Afrika

Artikelindex

Ethiopië – Kenia

11 januari t/m 3 februari 2013

Baobab bestaat 40 jaar en daarom organiseren ze een reis van Cairo naar Kaapstad. Deze is opgedeeld in zes etappes en wij hebben voor etappe drie en vier ingeschreven. Ons eerste deel begint in Addis Abeba (ETHIOPIE) en gaat recht naar het zuiden naar Nairobi (KENIA). Het tweede deel gaat van Nairobi via Oeganda naar Tanzania. We eindigen in Dar es Salaam en gaan dan met ons tweetjes naar Mafia-island voor de kust van Tanzania om even bij te komen van zeven weken kamperen. Het tweede deel van de reis is te lezen in het verslag Kenia-Oeganda-Tanzania.

Turkana-vrouwen, Ethiopië

RouteAfrika

Vrijdag 11 januariNaar Addis Abeba (Ethiopië)

Om 6:30 uur loopt de wekker af en vertrekken we naar Schiphol voor de vlucht naar Addis Abeba (Ethiopië). Zowel de treinreis als de bagageafgifte gaat voorspoedig en we hebben ruim de tijd om koffie te drinken. We vertrekken volgens plan om 10:10 uur en komen zowaar vijf kwartier te vroeg aan. Ook hier gaat de afhandeling snel. We hadden al een visum en de bagage komt snel. We wisselen meteen euro's voor birrs en krijgen 7150 birr voor € 300. We rekenen € 4 voor 100 birr.
We worden opgewacht door reisleidster Els en rijden in twintig minuten naar het hotel. We zijn best wel gaar na zo'n vlucht, maar toch gaan we buiten in de tuin nog een biertje drinken. We vinden daar het grootste deel van de groep, die uit 16 personen bestaat. Twee mensen gaan alle zes de trajecten mee, eentje gaat er, net als wij, ook twee delen mee. De temperatuur buiten is nog aangenaam; zeker omdat we uit Nederland met licht vriezend weer zijn vertrokken.
We zitten op 2328 meter en dat merken we meteen als we de bagage een trap op moeten sjouwen. Het hotel is het oudste van Addis Abeba en ongeveer 200 jaar oud. Het is simpel, ruime kamer, grote badkamer, schoon, maar wel gehorig.

Zaterdag 12 januariAddis Abeba

We hebben goed geslapen en maken gebruik van het ontbijtbuffet in het hotel.
Onderweg zien we veel bruidsauto's. Kerstmis is hier net geweest (6 januari) en Nieuwjaar viert men op 11 september. Het is erg in trek om net na de kerst te trouwen. Vooral zondag is een geliefde dag en morgen zal het wel helemaal druk zijn met trouwpaartjes, want dan is het een mooie datum: 5-5-5.
Het is hier vandaag de vierde dag van de vijfde maand in het jaar 2005. Ethiopië kent dertien maanden van elk dertig dagen. Wat er over blijft, vier of vijf dagen afhankelijk van het schrikkeljaar, komt er aan het eind bij (is dus de 13de maand). Men gebruikt de Ethiopische kalender die gelijk is aan het liturgisch jaar van de Eritrees-orthodoxe Kerk, ook Ge’ez kalender genoemd. Ook hun tijd is niet hetzelfde als bij ons. Bij ons begint de nieuwe dag om middernacht; in Ethiopië begint men om 6:00 uur onze tijd (zonsopkomst) met 0:00 uur en daarmee lopen ze zes uur achter. Ze noemen het Swahili-tijd. Je moet daar af en toe wel rekening mee houden.
Vandaag bezoeken we eerst het Etnologisch Museum, wat vroeger het paleis van keizer Haile Selassi was. Nu is het deels museum, deels universiteit. Daarna bekijken we de, vrij nieuwe, Holy Trinity Cathedral, ook deels museum.
Holy Trinity Cathedral, EthiopiëDe lunch gebruiken we in het Nationaal Museum, wat redelijk gestructureerd gaat. Men weet precies wie wat besteld heeft en ook de rekeningen komen keurig per persoon op tafel. Het doet erg on-Afrikaans aan.
De Merkato-markt is erg druk. De straatjes zijn er vrij smal en grote delen verkopen allemaal hetzelfde. Nooit zoveel schoenen bij elkaar gezien. Doordat de markt bekend staat om z'n zakkenrollers moeten we erg op onze spullen passen.
In een kleine lokale koffiebar bestellen we een koffieceremonie. De vloer is bezaaid met planten en er staan kleine krukjes. De koffie wordt ter plekke gebrand en iedereen mag daar even aan ruiken. Via allerlei gebruiken en rituelen is de koffie eindelijk klaar en krijgen we een sterk bakkie. Smaakt goed.
Weer terug in het hotel is het erg druk. Overal zitten mensen en ook staat er een bruidsauto. Het valt ons op, dat alle Europeanen buiten zitten en alle Ethiopiërs binnen. Grappig.
We drinken wat biertjes met Nico en gaan daarna samen in het hotel eten. We bestellen een nationale schotel en eentje is genoeg voor ons beide, zegt de serveerster. We krijgen een grote schotel met injera en allerlei hapjes daarop. Heerlijk. De schotel kost 120 birr (€ 5) en een biertje 19 birr (€ 0,80). Niet duur dus. De mensen die echter de hele reis meereizen, hebben tot nu toe niet zo duur gegeten...
In Nederland was ons verteld, dat contante euro's en dollars er als nieuw uit moesten zien, omdat ze anders niet geaccepteerd zouden worden. De birr-briefjes die je hier krijgt zijn regelrechte vodjes. Soms moet je goed kijken wat voor briefje het is, zo viezig en verschoten zien ze er uit.

Zondag 13 januariNaar Awasa via Shashemene – 304 km, 1900 meter

Om 8:00 uur krijgen we uitleg over de truck; zowel van de binnen- als de buitenkant. We hebben twee chauffeurs: Nederlandse Jan en Argentijnse Juan die zo'n beetje de baas is.
De binnenkant heeft voorin acht stoelen in een busopstelling. Achterin zitten de stoelen aan de zijkant. Aan de ene kant met een tafel en koelbox er tussen. Zit wel gezellig. Veel beenruimte en je kunt nog eens gaan staan, als je dat wilt.
Om 8:30 uur vertrekken we richting Arba Minch. Dat zullen we vandaag niet halen en we zullen ongeveer halverwege in Shashemene stoppen.
Onderweg zien we mensen lopen; altijd een teken van armoede. Iedereen loopt te bedelen. Dat is niet veranderd ten opzichte van vijftien jaar geleden, toen we hier ook al eens waren. We zijn benieuwd naar de veranderingen van de stammen in het zuiden van het land.
Lopende mensen, EthiopiëHet landschap is vrij dor. Overal zien we herders met kuddes koeien en geiten. Een enkele keer dromedarissen. Heel veel kinderen zijn er. Vooral in de dorpjes. De chauffeurs moeten goed uitkijken, dat die niet voor de wielen lopen. Er rijden veel wagentjes met ezels er voor.
We lunchen in Shashemene met een lokale schotel: rijst met verschillende stukken schaap, waaronder een oor, en een schaaltje met een gekookt ei en een sausje. Erg lekker.
Daarna rijden we een stukje door naar warmwaterbronnen. De meeste besluiten om daar te gaan poedelen en met een paar man en een gids gaan wij een stukje lopen. We zien het begin van een bron waar het water 85º is. Even verderop zitten vier colobus-apen in de bomen. Prachtige zwartwitte franjeapen. Ze verdwijnen pas als we vrij dichtbij komen. Ook zien we wat gekleurde vogels.
We overnachten in uiteindelijk in Awasa in een plaatselijk hotelletje. Kleine kamer en badkamer; wel schoon. De twee echtparen krijgen beide een kamer met een dubbelbed; alle alleengaanden krijgen een eigen kleine kamer. Kamers met twee bedden kennen ze niet. Alle kamers samen kost US$ 200.

