bekijken we de kasbah Taourirt, die in de zestiende eeuw van een belangrijke en invloedrijke pasja is geweest. Iedereen die vanuit Timboektoe kwam, moest tol betalen en daar werd streng op toegezien.
Verderop rijden we het dal van de Draa in en zien we veel dadelpalmoases en heel veel kasba's. De rivier is soms wat breder, meestal erg smal. Veel water staat er niet in en het is pas lente... Eigenlijk zou het water de Atlantische Oceaan moeten bereiken maar dat gebeurt nog maar zelden. Onderweg droogt de rivier gewoon op.
In Zagora hebben we een leuk hotel met veel schaduwplekjes, palmen en een zwembad. Samen met Karin rennen we naar de bar voor het eerste koude biertje sinds een week. Heerlijk. Martijn en Karin gaan zwemmen, maar het water valt (erg) tegen. Het is frisjes. Brrr. We eten 's avonds met z'n drieën afzonderlijk van de groep. We zijn blij dat we weer eens aan gewone tafels en stoelen zitten. We eten salade en een soort hamburgers met frieten. Het is anders dan we verwacht hadden, maar wel lekker.

Zaterdag 13 aprilZagora, naar Tamegroute, kamelenkamp

Met z'n zessen gaan we met de bus naar Tamegroute, waar we een zawiyyas, een heiligdom, bezoeken. Ook is er een zeer oude bibliotheek (pas in 1956 ontdekt) waar 4.000 bijzondere werken worden bewaard, terwijl de overige 16.000 zijn overgebracht naar Rabat.
's Middags luieren we bij het zwembad tot het tijd is voor de kamelentrektocht. Zagora ligt aan de rand van de woestijn en was vroeger het vertrekpunt van grote karavanen die in tweeënvijftig dagen naar Timboektoe trokken. Iedereen krijgt een kameel en drie of vier kamelen zitten met touwen aan elkaar vast die geleid worden door een Berber. Lia treft een eigenwijze kameel: hij wil niet achter een andere kameel lopen, hij wil niet aan een touw meteen achter de bewaker en hij is bang van gemotoriseerd verkeer. Uiteindelijk laten ze hem maar los en terwijl iedereen gezellig met elkaar babbelt, rijdt Lia moederziel alleen voorop. Achter haar op een rijtje de vier bewakers met ieder vier kamelen. In het begin stappen we op de (onverharde) weg, later door het zand. We stoppen een keer en na twee uur bereiken we het woestijnkamp. Er is een etenstent, twee slaaptenten en een wc-tent. In de slaaptenten liggen goede matrassen, dekens en lakens. Het moet alleen niet gaan regenen, want het dak ziet er niet betrouwbaar uit. Nou schijnt het hier zelden te regenen en ze hebben het over brood bakken in het hete woestijnzand. Maar het lijkt of wij de regenbrengers zijn en ook hier regent het een paar druppels. Gelukkig niet veel en later zal het helemaal open trekken, zodat we nog een aardige sterrenhemel te zien krijgen. Niet helemaal helder, want we zien geen melkweg.
Het duurt lang voordat we te eten krijgen en als het komt valt iedereen er op aan. Onze fles whisky drinken we 's avonds leeg buiten op de vloerkleden onder de heldere hemel.

Zondag 14 aprilNaar Zagora

Martijn is jarig vandaag.
We staan vroeg op; om 6:00 uur is het licht. We gaan weer terug naar Zagora en Lia neemt wijselijk een andere kameel. Deze zit ook een stuk zachter en hobbelt lekker voort. We zitten nu alleen maar op de weg en moeten voortdurend aan de kant voor auto's en brommers. De route is werkelijk helemaal niets. Onderweg zien we, volgens de kenners onder ons, kuifleeuweriken en verschillende soorten tapuiten. Bij aankomst in het hotel geven we iedereen een drankje en Latif heeft voor een grote taart gezorgd. Er wordt gezongen en Martijn verdeelt de taart. Nu is een mobieltje wel leuk: hij krijgt telefoon, sms- en voicemailberichtjes.
De rest van de dag brengen we al lezend aan de rand van het zwembad door, al dan niet in de zon (soms toch wel erg warm) en doen niet veel. Een echt luierdagje.