Maandag 14 januariArba Minch – 285 km

We hebben wat last van onze magen. Dat is jaren geleden! Gelukkig is het 's morgens al weer over. We ontbijten in een restaurant in het dorp. We drinken alleen koffie en thee voor 10 birr. We wandelen een stukje rond en bekijken een moskee een ronde toren met mooie mozaïek-afbeeldingen.
Het weer is goed. Blauw en lekker warm.
We zitten vandaag in het voorste deel van de truck, zodat we mooi vooruit kunnen kijken. Er zitten tientallen maraboes in de bomen midden in het dorp. We rijden over een mooie asfaltweg en zien veel lopers, ezelskarren, kuddes koeien en geiten. Langs de kant groeien allerlei gewassen.
We gaan op weg naar Arba Minch.
We bezoeken het hoofdkwartier van de rasta. De mevrouw die ons rondleidt is erg fanatiek. Ze hebben allerlei regels, zoals geen alcohol en drugs. Marihuana wordt wel (veel) gebruikt, maar op onze vraag zegt ze, dat dat geen drug is en bovendien een heilige plant.
We zien steeds meer ezelskarren helemaal volgeladen met goederen. De mannen dragen een apart soort hoge hoeden. De kuddes vee lopen midden op de weg en we moeten regelmatig langzaam rijden of stoppen voor ze opzij gaan.
Veel mensen vragen waar we vandaag komen, zeggen we Holland, dan gaan de duimen omhoog. Als Juan zegt dat hij uit Argentinië komt, gebeurt er niets. Voortaan zegt hij, dat hij ook uit Nederland komt.
De openbare bus kent drie niveaus. Klasse 1 is de meest luxe.
Er zijn vier kookgroepjes en op de markt moet iedere groep voor één dag eten kopen. Omdat ze niet zoveel keus hebben, komt iedereen met hetzelfde terug. Eerst was gezegd, dat we nog naar een supermarkt zouden gaan, maar dat schijnt op de een of andere manier niet meer te kunnen. Dan eten we maar elke dag hetzelfde prutje; een dag met rijst, een dag met pasta, een dag met aardappelen. We zien wel.
We eten in een hotel en splitst de groep zich over verschillende tafels.

Dinsdag 15 januariNaar Konso – 190 km, 1500 meter

Met twee aftandse busjes rijden we naar het Nach Sar N.P. Onderweg zien we de eerste bavianen, waarvan sommige erg groot zijn. Een bosbok blijft voor ons staan, zodat we hem mooi kunnen bewonderen. Aan de rand van het Chamo-meer stappen we in twee bootjes. Eerst een stukje moeten we de boot met een stok afduwen door het ondiepe deel, daarna gaat de motor aan.
We zien veel visarenden, een grote groep witte pelikanen, wat lelielopers en vijf nijlpaarden. Die duiken steeds onder, komen eventjes boven, zien ons en zijn meteen weer vertrokken. Eerst zien we een kleine krokodil die mooi op het strandje ligt. Even verderop ligt een joekel wat verscholen tussen het gras. Hij wordt geschat op zeven meter lang en 75 jaar oud. We kunnen er vrij dichtbij komen. Ook de volgende grote is goed te zien en er zwemt ook een lange in het water. Grote reigers, purple en goliath staan langs de kant te vissen.
We zijn te vroeg terug voor de lunch en vertrekken daarom meteen naar Konso.
Het is zo warm dat we de zijkanten van de truck oprollen. Daardoor komt er wel meer stof en bladeren de truck in. Maar dat weegt niet op tegen de frisse lucht.
We zetten de tenten op bij een resort. Dat terrein ligt wat lager en we moeten een stukje sjouwen met de tent. De grote bagage blijft in de truck en we halen er alleen uit wat we nodig hebben.
Kamole, EthiopiëWe wandelen naar Kamole, een traditioneel dorp waar we uitleg krijgen over de bouw daarvan. Een dorp bestaat uit verschillende kringen die omgeven zijn door hoge muren. Elke kring is voor een bepaalde generatie. Zodra de kinderen 18 worden, komt er een nieuwe kring en wordt er bij de enorme totempaal een nieuwe stam toegevoegd. Er lopen veel kinderen met ons mee en allemaal zeuren ze om op de foto te mogen, waarvoor je dan moet betalen. Dat doen we dus niet, want als je met eentje begint, is het hek van de dam. De gids is zo druk met het stil manen en weg sturen van de kinderen, dat hij op een gegeven moment een kindermepper aanstelt, die de kinderen onder de duim moet houden.
Men heeft allerlei tradities, zoals:
-    je mag pas trouwen als je een grote zware ronde steen over je hoofd kan gooien;
-    je trouwt met iemand uit een ander dorp, want één dorp is één familie;
-    elke nieuwe generatie bouwt een eigen dorp met een stenen muur er om en plant een extra stok bij de enorme totempaal; de binnenste muren zijn drie meter hoog;
-    dode mensen worden gecremeerd en na negen jaar, negen maanden, negen dagen, negen uren opgegraven en bijgezet.
We maken een wandeling door het heuvelgebied door de velden en akkers. Ze verbouwen o.a. koffie, qat, kalebassen, guave, mango. Drie uur later komen we in het donker bij de camping aan. Martijn is er wat eerder dan Lia en bestelt bij het restaurant meteen twee bier, zodat die voor Lia klaar staat. Dat gaat er wel in. En dat geldt voor de hele groep, want iedereen schuift aan. We besluiten en masse dat we hier ook blijven eten, zodat de kookploeg niet meer aan het werk hoeft. Voor de prijs hoeven we dat niet te laten. Een hoofdmaaltijd kost meestal ongeveer 75 birr, € 3. We blijven lekker doorpimpelen en het wordt een gezellige avond.


Woensdag 16 januariNaar Turmi – 233 km, 921 meter

Lia zit vandaag in de kookploeg en moet om 5:30 uur op om het ontbijt te maken. We hebben gebakken eieren en een fruitsalade. Het smaakt iedereen prima.
Om 7:30 uur vertrekken we naar Turmi en zien vandaag vooral veel kinderen langs die weg die staan te gillen en te zwaaien langs de kant. Die zwaaiende handjes veranderen telkens razendsnel in bedelende handjes.
Het blijft een mooie asfaltweg die afdaalt tot onder de 600 meter en dan weer klimt naar 2100 meter. Een paar grondneushoornvogels scharrelen in de berm.
Langzamerhand zien we steeds meer Hamar-mensen langs de kant van de weg lopen. De vrouwen dragen dierenvellen, veel kettingen en sommigen hebben een halve kalebas op hun hoofd. De borsten zijn altijd bloot. De mannen hebben zeer korte rokjes waar ze niets onder dragen... Hamar-vrouw, EthiopiëZe hebben een klein houten krukje dat ze gebruiken om op te zitten, als kussen en soms, als ze zitten, tegen inkijk in hun kruis. Dat doen ze niet allemaal en bij sommige mannen die wijdbeens zitten, zie je alles hangen.
We kamperen in de buurt van Turmi op een camping. Veel stelt dat niet voor, maar wij vinden het wel mooi. Lekker rustig en veel schaduw van bomen.
Na de lunch vertrekken we naar een bull jumping, een traditioneel ritueel waarbij een jonge man over stieren moet springen. Slaagt hij daar in, dan mag hij trouwen. Zo niet, dan is het terug naar af. We rijden een stuk over een slechte weg en na een paar kilometer besluiten de chauffeurs om om te draaien. Het zou te lang duren en we moeten ook nog een uurtje lopen. Ze zijn bang, dat we te laat komen. Morgen is er ergens ook nog één en we zullen daar naar toe gaan.
Nu bezoeken we een ander dorp, waar de mensen traditioneel leven. Alleen zijn bijna alle mensen weg, vee hoeden of op de akkers aan het werk, en zijn er alleen wat vrouwen. Die zijn er prachtig uit en ze maken een deal om foto's te maken. Het is gebruikelijk om voor iedere foto twee birr te betalen, maar nu mogen we een paar minuten onbeperkt maken. Daarna gaan we in een barretje een biertje drinken. Het is hartstikke warm, dus we moeten genoeg drinken...
In een volgend dorpje wordt gedanst en door de mannen gesprongen. Die staan in een halve kring te klappen en telkens komen er twee mannen naar voren die elkaar een hand geven en dan zo hoog mogelijk springen. Degene die het hoogst kan, is het aantrekkelijkst voor de vrouwen. De meisjes staan aan de andere kant en lopen op de springers toe als die man ze aanstaat. Als die man dat ook wat vindt, springt hij achter haar aan.
De regels tussen man en vrouw zijn strikt. De vrouwen moeten voor hun trouwen veel seksuele ervaring op doen. Na hun trouwen mogen ze alleen met hun man naar bed. De getrouwde mannen mogen altijd met iedere ongetrouwde vrouwen seks hebben en zij kiezen de vrouwen, die daar niets in te zeggen hebben. Een man mag wel zes of zeven vrouwen hebben. Aan de versieringen van de vrouwen is te zien of ze getrouwd zijn, hoofd- of bijvrouw zijn en of ze rijk zijn.
In een hut demonstreren ze hun koffieceremonie, waarbij de kalebassen met brandende stukjes hout van binnen worden gereinigd. De koffie wordt gemaakt van een soort schilletjes en smaakt niet echt naar koffie.
Vanochtend is er een kok ingestapt, die in de tussentijd het diner heeft gemaakt. Tot de grens met Kenia zal hij bij ons blijven. Iedereen is daar erg blij mee. Zo'n man kan vast meer variëren dan wij kunnen. We krijgen een lekkere soep, rijst en een grote bak met geitenvlees. Lekker.
Vroeg naar bed. We hebben alleen de binnentent opgezet en alle ramen zo ver mogelijk open. Het grootste deel van de nacht staat er wat wind, zodat het lekker door waait. We slapen prima.

Donderdag 17 januariTurmi – 30 km

Tegen tienen wandelen we naar de markt in Turmi. Het is knap warm en we lopen midden in de zon. In een cafeetje drinken we een colaatje en zien in de tuin gieren tussen het afval scharrelen.
Banna-man, EthiopiëDe markt begint net een beetje op gang te komen. Er zitten Hamar, Banna en Dassanech. De Hamar-vrouwen dragen hun haar in vettige rode sliertjes. Het ziet er een beetje uit als draadjes. Ze dragen veel sieraden. Er lopen een paar Banna-mannen met kleikapjes. Prachtig zien ze er uit. Lia heeft een kleine stoffen kikker aan haar rugzak hangen en alle kleine kinderen komen daar op af. Ze willen hem aaien en allemaal willen ze hem hebben.
De truck staat ons op te wachten en we rijden naar de plaats waar het bull jumpen plaatsvindt. De chauffeurs hebben dagen in de truck zitten bellen om er achter te komen waar het zou gebeuren. Het is moeilijk om op de juiste dag op de juiste plaats te zijn.
We moeten een half uur lopen en het is bloedje heet. Iedereen neemt volle flessen water mee en er wordt een jerrycan met vijftig liter extra water meegenomen. We huren een jongen in om die te dragen. Goed plan.
Op de plaats van bestemming wordt al door de vrouwen gedanst. Hun haar is vers rood gekleurd en ze dragen riemen met bellen net onder de knie. Sommige hebben vijftien centimeter hoge enkelbanden die ze tegen elkaar slaan. Dat, de rinkelende bellen, het handgeklap en het gestamp op de vloer geven een enorme herrie. We moeten eerst het stamhoofd opzoeken om toestemming te krijgen om foto's te maken. Die wordt altijd wel gegeven, maar je moet het wel vragen.
Vandaag moet een jongeman over een aantal stieren heen springen. Wanneer hem dat lukt, mag hij trouwen.
Traditie, EthiopiëWe gaan eerst naar de rivier waar de vrouwen worden geslagen. Echt waar. Het is een traditie die al honderden jaren oud is. De vrouwen van de familie van de jongen worden geslagen. Zij komen met lange twijgen aandragen en geven die aan een jongen en smeken om geslagen te worden. Ze geven geen krimp; ze knipperen zelfs niet met hun ogen. Als ze dat wel doen, is dat ernstig gezichtsverlies en wordt ze door de andere vrouwen onder handen genomen. Vrouwen met veel littekens zijn sterke vrouwen en dus populair.
Terug bij de centrale dansplaats zit iedereen in de schaduw. Sommige mannen hebben hun benen wit of lichtgeel geschilderd met patroontjes er in; veel dragen geweren en patroonriemen om hun middel. Er wordt telkens even gedanst en op het eind van de middag komen de hoogwaardigheidsbekleders die op de eerste rang mogen zitten. Vrouwen zorgen voor de aanvoer van kalebassen met drank die ze uit enorme pannen schenken. Iedereen zit aardig te tetteren en de vrouwen snuiven een geelbruin poeder. Er wordt nog steeds geslagen en de vrouwen worden vooraf met een crème ingesmeerd en naderhand weer. De littekens zitten altijd op de rug. Ze rollen hun shirtje hoog op zodat de littekens goed zichtbaar zijn.
De springende man wordt door een man of tien apart genomen. Ze staan zo dicht op elkaar, dat we niet kunnen zien wat er gebeurt, maar aan de posities die men inneemt, denken we, dat hij besneden wordt.
Bull jumpen, EthiopiëIets verderop wordt een kudde stieren en koeien bijeengedreven. De vrouwen lopen daar al toeterend en rinkelend door heen, maar ze blijven toch redelijk kalm. Een stuk of tien stieren worden met veel moeite apart in een rij gezet, de zijkanten tegen elkaar. Aan de ene kant worden ze vastgehouden bij de staarten, aan de andere kanten bij de tongen. Dan is het tijd om te springen. Alle Hamar-mensen staan er om heen en natuurlijk ook de toeristen, hoewel er dat niet veel zijn. De jongen loopt zes keer alle stieren af en is daarmee geschikt gebleken voor het huwelijk.
Het slaan van de vrouwen vinden wij barbaars, maar de rest is een prachtig schouwspel. We genieten er van.
Weer terug op de camping is het eten al klaar, maar we lopen eerst naar de bar voor een koud biertje en in de loop van avond volgen er nog wat meer. De gids had 's morgens op verzoek een paar flessen rode wijn gehaald, die ook gretig aftrek vinden.