Maandag 15 aprilNaar Aït Benhaddou, Marrakech

Aït Benhaddou, MarokkoLatif vertelt, dat we vroeg zouden vertrekken. Als hij 7:30 uur noemt, denken we dat hij niet serieus is.  Wij zijn met 'vroeg' wel wat anders gewend. Vandaag rijden we naar Marrakech. Eerst bezoeken we vlakbij Ouerzazate Aït Benhaddou. Dit is een complex van zeven kasba's die tegen de rotsen liggen. Het is erg vervallen; alleen het voorste deel is gerestaureerd omdat deze regelmatig gebruikt wordt voor filmopnames. Vanaf het hoogste punt hebben we mooi uitzicht over de kale vlakte de groene oase en de besneeuwde bergen daarachter.
Daarna rijden we de bergen in om de Hoge Atlas over te steken. De weg gaat kronkelig omhoog en geeft vaak mooie vergezichten. Het land is erg droog, soms wat groene rijstvelden, gekleurde rotsen en de bergen met sneeuw steken mooi af tegen de blauwe lucht. Op de hoogste pas (2.260 meter) trekt het dicht en wordt het buiten weer wat frisser. Het blijft bewolkt tot Marrakech.
Af en toe is er een politiecontrole. Ergens moeten we stoppen en zegt men dat er te hard is gereden. Ze hebben geen meetapparatuur o.i.d., maar ze vervelen zich blijkbaar. Onze chauffeur kan het afkopen met een fles water. Het slaat werkelijk helemaal nergens op.
Bij binnenkomst in Marrakech liggen aan weerszijde van de weg mooi aangelegde tuinen. Overal zitten groepjes mensen: mannen met mannen en vrouwen met vrouwen. Een enkel gemengd stel. Veel meer vrouwen dan mannen. Een echte ontmoetingsplaats om bij te kletsen.
Ons hotel ligt vlakbij het centrale plein, Jemaa el-Fna. We gaan met z'n tweeën op zoek naar een Chinees. De Marokkaanse kaart is niet erg gevarieerd en we willen wel eens wat anders. Volgens ons boek zouden er twee Chinezen zijn. Het is een half uurtje lopen, maar dat is wel lekker na een hele dag bussen. Het is druk op straat en we zien de auto's stoppen voor de rode stoplichten. Voetgangers stoppen daar niet voor, als er al lichten zijn, en iedereen loopt gewoon door en op de grote pleinen loopt iedereen langs de auto's dwars door het verkeer heen. De eerste Chinees is gesloten, maar de tweede niet. We krijgen vooraf kroepoek en een schaaltje met zuur. Dat is snel op en wordt ook weer snel aangevuld. We eten heerlijke Kantonese rijst met zoetzure kip en eend met ananas. Jasmijnthee na. We zitten echt te schransen.
We lopen nog even het centrale plein op. Het is het bruisende hart van de stad. Veel kraampjes met sinaasappelverkopers, noten- en dadelsbarren en etensstalletjes. Die roken enorm, ze hebben van alles en het is er erg goedkoop. Overal staan groepjes mensen dicht op elkaar gepropt om muzikanten en acrobaten heen. Ook zijn er verhalenvertellers, slangenbezweerders en schrijvers. Hij is er vrij druk, maar de toeristen vallen tussen de Marokkanen niet op. Het is eigenlijk ook een spektakel voor de plaatselijke bevolking: alles gaat in het Arabisch of Berbers en het gaat al honderden jaren zo.