Vrijdag 18 januariNaar Jinka – 120 km, 1410 meter

Timkat processie, EthiopiëWe moeten om 7:00 uur ontbijten, maar het brood en de eieren komen pas om 7:30 uur. Daarna rijden we naar Jinka waar een camping is. 's Middags hebben we vrij.
Het eerste wat we doen na aankomst, is de batterijen opladen. In de truck werkt het apparaat niet, dus we moeten daar wel wat op verzinnen. Iedereen wil opladen en we knopen alles met verlengkabels aan elkaar. We verbazen ons dat de stoppen niet doorslaan. Wel lekker, dat alles weer opgeladen is.
's Middags houden we het rustig. We douchen, doen een wasje en repareren een naadje in een schoen. Tegen vieren komt Juan ons vertellen, dat er in het centrum een Timkatprocessie bezig is. Nou moet je van zo'n dorp, veruit het grootste in de buurt, niet zo veel voorstellen. Her en der staan wat huizen en af en toe een winkeltje. Maar er is wel een groot grasveld, dat ooit een landingsbaan is geweest. Hier ziet het zwart van de mensen. Er komt een stoet met priesters aangelopen met grote, heilige boeken op hun hoofd. Er worden grote witte parasols boven hen gehouden en ze worden vergezeld door een grote menigte mensen die klappen, zingen en dansen. Het lijkt op het Timkatfestival in het noorden van het land, maar dan allemaal wat kleiner. Bij een soort kerk worden allerlei rituelen uitgevoerd en krijgen de priesters allemaal een staf en een belletje en gaan ze dansen. Mooi gezicht.

Zaterdag 19 januariJinka – 213 km

Vandaag gaan we zoek naar de Mursi, de stam die bekend staat om hun schotellippen bij de vrouwen. Als we in het dorp komen, zien we meteen onze eerste Mursi-vrouw. Vanaf een afstandje (uit de bus) ziet het er erg bizar uit. De streek waar de Mursi wonen, wordt de Hayile Wano Village genoemd. Onderweg zien we bavianen, een ijsvogel, neushoornvogels, dikdiks, parelhoenders, roofvogels. Het is erg groen onderweg; veel bergen en we gaan omhoog en omlaag. Geen asfalt vandaag, maar een gravelweg; wel goed te berijden. Ook vandaag is het weer erg warm.
We rijden het Mago N.P. in en willen eerst een Hana-village bezoeken, waar Body-mensen wonen, wat ook Mursi-mensen zijn. Dat zijn hele dikke mannen die via gevechten uitmaken wie de baas over een bepaald gebied is. Dikke mannen zien we echter niet, wel lange mannen, die ingesmeerd zijn met wit en geel spul. Ze dragen alleen een kleed om zich heen en hebben daar niets onder aan. Veel vrouwen zijn erg traditioneel gekleed met vaak niet meer dan dierenvellen en veel kettingen. Hun haren zijn ingesmeerd met rode smurrie. Ook van de hele kleine baby's op hun rug is het haar al bewerkt. Zij bekijken ons met net zo veel belangstelling als wij hen.
Als twee mannen elkaar begroeten, geven ze elkaar een hand en drukken de rechterschouders tegen elkaar.
We zijn net klaar met lunchen in een restaurant als we weer een Timkatprocessie zien aankomen. Met z'n drieën klimmen we op een oplegger van een truck die langs de kant staat om goed te kunnen fotograferen. We hebben mooi zicht op de priesters met boeken op hun hoofd en de hele menigte er om heen. Bijna op het eind lopen een paar politieagenten die ons vertellen, dat we niet mogen fotograferen. Die kunnen volgende keer beter in het begin van de stoet gaan lopen.
Mursi-vrouw, EthiopiëDan gaan we op zoek naar de schotellip-Mursi. Zij staan bekend als een vrij agressief volk en er wordt aangeraden om alle sieraden af te doen en voorzichtig te zijn met je spullen. Dat blijkt echter alleen het geval te zijn bij groepen die dicht bij de rivier leven en dus makkelijk te bezoeken zijn door toeristen. Wij gaan naar een ver afgelegen nederzetting zonder naam. De mensen hier zijn uiterst vriendelijk. De mannen zijn ingesmeerd en dragen allerlei versierselen. Ze zien er mooi uit. Maar de vrouwen zijn echt bizar. Schotels van zo'n vijftien centimeter doorsnee dragen ze in hun onderlip. Soms moeten ze ze ondersteunen. Het ziet er heel vreemd uit, maar zonder schotel is nog vreemder. Dan hangt er een raar gevormd lubberig aanhangsel. Het ziet er niet uit. De mensen dansen een minuut of tien voor ons en dan mogen we foto's maken. Daarna moeten we voor elke klik elk persoon 5 birr betalen. We hebben kleine biljetten gespaard en geven ze allemaal uit.
Op de terugweg nemen we de hoofdman mee terug naar de stad. Hij heeft zo veel geld binnen gekregen, dat hij zich met zijn vrienden kan gaan bedrinken.
Een alleen reizende Italiaan staat bij ons op de camping en mocht vandaag met ons mee. Hij is daar heel blij mee, want anders moet hij in z'n uppie vervoer regelen. Met het openbare vervoer kom je hier niet ver. Weer terug op de camping krijgen we van hem een rondje.


Zondag 20 januariNaar Yabelo – 278 km

We vertrekken tien minuten te vroeg. Het moet niet gekker worden.
Bij het eten staan altijd vijf bakjes met water. Eén om je handen te wassen, één om je handen te ontsmetten, één om af te wassen en twee om te spoelen.
We rijden vandaag richting Keniaanse grens. Die zullen we niet helemaal halen. Het is qua afstand niet zo ver, maar de weg wordt steeds slechter. We rijden nog geen twintig kilometer gemiddeld.
Op weg naar onze overnachtingsplaats verliezen we een truckonderdeel en wij rijden terug om dat te zoeken. Het wordt niet gevonden en we zijn er een uur mee kwijt.
In Yabelo logeren we weer eens in een hotelletje. Lekker wat meer ruimte en een eigen badkamer met elektrische douche.
Bij het eten zit iedereen z'n birrs te tellen. Je kunt nergens wisselen onderweg en gisteren vertelden ze nog, dat we alleen wat nodig hadden om te drinken. We hebben daarom wat geld met anderen gewisseld en vandaag blijkt, dat we nog drie keer uit eten gaan. Dat hadden ze wel even eerder mogen vertellen. We lenen 50 birr bij Jan, die we achteraf toch niet nodig blijken te hebben. Lia krijgt een mooi potje met hete kooltjes met lekker lamsvlees. De andere gerechten zijn niet zoveel bijzonders.

Maandag 21 januariNaar Moyale (Kenia) – 209 km

We rijden naar de grens. Het eerste stuk van de weg is gravel, daarna asfaltweg die we wel regelmatig moeten verlaten, want bij elk bruggetje zijn ze bezig met de weg. Er loopt hier minder vee op straat. Af en toe worden we ingehaald door bussen. Er gebeuren regelmatig ongelukken, sommige met ernstig gewonden, wat ons niets verbaast. Ze rijden hier als gekken.
Onderweg zien we veel dromedarissen, lange lege wegen, soms een dorpje of een controlepost. Daar liggen altijd grote stukken ijzer met enorme spijkers erin waar je vooral niet overheen moet rijden. Ook zien we een groep Grants gazellen.
De mensen zien er hier al anders uit, dragen andere kleren en ook de hutten zijn anders.
Bij de lunch geven we onze allerlaatste birrs uit. We houden precies één in tweeën gescheurd briefje van 1 birr over, dat we als fooi geven.
TruckDe grens is in Moyale. Ethiopië uit kost ons een uur en Juan US$ 100, omdat zijn visum dertien dagen verlopen is. Kenia in kost anderhalf uur. Er worden aan beide kanten foto's en vingerafdrukken gemaakt. Er was gerekend op minimaal drie uur, dus dat valt mee. Voor hetzelfde geld hebben de beambten een slechte dag en moet alle bagage open.
Net voorbij de grens zetten we de tenten op bij de politiepost. We gaan meteen het dorp in om geld te wisselen. Bijna iedereen gaat dollars wisselen, maar wij gaan pinnen. Het eerste apparaat accepteert onze pas niet en iemand wijst ons een andere bank. Daar wil hij meteen geld voor hebben, maar dat is toch al te gek. Het pinnen gaat zonder problemen. 100 shilling = € 0,85. We gaan op zoek naar een biertje, want we zijn dorstig. Dat valt hier niet mee, want er wonen vooral moslims. We vragen het en er blijkt één tentje te zijn bij de rotonde. Daar kijken we om ons heen, maar zien niets wat op een bar lijkt. We vragen het na en we moeten kruip door, sluip door, door smalle gangetjes en staan dan ineens in een buitenbar. Ze vragen ons of het bier koud moet zijn. We krijgen een halve liter Tusker voor 150 kes (Keniaanse shilling), € 1,30. Iets duurder dan in Ethiopië, maar nog steeds goed betaalbaar. Het wisselen van de dollars duurt zo lang, dat, als wij teruglopen naar het kamp, de laatste net klaar zijn.
De tenten worden opgezet en Martijn moet boodschappen gaan doen voor morgen. Dan wordt het een lange rijdag en moeten we in de truck ontbijten en lunchen. Er is niet zoveel te koop, maar ze vinden wat eieren en aardappels die meteen gekookt worden. Lia wijst ondertussen een paar mensen de weg naar de kroeg en ze verbazen zich, dat wij die gevonden hebben.
Na de briefing gaan we hier ook eten. Het bier komt snel door, maar het eten laat lang op zich wachten. We krijgen een bakje met kleine stukjes vlees en frietjes. Er is geen bestek en ook geen servetjes en dus eten we met onze handen. Er is wel een kraantje.

Dinsdag 22 januariNaar Marsabit – 244 km

's Nachts laten we altijd de flapjes voor de muskietengaasjes van de tent open. Als de maan onder is, zien we, liggend op bed, een schitterende sterrenhemel. Prachtig.
Om 6:00 uur vertrekken we al en we hebben de tenten dus in het donker afgebroken. Ontbijten doen we in de truck. We moeten vandaag 240 km rijden waar we twaalf uur over zullen gaan doen. De weg is slecht, erg slecht. Het landschap is wisselend. In het begin veel groene bosjes; later kilometers lang alleen kale grond bezaaid met stenen. Er lijkt nergens wat te groeien, maar toch loopt er een struisvogel. In de groene stekelbosjes zien we heel veel neushoornvogels zitten , wat dikdiks, veel dromedarissen. Een groepje steenbokken en twee jakhalzen. Omdat de zon laag staat, zitten ze mooi in het licht. We zien slechts een enkel ander voertuig. Wel wordt er aan een nieuwe weg gewerkt door voornamelijk Chinezen.
Er gaan twee bewapende militairen mee om ons te beschermen. Deze streek schijnt, vooral vroeger, berucht te zijn.
VulkaanEr worden regelmatig hapjes doorgegeven in de truck: broodjes ei, bananen, koekjes, cakejes, gekookte aardappelen. Er is ook een grote fles ananaslimonade gekocht. Als je daarvan wat bij je water giet, is dat een lekkere afwisseling van het water.
We kamperen op een grasveldje met een hek er omheen midden in het dorp. We gaan meteen op zoek naar een biertje en hoeven maar eenmaal de weg te vragen. We nemen een paar flesjes mee voor Jan en Juan en we moeten wat geld achterlaten als borg. Later krijgen we dat weer terug. We eten in het restaurant naast het kamp, en daar wordt geen alcohol geschonken. Iedereen bestelt vooraf z'n eten vanaf een kaart en 's avonds komt alles goed geregeld op tafel. Daarna nemen we nog een biertje in de kroeg.

Woensdag 23 januariNaar Kalasha – 140 km, 17,8 km gemiddeld over de bewogen rijtijd