Dinsdag 16 aprilMarrakech

Het weer is half bewolkt, niet zo warm en een trui is niet nodig. Lekker weer om door de stad te banjeren.
Na het ontbijt gaan we met z'n tweeën de stad in. We besluiten eerst naar de bezienswaardigheden te gaan waar toegang wordt geheven, omdat deze tussen de middag lang dicht gaan. We lopen eerst naar de Bab Agnaou, een van de toegangspoorten van de oude stad die goed bewaard is gebleven. Hij ziet er mooi uit en er nestelen verschillende ooievaars op het dak. Dan bezoeken we de Saadian tombes, waar het erg druk is met toeristen. In de hele stad trouwens. Veel meer dan we tot nu toe gezien hebben. Op het terrein bevinden zich graven uit de zestiende eeuwse dynastie van de Saadiërs. Zijn opvolger wilde de herinnering aan zijn voorganger uitwissen maar vernietiging van de graven ging hem te ver en hij liet de graven inmetselen. Ze werden pas in 1917 ontdekt. Totaal liggen er meer dan honderdvijftig graven van vorsten, familieleden, kinderen, concubines en dienaren. Overal in Marokko is de entree 10 dirham, wat wij erg goedkoop vinden. Ze hebben ook overal dezelfde kaartjes.
Over een kleine plaatselijke markt vol met groente en fruit en allerlei kruiden lopen we richting het Bahia-paleis. We zien veel moorse gebouwen, veel rode muren en huizen en veel doorkijkjes. Sommige delen zijn vol met toeristen, op andere plaatsen zie je ze helemaal niet. In het paleis wel. Dat is alleen open als de koning niet in Marrakech is; het wordt nog steeds gebruikt. Vooral de plafondversieringen en de deuren zijn erg mooi. Voor de rest is het leeg. Tenminste het deel waar je in mag. Een deel is privé, een deel wordt gerestaureerd. Het is gebouwd aan het einde van de negentiende eeuw voor de grootvizier.Marrakech, MarokkoWe dwalen verder in de richting van de Bab Debbagh aan de oostkant van de oude stad. Van hieraf zou je mooi uitzicht hebben op de tannerieën. Helaas kun je er niet meer op. We worden door iemand meegenomen die ons verschillende leerwasplaatsen laat zien. Een met o.a. rode verf waar je eigenlijk niet mag fotograferen en een met indigo. Het is lang niet zo indrukwekkend als in Fès. We lopen weer terug richting Jeema el-Fna en onderweg vertellen talloze Marokkanen uit zichzelf de weg naar de verschillende bezienswaardigheden. Grappig. Op een terrasje drinken we een cola, nadat we eerst ergens weggestuurd waren, omdat we alleen maar willen drinken en niet eten, en genieten van de rust, het uitzicht en alle mensen die voorbij lopen.
's Middags gaan we de medina in. We lopen door de smalle straatjes en zien wel waar we uitkomen. Veel verkopers proberen je naar binnen te praten. Winkels waar de verkopers 'kijken, kijken, niet kopen' zeggen, slaan we bij voorbaat over. We kijken naar verschillende dingen: mini-tajines, T-shirts, koperen potten en een petje voor Martijn. Dat laatste kopen we als we er uiteindelijk een vinden die past (afgedongen van 160 drh naar 50 drh). De rest vinden we allemaal veel te duur en zelfs na veel afdingen, blijft hun prijs zo hoog, terwijl de kwaliteit te wensen over laat, dat we het goedkoper in Nederland kunnen kopen. Ze blijven ons nalopen, maar hun laagste prijs bevalt ons niet en dus kopen we niets. Soms is de eerste vraagprijs zo idioot hoog, dat we meteen weglopen.
We bezoeken nog de wolververs, wat een mooi kleurrijk geheel is, al die gekleurde strengen wol. Boven de straten hangen geverfde sjaals te drogen; in iedere straat een andere kleur. Degenen die met chemische middelen zijn gekleurd geven af, die met natuurlijke producten niet. De man die ons in twee minuten rondleidt wil wat geld en wij geven 5 dirham. Dat vindt hij niet genoeg en wil 10 dirham. Wij nemen het geld terug en als hij in de gaten krijgt, dat wij niet meer gaan geven, neemt hij alsnog genoegen met 5 drh. Jammer voor hem, maar hij krijgt helemaal niets meer. We zijn niet gek.
Aan het eind van de middag vinden we in de oude stad een van de weinige hotels die alcohol verkopen, het Grand Hotel du Tazi en we zitten heerlijk te genieten van een paar Amstel-biertjes. Bij elk biertje krijgen we een schaaltje popcorn en we denken niet aan de rekening.
's Avonds eten we bij een Italiaan een eindje buiten het centrum. Er is nog net een tafeltje vrij en het blijft de hele avond erg druk. Na afloop kijken we nog even op het plein en zien de aapjes, dansers, enz. enz.

Woensdag 17 aprilNaar Essaouira

Het is de hele dag bewolkt. We rijden naar Essaouira aan de kust over een vrij saaie weg: vlak en kaal zonder bomen; af en toe wordt er wel wat verbouwd. Wat dichter bij de kust zien we weer boomgaarden met o.a. olijvenbomen en hele velden vol met kleurige bloemen.
Essaouira is een klein stadje met witte huizen en blauwe deuren en ramen. Veel pleisterwerk zou wel eens vervangen kunnen worden. We gaan naar de haven naar de open-lucht-vis-grils. Een boulevard aan zee met allemaal borden met uitgestalde vis. Voor 60 drh p.p. kun je daar zelf een selectie maken. Elk stalletje heeft hetzelfde en ze zijn allemaal even duur. Maar bij de een kun je waarschijnlijk wat meer bedingen dan bij de ander. Wij bestellen zes verschillende soorten die voor ons geroosterd worden en schuiven aan de lange tafels bij andere mensen aan. Lekker.
Daarna wandelen we wat door de medina. We hebben niet zoveel puf vandaag en besluiten om een paar biertjes te gaan kopen en dan terug te gaan naar het hotel. De alcohol krijg je altijd mee in een zwarte plastic zak zonder opschrift, zodat men niet kan zien dat er drank in zit.

Donderdag 18 aprilEssaouira

Tot goed 10:00 uur is het zonnig, maar er staat wel een harde (frisse) wind. We gaan een eind op het strand lopen, naar het volgende dorpje. Er komt een riviertje in zee uit en hier zitten veel vogels: meeuwen, reigers, lepelaars en aalscholvers. In een klein tentje drinken we een kopje (veel te dure) thee waar we een paar koekjes bij krijgen. Het dorp is verder helemaal niets en we gaan dan ook snel weer terug. We lopen nu tegen de wind in en komen veel groepsleden tegen. We kijken even bij de viskraampjes en de haven en slenteren dan de medina weer in. We willen nog wat kleine tajines kopen, maar onze maat is er bijna niet en wat er wel is, is al beschadigd. We eten bij een kleine Italiaan (zowel de zaak als de eigenaar zijn klein): sardientjes en spaghetti. We lopen wat door en ondertussen gaat de zon schijnen, maar de wind blijft vrij hard en fris. Toevallig(?) komen we weer bij de alcoholwinkels net buiten de stadsmuren en slaan nog een paar blikjes in. Op het kale dak van het hotel leggen we een paar handdoeken en gaan we uit de wind en in de zon lezen met een biertje erbij. In het hotel zitten we op de vierde verdieping en liften hebben ze in Marokko nog niet uitgevonden: elke keer zijn het eenentachtig traptreden!

Vrijdag 19 aprilNaar Casablanca

Vandaag rijden we het laatste stukje met de bus naar Casablanca. Toch nog zo'n driehonderdvijftig kilometer. Onderweg zien we vreselijk veel bloemen: hele velden zijn gekleurd: lichtgeel, geel, oranje, roze, paars. Vooral het rood van klaprozen vinden we erg mooi. Soms zijn er ook gemengde velden. We lunchen onderweg in een klein tentje met omelet en kip met patatjes.
Tegen vieren zijn we in hotel Guyneme in de binnenstad en even later gaan we met Karin op zoek naar een kroegje. We vinden er een vlak bij het hotel waar ze zelfs grote glazen tapbier verkopen. Op het bonnetje staat 33 drh en dat blijkt niet per stuk, maar de prijs voor drie. Is dat even goedkoop. We maken er meteen misbruik van en drinken ieder vier glazen. Samen met wat olijven smaakt het prima.
's Avonds eten we ons laatste avondmaal met de hele groep in een chique tent. We hadden gedacht aan een laatste tajine, maar die hebben ze niet. Nu moeten we genoegen nemen met carpaccio, tongrolletjes gevuld met zalm en een vispotje. Het is behelpen…
In het restaurant van het hotel drinken we de laatste biertjes. We leggen samen met Karin alle dirhams bij elkaar en dan kan er voor ieder net een biertje af. Omdat we blut zijn, krijgen we van Latif ook nog een biertje.

Zaterdag 20 aprilNaar huis

Wij hebben nog 3,5 dirham en Karin heeft er nog 22 gevonden. Op een terras laat Martijn zijn schoenen poetsen en bestellen we koffie en thee. We hopen dat we genoeg geld hebben voor alles. Inclusief fooi komen we precies uit.
Terug op de kamer mist Lia een sjaaltje uit haar dagrugzakje en merken we dat onze grote rugzakken helemaal doorzocht zijn: ze hebben er een zooitje van gemaakt. Via Latif stellen we de eigenaar van het hotel op de hoogte, die het natuurlijk niet kan geloven.
Met de bus rijden we naar het vliegveld en genieten voor de laatste keer van alle bloemen die uitbundig in de (midden)berm bloeien.
We hoeven niet in de rij te gaan staan en mogen inchecken bij de eersteklas balie. Dus dat schiet erg snel op. Om 14:05 uur plaatselijke tijd vliegen we naar Frankfurt, waar we twee uur wachten voor we door kunnen naar Amsterdam. Om 22:30 uur landen we (Nederlandse tijd) en we gaan eens een keer zonder vertraging met de trein naar huis.

Dit was een reis met