We moeten inkopen doen voor het eten. Dat houdt in voor twintig mensen ontbijt, lunch en diner. We krijgen geld mee om alles te betalen. De supermarkt is nog niet open en we gaan naar de markt. Daar staan wat kraampjes die allemaal hetzelfde verkopen en we kopen fruit, paprika, uien en kolen. We lenen de grote tas van de mevrouw en brengen die later weer terug. Bij de supermarkt hebben ze zelfs kaas. Dat kunnen we natuurlijk niet laten liggen. Ook nemen we veertig rollen wc-papier mee en wat chips.
We rijden vandaag richting Turkana-meer. Zover zullen we niet komen en we overnachten in Kalasha wat vijf uur rijden zou zijn. Dat is echter gerekend met een jeep met vierwielaandrijving en met onze truck doen we er negen uur over. Onderweg zien we een struisvogel, een grote trap, een paar antilopen die te ver staan om te zien welke het zijn.
Het landschap is heel wisselend; de ene keer vulkanisch, de ander keer alleen zand. Het stof blijft in de truck hangen, doordat ze achterin maar één kant open hebben. Zodra er gewisseld wordt en wij achterin gaan zitten, gaat meteen alles open. Zo kan het stof tenminste de truck weer uit. Het scheelt een heleboel.
DorpjeDe paar mensen die we onderweg tegenkomen, vragen allemaal om water, wat ze dan ook krijgen.
We hebben wat oponthoud, omdat er een steen tussen de wielen zit die verwijderd moet worden.
Het laatste stuk rent een dromedaris voor de truck uit. Die lopen vaak midden op de weg, maar als ze ons zien, gaan ze altijd de berm in. Deze niet en die holt vooruit met vreemd zwabberende achterpoten.
Al met al komen we net na zevenen aan en moeten de tent in het donker opzetten. Maar... er is een zwembad. We staan bij een missiepost en dat zwembad is er speciaal voor de 'white man'. Terwijl de kookgroep het eten klaar gaat maken, duikt de rest het zwembad in. Heerlijk om het stof af te spoelen en terwijl we liggen te dobberen, kijken we naar de maan en de sterren. Wat wil je nog meer.
Ondertussen zijn er wat biertjes gebracht die niet echt koud zijn, omdat er in de hele plaats geen elektriciteit is.
Het is een mooie camping met echte poepdozen en schone douches.

Donderdag 24 januariNaar Kalebo – Turkana-meer – 150 km, gemiddeld 19,7 km

De weg

Tijdens het ontbijt genieten we van een mooie zonsopkomst.
We rijden door eindeloze zandvlaktes naar het Turkana-meer, het grootste woestijnmeer ter wereld. Er stroomt geen rivier uit het meer, zodat er alleen water verloren gaat door verdamping.
De hele dag komen we twee auto's tegen en een paar springbokken. Bij North Horr blijven we steken in het rulle zand. Terwijl Jan en Juan dat probleem oplossen, bezoeken wij het dorpje. Dat is niet meer dan wat ronde hutjes waar aan de buitenkant lappen en plastic zakken opzitten. Er wonen mooie mensen en bange kinderen. Waarschijnlijk hebben ze nog nooit blanken gezien. Het toerisme, als dat er al was, is een paar jaar geleden volledig ingestort door ongeregeldheden in de buurt.
We zien heel veel zand vandaag. Veel vlaktes, veel zandhozen, overstekend zand. Bovendien waait het hard en komt er veel zand in de truck. Af en toe zien we al Turkana-vrouwen met hele brede kralenkettingen om de nek. Prachtig zien ze er uit.
Om 17:00 uur komen we aan en het besproken kamp blijkt bezet door bobo's van een verkiezingscampagne. Jammer, want daar is een zwembad en bij het andere niet. Maar ze hebben wel (redelijk) koud bier. We huren een kok in die de komende dagen voor ons gaat koken met onze gekochte spullen. Lekker.
De meeste mensen van de groep nemen een huisje, maar wij zetten met een paar anderen gewoon de tent op. Het waait hard en we zetten extra haringen in de tent.


Vrijdag 25 januariKalebo – Turkana-meer

Er is vannacht wel wat zand naar binnen gewaaid, maar verder hebben we heerlijk geslapen.
Wij doen vandaag lekker rustig aan en gaan niet mee met de groep die naar een eiland in het meer gaat. We doen eerst de was die we op een lijntje hangen. Met dit weer, zon en harde wind, zal die snel droog zijn.
Wij lopen het dorp in en zien bij het Oase Hotel een opstootje buiten het hek ontstaan. Binnen dat hek staan mensen van de partij die T-shirts uitdelen waar echt om gevochten wordt. Als het hek opengaat, moeten de partijmensen rennen. We lopen de 'winkelstraat' door waar mooie vrouwen de plaatselijke goederen verkopen.
VerkiezingVerkiezingEven verderop is het bingo: een grote verkiezingscampagne. Op het pleintje is een bobo-tent gebouwd en daarvoor staan verschillende groepen Turkana-mensen. Elke groep verschilt van elkaar door kleding en hoofdbedekking. De prachtigste mensen staan er. Zodra er een auto met 'belangrijke' mensen komt, gaan die op de schouders en worden rondgedragen. Daarna lopen ze de verschillende groepen langs die dan prompt beginnen te zingen en te dansen. Het is een geweldig spektakel. Het zijn vooral de vrouwen die er mooi uit zien; de mannen dragen veelal een gewone lange broek en een shirt. Een enkeling heeft een mooie hoofdtooi met een veer.
De mensen zijn erg vriendelijk en een man vertelt ons dat foto's maken vanaf een afstandje geen probleem is. Dichtbij wel. Dat maakt ons niet uit, want met een telelens kom je een heel eind. Veel mensen spreken wat woordjes Engels. Een van die parlementsleden die herkozen wil worden, komt ons een handje geven.
's Middags is het 40º in de schaduw en het is dan ook erg warm. We drinken de hele dag door water en cola. Als we later weggaan, dragen we een natte handdoek in onze nek en maken we ook Martijns hoedje nat. Door de wind die er nog steeds waait, koelt dat lekker af.
Kushi-vrouwenTegen vieren gaan we een Rendille-dorp bezoeken. Hier wonen Kushi-mensen die uit Somalië komen en ze dragen dierenhuiden en, wederom, vele kettingen. Aan de versierselen kun je zien of ze getrouwd of verloofd zijn en kinderen hebben.
De zonsondergang kijken we bij het Turkana-meer, waar een andere groep Turkana-mensen voor ons danst.

Zaterdag 26 januariNaar South Horr – 85 km, 1000 meter hoogte

Het waaide hard vannacht en het de wind door de palmbomen maakte veel lawaai. Toch goed geslapen.
We verlaten het Turkana-meer en gaan naar het zuiden, naar South Horr. Voor de zekerheid nemen we weer twee militairen mee aan boord. Al snel zijn er problemen met de remmen, maar dat is niet zo ernstig dat we niet verder kunnen, omdat er vandaag geen grote afdalingen zijn.
Het landschap verandert snel. Soms heel droog, veel zand en zo'n slechte weg, dat Parijs-Dakar er niets bij is. Daarna wordt het snel groener en waait het minder. Naast een paar kleine nederzettingen zien we niet zo veel: één struisvogel, twee auto's, een bosje parelhoenders en een neushoornvogel.
De camping is South Horr is even wennen: vrij groot, druk, en zelfs wat andere toeristen. We krijgen een overheerlijke lunch en terwijl Jan en Juan aan de truck sleutelen, maken wij ons verslag, douchen en drinken een biertje. Zowat alle medereizigers drinken bier (sommige bij gebrek aan wijn) waardoor het koude bier altijd snel op is.
We eten in het restaurant zodat we niet hoeven te koken. Het smaakt prima. Na het eten maken we bij de tenten een kampvuur. Gezellig.

Zondag 27 januariNaar Maralal – 150 km, 2000 meter

Er stond vannacht geen wind en we stonden onder de bomen, zodat we geen sterren konden zien.
Na het ontbijt moet iedereen de drankrekening betalen en dat kost nogal wat moeite. De eenvoudigste bedragen worden met een rekenmachientje opgeteld. Er is weinig wisselgeld en dat alles moet genoteerd worden. Het duurt en duurt. Wij gaan ons er mee bemoeien en dat werkt wel enigszins.
Daarna gaan we op weg naar Maralal. Het eerste stuk van de weg, veertig kilometer staat op de kaart aangegeven als een redelijke weg; de rest, 120 kilometer, staat helemaal niet aangegeven. Dat belooft wat.
Samburu-manOnderweg zien we een prachtige Sumburu-man lopen, compleet met grote veren op zijn hoofd. Supersnel maken we een foto vanuit de truck, die wonderbaarlijk gelukt is.
Al snel hebben we een pauze want er zit weer eens een steen tussen de wielen. Binnen de kortste keren zijn we omringd door kinderen die wel gezellig zijn. Ze spreken redelijk Engels en bedelen niet. De meisjes dragen rode kralenkettingen om hun nek. Aan de hoeveelheid kun je een beetje de leeftijd aflezen en als ze getrouwd zijn, dragen ze speciale oorbellen.
We gaan weer op pad over de slechte weg en hobbelen langzaam verder. Het schiet niet zo op. Dat is niet erg, want er buiten genoeg te zien. Het landschap wisselt regelmatig en is erg groen. We zien wat bavianen, dikdiks, een struisvogel en een paar secretarisvogels. Het mooiste is echter een kleine valk die net een slang heeft gevangen en met zijn buit voor de truck langs vliegt. Spectaculair. Even verder landt hij in een boom dicht langs de kant van de weg en kunnen we hem goed bekijken.
De weg stijgt langzaam van 1000 naar 2500 meter om uiteindelijk in Maralal te eindigen op 2000 meter. De temperatuur scheelt een jas.
We rijden steeds verder, happen stof, zien een enkele andere auto en wat dorpjes waar iedereen uitloopt om naar ons te zwaaien.
Totaal rijden we 150 kilometer en doen daar tien uur over.
In Maralal worden we opgehaald door de Nederlandse man op wiens terrein we vannacht zullen slapen. We nemen de beste weg naar de heuveltop waar de camping is en die weg is erg slecht en soms (te) smal. Het kost de truck en Juan de nodige moeite om helemaal boven te komen. Een boompje moet het ontgelden. We zetten snel de tenten op en gaan daarna op het terras wachten op het eten onder het genot van een biertje. We eten, op verzoek, zelf gemaakte kroketten en frietjes met mayonaise. Voor de verandering erg lekker.
We gaan vroeg naar bed, want we zijn redelijk gesloopt door de lange rijdag.

Maandag 28 januariMaralal

Het was vannacht stil en fris. Het is niet kouder geweest dan 14º, maar door de warmte van de afgelopen dagen, voelde het kouder aan.
Nu pas zien we hoe mooi deze plaats ligt: boven op een heuveltop met aan alle kanten uitzicht. De hardloper Daniel Parisa woont hier en is geadopteerd. Hij is aan het trainen voor de Dam tot Damloop.
Na het uitgebreide ontbijt lopen we naar Maralal en bezoeken daar een school met gehandicapte kinderen. We kijken een poosje rond en geven een donatie.
Dan gaan we naar de bank, waar de ATM niet werkt. Iedereen heeft wel wat dollars die gewisseld moeten worden. Als je bedenkt, dat het per persoon een kwartier duurt, kun je uitrekenen hoe lang het duurt, voordat iedereen shillings heeft.
Lia laat een naadje van haar schoenen stikken voor 150 shilling en we kijken naar alle winkeltjes. Dat zijn er nogal wat en het is er goed druk. Maralal is de grootste stad in de omgeving. Op straat lopen verschillende Samburu-mensen in hun traditionele klederdracht.
Er worden boodschappen gedaan om de voorraden van de truck aan te vullen. Gelukkig is er een lokale gids bij die weet waar een en ander te krijgen is. Aan de winkeltjes kun je dat bijna niet zien. Alleen het brood is een probleem en hebben ze niet genoeg. Ze bestellen het restant voor morgenochtend acht uur. We laten ons en de boodschappen terug brengen in een open wagentje. Met z'n zevenen staan we achterin en zwaaien naar alle verbaasd kijkende mensen.
Op de heuveltop wordt een Samburu-dans voor ons opgevoerd. Die mensen staan beneden en willen dat wij naar hen toe komen. Dat doen we niet en dan komen ze naar ons toe. Er danst een groep van een man of acht. De belangrijkste man draagt lange haren en een verentooi. De jongsten hebben kort haar dat is ingesmeerd met roodbruine klei. OryxDe andere hebben doekjes op hun hoofd dat hun haren verbergt. Ze sparen voor lang haar, maar alleen de hoofdman mag dat openlijk dragen. Iedere nacht wordt met zorg het haar ingepakt en 's morgens opnieuw ingesmeerd. Iedereen moet respect tonen aan de hoofdman.

Dinsdag 29 januariNaar Samburu N.P. – 190 km

We staan vroeg op en pakken alles nat in. De tenten zijn nat van de dauw; het heeft niet geregend.
In Maralal stoppen we om het brood op te halen, maar men weet van niks… This is Africa!
We rijden naar Samburu N.P. over een zeer slechte weg en zullen er de hele dag over doen. Het landschap is zeer afwisselend en heel erg mooi. Omdat we zo langzaam rijden, zien we veel onderweg: zebra's, grote traps (of is het trappen), dikdiks, blauwe salamander met oranje kop, wat toeristen, grijze loerie, valk met slang in een boom, struisvogels, kuddes met geiten en koeien met herders in Samburu-kleding, vrouwen met dikke rijen kettingen.
Net voor het nationale park zien we zes olifanten, apen een gemsbok in de berm, een giraf.
We slapen in het Samburu N.P. en op weg naar de camping maken we meteen een gamedrive. We zien olifanten poedelen in het water, Grants gazellen, impala's, parelhoenders, bavianen, gemsbokken, dikdiks, een witbuiktoerako (in het Engels een go-away-bird genoemd), wrattenzwijnen en op het eind drie leeuwinnen. die wat rond lopen.
Op de camping eten we hutspot. Weer eens wat anders.


Woensdag 30 januariSamburu N.P.

Goed zes uur gaan we weer gamedriven. We zien niet zo heel veel: één olifant, apen in het water, waterbokken, impala's, dikdiks, maraboe, roofvogels, kleine gekleurde vogeltjes, parelhoenders mooi in de zon, een ijsvogel, arenden, een zwarte ooievaar, een neushoornvogel en een groene ibis.
Daarna gaan we terug naar de camping die mooi aan de rand van de rivier ligt. Je mag het terrein niet af, alleen mag je naar een lodge lopen die erg dichtbij ligt. Het wild kan zo over de camping lopen. We genieten van een zeer uitgebreide brunch die door ingehuurde kok is klaar gemaakt. Hij mag blijven, want het smaakt zeer goed. Somalische struisvogelTot drie uur lummelen we rond. We willen wat lezen, maar krijgen daar de kans niet voor. Aan de overkant drinken olifanten in de rivier en als die weg zijn, komen de antilopen. Er zijn veel gekleurde bijeters die telkens op dezelfde tak gaan zitten. Ook zitten er eksters met rode koppen en blauwe spreeuwen. Een olifant zit heel dicht bij de camping en loopt op slechts een paar meter voorbij.
GerenukOp de avondgamedrive zien we meer: neushoornvogels, vorkstaartscharrelaars, rollers, heel, heel veel olifanten, wrattenzwijnen, een grote kudde gemsbokken, drie cheeta's (wel ver weg, maar het zijn er wél drie en ze zijn hier zeldzaam), Grants gazelles, impala's, gerenuks (girafgazelle), bavianen die op een kluitje langs de waterkant staan en dan ineens met z'n allen oversteken, netgiraffen, gewone en Somalische struisvogels, een struisvogelechtpaar dat met hun veren loopt te wapperen als teken dat ze een plek zoeken om eieren te leggen, parelhoenders, frankolijn (soort kwartel), jakhals, nog een grote groep olifanten die de weg oversteekt.
Tegen de avond zien we de lucht donker worden van de regenwolken. Af en toe komt de zon er door heen, wat een heel mooi gezicht is. Gelukkig blijft het bij ons droog.
Terug op de camping loopt tussen de tenten een genetkat.
Het is een hele mooie dag en we hebben heel veel wild gezien.

Donderdag 31 januariNaar Mount Kenya – 151 km

Het is vannacht droog gebleven, maar het waterpeil in de rivier is wel gestegen en we horen het nu ruisen.
We vertrekken al weer vroeg en op weg naar de uitgang van het park zien we een netgiraf net naast de weg die ongestoord staat te eten. We zien nog meer olifanten die allemaal op weg zijn naar de rivier.
Weer buiten het park zitten we al snel op de asfaltweg naar Mount Kenya. We stijgen langzaam naar 2500 meter en we rijden langs graanvelden, kassen en zonnebloemvelden. Als je niet beter wist, zou het ook Zuid-Limburg kunnen zijn. Het asfalt is niet zo snel als je denkt: bij ieder dorp zitten drempels in de weg en er zijn regelmatig controles. Daar mogen we wel zo doorrijden, maar het houdt toch op.
We komen een andere overlandtruck van Dragoman tegen en de bemanning maakt even een praatje. Juan en Nico maken van de gelegenheid gebruik om hen hun Soedanese geld te verkopen, want die anderen gaan die kant op.
Even verderop passeren we de evenaar. Er staat een bord en een man laat zien, dat water in een putje op de verschillende halfronden andersom weg loopt. We controleren de plaats van het bord met de GPS en constateren, dat het ongeveer twintig meter teveel naar het zuiden staat.
We kamperen op een mooie camping bij een lodge. De gebruikelijke kliek gaat (alweer) voor een kamer; de diehards zetten gewoon de tent op. Ook de buitentent gebruiken we en dat is nodig, want even later regent het wat. Niet veel, maar later op de middag valt er nog een bui. De tent moeten we goed afsluiten, want al heel snel zien we een enorme baviaan over het kamp struinen.
We gaan in de bar zitten, drinken bier, laden alle apparatuur op, maken ons verhaal en zitten gezellig te kletsen.
Het is afgekoeld en het blijft verder droog.

Vrijdag 1 februariNaar Nairobi – 185 km

Om zeven uur maken we met z'n zessen en een gids een wandeling naar de Mau Mau-grotten en de waterval. Het is ongeveer zes kilometer lopen over een licht glooiend terrein. We zien onderweg colobus-apen en bij de waterval zitten Sykes-apen in de bomen. Sykes-apenDie hebben mooie koppies en witte bontkraag. Ook zien we mooi gekleurde vlinders en een stelletje neushoornvogels met dubbele tok die naar elkaar zitten te roepen. Ze zijn zeker 50-60 centimeter groot. Het zijn andere neushoornvogels dan we tot nu toe gezien hebben. Helaas zien we Mount Kenia niet; die zit in de wolken. Het is 'fris', maar wel droog. Lekker wandelweer.
Om half twaalf vertrekken we voor het laatste stuk van dit deel van de reis naar Nairobi over een goede asfaltweg. Hoewel er een doorgetrokken streep tussen de rijbanen zit, houdt niemand zich daar aan. Men rijdt vrij hard en er gebeuren nogal wat bijna-ongelukken. Er staat regelmatig een auto stil midden op de weg. Niemand trekt zich daar wat van aan en men rijdt er gewoon omheen.
Totaal hebben we 1870 kilometer in Ethiopië en 1300 kilometer in Kenia gereden.
In een dorpje onderweg proberen we te pinnen en dat lukt uiteindelijk bij de derde bank, de Barclays. Dankbaar maken ook andere mensen van de groep daar gebruik van.
In Nairobi zitten we in een mooi hotel in een schone, lichte kamer met warme douche en een zitje op het balkon en een bedenkelijk krakende lift. In de tuin ligt een groot zwembad met een tuin er om heen. Dat is wel erg lekker, want we zitten hier drie nachten en veel zin om Nairobi in te gaan hebben we niet. Het is niet een van de prettigste steden.
We drinken een biertje, dat tijdens de happy hour 150 shilling kost en daarna 200 shilling. Zeer redelijke prijzen voor dit hotel. Bij Mount Kenia was alles veel duurder. We gaan lekker samen eten en ook dat is niet zo duur: € 6 voor een hoofdmaaltijd.

Zaterdag 2 februariNairobi

Martijn heeft 's nachts last van zijn maag en heeft meer op de wc gezeten dan in bed gelegen.
Juan is jarig en heeft een paar sandalen van autobanden gekregen. Deze zijn met kraaltjes bewerkt en heeft grappige uitstekende deeltjes.
We gaan bij het zwembad zitten en proberen te internetten, alleen werkt Tele-2 niet mee, zodat we onze mailtjes niet kunnen lezen. We doen een wasje, laden batterijen op, werken het verhaal bij en lezen wat. Lekker ontspannen. Dat is wel fijn, want dan zijn we uitgerust voor het tweede deel van de reis van Nairobi via Oeganda naar Dar es Salaam in Tanzania.
Het is droog, niet zonnig en een graad of twintig.
We nemen afscheid van de groep van de derde expeditie. Hun vakantie zit er al weer op. Wij zijn nog net niet op de helft. Lekker.

Zondag 3 februariNairobi

Een rustige dag. We ontbijten op ons gemak, lezen wat bij het zwembad. Het weer werkt niet mee. Het is bewolkt en daarom nodigt het zwembad niet uit tot zwemmen. Martijn's maag speelt nog steeds op. Eten we een keer niet op de camping, maar in een restaurant en dan gaat het mis. We lopen een stukje de stad in, kopen een extra videokaartje. Verder is er in Nairobi niet veel te beleven. Veel winkels zijn dicht en het ziet er allemaal niet echt gezellig uit.
De nieuwe groep, het vierde deel van de expeditie komt vanavond rond 23:00 uur aan. Wij wachten daar niet op, want morgen is het weer vroeg dag.

Maandag 4 februariTweede deel van de reis: zie verslag Kenia-Oeganda-Tanzania

Afstanden:
Ethiopië    1870 km
Kenia       1305 km

Dit was een reis met